GOLEM

Ah, de Golem. Daarmee beginnen we natuurlijk. Dat is een potentiële mens die het kleistadium nooit ontgroeid is. Wou je Cohen beter typeren? “Zak hooi” zou kunnen, maar dat is minder bijbels.

In een recent stuk waarin ik een veertigtal Leidende-Publieke-Figuren-In-Nederland ervan beschuldig dat het vervloekte antisemieten zijn en dus immoreel gajes, komt deze zin voor:

Ik heb ooit vier afleveringen gewijd aan het duo Frans Timmermans (PvdA) en Job Cohen (PvdA).”

Ga dat feuilleton maar eens lezen. De titels van die vier stukjes zijn veelzeggend. Ze heten namelijk allemaal: “Frans Timmermans en Job Cohen brengen mij in een Auschwitz-stemming” met de volgnummers I, II, III, en IV.  Jammer dat Job Cohen niet in 1940-45 heeft geleefd. Hij zou de perfecte Biedermännische Gutmensch zijn geweest om te functioneren in de Joodse Raad. Dat heeft hij bewezen, trouwens, in zijn tijd als burgemeester-in-oorlogstijd in Amsterdam.

God, wat een zak!

Ik moet mijn volgers, maar dan niet op Twitter, mijn excuses aanbieden, want ik ga een paragraaf uit een oud stuk, uit 2007, dat pas nog gedeeltelijk op deze site opnieuw gepubliceerd is, nóg eens on-line zetten. De noodzaak dat zulks gebeurt, bewijst de onsterfelijkheid van mijn stukken en dat Golem Cohen inderdaad geen teken van zelfstandig geestelijk leven heeft gegeven sinds . . . . nou ja . . . . . sinds zijn geboorte niet natuurlijk, maar speciaal sinds 2007 óók niet.

Ik citeer een paragraaf uit een stuk van 2007 van mij over Job Cohen. De lezer zal merken dat Cohen consistent is gebleven, namelijk een levenloze zak hooi met het intellect van een pinda.

Daar gaan we:

2007

Tweede voorbeeld ter adstructie van mijn indruk dat de PvdA wordt beheerst door angst, conformisme, obscurantisme en intellectuele anorexia. Job Cohen is, zoals je weet, een academische gevormde ex-minister. Als burgemeester van Amsterdam publiceerde hij desondanks over de multiculturele samenleving een artikel dat een intellectuele karikatuur is. Bij-elkaar-houden verwerd hier tot een openlijke uitbarsting van krankzinnigheid.

Het walgelijke artikel stond in “Socialisme & Democratie”. Ik baseer me op de versie die stond afgedrukt op de opinie-pagina van Trouw. Verschijningsdatum: 12 september 2006, dus een dag nadat we herdacht hadden hoe “religie” weer eens een bloedbad had aangericht. En het was een pleidooi om meer islam de Westerse wereld binnen te halen.

Cohen: “(…) als religie in de samenleving van de 21ste eeuw een politieke factor is, dan moet de sociaal-democratie een relatie met de religie aangaan.”

Met wat voor religie? De islam natuurlijk, maar vermoedelijk wil Cohen ook een “relatie” aangaan met het soort christendom dat we in Nederland steeds meer zien, aanschurkend tegen de islam en dezelfde methodes overnemend, namelijk verhuld intimideren: “jullie moeten ons niet kwetsen want anders worden wij nog radicaler”.

Cohen’s analyse van de “relatie” tussen sociaal-democratie en “religie” is plat simplistisch. Aan de ene kant zet hij: eigenbelang, pragmatisme, alcohol- en drugsgebruik, echtscheiding, pornografie, eenzijdig economisch denken annex de commercialisering van het bestaan. Deze uitstalling van kwalijke abstracta vat Cohen samen als: ons collectieve lijden aan een “moreel tekort”. Wij willen, zegt hij, “de existentiële leegte van de seculiere samenleving ontstijgen”. En daar gaat dus de islam ons bij helpen. Niet de “Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” om maar eens een dwarsstraat te noemen uit de Joods-Christelijke (jazeker!) en Humanistische traditie die de lichte zijde van de Verlichting in onze cultuur representeert.

“Er is weinig discussie in onze partij” zegt Cohen, ”welke betekenis aan belangrijke begrippen als solidariteit, gelijkheid, gerechtigheid, naastenliefde en verantwoordelijkheid in deze postmoderne tijd gegeven moet worden.” En dat wordt beter als de islam onze inspiratiebron is?

En dan zo’n cliché: “in deze postmoderne tijd”. Wat zal ik daar, als menselijke humanist, eens op antwoorden? In de eerste plaats dat “post-modern” in ons hedendagelijks leven nu juist vooral betekent: cultuur-relativistische multiklets zoals Cohen die debiteert. Dus als Cohen lijdt aan de leegte van het postmodernisme, moet hij in de eerste plaats ophouden met het propageren van de meest triviale vormen ervan, te weten genoemde multiklets waarin tenslotte, omdat het verhaal van de blanke koloniale overheerser toch ook maar één van de verhalen is, de koppen-snellers-cultuur óók “respect” gaat verdienen. En de islamitische, natuurlijk. Dit stuk was niet het voorzichtige pleidooi van een burgervader, dit was een ideologisch verhaal van iemand in geestelijke nood die persóónlijk redding zoekt in “religie”.

In de tweede plaats is het inhoudelijke onzin wat Cohen zegt, want “solidariteit , gelijkheid, gerechtigheid, naastenliefde en verantwoordelijkheid” werden met name in het verkiezings-programma van de PvdA tot in detail uitgewerkt op allerlei praktische terreinen. Daar zijn blijkbaar mensen aan het werk geweest die uitstekend weten om te gaan met het goede uit de erfenis van de Verlichting en daarvoor geen bebaarde praatjesmakers in jurken voor nodig hebben.

Zonder “religie” hoeven wij helemaal niet te lijden aan de existentële leegte die Cohen voelt en ziet. Ik kan heel veel met “anti-wreedheid”(Richard Rorty) , anti-genocide (Handvest VN), “humanisme van het slechte nieuws” annex “humanitaire interventie” (André Glucksmann, Bernard Kouchner). Zonder “religie” heb ik genoeg moreel kompas aan onze eigen Nederlandse manifesten waarin wij begin 17e eeuw afscheid namen van het bloeddorstige brandstapel-katholicisme uit Spanje. Gedachten uit die manifesten kwamen terecht in de Poolse grondwet, in de Amerikaanse Declaration of Independence, Constitution en Bill of Rights. Alle verdere internationale documenten rond mensenrechten komen uit die traditie, van het Atlantic Charter tot de Universele Verklaring van de rechten van de Mens en het Handvest van de Verenigde Naties. Deze documenten en begrippen zijn oneindig superieur aan bijbelwartaal en korangezwets, dat “archaïsch koeterwaals, waaraan zich in anderhalf millennium het aangroeisel van ontelbare interpretaties heeft gehecht” (Abram de Swaan)

“Existentiële leegte van de seculiere samenleving” (Cohen) . . . . Waar dan? Ik niet.

En dan is er nog de Verlichtings-traditie van de expliciete religie-kritiek, in zijn scherpste vorm die van het “écrasez l’infâme!”. In dat licht is de sociaal-democratie er altijd op uit geweest om de werkelijke noden van mensen op aardse wijze te lenigen, hun waarachtige behoeften reëel te vervullen. En de ayatolla’s, ammahoela’s en verdere dejellaba’s van hun gezag te ontdoen. Maar wat doet deze burgervader van de sociaal-democratie? Hij zet de deur van de opiumkit open. Want was godsdienst niet de opium van het volk? Of vind je, Monika, dat te populistisch dan wel te one-linerig geformuleerd? Dan zal ik het anders zeggen. Godsdienst is het misleidende, onderdrukkende antwoord op echte vragen, is het surrogaat van de vervulling van echte behoeften, is de fopspeen als antwoord op echte honger, is de fata morgana in de woestijn. Wat geeft de in weelde badende en in het rond neukende sjeik aan het volk? De islam! Dat wil zeggen vrouwenhaat, jodenhaat en het paradijs met 72 maagden na de dood. Voor de maagden zelf zijn er dadels. En die ene islamitische hufter die ze moeten delen natuurlijk. Godsdienst is een virus, een ziekte. Godsdienst is waanzin. En gekte, inderdaad, hoort bij de mens. Irrationaliteit is iets waar de werkelijk Verlichte rekening mee houdt. Maar waanzin subsidiëren, via moskee en bijzondere school, en er zelfs de redding van de beschaving in zien, is nog even iets anders.

Cohen wil niet alleen nóg meer begrip voor deze waanzin, dan wel het narcisme van de individuele gelovige, nee, er moet gewerkt worden aan de institutionalisering van het geloof, met status-mannetjes, woordvoerders die salarissen opstrijken en hun kuddes beletten individuen te worden die zelf in staat zijn morele afwegingen te maken en derhalve de kudde zouden kunnen verlaten. De overheid moet religieuze burgers “bescherming bieden als dat nodig” is, vindt Cohen. Begin dan maar met de Amsterdamse Joden, zou ik zeggen en blijf dus vooral kritisch op de islam. Maar Cohen is er juist voorstander van dat “religie” zich kan “ontplooien in het publieke domein”. Hier zal niet in de eerste plaats bedoeld zijn meer politie op straat in wijken waar Joden hun keppeltjes nog nauwelijks durven opzetten. Dat zal in de praktijk wel neer komen op het subsidiëren van moskeeën en bijzonder islamitisch onderwijs. Nou, dan kan Cohen zijn “opvoeding waarin respect voor (…) pluraliteit wordt bijgebracht” wel op zijn buik schrijven. Segregatie begint met bijzonder onderwijs.

Van een sociaal-democratische beweging waarin een leidende figuur dit dermate onweersproken kan publiceren, is de quasi-elite de weg helemaal kwijt.

Tot zover ikke mijn eiges citerend

Ik word godverdomme zo langzamerhand mijn eigen Jezus die niks nieuws meer hoeft te schrijven maar alleen nog maar uit zijn eigen Nieuwe Testament hoeft te citeren.

Oh, ja: voor degenen die zich ergeren aan mijn vloeken: ik heb daarvoor van God zelf toestemming gekregen via de Aartsengel Michael.

Op de dag van het aftreden, deze maandag, zei het NOS- journaal dat Job de man van de diepgang zou zijn geweest, van het ingewikkelde en integere verhaal. Job zou de tegenhanger van de one-liner-cultuur zijn geweest. Hi-lá-risch! Het intellect van een pinda. Maar dat had ik al gezegd, geloof ik. Ik heb ‘n keer samen met Roelf-Jan Wentholt bij een Auschwitz-herdenking gestaan waar Job sprak. Als Roelf-Jan en ik het over Job Cohen hebben, verzuimen we nooit te zeggen:

“Oorlog, dat is mannen met geweren die schieten op andere mannen met geweren.”

Ik zweer dat die zin in Jobs totaal nietszeggende speech precies zo voorkwam. Terwijl de 4e Wereldoorlog (de 3e was de Koude) allang bezig is, was Job druk doende de 5e colonne van de oer- vijand van het Westen en het Jodendom, de nazislam, te faciliteren in zijn eigen stad en later in zijn eigen land.

Vuilnisman!
Kan die zak ook mee?

En mag ik voor de rest ook alle quasi-linkse zelfmanifestanten, narcistische hedonisten, en . . . . eh . . . BMW-ers een hartelijk “sterft u maar!” wensen?

__________________________________

Link naar dit artikel op AmsterdamPost

Advertenties