Ger Groot schreef een fors, dom en fout opstel over Joden en moslims. Het staat in Letter & Geest van 10 oktober 2009 . Bij eerste lezing valt die domme foutheid niet op. Het lijkt op het eerste gezicht een diepgravend en subtiel stuk. Vrienden van mij zeggen Ger Groot wel te kennen. Zelfs persoonlijk. Ik ken Ger Groot niet. Nooit van gehoord, nooit iets van gelezen. “Filosoof en publicist”, meldt Trouw bij het artikel.  Ik  begon hem dus blanco te lezen, wil ik maar zeggen. Het opstel van Ger Groot gaat over ’Ghetto’, een toneelstuk van Herman Heijermans van honderd jaar geleden. “Het Toneel Speelt” brengt het dezer dagen weer op de planken en over het voetlicht. Ze vinden het waarschijnlijk “maatschappelijk relevant”, zoals dat in de jaren 1970 heette.

Ger Groot vat de plot netjes samen:

“Een aantrekkelijke jongen is verliefd op het dienstmeisje van zijn vader, zij is in verwachting. Ze willen dolgraag trouwen. Hun liefde zal alle barrières overwinnen. En die zijn er vele. De vader wil er niet van horen en hij heeft het gelijk van traditie, stand en geloof aan zijn zijde. Het milieu waartoe de jongen behoort ziet zijn leden niet graag trouwen met een buitenstaander van een ander geloof. Het heeft al helemaal geen fiducie in moderne fratsen als vrije huwelijkskeuze, waarbij het oordeel van ouders en familie niet meer meetelt. Een passende bruid is voor de jongen snel gearrangeerd. Het zwangere dienstmeisje zal met wat geld worden afgekocht. Zo is het voor iedereen het beste.”

Ik heb een vriend, een echte kosmopoliet natuurlijk, anders was-ie mijn vriend niet, die zijn twee dochters van momenteel tegen de twintig, altijd . . . eh . . . kosmopolitisch heeft opgevoed. Hij heeft de twee heterofiele meisjes slechts één ding vanaf hun pubertijd ingepeperd: als je ooit met een vent thuis komt uit het islamitische “cultuur”-gebied, breek ik allebei je poten en vervolgens spring ik van het dak van het Hilton. Men kan hieruit aflezen dat de problematiek van 1890 nog steeds leeft, dat hebben de literaire cultuur-subsidie-jongens van “Het Toneel Speelt” goed gezien. Absoluut maatschappelijk relevant.

Ger Groot ziet die maatschappelijke relevantie ook, maar dan anders. Hij zegt over het stuk van Heijermans :

“Dit zijn niet de ingrediënten van een hedendaags immigrantendrama vol hoofddoekjes en koranverzen.”

Die au-dessus-de-la-mêlée-toon houdt Groot zijn hele lange opstel vast. Vele zinnen van Groot zeggen impliciet: ach zie toch die islam-bashers zich druk maken om het menselijk tekort, terwijl het een problematiek van alle tijden is die nu toevallig gepaard gaat met hoofddoekjes en koranverzen.

Ja, schattig. Groot zingt een mooi naïef sopraantje in het koor dat alsmaar hetzelfde onschuldliedje over de islam zingt. Alsmaar wordt die ideologie verharmlost die al 1400 jaar een spoor van massamoord, racisme, vrouwenhaat en geestelijke terreur door de wereld trekt.

Nóg maar een keer dus, al zullen de aanhangers van het “cultuur-relativisme” het waarschijnlijk nooit meer leren: je hebt honderdduizenden idealistische nazi’s gehad, miljoenen goedbedoelende communisten, maar het nazisme en het communisme waren in de praktijk gruwelsystemen. Kan je het communisme nog ten goede houden dat althans de oorspronkelijke theorie humaan was, de islam heeft ook in de theorie niks fatsoenlijks te bieden. Absolute nestor van de islamografie Bernard Lewis nog maar een keer: “Er zijn gematigde moslims, maar de islam is niet gematigd.” En nóg een keer Bernard Lewis, onlangs in de nieuwste internet-voorlichtingsfilm “The Third Jihad”. De negentig-jarige werd gevraagd of hij een kort advies had aan het Westen inzake de islam. “Ja, twee woorden”, zei Lewis: “word wakker”.

Waar waren we? Oh, ja bij Ger Groot en “een hedendaags immigrantendrama vol hoofddoekjes en koranverzen”. Ik raad iedereen aan het stuk van Groot te lezen. En dan te letten op passages als deze :

“Kort voor de première had de Amsterdamse opperrabbijn Dünner zich publiekelijk zorgen gemaakt over de teloorgang van het Joodse leven in Nederland. Was integratie wel zo’n goed idee? Zou de Joodse identiteit niet steeds verder verwateren? Misschien deden de Joden er beter aan zich terug te trekken in een eigen zuil.”

Ziet u wel, lezer? Die Joodse problematiek van toen, door Heijermans in zijn stuk behandeld, is dezelfde als de islamitische van nu. En Groot’s stiekeme bedoeling is de boodschap over te dragen dat de moslims de Joden van nu zijn. Dat is echter een perverse suggestie. Want Joden hebben niet een agressieve en bloeddorstige ideologie en geschiedenis. De Joden zijn altijd het slachtoffer geweest, vooral van de islam, die een heel eigen traditie van moorddadige Jodenhaat heeft, een traditie waarin ze in de jaren dertig, via hun Moefti van Jerusalem, samenwerkend met Hitler, het Nazistische anti-semitisme naadloos geïncorporeerd hebben. Wie deze historische opname van het nazi-antisemitisme in de eigen anti-semitische traditie van de islam handzaam kort uiteengezet wil zien, moet de afscheidsrede uit 2006 van Pieter van der Horst lezen. Dat is de rede die — in een aanval op een fundament van de Westerse Beschaving , namelijk het vrije Academische Woord – werd gecensureerd door de toenmalige magnifieke rector van de Universiteit Utrecht, Willem Hendrik Gispen. Die was namelijk bezig geld binnen te halen, misschien ook wel uit Saoedie-Arabië en de Golfstaten, om de nieuwe afdeling islam-propaganda van zijn universiteit te bekostigen De rede is in zijn geheel uitgegeven door het CIDI bij de uitgeverij Aspekt onder de titel “De Mythe van het Joods Kannibalisme”.

De hoofdpersoon uit het toneelstuk van Heijermans, de vader die zijn zoon verbiedt met het christelijke meisje te trouwen, heet Sachel, en is een ouwe cliché-Jood: wantrouwend, bot en gierig. Het thema van het toneelstuk, dat zal duidelijk zijn, is bekrompen traditionalisme contra jeugdige liefde die alles denkt te kunnen overwinnen. Wij worden door Ger Groot echter impliciet en expliciet verzocht er veel meer in te zien. En dat is ongetwijfeld heel erg ook de bedoeling van “Het Toneel Speelt” en de subsidie-gevers van het gezelschap. Zo moeten we van Groot niet alleen erkennen dat we allemaal liefst redelijk en humaan en toch ook romantisch zijn en het liefdespaar Rafaël (de rijke Joodse jongen) en het christelijk e arme meisje (Rose) hun liefde zouden gunnen, maar we moeten ook toegeven dat Sachel ons tegen de borst stuit. Ik vind het prima en ik wil tot zover best met Groot meegaan. Maar ik heb geen behoefte aan het impliciete lesje “moslims zijn de moderne Joden”, want dat is een smerige leugen. De moderne Joden zijn gewoon wéér de Joden, vooral in Israël, waar ze door de islam al zestig jaar geterroriseerd worden.

Ik heb vooral geen behoefte aan het volgend soort foute gelul:

“Niet voor niets wordt de rol van Rafaël in de nieuwe productie van het stuk gespeeld door een Nederlander van Marokkaanse afkomst. Maar om dezelfde reden biedt het treurspel ook hoop. Wat ooit tussen Joden en christenen is goed gekomen, zal dat vermoedelijk ook tussen moslims en westerlingen wel doen. In de praktijk blijkt het leven van lief en leed nu eenmaal sterker dan het religieuze dogma of het maatschappelijke taboe. Kon Heijermans alleen nog maar hopen, wij hebben gronden voor onze hoop.”

Ja, maar die hoop zou ik niet extrapoleren naar de islam. Je moet toch wel verrekte naïef en totaal ongeïnformeerd zijn om vanuit het Jodendom naar de islam te redeneren. En een Marokkaan die de Jood speelt! Hoe smaakvol! Hoe multikul! Ik bedoel: in een tijd waarin in de hele islamitische wereld, dus ook in Marokko en dus ook in de Marokkaanse gemeenschappen in West-Europa, dus ook die in Nederland, het antisemitisme steeds openlijker wordt en Joden steeds openlijker geschoffeerd worden. Verder zou Groot mij eens moeten uitleggen waarop ooit in de 1400 jaar geschiedenis die maffia-macho-mannetjes-ideologie van de mythische Mohammed andere “hoop” heeft gegeven dan: je agressie uitleven, martelen, moorden, verkrachten, slaven maken, buit veroveren, landen bezetten, culturen uitzuigen en langzaam doodknijpen, vrouwen misbruiken en vernederen. De islam geeft geen hoop, is onhervormbaar, heeft geen enkele humane kern rond welke iets fatsoenlijks gebouwd kan worden. De islam kan je alleen in zijn geheel bij het grof-vuil zetten en nooit meer omkijken.

Groot maakt wel nog een eigen een aantekening bij die “hoop” op het lief-worden van de islam. Hij zegt:

“Toch is dit niet de hele waarheid. Want die tolerantie en dat begrip zijn de wrange vruchten van een van de grootste misdaden van de twintigste eeuw. Ze wortelen in de schuld die Europa tegenover de Joden leerde voelen. Tussen ’Ghetto’ en nu zitten de Tweede Wereldoorlog en de Endlösung. Pas door de onmetelijkheid van haar misdaad kon Europa de Joden zien als de slachtoffers van haar eeuwenoude haat.”

Dat is wéér gelul en wel op een paar niveaus. Ik, om maar eens iemand te noemen, voel mij helemaal niet schuldig tegenover de Joden. Maar wel ben ik als kind ooit ten diepste geschokt door een onverwachte confrontatie met foto’s uit Auschwitz. Ik was zo geschokt dat ik er geschiedenis van ben gaan studeren. Jodenhaat heb ik door die studie niet leren begrijpen, maar ik heb hem wel leren aanwijzen. Hij zit in die irrationele islamofilie bijvoorbeeld die onze hele Westerse cultuur doortrekt, en waar Groot ook weer blijk van geeft, die tolerantie voor het ontolereerbare, en het verraad die islamofielen opnieuw aan aan het plegen zijn jegens de Joden. Israël wordt elke dag massaal door een Westerse quasi-elite verraden ten faveure van een openlijk genocidale “cultuur” die in zijn geheel druipt van de Jodenhaat, omdat ze er in Islamië alsmaar niet in slagen te beseffen dat het hun eigen “cultuur” is, die zo ongelukkig, achterlijk en agressief maakt. Lees eens de islamvisie van Marcel Kurpershoek, onze huidige ambassadeur in Turkije Kurpershoek was voordien ambassadeur te Saoedie-Arabië en Pakistan en weet er dus wat van. Zijn beste opstel heet “Uitpakken” (december, 2003) en is opgenomen in zijn boekje “De Tragopan van Kohistan”. De vrouw van Kurpershoek, Betsy Udink heeft over het lijden van de vrouw in Pakistan geschreven onder de titel “Allah en Eva.

Ik zal hier de mooie samenvatting citeren die Martin Sommer ooit van het opstel van Kurpershoek in de Volkskrant gaf:

“Veel maatschappelijke problemen in de moslimwereld hebben direct te maken met het geloof. Het idee dat de islam volmaakt is, hield veel modernisering en verandering tegen. De letterlijke lezing van de koran maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk, de discriminatie van vrouwen en (geloofs-) minderheden aan te pakken. Maar ondanks de achterstand op de westerse wereld blijft de islam in de ogen van de orthodoxie de pil voor alle kwalen. Wanneer er iets misgaat, is de islam niet goed toegepast, en de gevolgtrekking is dan ook altijd dat de islam zuiverder moet worden nagevolgd. Zodra er ergens een islamitisch bewind komt, verdwijnen reclameborden van de straat, gaan de vrouwen gesluierd, wordt de alcohol afgeschaft en krijgen de mollahs vrij baan. Dat helpt natuurlijk allemaal niet, waarna een volgende ronde wordt ingezet van nog meer zuiverheid. De onontkoombaarheid van de politieke islam wordt nog versterkt door twee ideeën, de overwinning en het martelaarschap. Je zou hier bijna spreken van klassieke dialectiek: hoe dan ook, de islam zal uiteindelijk zegevieren. En omdat het martelaarschap het hoogst haalbare is voor een gelovige, draagt elke nederlaag automatisch óók bij aan de overwinning. Zo wordt armoede rijkdom, achterlijkheid wetenschap, discriminatie rechtvaardigheid, wreedheid erbarmen, en uiteindelijk wordt waanzin verstand. Deze ideeën worden door vele miljoenen aangehangen, en hebben door Bin Laden nog een extra impuls gekregen.”

Er is ook voor kenner-bij-uitstek Kurpershoek voor de islam geen enkele hoop, behalve die van steeds grotere ellende voor steeds meer mensen. Kurpershoek, na gereleveerd te hebben dat we in het Westen flink last hebben van de islam, in zijn slotzin: “Maar vergeleken met de beproevingen die Allah zijn volgelingen oplegt is het weinig.”

Weer terug naar Gert Groot. Het verharmlosen van de islam krijgt bij hem nog een andere vorm. Deze:

“Is het de godsdienst – zo vaak aangewezen als de bron van alle kwaad – die Sachel gemaakt heeft tot wie hij is? Alleen een oppervlakkige toeschouwer zou dat kunnen denken. Want eigenlijk doet de religie, als een reeks absolute waarheden, er voor Sachel niet zo heel veel toe. Ze is louter op rituele wijze aanwezig: als een verzameling gewoonten en gebruiken die het leven versieren en vorm geven – theologie of zelfs ’Gods wil’ komen niet ter sprake. Godsdienst is een levensvorm, geen doctrine. Maar daarmee drukt hij wel de kern van het leven uit, die ligt in de herinnering aan het verleden waarin ieders wezen geworteld is. Wie dat loochent, valt uit het bestaan en wordt stuurloos, want verliest zijn identiteit.””

Natuurlijk, het gaat schijnbaar weer over het Jodendom, maar door de context van het hele stuk worden we door Groot wel verzocht een diep gevoel van begrip op te brengen – kern van het leven! wezen geworteld! – voor het hardnekkig vasthouden aan het Mohammedanisme door immigranten. Hij komt tot dezelfde conclusie als Job Cohen ooit in een walgelijk artikel in Trouw van 12 september 2006, dus een dag nadat we herdacht hadden hoe “religie” weer eens een bloedbad had aangericht. Daarin zei Cohen dat de Westerse maatschappij stuurloos is en hij raadde de islam als geestelijke remedie aan. Die vent is echt levensgevaarlijk en hartstikke gek. Cohen schrijft zijn opinie-stukken en speeches niet zelf, heb ik begrepen, maar degene die ze wel voor hem schrijft heeft absoluut grote plannen met de islam in Nederland. De laatste toespraak van Cohen bij de Auschwitz-herdenking wees ook al niet in de richting van normaliteit. Daar hield hij een toespraakje dat schandelijk van bloedeloosheid en politiek-correcte lafheid was. Hij zei bijvoorbeeld dat oorlog gruwelijk is omdat die erin bestaat dat mannen met “geweren” op andere mannen met “geweren” schieten. Hij intoneerde dichterlijk. Het was tenenkrommend. Ik stond erbij en luisterde ernaar. Steeds dezelfde speech-schrijver waarschijnlijk, zowel bij dat idiote stuk uit 2006, bij de laatste Auschwitzherdenking en nu Cohen in de Volkskrant islam-pusher John Esposito als goeroe aanbeveelt. Dat Volkskrant-stuk van Cohen is trouwens een weergave van een speech die hij hield bij een conferentie van 14 oktober In Leiden. John Esposito? Ja , dat is de man die in Amerika probeert het Westen in slaap te houden tot de islam sterk genoeg is om echt toe te slaan. Geen grotere leugenaar, charlatan en collaborateur met het kwaad dat islam heet dan John Esposito in heel Amerika. Vraag het eens aan Daniel Pipes. En Hamas-liefje Anja Meulenbelt, altijd al geilend op het totalitair-wrede, schijnt op haar webstek enthousiast gereageerd te hebben op Cohen’s aanschurken tegen Esposito.

Een goede bekende mailde me over bovengenoemde conferentie in Leiden:

“Die conferentie was van de meest slinkse politiek-correcte opzet , met Cohen, De Hoop Scheffer en Dalia Mogahed, Maurits Berger etcetera. Een dag die bol stond van de eenzijdigheid, islamisering op kosten van de belastingbetaler, ons door de NWO door de strot geduwd. Het tegengeluid ontbrak geheel en bewust! Met het boek in de Nederlandse vertaling van Dalia Mogawed en John Esposito, “Wie spreekt namens de islam” en dat is het summum van islamiserings-gif. Dalia was er als islamadviseur van Mohbama, deze dag was de start van LUCIS, met ons belastinggeld betaald nieuw islamiseringsinstituut. Dit is in weinig of geen media te vernemen, tot mijn verbijstering. Hoe lukt het ze toch, om dit nieuws te marginaliseren, terwijl het strategisch is ?”

Ja, hoe blijft het de islamiseerders en zelf-islamiseerders toch lukken? Hoe komt iemand die meewerkt aan een krankzinnig WRR-rapport dat openlijk propaganda voor de islam maakt en die een boekje op zijn naam heeft staan getiteld “Islam onder mijn huid”, de narcistische gek Maurits Berger dus, daarna toch nog als hoogleraar terecht op de leerstoel islamologie van diezelfde Universiteit Leiden? Ik zou zeggen: subsidie, subsidie, subsidie en het bezet houden van alle culturele sleutelposities waar die subsidies vergeven worden. Ik heb van dichtbij gezien hoe iemand een omroep probeerde te interesseren voor een islamkritische documentaire-serie. Dat gaat hem niet lukken. Er heerst in Nederland een informeel beroepsverbod en een klimaat van uitsluiting. De beste islamkriticus die Nederland heeft, Arabist Hans Jansen, krijgt weinig tot geen ruimte in de kwakkeliteitskranten, en publiceert op een weblog als Hoeiboei. Bij de NRC drukken ze liever een foute charlatan af als Michiel Leezenberg. De pogingen Geert Wilders te isoleren zijn het topje van een ijsberg-van-cultuur die maar één ding wil: het Mohammedanisme voorstellen als best-óók-wel-mooi en het nieuwe antisemitisme plus de haat tegen Israël als best-wel-begrijpelijk. Vraag me niet waarom het zo is, maar het is zo.

Goed, weer terug naar Ger Groot, die zijn bescheiden bijdrage levert aan deze cultuur van verraad en uitsluiting. Het gaat Groot in dit opstel, schreef een vriend me “over de psychologie van het religieuze, niet over de politiek van een bepaalde religie”. Maar dat lijkt me een verwaarloosbaar onderscheid bij een totalitaire ideologie als de islam, die op vier hoofdpunten – Uebermenschenleerstuk, Jodenhaat, oorlogsverheerlijking en vrouwverdierlijking – geheel parallel loopt met het Nazisme. Niet alleen verzoekt Groot ons impliciet daders en slachtoffers te verwisselen, dus moslims in de Joden te zien en vervolgens die moslimidentiteit als een niet uit te wissen oer-identiteit op te vatten, maar we moeten ook snappen dat we zelf ook zijn als die ouwe cliché-Jood , die Sachel. Eigenlijk, zo is de boodschap, zijn wij allemaal hetzelfde als die moslim die hardnekkig blijft vasthouden aan een achterlijke roof-en-moord-religie. Gert Groot:

“Dergelijke onverzettelijkheid is niet te flexibiliseren. Je zou dat het religieuze restbestand van de moderne tijd kunnen noemen, als we ’religie’ opvatten als de kern van wat zich tegen elke manipuleerbaarheid verzet: het gewicht van het verleden, de onontkoombaarheid van wat wij zijn. Onbegrijpelijk en onhandelbaar is het; het valt niet weg te redeneren en ligt ons daarom altijd een beetje als een steen op de maag. Eigenlijk zou het niet zo moeten zijn – zo vinden wij, modernen – maar uiteindelijk kunnen ook wij ons er niet aan onttrekken, op straffe van het verlies van ons diepste zelf.”

Ach ja, het diepste zelf. Ik zie direct Hans van den Broek, ex-minister van Buitenlandse zaken voor mijn geestesoog verschijnen. Neen, niet toen hij bij Paul Witteman in 1987 in de uitzending inbrak om te vertellen dat we Ayatollah Khomeiny niet moesten beledigen met een stukje cabaret van Rudi Carell , maar toen hij als minister van staat “Fitna” wilde verbieden en in Buitenhof het mondje tuitte, het hoofdje schuin hield en de vingertoppen à la collega-Roomse-gluiperd Van Agt tegen elkaar zette, zeggende over de Profeet: “Maar als je gaat beledigen wat mensen ten diepste beweegt . . .” Dat diepste, daarmee bedoelde Van den Broek op dat moment het prachtvoorbeeld van de Profeet Mohammed. Tsja, als de levensloop van de Profeet “mensen” ten diepste beweegt, zou ik tegen kwezeltje Hansje zeggen, moeten die “mensen” de levensloop van die man eens lezen, liefst niet bij leugenaar Tariq Ramadan natuurlijk, en dan nog eens terug komen praten.

Dit “diepst onwrikbare” past natuurlijk precies in het straatje van de Gereformeerdheid, dus in dat van Trouw en blijkbaar van Ger Groot: de mens is geneigd tot alle kwaad en we hebben in de ouwe cliché-Jood, die eigenlijk de cliché-moslim is, eigenlijk het heerlijke oertype van de cliché-Calvinist. Een beetje anders maar toch hetzelfde. Allemaal lekker religieus, toch? En is het niet heerlijk romantisch-dramatisch-diepzinnig-tragisch dat zulks zo is? Het antwoord luidt: neen. De islam is al 1400 jaar de onverzoenlijke vijand van de Westerse cultuur, die weer het resultaat is van de wederzijdse doordringing van drie culturen: de Joodse, de Christelijke en die van de Verlichting. Vanuit die traditie hebben we op een gruwelijke geschiedenis de relatief humane maatschappij bevochten die we nu in het Westen hebben, een uniek en onherhaalbaar (!) resultaat, een maatschappij waarin we althans probéren naar de maatstaven van de Mensenrechten te leven. De islam daarentegen is een rovers-, maffia-, macho- en soldaten-ideologie, een totaal door de Arabische geest verwrongen en geperverteerd gedachtengoed waar hoogstens nog rudimentaire sporen zijn te vinden van de Joods-Christelijke traditie die de Arabieren totaal verkeerd begrepen en selectief geplunderd hebben. Het is een gedachtengoed waaraan elke waarachtige spiritualiteit vreemd is, een gesystematiseerde obsessie met wat mensen tussen hun benen hebben, een middel voor oude mannen om zoveel mogelijk jonge vrouwen te neuken, een . . . . . ach waarom val je eigenlijk niet allemáál dood, stelletje collaborerende gekken?

___________________________

Dit opstel verscheen voor het eerst op 17 oktober 2009 op de verdwenen site van Joost Niemöller

Advertenties