MOTIE ISLAMISERING 2010_LI (2)

(Door: Martien Pennings)

Waarom wordt 27 oktober bij deze uitgeroepen tot Nationale Collaboratiedag? Omdat Femke Halsema (Groen Links), Job Cohen (PvdA), Alexander Pechtold (D66) en Emile Roemer (SP) op die dag van 2010 namens hun fracties een motie ondertekenden waarin de regering werd verzocht IN WOORD EN DAAD UIT TE DRAGEN DAT HET TEGENGAAN VAN ISLAMISERING GEEN DOELSTELLING VAN BELEID IS” en nagenoeg kamerbreed aangenomen kregen met alleen de tegenstemmen van PVV en SGP.

De domheid in die motie vervat is peilloos en de verspreiding van die domheid is wereldwijd. Het was véél meer dan alleen maar het opportunisme dat ten koste van alles Geert Wilders en het “gedoogkabinet” wilde dwars zitten.

Einstein schijnt gezegd te hebben dat er twee dingen bestaan die eindeloos zijn, de kosmos en de menselijke domheid. Waarna hij, als een goede stand-up-comedian, toevoegde: “Van de kosmos weet ik het niet zeker.” Maar misschien gaat deze motie, en de mentaliteit waarvoor die motie staat, toch nog uit boven de kosmische domheid van Einstein. Misschien moet je spreken van waanzin, gewoon in de klinische zin.

Wie zich namelijk werkelijk op de hoogte stelt van de geschiedenis van de islam, theorie en praktijk, kan bij een eindeloze reeks boeken, artikelen en organisaties terecht, ook op het internet, waar eveneens reeksen video’s beschikbaar zijn. Die kan zich op de hoogte stellen van het feit dat de islam geen religie is, maar een totalitaire roofmoordenaarsideologie, zonder een greintje spiritualiteit of creativiteit, met als verdere kenmerken 1) Jodenhaat, 2) expansieve oorlogszucht inclusief Blut und Boden en 3) Führerprinzip: de mythische Mohammed was een Hitler avant la lettre, een massamoordenaar, roofmoordenaar, sluipmoordenaar en ook nog een kleuterneuker, 4) Übermenschen-waan, 5) racisme jegens vrouwen, 6) xenofobie, 6) conspirisme (verslaving aan complotdenken), 7) rancunisme (het voortdurend wijzen naar de “vijand” als oorzaak van de eigen ellende), 8) parasitisme vanuit een slavenhoudersmentaliteit, 9) liegen als levenshouding (“Taqiyya”).

Wat herkennen we hier, kinderen? Juist: de islam is inderdaad een nazisme, avant, pendant et après la lettre.

Diepe zucht.

Sla toch eens een andere toon aan, Pennings!

Deze dan?

“Wer zeigt ein Kind, so wie es steht? Wer stellt
es ins Gestirn und gibt das Maß des Abstands
ihm in die Hand? Wer macht den Kindertod
aus grauem Brot, das hart wird, – oder läßt
ihn drin im runden Mund, so wie den Gröps
von einem schönen Apfel? …… Mörder sind
leicht einzusehen. Aber dies: den Tod,
den ganzen Tod, noch vor  dem Leben so
sanft zu enthalten und nicht bös zu sein,
ist unbeschreiblich.”

Dit is Rilke. Deze strofen staan als motto voorin “Sophie’s Choice” van William Styron. En ik heb steeds de neiging ze onder dat A-4tje te plakken met die foto van Anne Frank die aan mijn keukenmuur geprikt zit. Maar ik doe het alsmaar niet. En ik citeer dit ook, omdat ik ooit een meisje van vijf jaar ’s morgens vlak na het wakker worden rechtop zag zitten in haar kussens. Ze zei ernstig: “Weet je wat ik hoop dat ik nooit meemaak? Oorlog!” Ze had zo’n mondje als in dat gedicht van Rilke gesuggereerd wordt. Verder zijn er nog al die Joodse kinderen – ik vergeet steeds hoeveel duizend en of ze nou uit Bulgarije of Roemenië kwamen – die vergast zijn, omdat de Moefti van Jeruzalem voorkwam dat ze via een deal tussen de Engelsen en de nazi’s naar Palestina konden. Anna Enquist, die haar dochter voor haar ogen dodelijk overreden zag worden door een afslaande vrachtauto, die daarna een gedicht schreef dat aldus eindigde: “Nog niet schreeuwen, nee, nog niet.” Dat is trouwens diezelfde Moefti die de terreur tegen de Joden vanaf 1920 met de koran in de hand in Palestina organiseerde. Ach, ik associeer maar wat aan elkaar en leef in een klein geestelijk wereldje van eigen makelij. Ik word langzaam een oude, verwarde man.

Waar waren we? Ach ja, bij collaborateursdag! Was het toeval dat deze soms volkse en tot nog toe marginale site van E. J. Bron, die, als de mensheid tijd van leven krijgt, door historici ooit aangewezen zal worden als een van de plekken waar de tekenen des tijds wél werden verstaan, op 25 oktober voor Nederland de primeur had van het bericht dat er een Europees precedent is geschapen nu de “muezzin” in een stad in Zweden vanaf de moskeeminaret mag oproepen tot het gebed? En dat op die dag deze site ook berichtte dat een Noorse moslim openlijk verklaarde zijn aangevraagde jachtakte bij verlening  te zullen gebruiken om op Jodenjacht te gaan? Was het toeval dat pal daarvoor het bericht stond dat VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Navi Pillay, die had gezegd dat de vrijheid van meningsuiting aan banden gelegd zou moeten worden om de uitbarstingen van gewelddadige haat door moslims wereldwijd te voorkomen?

Nee, dat is allemaal geen toeval. Ook niet dat een dag eerder, op 24 oktober, op deze site een zelfs voor mij toch nog weer schokkend filmpje stond, waarin de leugenachtige islamofilie van Obama aan de kaak werd gesteld. En dat vandaag, opnieuw op deze site, een video werd gepubliceerd waaruit de vijandschap van Obama jegens Israël blijkt. Het is ook geen toeval dat ik, en ik bepaald niet alleen, direct nadat de voorzitter van het Europese parlement Martin Schulz, geflankeerd door twee haatbaarden, openlijk zijn excuus “namens Europa” had aangeboden voor een film die de waarheid over de islam vertelt,  een razend stuk schreef onder de titel: “Laffe hond Martin Schulz collaboreert met het oudste nazisme ter wereld”.

Nee, het is allemaal geen toeval. Ik ken twee definities van toeval, de poëtische, voor gelovigen en kinderen – toeval is Gods manier om anoniem te blijven – en die voor volwassenen: toeval noemen we datgene waarvan we de achterliggende causale keten niet kunnen bloot leggen. Maar nou heeft Bat Ye’or de oorzaken van de Europese Israëlhaat en islamofilie toevallig wel bloot gelegd. Nee, ook weer niet toevallig natuurlijk, want zij is als Jodin door Nasser in 1957 haar geboorteland, Egypte, uitgejaagd.

Wie zich afvraagt hoe de roze sprookjes rond de islam en de zwarte Israël-demonisering in de koppen van twee gehersenspoelde Europese generaties zijn terecht gekomen, vindt het antwoord in een boek van Bat Ye’or, waarvan ik zo langzamerhand begin te beseffen dat het misschien wel het belangrijkste boek is over het belangrijkste onderwerp van deze tijd. Het heet “Eurabië” en ze documenteert in dat boek omstandig hoe sinds de oliecrisis van 1973 “Europa” een steeds hechtere alliantie is aangegaan met de islamitische wereld in het Midden Oosten, waarbij in talloze officiële verdragen en via vergaderingen op het hoogste niveau een zeer dicht netwerk tot stand is gebracht van allerlei organisaties die de principes van deze alliantie in de praktijk brengen. Dit zijn die principes:

1) Olie voor onderwerping aan de islam, waarbij die onderwerping tot uiting komt in het mooipraten van de islam vanaf het lagere-school-lesboek tot het universitaire curriculum en vanaf het multiculturele buurtkrantje tot alle grote mainstream-media. 2) Vrijwaring van terrorisme op Europees grondgebied door “de Palestijnen”, wat natuurlijk nooit helemaal lukte omdat Arafat soms zijn terroristen zogenaamd “niet in de hand had” 3) Massa-immigratie van islamieten naar Europa, 4) Officiële anti-Israëlpolitiek door Europa.

Terug naar waar we begonnen: “De motie Halsema, Cohen, Pechtold, Roemer” die wat mij betreft de geschiedenisboeken ingaat als de mensheid tijd van leven krijgt. En hoe die geschiedenis geschreven zal worden, zal afhangen van de mate waarin het Westen los kan komen van de waanzin van de ontkenning dat de islam een manifestatie is van het Kwaad. Jawel, het Kwaad met een hoofdletter, dat al 1400 jaar probeert de wereld te onderwerpen en dat essentieel een vorm is van wat zich het meest recent als “nazisme” manifesteerde. Daarom hoop ik dat het nageslacht vrij genoeg zal zijn om die daad van de bijna voltallige Tweede Kamer der Staten Generaal van 27 oktober 2010 te benoemen voor wat zij is: cultuurverraad. Dat is landverraad in het kwadraat.

_____________________________

Link naar oorspronkelijk artikel bij E. J. Bron