*****************************************************************
UPDATE 26 februari 2015: dit stuk is voor een flink deel afhankelijk van de illustraties die erbij horen, maar die zijn nu juist verloren gegaan met de oorspronkelijke site van AmsterdamPost. Er is wel een archief gered, maar daarop staan alleen sobere uitvoeringen van de oorspronkelijke stukken, zonder plaatjes. *****************************************************************

Strak wetenschappelijke stukken is men van mij gewend, emotieloze analyses die ook nog eens veel te lang zijn en altijd gaan over de islam of Israël, of nog erger, beide tegelijk. Dus vandaag wil ik eens een andere kant van mezelf laten zien: de speels associërende fröbelaar, de dichter van woord en beeld. Ook in mij schuilt een Karel Kanits of een Ramsey Nasr.

Het komt door het opruimen van mijn prikbord. Alleen de kop van het krantenartikel had ik blijkbaar uitgeknipt. Met pen is erop geschreven “Trouw 06-11-04”. Die kop luidt:

“Allochtone moeders: Boos op Mohammed B. én op Hirsi Ali”

De een was medemaker van een film tégen nazislamitische vrouwenmishandeleerwraakmoord. De ander had de ene maker van die film afgeslacht (Theo) en de tweede maker (Ayaan) gedreigd te zúllen slachten. En de brief waarin dat dreigement aan die tweede stond, was met een slagersmes in de borst van Theo vastgestoken. Maar Trouw, de kwakkeliteits-krant die zich laat voorstaan op zijn hoge moraal, vond daar blijkbaar wel een redelijk evenwicht in zitten, in die boosheid van de moslimse moeders naar twee kanten. Is dat niet schattig van peilloze domheid?

Trefwoord Hirsi Ali. Óók gevonden op het prikbord, dit ingezonden briefje uit de Volkskrant, 13 juli 2004:

“Met je dichtgenaaide spleet”. Raadsel: waar haal je de haat vandaan tegen een vrouw als Ayaan? Ik heb nooit de moeite genomen het portret van Saul van Stapele erbij te zoeken, maar ik heb het voor deze gelegenheid gedaan. Hij blijkt “popjournalist” te zijn en dit is ‘m:

STAPELE VAN SAUL.jpg

Dat opruimen van het prikbord was een aanleiding voor dit stukkie, maar ook de vriendin die mij belde op zondagavond 8 mei 2011 en die diezelfde zondag bij het tv-zappen verzeild raakte op een Arabische zender. Een voetbalstadion in de islamitische wereld. Libië, Tunesië, een van de Golfstaten? Wanneer? Is het een oude opname? Is het een recente gebeurtenis? In elk geval ziet het eruit als van deze tijd. De wedstrijd is blijkbaar zojuist afgelopen, de gewone taferelen van het veld oplopende trainers, helpers, officials die zich mengen met de spelers. Plotseling springen toeschouwers over de hekken, sommigen bewapend met stokken. Ze hebben het op één bepaalde speler voorzien en die heeft dat in de gaten. De speler begint te rennen, maar de meute weet hem in te sluiten. Ze beginnen op hem in te slaan, hij valt op de grond, hij verdwijnt onder de schoppende en slaande bende. Mijn vriendin weet achteraf niet te zeggen hoe lang de lynchpartij heeft geduurd. Maar ze vermoedde dat de speler dood was, toen de moordenaars zich terugtrokken. Ze meende het te zien aan de manier waarop de speler lag, zei ze. Wat zou de speler gedaan hebben? Een winnend doelpunt gescoord voor de verkeerde partij?

Terwijl de vriendin het vertelde kwam deze foto, pas gezien bij het onvolprezen weblog van Hugo van Minnebrugge in gedachten. Ik weet niet precies waarom. Ik ben ook maar een dichter. Het zijn “jongens” die feestelijk rouwen om de dood van Bin Laden in Gaza tegen de achtergrond van vlagen van Hamas en Hezbollah en de “Al-Aqsa-Martelarenbrigade”. Dood, verderf, haat en terreur hebben zoals men weet altijd iets feestelijks in het cultuurgebied van de islam.

Á propos stadion. Oriana Fallaci heeft het ook over een stadion, ook in het islamitische cultuurgebied, maar dan even verderop in de wereld. Maakt niet uit. Islam is islam. Hier zijn twee pagina’s uit “De Woede en de Trots“ van Fallaci.

Je zou ook de pagina’s 82 tot met 85 uit “De Woede en de Trots” moeten lezen en natuurlijk eigenlijk het hele boekje en ook “De Kracht van de Rede” zou iedereen moeten lezen, opdat Europa misschien nog gered kan worden. Enfin, ik ga ook die pagina’s in de copyrette foto-kopiëren, ik knip ze op maat, ik scan ze, ik maak er JPG-plaatjes van en ik stuur ze op aan Professor van Frikschoten, de hoofdredacteur van dit weblog en die gaat er dan mee aan de gang zodat ze netjes en groot opklikbaar in deze collage gaan passen. Ik bedoel: we doen gewoon even de moeite en dan hopen we dat het gelezen wordt en dat er iets met het bewustzijn van lezers gebeurt en dat dan misschien Europa gered wordt. Wie weet? Misschien gaat zelfs uitgeverij Bert Bakker niet zeuren over copy-right omdat het immers voor de goede zaak is.

Omdat ik een woordkunstende beelddichter ben, breinweef ik een associatie bij die gelatine-pudding die Wakil Motawakil heet. Die zedelijkheidspolitie-agenten, die op 11 maart 2002 die meisjes in Saoedie-Arabië terug dreven, een brandend schoolgebouw in, omdat ze geen hoofddoeken droegen, die gasten werden en worden toch “moetawa’s” genoemd? Nou ja, en dan dat “kil” achter “Motawa”! Alsof het zo moet zijn! Die voornaam is ook mooi: “Wakil”. In die naam zie je als het ware alle moetawa’s van deze wereld begerig om zich heen kijken of er nog wat te moorden valt: “Wáár kill?”

Het zal nog lang in mijn hoofd rondzingen:

Wà kill?
Moetawa kill !!

Afgewisseld met:

“Warum weinst du, mein blonder Führer?“
________________________________

Link naar dit stuk op AmsterdamPost