Ian Buruma

Door: Martien Pennings

“Ik vind het gewoon een enorme klootzak en een intellectuele charlatan met zijn hele internationale reputatie.” Dat schreef ik nog zeer onlangs over Ian Buruma. En zie! Ibn Warraq, nogal een baasje op zijn vakgebied, de islam, blijkt het na slechts luttele dagen met mij eens te zijn. Ik neem aan dat Warraq de AmsterdamPost goed bijhoudt. Hij zegt niet “enorme klootzak”, want Warraq is een stuk deftiger dan ik, maar hij bedoelt het wel.

Warraq zegt bijvoorbeeld over Buruma:

“Only someone without any moral sense could possibly equate the Enlightenment values of Afshin Ellian with the Islamofascism of Bouyeri.”

“Buruma achieves his goals in a most insidious manner – hinting, insinuating, but never engaging with ( . . .) arguments.”

Uit Warraqs relaas blijkt dat Buruma ronduit liegt om Afshin Ellian te besmeuren. “character assassination” is dan ook de term die Warraq gebruikt.

Het zijn precies dezelfde punten die ik in mijn kritiek op een lasterstuk van Buruma in het secte-blaadje NRC had: immoraliteit, manipulatie, demoniseren.

In het volgende zal ik een zeer recent artikel (februari 2011) van Ibn Warraq samenvatten (“In Defense ofAyaan Hirsi Ali & Afshin Ellian”) waarin Ian Buruma eveneens wordt neergezet voor wat hij is: vals en incompetent. (1)

Warraq  begint met de mededeling dat hij nog zal terugkomen op het boek van Paul Berman, “The Flight of the Intellectuals” waarin Berman drie dingen toont:

a) Hoe bij Tariq Ramadan onder een façade van hele en halve leugens een reactionair islamisme verborgen zit.

b) Hoe Tariq Ramadan door Buruma wordt verdedigd.

c) Hoe Buruma tegelijk de verlichte ideeën van Ayaan Hirsi Ali verdacht maakt en haar ongunstig vergelijkt met Ramadan.

Ik hoop dat Warraq, als hij terugkomt op Bermans “Flight”, zal wijzen op de oveeenkomsten tussen Ramadan en Buruma. Met name de slangachtige kwaliteit van zowel de teksten van Buruma als Ramadan, de kronkelende kwaliteit van beiden, die hun gif bijna ongemerkt in de geest van de lezer weten brengen. Ik heb Bermans “Flight” zelf ook grondig gelezen en Berman moet tientallen pagina’s besteden om de gevorkte stok eindelijk rond de slangenkop van Buruma te krijgen. (zie “Flight” pp. 252-3). Buruma probeert voortdurend de indruk te wekken dat hij fair and balanced is, maar de indruk waarmee de lezer blijft zitten is, dat hij Hirsi Ali voortdurend aanvalt. Net zoals ik bij lezing van Buruma’s stuk in de NRC bleef zitten met de indruk dat het een aanval op de Joden en Israël was, ondanks twee expliciete beweringen van het tegendeel door Buruma. In dezelfde stemming moet Berman hebben verkeerd, toen hij na een lange opsomming van artikelen contra Hirsi Ali van de hand van Buruma ironisch zei dat “some people did think he was making an attack”. (“Flight”, p. 292)

Warraq had vroeger nog wel een zekere bewondering voor Buruma. Maar die bewondering was voorbij toen Warraq “Murder in Amsterdam” had gelezen, de vertaling van “Dood van een Gezonde Roker”, waarin Buruma de moord op Theo van Gogh beschrijft. Warraq meent dat Buruma in dat boek vervalt tot “apologetics pure and simple” voor islam en islamisme. “One  noted Dutch scholar of Islam went so far as to call his account an apology for murder.” (2)

Buruma, zegt Warraq, belastert (“vilification”) Hirsi Ali en Ellian. Hun vasthouden aan humane en verlichte principes stelt Buruma op één lijn met het slechtste soort islamisten, voor wie Buruma  bovendien verontschuldigingen zoekt. “Buruma achieves his goals in a most insidious manner – hinting, insinuating, but never engaging with their arguments.” Hirsi Ali en Ellian “embraced a radical version of the European Enlightenment,” volgens Buruma en insinueert dan dat “their aims may be less than enlightened.” Wat voor snode doelen Hirsi Ali en Ellian hebben, vertelt Buruma er niet bij. Dit “Verlichtingsfundamentalisme” is volgens Buruma gewoon een radicale geestesgesteldheid: Hirsi Ali was vroeger moslim en Ellian was vroeger communist. Voorts zijn volgens Buruma beiden getraumatiseerd door hun geschiedenis.

Buruma gebruikt dus dezelfde simplistische psychologie als waarop ik al had gewezen in mijn kritiek op Buruma’s anti-Joodse artikel in het NRC-vod. Minder simplistische psychologie zou kunnen luiden: de intense persoonlijke ervaring heeft bij Hirsi Ali en Ellian de ogen geopend voor het nefaste karakter van de islam en de humaniteit en redelijkheid van de verlichte westerse cultuur. Bij Paul Scheffer en Frits Bolkestein heeft Buruma blijkbaar geen materiaal voor dit soort psychologie van de koude grond, maar wel weer bij Herman Philipse met wie Buruma blijkbaar op school heeft gezeten en die hij op grond daarvan beschrijft als “pretentieus”, van rijke familie, opgevoed in de idealen van de Verlichting “and hence, by Buruma’s bizarre logic, Philipse is not to be taken seriously.”

Buruma vertelt in “De Dood van een Gezonde Roker” leugens over de vluchtgeschiedenis uit Iran van Ellian die via Afghanistan liep en noemt deze “as bogus as Ayaan’s refugee story”. Buruma zet Ellian neer als “deceitful, someone who manipulated the UNHCR”. Warraq noemt dit “character assassination, harmful professionally and hurtful personally.”

Bolkestein en Ellian hebben in een brief geprotesteerd bij Penguin, waar de vertaling van “De Dood van een Gezonde Roker” zou uitkomen en erop gewezen dat met name de door Buruma misvormde vluchtgeschiedenis van Ellian goed gedocumenteerd is . Inderdaad werd Buruma gedwongen in de Penguin-editie een aantal correcties door te voeren.

Voortdurend, meent Warraq, past Buruma de favoriete list toe van de cultuurrelativisten: morele gelijkwaardigheid. Hirsi Ali en Ellian worden beschreven als “krijgers” die een universele waarheid hebben ontdekt (de Radicale Verlichting) en worden door Buruma gelijkgesteld aan jihadisten, bijvoorbeeld Mohammed Bouyeri, die “op een bepaalde manier” – “in a way” (3) – ook een universele waarheid hebben ontdekt,namelijk de radicale islam.

Warraq legt vervolgens nog eens in extenso het verschil uit tussen de Radicale Verlichting en de barbarij van de islam. Die uiteenzetting in het stuk van  Warraq begint met de zin: ”For anyone who has not lost his moral sense, there is no possible equivalence of someone who tries to uphold the values of the Radical Enlightenment ( . . . ).” Dat slaan we hier over, omdat het meer geschreven lijkt voor types als Buruma, die de islam nog moeten ontdekken. Of al ontdekt hebben en stiekem verliefd zijn geworden. Want dat begin ik langzamerhand niet uit te sluiten.

Buruma ziet, behalve “universalisme” nog een tweede overeenkomst tussen Hirsi Ali en Ellian enerzijds en een type als de moordenaar van Theo van Gogh anderzijds: het radicalisme, de ene partij radicaal seculier, de andere radicaal religieus.

Warraq brengt hier Jonathan Israël in stelling, een van de grote historici van de Verlichting en met name zijn boek Radical Enlightenment. Kern van Israëls betoog is dat er een onoverbrugbare kloof bestond tussen de Radicale Verlichting en de Gematigde Verlichting zoals die in de 18e eeuw plaats greep in het Westen.

“Radical Enlightenment is a set of basic principles that can be summed up concisely as: democracy; racial and sexual equality; individual liberty of lifestyle; full freedom of thought, expression, and the press; eradication of religious authority from the legislative process and education; and full separation of church and state. ( . . .) whereas the Moderate Enlightenment philosophers such as Voltaire, and those influenced by them had constant recourse to relativism, which made such cross-cultural judgments impossible.”

Zo voert Israël een Gematigde Verlichter op, die in India de autochtonen in de 18e eeuw wilde toestaan “[to] be indulged in their own prejudices, civil and religious, and suffered to enjoy their own customs unmolested.” Dat betekende bijvoorbeeld het intact laten van het kastensysteem.

Buruma, zegt Warraq, behoort tot dit soort “Gematigde Verlichters” die de barbaarse gewoonten van de islam intact wil laten.

Warraq citeert Buruma:

“And it’s true that discrimination of Muslim women by their own fathers and brothers causes much suffering, but it is hard to see how an attack on the Muslim faith would help to solve this problem. The revolutionaries are no longer open to compromise, and apart from giving protection to young women who are subject to male violence, there is little the government can do to change the habits of conservative patriarchs. Attacking religion cannot be the answer, for the real threat to a mixed society will come when the mainstream of non-revolutionary Muslims has lost all hope of feeling at home.”

Warraq legt dan nog eens uit hoezeer Radicale Verlichters deze houding afgewezen zouden hebben en brengt de radicaalste der verlichters, Spinoza, in het geweer. En Warraq wijst op het subtiele racisme dat in Buruma’s houding verborgen zit: de wilde is wel nobel, maar kan toch nooit tot “ons” niveau van noblesse reiken. Zoveel vrijheid kunnen exoten niet aan.

Maar ik zou graag gezien hebben dat Warraq hier de vraag had gesteld, wat het alternatief voor een “attack on the moslim faith” zou moeten zijn. Want dat is de bron waaruit alle ellende voortvloeit, een geloof dat zichzelf bovendien definieert als onhervormbaar. En al zou de wil tot hervorming er zijn: rond welk humaan en positief principe zou zo’n hervorming moeten clusteren? Er is namelijk in de islam niets goeds te vinden.

Buruma wijst dus kritiek op de islam af, want dan heet het ineens een “attack”. Dat is een belangrijke vaststelling. Maar ik zou verder willen gaan dan het vastpinnen van de kwaadaardige en verliefd-collaborerende domheid van Buruma inzake de islam.

Want Warraq realiseert zich blijkbaar niet dat, als je consequent de principes van de Radicale Verlichting toepast, je bereid moet zijn de Vrijheid van Meningsuiting (waarbinnen de Vrijheid van Godsdienst zit besloten) niet voor de islam te laten gelden. “Full freedom of thought, expression, and the press” kan niet bestaan voor een geloof dat alle kernwaarden van de Radicale Verlichting bestrijdt en ontkent: demokratie, seksuele gelijkheid, individuele vrijheid, vrijheid van meningsuiting, verwijdering uit wetten en schoolopleiding van religieuze autoriteit, scheiding van kerk en staat.

Ik zou liever het genot van één kernwaarde aan één barbaars geloof ontzeggen dan het gevaar te lopen álle kernwaarden in de héle Westerse maatschappij kwijt te raken. Het is zelfs zo dat publieke uitingen van dit geloof verboden zouden moeten worden alleen al om de moslims, en vooral de vrouwen onder hen, te redden van hun geloof. Want deze kernwaarden gelden niet voor hen in de getto’s die wij hen toestaan te vormen in het Westen. Wij staan toe dat er een bevolkingsgroep is, waarin individuen, vooral de vrouwen, minder rechten hebben, al gaat dat dan ook onder de vlag van “vrijwillig”, “vrijheid godsdienstblijheid” en “diversiteit”.

Kortom: de Vrijheid van Meningsuiting (Godsdienst) moet aan de nazislam ontzegd worden om de rest van de kernwaarden in de hele Westerse maatschappij te behouden en om de moslims van de nazislam te bevrijden.

De platte demagogie van Buruma komt opnieuw tot uiting als Warraq opmerkt dat Buruma stelt dat, als de islam een bedreiging is, daaruit volgt dat “all Muslims are threats.” Maar Warraq legt uit dat er een onderscheid is tussen de leer en de praktijk (4), dat de leer van de islam niet gematigd is en inderdaad een bedreiging is voor de Westerse waarden, maar dat moslims delen van hun geloof links kunnen laten liggen. Niet elke moslim is dus per definitie een bedreiging.

Maar Warraq verzuimt te wijzen op het gevaar dat de ware kern van de islam in tijden van krisis altijd naar boven gehaald kan worden door fanatici die de teksten werkelijk kennen. En dat zulks de hele geschiedenis van de islam door ook gebeurd is. Zo heeft de moefti van Jeruzalem vanaf 1920 met behulp van de islam gezorgd voor de continue stroom van bloedige wreedheden die wij als “de Palestijnse kwestie” hebben leren kennen. “Bloedige wreedheden”: ach, dat blijft wat abstract. Om in de echte islamsfeer te komen, de Daniel-Pearl-Theo-vanGogh-sfeer zeg maar,voeg ik hier een citaat in dat ik haal uit  een boek van Alan Dershowitz, “The Case for Israël” (p. 43) waarin de verantwoordelijkheid van de islam en de moefti ook zeer wordt benadrukt. De Engelse politiechef van Hebron getuigt over de pogrom in Hebron van 1928:

“On hearing screams in a room I went up a sort of tunnel passage and saw an Arab in the act of cutting off a child’s head with a sword. He had already hit him and was having another cut, but on seeing me he tried to aim the stroke at me, but missed; he was practically on the muzzle of my rifle. I shot him low in the groin. Behind him was a Jewish woman smothered in blood with a man I recognized as a[n Arab] police constable named Issa Sherif from Jaffa in mufti. He was standing over the woman with a dagger in his hand. He saw me and bolted into a room close by and tried to shut me out-shouting in Arabic, ‘Your Honor, I am a policeman.’  I got into the room and shot him.”

Zoals Buruma dus vindt dat zowel het “universalisme” als het “radicalisme” van Hirsi Ali en Ellian enerzijds en dat van Bouyeri anderzijds vergelijkbaar zijn en hij bij Ellian en Hirsi Ali verklaringen zoekt in de sfeer van de persoonlijke psychologie-van-de-koude-grond, zo ook zoekt Buruma bij Bouyeri verklaringen in de persoonlijke sfeer en komt dan op de “discriminatie” waaronder Bouyeri geleden zou hebben. (5) Buruma ontslaat in feite Bouyeri van alle morele verantwoordelijkheid en hij gaat totaal voorbij aan de emotieloze verklaringen van Bouyeri voor de rechtbank, waarin hij benadrukte dat hij zelfs zo nodig zijn eigen vader of broer omgebracht zou hebben als ”het geloof” dat geëist zou hebben. Bouyeri handelde vanuit zijn orthodoxe islamopvatting, maar Buruma, zo benadrukt Warraq, blijft rustig bepleiten dat ook dit soort orthodoxe moslims geaccepteerd worden “as a fellow free citizen of a European country.”

Warraq somt vervolgens een aantal boeken op die de problemen beschrijven die de islam in Europa veroorzaakt. (6) Boeken die bepaald niet geschreven zijn door paranoïde rechtsextremisten, maar waarin verontrustende zaken staan. Bijvoorbeeld de dramatische toename de laatste jaren van het antisemitisme in heel Europa, een toename die uitsluitend aan moslims te wijten is. Idem voor de homohaat. Dan is er de openlijke roep om het Westen te vernietigen en de sharia te vestigen, een totalitair systeem met gruwelijke straffen voor soms simpele “overtredingen”, waaronder uittreding uit de islam. De pogingen om aan de islam onwelgevallige kunst en meningen te verbieden. De doodsbedreigingen tegen politici en kunstenaars. De roep om onderwerping aan “Gods woord”. De discriminatie van vrouwen, de gedwongen huwelijken, de eerwraakmoorden. De verklaringen van superioriteit van moslims over niet-moslims.

Warraq wijst op het feit dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 nooit door de moslimlanden (verenigd in de OIC) werd getekend. Ze kwamen met een eigen Verklaring, waarin ten slotte zelfs aan het einde de hele verklaring waardeloos werd gemaakt door de inperking dat al het voorgaande getoetst moest worden aan de sharia.

“This is a clear cut demonstration by the Muslims themselves of the incompatibility of the two set of principles that Buruma tries to conflate or equate.”

Maar ja, Buruma weet het nou eenmaal beter dan die bruine nepmensjes zelf. Die kinderlijke volken zijn noch in staat tot zelfstandig groot kwaad, noch tot echte beschaving. Dat komt allemaal uit het Westen. Laat dat maar aan papa Buruma over. In het Amerikaanse discours over de slavernij hadden ze een uitdrukking voor de tomeloze en tegelijk onthechte arrogantie waarmee sommige zich superieure wanende blanken de zwarten benaderden: “benign neglect”. In die buurt komt de houding van Buruma tegenover moslims.


(1) In het verloop van mijn samenvatting van Warraq  zal ik zelf drie punten maken, die ik essentieel vind, en die ik al vaker benadrukt heb:
a) De Vrijheid van Meningsuiting (en dus die van Godsdienst) is niet absoluut omdat zij existentieel is.
b) Als het erop aan komt, hebben de “fundamentalisten” niet alleen de beste, maar zelfs de enige papieren in de islam.
c) De islam is onhervormbaar, niet alleen omdat de islam zichzelf als essentieel onhervormbaar definieert, maar ook omdat er niets goeds in de islam te vinden is, een positief principe rond hetwelk een hervorming van de islam zou kunnen clusteren. De islam kan alleen in zijn geheel afgezworen worden.

(2) Warraq meldt dat zowel Theodor Holman, Bart-Jan Spruyt, Paul Scheffer, Frits Bolkestein, Paul Cliteur als Afshin Ellian hebben geklaagd dat ze door Buruma in zijn boek óf verkeerd zijn geciteerd óf helemaal niet beseften dat Buruma het gesprek ging gebruiken. Max Pam meende tussen de 125 en 150 feitelijke vergissingen in het boek te kunnen aanwijzen. Ahmed Olgun en Jutta Chorus die ook een boek over de moord op Theo van Gogh schreven,  beschuldigden Buruma van plagiaat. Warraq zelf wijst op twee misinterpretaties van islamitische termen en concludeert dat Buruma niks weet van de islam en zich zelfs niet over basale dingen documenteert.

(3) Warraq wijst hier opnieuw op de manipulerende manier van redeneren bij Buruma, die ook in kleine “ontsnappende” toevoegingen zit. Bij negatieve kwalificaties van Hirsi Ali en Ellian wordt dan gezegd: “vonden sommige mensen afstotend”, “naar verluidt” , “sommigen zouden zeggen”, “critici van”, “een van de meest voorkomende vormen van kritiek tegen”, “worden soms genoemd”. Ook als het quasi-positief bedoeld is: “voor sommigen is zij een heldin”.

(4) Warraq maakt onderscheid tussen islam 1 (koran en hadith), islam 2 (de woestijn aan “interpretatie” die daar in 1400 jaar aan toegevoegd is), en islam 3 (de historische en actuele praktijk van de islam). Wat mij betreft mogen de nummers 1 en 2 wel bij elkaar genomen worden, vooral ook omdat de granieten leer in elk geval van die 1400 jaar “interpretatie” niet flexibeler is geworden.

(5) Typisch beschrijft Buruma de vader van Bouyeri als “a broken-backed former guest worker from the Rif mountains”, waarschijnlijk zonder iets zekers over die vader te weten. Die “gebroken ruggen” van de “gastarbeiders” waren vaak vage klachten, op grond waarvan zeer velen na een korte arbeidsgeschiedenis in een vrij riante WAO-uitkering belandden. Ik heb eens een psychiater gesproken die jarenlang bij de WAO-keuring had gewerkt en Marokkaans en Turkse mannen, maar ook vrouwen, na een korte arbeidscarrière bij bosjes afkeurde, omdat er niks anders mee te beginnen viel.

(6) Bruce Bawer, While Europe Slept: How Radical Islam is Destroying the West from Within”.

Bruce Bawer, Surrender: Appeasing Islam, Sacrificing Freedom”.

Abigail Esman, Radical State: How Jihad is Winning over Democracy in the West”.

Chris Caldwell, Reflections on the Revolution in Europe: Immigration, Islam and the West”.

Mervyn Hiskett, Some to Mecca Turn to Pray: Islamic Values and the Modern World.”

________________________________

Advertenties