Zimbabwe Mugabe 85th birthday partyMugabe eet een taartje ter gelegenheid van zijn eigen verjaardag

Er zijn een paar redenen om dit stuk dat op 23 december 1993 op de opinie-pagina van Trouw verscheen opnieuw te publiceren. Een ervan is dezelfde die mij ertoe bracht een opstelletje uit 2006 over de Iraanse “hoogleraar” Halleh Gorashi aan de vergetelheid te ontrukken: actualiteit en superieure kwaliteit. Maar ik heb ook gemerkt dat het Trouw-Archief maar tot 1994 is gedigitaliseerd. En ijdel als ik ben, mag ik graag af en toe naar mezelf linken en dat kan nu ook met deze gewichtige tekst weer.

Het actuele school in het geval van Gorashi in de verbijsterende brutaliteit waarmee een dame uit de totalitaire wereld van het Midden Oosten – in dit land omhooggepamperd tot “hoogleraar” – de Nederlander kwam vertellen dat ze eigenlijk nog veel te weinig ruimte had gekregen in Nederland en het genot waarmee de multikrolse Nederlandse quasi-elite de kastijding van mevrouw Gorashi onderging.

Het actuele in het geval van het onderhavige essaytje is vervat in een zin die de eindredacteur van Het Vrije Volk – “Clark Kent” – mij mailde:

“Dat krijg je als je de soevereiniteit van landen los ziet van het recht op leven en zelfbeschikking van individuele burgers. Vooral geen inmenging in ‘binnenlandse aangelegenheden’.”

Wat krijg je? Massamoord. In dit geval door de “Jong Turken” die onder de bezielende leiding van Kemal Pasha Atatürk in 1922 duizenden Grieken hebben afgeslacht in de stad Smyrna, die nu Izmir heet.

Indertijd, in 1993, had ik een zin geschreven die parallel liep aan de bovengeciteerde zin van “Clark Kent. Die luidde:

“Wie wil dat de dief van zijn autoradio vervolgd wordt, moet ook niet toestaan dat twee straten verder in de global village gemoord en gemarteld wordt.”

En dan nu de tekst uit december 1993.

__________________________________________________________________

Op de Podium-pagina van donderdag 2 december [1993] stond een uitstekend artikel van Johan R. Kwist. Hij laat zien hoe Nederland, en het Westen in het algemeen, de Turken wapens leveren en weinig consequenties verbinden aan de misdaden van de Turkse machthebbers tegen de Koerden.

Die coulante houding, zo betoogt Kwist, neemt het Westen aan om Turkije te vriend te houden vanwege Turkijes strategische ligging ten opzichte van ‘Rusland’ en ten opzichte van Iran en de Arabische wereld, alwaar olie beschermd en fundamentalisme ingedamd moet worden.

Wat Kwist aan de orde stelt, valt binnen het algemenere probleem van de moraal in de buitenlandse politiek.

Dat in de verhouding tussen naties zoiets als moraal meespeelt, is niet zonder meer vanzelfsprekend. Staten, zo luidt een wijsheid, die door vele ‘deskundigen’ op dit gebied wordt onderschreven, hebben geen moraal doch slechts belangen. En wie zich op het standpunt stelt dat de mens een grote behoefte heeft aan het gruwelijke, dat die behoefte af en toe bevredigd dient te worden en dat oorlog en wreedheden daarom een onvermijdelijk verschijnsel zijn, is al helemaal gauw klaar. Maar wie vindt dat de strijd voor het goede, ook in de buitenlandse politiek gevoerd moet worden, kan zich afvragen hoe dat dan zou moeten en wat dat goede dan is.

Mij lijkt dat in het kader van die vraag allereerst afgerekend dient te worden met het pure pragmatisme in de buitenlandse politiek. De pragmatische school, die voornamelijk denkt in belangen van naties en blokken van naties, heeft het intellectuele klimaat van de laatste decennia mee gehad. Dat klimaat werd immers gekenmerkt door de naoorlogse reactie op het idealisme, het eerst verwoord door de generatie der mature liberals in Amerika. Was, zo vroegen zij zich af, al het idealisme, van fascisme tot socialisme, niet geeindigd in oorlog, bloedbaden en concentratiekampen? Paste de mens niet een bescheiden berusten in zijn klaarblijkelijke beperktheden?

Anti-wreedheid

In de praktijk bleek dit ‘reactionaire’ pragmatisme van de westerse buitenlandse politiek toch heel goed te combineren met een kruistocht tegen het communisme. Morele waarden konden negatief gedefinieerd worden: goed is wat slecht is voor het communisme. Een op het Westen leunende dictator kon een son-of-a-bitch zijn, maar was dan toch altijd nog our son-of-a-bitch. Nu de communistische duivel is weggevallen, moeten we weer positieve termen voor God vinden. De belangrijkste van die termen mag wat mij betreft – dank je wel, Richard Rorty – luiden: anti-wreedheid.

De oude Arthur M. Schlesinger Jr. heeft in zijn “Cycles of American History” (1986) een fundamenteel opstel aan het probleem van de moraal in de Amerikaanse buitenlandse politiek gewijd. Hij herleidt een buitenlandse politiek die gebaseerd is op het nationale belang tot de Founding Fathers, die christelijke rationalisten die in 1787 de Amerikaanse grondwet opstelden. Zij meenden dat handelen door naties vooral op grond van eigenbelang enige voorspelbaarheid aan dat handelen zou geven.

Beide tradities, pragmatisme vanwege voorspelbaarheid en eigenbelang, anti-idealisme vanwege de ‘Jacobijnse’ gevaren daarvan, kunnen de visie op de meest wenselijke buitenlandse politiek blijven voeden. Moreel fanatisme is contraproductief, maar aan de andere kant is er – en dat vindt Schlesinger ook – een absolute ondergrens: atoomoorlog moet vermeden en discriminatie, moord en marteling kunnen niet getolereerd worden.

Inderdaad zou dat de leidraad moeten zijn van een Atlantische heroriëntering in de buitenlandse politiek, In de postindustriële fase kampt de westerse maatschappij met een tekort aan arbeid en een overschot aan menselijke energie. Die energie zal, als we niet oppassen, slechts het nieuwe fascisme van links en rechts gaan voeden, voorzover het zich niet in andere vormen van destructief gedrag kanaliseert. Is het niet beter dat de Atlantische wereld, los van de Verenigde Naties, waarin immers ook vele misdadige naties zitting hebben, die energie gebruikt om een onafhankelijke internationale interventie-strijdmacht te vormen, teneinde de ergste misdadigersnesten in de wereld te vernietigen? Moeten we er niet zo langzamerhand over gaan denken delen van de wereld te rekoloniseren met de Rechten van de Mens in de hand?

Fatsoen

Natuurlijk zou daartoe een parallelle uitbarsting van fatsoen en bekwaamheid binnen de elites van de westerse staten nodig zijn. Een elite immers die zijn bevolking oproept de wereld te gaan verbeteren, zal zelf het goede voorbeeld moeten geven. Daar is natuurlijk weinig hoop op. Ik herinner me hoe Wim de Bie, de verkoper van het Winter-Eis van de vorige winter, met diepe opluchting vaststelde hoe Lubbers ook heel even zijn premier was geweest, toen Lubbers, als ware hij een mens en geen politicus, gezegd had dat hij eventjes geen boodschap had aan wetten en praktische bezwaren en dat er gewoon wat moest gebeuren aan de nood in Joegoslavie. Daarna heeft De Bie, voorzover ik heb kunnen waarnemen, weinig reden meer gehad voor dat soort opluchting.

Zeker niet als we kijken naar de meeste andere Europese landen, waar cynische belangenpolitiek altijd leidraad is geweest. Met name in Engeland en Frankrijk, maar veel minder in Duitsland, de natie waarop wij de schuld aan onze collectieve catastrofes afwentelen. Dergelijke politiek heeft echter, voorzover ik kan zien, nog nooit blijvend gewerkt in de geschiedenis. Dat duurzaam resultaat wel kan komen van een zo consequent mogelijk morele politiek moet nog bewezen worden, maar het is het proberen waard.

Hoe moeilijk dat is en hoe verstard de elites zijn, heeft vooral Joegoslavie bewezen. Ik heb dat proces zelf nogal intens gevolgd, vanaf het begin. Zo schreef ik in september 1991 (!) voor de opiniepagina van een groot landelijk dagblad een artikel, waarin ik vrij nauwkeurig voorspelde wat er te gebeuren stond in Joegoslavie en aandrong op ingrijpen. Aanleiding voor mij waren uitlatingen in dat dagblad van de toenmalige minister Hans van den Broek en van professor Maarten Brands, historicus en Atlantisch adviseur te Amsterdam. Zij, en anderen, vonden toen dat je die Balkan-types eerst maar eens moest laten uitrazen voor je aan ingrijpen ging denken. De redactrice van de betreffende krant die ik over mijn artikel aan de telefoon kreeg, wilde het niet plaatsen. Ze vond, zei ze bedaard, het stuk te fel en te pessimistisch.

Spelletje

En het wil maar niet beter worden. Woensdag 1 december zag ik een deel van een VPRO-documentaire waarin op cynische wijze het interventieprobleem werd aangesneden. De jonge honden van de VPRO hadden er een computerspelletje van gemaakt, met veel blieb-blieb erin. Zo van: ‘Kies uw brandhaard’, waarna een lijst van rampgebieden. Na keuze van zo’n rampgebied – door de programmamakers natuurlijk, we zijn nog niet aan tweewegtelevisie toe – kreeg de kijker een specificatie van de gruwelen die speciaal het gekozen gebied teisteren. Vervolgens werd een lijstje met opties geboden, waaronder ‘interventie’, ‘onderhandelen’ en ‘diplomatieke druk’ (of zoiets). Bij de keus voor interventie kreeg de kijker al gauw de boodschap dat er te veel van ‘onze jongens’ waren gesneuveld en dat het thuisfront om terugtrekking riep.

Dat VPRO-programma bewoog zich langs nog twee andere lijnen. Jonge soldaten, die bij de luchtmobiele brigade dienst hadden genomen, werden ondervraagd. Dat gebeurde door een assertief klinkende jongedame, die goed liet merken hoe naïef ze die soldaten vond. Die vertelden namelijk dat ze bij de rode baretten waren gegaan om mensen in vreemde landen uit de ellende te helpen en dat ze het risico daarbij hun leven te laten bewust namen.

Zere plek

De derde lijn werd gevormd door een vraaggesprek met twee leden van Amok, het Anti-Militairistisch Organisatie-Kommittee. Die spuiden wat gratuite pacifistische kritiek, maar legden ook de vinger op een zere plek: met militaire interventies alleen verander je niet de mondiale sociaal-economische structuren die voortdurend nieuwe conflicten scheppen. Dat is juist, maar ik hoorde ze niet zeggen dat die structuren in stand worden gehouden door misdadige regimes, die moeilijk anders dan met geweld opgeruimd zullen kunnen worden.

Voor dat doel is een zo globaal mogelijk westers interventionisme nodig. Van geval tot geval zou bekeken moeten worden wat er kan worden gedaan. Want Somalie is geen Iran. Angola geen Noord Korea en Joegoslavie geen Oekraïne. Maar in een zorgvuldige afweging van consequenties, morele waarden en eigenbelang, kan de Atlantische wereld veel meer energie aanwenden in de strijd tegen de wreedheid dan nu gebeurt. Morele aspecten kunnen en moeten een groter gewicht krijgen.

En natuurlijk is mijn pleidooi utopisch, maar het zal toch gehouden moeten worden. Als we zelfs geen hoge doelen meer durven formuleren, zal de praktijk nooit verbeteren. Wie wil dat de dief van zijn autoradio vervolgd wordt, moet ook niet toestaan dat twee straten verder in de global village gemoord en gemarteld wordt.

De oude dominee H. G. Abma heeft ooit eens gezegd dat je geen riemen van barmhartigheid kunt snijden van het vlees van slachtoffers. Dat ging over buitenstaanders die meenden de Drie van Breda te moeten vrijlaten. De stelling van Abma laat zich uitbreiden: van het vlees van slachtoffers laten zich helemaal geen morele riemen voor eigen gebruik snijden. Dat zou iedereen moeten bedenken die standpunten inneemt met implicaties voor anderen. Zoals: we grijpen niet in Joegoslavie in, al zijn er genoeg vrijwilligers voor te krijgen.

____________________________________

Naschrift.

Ik zie nu scherper dat de VPRO en ik al heel lang uit elkaar zijn gegroeid. Op het moment dat ik dit schrijf, de morgen van 18 oktober 2011, is er de avond tevoren door de VPRO een “documentaire” uitgezonden over Israël, waarin de antisemiet Thomas von der Dunk en de bronnenvervalsende “historicus” Ilan Pappé prominent optraden.

Ik heb gezellig gekeken naar een ander net gekeken, naar “Voetbal International” op RTL-7 met de immer hilarische snor Johan Derksen, die ook heel intelligent redeneert zolang hij het bij voetbal houdt. Maar een vriendin belde me die avond van de 17e op nadat zij de VPRO-uitzending had gezien. Ze kwam nauwelijks nog uit haar woorden. “Zóóó schofterig!” was een uitdrukking die toch wel 25 keer passeerde. “Jij gaat”, zei ze, “als je dit ziet, tegen de muren opvliegen.”

Dat valt tegenwoordig wel mee, met mijn schuimbekken om de smeerlapperijen van multikrols quasi-links dat ook altijd islamofiel en “anti-Zionistisch” is. Ik kan met steeds killer hart kijken naar de ploerten en naar de leugens en verzwijgingen van hun antisemitische propaganda. Ik zal zeker de betreffende “Uitzending Gemist” te zijner tijd bekijken en ik zal er zeker iets over schrijven. En ik vermoed dat in de comments onder dit stuk ook wel wat gezegd gaat worden over die “documentaire”.

Oh ja: indertijd heeft een redacteur van Trouw een vraagteken gezet achter de titel van bovenstaand opstel. “Rekolonisatie met de rechten van de mens in de hand?” Nu luidt de titel weer zoals die oorspronkelijk was bedoeld.

UPDATE 26 februari 2017:Zijn land kreunt onder de armoede, maar Robert Mugabe geeft toch een verjaardagsfeest ter waarde van 1,9 miljoen euro

_______________________________

Link naar dit stuk op AmsterdamPost

Advertenties