Als Harry Potter geen uitweg meer ziet uit het gevaar en een deus ex machina noodzakelijk is, dan komt die er ook. “Expecto Patronum!” roept Harry dan, zwaaiend met zijn toverstok en dan verschijnt er een lichtbeeld aan de hemel, een hertachtig dier met trotse hoge borst en prachtgewei. In een politiek bedoeld filmpje uit 2010 was te zien hoe Sarah Palin zo’n dier nodeloos doodschiet. En dus is Bas Heijne hard voor Palin. Terecht.

“Bij het vijfde schot zijgt het majestueuze dier ineen. Vervolgens wordt het dier in stukken gesneden die thuis in de vriezer worden gestopt, maar niet dan nadat huisvriend Steve het bloedende hart van het beest heeft getoond aan Palins achtjarige dochter Piper.”

Ik heb nog nooit zinnen gelezen bij Heijne die voor mij een herkenbare werkelijkheid vertegenwoordigden en waarmee ik het ook nog hartgrondig eens was. Maar hier is dat wel het geval. Persoonlijk zeg ik, als ik wel eens een pissebed dood, altijd oprecht “sorry”. Alleen bij muggen voel ik voldoening bij een “kill” en zeg ik niet dat het me spijt. En voorts zijn mijn pogingen vegetariër te worden altijd mislukt.

Heijne wijst er op dat Palin het doet voorkomen alsof ze uit noodzaak doodde, omdat de vrieskist thuis leeg was en Palins kinderen toch ook moeten eten, maar dat het jachttripje naar het noorden van Alaska ongeveer het duizendvoudige kostte wat het vlees bij de Alaskaanse slager zou hebben gekost. Heijne legt terecht veel nadruk op Palins kirrende moordlust. De opwinding van het hele jachtgezelschap – Palin, haar vader en nog een jachtvriend – heeft trouwens een erotisch tintje. Luister naar de hysterische genots-toon waarop papa op 50 seconden, als het dier ineen is gezegen, zegt: “Here you go, baby! Here you go!”

En als Palin uitlegt hoe graag ze het vermoorden der dieren goed uitvoert in papa’s ogen, want hij was haar leermeester op het gebied van de jacht, krijgt het zelfs iets incestueus’. De hypokriete uitleg van Palin achteraf, namelijk dat deze kariboe toch een goed leven heeft gehad en nu een nuttige functie vervult door haar gezin te voeden, is ook van tóón zwaar fout. Die toon is namelijk oppervlakkig-vrolijk. Wanneer je zo’n schitterend dier doodschiet dan hoor je er blijk van te geven dat de tragiek ervan tot je doordringt. Je doet dat met spijt en dat laat je blijken. En je doet het alleen uit noodzaak. Enfin: als je uit plezier doodt, dan is dat gevoel voor tragiek natuurlijk per definitie afwezig.

In een opstel getiteld “Het populisme keert zicht tegen de Verlichting – niet geheel onterecht” (NRC 5 januari 2011) neemt Bas Heijne dit filmpje over die jachtpartij tot uitgangspunt om niet alleen Sarah Palin als een nazi voor te stellen maar iedereen die door Heijne “rechts” wordt gevonden, van Geert Wilders, via Berlusconi, tot Ayaan Hirsi Ali. Natuurlijk, Heijne merkt terecht het evidente op, namelijk dat het filmpje van dat jachtpartijtje een boodschap was aan “liberals” in Amerika en overal ter wereld. Palin zegt: jullie kunnen de harde werkelijkheden van het leven niet meer aan, jullie zien de gevaren niet die Amerika bedreigen en durven de noodzakelijke maatregelen niet te nemen.

Het lange betoog van Heijne (4.200 woorden) verloopt langs drie lijnen.

Ten eerste: het uitsluitend op grond van dat Palin-jacht-filmpje voorstellen als nazistisch van al wat hij “rechts” vindt, als een opstand van bloed-en-bodem-hordes en als een instinctrevolte tegen rede, verlichting en humaniteit. Ik zal in het vervolg van mijn betoog dan ook refereren aan “Palin-nazi’s”, “Palinisten”, “instinct-revolutionairen”, “anti-humanisten” en “bb-hordes”. Zoals gezien door de ogen van Bas Heijne, dat spreekt voor zich. Waarbij men zich, nogmaals, moet realiseren dat het iedereen betreft die Bas Heijne niet bevalt: Bolkestein, Berslusconi, Hirsi Ali, Geert Wilders, Martin Bosma enzovoort.

Ten tweede: een beschrijving van de eigenschappen van “liberals” van linkse multicuralisten, zoals Heijne meent dat de “Palin-nazi’s” die zien. Je mag Heijne natuurlijk zelf tot die “liberals” rekenen, dus eigenlijk vertelt Heijne hoe hij denkt dat de “antihumanisten” hem zien.

Ten derde: in de beste tradities van het politiek hedonisme en narcisme een zelfmanifesterende beschrijving van hoe goed Heijne zelf wel is, een beklimming van het morele grachtengordelkrukje, waarop geposeerd wordt als de Gutmensch, de kosmopolitische humanist en homo universalis.

Daarbij valt op dat de beschrijvingen van “rechts” lompe karikaturen zijn, maar die van het gedachtengoed der “liberals”, van de linkse multiculturalisten, behoorlijk realistisch. Heijne heeft in feite op dat kritische beeld van multikul-links dat de “Palin-nazi’s” schilderen niet zoveel aan te merken. Hij besteedt aan dat beeld ook herhaaldelijk veel woorden. Alsof hij een groeiend besef probeert te onderdrukken dat de “Palinisten” op dat punt gewoon gelijk hebben. Maar in plaats van aan werkelijk ideologisch zelfonderzoek te gaan doen, gaat hij over tot extreme demonisering van “rechts”. Het gaat dan natuurlijk vooral over de onwelkome kritiek op de islam van de “bb-hordes”. Hij vermijdt om te gaan kijken of die islam-critici mischien een punt hebben, bijvoorbeeld bij mij. Hij maakt liever nazi’s van ze. Daarmee voltrekt Heijne opnieuw de Makiaanse pervertering die tot het standaard-repertoire van lekker-lui-links is gaan behoren: de critici van het totalitaire anti-humanisme zijn de racisten en fascisten. “Een Cohennetje maken” wordt deze pervertering ook wel genoemd sinds Job Cohen de moslims als de nieuwe Joden aanwees, terwijl toch echt de moslims al 1400 jaar en nog steeds wereldwijd de antisemieten zijn en de daad bij het woord voegen. (Ja, ik heb wel eens van het christelijke Joden haten gehoord. Wie niet zou ik zeggen. Dus ik heb het maar eens over de Ander in dit opzicht.)

Ik zei dat bij Heijne een besef schijnt te groeien dat de “instinctrevolutionairen” wellicht toch een punt hebben inzake de ideologie van “links”. Zou het komen, vraagt Heijne, omdat die liberals in hun wereldbeeld toch altijd “een dosis wensdenken” hebben? Ach ja. De kosmopolitische humanist blijft toch altijd een tot kwetsbaarheid gedoemde idealist. Als Heijne het schitterende boek van onze moderne Jacques de Kadt ter sprake brengt, de PVV-er Martin Bosma, dan zegt hij: “zijn retoriek over de hypocriete progressief krijgt nauwelijks weerwoord, misschien omdat de karikatuur die Bosma schetst net iets te veel verwijst naar een herkenbare werkelijkheid.” Op zo’n moment zou je verwachten dat Heijne het antwoord op die “retoriek” gaat verzorgen, maar daartoe is hij blijkbaar niet in staat.

Waaruit bestaat die “retoriek over de hypocriete progressief” zoals geuit door rechtse fouteriken in de versie van Heijne? Ik pluk wat bloempjes bij Heijne: “Jezelf een goed mens wanen, terwijl anderen – gewone mannen en vrouwen – de werkelijkheid onder ogen durven zien”;  “claimt ( . . .) morele hoogstaandheid, hoewel die de harde werkelijkheid glashard ontkent”; “zwelgt in zijn eigen goedheid en goede bedoelingen, gewone mensen blijven met de rotzooi zitten”.

Hier een hele alinea: “Die dynamiek is voor Nederlanders zeer herkenbaar. Een overwegend ‘links’ establishment dat zich wentelt in morele zelfgenoegzaamheid terwijl de werkelijke problemen niet onder ogen worden gezien, een onthecht kosmopolitisme dat neerkijkt op traditionele gemeenschapsbanden, een fataal gebrek aan trots op de eigen herkomst, een sentimenteel humanisme met betrekking tot de grote dreiging van globalisering en immigratie, een pijnlijke vervreemding van het bestaan van de gewone man. Het is inmiddels een overbekend repertoire.”

Als dat repertoire zo overbekend is, dan heb je inmiddels tijd gehad erover na te denken en zou je er iets verstandigs over kunnen zeggen, zou ik Heijne willen toevoegen. Ga er eens tegenin, zou ik hem zeggen. Verdedig je tegen de aantijgingen. Het gaat over jou! Maar Heijne neigt eerder tot een bevestiging. “Waar is het fout gegaan?”, vraagt hij ergens in zijn tekst, zijn eigen Gutmenschen-ideologie bedoelend. Maar dan volgen er drie alinea’s, die de lezer zelf maar even moet opzoeken, want ik vond het waardeloos en vaag gebazel. Het ging over “globalisering”, geloof ik.

Een flink deel van zijn opstel wordt ingenomen door die alsmaar herhaalde parafrase van de visie van de “Palin-nazi’s” op de “liberals”, dus op Heijnes eigen ideologie. Je zou bijna zeggen dat Heijne aan zelf-hersenspoeling doet, aan hypnotiserende zelfincantatie. Alsof hij de omtrekken van een voor hem gruwelijke waarheid begint te ontwaren, maar die uit alle macht probeert te ontkennen, juist door hem te herhalen. Alsof iemand een olifant in de kamer ziet en het alsmaar niet kan bevatten: “Er staat een olifant in de kamer! “Er staat een olifant in de kamer! “Er staat een olifant in de kamer! “ En in dit geval: “Dat is dus de waarheid over de ideologie die ik al tig jaren aanhang!”

Misschien kan bij Heijne het ontkiemend besef dat hij tot de orde der naïeve, narcistische, en politiek-hedonistische zelfmanifestanten behoort een opstapje vormen om in te gaan zien wat de islam is, namelijk een vorm van nazisme avant, pendant et après la lettre. Maar in plaats daarvan kiest hij dus voorlopig voor het nazificeren van de islam-critici.

Dat nazificeren gaat zo: “De boodschap wordt er in de westerse wereld met kracht ingehamerd – en het schot dat de kariboe deed neerzijgen is er wat mij betreft het symbool van.” Heijne heeft het over “berekenende bloed-en-bodemromantiek” van Palin, die “glorieert ( . . .) in bloedvergieten”; “het gaat haar erom de diepste instincten van een mens ruim baan te geven. Doodschieten is lekker, wil ze eigenlijk zeggen”;  “populistische revolte”; “grof, brutaal en nietsontziend” ; “het half-criminele verleden van de door Geert Wilders geselecteerde Kamerleden”; “Om onszelf te hervinden, moeten we terug naar die natuur, waar gedood wordt om te overleven. Ach, laten we er eerlijk voor uitkomen, waar je doodt om te voelen dat je leeft”; “verlangen naar oerkrachten”; “roep om de verlosser van buitenaf”.

En ik citeer niet eens uitputtend. Hierboven staat het grove werk, maar Heijne hanteert ook de subtiele nazificering van al wat niet grachtengordeliaans denkt. Hij schrijft:

“Daartegenover staan bij uitstek menselijke behoeften: verwantschap, eigenheid, trots – met daaronder een groot verlangen naar een zuivere gemeenschap. Restore America, Trots op Nederland en, zoals de slogan van het Vlaams Belang luidt: dit is ons land. Wat onder vuur ligt, is het naoorlogse humanisme zelf. Overal waar het nieuwe populisme opbloeide, richtte het zijn pijlen op vreemde elementen die het sociale en culturele weefsel van de samenleving aantastten, maar vooral op degenen die het laten gebeuren: de zelfgenoegzame, progressieve elite die, met het ‘Nooit weer!’ als motto en het antifascisme als geloofsleer, een betere wereld had willen bewerkstelligen, maar intussen de gewone man doodgemoedereerd overliet aan zijn lot. ( . . .) Nationale identiteit werd weer tot een heilige graal, iets wat eens natuurlijk aanwezig was en toen door boze krachten werd ontvreemd.“

Let op het neerbuigend gebruik van de term “gewone man”. De subtiele verwijzinkjes naar het nazisme heb ik gecursiveerd . Behalve onderhuids demoniserend is deze alinea inhoudelijk onzin. Bij mijn weten richtte het ongenoegen zich namelijk tegen de misdaad en de agressie die sinds de jaren 1970 in ernst en volume enorm toenam en vooral bedreven werd bedreven immigranten uit het islamitische landen. Het ongenoegen richtte zich tegen de kettingmigratie en weigering van de Mohammedanen zich aan te passen, een weigering die sinds de jaren 1990 is overgegaan in de dreigende eis dat Nederland zich aan de islam moet aanpassen.

Heijne schrijft: “In het nieuwe verlangen naar de doortastende leider, naar overzichtelijke wortels, naar een nationale geschiedenis die weer kan worden gekoesterd, zien we de mythe terugkeren over de verweesde natie en de reddende buitenstaander.( . . .) . Het establishment wil het populisme hoogstens redelijk tegemoetkomen – juist daarmee toont het establishment aan er niets van te begrijpen. Het nieuwe populisme is niet alleen een reactie op de versnippering en verwatering die globalisering met zich meebrengt; het is ook een reactie tegen een ontkerstende wereld, waarin alles alleen nog maar wordt gezien in economische termen.”

De onderhuidse suggestietjes dat het volk fascistisch verlangens heeft, heb ik weer gecursiveerd. Het is dezelfde armoedige en eenzijdige opvatting van “nationalisme” die een poseur als Rob Hartmans , redacteur van de Groene, koestert. Ik geld als een zeer felle islamcriticus. Maar ik geloof niet dat wat ik over nationalisme heb geschreven in het vakje van de Bloeddorstige Instinctrevolte valt. Ik schreef in 2008:

“Maar er is wél alle aanleiding om te zoeken naar wie “wij” ook alweer waren in de Atlantische wereld. Hoe dat ook alweer zat met de “Verlichting”? En “Amerika”, had dat niet ook iets met “Verlichting” te maken? Tussen ons afscheid van het brandstapelkatholicisme van Filips II , de Amerikaanse Constitutie en de Universele verklaring van de Rechten van de Mens: liggen daar niet nog wat puntjes die door lijntjes verbonden kunnen worden? Laten we dat eens doen. En dan van daaruit ons bezig houden met vragen over de plek van Nederland in Europa in Atlantisch Verband in de Wereld. Vanuit die identiteit moeten essentiële vragen beantwoord worden. Hoe zit dat met “ontwikkelingshulp” en “humanitaire (militaire) interventie”? Hoe moeten we in “Europa” bureaucratische gekte, technocraten-fascisme en omvorming tot “Eurabië” tegengaan en tegelijk zorgen dat er op de werkelijk essentiële punten samengewerkt wordt?”

Is dat niet aardig? Dat kan je toch niet “aanvallende, schrille, hardvochtige taal van het populisme” noemen? Laat staan nazistisch. Is het niet het tegendeel van nazistisch? In 2008 was overigens nog niet zo duidelijk dat “Europa” erg graag meedenkt met de “Organisation of the Islamic Conference” (OIC), een hecht verband van 57 van meest islamitische en dus misdadige staten, die steeds meer de VN voor hun Jodenhaat- en “islamofobie”-karretjes aan het spannen zijn en welke VN ik daarom graag aanduid met de Verenigde Nazi’s. Ja, ik hóór de bezadigde burger zuchten, maar de bezadigde burger is hier toch echt degene met extremistisch wegkijkgedrag. Wist u dat Saoedie Arabië tegenwoordig een zetel heeft in de VN-commissie voor Vrouwenrechten? Dat Syrië ooit de Mensenrechtencommissiie voorzat? “In het Ministerie van Liefde werd weer druk gemarteld.”

Heijne schrijft : “De grotere belofte die Fortuyns optreden met zich mee leek te brengen, die van regeneratie en vernieuwde gemeenschapszin, kon alleen nog worden begrepen in termen van volksnationalisme en fascisme, en leidde tot felle afwijzing. Daarmee werd het kind met het badwater weggegooid. Het politieke populisme zoals het zich nu voordoet laat zich niet rationeel verklaren, omdat de kern ervan heel weinig te maken heeft met redelijkheid. ( . . .) Wie denkt dat het de leiders van die partijen en de mensen die op hen stemmen enkel en alleen gaat om reële politieke hervormingen, om de aanpak van criminaliteit en een stop op massa-immigratie, vergist zich. De duiders die de opstand van de burgers proberen te doorgronden met aan de Verlichting ontleende begrippen, kunnen nooit begrijpen dat al deze revoltes in de kern juist zijn gericht tegen de in hun ogen sleetse begrippen van het verlichtingsdenken zelf.”

In de eerste plaats: als Heijne vindt dat door het demoniseren van Pim Fortuyn en het ongenoegen dat hij zichtbaar maakte “het kind met het badwater” werd weggegooid, dan moet hij misschien niet via een genazificeerde Sarah Palin te keer gaan tegen al wat niet grachtengordels is en met name tegen Geert Wilders in net zulke zware “termen van volksnationalisme en fascisme” als er toen gebruikt werden.

Ten tweede: als Heijne geen kwaad wenst te zien in de islam en vooral in islamcritici bloeddorstige instinct-oproerkraaiers wil zien, dan is dat dom en stuitend, en het wordt nog dommer als Heijne geen enkel citaat levert van een islamcriticus die zich keert tegen de “begrippen van het verlichtingsdenken” zelf”. Bij mijn weten keert de islamkritiek zich nu juist in het algemeen tegen het verplichte irrationalisme en anti-humanisme in de islam. Was het trouwens niet de weledelzeergeleerde drager van bewerkte cowboylaarsje Dick Pels, die de islamcritici het omgekeerde verweet, namelijk “verlichtings-fundamentalisme”? En waarop ik nog eens geantwoord heb dat het plempen van tienduizenden Turkse boeren uit Anatolië en Berbers uit de Rif in de achterstandswijken van Westerse grote steden in de verwachting dat het allemaal vanzelf Redelijke wegen zal volgen, misschien voortaan verlichtingsfundamentalisme moet heten. Dus hoe hebben we het nou met die islamcritici? Zijn de islamcritici vol “verlangen om af te rekenen ( . . .) met het verlichtingsdenken zelf” of zijn wij “verlichtingsfundamentalisten”?

Ten derde: Heijne presenteert zich dus als groot verdediger van “aan de Verlichting ontleende begrippen”. Nu is, wat mij betreft de Grote Historische Les die uit de Verlichting moet worden getrokken dat je met het Irrationele rekening moet houden. Je kunt vanuit de Verlichting een draad naar het heden trekken die spreekt van wetenschap en humaniteit, maar ook een die spreekt van een fout en ontspoord soort “links” maakbaarheidsdenken en die draad loopt van Robespierre, via Lenin, Stalin, Mao en Pol Pot naar Noord-Korea. Dat is de duistere kant van de Verlichting. Heijne schijnt die historische les althans in abstracto inmiddels begrepen te hebben. Hij zegt:

“De ware humanist laat zich geen knollen voor citroenen verkopen, die weet waarmee hij te maken heeft: de mens. De menselijke natuur ontkennen, weet hij, is even gevaarlijk als erin zwelgen. Tussen die twee smadelijke uitersten moet hij nu zijn eigen positie innemen.”

Dat klinkt als een bedaard-wijze positie. Maar waarom weigert een zelfverklaarde rijpe Verlichtingsdenker als Heijne dan die grote historische lessen ten aanzien van de islam te trekken? Waarom blijft hij dan Redelijkheid & Humaniteit projecteren in een “religie” en cultuur die elke dag opnieuw bewijst dat die begrippen daar niet leven? Hoe kan die bedaarde, rijpe, wijze positie dan een potsierlijk nazificeren van islamcritici opleveren? En dat terwijl men zelf weigert het uitbundig gedocumenteerde, 1400 jaar oude en zichzelf elke dag manifesterende irrationalisme van de islam onder ogen te zien? Je hoeft het niet met mij eens zijn dat de islam een nazisme avant, pendant et après la lettre is, zoals ik heb proberen te bewijzen, maar Heijne weigert zelfs het totalitair-antihumane en expanionistische van die ideologie te zien. Hij doet net alsof we hier met een doodgewone religie te maken hebben. Dat is pervers en idioot.

Gelijkheid, tolerantie, zachtmoedigheid, rechtvaardigheid “ schrijft Heijne zijn begrippen “die nu op een agressieve manier worden ontmaskerd als leugens, geriefelijke ontkenningen van wezenlijke behoeften”. Deze begrippen worden “ontmaskerd als akelig hypocriet, als zogenaamde hoogstaande geesten die er een dubbele moraal op nahouden”.

Door wie in godsnaam? Niet door islamcritici. Die wijzen op het ontbreken van die begrippen in de islam en op de omarming van hun tegendelen in het Mohammedanisme: het racisme, de ongelijkheid, de wreedheid en de willekeur. Precies in de islam hebben “gelijkheid, tolerantie, zachtmoedigheid, rechtvaardigheid” nooit een kans gehad en als die ideologie zich hier weet te vestigen, dan had mijn vader net zo goed thuis kunnen blijven op 6 juni 1944.

De taal van de naoorlogse democratie lijkt versleten” klaagt Heijne .“Een beroep op het gelijkheidsbeginsel en de fundamenten van de rechtsstaat wordt steeds vaker beschouwd als een poging om de werkelijkheid te ontkennen.”

Nou, niet zozeer de taal van “de demokratie”, maar de taal van de multikul van Bas Heijne is al twintig jaar aan vervanging toe. En moet dat nou? Wéér die nare onzin over Geert Wilders? Want die wordt bedoeld natuurlijk. Wilders wil bij mijn weten niet het gelijkheidsbeginsel ontkennen. Wilders wil misschien wel af van het domme Artikel Een van de Grondwet, uiteraard door “links” in de jaren 1950 verzonnen, waarin “godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras,  geslacht of ( . . .) welke grond dan ook” naast elkaar staan alsof het aanhangen van een ideologie net zo aangeboren is als ras of geslacht. Dat is dus precies wat Fortuyn bedoelde: artikel één van de grondwet is een idioot artikel, omdat het een handvat biedt om te zeggen dat je niet “islamofoob” mag wezen terwijl ik toch erg graag wil blijven zeggen dat ik het Mohammedanisme best wel een beetje erg nazistisch vind.

Voor zover ik begrijp, koestert Wilders het gelijkheidsbeginsel en daartoe wil hij een ideologie buiten houden die al 1400 jaar hetzelfde wil, de wereld beheersen. En die ideologie heeft de volgende karakteristieken: totalitair en van de totalitaire systemen het meest verwant aan het nazisme. De platte, materialistische en bloeddorstige Koran geldt als het eeuwige en onveranderlijke woord van Allah zelf. In de islam is geen gewetensvrijheid en geen wetenschappelijke vrijheid. Een priesterkaste regeert in naam van een “Führer”, Mohammed. De islam is vol van uebermenschenwaan, xenofobie, conspirisme en rancunisme, expansiedrift, oorlogszucht en racisme jegens vrouwen. Bovenal: het Midden-Oosten druipt al 1400 jaar van de Jodenhaat. Vanaf het begin van de Joodse immigratie in Palestina, is die mohammedaanse Jodenhaat gebruikt om de bevolking op te hitsen. En vanaf de jaren 1940 zijn de nazi-elementen van de Jodenhaat in de eigen traditie van Jodenhaat opgenomen. Men kan vanaf 1940 gerust spreken van de nazislam. En wat mij betreft daarvóór ook.

Heijne schrijft: “Een paar jaar geleden nam ik deel aan een discussie in New York met Ayaan Hirsi Ali en Frits Bolkestein. De laatste verkondigde voor een volle zaal dat het Westen ronduit superieur was aan de overige culturen. Een daverend applaus volgde.Het was een bijzondere ervaring, waaraan ik nog weleens terugdenk, hoewel ik de rest van de discussie allang ben vergeten. Wat drukte dat applaus uit?”

Nou, dat applaus drukte uit dat Bas Heijne intellectueel en moreel ver uitstak boven de rest van de deelnemers. Dat gaat hij uitleggen. De “grote humanisten” hebben ons namelijk onderwezen dat “geen bijzondere rechten konden worden ontleend aan de liefde voor de eigen natie of groep”. En misschien was in die grote zaal Heijne wel de enige die geen enge cultuur-supremacist was, maar een kosmopoliet die begreep dat “de principes van de Verlichting” nu juist in het Westen “handen en voeten hebben gekregen” en zodoende de “rechtsstaat” in het Westen hebben gevestigd.

“Wie dat ontkent, maakt zich inderdaad schuldig aan cultuurrelativisme.

”Hoe nu? Bas Heijne die iedereen zo’n beetje nazificeert die het niet met hem eens is en het meest massieve totalitaire gevaar dat het Westen ooit bedreigd heeft wegwuift, maakt zich daaraan niet schuldig?

Van de aanwezigen in de zaal noemt Heijne alleen AyaanHirsi Ali en Bolkestein met name. Zij hebben wat mij betreft oneindig meer van zowel de rechtsstaat, de Verlichting en vooral van de islam begrepen dan Heijne. Maar Heijne weet door een natte vinger in de lucht te steken dat de aanwezigen applaudiseerden

“( . . .) tegen de politieke correctheid in, voor de eigen superioriteit. Het Westen was beter, dus waren zijzelf beter. Eindelijk mocht het worden gezegd. Het maakte niet uit of er moordenaars in de zaal zaten, of oplichters, of lafaards, of sjoemelaars, of domkoppen, iedereen daar mocht zich dankzij Bolkestein even beter voelen dan de rest.”

En: “( . . .) hier werd uit naam van de Verlichting geklapt voor emoties die juist tegen het wezen van de Verlichting ingingen – culturele hegemonie, oneigenlijke superioriteitsgevoelens, groepsnarcisme.

”Wat een primitieve psychologie voor een bedienaar van de slijpsteen voor de geest. Heijne vertoont telkens weer precies dat politieke hedonisme, dat wrede narcisme, die hang naar morele zelfmanifestatie, dat verlangen naar het morele krukje dat zijn soort gemakzuchtige mensenliefde zo Wallage-walgelijk maakt. Zou Wafa Sultan onder de aanwezigen geweest zijn? Zou zomaar kunnen. Zij is een vrouw die de islam aan geest en lijf heeft ondervonden en die in een aangrijpend pleidooi die volstrekte superioriteit van het Westen tegenover die al 1400 jaar in graniet geïnstitutionaliseerde barbarij heeft geschilderd Waarom dat vertoon van invoeling in het dierenleed van een kariboe en dat onvermogen om die wereldwijde terreur van de islam te zien, die alleen al tot uiting komt in de tientallen, misschien wel honderden vrouwen die dagelijks in die wereld worden vermoord? Waarom dat dierenleed en de foute emoties van Sarah Palin gebruiken om alles wat Heijne politiek niet bevalt te nazificeren en tegelijk niet praten over die oceanen van islamitische leed?

Heijne schrijft: “De helden van de Tea Party-beweging, waarvan Palin het boegbeeld is, eigenen zich schaamteloos de symbolen toe van een tolerant en progressief Amerika – zoals Abraham Lincoln en Martin Luther King. De grote mars die eind augustus door de voorman van de volksrechtse televisiezender Fox, commentator Glen Beck, werd gehouden – waar ook Palin sprak – heette veelzeggend ‘Restore America’. Geef ons ons land terug.”

Dat is alleen maar schaamteloos als je vindt dat uitsluitend de mooiprater van de nazislam, Hussein Obama, recht heeft op de erfenis van King en op de kwalificaties “tolerant en progressief”. Ik vind Obama een gevaarlijk naïeve kwast met zijn dhimmie- buiging voor die roverhoofdman van de racistische beuls-en-terreurstaat Saoedie Arabië en zijn illusies over de “vredeswil” van de “Palestijnen”. En Lincoln noem je alleen “tolerant en progressief” als je niet weet dat hij voor alles een realist was in de verlichte traditie van de Founding Fathers.

De bottom line is waarschijnlijk dat wanneer Heijne zijn ogen open doet en zijn harde narcisme beseft – dus de bestaande en bestaan hebbende islam, theorie en praktijk ziet voor wat het is – hij niet alleen zijn vehikel voor zelfverheffing kwijt is, maar ook de puinhopen onder ogen moet zien van de multikul in welks dienst hij een heel leven heeft geschreven. De mislukking van de integratie van moslims in het Westen is een feit, het wordt alsmaar moeilijker dat te ontkennen. Robert Spencer heeft daar zeer onlangs nog een hartig woordje over gezegd. De geschiedenis en het karakter van de islam wordt de dames en heren van de linkse kerk steeds krachtiger onder de neus geduwd, in uitzonderlijke gevallen zelfs via de mainstream media.

Een vriend schreef me: “Men is een verschrikkelijk experiment aangegaan met de eigen bevolking, vanuit het geloof  ‘wij zijn allen mensen, willen het goede en culturen zijn gelijk en gelijkwaardig’. Men was zo overtuigd van deze premissen en het eigen gelijk met de verkeerd begrepen lessen uit de 2e wereldoorlog, dat men geen plan B heeft. Wat te doen wanneer het misloopt? Schoorvoetend worden alle heilige huisjes onttakeld, een voor een. Totdat slechts de verschrikkelijke consequenties van het wanbeleid van de afgelopen decennia overblijven. Ze zien het nu al, maar het kan niet waar zijn, omdat het niet mag.”

Ik heb Bas Heijne incidenteel gevolgd, maar ik vond zijn columns in de NRC steeds ronduit dom en ergerlijk. Ik heb op de NRC-site onder de stukken van Heijne een aantal malen geprobeerd te reageren met analytische en onderbouwde commentaren die ook nog goed geschreven waren. Ze kwamen nooit door de NRC-censuur. Met twee columns met name heb ik dat geprobeerd, met Heijnes tekst “Gevoeligheden” uit mei 2008, waarin hij vertelde dat er met de vrijheid van meningsuiting helemaal niks mis was. Ik had er een pittig commentaar van bijna 2000 woorden op geschreven. Kwam, zoals gezegd niet door de NRC-censuur. Een tweede column van Heijne van maart 2008 was getiteld “Minder islam” waarin hij de angst voor de islam belachelijk maakte en waaraan ik 1000 woorden wijdde. Weggecensureerd.

Inmiddels heb ik het opiniekatern van afgelopen zaterdag van de NRC aangereikt gekregen. Zelf lees ik het vod allang niet meer. Ik zie nu dat er sprake is van een hernieuwd offensief tegen “Wilders”. Het katern bevat een stuk getiteld “De strijd tegen het antisemitisme is verworden tot ideologie tegen moslims”. Het is van een zekere Evelien Gans en ze doet haar naam alle eer aan. Een tweede dom en manipulerend artikel is van de koninklijk onderscheiden intellectuele charlatan Ian Buruma onder de titel “Geert Wilders en Flip de Winter zijn de verkeerde vrienden voor de Joden”. Beide stukken zal ik aan een analyse onderwerpen zoals ik dat hierboven met Heijne heb gedaan en ergens volgende week op deze site publiceren.

Over Buruma heb ik al eens eerder iets gemeld:

“[Paul Berman analyseert] de perverse wijze waarop Ayaan Hirsi Ali steeds is vergeleken met Tariq Ramadan, vooral door Ian Buruma en Timothy Garton Ash. In die vergelijking kwam de bedrieger en krypto-fundamentalist Ramadan steeds als de intellectueel-moreel betere uit de bus tegenover de integere en verlichte liberaal Hirsi Ali. Het intellectueel-morele falen van Ash en Buruma wordt door Berman dermate subtiel-vernietigend beschreven dat ik niet zo goed begrijp waarom die twee nog geen zelfmoord hebben gepleegd of in een klooster zijn gegaan. Te weinig intellect en moraal misschien om ten volle te begrijpen hoezeer ze bij de enkels zijn afgekapt en hun kleinzieligheid is aangetoond?”

Wat moet je nou van zo’n Heijne zeggen en meteen van de hele kaste waartoe hij behoort? Een intellectueel mag je hem niet noemen. Maar valt hij onder de kategorie van linkse liberals die door de psychiater Lyle Rossiter als geestesziek wordt beschouwd? In elk geval zijn ze allemaal slim genoeg geweest zich te verschansen in allerlei subsidie-niches, maar werken de islamcritici in de marge en bijna altijd onbetaald. Wie probeert om, ik noem maar wat, subsidie te krijgen voor een tv-docu die het onderwerp Israël en “de Palestijnen” eens bekijkt in het perspectief dat de Grootmoefti van Jeruzalem ervan had, benevens al zijn maffiose opvolgers, van Yasser Arafat, via Mahmoud Abbas naar de bazen van Hamas, dus in een perspectief waar de nazi’s aangewezen worden waar ze zitten en een keertje niet de ultieme perversie wordt gepleegd die Israël en de Joden demoniseert, zo’n subsidie-aanvrager krijgt nul op het rekest. Het is een gekke wereld, maar Bas Heijne is er helemaal in thuis.

UPDATE 4 JANUARI 2017:

Zie op GeenStijl de uiteráárd door de redactie van de NRC afgewezen kritiek van Jaap Plaisier  op het lege geouwehoer van Bas Heijne onder de titel Bas Heijne is een fantast en een charlatan
_______________________

Dit stuk verscheen 13 januari 2011 op AmsterdamPost

Advertenties