Door Martien Pennings

HAVENAAR BOSMA PAMFLET

De omslag van het pamflet

Hieronder analyseer ik een pamflet dat het boek van de partij-intellectueel van de PVV, Martin Bosma, “De schijn-élite van de valse munters”, kapot wil schrijven en daarmee natuurlijk de PVV en Wilders zelf wil beschadigen. Mijn analyse is lang, 19 pagina’s. Maar ik had zoveel woorden nodig omdat het een dom pamflet is en domme teksten zijn nu eenmaal veel moeilijker te kritiseren dan intelligente. Maar waarom liet ik die domme tirade niet voor wat-ie was? Omdat in het huidige geestelijk klimaat van verdomming en pervertering dit kwaliteitsloze schotschrift door de meeste mensen als een moreel en intellectueel hoogstandje beschouwd zal worden. Ik moest dus afdoende aantonen dat het flut is. En om afdoende te zijn had ik zoveel woorden nodig. Maar ik heb geprobeerd zo boeiend mogelijk te zijn. Please, bear with me!

Het bedoelde pamflet, geschreven door Ronald Havenaar, kon voor het eerst “gratis” (1) bij de “betere boekhandel” opgehaald worden op zaterdag 19 februari 2011. Dat was dezelfde zaterdag dat Huub Oosterhuis op alle zenders van de publieke omroep ernstig mocht beweren dat Beatrix in haar toespraken door de PVV wordt gecensureerd. Ga kijken en luisteren en let vooral op de koninklijk ontroerde keeldeftigheid waarmee Oosterhuis spreekt! Zelden zo’n gaaf exemplaar gezien van een multikulse narcist annex politieke hedonist. Die zaterdag zag ik ook voor het eerst dat een oude linkserd als Jaap Fischer met een uitgestreken gezicht een loflied zat te zingen op de dood van Geert Wilders. We hebben het dus over een pamflet dat in de demoniserings-tsunami van Geert Wilders zijn rol speelt.

De titel van Havenaars pamflet luidt “Te licht bevonden: over PVV-ideoloog Martin Bosma”. Maar ik ben bang dat het omgekeerd is, namelijk dat zelfverklaarde zwaargewicht Havenaar zich vertild heeft aan Bosma. Havenaars pamflet is speciaal verspreid door uitgever Van Oorschot om als anti-Wilders-propaganda te dienen in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart 2011. Zulks wordt expliciet op de binnenpagina en achterflap van het schotschrift vermeld. Het is een bijdrage in de strijd, zegt auteur Ronald Havenaar, om “de vijand” te verslaan. En dat is dus Wilders. Niet bijvoorbeeld de islam. Uitdrukkelijk niet.

Ronald Havenaar

Ronald Havenaar

Een dom pamflet.

Misschien is de slotzin van Ronald Havenaars pamflet wel de domste:

“Bosma’s rancunetocht tegen de islam werpt alleen maar barricades op voor een integratie die mogelijk en wenselijk is.”

In de voorafgaande bijna 5000 woorden heeft Professor Doctor Historiae Havenaar dan bewezen dat hij geen fatsoenlijk historische vergelijking kan maken, niks begrijpt van “de Sixties” noch van de islam, te weinig begrijpt van het Hitlerisme, Bosma zwaar onderschat, maar wél veel kennis over Jacques de Kadt weet te etaleren die niet relevant is om Bosma te beoordelen, daarbij slechts zijn eigen arrogantie blootleggend.

“Rancunetocht”, lazen we zojuist, maar behalve dom, is het pamflet van Havenaar zelf nou juist zéér rancuneus (2) . . . én neerbuigend. Volgens Havenaar is Bosma

“( . . .) een halfintellectueel die heel wat gelezen heeft, maar niet in staat is zijn weetjes in een aannemelijke context plaatsen. Maar waarschijnlijk was dat ook helemaal niet de bedoeling en moeten we zijn boek vooral opvatten als een politiek pamflet waarin elk middel wordt aangegrepen om de tegenstander te raken. Dat mag, maar deze methodiek heeft niets van doen met de zakelijkheid, de kennis en het inzicht die men terugvindt in alle werken van de leermeester op wie Bosma zich beroept.”

In het volgende zal blijken dat als er iemand “elk middel”, maar vooral dat van de gratuite laster en de lege ad hominems gebruikt, het Ronald Havenaar wel is. Bewezen wordt er niks in het schotschrift van Havenaar. De belediging, “halfintellectueel” `(3) met dat denigrerende “weetjes” wordt in bovenstaand citaat achterbaks half terug genomen met “was dat ook helemaal niet de bedoeling”. De kwalificaties van “de leermeester” – bedoeld is Jacques de Kadt –  namelijk “de zakelijkheid, de kennis en het inzicht” zijn loze overdrijvingen om Bosma klein voor te stellen. Zo verheven was De Kadt nou ook weer niet. En van de islam ontging aan De Kadt de essentie, net als aan Havenaar.

Havenaar en ik

Havenaar is “bijzonder hoogleraar” aan de UvA op een leerstoel die is ingesteld in naam van de Stichting Atlantische Commissie, die van Havenaar wil dat hij goed bijhoudt wat er zoal na 1945 in het Atlantisch Bondgenootschap aan ontwikkelingen waren en zijn. In “de jaren 1960”, die zoals men weet eigenlijk meer plaats grepen in de jaren 1970 en begin jaren 1980, zou Havenaar een “Nato-professor” zijn genoemd, een rechtse bal die in dienst van het Kapitaal de Derde Wereld helpt onderdrukken.

Ik heb aan de UvA in de jaren 1980 nog werkcolleges geschiedenis gevolgd die gegeven werden door een beginnende Ronald Havenaar, in wie Maarten Brands een groot aanstormend talent zag. Nu kon Professor Doctor Maarten Brands zelf niet denken, dus dat is op zich geen compliment. Havenaar is niet alleen NATO-professor, maar laat zich ook gelden in de wereld van Jacques de Kadt-specialisten en is op hem gepromoveerd. Die wereld beperkt zich overigens tot Nederland en is dus erg klein. Misschien is Havenaar wel koning in één eenmansrijk, al heeft Paul Fentrop toch ook wel eens van De Kadt gehoord.

Uitgerekend deze Ronald Havenaar heeft mij ook tot groot Jacques de Kadt-kenner uitgeroepen. Nou ja, misschien overdrijf ik, maar in elk geval bijna. In een werkcollege van Havenaar rond Jacques de Kadt waaraan ik in 1988 deelnam luidde de eerste opdracht: vat op één A-4tje de essenties van “Het Fascisme en de Nieuwe Vrijheid” samen. Na het werkcollege bleven Havenaar en ik op een gegeven moment alleen over in een van de glasrijke doorkijkruimtes van de Letterenfaculteit van de UvA in de Spuistraat. Terwijl Havenaar met heftige bewegingen het schoolbord stond uit te vegen waarop hij zijn De-Kadt-strategie voor het werkcollege had uitgelegd, zei hij: “Ik moet je wel complimenteren. Je hebt op dat ene A-4tje werkelijk alle essenties van dat boek geraakt.” Het spijt me dat ik in deze tekst richting Havenaar minder complimenteus moet zijn dan Havenaar indertijd naar mij.

Havenaars begrijpt niets van “de Sixties”

Havenaars geschrift kent op die twaalf pagina’s toch nog zeven tussenkopjes. Dat wekt een indruk van grote beheersing der materie. Maar als we nou het éérste kopje bij de kop nemen, dan luidt dat “Beuken”. Daaronder vinden we een oppervlakkige beschouwing over overeenkomsten tussen de mentaliteit van de “Sixties” en de PVV-mentaliteit. Raar. Dat zou je toch eerder verwachten onder het kopje “Sixties”? Dat kopje staat er namelijk óók in. Maar dat is het zésde kopje. Ja, het is vaak het geval, maar ook bij Havenaar zijn hoofdstuk-titels en tussenkopjes géén uitingen van strakke ordening in het denken van de auteur.

Havenaar heeft niet alleen nauwelijks thematische ordening in zijn 12 pagina’s kunnen aanbrengen, maar het is ook allemaal van een stuitende oppervlakkigheid. Hij geeft aan “de jaren zestig”, die zich, nogmaals, zoals bekend vooral in de jaren 1970 tot midden jaren 1980 afspeelden, geen enkele diepere duiding. De “68-ers”, zo meent Havenaar, waren anti-elite, pro-polarisatie en pro-directe democratie. En dat is de PVV ook. Dús is de PVV verwant aan de mentaliteit van “de Sixties”. Dat is een onzinnige redenering, want dat zijn verschijnselen van alle tijden: anti- bazen, boos-op-die-anderen en allemaal-meepraten. Op die manier kan je echt de PVV niet exclusief aan “de Sixties” koppelen. Bovendien, zo zal ik betogen, is de PVV helemaal niet voor “directe democratie”, integendeel zelfs. “Van Liefland”, wrijft het Havenaar in een lezenswaardig stuk als volgt in:

“1968 en de PVV ‘polariseren’ allebei. Ja, net als alle politici die hun vak verstaan. 1968 en de PVV kwamen allebei in het geweer tegen ‘heersende opinies’. Ja, net als alle oppositiepartijen. En ze verzetten zich allebei tegen ‘regenten’. Ja, maar wel tegen heel verschillende regenten. Zo slap lees je het eerlijk gezegd zelden in een pamflet.”

Zullen we eerst eens even iets serieus-achtigs vertellen over “de jaren zestig”? Om de fluttiteit van wat Havenaar debiteert nóg beter te laten uitkomen?

De “Sixties” waren ten eerste een reactie op het Grote Historische Feit dat de Europese Beschaving zichzelf had verscheurd in Twee Wereldoorlogen die je ook kunt zien als één oorlog, onderbroken door een wapenstilstand van 1918 tot 1939. Ten tweede waren de “Sixties” een reactie op de aan die twee wereldoorlogen voorafgaande periode van expansie van die Europese Beschaving. Precies omdat die expansie was geëindigd in die betreffende oorlogen, werden vooral de negatieve kanten ervan gezien en benoemd als “imperialisme” en “kolonialisme”. We zullen nooit weten wat de Europese ontwikkeling zou zijn geweest, als 1914-1945 niet gebeurd zou zijn, maar de aanzetten tot een meer “ethische politiek” ten aanzien van de koloniën was overal zichtbaar. Ook zonder die oorlogen zou “kolonialisme” waarschijnlijk zijn overgegaan in “ontwikkelingshulp”.

Toen er na de materiële wederopbouw, rond 1965, tijd en energie vrijkwam en de jonge generatie van de “babyboomers” aantrad, kwam de psychologische reactie. Die was er een van bezinning op “oorlog” en “kolonialisme”. Een zinnebeeld van die oorlog van 1914-1945 werden “de loopgraven”, maar het zinnebeeld bij uitstek werd “Auschwitz” en de beelden die daarbij hoorden. Van “kolonialisme”, het nieuwe en oude, werd in de jaren 1970 “Vietnam” het symbool en met name het naakte, vluchtende, schreiende “napalmmeisje”. De inhoud van de psychologische reactie was schuldbesef enerzijds en anderzijds vitalistische genotzucht, vooral tot uiting komend in pornografie, vrije seks (zéér gefaciliteerd door de uitvinding van “de pil”) en “anti-autoritair” gedrag. Er was een besef dat de oorlog en het “imperialisme” vooral met onderdrukte seksualiteit te maken had, al had men de marxistische mond vol over “economie” en “arbeiders” en over de opstand tegen de “regenten”.

Die dynamiek tussen dat schuldbesef (imperialisme, oorlog, Auschwitz, Vietnam) en de vitale reactie (hedonisme, opstand tegen de autoriteit, vrije seks, pornografie) lag ten grondslag aan veel “links” extremisme, zowel in Europa (Baader Meinhof) als Amerika (Weathermen). Het overwinnen van “Auschwitz” via seks is in feite het kernthema van William Styrons Sophie’s Choice (1979). Norman O. Brown, de verdediger van de “polymorfe perversiteit” schreef speciaal voor historici en andere in seks en dood geïnteresseerden (ach, toevallige onderwerpen): “Life against Death: The psycho-analytical Meaning of History”. (1959 !!) Het is een iconisch boek voor de mentaliteit van “de jaren zestig”. Maar alleen voor intellectuelen natuurlijk, en dat is Havenaar niet. Zelfs geen halve. Of zou Havenaar toch Paul Bermans, “Power and the Idealists” uit 2005 kennen? Uit dat boek leer je iets begrijpen van “The Passion of Joschka Fischer and its Aftermath”, zoals de subtitel van dat boek luidt, oftewel van links zijn en erg boos over “Vietnam” te midden van een “seksuele revolutie”. Of lees de recensie die de inmiddels overleden H. J. Schoo schreef over dat boek en bemerk hoe die “jaren zestig” doorwerkten tot in de jaren1990 inzake de kwestie “humanitaire interventie”, dat mij persoonlijk ook zeer heeft bezig gehouden. Moeten we niet Peter Collier en David Horowitz ter hand nemen? Hoe heet dat boek van die twee ook alweer? Destructive Generation: Second Thoughts about the 60’s” (1989). En de linksige Tod Gitlin ook natuurlijk, “The Sixties: Years of Hope, Days of Rage” (1987).

Ik herneem. Dat mengsel van schuldbesef en vitaal hedonisme betrok zichzelf in de jaren 1960 tot 1989 dus ook op de internationale politiek. Dat gebeurde  in “marxistische” van alle seksualiteit losgezongen “analyses”, waarin het communisme, de Sovjet-Unie en China werden verdedigd en het “kapitalistische” Westen werd aangevallen. Deze “generatie van 1968” met zijn complex van schuldbesef & hedonisme heeft zijn “mars door de instituties” met succes afgelegd, heeft tot nu toe de cultuur van het Westen, in elk geval die van West-Europa in zijn greep, en is erin geslaagd zichzelf te reproduceren in inmiddels alweer twee generaties.

De verhoudingen in de wereld zijn vooral na 1989, met de val van “de Muur”, veranderd, maar de 1968-mentaliteit  heeft nieuwe objecten gevonden. De bezinning op “Europa 1914-1945” en het “imperialisme” dat daaraan vooraf ging, is versteend tot haat tegen het Westen, de arbeiders zijn vervangen door moslims en de liefde voor het totalitaire communisme is vervangen door het mooipraten van de totalitaire islam. Tegen de regenten hoeft men zich niet meer te verzetten, want dat zijn zij en hun klonen allang zelf. Het hedonisme hoeft zich geen seksuele uitweg meer te banen en uit zich vooral in politieke zelfmanifestatie: kijk, ik ben beter dan die ander en vooral beter dan “Wilders”, of dan Bosma (of dan Fortuyn, of dan Van Gogh).

Ik heb, zo zei ik al, mijn eigen visie op “de generatie van 1968” zo uitgebreid geschetst om te laten uitkomen hoe oppervlakkig Havenaar goochelt met overeenkomsten en tegenstellingen tussen “de beweging van 1968” en de PVV. Havenaar legt de nadruk op overeenkomsten en dan vooral die met een negatieve lading.

Zo zou “de overtuiging dat het Westen tekortschiet” een treffende overeenkomst zijn tussen Bosma”s verzet tegen de “schijn-élite” en die van de 68-ers tegen de “regenten”. Maar het grote verschil is natuurlijk dat Bosma en de PVV vinden dat het Westen tekortschiet in verdediging van de eigen kernwaarden tegen de totalitaire islam, terwijl de “68-ers” plus hun klonen vinden dat we tekortschieten in het prijsgeven van die waarden om totalitairismen te accomoderen, eerst het communisme en nu de islam. Bij“de PVV-ideoloog”, zegt Havenaar, gaat het om “een opstandigheid tegen heersende opinies die ook de drijfveer van de babyboomers was”. Dat noem ik diepte-psychologie:“opstandigheid”. Zomaar? Vanwege aangeboren rebelse inborst bij Bosma? Of zou het kunnen dat Bosma uit de geschiedenis van het Westen een andere conclusie heeft getrokken dan de doorsnee naïeve dan wel totalitarisme-verliefde multikulklutser?

Nog een diepgravende parallel ziet Havenaar: de PVV keert zich ”tegen de regentenmentaliteit van de zittende elite in Den Haag”. Nou is opstand tegen de bazen wel meer voorgekomen in de geschiedenis, dus dan zou bijvoorbeeld de Reformatie in de 16e eeuw ook parallellen opleveren met de PVV, maar afgezien van die enorme gratuititude: plegen de  PVV-ers die opstand tegen de elite uit hetzelfde complex van schuldbesef en vitaal hedonisme als de 68-ers? Vanuit datzelfde gevoel dus dat Westerse oorlogen en Westers “imperialisme” iets te maken hebben met autoritaire structuren en driftregulering? Of zou het bij Bosma en de PVV het besef kunnen wezen dat de laatste twintig jaar de Westerse cultuur niet zelf actief gekoloniseerd heeft, maar passief gekoloniseerd is geworden door een autoritaire en achterlijke ideologie en dat de “regenten” daaraan volop hun medewerking hebben verleend?

We hebben het hier over een professor historiae, maar niet alleen heeft historicus Havenaar geen notie van het verschil in psychologische motivatie tussen “de 68-ers” en “de PVV-ers”, maar ook binnen zijn eigen kaders, dus als hij oppervlakte-verschijnselen als “hetzelfde” aanmerkt, redeneert hij belachelijk. Hij zegt:

“Ook de “68-ers waren populisten, met hun eis van een “directe democratie” die de macht van het establishment moest ontmantelen. Het volk, toen nog aangeduid als “de basis”, moest het allemaal zelf en rechtstreeks voor het zeggen krijgen door de introductie van inspraak en zelfbestuur.”

Om te beginnen is “populisme” een leeg woord dat bij Havenaar nóg een keer valt: “Als populistische beweging zegt de PVV dingen die het volk graag hoort.” Wat het volk graag hoort is dus per definitie fout bij Havenaar. Zoals bij iedereen die deze term gebruikt, dient hij ook bij Havenaar alleen maar voor stemmingmakerij en ter beschrijving van wat de spreker niet bevalt. Misschien moet dat geblèr over populisme wel populistisch genoemd worden.

“Directe democratie”, “het allemaal zelf en rechtstreeks voor het zeggen” moet völkisch simplisme bij de PVV suggereren en “ontmantelen” iets destructiefs. Maar de waarheid is natuurlijk dat een fors en groeiend deel van de bevolking dat bezwaar had tegen de massa-immigratie en tegen de islam geen stem mocht hebben en dat de PVV die democratische plicht wél vervult. En dat doet op een manier die formeel-democratisch onberispelijk is. Onberispelijker in elk geval dan de gevestigde partijen, waarvan slechts een zéér klein deel van de Nederlandse bevolking lid is en die met hun partijstructuren zelfs de partijdemokratie deels buiten de deur houden, laat staat dat ze zo vreselijk stimulerend zijn voor de nationale demokratie in Nederland. Bovendien zijn al die partijen gek op “Europa”, dat post-demokratische experiment waarbij een steeds meer Sovjetunie-achtige structuur aan het ontstaan is, waarin ondoorzichtige lobbies er sneller stiekem een nieuw knevelwet doorheen jassen dan de burger met de ogen kan knipperen. Vooral zijn ze daar in Brussel erg geporteerd voor het strafbaar stellen van “islamofobie”, dus van kritiek op de totalitaire islam. De PVV verzet zich tegen die Orwelliaanse moloch. Maar ook de onberispelijk democratische status van de PVV wil Havenaar verdacht maken: “De moderne partij is een internetpartij. Zij articuleert rechtstreeks de wil van het volk, die tot haar komt via elektronische weg, zonder tussenkomst van partijgeledingen.” Kijk, daar hebben we het populisme weer, maar nu zonder dat het woord valt.

Havenaar vat samen: “Behalve in de opstand tegen de elite en het pleidooi voor de directe democratie vertoont de PVV ook nog verwantschap met de progressieve “68-ers in haar drang tot polariseren.”

Aangaande die parallellie van “68” en PVV inzake  “opstand tegen de elite” en “directe democratie”  hoop ik duidelijk gemaakt te hebben dat Havenaar uit zijn nek kletst.

Maar dan dat “polariseren”. Daarvoor geldt hetzelfde als voor “populisme”. Een lege term die aangeeft dat een bepaald soort oppositie niet in de smaak valt bij Havenaar. De PVV, vindt hij, heeft de “polarisatie” bovendien “geperfectioneerd tot een instrument dat schrille klanken produceert”. Bijna zijn hele pamflet houdt Havenaar het vol constant insinuerende taal te produceren: “De tegenstellingen moeten worden aangescherpt, zodat goed duidelijk wordt dat het volk de multiculturele samenleving meer dan zat is.” En deze: “Hoe grover en rauwer, hoe beter. Aan de politieke stamtafel van Bosma houdt men van bulderen en beuken.” Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat de tegenstellingen die dertig jaar lang niet benoemd mochten worden op straffe van criminalisering, laster en informeel beroepsverbod, nu een terecht woedend accent krijgen. De doofheid van de quasi-elite, die decennia lang een paardedeken over het debat probeerde te leggen, is veel méér verantwoordelijk voor de harde toon dan Bosma’s stamtafel. (4)

De bovenstaande vergelijking rond de oppervlakkige term “Opstand tegen de elite” en de lege termen populisme en polariseren, staat op de eerste twee pagina’s van Havenaars pamflet onder het kopje “beuken”. Op pagina 9, maar dan expliciet onder het kopje “the Sixties” volgen nog eens twee bladzijden vol “verwante kwalen” die de jaren 60 en onze PVV-tijd  gelijkelijk zouden teisteren. Daar houdt Havenaar zelfs de schijn niet op dat hij serieus iets probeert te doorgronden of vergelijken. Het is één lange riedel van slagen in de lucht en onder de gordel ter hoogte van het kruis van  zowel Bosma als Wilders als hun kiezers, een riedel waarin alles met alles in verband gebracht wordt en historische periodes wild door elkaar vliegen.

Ik zal een indruk geven van hoe dat gaat bij Havenaar en we bekommeren ons even niet om aanhalingstekens:

Buitengewoon ontevreden, Wilders exploiteert ongenoegen, provocerende free rider, idool van de proteststemmer die schijt heeft aan de hele kolerezooi, zeggen-wat-je-denkt-bravoure, immigratie, macht van Brussel, angst voor welvaartverlies, geglobaliseerde markten, financieel-economische crisis, anonieme krachten, onderste lagen van de samenleving, opstandig, grossiert in vluchtige oordelen, tuk op verrassingen, neigt tot grilligheid, zelfzucht en narrigheid, bedreigd door grensoverschrijdende ontwikkelingen, verlangt naar een verzetje, gevestigde orde aan het schrikken maken, anti-establishmentwoede van op drift geraakt electoraat, politieke schelm, kwajongen, underdog die al sinds zes jaar permanent bewaakt, wat is spannender dan deze Robin Hood op de electorale troon hijsen.

Dat behoeft allemaal geen weerlegging, het zijn loze negatieve kreten, goedkoop en gemakzuchtig, die allemaal moeiteloos vervangen kunnen worden door omschrijvingen waarin de PVV een heldenrol vervult. “Buitengewoon ontevreden” wordt dan “terecht verontrust”, “Wilders exploiteert ongenoegen” wordt dan “Wilders geeft terechte verontrusting een stem” en “provocerende free rider” wordt dan “een politicus die harde waarheden zegt tegen zeer hoge persoonlijke kosten”. Enzovoort.

Twee passages met goedkope en gemakzuchtige domheden haal ik apart naar voren uit diezelfde riedel van Havenaar die gaat onder het kopje “the Sixties”:

Één: “Ronduit gênant is de sleutelrol voor een partij die de afkeer van moslims exploiteert en waarvan de lijsttrekker namens zijn anderhalf miljoen kiezers het failliet van de onafhankelijke rechtspraak aankondigt als hij niet wordt vrijgesproken van discriminatie en haatzaaien – in een procedure waar men overigens nooit aan had moeten beginnen.” [mijn vet]

Ja, dat is gênant als je in het debat rond de islam al tientallen keren hebt kunnen horen dat niemand afkeer heeft van “moslims” in het algemeen, maar wel van de islam. Havenaar wéét dat zelfs, want elders in zijn pamflet zegt hij: “Bosma keert zich, zo zegt hij zijn leider Wilders na, tegen de islam maar niet tegen de moslims.” En ik vraag me afwaar dat smerige woord “exploiteert” voor nodig is. Het onbenul over de islam van Havenaar vind ik minder erg dan deze grove demonisering. Havenaars mening over het “haatzaaiproces” is blijkbaar gestoeld op die aanname dat Wilders moslims tout court persoonlijk haat en niet het totalitaire systeem waarvan Havenaar blijk geeft niks te weten en waarvan moslims de eerste en voornaamste slachtoffers zijn.

De ultieme perversies die via dat proces gepleegd worden, schijnen Havenaar eveneens te ontgaan, namelijk ten eerste dat hier niet de nazistische ideologie van de islam wordt aangeklaagd, maar de criticus ervan en ten tweede, dat openlijk wordt toegegeven door aanklagers en Openbaar Ministerie dat het niet erom gaat of Wilders de waarheid spreekt, maar óf hij die waarheid mag spreken. Het is net zo pervers als de vergelijking die Geert Mak maakte tussen “Fitna” en Goebbels-propaganda. Als je net doet of Geert Wilders onterecht verontwaardigd is – “failliet van de onafhankelijke rechtspraak aankondigt” – dan hoor je in een dwangbuis thuis, maar niet op een leerstoel aan de UvA. En het angstaanjagende is, dat je over tienduizenden “cultuurdragers” in heel West-Europa hetzelfde kunt zeggen, want het Wilders proces is niet uniek en de krankzinnige bijval ervoor ook niet. Zie de “gerechtelijke” hetze tegen Sabaditisch-Wolff en Lars Hedegaard.

Twéé: “De moderne kiezer is een erfgenaam van de jaren ’60, een ongeleid projectiel dat is losgekoppeld van godsdienst, moraal, levensbeschouwing en traditie.”

Om te beginnen blijkt hier opnieuw een uitermate oppervlakkige opvatting van wat “the Sixties” waren: namelijk niet alleen ontremming en een vitalistisch-hedonistische reactie op patriarchale structuren die geacht werden het kapitalisme, imperialisme, de Eerste Wereldoorlog, De Tweede Wereldoorlog en “Vietnam” te hebben veroorzaakt, maar óók een diep gewetensonderzoek vanuit een schuldgevoel dat nu nog steeds zorgt dat de quasi-elite die toen is gevormd en zich al twee keer heeft gekloond, zich niet tegen de islam weet te weren. Idioten uit de sfeer van de extremistisch-terroristische “Weatherman”, met name het koppel Bill Ayers en Bernadine Dohrn,  spelen nu een nefaste rol rond de buitenlandse politiek van  Obama en zijn houding van “respect” jegens de islam.

Maar nog belangrijker is dit: juist bij degenen die de islam kritiseren en die zich derhalve tot de PVV aangetrokken voelen, is een fundamentele bezinning gaande op onze Joods-christelijke tradities. Ik zelf heb daar meermalen over geschreven, maar in mijn kritiek op weer een andere domme hoogleraar  aan de UvA, (5) Evelien Gans, staat het ’t meest handzaam bij elkaar. Niet “de PVV-ers” zijn van hun morele ankers geslagen, maar zwatelaars als Havenaar.

Terwijl hij onder het kopje “the Sixties” deze domheden en dit lege gezwets debiteert, neemt Havenaar de pose aan van een bezadigde regent, die al die angsten van het domme volk wel begrijpt, maar zelf de grote boze wereld helemaal doorgrondt. Dat levert het beeld op van een pompeuze idioot. Hij hoort tot de wijze mannen, de elite die elkaar bezorgd aankijken: “Ondertussen is sinds de verkiezingen van juni 2010 duidelijk dat de bestuurbaarheid van Nederland er niet eenvoudiger op is geworden.” Rutte en Verhagen krijgen een amicaal schouderklopje, omdat zij gezorgd hebben dat Wilders niet als pure oppositiepartij door kon groeien: “VVD-leider Rutte en meer nog CDA-leider Verhagen ( . . .) komt het compliment toe dat zij dit gevaar voorlopig hebben gekeerd.”

Man, wat ben je belachelijk!

De Kadt als maat aller dingen

Inderdaad beroept Bosma zich in zijn boek zich op de traditie van de oude sociaaldemocratie, die van vader en zoon Drees en op twee boeken van Jacques de Kadt: “Het fascisme en de nieuwe vrijheid” (uit 1939, maar vooral door de drukken van 1946 en 1980 bekend geworden) en “De politiek der gematigden” (1972).

Havenaar zegt: “De vraag is hoe goed Bosma deze werken heeft gelezen. De politiek der gematigden is een livre d’humeur tegen de “68-generatie, maar dan wel tegen juist die radicale babyboomidealen die Bosma overneemt: de directe democratie, de actiepartij, het idee dat de spontane wil van het volk richtinggevend moet zijn”.

Één: Ik denk dat eerder de vraag is waarom Havenaar in zijn pamflet zo slaafs verheerlijkend is over De Kadt: “( . . .) de zakelijkheid, de kennis en het inzicht die men terugvindt in alle werken van de leermeester”. Alleen om Bosma kleiner te doen schijnen? En als Bosma zich beroept op De Kadt, moet Bosma zich dan voortdurend precies rekenschap geven van de voorkeuren van iemand die in zijn voorwoord van de edities van “Het fascisme en de Nieuwe Vrijheid” van 1946 aangaf dat op sommige punten zijn wijsheid van 1939 al achterhaald zou kunnen zijn? Die ongetwijfeld als hij heden te dage nog zou leven, zijn eigen kennis van de islam belachelijk verouderd zou vinden? Wat kan De Kadt van de stormachtige ontwikkeling in de islamografie van vooral de laatste twee decennia hebben meegekregen als hij in 1988 zo dement als een deur stierf? Maar Havenaar  doet alsof het oordeel van de meester over de islam veertig jaar na opschrijven onverkort geldig is. Dat De Kadt de tsunami aan publicaties van vooral de laatste twintig jaar gemist heeft is niet verwijtbaar, want hij is dood, maar dat een levende professor aan de UvA daar niets van heeft meegekregen, is tekenend voor het moderne academische niveau. En nog tot daaraan toe als Havenaar niks van de islam weet, maar hij baseert er wel zijn enorme oordelen over het islam-standpunt van Bosma en de PVV op.

Twéé: Ik denk dat eerder de vraag is hoe goed Havenaar Bosma heeft gelezen. Want daar is weer dat kwaadaardige verwijt van “populisme” zonder dat het woord valt – “de directe democratie, de actiepartij, het idee dat de spontane wil van het volk richtinggevend moet zijn”. Nogmaals en ten overvloede: de PVV is van de vertegenwóórdigende democratie en is het zelfs bij uitstek op dit moment in die gedoogsteunvariant. En als “actiepartij” en “spontane wil van het volk” moet suggereren dat PVV-ers vergaderingen van links verstoren, door sprekers heen schreeuwen, of ronduit bedreigen: dan is dat nog altijd een linkse bezigheid in de traditie van “68”, niet van de PVV. Net als nazislamitische Jodenhaat-hulpkonvooien naar Gaza mede bemannen nog steeds een Palestijnsjaalse hobby is. Ga eens kijken en luisteren hoe een lezing van Benno Barnard werd verstoord: Alexandre Del Valles convergentie van links-rechts-extremistische en moslimse methodes in beeld. (Zie voor Alexandre Del Valle verderop)

Havenaar is stiekem. Hij wil graag de indruk wekken dat Bosma niks van De Kadt begrepen heeft. Maar hij is bang betrapt te worden door grondige lezers van het boek van Bosma. Namelijk dat Bosma helemaal niet ernaar streeft om net zo idolaat te zijn van De Kadt als Havenaar. En dus geeft Havenaar een paar alinea’s verderop toe:

“Maar misschien bedoelde Bosma met dit beroep op De Kadt nog iets anders. Hij zegt vooral “de havik” in deze auteur te bewonderen ( . . .).”

Zo denkt Havenaar zich veilig te stellen, maar de waarheid is natuurlijk dat Havenaar voortdurend net doet of Bosma aangekondigd heeft net zo slaafs “de meester” te willen volgen als Havenaar voor de gelegenheid van dit pamflet voorgeeft te doen. Kort gezegd: Havenaar dicht Bosma een ambitie toe die hij niet heeft en vervolgens verwijt hij hem dat hij die ambitie niet kan waarmaken. Dat heet: zelf een strooien pop maken en die vervolgens aanvallen. De nadruk in het citaat is van mij: als Havenaar dat “nog” weglaat zet hij zijn eigen redenering op losse schroeven. Dus probeert hij met dat “nog” de indruk te wekken dat Bosma wel degelijk een totale De-Kadt-adept is, maar één bepaald aspect van De Kadt éxtra aantrekkelijk vindt.

Als hij het punt van het “elitisme” bij De Kadt aankaart – diens geloof in een “geleide democratie” waarin een politieke elite de uiteindelijke beslissingen neemt op grond van een verstandige interpretatie van de volkswil – maakt Havenaar gebruik van twéé strooien poppen tegelijk. Havenaar zegt over “dit idée fixedat de democratie een bekwame elite moet selecteren” het volgende:

“Waar het om gaat is dat dit democratiemodel mijlenver afstaat van Bosma’s directe democratie die het volk rechtstreeks het volle pond wil geven. Zijn beroep op De Kadt als de uitvinder van de weerbare democratie die ook Bosma voor ogen staat, raakt dus kant noch wal.”

De twee strooien poppen hier zijn “Bosma-en-de-PVV-zijn-van-de-directe-actie-democratie” en “Bosma-ha-ha-ha-weet-niet-dat-De Kadt-elitair-was”. Nou, dat hóéft Bosma ook niet te weten, want de PVV brengt het elite-ideaal van De Kadt perfect in de praktijk. Wablief? Ja hoor!  De PVV-elite formuleert het politieke programma op grond van een politieke vertaling van wat onder het volk leeft, waarna het volk geheel vrijblijvend (!) uitgenodigd wordt om op die partij te stemmen. Geen leden, geen rumoerige congressen met coup-pogingen, maar een elite in Den Haag die adequaat en meestal verstandig de volkswil kanaliseert. Ze doen het zelfs zonder straatrumoer, zoals bij “links” altijd weer klinkt. Hoe elitair wil je het hebben? En wie raakt hier kant noch wal?

Havenaar begrijpt weinig van het nazisme

Ik moet een lang citaat van Havenaar geven om te laten zien hoe hij tegelijk hoogmoedig is (daarin lijkt hij wel op “de meester”, want De Kadt wist ook van arrogantie) en ongeïnformeerd, over zowel het Hitlerisme als de islam. Maar we beginnen met het Hitlerisme aan de hand van dit staaltje pedanterie van Havenaar:

“De Kadt ( . . .) meende wel dat kennis en inzicht onontbeerlijk waren om politieke tegenstanders effectief te kunnen bestrijden. Om die reden hield hij altijd vast aan het uitgangspunt dat je de vijand door en door moet kennen. De politiek der gematigden is in dit opzicht vooral een pleidooi voor zakelijkheid. De belangrijkste opdracht van politiek denken, aldus De Kadt, is contact maken met de werkelijkheid. Dat kan alleen als die realiteit wordt benaderd met een open geest. Vrije geesten distantiëren zich van axioma”s en formules die geen stand houden tegen zakelijke argumenten. Zakelijkheid is altijd concreet, vereist kennis van de politieke praktijk in zowel haar actuele als historische gedaante. Zakelijkheid, kennis en inzicht: dat zijn precies de elementen die in het boek van Martin Bosma afwezig zijn. Terecht noemt hij zichzelf een “zendeling”. Hij is een man van de dogmatiek en de missiedrang. Dat blijkt om te beginnen uit zijn omgang met de geschiedenis. Zo doet hij een stijfkoppige poging om te bewijzen dat Hitler extreem links was. Hij verzet zich tegen de typering van deze politicus als “rechts-extremistisch” of “extreemrechts”: volgens hem een babyboomuitvinding die de bedoeling heeft alle rechtse groeperingen in de foute hoek te plaatsen door ze met Hitler te associëren.”

Ik zal in het volgend aantonen dat Havenaar zwaar zondigt tegen alle punten van zijn eigen hoogdraaf. Vooral inzake de islam, maar ook inzake het nazisme, maakt hij geen contact met de werkelijkheid en blijkt hij zelf “van de dogmatiek en de missiedrang”. En “zakelijk”? Over het constante gebruik van insinuaties hebben we het al gehad.

Eerst dat nazisme dus. Havenaar maakt het traditionele onderscheid, dat inderdaad in de hele historiografie herkauwd wordt, dat de essentie van het Hitlerisme een driftrevolte tegen de Rede was, dat dus geweldsverheerlijking tegenover de Verlichtingsprincipes kwamen te staan. Maar als Havenaar samen met De Kadt zo’n hekel heeft aan “papegaaien”, zoals hij Bosma voorhoudt, dan zou hij misschien niet zo axiomatisch-dogmatisch moeten vasthouden aan een traditie alléén omdat zoveel ”serieuze geschiedschrijvers” er deel van uitmaken. Ik heb het dus over die traditionele historiografie waarin altijd maar weer dat geweld-contra-de-rede-en-daarom-exteem-rechts “breed uitgemeten” wordt. Zelfs dat De Kadt zulks óók vond, zou ik niet als het definitieve bewijs willen zien. Geweld is namelijk geen monopolie van rechts en is ook altijd met extreem links verbonden geweest. Dat begint al bij de extreem “Verlichte” Robespierre. (6) Een lijn die zich laat doortrekken via alle vormen van gewelddadig anarchisme in de 19e eeuw en dan via Lenin, “Weimar”, Stalin,  Mao, Ho Chi Minh, Che Guevara, Baader Meinhof naar terrorist “Carlos”. Misschien moet ik “Weimar” in dit rijtje speciaal voor Havenaar even adstrueren: was er niet al in 1960 een boek van Otto Ernst Schüddekopf over de “nationaal Bolsjewisten” onder de titel “Linke Leute von Rechts: die national-revolutionären Minderheiten und der Kommunismus in der Weimarer Republik“. En wat moet je nou eigenlijk denken van de leuze die Stalin tegen Trotzky’s internationalisme in stelling bracht: “Socialisme in één land.” Is dat niet hetzelfde als “nationaal-socialisme”?

Bovendien heeft  Alexandre Del Valle in een doorwrocht essay uit 2004, onder de titel “The Reds, The Browns and the Greens or The Convergence of Totalitarianisms”, aangetoond dat niet alleen in deze gezegende 21ste eeuw extreem links en extreem rechts steeds meer thema’s beginnen te delen, maar dat ze hun natuurlijke convergentiepunt vinden in  . . . . . de islam! In dat essay zit heel veel “kennis van de politieke praktijk in zowel haar actuele als historische gedaante” waarop Havenaar zo hamert. En Del Valles essay bewijst dat niet alleen historisch, maar ook in de actualiteit het tegen-de-Rede-drifrevolterend-geweld echt niet alléén van rechts komt, zoals Havenaar beweert.  Dat “green” in de titel staat namelijk niet voor politiek Groen-Links maar voor de islam, al moet ik toegeven dat de twee steeds meer op elkaar beginnen te lijken, wat ook mede het punt van Del Valle is. Hij stelt dat twee totalitarismen, namelijk extreem rechts (bruin: nazisme/fascisme) en extreem links (rood: communisme) beiden hun verwantschap hebben ontdekt met groen, met de islam dus. Omgekeerd heeft de islam ontdekt dat deze extremistische ongelovigen, en dan vooral de links-extremisten, nuttige idioten kunnen zijn en dus gaat de islam quasi-allianties met ze aan, totdat ze niet meer nodig zijn natuurlijk, en ze net als na de Khomeiny-revolutie (1979) de strotten afgesneden kunnen worden. Het groene totalitarisme van de islam heeft veel aantrekkelijks voor de aanhangers van die twee andere totalitarismen, het bruine en het rode: tegen de christelijke traditie, tegen Amerika en Israël, tegen Joden, tegen het Westen tout court en dus tegen het ‘kapitalisme’ en ‘imperialisme’, tegen ‘globalisering’, voor ‘pacifisme’, voor de ‘armen en onderdrukten’ in deze wereld en van hen vooral ‘de Palestijnen’ natuurlijk. Het valt dus eigenlijk niet te bepalen waar precies op de links-rechts-schaal, voorzover ueberhaupt nog bruikbaar, deze (quasi-) alliantie zich bevindt. Maar in elke geval is het bondgenootschap totalitair en is Groen, de islam,  het ‘punt van convergentie’ voor Rood en Bruin.

Havenaar: “Hitler extreemlinks noemen, zoals Martin Bosma doet, dat is niets anders dan historische terminologie tot speelbal van politieke willekeur maken. Maar voor Bosma is alles geoorloofd, zoals ook blijkt uit zijn opmerking over Joop den Uyl, die volgens het commentaar van diens partijgenoot Henk Vredeling een nationalist was: ‘Ook dat kan dus geen reden zijn om Hitler in te delen bij het rechtse kamp’, schrijft hij. Den Uyl was links en nationalist, dus ligt het volgens de voddige redenering van Bosma voor de hand om de nationalist Hitler ook links te noemen.”

Ik zou zeggen dat historische terminologie altijd ter discussie moet staan. Ben je anders niet een beetje axiomatisch?  Die ondogmatische benadering “speelbal van politieke willekeur” noemen, getuigt nu juist van nare willekeur bij Havenaar. Het lijkt alsof Professor Historiae Havenaar de Eerste Wet van de Historiografie niet kent: geschiedenis wordt geschreven over een bepaalde tijd maar ook in een bepaalde tijd en evolueert dus in perspectief. Dat is zowel onvermijdelijk als legitiem. Waarom moet Bosma met die kwaadaardige formulering bedrog in de schoenen worden geschoven? Want daar komt het op neer. Bosma geeft een fors aantal sterke voorbeelden van typisch linkse stokpaardjes van Hitler, dat gum je niet weg met een denigrerende opmerking.

En over voddig redeneren gesproken: precies de redenering van Havenaar waarmee Bosma’s redeneren als “voddig” wordt weggezet is zélf voddig. Bosma zégt niet dat Hitler links was omdát Den Uyl nationalist was. Bosma zegt dat als Den Uyl nationalist was, nationalisme dús geen onderscheidend criterium van rechts is. Je kunt hoogstens zeggen dat het een beetje flauw is van Bosma, maar die suggestie van troebele foutheid bij Bosma die Havenaar wil wekken is zelf troebel en fout. Voddig, dus.

Havenaar: “Om al deze redenen typeert bijvoorbeeld de bezadigde Robert O. Paxton (geen “68-er) in zijn standaardwerk The Anatomy of Fascism (2004) fascisme en nationaalsocialisme als bewegingen die overwegend rechts-radicaal waren, maar hun diffuse programma aanvulden met elementen uit het linkse gedachtegoed.”

Ja, zo kan je alles draaien. Maar je kunt net zo goed praten (vooral in het historiografische post-Bosma-tijdperk!) over nationaalsocialisme als bewegingen die overwegend links-radicaal waren maar hun diffuse programma aanvulden met elementen uit het rechtse gedachtegoed. Ondanks de eerbiedwaardige historiografische tradities die het graag anders zien. Overigens vind ik het genoemde “standaardwerk” van Paxton een dom boek en diezelfde “bezadigde” Paxton een krypto-antisemiet, zoals ik heb uitgelegd in mijn internet-opstel “Robert O. Paxton: de islam kan onmogelijk fascistisch zijn”.

Havenaar begrijpt niets van de islam

Ook zijn belerende geschrijf over de islam begint Havenaar met pedante waanwijsheden:

Martin Bosma ziet De Kadt als voorbeeld: zoals deze auteur zich voor de oorlog keerde tegen het totalitaire fascisme en tijdens de koude oorlog tegen het totalitaire communisme, zo strijdt Martin Bosma tegen de politieke ideologie van de totalitaire islam. Wat hem echter ook bij dit onderwerp, net als bij zijn karakteristiek van het fenomeen-Hitler, van de meester onderscheidt is dat de kennis en het inzicht die De Kadt zich eigen maakte voordat hij tot een standpunt kwam, bij Martin Bosma zijn vervangen door geloofsijver.”

Was het verwijt van ongeïnformeerdheid en ideologische bevangenheid richting Bosma in het geval van het nazisme al totaal onterecht, inzake de islam wordt het hilarisch. Havenaar blijkt zelf nu juist echt totaal geen hol van de islam te weten. Hij lepelt kennis op die De Kadt, sowieso al geen islamspecialist, niet later dan rond 1970 heeft opgeschreven en waarschijnlijk nog veel eerder. De Westerse islamografie is intussen, en vooral in de jaren 1990 tot nu, ontploft in nieuwe boeken en standpunten. Havenaar schrijft belerend richting Bosma dat “een grondig analyse van Moskous buitenlandse politiek en van de binnenlandse verhoudingen in de Sovjet-Unie” bij de Kadt had geleid tot de conclusie “dat het onmogelijk is met deze staat compromissen te sluiten”. De Kadt – Havenaar benadrukt het – keek dan vooral naar de praktijk van het communisme. Maar laat nou iemand als Samuel Huntington precies dát nou ook gedaan hebben voor de islam, namelijk in zijn “Clash Of Civilizations” (1996) en tot de conclusie zijn gekomen dat de islam altijd en overal “bloedige grenzen” heeft. De islam heeft nog nooit ergens in vrede en als gelijke met andersdenkenden kunnen leven, niet als buurland, niet als minderheid in een land en niet als meerderheid in een land.

Havenaar: “Volgens hem [De Kadt] was de kern van het communistische probleem ideologisch van aard omdat het marxisme-leninisme in de politieke praktijk altijd tot partijdictatuur leidde. De partijleiding in Moskou was uit hoofde van diezelfde ideologie in de politieke praktijk altijd geneigd andere naties aan zich te onderwerpen.”

Als je dat nou hebt opgeschreven en je ziet de parallel met de islam niet, dan begin ik toch te denken aan een hersenbeschadiging van de auteur. Als er nou één onveranderlijke ideologie bestaat die de onderwerping van anderen en de oorlog al 1400 jaar in de genen heeft zitten, dan is het de islam wel. Als er één ideologie is die “in de politieke praktijk” altijd tot “partijdictatuur” dus tot de sharia heeft geleid, dan de islam. (7)

Havenaar keert zich tegen het onderscheid dat Bosma maakt tussen moslims en de islam en de vaststelling van Bosma dat een gematigde moslim oftewel het grootste deel van zijn geloof links laat liggen, dan wel de essenties ervan niet kent. Nou zijn er heel wat deskundigen die beweren dat er geen gematigde islam bestaat noch kan bestaan, onder andere de Turkse premier Erdogan. In Letter & Geest van het dagblad Trouw van 18 augustus 2006 wordt de Franse juriste en arabiste Annemarie Delcambre aldus opgevoerd en geciteerd:

“Zijn er twee islams, de een oorlogszuchtig en de ander tolerant en vredelievend? Volgens Delcambre is dit een westers verzinsel om de onaangename waarheid niet onder ogen te hoeven zien: ‘Tussen islam en islamisme bestaat alleen een gradueel verschil. Het islamisme zit in de islam als het kuiken in het ei’.”

Inderdaad verklaart de leer zichzelf inherent onveranderlijk en die leer is niet gematigd. Bernard Lewis de aartsvader van de Westerse islamografie: “Er bestaan gematigde moslims, maar de islam is niet gematigd.”

Maar Havenaar wil dat onderscheid dus wél zien en plakt er de volgende redenering  aan vast:

“Kennelijk realiseert hij [Bosma] zich niet dat alleen al dit onderscheid de vergelijking van de islam met het communisme ontkracht. Elke aanhanger van de communistische ideologie was een volgeling van de leninistische beginselen die de partijdictatuur schraagden. Een communist die gematigd was omdat hij zijn eigen leer niet begreep bestond niet. In eigentijdse termen gezegd: communisten waren onder alle omstandigheden fundamentalistisch, zodra ze gematigd waren werden zij sociaaldemocraten. De door Bosma gecultiveerde vergelijking tussen islam en communisme heeft geen andere doelstelling dan de mohammedaanse godsdienst in het totalitaire kamp te plaatsen en het bestaan van gematigde moslims, die zich aan westerse waarden aanpassen, te bagatelliseren. Hij is eenvoudig niet geïnteresseerd.”

Hier zijn twee dingen domweg niet waar. Natuurlijk bestonden er onder de rank-and-file wél communisten die de draagwijdte van hun leer niet beseften, helemaal ook niet bezig waren die te snappen en daarom misschien ook net zo gemakkelijk overstapten naar de nazi’s, zoals in de Weimarrepubliek zéér veelvuldig gebeurde.  Dat hoef je niet te bewijzen. Dat ligt volstrekt voor de hand.

Nog iets dat niet waar is: niet elke aanhanger van het communisme was een aanhanger van alle “leninistische beginselen” en vooral niet toen diezelfde beginselen ook Stalinistisch bleken. Begon de afvalligheid niet al met “Darkness at Noon” (Koestler, 1940) en “The God that Failed” (Koestler en anderen, 1949)? En daarna zijn er nog heel wat van hun geloof gevallen, maar voor 1989 liefst niet publiekelijk terwijl levend in door het communisme beheerst gebied. Datzelfde geldt – liever niet openlijk! –  al 1400 jaar voor afvalligheid van de islam, vooral waar de islam de baas is. Zelfs waar de islam niet de baas is: want zelfs in het Westen weet de islam de angst voor afvalligheid erin te houden. Dat heeft het communisme nooit gepresteerd. De islam verschilt inderdaad van het communisme: gradueel in overeenkomst. Nóg erger, dus.

Wat op een gegeven moment werkelijk zéér gaat storen is het lege geblèr van Havenaar. Er zit nauwelijks substantie in wat hij schrijft. Zo blijft hij maar hameren op de “gevarieerde politieke praktijk” van de islam, waardoor je véél genuanceerder dan Bosma naar de islam zou gaan kijken. En intussen alsmaar die ad hominems richting Bosma: “fanatieke apostel van de anti-islamkerk”, “zendeling”, “de loodzware kar van zijn missiedrang” waarvoor Bosma De Kadt zou proberen te spannen. Maar als je dan tussen de retoriek gaat speuren naar wat Havenaar nou eigenlijk te berde brengt, dan is het óf niks óf totaal belachelijk. Indonesië en Turkije vindt hij voorbeelden van verenigbaarheid van Westerse waarden en islam. Nou moet het toch echt niet gekker worden. Ondanks negentig jaar Kemalisme waarin Ataturk de gekte van de islam heeft proberen uit te roeien, is onder Erdogan de re-islamisering in volle gang. Turkije speelt een steeds belangrijker rol in de OIC, the Organisation of the Islamic Conference, een organisatie van 57 moslimlanden die de Verenigde Nazi’s (neen, geen spelfout) zo’n beetje gegijzeld heeft en die als speerpunten heeft: “islamofobie” bestrijden (dus kritiek op de islam strafbaar stellen), mensenrechten aan de sharia ondergeschikt maken en Jodenhaat-annex-Israëlhaat bevorderen. En in Indonesië worden de christenen steeds meer bedreigd en vermoord door moslims. (8)

Bosma probeert inderdaad “met tal van citaten uit de koran” het totalitaire karakter van de islam te onderbouwen. En Havenaar bewijst zijn onbenul opnieuw als hij zegt: “Bosma ( . . .) doet niet aan politiek, maar aan theologie”. Maar dat is nu juist het punt! In de islam is politiek hetzelfde als theologie! De Koran is het onveranderlijke agressieve, plat-vulgaire en warrige Woord van Allah Himzelf dat “ongeschapen” is, dat wil zeggen al in de kosmos zweefde vóór de oerknal. En de hadith, het Woord van de Profeet in het dagelijks leven, die verzameling wrede sprookjes, hebben nauwelijks minder status.

Het toppunt van nitwittitude bereikt professor historiae als hij deftig het oordeel van De Kadt, die zich dus zo’n veertig jaar geleden voor het laatst op de hoogte stelde van de status quaestionis in islamibus – áls hij dat al heeft gedaan – als het laatste woord naar voren brengt over “de moslimgodsdienst”.

Havenaar: “Godsdiensten, aldus De Kadt, worden gevaarlijk als ze met het zwaard worden uitgedragen. De mohammedaanse “mythe”, zoals hij de islam noemt, was gedurende een bepaalde historische periode vergelijkbaar met de “politieke religies” fascisme en nationaalsocialisme, namelijk toen de profeet zelf een militaire macht mobiliseerde die in staat was een heilige oorlog te voeren.”

Hoe totaal van de pot gerukt wil je het hebben? Alleen in Mohammeds tijd was de islam zo gewelddadig dat je het met fascisme en communisme kon vergelijken? En die ongetelde miljoenen, ja waarschijnlijk miljarden dan die vanaf de 7e tot de 17e eeuw van Spanje tot India en alles daartussen zijn afgeslacht? Over het tijdstip van het stoppen van die moorddadige expansie heeft De Kadt ook een wijsheid, en ook hier schijnt Havenaar het állemaal te geloven. Luister maar:

“Vervolgens, zo schrijft De Kadt in een passage die door Bosma niet toevallig is weggelaten, raakte het Ottomaanse Rijk tijdens een latere fase van zijn bestaan ten prooi aan indolentie, doordat het de ‘geestelijke kracht’ verloor die het mohammedaanse imperium van de kalifaten eerder had bezeten. In die periode was dit Ottomaanse Rijk niet in staat zijn religieuze impuls om te zetten in een culturele ‘mythe’ die voor nieuwe energie had kunnen zorgen.”

Die “latere fase” zal dan toch na 1683 moeten zijn geweest, want in dat jaar hebben de Ottomanen (Turken) voor het laatst Wenen belegerd. Maar anders dan De Kadt meent,  bleef de “geestelijk kracht” altijd van dezelfde soort in de islam: zorgen dat er veel mannelijke babies werden geboren, die ook nog in leven werden gelaten om hen, als ze volwassen waren,  in gewapende hordes massaslachtend,verkrachtend en rovend de onderbuik van Europa in te jagen. Dat hebben de Turken, nadat eerst de Arabische moslims die honneurs 600 jaar lang hadden waargenomen, bijna 400 jaar volgehouden, beginnend nog vóór 1350 en eigenlijk niet eens eindigend in 1683, want bezuiden Wenen hebben ze nóg langer huis gehouden. Het enige wat de islamitische Turken na 1683 heeft afgehouden van een nieuwe poging Europa onder het kromzwaard te brengen is de Verlichting  geweest, met die hele technisch-industriële en organisatorische, en vandaar ook militaire voorsprong die Europa daardoor kreeg.

Uit de totale onwetendheid van De Kadt omtrent hetgeen tussen de 7e en de 17e eeuw aan jihad is gepleegd door de islam, concludeert Havenaar in ultieme potsierlijkitude:

“Kortom, het agressieve karakter van de islam vloeit volgens De Kadt niet noodzakelijk voort uit haar heilige geschriften, maar doet zich in de praktijk tijdens een beperkte periode onder bepaalde omstandigheden voor. In zijn werk is niets te vinden dat Bosma’s stelling over de inherente verwantschap tussen een totalitair-islamitische ideologie enerzijds en fascisme en communisme anderzijds ondersteunt.”

Ik had geloof ik al gezegd dat De Kadt niet de maat aller dingen is en vooral niet inzake de islam. Want de islam is natuurlijk wél inherent ideologisch totalitair en agressief, zoals uit 1400 jaar geschiedenis blijkt. Sla Andrew Bostom (“Legacy of Jihad”) of Paul Fregosi (“Jihad in the West”) eens op, zou je Havenaar willen adviseren. En misschien een paar opstelletjes van mij waarin ik uitleg dat de islam totalitair en fascistisch is en zelfs specifiek genetisch verwant is aan het nazisme.

De islam is totalitair omdat het leefregels heeft voor het totale leven tot in de absurde details. De Koran geldt als het pre-kosmische woord van Allah zelf en als totaal en voor eeuwig onveranderlijk. De kenmerken van de inhoud van de Koran zijn: materialistische platheid, haat en gewelddadigheid. Het individu heeft geen gewetensvrijheid: zelf denken over moraal is hoogverraad aan de islam. Het individu mag evenmin zelf denken over de stoffelijk wereld buiten het individu:  het gebruik van de Rede is eveneens hoogverraad aan de islam. De islam brengt geen wetenschap voort, maar steelt en gebruikt slechts de prestaties van de volken die zij onder het kromzwaard brengen. Wat eenmaal door de “oelema” (de “wetenden”, de priesterkaste) is overeen gekomen kan niet meer veranderd worden: dit heet “het principe van de consensus”.

De islam is fascistisch vanwege superioriteitswaan (Uebermenschen-waan), die desondanks gepaard gaat met ziekelijke angst in de vorm van xenofobie, conspirisme (verslaving aan complotdenken) en slachtoffergedrag-annex-rancunisme (het voortdurend wijzen naar de “vijand” als oorzaak van de eigen ellende).

En de islam is specifiek nazistisch vanwege de Jodenhaat, vanwege de expansieve oorlogszucht, vanwege het Führer-principe (de hadith heeft bijna net zo’n groot gezag als de koran en Mohammed had karakterologisch alles weg van Hitler) en vanwege de vrouwverdierlijking. (9)

Onder het kopje “Défaitisme” maakt Havenaar zich nog eens onsterfelijk belachelijk door een aantal kinderlijke opmerkingen. Hij gaat Bosma opnieuw uitleggen dat het allemaal vreselijk meevalt met die islam en dat Bosma de moed echt niet hoeft op te geven, want dat die islam moet wedijveren met een krachtige Westerse cultuur. Nou is die Westerse cultuur de laatste decennia bepaald niet gesterkt door multikulse narcisten en gutmenschliche zelfmanifestanten als Havenaar. Maar Havenaar heeft niettemin de brutaliteit om te vragen:

“Waarom zou een moslimminderheid van omstreeks vijf procent voorbestemd zijn om die wedijver om te buigen tot een zegetocht?”

Vanwege dhimmies en naïeve collaborateurs zoals jij, zou je hem willen toevoegen. En of die moslimminderheid nog maar 5% is, waag ik te betwijfelen, want met de allochtone misdaadcijfers zijn we ook decennialang door onze eigen overheid bedonderd. Er is trouwens een neiging van die overheid om ueberhaupt alles wat negatief is aan de immigratie onder het tapijt te vegen. Bijvoorbeeld de miljarden die het gekost heeft en nog kost. In ieder geval heb ik her en der extrapolaties vanuit die “5 %” gelezen, die een moslimmeerderheid voor grote delen van West-Europa in 2050 voorspellen. Mark Steyn meent te weten dat, zelfs als West-Europese overheden per direct de moslim-immigratie naar West-Europa zouden stoppen, toch

“( . . .) the differences in birthrates among those already present would mean that within two generations Muslims in major European countries would still represent between a fifth and half of the general population and overwhelmingly dominate the major cities. In other words, in terms of social tranquility, the best case scenario is somewhere between Ulster in the Seventies and Bosnia in the Nineties – and the worse ones are something closer to Tahrir Square filled with the “freedom-loving” “democrats” who sexually assaulted a CBS reporter while shouting “Jew! Jew!”.”

En zelfs als Steyn ongelijk (10) heeft, kan een minderheid met een terroristische ideologie  natuurlijk de marges van het publieke debat bepalen. Nu al beheersen de problemen met de islam al decennia in toenemende mate het publieke culturele debat in het hele Westen. De opkomst van de PVV en het pamflet van Havenaar zijn er twee uitingen van. Mijn gezondheidsproblemen vanwege het al 20 jaar leven in woede over de islamisering en vooral collaborateurs als Havenaar is een derde. Het dramdreigen en klaageisen vanuit deze “kleine minderheid” neemt te veel vormen aan om hier op te noemen, maar ik heb op de website waarop deze analyse verschijnt, AmsterdamPost, een rubriek geopend waarin lezers verzocht worden hun ervaringen met islamisering te vertellen, zodat ik tot een inventarisering kan komen. En met welk een kleine minderheid zijn de bolsjewiki en de nazi’s begonnen? En vergeet niet de bovengenoemde analyse van Alexandre Del Valle over de convergentie van extreem-links en extreem-rechts naar de islam. Die gedijt bovendien in een congeniale omgeving, namelijk in de mainstream-collaboratie van de postmodern-cultuurrelativisch-deconstructivistische zultkoppen die de laatste decennia onze cultuur hebben gemonopoliseerd en waartegen de PVV in het geweer is gekomen. Ik heb eerder ooit gesproken van “het hele culturele klimaat waarin islamofiele collaborateurs de dienst uitmaken, in alle gesubsidieerde niches zitten en in feite een monopolie op subsidie hebben. Ze zitten overal: in media, politiek, bureaucratie  en onderwijs.

We hadden het over opmerkingen van Havenaar onder het kopje “Défaitisme” die én kinderlijk belachelijk én tegelijk een gotspe zijn, omdat juist hij tot het kamp behoort die de ware aanhanger van Westerse culturele waarden alle reden geeft “défaitistisch” te zijn. Want ja, de islam kent geen machtscentrum, meent Havenaar. In zijn antwoord aan Havenaar in de NRC van 18 februari zegt Bosma dat de islam wel degelijk een machtscentrum heeft, namelijk de Koran. Bosma had er de hadith aan kunnen toevoegen, de levensloop van de Führer die karakterologisch zoveel op Hitler leek. En dan heb je nog het verschijnsel dat veel moslims in tijden van nood, als er ergens anders moslim moeten lijden, zich als in één lichaam verbonden voelen met die andere moslims. Ja, de oemma, het lichaam der gelovigen, kent vele zenuwbanen. Hoe weet Havenaar dat de terroristische islam “maar op heel beperkte schaal kan rekenen op de steun van moslimimmigranten in het Westen”? Wat als er rond Israël een grote oorlog uitbreekt? Die is onvermijdelijk en als die nou eens pas uitbreekt over tien twintig jaar, als de steden in West-Europa zo’n 30 tot 60 procent moslims bevatten?

In Afghanistan, weet Havenaar is “een bescheiden NAVO-interventiemacht” voldoende om de Taliban in toom te houden en de “computerwormen” van de CIA gaan met het atoomprogramma van Amedien Jihad afrekenen. Ja, het staat er echt. En was het niet zo, vraagt Havenaar, dat “de islamitische buurstaten van Iran ( . . .) de Verenigde Staten om een luchtaanval op de staat van Ahmadinejad hebben gevraagd”?

Dat laatste tekent voor de zoveelste keer de irritante onwetendheid van Havenaar inzake de islam. Die vraag om bescherming tegen Amedien Jihad is namelijk geen teken van de zwakte van de islam, maar juist van de fanatieke onhervormbare kern. Zoals Marcel Kurpershoek (11), ex-ambassadeur in Saoedie-Arabië en Pakistan en tegenwoordig in Turkije, heeft uitgelegd, is er in de islam maar één optie als het nóg verkeerder gaat dan toch altijd al, namelijk méér en strengere islam. Dat is waar de buurlanden bang voor zijn, meer nog dan van de atoommacht van de godsdienst-waanzinnige in Teheran (een relatief begrip overigens in de islam), namelijk van hun eigen “fundamentalisten” die met de teksten in de hand kunnen bewijzen dat het zittende bewind lang niet islamitisch genoeg is. Want de fundamentalisten hebben in de islam niet alleen de beste, maar zelfs de enige papieren.

Als Havenaar, De Kadt citerend, schrijft over “het tot een haatgrens verwrongen ( . . .) gezicht van de behoeften deze tijd” dan bedoelt Havenaar de Wilders-aanhang. Maar ik zoek vergeefs in mijn herinnering naar dat soort gezichten van PVV-ers, kamerfractie of aanhangers, maar het internet staat stijf van de hysterische moslims, die – hoe zegt Hafid Bouazza het ook alweer? – in de archetypische moslimhouding staan te schreeuwen, waarbij liefst de huig geheel zichtbaar wordt en de handen langs de oren worden gehouden. Of één arm in Hitlergroet, natuurlijk. Zij hebben dan ook de grootste “behoeften van deze tijd” en de allereerste en allergrootste daarvan is bevrijding van die krankzinnige ideologie. Ik heb Hans Jansen, de Arabist, eens horen zeggen: “Wilders kunnen ze niet integreren, maar met de islam hebben ze geen probleem”. En bij Jansen ligt daar een wereld van kennis van de islam achter. Nog zo iemand bij wie een kosmos van kennis over de islam achter een opmerking zit. Sommer zegt in zijn bespreking van het opstel “Uitpakken” van Marcel Kurpershoek : “Kurpershoek kan het niet laten schampere regels te wijden aan de ‘arrogant bescheiden, hooggestemde bruggenbouwers’ in Europa die in werkelijkheid vooral bijdragen aan het verdoezelen van groeiende problemen.” Bruggenbouwers zoals Havenaar dus. Inderdaad, dit soort “bruggen bouwen” komt in de praktijk altijd neer op Groot Kwaad tolereren en bevorderen.

Havenaar: “Behalve de poging van VVD en CDA om de speelruimte van de PVV te beperken door deze partij in te kapselen, zijn er nog andere mogelijkheden om de opmars van Wilders te keren.” En dan volgt waarvan Bosma in zijn antwoord aan Havenaar in de NRC een gespeelde aanval van bijkans schuimbekkende euforie kreeg: “Zo dienen problemen die de PVV aan de orde stelt serieus te worden genomen ( . . .).” Heel blij was Bosma ook over de vaststelling van Havenaar dat de gemiddelde PVV-er niet met een nazi hoeft te worden vergeleken. Nee, want dat zou ook wel raar zijn voor een partij waarvan de leider een economische liberaal is met oog voor de verzorgingsstaat en solidariteit, een leider die voor het homohuwelijk is, voor de gelijkheid van man en vrouw, homo en hetero, blank en gekleurd en die vanuit een Joods-Christelijk-Verlichte traditie een groot verdediger is van de enige humane staat in het Midden Oosten, Israël en die tegelijk de nieuwste en oudste vorm van nazisme bestrijdt, namelijk de nazislam.

Ik wil eindigen met een bespreking van de zin die ik in het begin van deze analyse als eerste citeerde en die ik de domste noemde van het hele pamflet. Ik moet dat wel enigszins nuanceren: er staan bijna alléén maar domme zinnen in het schotschift van Havenaar en dus is de concurrentie groot. Het gaat om deze zin:

“Bosma’s rancunetocht tegen de islam werpt alleen maar barricades op voor een integratie die mogelijk en wenselijk is.”

Moeten we nog opmerken dat het woord “rancune” hier een totale slag in de lucht is? Maar wat wel nog een keer benadrukt moet worden is, dat hier een “cultuurdrager”, exemplarisch voor de verdomming en pervertering van de West-Europese quasi-elite, zich belachelijk maakt met een regentesk-zwaarwichtig geschreven pamflet, waarin hij blijk geeft van een hysterisch onbenul en zich onsterfelijk belachelijk maakt. Want die integratie van moslims is wel wenselijk maar zeer waarschijnlijk onmogelijk. Het is namelijk in al die 1400 jaar nog nooit ergens ter wereld gelukt om moslims blijvend en structureel op basis van gelijkheid met andersdenkenden te laten samenleven. Wilders en Bosma zijn degenen die dat zien en Havenaar is een blinde.

_________________________________________

NOTEN

(1) Gratis: dat is dus van uw belastinggeld, direct of indirect . Het salaris van Havenaar komt sowieso uit de algemene middelen en het zou mij zeer verwonderen als er niet een of ander subsidiepotje aangesproken is door uitgeverij Van Oorschot. Alles wat naïef-links of totalitair-links is wordt namelijk in dit land gesubsidieerd. De publieke omroep is het bekendste voorbeeld. Wie zei ook alweer dat Nederland 1, 2 en 3 drie keer de Volkskrant zijn? En het commerciële RTL4 is trouwens geen haar beter. Vier keer de Volkskrant dus.

(2) Die rancune blijkt ook in details. In een evenals dat van “Van Liefland” lezenswaardig stuk, gaat Han Besseling in op een uitermate kleingeestig verwijt door Havenaar aan Bosma gemaakt: “Bosma slaagt erin bij herhaling naar het verkeerde boek en naar verkeerde bladzijden te verwijzen.” Besseling wijst erop dat Bosma’s boek dat 375 pagina’s telt minutieus bevoetnoot is en niet alleen met De-Kadt-voetnoten. Gespecialiseerd als Havenaar is inzake De Kadt, is het natuurlijk niet moeilijk om wat foutjes aan te wijzen. Or is it? Besseling wijst erop dat de “fouten” van Bosma die Havenaar opsomt geen fouten zijn, maar te maken hebben met het bestaan van verschillende drukken van hetzelfde boek, én . . . . dat in minstens één geval Havenaar zelf zo’n verwarringsfout maakt.

(3) Ik heb ook wel eens in razernij iemand een “één-achtste-intellectueel” genoemd, maar dan moet de persoon toch wel blijk geven van een persistente en moreel verwijtbare domheid, zoals hoofdredacteur Willem Schoonen van Trouw. Het boek van Bosma mag gekritiseerd worden, maar ik verzeker u dat het een verrekte intelligent boek is. Op welk gezag? Gewoon: ik ben zelf ook slim.

(4) Niettemin vind ik ook dat PVV soms heeft misgekleund. Als ik in plaats van Bosma adviseur van Wilders was geweest, dan zou de term “kopvoddentax” nooit gevallen zijn, was er niet over “knieschoten” gepraat en was ook dat idee van die “tuigdorpen” niet op die manier gelanceerd. Een prominente volksvertegenwoordiger is geen columnist.

(5) De uiteenzetting begint in het betreffend stuk met de zin: “Deze mevrouw is dus hoogleraar Oorlog & Jodendom en ze weet van toeten noch blazen.”

(6) En ik zou bovendien in overweging willen geven dat de poging vitale instincten van hele volken in een keurslijf van rationalisme te duwen, zelf een vorm van driftrevolte is, namelijk die van de Apparatchik die onder het mom van de strak-“rationele” ideologie terroriseert, knecht en moordt. Het grootste inzicht van de Verlichting is de erkenning van het Irrationele in de mens, van het “Le coeur a ses raisons, que la Raison ne connaît point.”(Pascal) Daarom is een Verlichtings-fundamentalist niet iemand die zich tegen de islam verzet, zoals Geert Mak en DickPels in navolging van Ian Buruma denken,  maar iemand die aanneemt dat je hordes islamieten van de plattelanden van Turkije en Marokko in de armste wijken van moderne West-Europese steden kunt plempen, en dat dan alles zich vanzelf in het Redelijke oplost.

(7) De literatuur waarop dit standpunt is gebaseerd wordt opgesomd in mijn beide opstellen die het nazistische karakter van de islam blootleggen. Zie voor die beide opstellen noot 9.

(8) Het eerste comment onder mijn stuk “Bertus Hendriks, Midden-Oosten-charlatan” is van E. J. Bron. In dat comment staan een tiental links naar artikelen die ingaan op de huidige koers van Turkije, onmiskenbaar richting islam en (dus) agressie en repressie. Er staat ook een uitstekende hoofdstuk over Turkije in het boek van Frans Groenendijk, “Islamofobie? Een nuchter antwoord”. Hier is de link naar de website bij dat boek. Frans Groenendijk heeft ook een opstel geschreven dat voor een deel over de OIC gaat onder de titel “Islamofobie, een strijdterm”. Het staat vanaf pagina 277 in het boek: “De islam: Kritische essays over een politieke religie” (ed. Wim van Rooy en Sam van Rooy). Voor Indonesië en de toenemend christenvervolgingen door moslims, zie: http://bit.ly/eVUeO9.

(9) Zie mijn opstel waarvan de lange versie getiteld is: “Nazisme, Islam, Israël: de islam is een nazisme avant, pendant et après la lettre”. Er is ook een korte versie: Nazisme, Islam, Israël: het Essay nader geduid door de Auteur Zelve”. Havenaar en consorten zouden ook veel kunnen leren – kijk: als ík hoogmoedig ben is dat terecht –  is mijn opstel over Israël: “Israël is een Vergissing: Het is niet ‘de armoede’, niet ‘de bezetting’, maar de islamitische haat”.

(10) Het PEW-Center geeft voor 2030 een projectie van 8% moslims in Europa. Ik heb zomaar op mijn natte-vinger-intuïtie de neiging deze cijfers veel te laag te vinden.

(11) Zie het boekje van Marcel Kurpershoek “De Tragopan van Kohistan” en daarin het opstel “Uitpakken”. Een goede samenvatting van dit opstel geeft Martin Sommer in de Volkskrant.

_____________________

Link naar dit stuk op AmsterdamPost

Advertenties