Eigenlijk was het mijn bedoeling om een korte tekst te schrijven over Israël die als pamflet bij manifestaties uitgedeeld zou kunnen worden. Maar dat is niet gelukt. Blijkbaar is mijn kennis nog niet voldoende uitgekristalliseerd om een dergelijk kort pamflet te kunnen schrijven. Misschien is die mate van kortheid in de kwestie Israël zelfs ueberhaupt onmogelijk. Als tussenstation heb ik geprobeerd het mijzelf nog maar eens in 15 pagina’s uit te leggen.

In dit stuk wordt “Palestijns” en “Palestijnen” consequent tussen aanhalingstekens gezet, omdat de “Palestijnen” een invented people zijn, een rond 1964 opportunistisch uitgevonden volk. Verzonnen om als wapen tegen Israël te kunnen dienen, om in de Koude Oorlog als pion door de Sovjet Unie gebruikt te kunnen worden en om de volkshaat in de Arabische dictaturen op Israël te kunnen blijven afleiden. Palestina gold in de islamitische wereld al eeuwen als een verwaarloosde uithoek van Syrië, waar Joden, Christenen en Arabische moslims woonden. Nergens wordt een “Palestijns volk” ooit genoemd: het is een historische propagandazwendel met Yasser Arafat als boegbeeld.

Daarentegen bestaan de Joden als volk wel degelijk. Sinds duizenden jaren hebben Joden onafgebroken in Palestina gewoond. Ook in de diaspora (vanaf 70 na Christus) zijn de Joden over de hele wereld geestelijk verbonden gebleven met Palestina en vooral met Jeruzalem. In de 19e eeuw zou dat materiële uitdrukking krijgen in de Zionistische beweging van Theodor Herzl. Over het Zionisme bestaan in de Joodse gemeenschap verschillende opvattingen, voor mij is Israël een symbool van de Joods-christelijk-verlichte traditie waarin ook de ervaring van de Tweede Wereldoorlog moreel is verwerkt.

De Arabieren hebben onder de vlag van de islam pas in 638 na Christus (!!!) Palestina bloedig aan het kromzwaard onderworpen. Als het doorslaggevende argument moet zijn “oorspronkelijke bevolking” dan winnen de Joden het ruimschoots. En als het doorslaggevende argument moet zijn “bloeddorstige kolonialen moeten weg” dan komen uitsluitend de Arabieren daarvoor in aanmerking. Want in de volgende 1300 jaar hebben de Joden onder bezetting geleefd. Ze waren op zijn best door islamitische heersers uitgebuite rechtelozen (“dhimmies”) en op zijn slechtst werden ze mishandeld en vermoord. Die islamitische heersers waren eerst Arabieren en later Turken (Ottomaanse Rijk). Al kregen sommige Joden door hun talenten hoge posities onder islamitische Arabieren en Turken, maar in onzekerheid en angst leefden ze ál die 1300 jaar. (1)

We hoeven dus over het recht van de Joden om in Palestina te leven helemaal niet zo formalistisch te zeuren. Dat gezeur gaat dan altijd over het gedoe tussen enerzijds Engeland – dat in 1920 per mandaat van de Volkenbond het bestuur over Palestina kreeg – en anderzijds Arabische “nationalistische” en machtsbeluste potentaten, die hun kans schoon zagen onder het Kalifaat der Ottomanen uit te komen. Doordat de Turken van het Ottomaanse Rijk op eigen initiatief (!) in 1914 de kant van de Duitsers kozen in de Eerste Wereldoorlog, hoorden ze bij de verliezende partij en kwam zo’n beetje het halve Midden-Oosten onder mandaat van Engeland en Frankrijk.

Gezeur over gedoe tussen Engeland en Arabische potentaten? Bijvoorbeeld over hoe kolonialistisch en stiekem het Sykes-Picot-verdrag (1916) wel niet was, waarbij Engeland en Frankrijk het Midden-Oosten onder elkaar verdeelden als het Ottomaanse Rijk eenmaal verslagen zou zijn. Over de status van de Balfour-verklaring (1917) een briefje van een Engelse minster van Buitenlandse zaken namens het Engelse kabinet aan een niet onbemiddelde Joodse Zionist, ene Rothschild, waarin stond dat Engeland welwillend stond tegenover de vestiging van een Joods tehuis in Palestina. Over hoeveel rechtskracht die Balfourverklaring wel of niet kreeg door de opname in het Volkenbondmandaat inzake Palestina aan Engeland. Over de Hoessein-McMahon-correspondentie en dus over de vraag of een bepaalde Arabische potentaat uit het huis der Hashemieten, namelijk Hoessein ibn-Ali (dood 1931) , in ruil voor zijn hulp bij het ondermijnen van het Ottomaanse Rijk middels het Arabisch nationalisme misschien te weinig heeft gekregen van de Engelsen. In elk geval kreeg zijn zoon Abdullah in 1923 “Trans-Jordanië”. Over die “Hashemieten” en “Trans-Jordanië” zodadelijk meer.

Formalistisch gezeur over gedoe tussen Engelsen en Arabieren staat dus helemaal los van het recht van de Joden om naar Palestina te emigreren: de Arabische moslims hebben in 638 een aanvalsoorlog op hen uitgevoerd – het zou niet de laatste zijn – hebben gemassamoord onder Christenen en Joden en vervolgens vooral de Joden gedurende 1300 jaar geterroriseerd en “gedhimmiseerd”. En wat deden de Joden toen ze in de 19e eeuw “terugkwamen” in Palestina? Wat Joden altijd doen als ze maar de kans krijgen: ze brachten welvaart, dynamiek, betere gezondheidszorg en een hogere levensverwachting in een Palestina dat, nogmaals, volgens alle ooggetuigenverslagen in de 19e eeuw tot dan toe een troosteloze uithoek van Syrië was dat weer viel onder het Ottomaanse Rijk.

Onder de Joden was door de eind 19e eeuw aanzwellende Jodenhaat, vooral in Oost-Europa, de Zionistische beweging steeds populairder geworden. Sinds 1880 migreerden steeds meer Joden naar Palestina. Wat er aan bloeiende aarde na 1880 ontstond was door de Joden voor duur geld gekocht en met eigen harde arbeid (moeras of rots of zand) in cultuur gebracht. Arabieren kwamen af op die bloei: degenen die nu “Palestijnen” worden genoemd zijn waarschijnlijk afstammelingen van Arabieren die later dan veel Joden in Palestina aankwamen.

Kortom: de islamitische Arabieren hebben de Joden 1300 jaar – vanaf de 7e eeuw tot de 20ste eeuw – vermoord, verdreven en onderdrukt en toen de Joden terugkwamen brachten ze aan de Arabische moslims humaniteit en welvaart. We zullen zien dat het antwoord van de Arabische moslims opnieuw bestond uit moord, verdrijving en onderdrukking.

Als we spreken over de vervolging van de Israëlische Joden door de “Palestijnse” maffia, en over de gebieden waar dat vooral plaats vond en vindt, is het handig één stuk terrein tevoren goed te definiëren. Namelijk het gebied tussen de rivier de Jordaan en de grens met Israël. Dat wordt in de “Palestijnse” propaganda sinds 1967 de “Westbank” genoemd. Dat is een kunstmatige en rare naam. Want dit gebied heet al duizenden jaren Samaria & Judea. Wie heeft er trouwens ooit een rivieroever gezien die 40 kilometer breed is? De Engelsen, tijdens hun mandaat in Palestina (1920-1948) hebben ook nog eens aan de verwarring bijgedragen. Zij gaven Samaria-Judea de naam “Cis-Jordanië” (= aan-deze-kant-van-de-Jordaan). En wat tegenwoordig Jordanië heet noemden de Engelsen “Trans-Jordanië” (= aan-de-andere-kant-van-de-Jordaan). Maar uit die drie namen Samaria-Judea, “Cis-Jordanië” en “Westbank” kiezen wij de enige echte: Samaria-Judea.

Het mandaatgebied waar Joden zich oorspronkelijk mochten vestigen – integrerend en zich mengend met de Arabische en al aanwezige Joodse bevolking – omvatte het tegenwoordige Israël, plus Samaria-Judea, plus het tegenwoordige Jordanië. Echter: de Joden hebben tenslotte als vestigingsgebied slechts 10 % van dat oorspronkelijke oppervlak overgehouden. Dat kwam mede omdat de Engelsen al meteen in 1922 aan een bepaalde Arabische heerser, Hoessein ibn-Ali (dood 1931) uit het koningshuis der “Hashemieten” het grootste deel van Palestina, 78%, weggaven. Dat stuk was Trans-Jordanië en dat is hetzelfde als het tegenwoordige Jordanië. Deze Hoessein ibn-Ali had namelijk de Engelsen in de Eerste Wereldoorlog geholpen tegen de Ottomanen en moest nu gecompenseerd worden voor een machtsgreep die de Saoedies hadden gepleegd op het Arabisch schiereiland. In 1923 kreeg Hoessein ibn-Ali’s zoon Adullah de troon. Er is dus al sinds 1922 een “Palestijnse” staat, Trans-Jordanië, die sinds 1950 Jordanië heet en die wordt geleid door een koningshuis dat eigenlijk thuishoort in Mekka en in Palestina niks te maken had.

De eigen Palestijns-Arabische “elite”onder leiding van de moefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini, heeft vanaf 1922, ideologisch geïnspireerd door islam, nazisme (!) en pan-Arabisme, de haat tegen de instromende Joden gewekt en met terreur – óók tegen de eigen bevolking – de massa der Palestijnse Arabieren achter zich gedwongen. Deze moefti heeft zeer nauw samengewerkt met de nazi-top, heeft op de Balkan speciale moslim-SS-troepen gevormd die daar uiterst moorddadig hebben huisgehouden, is persoonlijk verantwoordelijk voor de moord op vele duizenden Joden (waaronder duizenden kinderen) en werkte mee aan plannen om de Joden ook in Palestina te vergassen. Deze Arabische “elite” is 100% verantwoordelijk voor de oorlogssituatie tussen Joden en Arabieren die in de jaren 1930 in Palestina ontstond.

Nadat 78% van Palestina aan bovengenoemde Arabische potentaat Hoessein ibn-Ali was verkwanseld, besloten de Verenigde Naties in November 1947 de overgebleven 22% waar de Joden zich nog mochten vestigen, te weten het gebied tussen de Jordaan en de zee, nóg eens in tweeën te delen in een gebied (Israël) exclusief voor de Joden en een (Samaria-Judea) voor de Palestijnse Arabieren. Nu konden er eigenlijk twéé staten exclusief voor de Palestijnse Arabieren, dus twee “Palestijnse” staten komen: Samaria-Judea en het reeds sinds 1922 bestaande Trans-Jordanië, het tegenwoordige Jordanië. Maar de Arabieren weigerden in te stemmen met de door de VN voorgestelde tweedeling. Dát is de reden waarom de “Palestijnen” in Samaria-Judea geen tweede (!) eigen staat hebben gekregen. Door eigen beslissing: zij wilden alles hebben, misgunden de Joden zelfs die paar procent die nog voor ze overbleef en gingen voort met de burgeroorlog die al sinds 1922 langzaam in Palestina was aangezwollen.

De “elite”van de Palestijnse Arabieren heeft die burgeroorlog zeer bewust gewild en opgewekt, vanaf 1922 onder leiding van de moefti van Jeruzalem. Die “elite”, een islamitische maffia, was verantwoordelijk voor de “Arabische Opstand” in Palestina, in feite een terreurgolf tegen de Joden die van 1936 tot 1939 duurde. Diezelfde maffia heeft ook in 1948 de gewone Palestijnse Arabieren opgeroepen dan wel gedwongen hun dorpen te verlaten om ruim baan te maken voor de vijf binnenvallende Arabische legers (Saoedie-Arabië, Libanon, Irak, Trans-Jordanië, Syrië, Egypte) die een genocide op de Joden wilden plegen. Dáár ligt de oer-oorzaak van het “Palestijnse” vluchtelingenprobleem. Want de Joden zijn blijven doen wat ze al vanaf 1922 deden, namelijk proberen de gewone Palestijnse Arabieren te bewegen niet te vluchten en gelijkberechtigd zij aan zij met de Joden in Palestina te leven.

Op 16 mei 1948, dus twee dagen ná Israëls onafhankelijkheidsverklaring, terwijl de “elites” van vijf Arabische naties een genocidaal bedoelde aanval hadden losgelaten op de twee dagen oude Joodse staat, zond de officiële Israëlische radio de volgende verklaring uit in het Hebreeuws en Arabisch:

“Hoewel wij tot een woeste oorlog zijn gedwongen, behoren wij niet te vergeten, dat binnen onze grenzen leden van het Arabische volk de rechten behoren te genieten van burgers en dat de meesten deze oorlog haten. Wij moeten hun rechten op een gelijk niveau handhaven met die van alle burgers. Wij zien uit naar vrede en strekken onze hand uit om hun medewerking te verkrijgen bij het opbouwen van ons vaderland. Burgers, laat ons de integriteit van ons jonge vaderland handhaven.” (5)

Israël riep zijn onafhankelijkheid uit op 14 mei 1948. Er zijn vlak ná 14 mei 1948 meer Joden uit de Arabische landen weggejaagd (door Arabieren) dan Arabieren vóór 14 mei 1948 uit Israël (óók door Arabieren!). Als er Palestijnse Arabieren door Joden zouden zijn verjaagd, dan zou de wereldpers, die in veel gevallen anti-Zionistisch was, daar zeker uitgebreid melding van hebben gemaakt. Maar in de berichtgeving uit die tijd is daar geen spoor van te ontdekken. De Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen zijn geruisloos geïntegreerd in Israël, terwijl de Arabische vluchtelingen later “Palestijnen” werden en kunstmatig in hun vluchtelingenstatus zijn gehouden. Er zijn in elk geval niet meer dan 700.000 Palestijnse Arabieren gevlucht. Maar de Verenigde Nazi’s (2) claimen nu dat er bijna 5 miljoen “Palestijnse” vluchtelingen zouden zijn. Nog nooit ergens in de geschiedenis hebben kinderen en klein-kinderen van vluchtelingen óók de vluchtelingstatus gekregen. De enige uitzondering ooit ter wereld zijn deze “Palestijnen” en ze zouden ook nog het recht op “terugkeer” hebben. Aan het einde van WO II waren er 50 miljoen vluchtelingen: Duitsers, Hongaren, Grieken, Hindoes, Bulgaren. Allen zijn ze op nieuwe grond gehuisvest en hebben de verandering geaccepteerd. Zo niet de islamitische “Palestijnen”.

De “Palestijnse” vluchtelingen, als ze dat al wilden, werden ook niet in staat gesteld zich bij de nieuwe situatie neer te leggen. Want de omringende Arabische landen weigerden hen op te nemen en hielden aldus het probleem kunstmatig in stand. En dat gebeurde bewust om de haat van de eigen bevolking op de Joden te kunnen blijven afleiden. In de Arabische totalitaire islamdictaturen is altijd erg veel volkshaat voorhanden, die in de islam traditioneel wordt afgeleid op ongelovigen en Joden. De bazen van de “Palestijnen”, vanaf moefti Amin al-Hoesseini, tot Yasser Arafat, tot Abbas en het Hamasgeboefte hebben ook altijd geleefd van de haat: het zijn in feite maffiabendeleiders, die niet aan een normale maatschappij leiding kunnen geven, maar de vele miljoenen “hulp”-dollars die jaarlijks binnenkomen besteden aan wapens, geweld en corruptie. Het enige verschil met een gewone maffiabende is dat zij de afpersing op wereldschaal plegen.

Egypte en Jordanië hebben van 1948 tot 1967 Gaza en Samaria-Judea illegaal bezet, want na een aanvalsoorlog. In het kader van die illegale bezetting hebben van 1948 tot 1967 Egypte en Jordanië de vluchtelingenkampen in respectievelijk Gaza en Samaria-Judea beheerd. Dat deden ze op een zeer wrede manier. In het op de grens van Samaria en Judea gelegen Jeruzalem werden gedurende de illegale bezetting door Jordanië van 1948-1967 vele Joodse heiligdommen vernield en op zo smerig mogelijke manier ontheiligd. De Joden kregen natuurlijk al helemaal geen toegang tot hun heilige plaatsen. In de periode dat Jordanië Samaria-Judea illegaal bezette (1948-1967), werden juist alle Joden uit Jeruzalem verjaagd. In die tijd verzonnen de Arabieren ook die belachelijke naam “Westbank” voor Samaria-Judea.

En het “Palestijnse volk” werd pas uitgevonden rond 1964, toen het Arafat begon te dagen dat de identiteit van een gekoloniseerd Derde-Wereld-volk-imago misschien wel wat voor de “Palestijnen” zou zijn. Na de door de Arabieren verloren juni-oorlog van 1967 werd het idee operationeel. Dat gebeurde op advies van de Sovjet-Unie , want het “Palestijnse volk” als “Derde Wereld-volk” dat door de “koloniale” Israëli’s van hun land was beroofd, paste prima in de Koude Oorlogspropaganda tegen “Amerika” van de Sovjets. Arafat werd door het Kremlin gehoorzaam gehouden met videotapes die in het Roemenïe van Ceausescu waren gemaakt, waar Arafat ideologisch geschoold werd. De videotapes bevatten de dagelijkse homoseksuele activiteiten van Arafat met zijn lijfwachten en met de minderjarige weesjongetjes die door Ceausescu aan Arafat en zijn gezelschap ter beschikking werden gesteld. (3)

Toen de oorlog van 1967 eindigde met een overwinning van Israël, reageerden de Arabische landen op een conferentie in Khartoem (Soedan) op een vredesaanbod van Israël met de bekende “drie keer nee van Khartoem”: geen erkenning van Israël, geen onderhandelingen en geen vrede met Israël. Let wel: de wil tot vrede en compromis kwam van de overwinnaar. Volgens elk internationaal en oorlogsrecht was Israël na de overwinning van juni 1967 eigenlijk gelegitimeerd om heel Egypte, Syrië en Jordanië te bezetten. Ze hadden daartoe meer recht in elk geval dan de Amerikanen hadden om Japan en Duitsland te bezetten na de Tweede Wereldoorlog, want Amerika’s grondgebied-in-stricte-zin (als je dus afziet van Pearl Harbour) was niet aangevallen door de Japanners en Duitsers. Het gaat er even niet om of zo’n bezetting door Israël van half Arabierië praktisch mogelijk of wenselijk zou zijn geweest, maar deze landen hadden twee ongeprovoceerde en genocidaal bedoelde aanvallen uitgevoerd op Israël, in 1948 en 1967.

Kijk even goed naar de situatie van Israël na 1967: de Arabische staten en de maffiabazen van de “Palestijnen” wensten geen vrede. Israël wilde en kon die landen niet dwingen tot vrede, maar Israël wilde ook niet opnieuw via Samaria-Judea, Gaza en de Golan-hoogte aangevallen worden. En dus bezet Israël die gebieden. Maar die bezetting duurt slechts om één reden nog steeds voort: de Arabieren willen geen vrede. Resolutie 242 van de VN eist dat Israël zich terugtrekt uit “bezette gebieden”, niet “de” bezette gebieden en stipuleert bovendien dat Israël recht heeft op erkenning en veilige grenzen. Voorts kan men zich afvragen met hoeveel moreel recht de VN die eis van terugtrekking, zelfs met die inperking van veilige grenzen, kan stellen. Temeer daar Israël in 1973 in de Jom Kipoer-oorlog opnieuw is aangevallen.

Na de overwinning in de juni-oorlog in 1967 bezette Israël dus niet Egypte, Syrië en Jordanië, maar bood vrede aan. En toen die vrede geweigerd werd bleef Israël zéér, zéér bescheiden. Het bezette de Golan hoogte: vanaf deze hoogvlakte is het laag gelegen economisch hartland van Israël gemakkelijk onder vuur te nemen om vervolgens een tankdoorbraak te forceren. De Golan is in 1967 met enorme heldenmoed en relatief veel verliezen door Israëlisch soldaten ingenomen. Aan de dun bevolkte Golan-hoogte valt niet veel te burgerbesturen. Maar wel aan Samaria-Judea en Gaza. En tot dat bestuur werd Israël gedwongen door de vredesweigering van Khartoem van de Arabische landen en de “Palestijnse” maffia. Na 1967 ging het er in beide gebieden veel humaner aan toe dan het onder Egypte en Jordanië het geval was geweest. Ondanks de zelfmoordaanslagen door de “Palestijnen”, namen welvaart en de Arabische bevolking sterk toe en werd Jeruzalem weer voor alle geloven toegankelijk.

Tot 1967 was er nooit sprake van een “Palestijns”volk, want in die tijd waren de Arabische staten er nog op uit, geheel in de lijn van de geschiedenis sinds de val van het Ottomaanse Rijk in 1918, om Israël onder elkaar te verdelen. Pas toen na de oorlog van 1967 Israël het bewind overnam kwamen er protesten en was er ineens dat “Palestijnse volk” en werd er een “Palestijnse” staat geëist op de “Westbank”. Maar zoals gezegd: de “Palestijnen” hébben een Palestijnse staat, namelijk Jordanië en ze hádden er nóg een kunnen hebben. Ze hadden die tweede staat in 1948 kunnen accepteren, maar de Arabieren kozen voor een aanvalsoorlog en Jordanië bezette vervolgens illegaal Samaria-Judea. Ze kregen hetzelfde stuk land dus illegaal en na geweld in bezit dat ze zonder geweld en legaal hadden kunnen krijgen. Ze hadden opnieuw de kans die tweede staat in 1967 te accepteren, met verlies van slechts een paar kleine bufferzones in Samaria-Judea tegen de grens met Israël aan, puur voor de militaire veiligheid van Israël, plus een regeling voor Jeruzalem. Maar ze kozen opnieuw voor géén vrede met de drie keer nee van Khartoem. En bij dat alles was Israël nog bereid te vergeten dat in 1948-1967 Jordanië illegaal Samaria-Judea bezet had gehouden.

Hoessein, die koning was van Jordanië van 1952 tot 1999, vond zelf dat Jordanië de enige echte Palestijnse staat was en dat die Samaria-Judea moest omvatten. In 1965 zei Hoessein nog: “De organisaties die proberen verschil te maken tussen Palestijnen en Jordaniërs zijn verraders.” Hoessein had met “verraders” Arafat (Fatah) en de PLO op het oog.

Fatah en de PLO, sinds 1969 beiden onder Arafat, probeerden de macht in Jordanië over te nemen. Dat was niet kansloos, want in Jordanië en Samaria-Judea samen genomen vormden de “Palestijnen” tweederde van de bevolking. Om dezelfde reden konden de Jordaanse autoriteiten er niet omheen de “Palestijnse” terreur in Samaria-Judea te ondersteunen. Die terreur nam natuurlijk enorm toe, toen na 1967 Israël het bestuur had overgenomen. Toch besloot koning Hoessein op een gegeven ogenblik dat de “Palestijnen” te gevaarlijk werden.

Van september 1970 tot juli 1971 woedde er een wrede oorlog tussen het leger van Jordanië en Fatah-PLO onder Arafat. Duizenden “Palestijnen” sneuvelden en Arafat werd met zijn Fatah-PLO verdreven, waarna hij van het welvarende en grotendeels christelijke Libanon een terroristische hel ging maken. De “Palestijnse” terreurgroep “Zwarte September”, verantwoordelijk voor de aanslag op de Olympische Spelen in München in 1972, ontleende zijn naam aan de maand waarin de “broederstrijd” in Jordanië was begonnen.

Nog in 1981 zei Hoessein: “Jordanië is Palestina en Palestina is Jordanië.” Toch waren in 1981 de Arabische stemmen al lang zeer krachtig die het over een (na 1967 uitgevonden) “Palestijns volk” wilden hebben, los van Jordanië. Hoessein maakte zijn late draai noodgedwongen in 1988, omdat de ideologie van “het Palestijnse Volk” als aparte entiteit los van Jordanië toen té sterk was geworden. In 1988 deed Jordanië officieel afstand van elke claim op Samaria-Judea. Dat was ten tijde van de “Eerste Intifada” (1987 -1993) de zoveelste bewust door de “Palestijnse” maffia opgeroepen haatuitbarsting. De meest materiële reden van het opgeven van de claim door Jordanië was natuurlijk de angst dat de (na de verdrijving van Arafat in 1971) opnieuw gegroeide “Palestijnse” maffia koning Hoessein ten val zou brengen en de macht overnemen. Maar ook hadden Jordanië en Hoessein ingezien dat de propaganda een geloof in het bestaan van een “Palestijns volk” wereldwijd ingang had doen vinden en dat dit een geweldig wapen tegen Israël was geworden.

Na 1948 en 1967 is Israël voor de derde keer aangevallen, in 1973. Toen, in 1973 met de Jom Kipoeroorlog, deed Jordanië niet echt mee en werd de “Westbank” niet voor de derde maal als springplank voor een genocidale aanval op Israël gebruikt. Dat kwam omdat Jordanië erg verzwakt was door de oorlog tegen Arafat-Fatah-PLO. Hoessein stuurde echter toch nog wel één tankdivsie naar de Golan-hoogte ter ondersteuning van de Syriërs. Hij had echter eerst aan de Israëli’s gevraagd of het hem niet al te kwalijk genomen zou worden dat hij dat deed, het ging hem, zei Hoessein, om gezichtsverlies in de Arabisch wereld te voorkomen. “Dat kan alleen in het Midden-Oosten”, commentarieerde Henry Kissinger.

Na drie agressie-oorlogen door Arabische landen in 1948, 1967 en 1973 – we tellen die van 638 plus de terreurbezetting van 1300 jaar niet mee – had Israël eigenlijk het recht zo’n beetje het hele Midden-Oosten te veroveren en bezetten. Maar de Israëli’s blijven genoegen nemen met kleine gebieden vlak tegen hun eigen grens aan, die militair-strategisch van levensbelang zijn. In talloze vredesvoorstellen van Israël is aangeboden deze kleine gebieden te compenseren met andere stukken land. Zonder resultaat.

Door de voortdurende kunstmatige haat-indoctrinatie via onderwijs en massamedia door de “Palestijnse” maffia in zowel Gaza als Samaria-Judea, is het voor deze maffia niet moeilijk allerlei “volksverzet” te organiseren. Doorkneed als totalitaire boeven altijd zijn in propaganda, gaven ze dit “volksverzet” een leugenachtige, maar slimme naam: ”Intifada”, dat betekent “afschudding”. En wat er afgeschud moest worden was natuurlijk het “gruwelijke Israëlische juk”, namelijk . . . . . . de sinds 1967 toegenomen welvaart, de toestroom en bevolkingsgroei van Arabieren en het algemene veel humaner klimaat in Samaria-Judea dan onder Jordaans bewind. Maar daar had de “Palestijnse” maffia natuurlijk geen boodschap aan. Een maffia leeft van geweld, angst, haat en corruptie.

De “Eerste Intifada” begon in 1987 en men laat die dan in 1993 eindigen met de “Accoorden van Oslo.” Tijdens die “Intifada” gooiden niet alleen “Palestijnse” jongeren stenen, maar ook de zelfmoordaanslagen waren nooit opgehouden. Om daar een einde aan te maken en eindelijk tot vrede te komen nam president Bill Clinton van Amerika dat initiatief tot “Oslo 1993”: de “Palestijnen” zouden langzaam, in stappen, de baas worden in Samaria-Judea en in Gaza. Daartoe werd de “Palestijnse Autoriteit” ingesteld die langzaam steeds meer bevoegdheden zou krijgen naarmate die “Autoriteit” bewees op zijn taak berekend te zijn. De overeenkomst van “Oslo 1993” ging onder de slogan: land voor vrede. Israël stond land af en zou vrede terugkrijgen.

Er was een heleboel nog niet geregeld in de “Acoorden van Oslo” van 1993. Vooral de “Palestijnen” eisten heel veel.

Ten eerste wilden ze Jeruzalem als de hoofdstad van hun nieuwe staat. Vermoedelijk zouden de Israëli’s na bewezen vredeswil van de “Palestijnen” wel met een compromis genoegen hebben genomen dat in elk geval bescherming en toegang tot hun heilige plaatsen verzekerd had. Dat bleek ook in 2000 in Camp David: precies dat werd Arafat toen aangeboden. De eis van de “Palestijnen” is overigens gebaseerd op opportunistische leugens: de Arabische wereld is pas als reactie op het ontstaan van Israël een traditie bij elkaar gaan liegen waarin Jeruzalem ook voor de islam vreselijk heilig werd verklaard. Een “invented tradition” heet dat onder historici.

Ten tweede wilden de “Palestijnen” in Oslo alle bestaande Joodse huizen en nederzettingen in Samaria-Judea en Gaza weg hebben. In feite is dat een krankzinnige eis die tegen het belang van de eigen bevolking ingaat: de Joden genereren welvaart en dynamiek in Samaria-Judea. Maar toch zou, in geval van gebleken vredeswil van de “Palestijnse” maffia, die eis wel ingewilligd zijn: het nederzettingen bouwen in Samaria-Judea en Gaza is door alle Israëlische regeringen mede gezien als een aanmaken van “negotiation chips” om te kunnen inleveren als het misgaat en er geen samenleven mogelijk blijkt. In 2005 is Gaza zelfs door Sharon eenzijdig ontruimd om goede wil te tonen en men weet wat daarvan geworden is: daar regeert nu Hamas dat de uitroeiing van de Joden in zijn Charter heeft staan en dagelijks willekeurige beschietingen uitvoert op Israëlisch dorpen. De “Palestijnse” maffia had in Oslo de buitensporige eis, nog nooit ergens ter wereld vertoont, dat alle nakomelingen van degenen die door Arabieren op de vlucht waren gejaagd in 1948 zouden moeten kunnen “terugkeren” naar Israël. Dus alle Joden moesten weg uit Samaria-Judea-plus-Gaza, de staat die de Arabieren in 1947 zelf geweigerd hadden, het gebied van waaruit ze oorlogen en aanslagen hadden gepleegd, gebied dat Israël na 1967 in zelfverdediging bezet had, waarin de “Palestijnse” maffia van 1948 tot 1967 niks hadden gepresteerd dan corruptie, geweld en onderdrukking. Maar de Joden, die wél de verdeling van de VN hadden aanvaard en vervolgens Israël als de enige humane en democratische staat hadden opgebouwd, moesten 4 miljoen in Jodenhaat gehersenspoelde Arabieren opnemen uit de maffia-nesten Gaza en Samaria-Judea. Het woord gotspe voldoet hier niet. Hier wordt iets zoveel keer geperverteerd, op zijn kop gezet, binnenste-buiten gehaald dat het niet meer te vatten is.

Een chotzpah, wat dat is? Komt een jongetje voor de rechter dat zijn beide ouders heeft vermoord. Zegt dat jong tegen die rechter: “Jij gaat toch geen wees veroordelen, hè?”

Desondanks wilde Yitzchak Rabin, de onderhandelaar tegenover Arafat, in elk geval een begin maken met vertrouwen scheppen. In een periode van vijf jaar na “Oslo 1993”, als dat vertrouwen gekweekt zou zijn, zouden de onderhandelingen hernieuwd worden en de rest van de eisen van de “Palestijnen” besproken worden.

De euforie en het optimisme in Israël waren groot, de sceptici zwaar in de minderheid. Maar achteraf zijn de Oslo-Acoorden van 1993 de grote waterscheiding geworden in het bewustzijn van iedereen die zijn ogen open heeft en niet lijdt aan de geestesziekte van het “Palestinisme”, dat wil zeggen niet iemand die consequent uit de terreur en de krankzinnigheid van de “Palestijnen” de conclusie trekt dat de Israëli’s slecht zijn. In de media is sinds die tijd de term “roadmap to peace” opgedoken, de “wegenkaart naar vrede”, maar al na zeer korte tijd werd duidelijk dat de “Palestijnse Autoriteit” onder Arafat niet alleen geen enkele belofte na kwam (zie de video Relentless) maar zeer actief de terreur opvoerde en alles saboteerde wat naar vrede kon leiden. De winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede 1994, Arafat, veroordeelde nu met de mond de terreur waar hij altijd van geleefd had, maar . . . . . alléén voor Westerse camera’s en microfoons! In interne toespraken bleef hij oproepen tot geweld. En meer nog: achter de schermen organiseerde Arafat de terreur zelf.

Er werden in de vijf jaar die het vertrouwen hadden moeten herstellen meer Israëli’s bij aanslagen vermoord dan in de vijftien jaar daarvoor: 279 burgers, mannen, vrouwen, kinderen. Nog steeds werd gebruik gemaakt van het feit dat “Palestijnen” in geval van nood in Israëlische ziekenhuizen behandeld werden: terroristen en explosieven werden verborgen in ambulances. In 2003 stond de teller van tien jaar terreur sinds 1993 op 1000 Israëlische slachtoffers. De politie van de “Palestijnse Autoriteit” waarvoor Israël de wapens leverde en die de eigen “Palestijnse” terroristen zou aanpakken, bleek zelf steeds meer vol te zitten met diezelfde terroristen. Een belangrijk punt was ook dat op de scholen en in de media van Samaria-Judea en Gaza de haatpropaganda tegen Israël zou stoppen. Mede aangemoedigd door de sinds 1973 (oliecrisis, begin van de Eurabisering) steeds sterker worden anti-Israël houding van “Europa”, werd deze haatpropaganda nog opgevoerd. Openlijk werden zelfmoordaanslagen verheerlijkt en onder de jeugd gepropageerd. “Verraders” die echt waren voor vrede met Israël werden vermoord door de milities van de “Palestijnse” maffia, soms via openbare executies. Precies zoals de moefti Amin el-Hoesseini in de jaren 1930 had laten doen. Op verschillende plekken in Samaria-Judea werden monumenten op heilige plaatsen van de Joden kapot gemaakt, terwijl de “Palestijnse Autoriteit” beloofd had die te zullen beschermen. Er bleek geen “weg naar vrede” te bestaan, omdat de “Palestijnse” maffia die gewoon niet wilde.

Israël had met het instemmen met de “wegenkaart”, die in vijf jaar naar vrede had zullen leiden, een enorm risico gelopen. Op bepaalde plekken aan de grens met Samaria-Judea is Israël maar 15 kilometer breed. Militaire deskundigen noemen die landengte unaniem “onverdedigbaar”. En in dat gebied ging de “Palestijnse Autoriteit” het gezag uitoefenen. Alles bij elkaar gaf Israël direct 40% van Samaria-Judea en 90% van Gaza prijs. In bevolkingsaantallen uitgedrukt: van de “Palestijnen” viel nu bijna 95% onder de “Palestijnse Autoriteit”. Vergeet niet: Samaria-Judea is millennia-oud hartland van de Joden, het was uitvalsbasis geweest voor talloze terreuraanslagen, het was uitvalsbasis geweest voor twee genocidaal bedoelde oorlogen, in 1948 en 1967. In 1973, in de Yom Kipoeroorlog, viel Jordanië alleen maar niet via de “Westbank” aan, omdat koning Hoessein zelf bang was dat de “Palestijnse” maffia zijn troon omver zou stoten. Vergeet niet: achter Samaria-Judea liggen grote en vijandige Arabische staten.

Nogmaals: Oslo 1993 is achteraf de grote waterscheiding gebleken, niet in de bereidheid van Israël tot vrede en ook niet in de onwil tot vrede van de “Palestijnse”maffia, maar in het bewustzijn van al degenen die niet aan het Palestinisme-syndroom lijden. Dat bewustzijn is nog gegroeid doordat Arafat bij de onderhandelingen in Camp David in juli 2000 een aanbod van Yehud Barack afwees dat eigenlijk aan alle eisen van de “Palestijnse” maffia tegemoet kwam. Zelfs Clinton heeft toegegeven dat het alleen nog aan de pure onwil van Arafat en de zijnen heeft gelegen.

Jehud Barack bood in Camp David in juli 2000 aan Arafat het volgende aan: controle over heel Gaza en over 97% van Samaria-Judea. Jeruzalem mocht de hoofdstad van de nieuwe “Palestijnse”staat worden, met de totale controle over Oost-Jeruzalem en de Tempelberg. De meeste Joodse nederzettingen zouden afgebroken worden. Er zou een nader te bepalen aantal vluchtelingen terug mogen keren naar Israël. Degenen die niet konden terugkeren zouden financieel gecompenseerd worden. Arafat wees het af, zonder zelfs maar een tegenvoorstel te doen.

Vervolgens lanceerde de “Palestijnse Autoriteit”, Arafat dus, in september 2000 de “Tweede Intifada”. Eigenlijk is het onzin om van onderscheiden “Intifada’s” te spreken, omdat de terreur vanaf de jaren 1920 nooit is opgehouden. Maar er zijn inderdaad hoogtepunten aan te wijzen in het stenengooien, als het de “Palestijnse” maffia propagandistisch goed uitkwam om weer “jongetjes tegen tanks” in het Westerse nieuws te krijgen. Over die “Tweede Intifada” gaat het fabeltje dat die veroorzaakt zou zijn door het bezoek van Sharon aan de Tempelberg. Dat bezoek was september 2000 en Arafat had juli 2000 de voorstellen van Camp David geweigerd. Sharon had zijn bezoek maanden van tevoren aangekondigd en gecoördineerd met de “Palestijnse Autoriteit”. Precies daarom ook was het massale stenengooien zo goed georganiseerd. En voor wie toch nog mocht twijfelen, zijn hier de woorden van Emmad al Faluji, op dat moment de officiële Public Relations-functionaris van de “Palestijnse Autoriteit”:

“Wie mocht denken dat deze Intifada is begonnen als een resultaat van het walgelijke bezoek van Sharon aan de El Aksa Moskee, vergist zich. Deze Intifada was al gepland sinds de tijd dat de president [Arafat] terugkeerde van de besprekingen in Camp David, waar Arafat president Clinton trotseerde en in het hart van Amerika de Amerikaanse voorwaarden krachtig afwees.”

De onderhandelingen die in Camp David in 2000 werden afgebroken, zijn niettemin nog even voortgezet in januari 2001, in het Egyptische Taba. Daar kwamen opnieuw allerlei obligate positieve geluiden vandaan. Maar opnieuw geen accoord, ondanks het feit dat Olmert, de toenmalige premier, naar verluidt nóg meer concessies heeft gedaan dan Barack in Camp David. Tenslotte is Israël in 2003 langs de grens met Samaria-Judea maar een veiligheidshek gaan neerzetten om terroristen buiten te houden. Dat is heel effectief gebleken. Omdat een klein gedeelte van het hek een muur is, wordt het veiligheidshek in de propaganda van de “Palestijnse” maffia en zijn “multiculturele” collaborateurs in het Westen gedemoniseerd als een “Appartheidsmuur”.

Men zal tot zich moeten laten doordringen dat deze “Palestijnse” maffia niet terroriseert van vanwege “armoede” of ”bezette gebieden”, maar vanuit islamitische haat en een misdadigersmentaliteit. Vanaf de oorlogsmisdadiger Amin al-Hoesseini tot terrorist Yasser Arafat en het Hamasgeboefte hangt deze maffia een ideologie aan die een mengsel is van de eigen Jodenhaattraditie van het Mohammedanisme en het antisemitisme van de nazi’s. De islam is totalitair en van de totalitaire systemen het meest verwant aan het nazisme: de platte, materialistische en bloeddorstige Koran geldt als het eeuwige en onveranderlijke woord van Allah zelf. In de islam is geen gewetensvrijheid en geen wetenschappelijke vrijheid. Een priesterkaste regeert in naam van een “Führer”, Mohammed. De islam is vol van uebermenschenwaan, xenofobie, conspirisme en rancunisme, expansiedrift, oorlogszucht en racisme jegens vrouwen. Bovenal: het Midden-Oosten druipt al 1400 jaar van de Jodenhaat. Vanaf het begin van de Joodse immigratie in Palestina, is die mohammedaanse Jodenhaat gebruikt om de bevolking op te hitsen. En vanaf de jaren 1940 zijn de nazi-elementen van de Jodenhaat in de eigen traditie van Jodenhaat opgenomen. Men kan vanaf 1940 gerust spreken van de nazislam.

De “Palestijnse” maffia heeft enige tijd – vanaf 1967 tot de val van de Sovjetunie en van Oslo 1993 – het masker gedragen van het marxisme en als het slachtoffer van “kolonialisme” geposeerd, maar de werkelijke ideologie en drijfveer is steeds de leer van de islam geweest. Arafat heeft altijd de moefti van Jeruzalem als zijn grote voorbeeld en voorganger erkend. Hamas is zo mogelijk nog explicieter nazistisch. Deze nazislamitische “Palestijnse” maffia is alleen maar uit op vernietiging van Israël en een nieuwe Holocaust. Deze maffia wordt slechts gedreven door wat álle maffia’s drijft, namelijk parasitaire misdadigheid, maar dan onder een politiek vaandel, tegenwoordig dat van de nazislam. Al wat die maffia aan “onderhandelingen” doet is met het doel de subsidies van de Verenigde Nazi’s van schijn-legitimiteit te voorzien. Het is toneelspel om de wereld zand in de ogen te strooien.

Dat toneelspel is, op zijn islamitisch, gezegd “taqiyya”, de plicht tot liegen tegen ongelovigen om de overwinning van de islam te bevorderen. En het resultaat kan hoogstens een “hudna” zijn, een quasi-vrede, waarin de moslims wachten tot ze sterk genoeg zijn om opnieuw voor de overwinning te gaan. Het in 1959 opgerichte “al-Fatah” (de overwinning) had al als expliciet doel “de uitroeiing van het Zionistische economische, politieke, militaire en culturele bestaan”. De in 1964 opgerichte PLO (in 1967 samengevoegd met al-Fatah) eiste in nauwelijks bedektere termen eveneens de vernietiging van Israël. Dat Charter van de PLO is nooit aangepast, zelfs niet na “Oslo 1993”, ook niet na belofte en herhaalde verzoeken. Men moet even bedenken dat in 1959 en 1964, toen Fatah en de PLO reeds in hun Charters hadden staan dat Israël vernietigd moest worden, er nog geen “bezette gebieden” in Gaza en Samaria-Judea waren. Een onweerlegbaar bewijs dat het probleem niet is “bezette gebieden” is, maar Israël zelf.

In 1978 tekenden Anwar Sadat van Egypte en Menachim Begin van Israël de Camp David-accoorden. Sadat kreeg de Sinaï terug en in ruil erkende hij het bestaansrecht van Israël. En wat deden de Arabieren? Sadat werd uit de Arabische Liga gestoten en alle Arabische dictaturen alsook de “Palestijnen” verwierpen het accoord.

Het zou grappig zijn als het niet zo diep verontrustend was: Arabische moslims vertellen ondanks het spreken met twee tongen en heel veel “taqiyya” desondanks al heel lang nauwkeurig wat de bedoeling is, net als de nazi’s dat deden, maar de Gutmenschen in het Westen willen het alsmaar niet geloven. Misschien komt dat juist weer door die leugenachtigheid van de hele islamitische “cultuur” waardoor men alles wat een moslimse exoot beweert met een korrel zout neemt. Maar waarom dan altijd wél geloven wat bijvoorbeeld een Arafat voor Westerse oren beweerde en níét wat hij aan een Arabisch gehoor voorhield? En dan is er nog de organisatorische “taqiyya”, het bekende cellenbouwen van de islam dat ook in het Westen plaats vindt, met netwerken van afkortingen waarin je verdwaalt, maar die allemaal hetzelfde doel nastreven. Zo was een gegeven moment, vanaf 1969, de PLO een “koepelorganisatie” voor wel een stuk of zes terreurcellen met aparte namen. Het “Volksfront voor de Bevrijding van Palestina” van George Habasj bijvoorbeeld en “Zwarte September”. Dat gaf Arafat de gelegenheid te zeggen dat hij al die groepen ook niet in de hand had en dat hij tegen de terreur was die ze pleegden, maar er niks aan kon doen, want tsja, die mensen waren zó ontzettend verontwaardigd over het onrecht dat Israël ze aandeed, nietwaar? Het was ook niet meer dan passend dat de PLO zelfs een waarnemers-zetel kreeg in de algemene vergadering van de Verenigde Nazi’s.

Deze Gutmenschen, deze Westerse lijders aan de geestesziekte van het “Palestinisme” zien hoe moorddadig de “Palestijnen” zijn. Daaruit concluderen zij dat de “Palestijnen” wel erg “wanhopig” moeten zijn. Dat kan natuurlijk weer alleen maar de schuld van de Israëli’s wezen. Dat brengt bij deze . . . . . eh . . . . intellectuelen een mentale escalatie op gang: hoe moorddadiger de “Palestijnen”, des te schuldiger de Joden. En daarom roepen ze dat de Israëli’s net zo erg zijn als het vroegere Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. Nee, beter nog! Het zijn net nazi’s! Gaza is door deze idioten wel vergeleken met een nazi-concentratiekamp. En inderdaad hebben de “Palestijnen” in Gaza en in Samaria-Judea wel degelijk problemen: overgewicht en te snelle bevolkingsgroei. Inderdaad, wat u zegt: precies Auschwitz . En hoe komt het toch dat de “Israëlische nazi’s” de enige humane, multiculturele en democratische staat runnen in het Midden-Oosten? Alle geloven zijn er vertegenwoordigd. De Israëli’s staan zelfs sharia-rechtbanken toe voor de islamitische inwoners. Uit alle windstreken van de wereld worden vandaag nog Joodse vluchtelingen opgevangen. De Israëlische openbare voorzieningen, vooral de gezondheidszorg, kraken onder de toevloed van “allochtonen”. Israël heeft kapitalen besteed aan hulp aan “de Palestijnen”. Jaarlijks wordt aan duizenden onverzekerde “Palestijnen” uit Gaza en Samaria-Judea in noodgevallen medische hulp verleend. De “Palestijnen” hebben in ruil slechts terreur geleverd en de Joden vervolgd.

Dit is geen conflict over “land” of over “armoede” of “onrechtvaardigheid”, maar een fundamentele botsing tussen de Westerse beschaving en de nazislam. De meest invloedrijke leiders van het Mohammedanisme bevestigen dat het islamitisch-religieuze plicht is voor moslims om de Joden te doden, te haten en te verdrijven. Het probleem heet niet “bezetting” of “blokkade van Gaza”, maar het probleem is de Jodenhaat in de nazislam en de weigering van de Arabische wereld, inclusief de PLO-Fatah en Hamas om het recht op bestaan van Israël te erkennen. En als dat Joodse staatje – dat één-tiende procent, dat is één duizendste beslaat van de landmassa bewoond door Arabieren – werd vernietigd . . . . . dan zouden de vrede , vooruitgang en geluk in het Midden-Oosten uitbreken?

Sommigen denken dat de stichting van Israël een vergissing was. Dat is ook zo. Maar niet om de redenen die door die “sommigen”worden aangevoerd. Niet, bijvoorbeeld, omdat Israël minder recht zou hebben dan al die volken die in de loop van de geschiedenis een land hebben gekoloniseerd. Maar omdat de Joden, de Israëli’s, niet hebben beseft dat ze een landstreek tot bloei brachten die doortrokken was van een 1400 jaar oude ideologie met nazi-potentie, de islam. Een “religie”die altijd al verwant was aan het nazisme, een ideologie die tijdens het historische nazisme minstens zo nazistisch werd als het nazisme zelf. Deze nazislam houdt het al veel langer uit dan zijn Duitse broer, namelijk 1400 jaar en in zijn nieuwe jasje al 70 jaar. En ik ben bang dat Israël het in die oceaan van haat niet gaat redden. Mede gezien het feit dat die haat wordt bevorderd door de Europese Unie, een postdemocratisch en Sovjet-achtig conglomeraat, vastbesloten tot “Eurabië”, tot zelfislamisering en tot het demoniseren van Israël.

Ook de Joden hebben zich historisch vergist in de islam, een inherent Jodenhatende en oorlogszuchtige ideologie: dé twee kenmerken ook van het nazisme.

Een geschiedenis van 1400 jaar heeft bewezen, om met Karl Barth (1886 – 1968) te spreken, dat de islam “op het punt waar het weerstand ontmoet, ( . . .) alleen kan verpletteren en doden — met de macht en het recht die behoren tot het Goddelijke!” Barth deed deze uitspaak in Duitsland in de jaren 1930 en hij vervolgt : “Zoals we weten placht de islam op deze manier te werk te gaan. Het is onmogelijk het Nationaal Socialisme te begrijpen tenzij we het zien als een nieuwe islam, en Hitler als Allah’s nieuwe profeet. ( . . .) Maar er is één gebed met betrekking tot het heersende Nationaal Socialisme dat ( . . .) mag en moet worden gebeden, in alle ernst, door Christenen in Duitsland en over de hele wereld. Het is een gebed dat werd gebeden tot in de 19e eeuw volgens de oude Baselse Liturgie: ‘Haal neer de bastions van de valse profeet Mohammed!’ ( . . .) En daar hebben we het – we zijn vandaag, geheel Europa, opnieuw in gevaar vanwege de Turken. En deze keer hebben ze zowel Wenen als Praag al ingenomen. ( . . .) In de tijd van de oude Turkse dreiging wisten ze het wel. En ze wisten het beter, wisten het met meer overgave aan de wil van God en met minder zwak geweeklaag dan wij vandaag.”

Geert Wilders heeft in zijn speech van 5 december 2010 in Tel Aviv ervoor gepleit dat Israël Samaria en Judea zou moeten annexeren en de “Palestijnen” die het daarmee niet eens zijn uitnodigen te vertrekken naar Jordanië. Daarvoor pleit, behalve het feit dat Israël in het oosten anders onverdedigbare grenzen heeft, het volgende. En nu val ik samenvattend in herhaling.

Zowel Mohammedanisme als christendom hebben een enorme schuld in te lossen jegens de Joden vanwege eeuwenlange vervolging. Over de christelijke cultuur, die zijn geschiedenis bijna té schulbewust, want verlammend schuldbewust onder ogen ziet, hoeven we hier niet méér te zeggen dan dat vele christenen van louter bescheidenheid het nieuwe Hitlerisme, namelijk het mohammedanisme, net zo prachtig zijn gaan vinden als de leer van Jezus.

Maar wél moeten we het hebben over het mohammedanisme, dat de Joden in de 7e eeuw hun land heeft afgenomen, de grond van Palestina heeft doordrenkt met Jodenbloed en vervolgens 13 eeuwen lang de Joden in hele en halve slavernij heeft gebracht en heeft geterroriseerd. Als het over oudste rechten gaat . . . . dan hebben de Joden die. En als het over bloedige kolonialen moet gaan . . . . . dan zijn dat de islamitische Arabieren.

Het mohammedanisme is sinds 1940 nog gesterkt in zijn Jodenhaat door de nazi-variant daarvan in zich op te nemen. Deze nazislam wil zijn schuld niet inlossen, maar, integendeel, wil die oneindig vergroten en wil een nieuwe Holocaust door Israël te vernietigen. Deze nazislam heeft, net als de islam zoals die tot 1940 bestond, bewezen onhervormbaar te zijn. De geschiedenis van 13 eeuwen islamitische Jodenhaat in Palestina is met het optreden van de moefti van Jeruzalem Amin al-Hoeseini met nazi-elementen versterkt. Die variant heeft zich verspreid over het hele Midden-Oosten.

De geschiedenis sinds 1922, toen de moefti met zijn hetze begon, heeft bewezen dat hoe humaan de Joden zich ook opstellen en hoeveel vooruitgang, dynamiek en welvaart ze ook brengen, het mohammedanisme blijft streven naar de vernietiging van de Joden. Ook de meest recente geschiedenis van het bewust saboteren door de “Palestijnse” maffia van zowel “Oslo 1993” alsook “Camp David 2000” heeft opnieuw de bewijzen gebracht voor de onwrikbare wil van de islam om de Joden te vernietigen.

De Joden is groot onrecht aangedaan doordat het grootste deel van hun vestigingsgebied al in 1922 door Engeland uit politiek opportunisme werd weggegeven aan een Hashemitische woestijnsheik van wie je zou kunnen zeggen dat hij in Mekka “thuis” hoorde . . . . . als de islam niet ook dáár met geweld zijn juk had opgelegd. De Joden, genoegen nemend met een steeds kleiner grondgebied, hebben alle compromisvoorstellen altijd aanvaard, de islamitische Arabieren hebben ze altijd allemaal verworpen, van het Peel-plan van 1937 tot het VN-verdelingsplan van 1947, via Oslo 1993 tot aan Camp David in 2000.

De oervader van de “Palestijnse” maffia, Amin el-Hoesseini en zijn verdere haat-hets-elite zijn 100% verantwoordelijk voor de oorlog die sinds 1922 begon te ontstaan. De “Westbank”, Samaria-Judea dus, heeft twee keer als springplank gediend voor een genocidale aanval op Israël, in 1948 en 1967. (4) In 1973 gebruikte Jordanië Samaria-Judea alleen maar toevallig en door omstandigheden niet als springplank, omdat koning Hoessein te bang was voor zijn eigen “Palestijnen”.

Van 1948 tot 1967 is Samaria & Judea illegaal – want na een aanvalsoorlog – bezet door Jordanië. En Jordanië schond en terroriseerde wat er maar te schenden en te terroriseren viel, terwijl de Verenigde Nazi’s geen hikje of kikje gaven. Toen na 1967 Israël het bewind daar kreeg, kregen de Joden hun rechten terug, maar de Arabieren verloren ze evenmin. Integendeel! Tussen 1967 en 1994 kwamen grote aantallen Arabieren naar Israël, terwijl in Samaria-Judea de Arabische bevolking verdriedubbelde van 650.000 tot 2.000.000 en er honderden nieuwe Arabische nederzettingen bijkwamen en de welvaart van deze streek ongekend was.

Tegen deze achtergrond van historisch recht op Samaria-Judea, plus de springplankfunctie in twee genocidaal bedoelde aanvalsoorlogen van de Arabieren, plus de geschiedenis van bloedige aanslagen, plus de welvaart die Israël daar vanaf 1967 heeft gebracht, is het ronduit krankzinnig is om de Israëlische bouwactiviteit in Samaria-Judea te veroordelen. Tenslotte: de claims op Jeruzalem door het Mohammedanisme zijn net zo opportunistisch “uitgevonden” en vals als het hele “Palestijnse volk”.

We hebben nu gezegd wat er pleit vóór de stelling van Wilders dat Israël Samaria-Judea moet annexeren. Maar wat pleit er tegen? Eigenlijk alleen een tempoverschil. Als Israël Samaria-Judea annexeert zal de haat tegen de Joden en Israël sneller het kookpunt bereiken. Niemand kan de kettingreactie die dat vervolgens zou opleveren voorspellen. Als Israël Samaria-Judea plus Jeruzalem opgeeft, dan zal de haat andere, langzamere wegen vinden. Maar vast staat dat Israël nooit, nooit veilig zal zijn. En dat komt omdat het haatsysteem dat islam heet, onhervormbaar is. Hervorming is theoretisch onmogelijk, want de islam definieert zichzelf als onhervormbaar en praktisch wordt de onmogelijkheid bewezen door 1400 jaar geschiedenis. Alleen al de ijzeren islamitische wet dat grondgebied dat ooit islamitisch is geweest altijd islamitisch moet blijven of opnieuw worden, maakt vrede met Israël onmogelijk.

Daarom is Israël een vergissing, omdat Israël goed is, maar gelegen in een oceaan van ultieme haat en onhervormbaar kwaad: de islam. (6)
__________________________________________
Buyne Hannah lesmateriaalvoormoslimtokkies

Wethouder Hennah Buyne (PvdA, allicht) meende in 2008 een lesbrief te moeten sturen naar 300 basis- en vmbo-scholen:

“De Amsterdamse PvdA-wethouder Hennah Buyne heeft met onmiddellijke ingang haar functie neergelegd. ( . . .) Directe aanleiding voor haar opstappen is haar rol in het opstellen van een lesbrief. De gemeente Amsterdam verspreidde vorige maand een lespakket voor scholen waarin onderwerpen als religie en vrijheid van meningsuiting worden behandeld. De brief bevatte een passage waarin stond dat er politici zijn die ‘helaas denken dat ze populairder worden door heel negatief te zijn over bepaalde groepen mensen’. Tweede Kamerlid Geert Wilders voelde zich daardoor aangesproken en stelde Kamervragen.


(1) Andrew Bostom heeft die onderdrukking in zijn “Legacy of Islamic Antisemism” (2008) gedocumenteerd. En Martin Gilbert mag dan in zijn “In Ishmael’s House: A History of Jews in Muslim Lands” (2010) een optimistische toon aanslaan over de “welvaart en de kansen voor Joden in moslimlanden” door de geschiedenis heen, maar de inhoud van zijn eigen boek logenstraft die toon. Een recensent zei terecht dat Gilbert “hoop boven ervaring”stelt en dat hij dat doet ondanks wat hij zelf te vertellen heeft. De Joodse individuen die in de geschiedenis in islamitische landen tot macht en welvaart kwamen, waren uitzonderlijke talenten in uitzonderlijke periodes. En zelfs dan dreigde het gevaar van de Jodenhaat altijd. Gilbert staat met dit boek in de traditie van het onterechte optimisme over de islam dat ook gevoed is door de Duitse historicus Heinrich Graetz (1817 – 1891). Precies daardoor zijn de Joden met te veel optimisme aangaande het Mohammedanisme aan het experiment”Israël” begonnen.

(2) Ik spreek van de “Verenigde Nazi’s” omdat sinds een paar decennia de Verenigde Naties steeds meer een club is geworden waarin misdadigerstaten de dienst uitmaken. Met name de 57 landen van de OIC, de “Organisation of the Islamic Conference”, zijn alleen maar bezig hun nazislamitische agenda door te drukken en Israël te demoniseren.

(3) David Meir-Levi, “History Upside Down: The Roots of Palestinian Fascism and the Myth of Israëli Aggression” (2007), p. 30.

(4) Dat Israël gedwongen werd preventief aan te vallen in 1967, maakt het moreel niet minder een aanvalsoorlog door de Arabieren.

(5) Efraim Krash, “Palestine Betrayed”, p. 236.

(6) We hebben het hier niet over de manier waarop Israël een vergissing wordt genoemd in het foute boek van Chris van der Heijden, “Israël: een onherstelbare vergissing” (2008). Zelfs de omslag is smakeloos en fout: een collage van een menorah en Auschwitzerig prikkeldraad.


Bij mij zijn de ogen voor de werkelijke geschiedenis van Israël in eerste instantie geopend door Wim Kortenoeven, “De Kern van de Zaak: Feiten en Achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict” (2005)

Daarna kwamen er nog twee paradigmawisselende boeken voor de periode 1922 (het begin van de agitatie in Palestina door de moefti) en 1948 (uitroepen van de staat Israël). Het zijn deze twee boeken:

a.) Klaus-Michael Mallmann en Martin Cüppers, “Halbmond und Hakenkreuz: Das Dritte Reich die Araber und Palästina” (2007) Er is van dit boek ook een Amerikaanse uitgave onder de titel “Nazi Palestine: The Plans for the Extermination of the Jews in Palestine“ (2010).

b.) Efraim Karsh, “Palestine Betrayed” (2010).

De bloeddorstige agressie en de Jodenhaat van het Mohammedanisme gedurende de 1400 jaar van zijn bestaan is paradigmawisselend beschreven door Andrew Bostom in zijn twee boeken “Legacy of Jihad” (2005) en “Legacy of Islamic Antisemitism” (2008).

Het in noot 3 genoemd boeken (100 pagina’s tekst) van David Meir-Levi verdient ook bijzondere vermelding.

Van mijn eigen epische geestelijke worsteling met het complex Israël-nazisme-islam kunt u getuige zijn in dit lange opstel, maar ook in deze verkorte versie toen mijn bewustzijn gegroeid was omtrent wat ik mezelf in dat lange opstel geleerd had.
________

Advertenties