Israel Vlaggen bij de Damascuspoort van Jeruzalem op Jeruzalemdag

UPDATE 20 augustus 2016: ik zie dat onderstaand stukkie van eind 2011 vandaag meer dan 50 keer is aangeklikt. Dus zal ik maar even melden dat sinds begin 2013 “Werk in Uitvoering: een korte geschiedenis van Israël” op deze website is te vinden.

 *****************************************************

Ik heb al een aantal pogingen ondernomen om een tekst te schrijven die de essenties van de geschiedenis van Israël zo kort mogelijk vertelt. Mijn tekst-pogingen zijn weliswaar steeds beknopter geworden – van zo’n vijfentwintig pagina’s, naar twintig, naar vijftien en nu tenslotte naar tien – maar er zit een natuurlijke grens aan die kortheid, zo heb ik gemerkt. Dat komt omdat de meeste mensen in de Westerse wereld inzake Israël gedurende de laatste 40 jaar gehersenspoeld zijn met de leugen-cliché’s van “links”.  Dat is gebeurd via middelbare scholen, universiteiten, de politiek en de media. 

“Menslievend” links en totalitairisme-verliefd links zijn met de totalitair-antihumane islam een monsterverbond aangegaan tegen de eigen humane Joods-Christelijk-Verlichte tradities van het Westen en vooral Israël.

Verreweg de meeste mensen hebben rond Israël geen enkel werkelijkheidsbesef meer, niet van de historische werkelijkheid en niet van de reële actualiteit. Ze kennen alleen nog de perverse en doortrapte leugencliché’s van de zielige “Palestijnen” en die Joden die nu in Israël net zo te keer gaan als de nazi’s toen.

Je kan dus niet zomaar een aantal beweringen doen en stellingen poneren op een enkel A-viertje: je móét uitleggen en context geven. Anders geef je zelfs welwillenden,  en zeker de ónwelwillenden,  de gelegenheid om de schouders op te halen en te denken: “Ach, dat is ook maar een mening.”

Zo’n tekst, met de essenties van geschiedenis en actualiteit van Israël, zo stel ik mij voor, zou dienst kunnen doen op internet om de allerdomste zultkoppen en de smerigste antisemieten – (vaak zijn het dezelfden) – naar te verwijzen als ze zich – (in een commentaar meestal) – op internet melden.

En zo’n tekst zou ook,  stelde ik me voor, uitgedeeld kunnen worden als pamflet. Bijvoorbeeld bij moderne “Kauft nicht bei Juden!”-acties van de nieuwe antisemieten die zichzelf “anti-Zionisten” noemen.

 Mijn verzoek aan de lezers is nu om kritiek, verbeteringen en suggesties. Ook links die bepaalde stellingen ondersteunen zijn welkom, want de uiteindelijke internet-versie zal van links zijn voorzien.

De eenmaal verbeterde tekst zal natuurlijk op internet beschikbaar blijven, maar ik zou het ook graag de vorm geven van een papieren pamflet,  een soort uit de hand gelopen  “menukaart”, eentje dus van een pagina of 15, op stevig papier, misschien zelfs glanzend, misschien zelfs met een paar kleuren en kaartjes, een pamflet dat je mensen in de handen kunt drukken en waarvan ze vermoeden dat hier misschien toch wel iets van enige kwaliteit gratis aangeboden wordt. Als het zover komt, zal ik moeten proberen geld bij elkaar te krijgen, want ik ben materieel nogal onvermogend en subsidie is er, zoals men weet, alleen voor Jodenhaat en “Palestijnen”-verheerlijking.
___________________________________________________________________________

De Joden woonden al duizenden jaren in Palestina,  toen de pas geïslamiseerde Arabieren daar in 638 na Christus binnen vielen, bloedig onder het kromzwaard brachten, en vervolgens, als koloniale bezetters , die landstreek  gedurende 1300 jaar terroriseerden.
Toen Joden uit Europa rond 1880 opnieuw naar Palestina trokken, was het land nagenoeg leeg, dor, woest en uitgezogen door elders wonende Arabische grootgrondbezitters.
De Joden onderwierpen niet, moordden niet en roofden niet, maar kochten stukken land voor meer dan rechtvaardige prijzen en maakten het land opnieuw eigenhandig vruchtbaar.
De door de Joden opgewekte dynamiek en welvaart trok vele Arabieren uit de omliggende regio’s aan als immigranten naar Palestina.
De meeste Arabieren kwamen dus later naar Palestina dan de meeste Joden.
Ook voor de Arabieren, de alreeds daar wonende en nieuwkomers, stegen welvaart en ook levensverwachting spectaculair met de komst van de Joden.
Tijdens WOI werd duidelijk dat het Ottomaanse Rijk (de Turken), dat aan de zijde van de verliezers had gevochten, uiteen zou vallen en ook dat de kaart van het Midden Oosten opnieuw getekend zou moeten worden door de overwinnaars van WO I, te weten Engeland en Frankrijk.
Dat zou gebeuren op de conferentie van San Remo 1920-22.
In dat kader beloofde de Engelse minister van Buitenlandse Zaken Balfour in 1917 dat de Joden een nationaal tehuis in Palestina zouden krijgen, ook bestemd voor de Europese Joden, die erg onder moordpartijen (pogroms) in Oost-Europa hadden geleden.
San Remo 1920 gaf aan Engeland de Mandaatsmacht over Palestina met de bedoeling de volken aldaar, die losgekomen waren uit het Ottomaanse Rijk, te begeleiden naar zelfstandigheid.
Dat Mandatenstelsel was dus niet koloniaal, maar anti-koloniaal en erop gericht de veelvolkeren-staat van de Turken voorgoed te beëindigen, want veelvolkeren staten, zo dacht men, leverden oorlog op, zoals ook het Habsburgse Rijk (Servië!) de lont in het kruitvat was geweest.
De Joden waren gewoon één van de volkeren, naast de Libanezen, de Syriërs en de Iraki’s die óók een woongebied kregen toegewezen in die zomer van 1922.
Maar wel de enigen die te verstaan kregen dat ze géén inbreuk mochten maken op de rechten van de daar al wonende Arabieren en . . . . . . ze verloren na een paar maanden al 70% van hun vestigingsgebied.
Een staatsgreep van Wahabiten in Saoedie-Arabië had namelijk een telg uit de Koninklijke familie der Hoesseins het baasschap over Mekka ontnomen.
En die Hoessein had toevallig een beloning tegoed voor meehelpen met de Engelsen tegen de Ottomanen in WOI.
Dus gaven de Engelsen in de herfst van 1922 al meteen  70% van het vestigingsgebied van de Joden weg aan die Hoessein, te weten het gebied ten Oosten van de Jordaan, de “Eastbank” zeg maar.
Er is dus al sinds 1922 een “Palestijnse” staat, op de “Eastbank”, ook wel Trans-Jordanië genoemd, een land dat sinds 1950 Jordanië heet en dat wordt geleid door een koningshuis dat eigenlijk thuishoort in Mekka en in Palestina niks te maken had.
Bij het overlijden van de oude Moefti van Jeruzalem stelden de Engelsen in 1921 een nieuwe Moefti aan:  Amin al-Hoesseini.
Deze begon direct middels de islam te agiteren tegen de Joden.
Er vonden door de Moefti aangehetste slachtpartijen plaats onder de Joden.
De islam is daarvoor heel geschikt omdat het de meest fundamentele kenmerken met het nazisme gemeen heeft: Jodenhaat, expansieve oorlogszucht en het Führerprinzip.
Mohammed, die de voorbeeldige mens is die door elke moslim nagevolgd moet worden,  lijkt qua karakter ook veel op Hitler: moorddadig, vol rancune, Jodenhaat en gewetenloos bedrog .
Nog wel meer kenmerken heeft de islam met het nazisme gemeen: Uebermenschen-waan, paranoïde complotdenken, xenofobie, vrouwverdierlijking, Blut-und-Boden (wat ooit islamitisch grondgebied is geweest kan nooit meer opgegeven worden en moet bij verlies altijd terugveroverd worden).
De terreur en het moorden in Palestina vanaf 1922 richtten zich niet alleen tegen de Joden, maar ook tegen Arabieren die met de Joden wilden samenwerken.
Via de zogenaamde “Arabische Opstand” van 1936 tot 1939 – die in feite dezelfde moorddadige terreur was, maar dan grootschaliger – groeide er steeds meer een oorlogssituatie. De Joden zijn daarin steeds zo fatsoenlijk mogelijk gebleven, ook de meest radicale strijdgroepen.
De verhalen over door Joden begane gruweldaden – het King David hotel, Deir Yassin – zijn (zie verderop)inmiddels weerlegd.
Het pieken van de Arabische wreedheden vanaf 1936 en het toenemende verzet van de Joden tegen de pro-Arabische houding van de Engelsen, deden de Engelse regering bij monde van de Peel-commissie in 1937  besluiten dat er een gescheiden Joodse en Arabische staat moest komen.
Het Arabische deel zou 96% (!!!) beslaan van het gebied dat oorspronkelijk als vestigigings gebied voor de Joden was bestemd en de Joden hielden dus 4% over.
De Joden accepteerden, de Arabieren onder leiding van de Moefti weigerden.
De Moefti die voor zijn misdaden inmiddels door de Engelsen werd gezocht, vluchtte naar Irak, probeerde daar een staatsgreep te plegen die mislukte en wist tenslotte in 1942 Nazi-Duitsland te bereiken, waar hij Hitler, Himmler en Eichmann ontmoette.
De Moefti werkte vervolgens samen met de nazi-top om op de Balkan, waar vanwege de eeuwenlange Turkse druk veel moslims wonen, SS-moslim-divisies op te richten.
Hij was erop gebrand gedurende de hele oorlog om geen Joden te laten ontsnappen en is verantwoordelijk voor duizenden Joodse doden, waaronder veel kinderen.
Vanaf 1942
organiseerde hij in samenwerking met de nazi’s radio-uitzendingen vol Jodenhaat die in het hele Midden-Oosten in alle thee-en-koffiehuizen uit de luidsprekers schalden.
Als Rommel in de herfst van 1942 had kunnen doorstoten naar Egypte, zouden er mobiele vergassingsinstallaties, bestemd voor massamoord op de Joden in Palestina, die in Griekenland klaar stonden, naar Palestina zijn verscheept.
Toen Nazi-Duitsland de oorlog had verloren, is de Moefti Amin al-Hoeseini, net zoals zovele oorlogs-misdadigers, ontsnapt.
Hij dook weer op in Egypte en leidde vanuit daar de haat- en terreur-campagne van de Arabieren tegen de Joden, die vanaf 1945 groeide naar een volslagen oorlog tussen de Joden en Arabieren.
 In september 1947 brachten de pas opgerichte Verenigde Naties, toen nog niet gedomineerd door misdadigerstaten, een tweede verdelingsplan (na het Peel-plan van 1937) in stemming.
Dat plan werd door de Algemene vergadering aanvaard ondanks de tegenstemmen van alle moslimlanden.
Israël accepteerde opnieuw een voorstel waarbij de Arabieren heel veel en de Joden zeer weinig kregen.
De Palestijnse Arabieren onder leiding van de Moefti weigerden opnieuw.
De oorlog ging en de terreur gingen dus voort, een oorlog waarin de Joden probeerden welwillende Arabieren te bewegen te blijven om, als de staat Israël eenmaal een feit zou zijn, als evenwaardige burgers daar te leven.
Grote delen van de Arabische “elites” echter namen de vlucht en lagere sociale klassen namen daaraan een voorbeeld en vluchtten ook.
In mei 1948, na de uitroeping van de staat Israël , toen zes Arabische landen – (Egypte, Jordanië, Irak, Libanon, Syrië, Saoedie Arabië) –  Israël binnenvielen, werden de Arabieren door de Srabische militaire commandanten opgeroepen Israël te verlaten, want men verwachtte een gemakkelijk overwinning en wilde een vrij schootsveld hebben om de Joden de zee in te drijven.
Deze mensen werd verteld dat ze als overwinaars terug zouden keren.
Dus niet alleen zijn de Arabieren onder de Moefti in 1922 begonnen met de terreur waardoor de oorlog ueberhaupt ontstond, maar ook zijn de vluchtelingenstromen van Arabieren bewust gecreëerd door de Arabische “elites”.
De Arabieren zijn 100% zelf verantwoordelijk voor het vluchtelingen-probleem, dat zij de “nakba”, de ramp noemen.
Op 16 mei 1948, dus twee dagen ná de onafhankelijkheidsverklaring, zond de officiële Israëlische radio de volgende verklaring uit in het Hebreeuws en Arabisch, terwijl de “elites” van vijf Arabische naties een genocidaal bedoelde aanval hadden losgelaten op de twee dagen oude staat:
Hoewel wij tot een woeste oorlog zijn gedwongen, behoren wij niet te vergeten, dat binnen onze grenzen leden van het Arabische volk de rechten behoren te genieten van burgers en dat de meesten deze oorlog haten. Wij moeten hun rechten op een gelijk niveau handhaven met die van alle burgers. Wij zien uit naar vrede en strekken onze hand uit om hun medewerking te verkrijgen bij het opbouwen van ons vaderland. Burgers, laat ons de integriteit van ons jonge vaderland handhaven.” (Efraim Karsh, “Palestine Betrayed”, 236)
De Arabische radiozenders bleven gewoon Jodenhaat spuwen.
Dat klopte met de wreedheden die vanaf 1922 gepleegd waren door Moefti-Arabieren, met name tijdens de zogenaamde Arabische Opstand van 1936 – 1939 en verder steeds erger naarmate het vanaf 1945 steeds meer een volschaalse oorlog werd. Arthur Koestler schreef:
Deir Yasin heeft zijn beruchtheid omdat het een uitzondering was; en in elk geval begingen de Joden geen individuele daden van sadisme (. . .) Maar op andere plekken werden de lijken van Joden die in Arabische handen waren gevallen gecastreerd gevonden en met hun ogen uitgestoken. ( . . .) Voor ik Tel-Aviv verliet heb ik de hand gelegd op een collectie foto’s die ik aan Alexis Ladas van de Commissie van de Verenigde Naties heb doorgegeven. Ze tonen grinnikende mannen in Arabische uniformen poserend voor de fotografen met hun bajonetten verzonken in een stapel naakte en verminkte lijken, en dergelijke ( . . . ) ik vermeld dit onderwerp met tegenzin ( . . .) dit soort zaken is niet begonnen met de oorlog; vanaf de dag van de eerste Joodse nederzettingen, was een Jood als hij de langs de kant van de weg vermoord werd gevonden bijna altijd verminkt.” (Arthur Koestler “Promise and Fulfillment”,  224)
Inmiddels weten we dat Deir Yasin zelfs geen uitzondering was, in die zin dat de Joodse strijdgroepen hier onnodige wreedheden zouden hebben begaan. David Meir Levi heeft de kwestie Deir Yasin geanalyseerd. Nadat de strijd gestreden was en de Joodse strijdgroep Irgoen de krijgsgevangenen had verzameld, gebeurde er in de woorden van Meir levi dit:
Vervolgens, terwijl ze nog steeds een groep vormden, nog steeds gekleed als vrouwen en nadat ze zich hadden overgegeven en akkoord waren gegaan met krijgsgevangenschap, openden een aantal van de Irakezen opnieuw het vuur met wapens verborgen onder de vrouwenkleding. De strijders van de Irgoen werden hierdoor verrast, nog een aantal van hen werden gedood en anderen openden het vuur op de groep. Irakezen die zich inderdaad hadden overgeven werden samen gedood met degenen die alleen maar gedaan hadden alsof en vervolgens toch het vuur hadden geopend.” (David Meir-Levi, “History Upside Down”, 70 )
Het andere voorbeeld van “Joodse terreur”  dat altijd wordt aangehaald, is de aanslag op het King David Hotel in Tel Aviv in 1946, gericht tegen de Engelse politiek om Europese Joden tegen te houden die naar Israël wilden.
Maar er waren van tevoren drie telefoontjes uitgegaan om te waarschuwen dat het hotel ontruimd moest worden.
Volgens Menechem Begin, die toen leider was van de Irgoen en die de aanslag pleegde, werd op een van de telefoontjes door een Engelse ambtenaar geantwoord: “Wij nemen geen orders aan van Joden.”
Onder de slachtoffers waren ook 15 Joden.
In 2006, bij de 60ste verjaardag van Israël, herinnerde Premier Netanyahu aan de aanslag, zeggende dat het bij de “Palestijnse” terreurgroepen nooit de gewoonte  is geworden te waarschuwen voor een aanslag.
Op 14 mei
1948 werd dus de staat Israël uitgeroepen en in de loop van dat jaar en in april 1949 kwam er een wapenstilstand.
De voorlopige grens tussen Israël en Trans-jordanië (het latere Jordanië) werd de zogenaamde “groene lijn”, de wapenstilstandslijn en die lag aan de westgrens van Samaria-Judea (“de Westbank”).
De betekenis van “trans” is“over” of “aan de andere kant van”, dus in de naam van dat land, Transjordanië, lag al besloten dat de bewoners aan de oostkant van de Jordaan thuis hoorden, niet op “de Westbank” (Samaria-Judea).
Pas in 1950 zou Trans-Jordanië dat voorvoegsel “trans” kwijt raken en Jordanië gaan heten.
Maar ondanks die naamsverandering bleef natuurlijk de bezetting door Jordanië van Samaria-Judea (“de Westbank”) illegaal (!!!), want veroverd in een aanvalsoorlog, namelijk de van Arabische kant genocidaal bedoelde oorlog van 1948.
Jeruzalem, dat in Judea ligt, was een uitzondering: Oost-Jeruzalem, de Oude Stad, met alle Joodse heiligdommen, bleef in handen van Jordanië en het nieuwere West-Jeruzalem bleef in handen van Israël.
Van 1948 tot 1967 bouwde Israël aan de enige democratische, humane en succesvolle rechtsstaat in het Midden-Oosten.
Terwijl Israël  160.000 (honderdzestigduizend) Arabieren binnen de grenzen van Israël gelijkwaardige rechten gaf, begonnen in Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Egypte, Yemen, Irak, Syrië en Libanon haatcampagnes tegen de Joden.
Rond de 600.000 (zeshonderdduizend) Joden werden uit die landen verjaagd en Israël, pas geboren, herstellende van een oorlog op zijn grondgebied, vol in de opbouw, met bijna géén middelen, wist deze 600.000 Joden rimpelloos te integreren.
Men zegt wel dat alleen al wat deze Joden aan bezittingen achterlieten in die Arabische landen, ruim de waarde van het hele toenmalige Israël overtreft.
En dan te bedenken dat de Joden sowieso al een absoluut recht bezaten op Palestina, vanwege anciënniteit, vanwege roof in het jaar 683 van hun land door de Arabieren, vanwege het terugkopen en vruchtbaar maken van hun eigen land sinds 1880, vanwege San Remo 1920.
Vandaag leven in Israël één-en-een-kwart miljoen (1.125.000) Arabieren met volledige burgerrechten.
In Israël géén vluchtelingen-probeem!
De Joden uit al die Arabische landen waren dus op de vlucht gejaagd door Arabieren, net als de Arabieren in Israël in 1948 op de vlucht waren gejaagd door  . . . . . . Arabieren.
En het waren ook de Arabieren die het Arabische vluchtelingenprobleem van de “Palestijnen” bewust in stand hebben gehouden tot op de dag van publicatie dezes.
En met slechts één doel: om op die vluchtelingen te kunnen wijzen en zo de haat tegen Israël en de Joden gaande te houden in de Arabische landen.
Dat is wel nodig want er is veel haat in al die islamitische dictaturen en die kan je maar beter afleiden op Israël en de Joden.
Dat in stand houden van het “vluchtelingenprobleem” hebben de Arabische dictaturen gedaan met de volgende middelen: uitsluiting van burgerschap voor “Palestijnen”, van gezondheidszorg en scholing, van uitoefening van beroepen, van mogelijkheid om bouwland te bezitten, van bewegingsvrijheid (vaak middels prikkeldraad).
De Verenigde Naties – door sommigen wel de Verenigde Nazi’s genoemd, omdat de Algemene Vergadering gedomineerd wordt door misdadigerstaten, met name door het blok van islamitische staten die een blok vormen in de OIC – hebben krachtig meegeholpen het “Palestijnse” vluchtelingenprobleem in stand te houden, vooral door een speciale organisatie in het leven te roepen exclusief voor de “Palestijnen”.
Elke vluchteling ter wereld valt onder de VN-organisatie UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees) maar alléén de “Palestijnen” vallen onder de misleidend neutrale en ook wat idiote naam UNRWA (United Nations Relief and Works Agency).
Dat heeft een reden: de UNHCR probeert vluchtelingen te integreren in een nieuwe omgeving, maar de UNRWA is speciaal opgericht om de Arabische dictaturen te helpen het probleem in stand te houden en aldus de haat tegen Israël.
Dat doet de UNRWA door toepassing van speciale regels op de “Palestijnse” vluchtelingen die nog nooit ter wereld ergens voor andere vluchtelingen hebben gegolden.
Zo behouden de “Palestijnse” vluchtelingen die wel burgerschap krijgen van een erkend land – Jordanië is de uitzondering – toch hun vluchtelingen-status. Daarom zijn alle “Palestijnen” die In Jordanië en in Samaria-Judea wonen nog steeds “vluchteling”.
De allerbelangrijkste uitzondering: “Palestijnen” kunnen hun vluchtelingen-status van generatie op generatie doorgeven.
UNRWA besteedt drie keer zoveel aan een “Palestijnse vluchteling” als de UNHCR aan een vluchtelinge elders ter wereld.
UNRWA dat alleen voor de “Palestijnen” is,  heeft 30 maal zoveel bureaucraten in dienst als de UNHCR dat voor de vluchtelingen van de hele wereld is.
Voor tientallen miljoenen vluchtelingen zijn door de UNHCR in de loop der jaren oplossingen gevonden, maar de UNRWA heeft het probleem alleen vergroot.
Oorspronkelijk waren er zeker niet meer dan 600.000 Arabieren gevlucht uit Israël, verjaagd door hun eigen “elites” en hun eigen wantrouwen. Inmiddels zijn het bijna 5.000.000 (vijf miljoen).
En de eis bij de “vredesonderhandelingen” van “Palestijnse” kant is, zoals men weet, anno 2011 nog steeds dat al deze “vluchtelingen” moeten mogen “terugkeren” naar Israël, wat de totale islamisering en Arabisering van Israël zou betekenen.
Hoe pervers kan je zijn: “gematigde” Abbas zegt nog steeds herhaaldelijk in het Arabisch in speeches voor zijn collega-maffiosi en slechts een béétje cryptisch dat hij Israël nooit zal erkennen, dat Israël al die vijf miljoen “vluchtelingen”moet opnemen, maar dat Samaria-Judea, i.c. “de Westbank”), i. c. de toekomstige “Palestijnse staat” vrij van Joden moet worden.
Judenrein moet Samaria-Judea dus worden en met miljoenen Arabieren moet Israël overstroomd.
In de periode van wederopbouw van Israël van 1948 tot 1967 bleven terreuraanslagen door de “Palestijnen” gepleegd worden, ook vanuit de Sinaï-woestijn en Gaza, beiden toen onder controle van Egypte.
Toen Nasser van Egypte onder dreigende taal het Suez-kanaal annexeerde, waren die terreuraanslagen mede een reden voor Israël om met Engeland en Frankrijk deel te nemen aan de Suez-campagne van 1956 tegen Egypte.
In de lente van 1967 stapelden de bewijzen zich op dat de Arabische wereld uit was op oorlog met Israël.
President Nasser van Egypte kreeg gedaan dat de VN-vredestroepen in de Sinaïwoestijn, daar gestationeerd na de Suez-oorlog van 1956, zich metterdaad terugtrokken.
Nasser begon met een  blokkade van de Straat van Tiran, waardoor geen schepen meer de Israëlische haven van Eilat in konden.
Dat was volgens  het internationale recht een “casus belli” en gaf Israël het recht aan te vallen.
Nasser liet het Egyptische leger vooruitgeschoven posities innemen in de Sinaïwoestijn.
Zowel Nasser als Assad van Syrië alsook de Iraakse president Abdul Rahman Arif spraken van “uitroeiings-oorlog” en “Israël van de kaart vegen”.
Opperbevelhebber Mosje Dayan, beseffend dat het Israëlische leger veel minder tanks en straaljagers bezat, informeerde de Israëlische regering dat er maar één manier was om de oorlog te winnen en zware bombardementen op de Israëlische steden te voorkomen: preventief toeslaan.
In de zeer vroege morgen van 6 juni 1967 vlogen de Israëlische straaljagers onder de Egyptische radar door – een pilotenkunststuk op zich! – en vernietigden de Egyptische luchtmacht op de grond.
Daarmee werd de oorlog voor de Israëli’s winbaar, wat ze dan ook in zes dagen deden.
In de oorlog van 1967 was het weliswaar Israël dat preventief aanviel , maar in feite was het een aanvalsoorlog van de kant van de Arabieren.
Mocht er nog twijfel bestaan dat de juni-oorlog van 1967 een aanvalsoorlog was van de kant van Egypte en Syrië, die twijfel kan in elk geval niet bestaan over Jordanië: ondanks dat de Israëlische regering koning Hoessein van Jordanië had gewaarschuwd buiten de oorlog te blijven, begonnen in de ochtend van 6 juni 1967 zijn strijdkrachten met hevige bombardementen op West-Jeruzalem, dat van 1948 tot 1967 in Joodse handen was gebleven.
De bedoeling was duidelijk: Samaria-Judea –  legaal vestigingsgebied van de Joden volgens San Remo 1920-22, illegaal bezet door Jordanië van 1948 tot 1967 want na de aanvalsoorlog van 1948 – diende opnieuw als springplank voor een aanvalsoorlog van Jordanië op Israël.
Het Israëlische leger verdreef vervolgens  het Jordaanse leger en bezette legaal(!!) , want in een verdedigingsoorlog, Samaria-Judea inclusief Jeruzalem.
Tijdens de periode van illegale bezetting van Samaria-Judea (“de Westbank”) door Jordanië hadden de Jordaanse autoriteiten zoveel mogelijk Joodse heiligdommen vernield en was Jeruzalem voor Christenen en Joden afgesloten geweest.
Vanaf 1967 zou Israël alles weer open stellen.
Ondanks dat Israël volgens San Remo 1920-22 recht had op Samaria-Judea als vestigingsplaats, ondanks dat Jordanië de streek al twee keer had gebruikt als springplank voor een genocidaal bedoelde oorlog (1948 en 1967), ondanks dat Jordanië gedurende de periode 1948 – 1967 de streek illegaal bezet had gehouden, was Israël bereid opnieuw Samaria-Judea op te geven in ruil voor erkenning van bestaansrecht en vrede.
Israël vroeg ook een paar kleine gebieden die tegen de bestandslijn van 1949 aan liggen en die essentieel zijn voor de verdediging van Israël, dat op die plekken zeer smal is.
Israël zou voor die gebiedjes zelfs op andere plekken compensatie geven.
In Khartoem, al een paar maanden later, in de herfst van 1967, beslisten de Arabische landen op een vergadering dat er drie keer nee zou worden gezegd tegen Israël: geen erkenning, geen vrede, geen onderhandelingen.
Israël had dus de keus: terugtrekken uit Samaria-Judea en wachten op de volgende aanval, of daar het gezag gaan uitoefenen, dus dat wat “de Palestijnen” en alle Westerse mainstream-media “de bezetting” noemen.
Die “bezetting” van Samaria-Judea door Israël gaf al snel de gewone resultaten: meer welvaart, hogere levensverwachting, dynamiek, een toestroom van Arabieren (“Palestijnen”) naar de regio en dus vooral bouwactiviteit en dat weer vooral van Arabieren.
Ook ontstond er een georganiseerde trek van Joden naar Samaria-Judea, waar vele nieuwe Joodse nederzettingen ontstonden: volstrekt legaal, op gekochte grond en met name rond voor Joden betekenisvolle plaatsen als Hebron, waar de Joden in de jaren 1930 met moordaanslagen door de Moefti-Arabieren verdreven waren.
Er zijn een aantal leugenwoorden rond de anti-Israël-propanda erg belangrijk “vluchtelingen”, “bezetting” en “Palestijnen”.
Als er ooit Palestijnen hebben bestaan, dan waren het natuurlijk de Joden, maar de gecoördineerde Arabisch-islamitisch-westerslinkse propaganda is er in geslaagd om sinds 1967 dat etiket, “Palestijnen” te plakken op die vluchtelingen die door de Arabische landen en de UNWRA zorgvuldig in hun vluchteling-status zijn gehouden om als propagandawapen tegen Israël ingezet te kunnen worden.
Die naam “Palestijnen” is tegelijk met de namen “Arafat” en “PLO” in het collectieve bewustzijn van het Westen gegrift.
Arafats Palestinian Liberation Organisation werd in 1964 opgericht en was een voortzetting van de “Palestijnse” guerilla-beweging  Fatah, die aanslagen in Israël pleegde.
Het openlijk in het Handvest  van de PLO gestelde doel was Israël te vernietigen en  “de Joden de zee in te drijven”.
De bijkomende “bevrijdings-ideologie” kwam uit het Sovjet-kamp en moet gezien worden in het kader van de Koude Oorlog.
Arafat had in 1964 zijn vertrouweling Abu Jihad naar Noord Vietnam gestuurd om te leren hoe Ho Chi Minh zijn “bevrijdingsstrijd” voerde.
Fatah vertaalde toen al voor 1964 de revolutionaire handboeken van generaal Giap, van Mao en Che Guevarra, van wie we inmiddels toch wel allemaal kunnen weten dat het massamoordenaars waren, inclusief de Jezus van de guerrilla.
Giap schreef aan Arafat: “Stop met praten over de vernietiging van Israël en verander in plaats daarvan je terreur-oorlog in een worsteling om mensenrechten, dan zal het Amerikaanse volk uit je hand eten.”
Vanaf 1967 zou steeds meer blijken hoezeer Giap gelijk had.
Arafat, die door de Sovjets werd gezien als een bruikbare pion in de Koude oorlog tegen het Westen,  werd door de Russische KGB in de leer gedaan bij “het genie van de Karpaten”, Nicolai Ceauçescu, dictator van Roemenië.
Vanaf midden jaren 1960 waren Arafat en zijn entourage meermalen te gast bij deze moordenaar en megalomane krankzinnige.
Het opvoedende werk werd in de praktijk gedaan door Ion Mihai Pacepa, hoofd van de militaire inlichtingendienst in Roemenië.
Ik vertaal en citeer nu Meir-Levi ( “History upside Down”, p. 30):
“Maar terwijl Arafat tenslotte de lessen die hij had geleerd van zijn Roemeense en Noord-Vietnamese gastheren en coaches oppikte en toepaste, waren de Sovjets, zoals Pacepa het beschrijft in ‘Red Horizons’, nog steeds niet zeker van zijn betrouwbaarheid. Dus maakten ze, met Pacepa’s hulp een zeer speciale “verzekerings-polis”. Gebruik makend van de goede diensten van de Roemeense ambassadeur in Egypte, filmden de Sovjets Arafat’s bijna elke avond plaats vindende homoseksuele interactie met zijn lijfwachten en met de ongelukkige weesjongetjes, jonger dan tien, die Ceauçescu aan Arafat leverde als onderdeel van de ‘Roemeense gastvrijheid’. Met videotapes van Arafats gulzige pedofilie in hun kluizen, en op de hoogte van de traditionele houding jegens homoseksualiteit in de islam, was de KGB van gevoelen dat Arafat een betrouwbare aanwinst was voor het Kremlin.”
Let op, want dit is essentieel: de bedoeling van zowel Fatah als de organisatie die in 1964 Fatah opvolgde, de PLO, was om Israël te vernietigen.
Toen waren er dus nog  géén “bezette gebieden”, niet in Gaza en niet op “de Westbank” (Samaria-Judea), toen werden de “Palestijnen” nog geterroriseerd en rechteloos gehouden door Egypte (Gaza) en Jordanië (Samaria-Judea) en toch moesten de “Palestijnen” al bevrijd worden.
Maar niet van hun Egyptische en Jordaanse onderdrukkers . . . . nee, van Israël!
Het ging dus “gewoon” vanaf het begin om de vernietiging van Israël en dat is nooit meer veranderd.
Al die “vredesprocessen”
zijn voor de “Palestijnse” maffia’s, van Arafat tot Abbas tot Hamas altijd een leugen speciaal voor consumptie in het Westen geweest.
Maar in 1967, toen Israël, na opnieuw aangevallen te zijn, Samaria-Judea bezette, werd het statuut van de PLO ineens veranderd en werd er plotsklaps soevereiniteit geclaimd van een “Palestijns volk” over Gaza en “de Westbank” (Samaria-Judea).
Die twee regio’s moesten dus nu plotseling ook “bevrijd” worden toen niet meer Egypte en Jordanië, maar Israël er de baas was.  Ik citeer David Meir-Levi:
De Jordaanse bezetting van de Westbank en de Egyptische controle van de Gazastrook waren gekenmerkt door totalitaire repressie. In de woorden van Arafat zelf, voerden de Egyptenaren de Palestijnen in 1948 in vluchtelingenkampen, sloten ze op achter prikkeldraad, zonden spionnen naar binnen om de Palestijnse leiders te vermoorden en executeerden degenen die probeerden te vluchten. Er was geen enkel Palestijns protest tegen deze onderdrukking in naam van enige zelfbeschikking die hen zou zijn geweigerd.”
Maar in 1967 was er dus ineens dat “Palestijnse volk” en die “nationale bevrijdingsstrijd” tegen het “Zionistisch imperialisme”.
De aanslagen, die nooit waren opgehouden, gingen door met alleen al in 1968 47 dode Israëlische burgers en 247 dode Israëlische soldaten.
Van 1968 tot 1970 bleef Egypte aanvallen uitvoeren op Israëlische posities in de Sinaï ten koste van 200 Israëlische doden.
In 1971 verdreef koning Hoessein van Jordanië de “Palestijnen” omdat ze zijn koninkrijk dreigden over te nemen.
Daarbij vielen in september 1971 onder de “Palestijnen” tussen de vijf- en tienduizend doden.
Een terreurgroep daarnaar vernoemd “Zwarte September” vermoordde elf Israëlische atleten bij de Olympische Spelen van München in 1972.
De “Palestijnen” vluchtten in september naar Syrië, dat het nieuw trainingscentrum voor terroristen werd en naar Libanon.
Voor Libanon betekende dat het begin van het einde van de meest kosmopolitische en tolerante samenleving in het Midden Oosten: de “Palestijnen” zorgden voor een alsmaar escalerende burgeroorlog.
In 1973 op de morgen van een zeer belangrijke Joodse feestdag, Grote Verzoendag, op een moment dat de meeste Israëli’s al meer dan 12 uren vasten achter de rug hadden en in de Synagoge waren, vielen de Egyptenaren vanuit het zuiden en de Syriërs vanuit het noorden totaal onverwacht met straaljagers en tanks Israël aan.
Van de 380.000 getrainde Israëlische soldaten en reservisten moesten 300.000 totaal plotseling op het geluid van de sirenes uit hun burgerleven en de synagoge hun uitrusting thuis ophalen en naar hun eenheden.
Het was voor de Israëli’s een zeer harde oorlog, zowel in het zuiden in de Sinaï tegen Egypte als in het noorden op de Golanhoogte tegen Syrië – 2.522 Israëlische soldaten sneuvelden – maar  Israël won opnieuw.
Israël bezette de Sinaï maar de shuttle dipmocay” van Kissinger resulteerde in 1974 in een bufferzone op de Golanhoogte en ook een in  de Sinaï, beide gemonitored door de VN.
De PLO ging gewoon door met terreur, met als dieptepunten de moord op 20 schoolkinderen in Ma’alot in 1974, het opblazen van een bus in Jeruzalem in 1975 met 13 doden, het kapen van een Air France toestel in 1976 dat eindigde met de gijzeling en bevrijding van 96 Joodse passagiers in Entebbe, Oeganda.
De PLO kreeg in 1974 een zetel in de VN als “waarnemer” en diezelfde VN nam in 1975 een resolutie aan waarin Zionisme identiek werd verklaard met racisme.
Voortdurend was er kritiek op de “bezetting” van Samaria-Judea en de leugenterm raakte steeds meer ingeburgerd.
Israëls antwoord op de terreur was onder andere een “open-grenzen-politiek” met Libanon, waardoor in de periode 1976-1978 tienduizenden zieke Arabieren – moslims en christenen –  in Israëlische ziekenhuizen geholpen werden.
In 1978 sloten in Camp David met president Carter als gastheer de Egyptisch president Anwar Sadat en de Israëlische premier Menachem Begin een vredesacoord: de Sinaï kwam terug aan Egypte en er zou gewerkt worden aan een gekozen, zelfregerende autoriteit in Gaza en “op de Westbank” (in Samaria-Judea): dat was dus de eerste opening naar zelfbeschikking van de Arabieren aldaar.
Dat er pas na de Accoorden van Oslo 1993 een poging zou volgen  daadwerkelijk een “Palestijnse Autoriteit” te vestigen, kwam omdat de PLO niet ophield met terreuraanslagen, ook in Europa, waar 39 mensen vermoord werden.
De Israëlische ambassadeur in Engeland Shlomo Argov raakte bij een aanslag in 1982 verlamd.
Vanuit Libanon, waar
de PLO na Zwarte September” 1971 zijn hoofdkwartier had gekregen, werd Noord-Israël voortdurend met granaten bestookt.
In juni 1982 trokken de Israëli’s onder Ariel Sharon Zuid-Libanon binnen omsingelden zelfs Beiroet.
In augustus werd een overeenkomst getekend tussen Libanon en Syrië, waarbij werd bedongen dat Arafat en zijn maffia zouden vertrekken naar Tunis.
In september vond een slachting plaats door christelijke Falangisten in de “Palestijnse vluchtelingenkampen” Sabra en Chatilla: honderden mannen werden afgeslacht maar ook enkele tientallen vrouwen en kinderen.
Sharon is later door een Israëlische onderzoeks-commissie verweten dat hij te weinig alert was geweest om dit te voorkomen.
Deze eerste Libanonoorlog kostte 3000 PLO’ers, 500 libanese burgers en 368 Israëlische soldaten het leven.
In mei 1982 ontstond in Israël de “Peace Now”-beweging: zes officieren, waaronder een die de hoogste onderscheiding voor betoonde moed bezat, gaven een persconferentie, waarin ze spraken over de “gewelddadigheid” waarmee “repressieve maatregelen” en “collectieve straffen” in Samaria-Judea door Ariel Sharon werden uitgevoerd.
In Tel Aviv gingen 80.000 demonstranten de straat op en om demonstraties in Samaria-Judea te voorkomen, sloot Sharon de toegang tot de hele regio af.
In 1982 en 1983 ontstond ook het eerste intern-Israëlische “linkse” protest tegen de Israëlische regerings-politiek in Libanon: in totaal 60 Israëlische soldaten werden gevangen gezet vanwege weigering in Libanon dienst te doen.
 De PLO-terreur stopte evenmin: in 1983 was de PLO verantwoordelijk voor een aanslag op een bus in Jeruzalem: 6 doden, waaronder twee kinderen.
De verdeeldheid in Israël kwam ook tot uiting in de onbeslistheid van de verkiezingen van 1984, toen een regering van nationale eenheid gevormd moest worden met de Arbeiderspartij (Peres) en Likoed (Shamir), een regering die tot 1990 in stand bleef.
In 1985 trok Israël zich uit Libanon terug en behield slechts een 5-kilometer-veilgheids-zône, waarin tot 1990 60 Israëlische soldaten en 300 PLO-infiltranten werden gedood.
1985 is ook het jaar van het hoogtepunt in de immigratie van Sovjet-Joden naar Israël: Gorbatsjov stond eindelijk de Russische Joden toe naar Israël te vertrekken, wat ze massaal deden.
Enthousiasme voor Israël
was er al in 1948 onder de Russische Joden, zoals Golda Mei merkte toen ze ambassadeur voor Israël in de SU werd.
De juni-oorlog van 1967 was begeleid geweest door Sovjet-propaganda, in binnenland en buitenland, waarin de hoopvolle verwachting werd uitgesproken dat Israël vernietigd zou worden.
Vervolgens werden de
Sovjet-Joden met trots vervuld door de overwinning en ontstond vanaf dat jaar een beweging voor emigratie uit de SU naar Israël, die dus pas in 1985 onder Gorbatsjov succes zou hebben.
In de jaren 1984 en 1985 werden 10.000 Ethiopische Joden in 36 uur met 34 Israëlische vliegtuigen richting Israël gevlogen: operatie Mozes.
In 1991zouden opnieuw 14.000 Ethiopische Joden per vliegtuig uit Ethiopië richting Israël geëvacueerd worden in de zogenaamde Operatie Solomon.
In december 1987 ontstond de zogenaamde “Eerste Intifada”, een door de PLO georganiseerde intensivering van het geweld van jongens en jonge mannen, die met stenen gooien en waarop Israëlische soldaten dan met traangas en rubber kogels antwoorden.
In 1988 werd, op een vergadering in Tunis door de Arabische landen, besloten een speciaal fonds in het leven te roepen “om de Intifada gaande te houden”.
In de eerste drie jaar van deze “Intifada” werden bijna 700 Palestijnse Arabieren gedood door Israëlische soldaten, maar ook meer dan 500 Palestijnse Arabieren werden vermoord door Arabische fanatici vanwege hun gematigdheid.
In 1991 begonnen onder een regering Shamir in Madrid vredesonderhandelingen in Madrid met “de Palestijnen”, waarvan de PLO, als erkende terreurorganisatie, was uitgesloten.
Dat leverde dus in 1992 inderdaad een intensivering van de terreur op en vervolgens een afbreken van het “vredesproces van Madrid”.
In 1993 kwamen niettemin de zogenaamde Oslo-Accoorden tot stand – onder grote druk van president Clinton, met name op Arafat –  en ondertekenden Rabin en Arafat een “Verklaring van Principes” die beschreef langs welke lijnen en onder welke voorwaarden er bevoegdheden werden overgedragen aan een “Palestijnse Autoriteit” (PA) in Gaza en “op de Westbank” (in Samaria-Judea). In mei 1994 werd in dat Oslo-kader te Cairo een nader verdrag getekend dat de PA gezag gaf over gezondheidszorg, onderwijs en sociale zorg, maar vooral ook over de cruciale binnenlandse veiligheid.
In oktober 1994 werd met Jordanië een vredesverdrag gesloten door premier Rabin en koning Hoessein in tegenwoordigheid van president Clinton.
Deze PA zou echter geen gezag krijgen over de Joodse nederzettingen.
Israëlische troepen trokken zich vervolgens terug uit de 4 “Westbank”-steden Betlehem, Jenin, Nabloes, Ramallah, maar nog niet uit Hebron, met de historische Joodse wijk, waar in 1929 de Joden verdreven waren middels een bloedige progrom geleid door de Moefti, en waar sinds 1967 weer een Joodse gemeenschap was opgebouwd.
Over Hebron zou nog onderhandeld worden.
Er zouden in Samaria-Judea en ook in Gaza algemene verkiezingen voorbereid worden.
Arafat verlegde zijn hoofdkwartier van Tunis naar Gaza.
De terreur van de PLO en van een nieuwe terreur-organisatie in Gaza, Hamas (“ijver”) geheten, stopte echter niet, terwijl toch Arafat zelf nu verantwoordelijk was voor de binnenlandse veiligheid.
Binnen anderhalf jaar na het tekenen van de “Verklaring van Principes” werden 120 Joodse burgers en soldaten slachtoffer van PLO- en Hamas-terreur.
In Tel Aviv werden in 1994 en 1995 zware zelfmoordaanslagen gepleegd met tientallen doden en zwaargewonden.
Achteraf weten we dat in de periode van 1993 tot 1998, dus de periode dat volgens de Oslo-Accoorden de “Palestijnse” terreur had moeten stoppen, er 5 (vijf) keer zoveel aanslagen werden gepleegd als in de periode 1988- 1992.
Ook weten we achteraf dat de opdracht aan de PA, om te stoppen met Jodenhaat verbreiden in de scholen en via de media, niet werd opgevolgd: integendeel, de haatcampagne werd opgevoerd.
In uitingen bestemd
voor Westerse oren spraken de PA-leiders, en vooral Arafat, van vrede, maar in hun uitingen bestemd voor de Arabische wereld lieten zij er geen misverstand over bestaan dat hun doel hetzelfde bleef: Israël vernietigen.
Rabin bleef echter de publieke opinie bewerken om deze aanslagen en voortgaande haatcampagne niet het “vredesproces” in gevaar te laten brengen.
Tegenstanders waren Benjamin Netanyahu en Ariel Sharon.
Bij een discussie in 1995 over een vervolgverdrag op Oslo 1993 (Oslo II) verklaarde Ariel Sharon in de Knesset dat Rabin samenwerkte met terroristen.
Rabin werd door Yigal Amir vermoord  op 4 november 1995 in Tel Aviv toen Rabin van het podium stapte na een bijeenkomst van aanhangers te hebben toegesproken.
Rabins opvolger Peres ging door met onderhandelingen met de PLO van Arafat, terwijl de PLO in 1996 doorging met aanslagen plegen.
Bij de 1996-verkiezingen verloor de Arbeiderspartij van Peres nipt van de Likoed van Netanyahu en de laatste werd premier van een nieuwe regering.
Vanwege de doorgaande aanslagen weigerde Netanyahu verder met Arafat te onderhandelen en versnelde hij  de bouw van nederzettingen in Samaria-Judea (“op de Westbank”).
Netayahu was ervan overtuigd dat die bouw van nederzettingen de veiligheid van Israël ten goede zou komen, dat wil zeggen als Israël overal en permanent vele voelhorens aldaar zou hebben.
Netanyahu zei in
1997: “Vrede zal niet tot stand komen langs de bestandslijnen van 1967. Israël zal zich niet meer laten reduceren tot een kwetsbare gettostaat aan de kust van de Middellandse Zee.” In 1999 kwam de Arbeiderspartij opnieuw aan de macht met Ehud Barak, een generaal en zwaar onderscheiden voor betoonde bijzonder moed.
Onder Baraks bewind kwam de kwestie van de veilgheids-zone in Zuid-Libanon tot een crisis.
Na het gedwongen vertrek van de PLO uit Libanon naar Tunis in 1982 was Syrië steeds meer de baas geworden in Libanon.
Drie jaar na de eerste Libanon-oorlog van 1982, was er vanaf 1985 in Zuid-Libanon een veiligheids-zone ingesteld van gevarieerde diepte om de dorpen in Noord-Israël te beschermen tegen beschietingen.
Maar die zone kostte honderden Israëlische soldaten het leven en de protesten tegen de zone werden in Israël steeds scherper.
Dus een van de eerste daden van Barak toen hij premier werd, was de opheffing van die zone in het jaar 2000. Dat maakte Arafat niet toegeeflijker.
In datzelfde jaar 2000 in Camp David onder supervisie van president Clinton bood Barak aan Arafat meer dan 90% van Samaria-Judea (“de Westbank”) aan.
Arafat weigerde het aanbod en organiseerde direct een nieuwe “intifada” (= “afschudding”, namelijk van het gruwelijke juk van de Israëlische bezetter) met als voorwendsel een bezoek van Sharon, toen oppositieleider, in september 2000 aan de Tempelberg , waarop de Al Aqsa-moskee en de Rotskoepel staan, twee islamitische heiligdommen die bovenop de vernielde Joodse Tempels zijn gebouwd, zoals in de islam de gewoonte is sinds 1400 jaar, namelijk om hun moskeeën te bouwen op de vernielde tempels van de overwonnenen, van de moskeeën in India tot de moskee in Istanboel, tot die in Granada en dat “cultureel islamitisch centrum” bijna bovenop de puinhopen van de Twin Towers.
Jeruzalem is nooit een heilige plaats geweest voor de islam: dat is een sinds 1967 “invented tradition” die gebouwd is op een paar vaagheden en anecdotes.
Deze tweede Intifada , die ook bekend staat als de “Al-Aqsa Intifada”, kostte in de vier jaar die volgden opnieuw aan duizenden het leven, Israëli’s en “Palestijnen”.
Ariel Sharon werd vervolgens  van maart 2001 tot april 2006 premier van Israël.
Sharon kreeg in 2005 en 2006 een paar steeds zwaardere hersenbloedingen gehad en raakte in coma.
Op 11 april 2006 besloot de Knesset zijn premierschap te beëindigen en tot zijn opvolger Yehud Olmert te benoemen.
In augustus 2005 had Sharon, volgens een zeer omstreden besluit , de hele Gazastrook ontruimd.
Meer dan 8000
Joodse bewoners van Joodse nederzettingen in Gaza werden in die maand augustus 2005 meest met geweld uit hun huizen gezet en geherhuisvest in Israël.
Dat was extra schrijnend, omdat het vooral Sharon was geweest die – na de overwinning van 1967 en na beëindiging van de illegale bezetting door Egypte van Gaza van 1948 tot 1967 – Joodse kolonisten had aangespoord er te gaan wonen en beloofd had hen niet in de steek te laten.
 Vervolgens trok het Israëlische leger zich terug en zetten de “Palestijnen” zich aan het vernielen van de positieve infrastructuur die de Joden daar hadden achtergelaten en veranderden Gaza in een lanceerplatform voor raketten richting Israël.
Raketaanvallen vanuit Gaza op Israël vervijfvoudigden na 2005, nadat de PA verantwoordelijk was geworden voor het “gezag” in Gaza.
Het zo mogelijk nog terroristischere Hamas won via terreur de “vrije verkiezingen” van 2006 van de PLO.
Ook vanuit Samaria-Judea bleven eindeloze reeksen aanslagen tientallen doden en honderden gewonden eisen.
Om daaraan een einde te maken, is er ongeveer langs de zogenaamde “Groene Lijn” – dat is de bestandslijn van 1949 tussen Jordanië en Israël – door Israël een 760 kilometer lange anti-terreur-barrière gebouwd, die op plekken waar scherpschutters op “Palestijnse” daken aanslagen zouden kunnen plegen, voor 10% bestaat uit een betonnen muur van 8 meter hoog . Voor de rest (90%) bestaat het uit een hek waarlangs een “no go area” van 6 meter met op vele plaatsen een soort  “anti-tank-gracht”.
“Disproportioneel” is naast  “Palestijnen”, “bezetting” en “Westbank” nog zo’n kosmisch leugenachtig zwarte-gat-woord waarin hele zonnestelsels aan waarheid verdwijnen.
Het verwijt dat Israël “disproportioneel” zou reageren is een perversie: de terreurbewegingen PLO en Hamas hebben niet alleen altijd naar willekeur Israëlische burgers vermoord, maar als dat moorden gebeurde met raketten, bijvoorbeeld vanaf hun eigen grondgebied in Gaza of Libanon, dan deden ze dat expres vanuit zo dicht mogelijk bevolkte gebieden om als Israël terugsloeg de eigen burgerdoden te maximaliseren om dat feit dan weer propagandistisch uit te buiten.
Ook tijdens anti-terreur-operaties van de Israeli Defense Force, het IDF, het Israëlische leger, in Libanon of Gaza, zoeken de terroristen expres de bevolkingscentra op om vandaar uit hun mortieren en raketten af te schieten.
Toenmalige premier Olmert heeft In 2008 opnieuw een nóg genereuzer voorstel gedaan aan de opvolger van de in 2004 overleden Arafat, namelijk de man die 40 jaar lang Arafats adjudant was en dus een man die mede een forse hand in decennialange terreur heeft gehad, een man die in Moskou tot “doctor” promoveerde op een proefschrift waarin de Holocaust geminimaliseerd werd, een man die in 2011 door de voorzitter van de Tweede Kamer Gerdi Verbeet met kusjes op het Haagse Binnenhof werd verwelkomd: Mahmoud Abbas.
Olmerts voorstel ging van 2008 ging dus nóg verder dan dat van Barak in 2000 onder supervisie van Clinton, en gaf Abbas voor 98% zijn zin.
Het antwoord was, zoals altijd: nee.
De conclusie moet dus zijn dat de “bezetting” van Samaria-Judea niet de oorzaak is van de voortgaande “Palestijnse” terreur en onwil:
a) er was al sinds 1920 onwil en terreur tegen Joodse aanwezigheid ueberhaupt en later tegen Israël zelf;
b) de PLO werd al opgericht in 1964, dus drie jaar voordat de Arabische landen voor de tweede keer Israël aanvielen toen Egypte nog meester was in Gaza en Jordanië in Samaria-Judea;
c) “Palestijns” onderwijs en “Palestijnse” media, net zoals in de hele Arabische wereld, propageren constant Jodenhaat en de vernietiging van Israël via scholen en media: daar zit dus nog steeds een lange-termijn-plan achter.
Tijdens Obama’s presidentschap dat op 20 januari 2009 is aangevangen, en dat hopelijk definitief afgelopen zal zijn op 20 januar 2012, is het “vredesproces” zelfs niet de schijnvertoning geweest, die het al decennia is.
Obama bleek dol op de islam, sprak lovende woorden over dat prachtgeloof en vond vooral dat Israël “moedige stappen” moest nemen.
Welke stappen dat nog konden zijn na de voorstellen van Barak en Olmert behalve de zelfopheffing van Israël, zei Obama er niet bij.
___________________________________
Link naar dit stuk op AmsterdamPost waar ook de commentaren te vinden zijn
Advertenties