FATWA'S ZIJN DE SHARIAH IN ACTIE

(Door: Roelf-Jan Wentholt & Martien Pennings)

Dit stuk werd in 2009 waarschijnlijk gepubliceerd  op de inmiddels gehackte site van Joost Niemöller. Waarschijnlijk, want zeker weten we het niet meer.  Ik elk geval is het stuk van de internets verdwenen. We: dat zijn Kano Soerdis (“ik zing voor doven”) en Kassander (“ze geloven me niet, maar ik voorspel je dat . . . .”). Tegenwoordig  heten we weer gewoon Roelf-Jan Wentholt en Martien Pennings. We staan deze keer niet in alfabetische volgorde als auteurs vermeld omdat Kassander zich meent te herinneren dat Kano Soerdis er het meeste werk aan heeft gehad. Al verraadt de onnavolgbaar briljante schrijfstijl toch weer meer de hand van Kassander.

Wie is Aron Shouri?

Arun Shouri (geboren 1941) is in de jaren 1980 en 1990 lange periodes hoofdredacteur geweest van de “Indian Express”, een van de belangrijkste kranten in India. Hij heeft in die tijd vooral gevochten tegen de corruptie en de aanvallen op het vrije woord onder en door de Congrespartij van Indira Gandhi. Hij is minister geweest en lid van de BJP, de Hindu en Sikh-partij,  die men kan omschrijven als conservatief, nationalistisch en  “kapitalistisch”. Intellectueel heeft Shourie zich vooral gekeerd tegen marxistische geschiedschrijving in India en tegen de islam. Hij heeft een pagina op Wikipedia en een eigen website, waarop hij ook sprekend op video’s te zien is. Hij wordt vooral aangevallen vanuit islamitische hoek, op zich een teken van integriteit en intellect.

Onderstaand stuk  is een bespreking van een boek van Arun Shourie,  “The World of fatwa’s”. Shourie  heeft voor zijn cultuurgebied, India, 18.000 pagina’s aan fatwa’s doorgevlooid. Fatwa’s zijn beslissingen genomen door de schriftgeleerden van de islam. Zij maken deel uit van, en voeden het corpus van, de “sharia”, de islamitische wet.

De algemene indruk:  wreed, onderdrukkend, ieder rechtsgevoel schendend, schaamteloos opportunistisch, totale machtswillekeur. Dit alles ten dienste van de  begeertes van mannen.

Shouri toont aan dat

–  Het meest orthodoxe in het islamitische systeem altijd wint. Hervormingen van binnenuit worden altijd verslagen. Hervormingen van buitenaf zijn ondenkbaar.
–  De islam een Uebermensch-ideologie is en Apartheid oplegt aan de islamieten. De islam staat daarom  uiterst vijandig  tegenover niet-islamieten.
–  De islam extreem totalitair is. Geen enkel aspect van het leven valt buiten het bereik van de islam;
–  De islam de totale eindoplossing zegt te bieden, dat wil zeggen een einde-der-tijden-ideologie is. Zodra de islam over de hele wereld zal heersen zal er volmaakte vrede zijn op aarde. Dit betekent dat ieder die aan dit Grote Ideaal in de weg staat een zo grote misdadiger is dat hij met alle middelen mag worden bestreden.
–  Gandhi’s politiek van verzoening door de islamitische leiders werd misbruikt. Gandhi bereikte niets met zijn uitgestoken hand en extreme toegevendheid.

sharia, ulema, fatwa en . . . . . oelewappa!

In zijn boek “The World of fatwa’s” laat Arun Shouri zien hoe “islam” tot stand komt  in de praktijk van alledag. De leefregels van de islam heten “de sharia” en ze worden aan de gelovigen uitgelegd en opgelegd door de schriftgeleerden van de islam. Die mannen worden gezamenlijk de “ulema” genoemd.  Dat uit- en opleggen door deze “ulema” gebeurt middels zogenaamde “beslissingen”, in het Arabisch “fatwa’s” geheten. Deze “schriftgeleerde” vertegenwoordigers van de “ulema” dragen allerlei mooie titels. Ze worden  imam genoemd, mullah, ayatollah  of mufti.  Wij gebruiken liever de door ons zelf bedachte verzameltitel: “oelewappa”. Deze oelewappa’s, dan,  zijn de enige erkende kenners van de “sharia”. Zij hebben een absoluut monopolie. Het is aan niet-schriftgeleerden uitdrukkelijk niet toegestaan zich kritisch met de “sharia” bezig te houden. Wie de “ulema” benadert met een kritische vraag, bijvoorbeeld over tegenstrijdigheden hangt een zware straf boven het hoofd. Men mag alleen vragen stellen over wat mag en niet mag. “Zeg ons wat u van plan bent en wij zullen u laten weten of het is toegestaan”: dat is de houding van de “ulema”. De wetgeleerden zijn rechters, hun oordeel is heilig. Zij zijn tevens de enige wetgevers.

Wie wordt oelewappa?

Vaak wordt als teken van de democratie in de islam aangevoerd dat iedereen oelewappa kan worden. Er is immers geen priester-klasse en er is geen paus. Maar die “platte” organisatie is nu juist een teken van de totalitaire kracht ervan. Want wie wordt er nu uiteindelijk oelewappa? Dat is de meest vrome en orthodoxe moslim. Wie dat is bepaalt natuurlijk weer de “ulema”. Zo houdt het gezelschap zichzelf en de orthodoxie eeuwig in stand. De regels volgens welke een nieuw lid van de “ulema” wordt gekozen zijn helemaal in de geest van de islam, dus zonder meer uitgaande van de totale onderwerping (“islam” betékent letterlijk “onderwerping”) aan de traditie van Koran, hadith en fatwa-verzamelingen, maar ook in dezelfde geest van opportunisme,  materialisme en uiterlijkheid. De leer van de islam is tegelijk oppervlakkig en totalitair diep penetrerend in elk detail van het privé-leven. Zo ook de “toegangsregels” voor een kandidaat-oelewappa. Een zéér kleine greep, en we laten even in het midden wat het antwoord op al deze vragen moet zijn.

Kan iemand die voor zijn dagelijks werk leningen met rente uitschrijft, oelewappa worden? En iemand die geld heeft aangenomen voor het huwelijk van zijn zus? Iemand die zijn zwager helpt zich te verbergen nadat deze een vrouw heeft ontvoerd? Een overspelige?  Een sodomiet?  Een man met een baard die zegt beter te zijn dan een andere man zonder baard? Iemand die rookt? Iemand die schaak speelt?  Iemand die soms flauw valt, met puisten, met lang haar of die zijn schaamhaar niet scheert? Iemand die dineert in het huis van een afvallige vrouw? Iemand wiens broek tot over de enkels valt? Die zijn kont met alleen water wast? Zijn haar zwart verft? Naar de begrafenis van een Hindoe is geweest? Die zijn grijze haren plukt? Die zijn baard knipt? Die een kunstgebit heeft? Die vis eet? Wiens vrouw een sari draagt? Die zijn vrouw toestaat te zingen op een huwelijk?

En als je dan eenmaal  oelewappa bent waar moet je dan weer allemaal aan voldoen? Mag je een petje op?  Mag je hoger staan dan de gemeente?  Mag je je mouwen oprollen? Wat te doen als een hond passeert tussen gelovigen en oelewappa? Als die hond roodbruin is? En als die hond zwart is? Wat als een ezel passeert? Of een vrouw? Wat als er een zaadlozing is tijdens het gebed? Wat als je je herinnert dat je na het urineren niet precies dit of dat gedaan hebt?  Wat als je een druppel urine gemorst hebt op je kleding? Als de vlek groter is dan een klein muntje, wat dan?

Waarop is de sharia  gebaseerd?

Hoe komen de oelewappa’s van de “ulema” aan de “sharia”, aan de leefregels vervat in hun “fatwa’s”? De regels van de “sharia” worden gevonden in de boeken die gezamelijk de “traditie” van de islam vormen. Dat is:

1) de Koran: het onveranderlijke woord van Allah zelf, via de engel Gabriël door de Profeet Mohammed “ontvangen”.
2) de hadith: de opgetekende dagelijkse handelingen en woorden van de profeet.
3) De  gezaghebbende biografieën die het leven van de Profeet beschrijven.
4) Een enorme hoeveelheid “uitleg” door de “ulema” die daarbovenop is gekomen in de bijna 14 eeuwen dat de islam bestaat.

De praktijk is heel eenvoudig: een moslim legt een probleem voor, de autoriteit (een oelewapse instelling of individuele oelewappa) vertelt vervolgens hoe er gehandeld dient te worden volgens “de islam”. De fatwa’s stapelen zich dus op. Er worden verzamelingen van uitgegeven. Die worden dan de literatuur van de gemeenschap.  Ze worden gelezen door en voorgelezen aan de gelovigen. Voor de gewone moslim, die zelf niet deskundig is, zijn de fatwa’s van de “ulema” de enige bron om het antwoord op vragen te vinden. Andere bronnen zijn verboden. Fatwa-collecties worden heel mooi uitgegeven. Ze zijn overal te koop in islamitische boekwinkels. Fatwa’s zijn de “sharia” in actie, de sharia is de islam. Wie de sharia aanvalt, valt de Islam aan.

De macht van de “ulema”, de onmacht van de hervormers

De oude kernteksten van de islam –  Koran, hadith en biografieën – zijn drijfzand, verwarde mythologie, wrede sprookjes. Bijna niets van de inhoud  is via onafhankelijke bronnen bewijsbaar historisch. Bijna alles van de inhoud wordt tegenwoordig door Westerse geleerden betwijfeld, tot aan het bestaan-hebben van Mohammed toe. Binnen de islam zelf wordt niks betwijfeld. Daar is nog nooit enig wetenschappelijk historisch onderzoek gedaan. Want het woord van Allah Zelf (Koran) en van Zijn Profeet in twijfel trekken, is heiligschennis. In de islam betekent dat automatisch verbanning, maar meestal de doodstraf. Critici binden dan ook snel in en trekken hun woorden terug.

Shouri verhaalt van een aantal zeer vooraanstaande islamieten die het waagden enige kritiek te uiten op de islam. Shouri vertelt gedetailleerd over de belevenissen van Iqbal, de grote islamitische dichter. Iqbal waagt het voor te stellen het aan de gelovigen toe te staan zelf de islam te interpreteren. Hem wordt de mond gesnoerd. De geweldsdreiging vanuit de “ulema” zegevierde over deze man van grote reputatie.

Op dezelfde wijze worden door het dreigen met geweld andere voorname islamieten door de oelewappa’s verslagen. Voor wie het op wil zoeken: Abul Kalam Azad, Dr. Zakir Hussain, Salauddin Khuda Baksh, Nazir Niyazi. Maar zij zijn slechts een paar namen uit India van een veel groter aantal wereldwijd in de islamitische geschiedenis.

Hervormers zullen altijd een beroep moeten doen op de Rede, systematiek en consistentie. Dat gevaar voelen de fatwa-machthebbertjes feilloos aan. Redelijke hervormers worden uiteindelijk altijd gedwongen hun mond te houden. De orthodoxie wint altijd. De “ulema” heeft altijd diegenen verbannen en gedood die hebben getracht de Rede boven de geloofsleer te stellen.

Men kan zich voorstellen wat er tegen een would-be hervormer wordt gezegd:

“Denk jij nou echt dat er in de afgelopen bijna 14  eeuwen geen enkele geleerde moslim is geweest die gezien heeft wat jij nu ziet? Zag zelfs Mohammed het niet? Zagen de metgezellen van Mohammed het niet? Als waar is wat jij zegt, zou het allang tot de traditie behoren.”

Wie waagt te twijfelen aan de wijsheid van de traditie loopt groot gevaar. Want daar zit je dan als hervormer tegenover agressieve dan wel quasi-poeslieve baardmannen.  Die, als jij niet héél gauw inbindt, jou gaan beschuldigen van “belediging van de Profeet” of “bezoedeling van de islam”.  Dat is al zo goed als een doodvonnis.  En je poging iets te veranderen aan de interpretatie van de traditie hoeft maar héél subtiel of klein te zijn. De “denkers”van de “ulema”weten de kleinste afwijking voor te stellen als een geweldige misdaad. De gekwetste gevoelens worden luid en met veel misbaar geëtaleerd.  De “hervormer” is binnen de kortste keren als een misdadiger neergezet. De schriftgeleerde heren schuwen het geweld niet.

Je mag ook niet zomaar, uit vrolijke nieuwsgierigheid een vraag stellen over de geloofs-inhoud van de islam. Dat is “haram”, verboden, en de vraagsteller is een zondaar, die natuurlijk nooit van zijn leven “imam” kan worden. In de gemeenschap worden geen frivole vragen gesteld. De collectieve gekte blijft van graniet. En wie buiten die gekte wil treden wordt tot “kufr” (ongelovige) en afvallige verklaard. Alléén een lid van de “ulema” kan dat. Op afvalligheid staat de doodstraf. Daarbij komt: de hele gemeenschap is verantwoordelijk voor het goed informeren van de “ulema”. Iedereen in de gemeenschap is verplicht een verklikker te zijn. Wat de collectieve paranoia van de totale islamitische wereld verklaart.  De “ulema” hebben het monopolie over het niet-denken in de islam. Het echt kritiseren, betwijfelen  of belachelijk maken van de leer van Mohammed is natuurlijk nóg volstrekter ondenkbaar dan het stellen van frivole vragen.

Iedere islamiet die zich afvraagt of iets wel of niet is toegestaan, heeft maar één bron om zijn vraag aan te stellen: de “ulema”. Iedere andere bron is verboden. De “ulema” en hun moskeeën en madrassa’s (Koran-scholen) vormen een hecht netwerk. Van buitenaf hervormen zou alleen denkbaar zijn via grof geweld. Elke poging tot redelijke kritiek van Westerlingen op het totalitaire systeem wordt als absurd en heiligschennend gezien. Niemand van buiten de islam mag aan het spel meedoen. Van binnenuit hervormen is, zoals hierboven al gezegd werd, regelmatig geprobeerd. Zeer vooraanstaande islamieten hebben gepoogd vernieuwing te brengen. Dit werd altijd gesmoord. Er is nooit enige vernieuwing tot stand gebracht. Redelijkheid is in de islam niet toegestaan. Hervormers zijn altijd vermoord of verbannen. Ongeveer tot 200 jaar na de dood van Mohammed is er nog enige ruimte geweest voor persoonlijke opvattingen, maar daarna was de consensus toch dat geen moslim meer iets kon toevoegen of verbeteren aan de bestaande traditie. Die is vervolgens alleen nog maar uitgebouwd en verhard.

Willekeur

Er zit  tegenspraak  in de twee vaststellingen dat de “sharia” zowel een onveranderlijke monoliet  is alsook tegelijk een bak vol gladde willekeursbepalingen.  Shourie wijst erop dat op basis van Koran en Soenna elkaar tegensprekende fatwa’s zijn geformuleerd. Op dat moment, zou je denken, komt de Ratio in opstand.  Maar juist het bestrijden van de Redelijkheid is altijd de kern van de islamitische geloofsleer geweest. Wie de Rede boven de geloofsleer stelt wordt gedood of verbannen. Geloofstraditie consequent boven Rede stellen, is misschien wel de meest huiveringwekkende kern van deze ideologie.

Willekeur geeft macht. Shourie geeft een voorbeeld van willekeur uit de fatwa-praktijk dat zó absurd is, dat een normaal mens alle mentale zeilen moet bijzetten om te snappen wat hier gebeurt. Neem een ritje in de achtbaan van islamitische willekeurs-waanzin. Een man heeft bij zijn huwelijk in het bijzijn van mannelijke verwanten van de vrouw beloofd niet van haar te zullen scheiden. Maar hij wil later toch van haar af.  Wat adviseert nu de oelewappa die hij raadpleegt? Dat de man moet trouwen met een zoveelste vrouw,  en wel  .  .  .  .  .  een baby! Vervolgens moet hij zorgen dat deze baby gezoogd gaat worden door de moeder van de te verstoten vrouw. Door dat zogen wordt de baby de zuster van de te verstoten vrouw. Je mag niet met twee zusters getrouwd zijn volgens de islam. En dus worden beide huwelijken, dat met de baby en dat met de te verstoten vrouw, ongeldig.  Ingewikkelder kunnen we het niet maken. Geesteszieker ook niet.

Ook de enorme omvang van de “traditie” maakt de willekeur mogelijk waarmee een gegeven oelewappa de inhoud van een “fatwa” bepaalt. Van belang is dat de willekeur zich desondanks beweegt binnen onaantastbare grenzen, namelijk die van de waanzinnige letterlijkheid en letterlijke waanzin van de basisteksten. Dat er verschillende “scholen” van sharia-interpretatie bestaan, die kleurrijke namen dragen (we besparen ze u) betekent in dit kader van waanzin weinig. Je zou kunnen zeggen: binnen de grenzen van wrede waanzin en glashard opportunisme kan gevarieerd worden, maar alleen blijvende binnen die termen van wrede waanzin en glashard opportunisme. We zien dus  een netwerk van oelewappa’s  dat zich voortdurend vernieuwt door alsmaar  dezelfde traditie van teksten harder, onwrikbaarder  en ondoordringbaarder te maken, zich baserend op “de boeken van de islam”.

Geen religieuze innerlijke gerichtheid, alléén maar uiterlijk

Net zoals uit alle ander bronnen van de islam, leren we uit de wereld van de fatwa’s dat de islam geen spiritualiteit kent, niet naar binnen gericht is als bijvoorbeeld het boeddhisme of het christendom. De islam is een totalitaire politieke ideologie die de verovering en onderdrukking van anderen moet rationaliseren,  gericht op het vestigen van een staat, de expansie van die staat en de verovering van de hele wereld. Vanaf zijn allervroegste periode ontbreekt het de islam aan enige innerlijke gerichtheid.

Omdat ieder onderzoek, ieder zelf-onderzoek, iedere zelfstandigheid, iedere innerlijke reflectie verboden is, resteert er alleen uiterlijkheid. De islam gaat vooral over uiterlijkheden en platte materiële dingen. Hoe moet je een vreemdeling tegemoet treden, wat voor muts moet je dragen, moet je met je rechterhand eten? Enzovoorts, eindeloos, totaal.

Shouri beschouwt de uiterlijkheden rond het islamitische “vasten”: in een religie die enigszins die naam verdient,  gaan de belangrijke rituelen, zoals bijvoorbeeld vasten, over innerlijke zaken, naar binnen keren, zelfreiniging. Het is een manier om de zinnen, de geest  te kalmeren, zodat de mens meer ontvankelijk is voor de stille innerlijke stem. In de islam is dat “vasten”om te beginnen op zich al een leugen. Men eet een hele dag niet om in de nacht aan een vreetfestijn te beginnen met vooral veel zoetigheid en graag veel seks. Veel moslims blijken na de ramadan in gewicht toegenomen. De fatwa’s die op het vasten betrekking hebben, hebben weer dat oppervlakkige en tegelijk totalitaire en tirannieke  karakter. Het gaat over theesoorten, tandpasta, olie voor de hoofdhuid, kauwen op betelnoot, tabak snuiven, het hebben van een bloedneus, het krijgen van een injectie, stof dat  in de mond komt, bloedend tandvlees, droog medicijn in de vagina, speeksel dat op de lip gevormd is, een wind laten, masturbatie, kussen en knuffelen resulterend in zaadlozing, olie in het oor. Het gaat over: zaadlozing liggend naast een vrouw, in je slaap, zittend naast een vrouw. Het gaat over zaadlozing zonder penetratie, maar ook over penetratie zonder zaadlozing. Wat als je dacht dat de zon al onder was maar hij was nog niet onder. Wat als je wakker wordt en je neukt met een vrouw en ontdekt dan dat de zon al op is?  Is de vasten dan geschonden?

In vergelijking met echte religies is er in de islam geen sprake van inkeer, verinnerlijking of kennis. Er zijn alleen maar uiterlijkheden en een ontzaglijk aantal regels. De meeste regels zijn idiote, schijnbaar niet ter zake doende regels. Zou je als ongelovige althans zeggen. Maar het is alsof de willekeurige mafkezigheid de hoogverhevenheid ervan juist benadrukt in moslimse ogen. In elk geval dienen deze geflipte regels de grote doelen: de islamieten bij elkaar houden, geen enkele vrijheid gunnen, Apartheid installeren, de macht van de “ulema” bevestigen. De “ulema” verhoudt zich tot de gelovigen zoals een sergeant tot zijn soldaten: de eindeloze drill dient als garantie voor blinde gehoorzaamheid.

Totalitaire  eindoplossing

De leden van de “ulema” zijn rechter en wetgever tegelijk. En wat voor wetgever! Er is geen enkel aspect in het leven van de islamiet waarover het gezag van de “ulema”  niet geldt.  Van hoe je op de wc moet zitten tot erfrecht tot huwelijksrecht tot de juiste gebedshouding. Het gaat over ieder denkbaar onderdeel van het leven waarbij  opmerkelijk veel ruimte is gereserveerd voor beslissingen over sperma, vaginale afscheiding, voorvocht, pies en poep. Er zijn ook talloze fatwa’s over wat er gebeuren moet met de geit die seksueel is benut. Is er klaargekomen in de geit? Mag hij dan in het andere moslimdorp verkocht worden en daar geslacht en geconsumeerd?  Het gaat over iets krankzinnigs en dat tot in de krankzinnigste details. Niets is vrij. Totalitair begint hier als aanduiding tekort te schieten.

Wie “de weg van Allah” blokkeert is er schuldig aan dat de wereldvrede langer op zich laat wachten. Want als de hele wereld islamitisch is,  zal iedereen in vrede leven. Wereldvrede verhinderen is een ernstig misdrijf. Alle middelen zijn geoorloofd om de dwarsligger uit de weg te ruimen.

Het is, nogmaals,  totaal verboden kritisch tegenover de “openbaringen” en de doctrines te staan. De openbaringen zijn gedaan aan Mohammed, op wie kritiek een bijna nog groter taboe is dan kritiek op Allah zelf. De islam is het meest totalitaire totalitarisme, geen enkel aspect van het leven blijft buiten beschouwing.  Alles is religieus. Niets is seculier, niets is buiten het bereik van de “ulema”.

De volgende zaken zijn binnen de islam serieuze geloofskwesties: Hoever moet de penis in de vagina zijn gegaan om de vrouw te verplichten tot het nemen van een bad? En als er geen sperma bij is komen kijken? Als man en vrouw gekleed zijn tijdens de daad, is het bad dan toch verplicht? Moet men meteen na de gemeenschap baden of mag er wat tijd tussen zitten? Hoeveel tijd? Hoeveel sperma moet er in de vagina terecht zijn gekomen om de vrouw te verplichten tot baden? Als er maar een beetje voorvocht of sperma uit de penis komt, moet men dan toch baden? Een druppel, twee druppels? Als de vrouw ‘nat’ wordt moet zij dan baden? Als de vrouw ‘nat’ wordt zonder dat er verdere aanraking bij komt kijken, dan toch baden? Een minderjarig meisje is verkracht: moet zij baden? Hoe moet men op het toilet zitten ten opzicht van Mekka? Mag men staand urineren? Mag een moeder papier op de vloer leggen om te voorkomen dat haar baby op de grond poept? Mag men toiletpapier gebruiken? Hoe moet men na het poepen de kont schoonmaken? En als dat niet kan, omdat men op reis is? Mag je slapen met het ene been over het andere gevouwen? Hoe vaak moet men het schaamhaar scheren? En de nagels knippen, hoe moet dat? En wanneer? En je nagels knippen, moet dat voor of nadat je een beest gaat slachten? Hoe lang moet je baard zijn? En je snor? Hoe ver mag je broek over je enkels vallen? Hoe moet je je mond wassen? En je neus?

Met al deze zaken en nog oneindig veel meer houdt de “ulema” zich bezig. En de gelovigen ook. Op Nederlandse islamitische sites stellen de gelovigen de meeste dwaze vragen over de meest persoonlijke uiterlijkheden aan de Nederlandse “ulema”.

De Übermensch-Apartheids-ideologie: kafir en dhimmie.

Dat uiterlijkheden-karakter van het Mohammedanisme maakt deze ideologie vooral praktisch geschikt als Übermensch-waan.  De  “ulema” schrijft voor dat de moslim alles moet doen om zich te onderscheiden van de “kafir”.  De “kafir” is de ongelovige. Apartheid is een kern-onderdeel van de islam. In het kader van succesvolle onderwerping van de “kafirs” is het belangrijk dat de moslim niets doet zoals de ongelovigen dat doen. De islamiet die slecht behandeld wordt door een andere islamiet omdat hij niet herkenbaar was als islamiet, heeft de slechte behandeling aan zichzelf te danken.

Voor zover de islam iets bevat dat je als “moraal” of “humaniteit” zou kunnen opvatten, geldt dat fraais alleen voor moslims onderling.  De enige “moraal” die absoluut geldt luidt: alles is goed wat de islam bevordert, van list en bedrog tot massamoord. De moslim mag alleen geveinsd met de “kafirs” samenwerken mits zulks in het voordeel van de moslim en liefst de islam zelf is. De “kafirs” zijn dus op zijn best instrumenten. Maar eigenlijk moeten “kafirs” zoveel mogelijk vermoord dan wel vernederd en onderdrukt worden. Liegen tegen “kafirs” is een plicht die een eeuwenoude traditionele en officiële naam heeft: “Taqiyya”.  Dat liegen sluit natuurlijk wonderwel aan bij de hele cultuur van het Midden-Oosten en bijvoorbeeld ook die in Indonesië: hypocrisie wordt gezien als en vorm van beleefdheid en liegen zonder betrapt te worden geldt als levenskunst. Wij zagen pas nog een filmpje waarin een naaste medewerker van Arafat wijlen-zijn-chef aan het gedenken was en die genietend sprak over het grote vermogen tot liegen en bedriegen van Arafat.

Er bestaan verschillende “juridische” scholen van fatwa-uitvaardigers (we besparen u de namen) dus is er soms wat verschil in nuance.  Maar niet tredend buiten het algemene kader van waanzin zoals hierboven geformuleerd. In de wereld van de fatwa’s geldt als alles bepalende gedachte dat die handeling juist is die de islam bevordert. Die handeling zelf is aan geen enkele morele begrenzing gebonden. De islam zal de wereld eindeloos heil brengen. Eenieder die dit heil in de weg staat, mag, neen móét met alle middelen bestreden  worden. De islamiet is verplicht te liegen en bedriegen en waar nodig grenzeloos geweld te gebruiken, als de groei van de islam daarmee gediend is.

Apartheid-plus-Uebermensch-gedachte maakt samen dat de opdracht aan de moslims luidt: doe datgene wat de gemeenschap van ongelovigen om je heen het meest kwetst en benadeelt. Daarom zijn de moslims in India dol op het slachten van koeien, zegt Shouri. Vanaf het moment, beweert hij, dat de moslims India binnenvielen hebben ze het koeien slachten en het koeienvlees rondstrooien in Hindoe-tempels als verneder-strategie gehanteerd.  Daarvoor is geen echte basis in de Koran of Hadith  behalve de algemene regel dat “om de islam te verheffen”afbreuk moet worden gedaan aan de ongelovigen. Dit zal de reden zijn waarom in het Westen wonende moslims zo gauw beledigd zijn door publieke symbolen van het christelijke geloof. Ook wie wil weten wat ten diepste de motivatie is van Marokkanen die rond 5 december Sinterklazen in Nederland belagen, of die kleine kinderen lopen te terroriseren op de avond van Sint Maarten, moet de islam-invloed incalculeren. Men begrijpt dat rekening houden met  (religieuze) gevoelens van anderen volstrekt buiten het gezichtsveld van de islam valt. Sterker nog: het is verboden.

De moslim moet zich apart houden van de ongelovigen. Als hij daartoe de macht heeft moet hij de ongelovigen ook dwingen tot onderscheidende kleding en gedrag. Dit is de dhimmie-status. Van overal waar moslims ooit andersgelovigen hebben onderworpen, door alle tijden heen, zijn voorbeelden van de manier waarop de moslims methoden vonden om de “de Ander” te vernederen.  Shouri haalt als typerend voorbeeld het “convenant”  aan dat de “famous Sufi” Saiyid Ali Hamadani (1314-1384)  aan de Hindoes oplegde:

Hindoes mogen geen nieuwe tempels bouwen.

  1. Mogen oude tempels niet repareren.
  2. Moslim reizigers mogen altijd in de tempels logeren.
  3. Moslim reizigers moeten in de dhimmi huizen altijd warm verwelkomd worden en mogen drie dagen blijven.
  4. Dhimmi’s beloven niet te spioneren of daaraan mee te werken.
  5. Dhimmi’s mogen andere dhimmi’s niet weerhouden van bekering tot de islam.
  6. Dhimmi’s moeten moslims RESPECTEREN (daar heb je dat geweldige moslim- woord weer, dat ook het favoriete woord van de maffia is. En van agressieve hangjongeren natuurlijk).
  7. Dhimmi’s zullen moslims altijd beleefd toelaten tot hun vergaderingen en bijeenkomsten.
  8. Dhimmi’s mogen zich niet kleden als moslims.
  9. Dhimmi’s mogen geen moslim naam nemen.
  10. Mogen geen zadel gebruiken als zij paard rijden.
  11. Mogen geen zwaarden, bogen en pijlen bezitten.
  12. Mogen geen ‘signet’ ring dragen.
  13. Mogen niet openlijk alcohol gebruiken of verkopen.
  14. Mogen niet hun traditionele rituelen uitvoeren waar moslims bij zijn.
  15. Moeten hun eigen kleding dragen als blijk van hun domheid en om ze te onderscheiden van de moslims.
  16. Mogen geen huis bouwen in de moslim buurt.
  17. Mogen hun doden niet begraven in de buurt van moslim begraafplaats.
  18. Mogen hun doden niet luidkeels beklagen.
  19. Mogen geen moslim-slaven kopen.

In de bovenstaande opsomming mist iemand die vertrouwd is met de manier waarop het Mohammedanisme met “ongelovigen” omgaat nog de speciale belastingen, de “jaziya”. Deze was in landen en periodes waarin moslims heersten over grote groepen “kafirs” altijd zo zwaar, dat bekeren tot de islam wel erg verleidelijk werd voor de onderdrukten. Maar waarschijnlijk was dat hier zo vanzelfsprekend dat het niet eens genoemd werd.

De niet-moslim, de “kafir” is volgens de “sharia” per definitie een Untermensch die op alle manieren geschoffeerd en misbruikt mag, neen, móét worden. “Kafirs” moeten met niet aflatende vijandigheid bejegend worden.  Als je als moslim er niet omheen kunt met ze om te gaan, geldt als vuistregel: de islam als geheel of je persoonlijke geloof moet er sterker van worden. Het geluk of het belang van de “kafirs” is nóóit een overweging. “Kafirs” zijn totaal rechteloos.  Je mag ze alles aandoen, zolang de islam er maar geen schade van ondervindt en er liefst voordeel van heeft. Het benadelen van de “kafirs” wordt al gezien als het doen van voordeel aan de islam.

“Kafirs”s zijn, zegt de Koran,  door Allah gemaakt, en wel zó perfect dat “kafirs” nooit iets goed kunnen doen. Ook dat is dus weer opportuun (“expedient”, zegt Shouri)  geregeld door Allah. Voor “kafirs”, al doen ze misschien iets goeds, is er dan ook geen beloning in het hiernamaals. Er zijn nog wel gradaties in de mate waarin je “kafir” bent – (hindoes zijn , als polytheïsten, de ergste afgodendienaars, terwijl christenen en joden als  monotheïstische “mensen van het boek” ietsje beter zijn)  – maar voor de praktijk maakt het weinig uit. Een islamiet die het met de verplichte discriminatie niet eens is, wordt door de “ulema” zélf tot “kafir” verklaard. Een “kafir” kan voorts natuurlijk een “dhimmie” zijn, dat is een “kafir” die zich onderworpen heeft aan het de superioriteit van de islam, de speciale belasting (“jaziya”) betaalt en de verdere vernederingen met passend respect ondergaat.  Het hele systeem is gericht op Apartheid.

Voor het hele leven gelden dus andere normen voor “kafirs” dan voor moslims. “Kafirs” mogen geen getuigenverklaring afleggen.  Moslims mogen hun afvalligen vermoorden maar een ongelovige die de bekering van een mede-ongelovige tot islamiet in de weg staat moet zwaar gestraft worden. De islam eist voortdurend “respect” tot in alle details, maar verklaart zelf openlijk en voortdurend dat het goed is datgene te doen wat de ongelovigen het meest benadeelt. Koeien slachten bijvoorbeeld.  Shouri geeft pagina’s met voorbeelden van deze Übermensch-Untermensch-moraal.

Zo is alleen hypokriete, stiekeme, verkapte rente, die niet zo mag heten  in de islam toegestaan, maar toch mag in één geval met gewone rente gewerkt worden, namelijk  als “kafirs” ermee benadeeld kunnen worden ten gunste van een Mohammedaan of de islam als geheel.

Het dienst doen onder een “kafir” of ermee samenwerken is de moslim onverdraaglijk. Maar, zeggen de fatwa’s  als het hogere doel, de verspreiding en versterking van de islam wordt gediend is alles mogelijk. Maar het primaire gebod blijft: de “kafirs” moeten gehaat worden.

Natuurlijk ligt onder en achter de fatwa’s de meestal onuitgesproken vanzelfsprekendheid dat iedereen bekend is met de totale vijandigheid en minachting waarmee Koran, Hadith en de rest van de traditie de “kafirs” beschouwen. Deze geest blijkt ook uit de fatwa’s die Shouri op dit punt aanhaalt: het moet iedereen toegestaan zijn zich tot de islam te bekeren. Maar wie die islam wil verlaten wacht de doodstraf.  Als die doodstraf niet uitgevoerd kan worden omdat er seculiere autoriteiten in de weg staan dan moet een afvallige verstoten worden. Zijn of haar huwelijk wordt ongeldig, de  kinderen worden afgenomen. Telkens weer komt naar voren: iedere “kafir” moet respect hebben voor de islamitische gewoontes. Aan de islamiet wordt het tegenovergestelde opgelegd: hij moet dat doen dat de niet-islamieten zoveel mogelijk schaadt. Hij mag zeker geen respect opbrengen voor de gebruiken van ongelovigen. Hulp van ongelovigen (bijvoorbeeld om een moskee te bouwen) mag worden aangenomen. Aan ongelovigen mag nooit hulp worden geboden. En al helemaal niet om met die hulp iets religieus te doen. Bijvoorbeeld een kerk bouwen. Als hulp wordt geboden door geld te schenken dat is verdiend met in de islam verboden beroepen dan moet het geld eerst aan een moslim gegeven worden zodat die het ‘schoon’ kan schenken aan de gemeenschap.  De ”ulema” eisen luidsprekers op hun moskee, omdat ze weten dat ze daarmee de ongelovigen kwellen. Maar laat geen ongelovige het in zijn hoofd halen iets dergelijks in een islamitisch land te ondernemen. Geen enkele niet-moslim mag verblijven op het Arabische schiereiland. Ongelovigen mogen wel komen werken  (als het echt niet anders kan) maar moeten dan zo snel mogelijk weer vertrekken. Langer dan een jaar blijven mag sowieso niet. In geen enkel islamitisch land is op school ander religieus onderwijs toegestaan. Maar de islamiet eist zelf overal islamitisch onderwijs. Geen enkele niet-moslim natie mag het onderricht in de islam verhinderen. Een moslim mag een niet-moslim allerlei kwaad aandoen die hij een moslim niet mag aandoen. Dat is de beperking van de Golden Rule onder moslims: de Golden Rule is geldig, maar alleen voor moslims, niet voor ongelovigen. Rente mag niet maar onder een andere naam mag het wel. Het mag in het bijzonder als het ongelovigen schaadt.

De vrouw

Volgens de islam is de vrouw een ernstig gemankeerd wezen. Zij telt voor een halve man als getuige, zij erft de helft van haar mannelijke evenknie. Op één plek vormen vrouwen in de islam de meerderheid: in de hel. En, paradoxaal, in het paradijs natuurlijk, waar vrouwen met haar twee-en-zeventigen één man mogen delen. En waar de man een 10.000 jaar durend orgasme wordt beloofd. De islam is een en al uiterlijkheden en regeltjes, zeiden we al, maar ook een en al huichelachtige trucjes voor mannen om aan de regels te kunnen ontsnappen. Allah vindt echtscheiding heel slecht, tenzij “het nodig is”. In de praktijk kan de islamitische man zonder enige opgaaf van redenen en zonder aan iemand uitleg verschuldigd te zijn, onmiddellijk scheiden. Hij hoeft alleen maar driemaal het woord “talaq” uit te spreken. Nou ja, het moet in één adem, zegt de leer. Dat moet te doen zijn en bovendien is er niemand die het controleert.  De vrouw die het aanhoort en het object is, kan niet getuigen. De vrouw moet dan vertrekken. Zij kan slechts aanspraak maken op nog drie maanden onderhoudsgeld.

Het in één adem – (islam is details!) – driemaal uitgesproken “talaq” kan niet ingetrokken worden. Het geldt echter óók als er geen getuigen bij geweest zijn, dus dat is makkelijk voor de man. (De getuigenis van de vrouw geldt niet.) Alcohol is verboden in de islam, maar niettemin geldt de “talaq” ook geldt indien  in dronkenschap uitgesproken. Het is verboden de “talaq” uit te spreken als de vrouw menstrueert. Als de gebruikte woorden ambivalent zijn, dan telt wat de man  beweert dat zijn bedoeling was. De enig toegestane wijze om het huwelijk te herstellen is dat de vrouw een andere man trouwt, dit huwelijk ook feitelijk consumeert (neuken) en dan weer van deze man scheidt.

Liegen in dienst van de islam tegen de “kafirs” is zelfs een heilige plicht voor de moslim en heeft een speciale naam “Taqiyya”.  Maar ook Westerse liefhebbers van de islam zullen u  schaamteloos voorliegen.  Dat liegen is blijkbaar een ziekte die soms kan overslaan op “kafirs” als ze maar genoeg van de islam houden. Ze zullen u vertellen dat ook de vrouw kan scheiden in de islam. Maar dan vertellen ze er bij voorkeur niet bij dat zulks alleen kan als de man dit recht aan zijn vrouw verleent.  En als de vrouw dit ‘recht’ dan toepast, verspeelt ze alle recht op die drie maanden “alimentatie” die een gewone verstoten vrouw heeft. Wat er, in een sociale omgeving waarin vrouwen totaal rechteloos zijn, in de praktijk terecht komt van zelfs die “legitieme” drie-maanden-alimentatie voor een vrouw die keurig volgens het kolderprotocol verstoten is, laat zich raden. Duidelijk is ook in wat voor omstandigheden een vrouw –die nooit heeft mogen werken of studeren en misschien analfabeet is–  komt te verkeren als ze op eigen initiatief en met willekeurs-toestemming van de man is gescheiden.  Vermoedelijk is zelfmoord dan de enige uitweg. Hoeveel angst zou er in zo’n “cultuur” onder vrouwen heersen?

De “sharia”, de praktische dagelijkse wet, is een voor vrouwen vreugdeloos stelsel van geboden en verboden, dat erop gericht is mannen zoveel mogelijk willekeurs-macht, vrije tijd, luxe, maar boven alles seks met zoveel mogelijk vrouwen te garanderen.

De “sharia” is niet een stelsel van zo redelijk mogelijke regels voor het samenleven, maar de gesystematiseerde willekeur van een pathologie van iemand die misschien niet bestaan heeft, namelijk de profeet Mohammed. Het systeem versterkt en verhardt zichzelf voortdurend doordat alleen mensen toegang krijgen tot de “ulema” die bewezen hebben de weg in de labyrinthische teksten te kennen en “verantwoord” eraan te kunnen bijdragen. Het systeem wordt extra beschermd door een alom bekende uitspraak van Mohammed waaraan niemand in de islamitische wereld mag twijfelen: “Mijn gemeente zal niet overeenstemmen in een dwaling. ” Dit heet “het systeem van consensus“ en betekent: als een beslissing van de “ulema” enige tijd heeft gegolden dan heeft Allah hieraan klaarblijkelijk zijn goedkeuring gegeven. Allah zou immers niet toestaan dat zijn gemeente langere tijd het verkeerde doet.

Vooruitgang in de islam: verbeterde “Taqiyya”

De islamitische denkwereld staat bij goed toezien toch niet helemáál stil. Althans niet waar het nieuwe methodes betreft van “taqiyya”, dus van het beliegen van de “kafirs” teneinde hen ten slotte te overheersen. Zo had je vroeger alleen het gebied waar de islam de baas is, de”dar-al-islam”, en waar natuurlijk geluk en vrede heersen, tegenover het “dar al harb”, het land van de oorlog, te weten het land van de ongelovigen.  Dat is nu, gezien het feit dat het Westen al sinds 1683 (beleg van Wenen) te sterk bleek voor de islam,  het “dar-al-en” aan toegevoegd, het “land van het verdrag”. Dit misleidende begrip wordt onder anderen  gehanteerd door iemand als Tariq Ramadan. Maar ook dat is “Taqiyya”, misleiding, met als enige doel onderwerping aan de “sharia”. “Verdrag” is alleen een mooi woord dat goede bedoelingen moet suggereren en nuttige idioten in het Westen moet overtuigen dat de islam best redelijk is, zodat ze verder collaboreren.

Shouri wijst ook op de merkwaardige paradox dat het Mohammedanisme een en al  agressie en superioriteitswaan is, maar tegelijk ook een en al verongelijkte slachtofferigheid. Het is een huilerige moorddadigheid die we ook in het Nazisme zo prominent zagen. Misschien is op de islam het oordeel van Menno ter Braak wel net zo van toepassing als op het nazisme: een rancuneleer. Zoals  een van ondergetekenden, “Kassander”, al vaker heeft uiteengezet, is in elk geval met een woestijn aan citaten uit heden en verleden van de islam de volgende stelling te funderen: de islam is op 5 essentiële punten identiek aan het Hitlerisme: 1) Übermenschen-ideologie, 2) Jodenhaat, 3) oorlogszucht, 4) structurele oproep tot genocide, 5) instrumentalisering en onderdrukking van de vrouw.

Gandhi-hi-hi-hi !!

Shouri besteedt veel aandacht aan de geschiedenis van de onafhankelijkheidsstrijd van India, waarin Gandhi met zijn ideologie van absolute geweldloosheid zijn eigen Grote Ziel (“mahatma”) zogenaamd schoon hield, maar intussen ruim baan heeft geboden aan de meest moorddadige islamieten.  Tekenend is het verhaal dat beschrijft hoe de islamitische leiders genoemd de” Ali Brothers” vanaf 1919 door Gandhi omhelsd worden onder het motto: “Liever wordt ik 1000 keer bedrogen dan dat ik geen vertrouwen schenk”. Dat was niet tegen dovemansoren gesproken. De Ali Brothers die het ene moment tranen vergieten aan het ziekbed van Gandhi en zijn voeten kussen en bij een andere gelegenheid wederom tranen vergieten van ontroering voor de Mahatma, diezelfde broers verraden Gandhi op de meest verwerpelijke wijze. Het dienen van de islamitische zaak gaat boven alles en de Ali Brothers voelen de hete adem van de ulema in hun nek.  Shouri laat overtuigend zien hoe de islamieten keer op keer alleen maar eisen stellen en “respect” eisen en daarvoor niets dan geweld en minachting en bedrog teruggeven:  een  wereldwijd vast patroon in de geschiedenis van de islam. Gandhi,  die ook vaak opmerkt dat je voor een goede daad niks terug mag verwachten, want dat het dan geen goede daad meer zou zijn, wordt keer op keer verraden en bedrogen. Het doet sterk aan onze tijd denken, waarin multikulklutsers de collaborerende nuttige idioten van  de islam zijn.  Allemaal Gandhi’s! Een heerlijk gevoel moet dat zijn.

UPDATE 28 FEBRUARI 2015:

Pakistan is the world’s fifth largest democracy. It is also deeply influenced by Islamic law (Sharia). Can these two traditions, Western Liberal democracy and Sharia, co-exist? If so, how? And if not, what are the consequences? Haroon Ullah, foreign policy professor at Georgetown University, has some fascinating and sobering answers.
_____________________________

Link naar dit stuk bij E. J. Bron