Over de hele wereld werd gedemonstreerd tegen de oorlog, zo ook in Israël, door de linkse Israëlische partij Hadash. (Nee! Dit zijn géén twee generaties narcistische hedonisten die weigeren geestelijk volwassen te worden!)

Het hoofdstuk heet “De rauwe werkelijkheid – 2006”. Achterin het boek staat een lijstje waarin van alle hoofdstukken de “achtergrond” wordt aangegeven. Bij dit hoofdstuk staat één regel: “ ‘De rauwe werkelijkheid’ is de weerslag van enkele inzichten die ik opdeed tijdens de Tweede Libanonoorlog van 2006.”

Halverwege het hoofdstuk citeert Shavit een stuk van zichzelf uit dat jaar 2006 dat in Haaretz verscheen en dat werd overgenomen door . . . . tromgeroffel . . . . . Front Page Magazine! Dat moet dan een “rechts” en realistisch stuk zijn geweest. Kan Shavit dat dan, realistische stukken schrijven? We gaan eens lezen:

“Wat is er met ons gebeurd? In de allereerste plaats zijn we verblind geweest als gevolg van politieke correctheid. Het politiek correcte discours dat de afgelopen tien jaar de boventoon voerde, stond ver af van de werkelijkheid. Het concentreerde zich op de kwestie van de bezetting, maar hield geen rekening met het feit dat Israël gevangenzit in een existentieel conflict dat barst van de religieuze en culturele landmijnen. Te veel aandacht werd er geschonken aan Israëls schendingen van het recht – te weinig aan de historische en geopolitieke context waarin Israël moet zien te overleven.”

Kaboem!!! . . . . Eh . . . . . Nee: de draai is dan wel gemaakt, maar de formulering is nog steeds hypocrietjes en lafjes: “existentieel conflict”, “religieuze en culturele landmijnen”, “historische en geopolitieke context”. Lik. Toch. – zou ik tegen Shavit willen zeggen – Mijn. Reet. Vent. Ik zou hem willen vragen: Ued. bedoelt wellicht dat uw land omgeven is door een oceaan van agressieve en bloeddorstige Mohammedanen?

Hij komt er ietsje dichterbij als hij in dat stuk van 2006 zegt:

“Dan speelde er nog iets: de Israëliërs zijn verblind geweest door de illusie van normaal-zijn. Maar in wezen is Israël geen normaal land te noemen. Het is een Joodse staat in een Arabische wereld, het is een westerse staat in een islamitische wereld, het is een democratie in een regio van dictaturen.”

Het woord islam valt hier zelfs! Tsjonge: het moet niet gekker worden met Shavit.

Nog een citaat uit dat Haaretz-stuk van 2006:

“De Israëlische politieke correctheid heeft de Israëlische macht als een gegeven beschouwd, waardoor men de noodzaak afwees om die macht in stand te houden. Doordat het leger werd gezien als een bezettingsmacht, werd het met de vinger nagewezen. Alles wat met het leger, de natie of het zionisme te maken had, werd met verachting bekeken. Collectieve waarden moesten het veld ruimen voor individualistische maatstaven. Macht stond gelijk aan fascisme. De ouderwetse Israëlische mannelijkheid verslapte, doordat we ons bezondigden aan het najagen van absolute rechtvaardigheid en genot-boven-alles. Het aloude discours van plichtsbetrachting en engagement werd vervangen door een nieuw discours van protest en hedonisme.”

Nee maar! Nu hoort u het eens van een ander. Hoeveel jaar roep ik nou inmiddels dat politiek links bestaat uit hedonistisch-narcistische zelfmanifestanten, better-than-thou-ers die weigeren geestelijk volwassen te worden en uitsluitend bezig zijn met het handhaven van dat fijne gevoel in het eigen hoofd? En dat dan vooral door het Kwaad van de islam consequent niet te willen zien?

Als ik het in de afgelopen jaren had over de boven-ons-gestelden die zich wentelen in de via hun subsidienetwerken in stand gehouden linkse monocultuur dan spreek ik altijd van quasi-elite dan wel van nep-elite, die bezig is Nederland, Europa, het Westen uit leveren aan de islam, dan wel doende is Israël te verraden.

En wat zegt Shavit?

“Wat we nu zien terwijl de raketten inslaan op onze steden en dorpen, is dat het Israëlische leger niet in staat is om zijn burgers te beschermen, maar ook dat het historische falen van de Israëlische elite ernstige gevolgen heeft. Die Israëlische elite heeft de werkelijkheid uit het oog verloren, heeft de staat uit het oog verloren, heeft verzuimd leiding te geven aan Israël ( . . .).”

Op de dag dat ik aan dit stuk zit te werken staat er een stuk van Geert Wilders in de Volkskrant waarin uitgelegd wordt dat de Nederlandse regering al langer dan tien jaar, sinds de Twin Towers, Londen, Madrid, Parijs, Moembai en Bali verzuimd heeft het gevaar van de islamitische jihad te onderkennen en dat de AIVD inmiddels erkend heeft het probleem van de terugkerende Syriëgangers niet onder controle te hebben. Nee, het is hier nog geen Israël, maar we zijn wel op weg het te worden.

Ik heb wel een stukje praatgroepkritiek naar Shavit toe. De klootzak heeft namelijk zelf prominent onderdeel uitgemaakt van die van de pot gerukte “vredesbeweging”. Maar van een expliciete behandeling van die tegenstelling tussen dit stuk uit 2006 en zijn verleden als stop-de-bezetting-activist is geen sprake. Wat hij doet is lafjes dit “rechtse” stuk uit 2006 zodanig inkaderen in dit hoofdstuk dat het toch weer . . . . . ja hoor! . . . . . dat het toch weer de eigen schuld van de Joden wordt. Nou, niet van dé Joden. Van welke Joden dan? Als ik het u zeg, gelooft u het niet! Van de Joden die bij uitstek het gevaar wél onder ogen zagen, namelijk de rechtse stroming rond Likoed.

Zoals gezegd: het opstel van 2006 is ingekaderd in de rest van de tekst van dit hoofdstuk 14, een tekst die later geschreven is, waarschijnlijk in 2013. En die inkadering begint met een variant op “Wat is er met ons gebeurd”, waarmee hij in 2006 aanving:

“Wat ging er mis? Het voor de hand liggende antwoord is: de bezetting. Maar het is niet louter die bezetting. Als het huidige Israël even verstandig, vastberaden en bij de les zou zijn als het Israël van de beginjaren, had het wel met de bezetting afgerekend. Vroeg of laat zou het gezond verstand hebben gezegevierd. Een rationeel opererende nationale regering van een rationeel opererende republiek had zeker na enkele aanvankelijke beoordelingsfouten wel actie ondernomen. Die had hoe dan ook een eind gemaakt aan de bezetting. Maar hoewel de bezetting verkeerd is, zinloos is en van kwade wil getuigt, is deze toch niet de oorzaak van alle ellende. In Israël is nog iets anders gebeurd dat veel verstrekkender, gecompliceerder en ingrijpender is – iets wat door de meeste waarnemers van de situatie in Israël merkwaardig genoeg over het hoofd is gezien.”

Ten eerste. Ons valt op dat het Israël van de beginjaren – het zionisme van de beginjaren dus – in Shavits ogen ineens verstandig en vastberaden is geworden. Dus het zou fijn geweest zijn als Shavit ons uitgelegd zou hebben, hoe dat zo gekomen is, want in de voorafgaande 365 pagina’s heeft hij het zionisme beschreven als een moreel dubieuze en vaak domme onderneming waarin de deelnemende Joden nogal eens blind waren voor het feit dat zij als zionisten het leven van die onschuldige Arabieren die al zo lang een fijn thuis hadden geschapen in Palestina zo wreed uit hun Arcadische rust kwamen halen. En hadden de zionisten niet op gezette tijden last van geheel ongeprovoceerde bloeddorst? En gingen ze dan niet random lopen moorden, zoals in Lydda in 1948 en ueberhaupt bij het verdrijven van onschuldig boeren en dorpelingen van hun geboortegrond?

Ten tweede: Shavit definieert hier het linkse, “politiek-correcte” standpunt ten aanzien van “de nederzettingen” en “de bezetting” als irrationeel. Hier kom ik later nog op terug. Maar ik zeg alvast dat hij nu precies zelf prominent deel uitmaakte van die irrationele vrede-nu-beweging.

Ten derde. Ook hier, net als in het stuk van 2006, zien we het voortschrijdend inzicht van Shavit: het is niet meer alléén de bezetting die de vrede verhindert. Er zijn nog andere factoren. Die niemand anders dan de knappe Shavit nog heeft opgemerkt. Je voelt ‘m al komen, want dan verwacht je al niet meer dat hij, in 2013, nóg iets duidelijker gaat zeggen dat het misschien toch de islam en de Arabieren zijn geweest die de vrede verhinderd hebben en nog steeds verhinderen. Immers: op de factor islam en Arabieren is door rechtse Likoedniks zoals Caroline Glick echt al wel eens gewezen. En inderdaad: getrouw aan de hoofdstructuur van dit boek van deze zelfhater en Stockholmsyndromist – dit Grandioos Dialectorum van Enerzijds & Anderzijds, maar waarin tenslotte toch de Joden weer de schuld hebben – steekt Shavit eerst toch weer de hand in de eigen Joodse boezem. Shavit ziet zeven binnenlandse rebellieën als de oorzaak van de “ellende” die hij nu herbenoemt als een instabiele staat Israël die verlamd wordt door groepen met hun deelbelangen:

“De kolonisten hadden zich afgezet tegen de politieke gedisciplineerdheid en terughoudendheid. De vredesactivisten hadden zich afgezet tegen de historische en geostrategische realiteit; de progressieven tegen de al te machtige staat; de oriëntalen tegen de westerse overheersing; de ultraorthodoxen tegen het secularisme; de hedonisten tegen het verstikkende conformisme van het zionistische collectivisme; en de Palestijnse Israëliërs tegen het Joodse nationalisme. Toch hadden al die rebellieën één ding gemeen: ze kantten zich tegen Ben-Gurions staat van de jaren vijftig en zestig ( . . .).”

Dit lijkt allemaal zeer geleerd. Maar het is gelul. Op zich is die opsomming van verschijnselen wel correct, maar de duiding schiet wel héél erg te kort als je ze op de gemeenschappelijke noemer wil brengen van verzet tegen Ben Gurions staat. Werkelijk van belang is namelijk alléén de houding van deze groepen tegenover het enige wezenlijke en existentiële probleem van de staat Israël: de islam, de Arabieren, de “Palestijnen”. Shavit geeft dat impliciet ook toe doordat hij van “de bezetting” 365 pagina’s lang het hoofdprobleem van Israël heeft gemaakt en nu slechts aan het toegeven is dat het niet alléén het hoofdprobleem is.

Ik geef nu aan waarom die zeven binnenlandse rebellieën alleen betekenis hebben in relatie met islam-Arabieren-Palmaffia’s:

De kolonisten hadden zich niet “afgezet tegen de politieke gedisciplineerdheid en terughoudendheid”, maar na 100 jaar “Palestijns” rejectionisme en terreur – (na 1948, na 1967 en vooral na 1973 toen Israël bijna ten onder ging) – hadden ze definitief en terecht besloten dat met “de Palestijnen”, de Arabische wereld en de islam nooit vrede mogelijk zou zijn.

De vredesactivisten, onder wie Shavit zelf,  hadden zich inderdaad “afgezet tegen de historische en geostrategische realiteit”, maar die hypocriete eufemismen van Shavit betekenen toch echt alleen dat ze gewoon bleven weigeren in te zien dat de islam de doodsvijand was en dat ze door anderhalf miljard van de vertegenwoordigers van die ideologie omgeven werden.

De progressieven noemt Shavit een pagina eerder “de progressief-gerechtelijke rebellie”. Dat was gewoon de juridische afdeling van de globale pc-maffia, vooral gericht op het gebruiken van de internationale en binnenlands-Israëlische wetgeving om de Palmaffia’s ruim baan te geven en de Israëlische staat te ondermijnen.

De “oriëntalen” is als categorie onbruikbaar, want omvat zowel islamofiele Palmaffia-aanhangers als orthodoxe Shas-Arjeh-Deri-adepten.

De ultra-orthodoxen kan je gewoon blind als aanhangers van de kolonisten rekenen.

De hedonisten zijn als politieke categorie inzake islam-Arabieren-“Palestijnen” al helemaal onbruikbaar.

Wat hebben we dus to nu toe? Shavit die op zoek is naar “de rauwe werkelijkheid van 2006” en daaronder misschien wel de islam, de Arabieren en de “Palestijnen” rekent, maar niet kan en wil toegeven dat de islam de oerfactor is die Israël existentieel bedreigt en dat de fenomenen die hij zo losjes beschrijft allemaal afgeleiden zijn van die oeroorzaak.

Hij cirkelt er wel heel langzaam naar toe, naar het inzicht dat de islamitische agressie de oeroorzaak is van alle Israëlisch ellende, maar eerst moet “rechts Israël”, moet Likoed nog de schuld krijgen van “de bezetting”, die natuurlijk een gevolg is van 100 jaar Palestijnse terreur en rejectionisme. Die “bezetting” is nergens een oorzaak van, die “bezetting” is een gevolg en een gezonde reactie.

“Het heet dat ‘1967’ een keerpunt is geweest in Israëls geschiedenis. Dat klopt en dat klopt niet. Eigenlijk waren er drie keerpunten: ‘1967’, ‘1973’ en ‘1977’. In tien jaar tijd kende Israël een uitzonderlijke overwinning, een verontrustende nederlaag en een enorme politieke aardverschuiving toen na bijna dertig jaar Arbeiderspartij-bewind de Likoedpartij de verkiezingen won. Die drie spectaculaire gebeurtenissen raakten het land in het hart. Ze waren de aanleiding tot de bezetting die vervolgens werd geïnstitutionaliseerd. Achteraf gezien lijkt het jaar 1973 echter het meest bepalend van die drie beslissende jaartallen te zijn geweest. Het trauma van de Jom Kipoeroorlog heeft een eind gemaakt aan het bewind van Israëls ancien régime. Het leidde tot een wijdverbreid, diep wantrouwen jegens de staat, de regering en de leiders. Het gaf het individu meer macht, maar maakte het collectief zwakker. Het was funest voor Ben-Gurions nalatenschap en voor zijn stevig verankerde staat. Als gevolg daarvan was de staat gaan schuiven. Oude wrokgevoelens manifesteerden zich weer, oude wonden werden opengereten. Echte gidsen, echte leidersfiguren ontbraken nu. Niemand beschikte nog over moreel gezag. Niemand was in staat leiding te geven, uit te leggen of instructies te geven. De hiërarchische machtsstructuur stortte in. De doelgerichtheid verdween. De gemeenschappelijke kernwaarden vielen weg. In de hitte van de rebellie smolt ook de smeltkroes.”

Kijk nou eens wat Shavit hier beweert: 1977 was het rampjaar waarin Likoed de macht overnam en dus de staat Israël moreel en functioneel geheel ineen stortte. Shavit zegt wel dat de Jom Kippoer-oorlog van 1973 “het meest bepalend” was geweest, maar toch beweert hij dat het einde van het bewind van de Arbeiderspartij die van 1948 tot 1977 de toon had aangegeven en de vervanging door Likoed de eigenlijk ramp was. Dus de periode van 1977 tot nu, 2014, zijn er volgens Shavit allemaal incompetente gekken aan het roer geweest, zoals Yitzhak Rabin, Menachem Begin, Yitzhak Shamir, Simon Peres, Ehud Barak, Ariel Sharon, Ehud Olmert en Benjamin Netanyahu.

“De zaak verergerde nog doordat de oude bestuurselites zich nu afkeerden van de staat die ze voor hun gevoel kwijt waren, en dat de nieuwe, rebellerende krachten er niet naar taalden om zelf een toegewijde, meritocratische elite te gaan vormen. Het resultaat was dan ook een gapende leegte aan de top – geschikte leiders en een efficiënt opererend overheidsapparaat ontbraken, de publieke sector was zwak en het nationale ethos brokkelde af. De politiek was nu bezig met het zwartepietenspel: links beschuldigde rechts en rechts beschuldigde links. Maar in deze vicieuze cirkel was er geen politieke groepering die de algehele verantwoordelijkheid op zich nam om het land op een volwassen, rationele manier te besturen. Politiek gezien had Israël zijn hoofd verloren.”

Hier zien we dus opnieuw dat Likoed en “rechts” in het algemeen wordt gedefinieerd als niet loyaal, incompetent, onverantwoordelijk en irrationeel. Ben Gurions zionisme, waarop Shavit in de rest van zijn boek veel kritiek heeft, wordt door Shavit nu ineens heilig verklaard. Er staat wel “links beschuldigde rechts en rechts beschuldigde links”, en dat suggereert dan dat ze allebei een deel van het gelijk hadden. Maar hierboven zagen we al dat volgens Shavit het beëindigen van nederzettingen-en-bezetting het enige rationele en juiste was en bleef. Met andere woorden: een afbrokkelend nationaal ethos, een land dat zijn hoofd kwijt was, was een land dat weigerde de linkse politiek die Shavit als “vredesactivist” ook indertijd al voorstond te volgen. Een land onder rechts bewind (Likoed) dat de nederzettingen tolereerde, was dus een bewind van gekken dat Israël naar de afgrond leidde. Hij is gewoon bezig zijn gelijk achteraf, met hindsight, te halen. Maar het grote punt is nu juist dat het hindsight anno 2013 zegt – nee schrééuwt – dat de kolonisten en “rechts” en Likoed overschot van gelijk hadden en hebben. Dat de islam en de Arabieren altijd al de oeroorzaak van Israëls ellende waren en dat er geen andere weg was dan de “bezetting” van die drie procent om enigszins veilige grenzen te krijgen.

Eigenlijk is het boek van Shavit (475 pagina’s) een uitermate breedsprakerig uitgevallen ontwikkelings-essay. Wâzeggu? Ontwikkelings-essay? Ja, een ontwikkelings-essay, want als er een ontwikkelings-roman kan bestaan, dan ook een ontwikkelings-essay. Wikipedia zegt:

“De Entwicklungsroman (Nederlands: “ontwikkelingsroman”) is een bepaalde type roman waarin het (hoofdzakelijk) geestelijke rijpingsproces van de hoofdfiguur in combinatie met een grondige analyse van zowel de figuur zelf als zijn omgeving centraal staat. De hoofdfiguur verwerkt door middel van contemplatie zijn eigen ervaringen en belevenissen en verwerft zo zijn eigen persoonlijkheid. Het ontwikkelingsproces van de hoofdfiguur wordt in een ontwikkelingsroman door overwegend negatieve ervaringen beïnvloed. Dankzij deze negatieve ervaringen realiseert de hoofdfiguur zich gaandeweg dat hij grote fouten heeft gemaakt, onredelijke eisen heeft gesteld en bezig is met het nastreven van onhaalbare doelen.”

Dit is precies wat er in het boek van Shavit gebeurt. Het boekstaaft zijn (vrij geringe) intellectuele en morele ontwikkeling vanaf begin jaren 1990 tot 2013. Het heet niet voor niks “Mijn beloofde Land” en dat is natuurlijk hetzelfde als “Israël en ik”. Ik durf zelfs te zeggen dat je beter nog kan zeggen: “Ik en Israël”. Want gedurende onze lange, lange, lange reis in en rond het begrip “Israël” die wij samen met Shavit ondernemen, bevinden wij ons niet in Israëls geschiedenis of in Israël, maar in het hoofd van de Israëliër Shavit, althans in wat Shavit wenst te verbaliseren van wat er in zijn hoofd zit.

Wij vragen: wat heeft Shavit geleerd? Mijn indruk is dat hij zich in hoofdstuk 14 uit 2006 héél langzaam begint te realiseren hoe enorm hij de autonome haatkracht van de islam onderschat heeft. Dat hij derhalve onredelijke eisen heeft gesteld aan de “rechtse” krachten in Israël die minder naïef waren. En dat hij derhalve onhaalbare doelen heeft nagestreefd, namelijk vrede met de islamitische en Arabische wereld als Israël maar “de bezetting” zou opheffen. Maar hij wil er nog niet echt aan, aan het Grote Inzicht. Dit hoofdstuk had daarom misschien beter kunnen heten: “Hoe blijf ik de rauwe werkelijkheid vermijden?”.
____________________

Wie de term Stockholmdualisme wil begrijpen die ik van toepassing breng op “Mijn Beloofde Land” van Ari Shavit – waarvan hier het veertiende hoofdstuk wordt besproken – moet naar de eerste alinea’s van deel een. Deel twee is hier, deel drie is hier, deel vier is hier, deel vijf is hier, deel zes is hier, deel zeven is hier, deel acht is hier, deel negen is hier, deel tien is hier, deel elf is hier, deel twaalf is hier en deel dertien is hier te vinden.
____________________

Dit stuk is doorgeplaatst op E. J. Bron