gutmensch unwort des JahresDoor: Martien Pennings

Laten we geleerd beginnen, namelijk met Max Weber (1864 – 1920) en zijn “Idealtyp”, dus met het tekenen van een fenomeen dat in het echt misschien niet zo strak bestaat als de schematische schets suggereert, maar als sjabloon toch zeer helpt bij het in de realiteit vinden van clusters van verschijnselen die veel weg hebben van het geschetste “Idealtyp”.

Ik ga nu zo’n “Idealtyp” tekenen, de karaktertrekken ervan noemen, maar ik heb verschrikkelijke moeite met het vinden van een korte en aansprekende naam ervoor. Het is tenslotte, na veel piekeren, lichtjes ingewikkeld geworden. Ik kwam uit op: een BMW-er. De letters staan hier niet voor Bayerische Motor-Werke, maar voor:Bring-it-on*Multikulklutsende*Wenkbrauwfronser*.

Ik zei het al: dit behoeft uitleg.

We beginnen met de eerste letter, de B van Bring-it-on! Deze Engels-Amerikaanse uitdrukking betekent zoveel als “kom maar eens op met die handel!” Het aangebrachte kan iets feestelijks zijn, waarvan de spreker van plan is zéér te gaan genieten, of ook wel een inkomende vijandelijke actie die de spreker van plan is met fiere kracht te weerstaan. De BMW-er (m/v) is een postmodern type dat in de Atlantische wereld, maar vooral in Europa, de sleutelposities bezet in media, academia, politiek, burocratie en rechterlijke macht. Ik heb het wel eens een Orwelliaans conglomeraat genoemd.

Dit type schrijft kwakkeliteits-kranten vol (nee, geen spelfout), bevolkt in overgrote meerderheid treurbuis-fora als het over maatschappij & cultuur gaat, bezet de meerderheid van de academische katheders  en is virulent in de politiek. Sinds de jaren 1970 is de BMW-er in de hele Westerse wereld bezig de kritiek te verstikken op het totalitaire, agressieve  en antihumane karakter van het Mohammedanisme. Dat doet men voornamelijk door passief te blijven. Men beperkt zich tot het blind en doof blijven voor de karrevrachten aan bewijzen en  argumenten dat de islam al 1400 jaar een totalitair en inhumaan systeem is dat een “real and present danger” voor de Beschaving van het Westen vormt. Men gaat er eenvoudigweg niet op in en probeert de aanbrengers van de karrevrachten verdacht te maken. Dat brengt ons zodadelijk bij de W. Maar eerst de M natuurlijk.

In de M van Multikulklutsend probeer ik zowel het flauwekul-element als het vage-soep-karakter van de postmoderne Bring-it-on!-roeper te vangen. Men neuzelt wat over veelkleurigheid en diversiteit, waarbij nooit nagelaten wordt het voordeel te benoemen van opwindend vreemd voedsel in exotische restaurantjes. Verder wordt de eigen positieve instelling van de BMW-er benadrukt.  Ik heb het voorbeeld al vaker genoemd omdat het zo treffend is: als Femke Halsema met ogen vol stralende verontwaardiging naar voren komt, zegt ze altijd hetzelfde: “Ik ben Femke Halsema en ik ben een Goed Mens! Waar zijn de racisten en milieu-bedervers!” Femke laat ons haar binnenwereld zien, over de buitenwereld gaat het niet, want daar komt ze nooit. Mutatis mutandis geldt overigens hetzelfde voor de pratende kunstkwast Alexander Pechtold.

Deze postmodernen tooien zich met twee termen die door het Stalinisme zijn uitgevonden om naïeve liberalen en sociaal-democraten voor hun karretje te spannen: “politiek-correct” en “progressief”. Ze worden ook wel cultuur-relativisten of deconstructivisten genoemd. Allemaal termen voor een wetenschapsgeloof – ja, de paradox is bedoeld  – dat zegt dat de waarheid niet bestaat, voortdurend in flux is en dat het Grote Verhaal van de Blanke Man en de Westerse Beschaving ook maar één verhaal is tussen vele andere, gelijkwaardige verhalen. Consequent doorgevoerd heeft deze zienswijze tot gevolg dat de cultuur der koppensnellers als evenwaardig wordt beschouwd aan die van de Renaissance in Italië, een peniskoker als een soort bolhoed en het Mohammedanisme als een soort Christendom.

We gaan over tot de W van wenkbrauwfronser. De BMW-ers volstaat dus met passief ontkennen, de critici van de islam verdacht maken en hen voortdurend uitdagen om dossiers aan te slepen met “bewijzen” dat de islam géén soort christendom is. Zij leunen achterover in hun zetels, kijken de critici arrogant en sceptisch aan, laten hen onderhuids voelen hen van racisme te verdenken en volstaan verder dus met die kreet: “Bring it on!” Bedoelende, nogmaals, het aanslepen van de dossiers en het telkens weer schetsen van een enorm verhaal met talloze voorbeelden. De islam een anti-humane en totalitaire ideologie van 1400 jaar oud? Bewijs maar eens! West-Europa islamiseert? Tover het mij voor ogen!

Als de islam-criticus dat probeert en opnieuw de moeite neemt zijn ongerustheid over het Mohammedanisme te adstrueren met een verhaal, dan brengt de ontkennende en passieve BMW-er het verwijt in stelling dat de islam-criticus “generaliseert”. Daarbij vergeet de BMW-er dat abstract denken zonder generalisaties onmogelijk is. Misschien is dit verbod op “generaliseren”, dat de BMW-ers vooral anderen opleggen en zelf volstrekt gedachtenloos en irrationeel doen,  een verklaring voor het feit dat de BMW-ers niet meer kunnen denken. Als ze zelf generaliseren doen ze dat op hun foute instincten en zonder het te beseffen, maar een onderbouwde generalisatie die hen niet bevalt wil er niet bij ze in.

De wenkbrauwfrons staat dus voor een domme betuttelhouding – u generaliseert! –  en tegelijk wordt de verontwaardiging en emotie die nog wel eens in het verhaal van de islamcriticus wil sluipen moreel afgekeurd. Niet alleen de wenkbrauw kan omhoog gaan, maar ook de mond kan ter versterking afkeurend getuit kan worden,  zoals Hans van den Broek en Dries van Agt heel mooi kunnen. In de afkeuring wordt meestal ook de suggestie gelegd dat de islamcriticus niet alleen een opgewonden standje, een heethoofd en een alarmist is, maar ook een racist.

Deze houding kan natuurlijk in tekst tot uiting gebracht worden, verbaal voor radio, of verbaal en met miniek voor tv. De BMW-er heeft daarbij vaak het voordeel  tot het establishment te behoren. De islamcriticus daarentegen is niet zelden een enigszins gemarginaliseerde figuur, slachtoffer van een informeel beroepsverbod dat vooral in Europa heeft gezorgd dat er de facto nog maar één geluid gehoord werd en gehoord mocht worden, dat van de BMW-ers. In de laatste decennia heeft zich namelijk, via informele coöptatie en informele uitsluiting – ik benadruk het graag nog eens – een  Orwelliaans conglomeraat genesteld op alle maatschappelijke sleutelposities, zowel  in Nederland als in België. In academia, media, justitia, bureaucratie en politiek heeft een quasi-links establishement sinds de jaren 1960  de “mars door de instituties” succesvol voltooid en zich een air van morele superioriteit aangemeten.

Samengevat: de islamofiele partij der BMW-ers  heeft de macht en volstaat met arrogant achteroverleunen, “racisme” bij de tegenpartij suggereren, de dossiers aan laten slepen en eisen dat daarin niet “gegeneraliseerd” wordt.

Blijft er nog één thema over. Wat is de psychologie achter de houding van de BMW-er? Een veelheid van mogelijke motieven dient zich aan. Aan het allereerste begin staat in mijn ervaring het narcisme-hedonisme. De BMW-er wil niet geconfronteerd worden met moeilijke verhalen, die ook nog eens een onprettige boodschap bevatten over de multiflauwekul waarin hij of zij comfortabel ronddobbert.

Dit narcistisch hedonisme is een aspect van de inferieure morele en intellectuele kwaliteit van de BMW-er. Hij of zij is namelijk geen echte hoogvlieger in de Westerse maatschappij en heeft een psychologische uitweg gevonden: de Westerse maatschappij afschilderen als altijd-al-slecht-geweest en tegelijk, in een en dezelfde beweging, zichzelf met die kritiek als moreel superieur etaleren. Op deze manier is men niet wat men is, namelijk gewóón of zelfs iets minder dan gewoon, maar béter dan een ander. Men gaat, zoals mijn vriend Roelf-Jan dat zo treffend zegt, “op een moreel krukje staan” en verkláárt zichzelf simpelweg tot het neusje van de kritische zalm.

Wie zich tenslotte  afvraagt hoe het komt dat deze moreel-intellectueel inferieuren zich toch in alle belangrijke maatschappelijke niches hebben gevestigd, kan ik alleen via mijn grootmoeder  antwoorden. Toen ik een kind was hoorde ik haar vaak zeggen: “Schuim komt altijd bovendrijven.” Naarmate ik ouder word, begin ik steeds meer te vermoeden dat die uitspraak he-le-máál niet “te kort door de bocht” was.
_________________________
Dit stuk verscheen februari 2009 op de site van Joost Niemöller, maar sinds die site ooit gehacked werd, is het verdwenen.

Advertenties