Margalith Kleijwegt heeft de adventstijd opgeluisterd met een artikel vol dédain waarin ze vooral zichzelf te kijk zet. De aanleiding van haar stuk in Vrij Nederland, een bijeenkomst in “De Rode Hoed”in Amsterdam, beschrijft ze aldus:

“Het is maandag 25 juni 2007. Paul Scheffer en Eddy Terstall zijn de initiatiefnemers van deze avond over geloofsvrijheid en geloofsafval. Ze zitten op het toneel, net als minister Plasterk van OCW, de arabist Hans Jansen en natuurlijk de afvallige Ehsan Jami; hij is dan op de toppen van zijn tijdelijke roem.”

Jaja, zo was het. Maar waarom voegt Kleijwegt hier niet toe dat Jami’s verblijf in een safe house vanwege bedreiging door moslim-extremisten minder tijdelijk is? En dat het goed-over-de-schouder-kijken waarschijnlijk levenslang zal zijn?

Kleijwegt’s kakkineuze stukkie gaat vooral over een aantal van de bezoekers van deze bijeenkomst in “De Rode Hoed”, namelijk zij die zich roeren op de politieke weblogs in Nederland. Daar wordt de discussie gevoerd die de mainstream media en de politiek twintig jaar hebben proberen te smoren en die sinds midden jaren 1990 langzaam wordt losgewrikt door een minderheid. Het is de discussie over 3-I: Islam, Immigratie, Integratie. De term is van Carel Brendel, auteur van het recente en uitstekende boek “het Verraad van Links”. Doodgezwegen door de “kwaliteitskranten”, allicht .

Mijn eerste indruk van Margalith Kleijwegt was: typisch dat vatbare soort middenklasse dat er een dagtaak aan heeft zich sociaal te positioneren. Doodsbang voor sociale daling. Altijd maar bezig uit te maken of iemand sociaal “hoog” of “laag’ is en dus vriendelijk en normaal dan wel gereserveerd en neerbuigend bejegend moet worden. Structureel dus niet van de edele houding die Odysseus zijn zoon Telemachus deed prijzen als “een echte koningszoon”, Vermomd als een oude varkenshoeder had Odysseus aan de poort van zijn eigen paleis geklopt en zijn zoon, die zijn vader niet herkende, had hem met voorkomendheid behandeld. Dit in tegenstelling tot de “prinsen” die binnen in het paleis de corpsbal aan het uithangen waren rond Penelope.

Mevrouw Kleijwegt bejegende me aanvankelijk aarzelend, wist niet zo goed wat ze aan me had en koos om te beginnen maar de houding van de professionele journaliste die met mij een zakelijk gesprek zal voeren. Naarmate het ongeveer twee uur durende onderhoud vorderde, nam ze me steeds serieuzer. Ze kreeg twee keer een vlaag van warmte waarbij ze mijn hand wilde aanraken.

Ik ben een van de mensen die ze later in haar artikel zou aanduiden als “boze bloggers”. Ze snapt die mensen niet zo goed, zei ze. Wat is er toch aan de hand? Gaandeweg het gesprek merkte ik dat ze niet een gemaakt onwetend houdinkje had aangenomen om mij, de patiënt, te verleiden tot praten. Ze maakte werkelijk de indruk dat de Nederlandse wereldgeschiedenis vanaf Pim Fortuyn haar ontgaan is. Van de islam heeft ze geen idee, bekende ze ruiterlijk. Dat zou later ook uit haar stuk blijken. Raar is dat, ze heeft toch een boekje geschreven over de “afwezigheid” van Marokkaanse ouders in het socialisatieproces van hun eigen kinderen?

Ik trof haar in een café in de Amsterdamse Plantage-buurt. In deze buurt zijn de meeste café’s eigenlijk tv-studio’s alwaar altijd weer gekende woordvoerders het woord voeren. Bijvoorbeeld Eik &Linde waar Ischa Meijer vroeger afzeek. Bijna ernaast is de ex-bioscoop Desmet, alwaar eveneens de vaste mensen als Theodoor Holman en Pieter Hilhorst een vaste plek voor het uiten van hun mening hebben naast de vaste columns die ze in het Parool en de Volkskrant hebben. Dan is er het café dat zo toepasselijk bij dierentuin Artis hoort en waar Barend &Witteman vandaan kwam en waar ook de ruimtes zijn waar de Nederlandse intellectuele adel zijn Buitenhof heeft. Een maand later lees ik de eerste zin van Kleijwegt’s artikel over de “boze bloggers”: “Op luide toon eisen ze het woord tijdens een avond in De Rode Hoed over de multiculturele samenleving (…)”.

Zelf heeft Margalith Kleijwegt als oudgediende een vast contract bij Vrij Nederland en kan ze zo’n beetje zelf bepalen waarover ze gaat schrijven. Ja, dat is wel lekker, beaamde ze. Ik vertelde haar dat ik in de jaren 1990 free lance achtergrondstukken schreef in Letter& Geest van Trouw. En legde haar uit waarom ik daar nooit een vast dienstverband heb gekregen. Wat ik nu deed, vroeg ze, behalve boos web-loggen. Ik heb zojuist een contract van twee jaar bij de Universiteit van Amsterdam uitgediend, vertelde ik haar. Onderwerp: Amerika-Europa-Islam. En nu, zei ik modern, zit ik in een overgangsfase. In haar stuk zou ze me later aldus omschrijven:
“ Leo Sar, historicus zonder werk, wonend in Amsterdam-Oost en goede vriend van Eddy Terstall en arabist Hans Jansen, doet per e-mail een poging het me uit te leggen (…)”

Een prachtzin: de werkloze deed een poging. De webloggers worden in het algemeen door Kleijwegt als halve garen getekend. Het zijn eenzamen, werklozen met weinig vrienden, geobsedeerden, die uren op het internet zitten. Mevrouw Kleijwegt weet van kleineren. Van weblogger “Lucida” wordt medegedeeld dat hij “hoogstpersoonlijk zijn diensten aangeboden [heeft] aan Ahmed Marcouch”, dat hij “trots” op HoeiBoei vermeldt dat hij nog persoonlijk met Scheffer heeft gesproken. En zelfs kon vertellen dat Scheffer iets te diep in het glaasje had gekeken. Ach ja, die zielepieten, zomaar in contact met een beroemdheid. Dat vertellen ze dan graag, hé? Voorts laat “Lucida” een kaarsje branden naast de foto van zijn overleden hond. Nou, dan weet je het wel, wil Kleijwegt maar zeggen. Neen, dan kan je inderdaad beter met zijn allen in optocht rond een grote zwarte steen trekken ter viering van veertienhonderd-en-zoveel jaar anti-humane ideologie.

Deze webloggers zijn natuurlijk ver verwijderd van het niveau van, pakweg, een Margalith Kleijwegt, die natuurlijk niet voor niks een vast dienstverband heeft bij VN.

“Graag zouden ze hun bijdragen ook in de gewone kranten terugzien, maar daar worden ze zonder opgaaf van redenen meestal geweigerd. Al lukte het Leo Sar een paar weken geleden om een stuk op de opiniepagina van de Volkskrant geplaatst te krijgen.”

Het lukte Leo Sar geplaatst te krijgen. Ach ja, eens in de miljoen jaar vangt een koe een haas, nietwaar? Nu heb ik met enige regelmaat, maar met name begin jaren 1990 stukken gehad op de Forum-pagina van de Volkskrant. Ze gingen ook toen al over de 3-I-problematiek en ze waren uitermate voorlijk. Daar worden problemen al haarscherp benoemd en geanalyseerd die zelfs nu nog niet in de PvdA onder ogen worden gezien. Ik heb in de jaren 1990 regelmatig pagina-grote essays geschreven in Letter & Geest van Trouw. Met name het stuk “Een gezond instinct voor eigen volk” van zaterdag 19 december 1998 was net zo “baanbrekend” in multicultibus als dat van Paul Scheffer van ruim twee jaar later, dat om de een of andere reden wél tot een nationale discussie leidde. Dat alles wist prinsesje Kleijwegt. Maar ze noemt het niet, want dat zou natuurlijk afdoen aan het beeld dat ze wil schetsen van webloggende randfiguren.

De neerbuigendheid zit in alle details. Kleijwegt, lulligjes, over mij: “Hij heeft al een naam voor de beweging, schrijft hij: ‘Vrijheid en Rechtvaardigheid.’ “

Ja, dat schrijft hij over een nieuwe partij die er zou moeten komen. Maar hij schrijft niet kinderlijk dat hij die naam “al” heeft. Kleijwegt en ik hebben er bovendien over gesproken. Toen heb ik erbij vermeld dat het moeilijk is twee begrippen te vinden die in combinatie meer fatsoenlijks omvatten. Dat ze komen uit de Italiaanse anti-fascistische beweging “Giustitia e Libertà” van de jaren 1930 die verbonden is met o.a. Leone Ginzburg, de gebroeders Rosselli en Vittoria Foa.

De kop boven Kleijwegt’s artikel voorspelde natuurlijk al niet veel goeds: “De boze bloggers van de Rode Hoed: ‘Ik móét het land redden’. “
Dat het hier niet een mededeling betreft van een halve gare, maar een zin uit een zelfbewuste, half-ironiserende mededeling van “Annabeth” laat zich moeilijk uit Kleijwegt’s stuk opmaken.

“Bezoekster Annabeth (69) heeft alle hoop opgegeven. Gescheiden en wonend in Koog aan de Zaan is ze ervan overtuigd dat haar Nederland zal verislamiseren: ‘Ik voel me een kruising tussen Ayaan en Van Gogh, ik ben als Jeanne d’Arc, ik móét het land redden.’ “

Ach-ach. Gescheiden en alle hoop opgeven. En ook nog wonend in Koog aan de Zaan. Wat gruwelijk. Dan zoek je natuurlijk iets om je op af te reageren. Een onschuldig verschijnsel als de islam bijvoorbeeld. Dat Kleijwegt “Annabeth” uitkiest als de geestelijke belichaming van de “boze bloggers” is tekenend. Annabeth laat namelijk zeer openlijk haar woede zien. En dat is natuurlijk altijd heel verkeerd. Behalve als je Theo van Gogh heet, is de enige toegestane stijl die van de superieure onderkoeling. Niet opgewonden doen, al sta je tot je knieën in het bloed.

Als “Annabeth” op die bijeenkomst in “De Rode Hoed” tegen die welgedane hoofddoek van Halal op het podium in het kader van ophemelingen van “diversiteit” en Marokkaanse cultuur-uitingen met haar gestrekte hand een snijbeweging langs haar keel maakt, dan kan dat echt niet. Dat ze daarmee aangeeft dat dit gebaar door Marokkaanse “jongens” nogal eens richting “bewoners van de oude wijken” wordt gemaakt, is hier niet van belang. Kleijwegt heeft het handgebaar niet beschreven. Is dat netjes? Neen. Had ze het maar wél gedaan en meteen de reden vermeld waarom Annabeth het gebaar in “de Rode Hoed” maakte. Misschien had Kleijwegt, om de woede van “Annabeth” te verklaren, ook even kunnen verwijzen naar het relaas van Ger Laan dat ze apart naast haar artikel laat afdrukken. Een voorbeeld van hoe hele buurten, mensen, door Marokkaanse jeugd kapot geterroriseerd worden.

“Annabeth “ weet veel van de islam. Is thuis op internationale, gerenommeerde, degelijke weblogs op dat gebied. Kleijwegt zou bij “Annabeth” in de leer moeten gaan in plaats van lullig over haar te schrijven. Naar aanleiding van uitgerekend een opmerking over de onbetrouwbaarheid van Cheppih door “Annabeth” schrijft Kleijwegt:

“Dat Mohammed Cheppih (voormalig leider van de AEL, Arabisch Europese Liga) tijdens de avond in De Rode Hoed niet goed ligt bij het publiek, is overduidelijk. Dat zijn standpunten inmiddels veel liberaler zijn, lijkt niemand te interesseren. Als Cheppih opmerkt dat moslima’s met hoofddoek soms worden uitgescholden, klinkt er geloei uit de zaal. Esmaa Alariachi, van De Meiden van Halal en forumlid, had nog nooit zoveel onverholen agressie meegemaakt en riep na afloop van het debat: ‘Dit doe ik nooit meer.’ “

Wat betreft Cheppih. Neen, dat lijkt de domme bloggers niet te interesseren. Want die weten dat het “veel liberaler” worden van Cheppih past in de nieuwe tactiek die ingang begint te vinden in kringen van moslim-activisten. De islam kent de verplichting om de ongelovigen te onderwerpen, met geweld als het kan en met misleidend huichelen als het moet. Omdat het openlijk dreigen en het aanslagen plegen voorlopig als contraproductief wordt gezien, is de nieuw trend die van Tariq Ramadan: poeslief infiltreren in de Westerse samenleving, maar intussen wel blijven dram-eisen – (hoofddoekjes bij de politie; in het algemeen: sekse-apartheid annex halalisering) – en intussen onderhuids voortdurend de dreiging van geweld handhaven, zoals dat ook weer gebeurde in de kwestie van de tentoonstelling van het Haagse gemeentemuseum. De islam heeft zelfs officiële namen voor die politiek van misleiding die me nu even niet te binnen schieten.

Wat betreft hoofddoeken. Ik woon al dertig jaar in de betreffende “oude wijken” en ik heb nog nooit meegemaakt dat moslima’s daarom “uitgescholden” werden. Als dat al zou gebeuren, dan nog zou het niet de intens agressieve lading hebben die het “hoer” schelden van Marokkaanse “jongens” heeft. Dan zou dat “schelden” gebeuren door oudere autochtonen, vermoed ik, van wie geen fysiek geweld te duchten valt en wier “schelden” vermoedelijk nogal mee zou vallen. Voorts is kritiek op die hoofddoek zeer terecht, want het is een symbool van 1400 jaar anti-humane, seksistische theorie en praktijk. Ayaan wijst erop dat de hoofddoek in Nederland zeer populair begon te worden toen in Algerije het hals-afsnijden van vrouwen die er geen droegen op zijn hoogtepunt was. Waarom daar niets over gezegd, Kleijwegt?

Wat betreft “geloei uit de zaal” en “onverholen agressie”. Het geloei uit de zaal was mild en van een typisch Hollandse soort die mij geen moment verontrustte. Ongeveer zoals stemmen van opgewonden Hollandse jongeren mij zelden of nooit verontrusten waneer ze langs mijn raam passeren en me opschrikken, maar zoals stemmen van de bekende “jongens” altijd rechtsreeks onaangenaam mijn maagstreek ingaan. Waar Kleijwegt het wél over had moeten hebben: op een gegeven moment kwamen er een stelletje hoofddoeken en opgeschoren nekken binnen – er was ook een jurk bij, geloof ik – die zich rechts vooraan in de zaal posteerden. Die extremisten loeiden inderdaad niet, maar verontrustend waren ze wel. Niet opgemerkt, professor Kleijwegt?

De heer Dick Pels, een geleerde met een voorkeur voor bewerkte cowboylaarsjes met spitse punten, wordt door madame Kleijwegt wél geheel serieus genomen. Zijn infantiele vergelijking van het Nederlandse “nationalisme” en “populisme” met de islam mag hij van haar nog eens uit de doeken doen. Anders dan in de NRC van zaterdag 3 november 2007 laat Pels deze keer na om te suggereren dat Paul Scheffer een nazistisch getint herlevend nationalisme in de kaart zou spelen. Als freule Kleijwegt nou eens uitgelegd had dat je toch wel Makkiaans van de pot gerukt moet zijn om het protest tegen een islam, die volgens sommigen het islamofascisme onvermijdelijk latent in zich draagt (Delcambre), een islam waarvan heden en geschiedenis . . . . . . enfin wat klets ik ook tegen dit soort totale onbenullen.

Ik heb overigens, juffie Kleijwegt, een analyse klaar liggen van dat zwakzinnige zwatelstuk uit de NRC van Pels. Stuur ik geeneens naar de ingebeelde krant die in werkelijkheid steeds meer een provinciaal sufferdje is geworden. Plaatsen ze nooit. Komt natuurlijk door mijn gebrek aan kwaliteit. Ach ja, webloggers. Ik heb trouwens ook nog een paar stukkies liggen waarin vrij recente deftig-domme “hoofdredactionele” commentaren van Vrij Nederland neergesabeld worden. Stukkies plus mijn commentaar durf ik zo naast elkaar aan elke openbaarheid prijs te geven. Mag iedereen vrij beoordelen waar de kwaliteit zit. Maar geplaatst hebben jullie het bij VN niet. Daar hebben ze liever pracht-stukken van Margalith Kleijwegt.

Wat totaal ontbreekt: enig besef bij Kleijwegt of erkenning van de soms superieure kwaliteit van de stukken vooral van “Willem de Zwijger” op “De Zwijger Spreekt!”, maar ook op Hoeiboei. Zelfs Kleijwegt kan toch niet zo dom zijn dat ze dat niet heeft opgemerkt? Het moet dus pure kwaadwillendheid zijn.

Zal ik het maar afsluiten? U hebt het in uw stukkie, vrouwtje Kleijwegt, nog al eens over “zegje doen”. Wat comfortabeltjes toch, uit het mondje van iemand die al een half leventje een vast plekje heeft voor de eigen zegjes. En wat voor zegjes! Wij zijn in elk geval voorgoed uitgepraat.

Martien Pennings  (Leo Sar)

___________________________

Bovenstaand stuk verscheen oorspronkelijk op “Het Vrije Volk” en werd op 14 december 2007 door “Keesje Maduraatje” overgenomen op zijn weblog en hij schreef er de volgende inleiding bij:

“Vrij Nederland heeft de Boze Bloggers ontdekt. Deze keer worden de anti-islam-bloggers niet als extreem-rechts gebrandmerkt (zoals NRC dat probeerde), maar wel als wereldvreemde, werkloze en vooral fanatieke outsiders. Toch dringt de vraag zich op: voelen de Gevestigde Media eindelijk nattigheid? Martien Pennings dient Margalith Kleijwegt van repliek.”

 

Advertenties