(Door: Martien Pennings)

Je mist wel eens iets. Bijvoorbeeld het item rond Hans Jansen in de uitzending van Pauw en Witteman van 17 november 2010.

Eigenlijk hoef ik geen commentaar te geven. Iedereen met een IQ van boven de 60 moet  zelf kunnen constateren dat het optreden van Paul Witteman jegens Jansen hier dom is. Dat de houding van  Jeroen Pauw en Joris Luyendijk jegens Jansen dom, arrogant en minachtend is. Dat Oscar Hammerstein en Ton Elias zich jegens Jansen dom, arrogant, minachtend en agressief gedragen.

Van het boek van Joris Luyendijk, waarmee hij “doorbrak”, heb ik nog een tien pagina’s tellende bespreking liggen die ik nooit heb gepubliceerd.  Die bespreking begint zo:

“Het boek van Joris Luyendijk, ´Het zijn net mensen: beelden uit het Midden-Oosten’ (2006), is deftig ingedeeld. Er is een Proloog. En veertien hoofdstukken met intens intrigerende titels. Die hoofdstukken zijn verdeeld over Deel I,  Deel II en Deel III. Maar het is allemaal façade en schijn-orde. Het boek is chaotisch en vervuld van forward- and back-flashend vrij-asssociëren.  Als je dat doet, zou je hopen dat de schrijver af en toe een jaartal vermeldt. Dat doet-ie niet. Ja, ik weet best dat het moeilijk is om een verhaal chronologisch op te zetten en daarbinnen zoveel mogelijk thematisch te werk te gaan. Dat wil zeggen: een thema zoveel mogelijk uitwerken op het moment dat het chronologisch aan de orde komt. Niet dus. Wie wil weten wat hij nou eigenlijk gelezen heeft als hij dit boek terzijde legt, zal zelf aan het werk moeten.

Enfin, de wijsneus zit Hans Jansen daar gewoon voor de gek te houden op grond van niks en met een attitude of-ie twee keer zo oud en drie keer zo wijs is als Jansen. Hij zegt tegen Jansen vanaf 3:05:

“Overigens ben ik het er niet mee eens dat die fundamentalisten té islamitisch zijn. De regeringen zelf denken in ieder geval dat de fundamentalisten een soort verkrachting van de islam vormen. Het is dus niet zo dat je alleen mee mag doen als je je echte geloof verloochent en dat die fundamentalisten het echte geloof zijn. Die fundamentalisten zijn islamitisch zoals . . . . nou ja . . . . hoewel ik die vergelijking niet graag maak . . . . . met Duitsers. Een Duitser die geen nazi is, die noem je geen gematigde Duitser. Maar een moslim die niet bij Al Qaida zit die noem je een gematigde moslim. Dan doe je dus of die moslim geboren is als een soort gek en dan heb je er goddank een paar die een beetje rustig doen. En die term die is helemaal ingeburgerd. Voordat mensen met moslims gaan praten, dan hebben ze die woorden al in hun hoofd. Dat is wel apart.”

Ja, apart dom, dat gezwets van Luyendijk over fundamentalisme. Maar je moet eens letten op die zonnebank-kop van die advocaat van kwaaie zaken Hammerstein, die zit zich bij dit monoloogje helemaal te verkneukelen. Ha-ha, Jansen krijgt er van langs!

Luyendijk maakt een verschil tussen “te islamitisch” en “verkrachting van de islam”. Waarom doet-ie dat? Om te impliceren dat de islam “goed” is, natuurlijk! Want als je spreekt van verkrachting dan zeg je eigenlijk “pervertering”, “misvorming” van een in principe mooi geloof. Een “religion of peace” misschien wel! Maar als je die terroristen benoemt als “te islamitisch” dan zeg je dat de islam die terreur in zich draagt. En dat is uiteraard wat Jansen bedoelt. En terecht. “Er zijn gematigde moslims, maar de islam is niet gematigd” (Bernard Lewis). En zoals ikke zelf altijd zeg: in de islam hebben de fundamentalisten niet alleen de beste, maar zelfs de enige papieren.

En dan die idiote vergelijking met “Duitsers”. Want in de nazi-tijd was het natuurlijk wél het eerste wat je je afvroeg als je een Duitser voor je neus kreeg. Of het een “fundamentalist”, een nazi was of  niet. Maar het nazisme was van 1933 tot 1945 en dus vraag je je dat tegenwoordig nog uitsluitend af bij Duitsers van boven de 90 jaar. Maar het nazisme van deze tijd heet islam en dus is het heel gewoon dat dát het eerste is wat in je opkomt bij de ontmoeting met een moslim: hoe staat hij of zij in de leer?

Enfin, gaat u verder maar eens kijken naar het over het paard getilde lulletje en die vier andere zelfingenomen kwasten. Waaraan deze uitzending mij vooral weer herinnerde, behalve dus aan de starnakelse domheid van onze linkse monopoliemedia, was de noodzaak om nu eindelijk eens die conceptualisering en ordening van de verschijnselen van islamisering in het Westen in het algemeen en in het bijzonder in Nederland op te pakken. Want ook hier, net als toen die keer met Tofik Dibi, zit Jansen met de mond vol tanden, als Pauw met smerige arrogantie vraagt naar concrete voorbeelden.

Maar de actualiteit vraagt voortdurend de aandacht en de laatste weken ben ik bezig geweest aan dat wedstrijd-essay: “Heeft de teloorgang van het christendom in Europa het (zelf)vertrouwen in de Europese cultuur ondermijnd?” Enfin, ik moet alleen nog duizend woorden uit mijn tekst zien te schrappen, want dit problematiekje moest in zesduizend woorden of minder worden behandeld. Dus ik krijg hopelijk meer tijd voor die hoogstnoodzakelijke islamiserings-inventarisatie.
_______________________________________________
Link naar dit stuk op E. J. Bron

Advertenties