Bas Kromhout. Zijn kritiek op Bosma snijdt maar een héél klien beetje meer hout dan die van Jan Dirk Snel. Wèèènig dus.

Bas Kromhout. Zijn kritiek op Bosma snijdt maar een héél klein beetje meer hout dan die van Jan Dirk Snel. Wèèènig dus.

Ten Geleide

Ben ik een racist? In elk geval geen betuttel-racist. Ik neem de zwarte tot lichtgetinte medemens serieus en ik leg dezelfde maatstaven aan hem aan als aan de bleekscheet. En dat serieus nemen leidt – oh dialectiek! – tot de conclusie dat “Afrika” uitgebreide betutteling nodig heeft. Ik heb mijn gedachten over “De neger als mens” ooit neergelegd in een opstel met die titel. De ondertitel was: “Nederland en Suriname”. Ik citeer uit de inleiding op dat opstel:

“Je snapt niet hoe het mogelijk is. Ben ik nou de enige die opmerkt dat die zwarte rappers vaak klinken als nazi’s? Maar ik kan toch niet de enige zijn die heeft opgemerkt dat het zwarte continent, Afrika, ondanks alle ‘ontwikkelingshulp’, alsmaar verder wegzakt in oorlog, moord, verkrachting, verminking, dictatuur, corruptie, tribalisme, armoede, incompetentie en islamisering? Met voorop Zuid-Afrika waar de zwarten nu eindelijk  de macht hebben en waar de racistische en uiterst wrede ‘plaasmoorden’ aan de orde van de dag zijn.”

Mechanisch zwarte spaarpot uit 1890: hier zien we dus de zwarte mens juist als symbool van een Calvinistische eigenschap: spaarzaamheid!

Mechanisch zwarte spaarpot uit 1890: hier zien we dus de zwarte mens juist als symbool van een Calvinistische eigenschap: spaarzaamheid!

Jan Dirk Snel

Alle schrijvers hebben een agenda. Ze willen iets. En de agenda van Jan Dirk Snel luidt: maak Wilders en de PVV kapot. Jan Dirk is een aansteller, want een normaal mens uit de betere kringen van het Gooi heet Dirk-Jan. Hij is dan ook een boerenzoon van wie we niet mogen weten in welk dorp hij geboren is, maar weer wél waar hij thans woont, namelijk Eerste Oosterparkstraat 168D 1091 HJ Amsterdam. Ook mogen we weten dat zijn vaste telefoonnummer 020 6936424 is en zijn mobiele nummer 06 5705 8127. Voorts dat hij per e-mail bereikbaar is onder j.d.snel@chello.nl. Maar als iemand én op Joop.nl columnist is én een weblog heeft bij het Reformatorisch Dagblad kijken we nergens van op. Linkse Hollandse Grefo’s, pleegt de webmaster van het weblog E. J. Bron te zeggen, is de gruwelijkste mensensoort die er op aarde rondloopt. En in elk geval loopt Jan Dirk geen gevaar met al die adres- en contact-gegevens, want hij is niet alleen een verbeten vijand van “Wilders”, maar ook een groot vriend van de islam.

Het is dan ook begrijpelijk dat ik Jan Dirk in een stuk van augustus 2011 consequent “Dirk-Jan” noemde (mét verbindingsstreepje!). Daarin signaleerde ik – en hier gaat het even om! – dat hij een bentgenoot is van de intellectuele poseur Rob Hartmans die samen naar aanleiding van “Breivik” een comité hadden opgericht ter bestrijding van “Wilders”. En ze wilden – ongelogen! – zowel de kritiek op de nazistische islam alsook de Vrijheid van Meningsuiting van Geert Wilders en verdere PVV-ers aan banden leggen.

Dús als Jan Dirk een “recensie” schrijft over Bosma’s laatste boek “Minderheid in eigen land” dan weet je wat je kan verwachten. Bijvoorbeeld dat hij van het domme anti-Bosma pamflet van de weledelzeergeleerde Ronald Havenaar zegt: “kan ik altijd nog van harte aanbevelen”.

Moeten we dús nog inhoudelijk aandacht besteden aan de “recensie” van Jan Dirk? Nou, één puntje dan. Omdat het zo illustratief is. Snel volgt het patroon van alle linkse kritiek op mensen die niet tot de Linkse Psychose zijn toegetreden, namelijk: verdacht maken:

“Er is één voetnoot die in feite niets te maken heeft met het hoofdthema van het boek, maar die me op een bepaalde wijze toch typerend lijkt voor Bosma’s werkwijze. Dat is noot 2043 op bladzijde 476, die verwijst naar het boek van Joan Peters, From Time Immemorial uit 1984. Die moet de bewering staven dat ‘de zogenaamde Palestijnen (…) in belangrijke mate allochtoon’ zijn en dat toen ‘de Joodse opbouw in de jaren twintig en dertig succesvol bleek’, de Arabische bevolking in Palestina – ‘het huidige Israël’, schrijft Bosma dan – ‘vervijfvoudigde’. Dat boek van Peters is inmiddels aan alle kanten gekraakt en weerlegd. Bosma moet dat weten. Even op Wikipedia kijken is al voldoende om op zijn minst nattigheid te voelen. Toch doet hij alsof hij hier een feit debiteert. En menige onwetende lezer zal er nog intrappen ook. Maar het is niet anders dan kwade trouw. Ik krijg de indruk dat Bosma’s boek in hoge mate in dezelfde categorie valt.”

U ziet: kwade trouw van de bewuste misleider Bosma. Maar Snel heeft ongelijk. Zeker, er is heel veel “controverse” rond dat boek van Joan Peters, zoals de hele kwestie Palestina-Israël door linkse psychoten is kapot geleugenlasterd. En het boek van Peters is ook alleen in de ogen van linkse psychoten “aan alle kanten gekraakt en weerlegd”. Ik heb ooit, met het oog op het leugenlasterslagveld inzake demografie-van-Palestina, het volgende gezegd:

“De demografen buitelen over elkaar hen in nietes-welles inzake de volgende vragen. Wie er tussen 1880 en 1948 woonden en wie er nieuw kwamen wonen. Of er nu wel of niet een flinke Arabische instroom vanuit de buurlanden was dan wel een natuurlijke aanwas van de alreeds in Palestina wonende Arabieren. Of het nou de verdienste van de Joden was dat Palestina economisch en demografisch bloeide of dat zulks kwam doordat het hele Middellandse Zeegebied in de lift zat in die twee opzichten.

Ik denk dat het voor het politieke standpunt dat een fatsoenlijk mens inneemt inzake Israël niet veel uitmaakt, want dat je je vast moet houden aan twee feiten.

In 1920 meldde de Volkenbond (Interim Report on the Civil Administration of Palestine) dat er niet meer dan 700.000 (zevenhonderdduizend) mensen in Palestina woonden.

In 1948, dus in nog geen 30 jaar tijd, was het bevolkingsaantal volgens een VN-rapport (UNSCOP) gestegen naar 1.900.000 (bijna twee miljoen dus), waarvan 68% Arabieren en 32% Joden.

Dan is de onvermijdelijke conclusie dat alleen al uit de bevolkingsaantallen valt op te maken dat de komst van de Joden naar Palestina een zegen voor de aldaar wonende Arabieren is geweest.”

Dezer dagen stuitte ik op een vrij definitief opstel over de kwestie – “Arabische Einwanderung in das historische Palästina: ein Ueberblick” van mei 2015 – dat precies bewijst dat Joan Peters overdosis van gelijk heeft. (Hier de Nederlandse vertaling van dat opstel.)

Voor de rest is het gelul van Snel marginaal gemierenneuk en bovendien beveelt hij zelf aan zijn eigen bespreking niet serieus te nemen:

“Vergeet mijn stukje hierboven verder. Het heeft eigenlijk alleen enige waarde als het gaat om inzicht te geven in de suggestieve kracht die van Martin Bosma’s wijze van schrijven uitgaat. Dé grondige, kundige recensie waar ik al op hoopte, is inmiddels verschenen: Bas Kromhout met zijn stuk ‘Martin Bosma doet de waarheid over Zuid-Afrika geweld aan‘ op The Post Online. Hij toont niet alleen aan dat Bosma bewust eenzijdig is, maar laat ook overtuigend zien dat je hier gerust van kwade trouw mag spreken. In die zin ben ik hierboven werkelijk te welwillend geweest. Meer hoef ik niet te zeggen. Lees en hérlees het grondige, vernietigende en daarbij ook nog eens evenwichtige stuk van Bas Kromhout.”

Je voelt hoe Jan Dirk opgelucht geniet. Gelukkig! De kwade trouw van Bosma is aangetoond en hij is op evenwichtige wijze grondig vernietigd!

De kritiek van Bas Kromhout op Bosma

Natuurlijk is ook díé bewering van Jan Dirk vreselijk dom gezwets. Want de kritiek van Bas Kromhout snijdt slechts een héél klein beetje meer hout dan die van Snel. Het eindoordeel van Kromhout over Bosma’s boek luidt:

“Is alles onzin wat Bosma in Minderheid in eigen land beweert? Natuurlijk niet. Maar op een aantal cruciale onderwerpen vliegt hij uit de bocht. Dan citeert hij bronnen verkeerd, presenteert hij de geschiedenis onevenwichtig of verdraait hij zelfs de feiten. Dit maakt zijn boek in hoge mate onbetrouwbaar.”

Die formulering alleen al! Nee, niet álles is onzin. Daar had natuurlijk moeten staan: van het boek staat 98% als een huis. We laten Kromhouts termen ‘uit de bocht vliegen’ en ‘onevenwichtige presentatie’ buiten beschouwing als zijnde vaag gelul. Echter: bronnen verkeerd citeren en feiten verdraaien is concreet en ernstig. Slaagt Kromhout erin aan te tonen dat Bosma op zoveel “cruciale punten de waarheid geweld aan doet” dat zijn hele boek als “in hoge mate onbetrouwbaar” kan worden weggezet? Natúúrlijk niet!

Doctor Kromhout voelt zich behoorlijk verheven boven Bosma en dat laat-ie kinderlijk merken:

“Bosma’s beweringen heb ik zo veel mogelijk getoetst aan de huidige stand van de wetenschap.”

De huidige stand van de wetenschap. Op die hoogte bevindt Kromhout zich. Gewichtig hoor! En die Bosma doet louter “beweringen”.

Toch laat professor Kromhout twee keer weten dat Bosma niks nieuws vertelt:

“Dat deze geweldsvormen op een grote schaal hebben plaatsgevonden, is onder historici algemeen geaccepteerde kennis.”

“Dit is correcte en in brede kring bekende informatie.”

Toen ik in de jaren 1970 geschiedenis studeerde was de links beweging altijd op zoek naar de (actuele) “maatschappelijke relevantie” van de onderwerpen. Dat is Bosma gelukt: een mate van aandacht genereren voor de geschiedenis van Zuid-Afrika die de gezapige historici van de “algemeen geaccepteerde kennis” niet weten te wekken. Misschien zit daar een brokje kinnesinne van Kromhout bij, die zelf ploetert aan een ongetwijfeld oerdegelijk boek over Zuid-Afrika, dat alleen in de kolommen van de NRC een rimpeling zal veroorzaken.

Het creatieve taalgebruik van Bosma, wezenlijke factor in de reuring die zijn boek veroorzaakte, berispt de doctor historiae als volgt:

“En dan zijn er nog vele zelfbedachte frames van Bosma, zoals ‘autobandzender’, ‘slegs vir swartes’ en ‘blankenbelasting’.”

Alsof niet elk woord in elke taal een “frame” is. Zo zijn er mensen die als ze in een wei een loeiend en melkbaar beest zien met uiers, een kortharige bonte vacht en op vier poten, de volgende kreet slaken: “Kijk, een Zionistische slang!”

Jan Dirk Snel: Eerste Oosterparkstraat 168D 1091 HJ Amsterdam. Telefoon 020 6936424 en 06 5705 8127. E-mail j.d.snel@chello.nl. Ja, dat soort transparantie kan Wilders zich niet veroorloven. En ik ook niet.

Jan Dirk Snel: Eerste Oosterparkstraat 168D 1091 HJ Amsterdam. Telefoon 020 6936424 en 06 5705 8127. E-mail j.d.snel@chello.nl. Ja, dat soort transparantie kan Wilders zich niet veroorloven. En Bosma ook niet. En ik ook niet.

Kromhout presenteert zijn inhoudelijke kritiek onder vijf “kopjes”. Ik loop ze na.

Zomaar geweld

Kromhout: “( . . .) Bosma plaatst het geweld niet in zijn context. Voor de lezer lijkt het daardoor alsof het ANC op een kwade dag zomaar, zonder aanleiding, besloot terreuraanslagen te plegen. Een aantal dingen vertelt de auteur namelijk niet. Het ANC had tijdens de 48 jaar sinds haar oprichting in 1912 geprobeerd met de blanke minderheidsregering in dialoog te komen, maar zonder enig resultaat.”

De suggestie die hiervan uitgaat is: als de blanken nou maar geluisterd hadden, was het ANC nooit zo gewelddadig geworden. Dus de witte kolonialisten hebben het tóch weer gedaan. Impliciet komt bij Kromhout hier de hele illusionaire wereld van de gutmenschliche idealist naar boven waarmee Bosma afrekent. Bosma toont namelijk aan dat de witten en de gelen in staat zijn vooruitgang en welvaart te scheppen en dat “Zuid-Afrika” het zoveelste bewijs is dat de cultuur van de zwarte tot lichtgetinte medehumanist, voor zover het geen Aziaten zijn, leidt tot geweld, geweld, geweld, starnakelse incompetentie, corruptie en redeloze achterlijkheid die telkens nieuwe regressie produceert. Kijk naar heel Afrika en heel Arabierië gedurende de laatste 1400 jaar.

De titel waaronder Kromhout schrijft luidt: “Martin Bosma doet de waarheid over Zuid-Afrika geweld aan”. Zeker zal er op het boek van Bosma op onderdelen gerechtvaardigde kritiek mogelijk zijn, maar Kromhouts conclusie – “onbetrouwbaar” – is pas de echte gewelddaad. Tegen Bosma’s boek en mejuffrouw Clio zelf.

Kromhout suggereert dat Bosma een bij uitstek escalerende gebeurtenis als Sharpeville niet vermeld:

“Toen op 21 maart 1960 de politie in Sharpeville 69 betogers doodschoot, kwam er een stroomversnelling op gang. Op 30 maart riep de regering-Verwoerd de noodtoestand uit en op 8 april verbood zij het ANC. Zo bevorderde het regime de radicalisering van de antiapartheidsstrijd. Het ANC ging een nauwe verbinding aan met de al langer verboden Communistische Partij (SACP).”

U ziet: de kolonialistische witte onderdrukkers hebben het uitgelokt. Die zwarten wilden het goeie, maar ze werden tot het Kwaad gedreven door de witten. Maar de waarheid is natuurlijk dat ook de negroïde medemens niet ontkomt aan de Grote Wetten van de geschiedenis. Hier is zo’n wet en ik citeer mezelf maar weer eens:

“Over ‘Ach-het-is-maar-een-minderheid!’ gesproken: ik raad ( . . .) aan 4 minuten naar Brigitte Gabriel te gaan luisteren en te proberen ook nog werkelijk te begrijpen wat ze zegt. ( . . .) Namelijk dat die geschatte wereldwijde minderheid van 180 tot 350 miljoen (!) radicale moslims de agenda zal bepalen en niet die 75% vredelievende rest, zoals dat eerder onderweg naar Hitler, naar Stalin en naar Mao het geval was. Gabriel maakt duidelijk dat de vredelievende meerderheid altijd irrelevant is geweest. En ze had er aan toe kunnen voegen: als de meerderheid althans niet adequaat optreedt tegen het Kwaad.”

Het sterkste voorbeeld van een minieme minderheid die via terreur aan een op het oog gigantische meerderheid de wil oplegde, is voor mij inmiddels geworden de overwinning van het ANC op Inkhata in Zuid-Afrika in de loop van de jaren 1970 en 1980. Inderdaad: het ANC was (en is) puur terreur en Inkhata was gematigd en tegen geweld. Lees het in het fantastische boek van Martin Bosma, “Minderheid in eigen land” ( . . .).”

Ik bedoel dus het volgende: het ANC zou ook met toegevingen van het apartheidsbewind communistisch en gewelddadig zijn geworden, maar misschien zou het ANC dan eerder het blanke bewind als terreurdoel hebben gekozen en minder de Inkatha-bewging. Dat zou tot gevolg hebben gehad dat het ANC verloren zou hebben, Inkatha en het Apartheidsbewind gewonnen zouden hebben. En dan zou er, in geval van verstandigheid van het Apartheidsbewind, veel mogelijk zijn geweest.

Oh ja! Voor ik het vergeet! Bosma vermeldt Sharpeville uiteraard wél, maar niet als excuus voor de moord-martel-terreur van het ANC die vooral gericht was tegen mede-zwarten en medestrijders die een minder gewelddadige koers voorstonden. Op pagina 314 lezen we:

“In 2013 wordt een staking in de mijnen (100.000 stakers) gebroken door een slachtpartij in het dorpje Marikana. De beelden zijn een kopie van de taferelen onder de oude apartheid. De politie schiet in het wilde weg op de menigte: 78 gewonden en 44 doden. Sharpeville heet nu Marikana. Al vroeg op de dag bestelt de politie lijkwagens: vier stuks die elke acht lichamen kunnen vervoeren. Vierduizend stuks munitie worden aangevoerd. De politie plaatst eerst prikkeldraad. De drijfjacht kan beginnen. Van sommige slachtoffers zijn de handen op de rug gebonden. De politie gebruikt Caspirs, de pantserwagens die ook al tijdens de oude apartheid gebruikt werden. Tezamen met het prikkeldraad, barricades en traangas: het beeld is hetzelfde. Ook worden Nyala’s gebruikt: de wagens die een symbool waren van het vorige apartheidsbewind. Ze dienden toen om agenten door Soweto te vervoeren. Nu rijden ze met zwarte politie in op stakende mijnwerkers. Sommige demonstranten worden gemarteld op het politiebureau. Ze moeten met hun armen in de lucht staan, terwijl agenten hen in de ribben slaan.”

Kromhout vermengt zijn hoofdbeschuldiging – (i. e.: Bosma vermeldt niet dat het zwarte geweld uitsluitend voortkwam uit weigering tot onderhandelen en het geweld tegen de zwarten) – met suggestieve detailkritiek, waardoor een oppervlakkige lezer, en vooral eentje die al gehersenspoeld is door de main-sewer-media, al na Kormhouts eerste “kopje” besluit: die Bosma is een onbetrouwbare schurk.

Misschien dat Bosma op sommige detail-punten vergissingen maakt, maar het boek telt meer dan 500 pagina’s doorwrochte en complexe tekst met meer dan 2000 voetnoten. Ik kan niet beoordelen in hoeverre Kromhout gelijk heeft met die detail-kitiek over Luthuli, over het al dan niet bestaande antisemitisme in het SACP, over de mate waarin – en vanaf wanneer! – Inkhata terugvocht en over een door Bosma “bloedig” genoemde aanslag door het ANC waarbij volgens Kromhout geen bloed vloeide.

PLAASMOORDEN

Leeg land?

Kromhout sluit zich aan bij een kritiek van NRC-correspondent Bram Vermeulen die werd opgepikt door de redactie van ZAM Magazine. Bosma claimt in zijn boek dat de oer-vestigings-grond van de “Voortrekkers’ in Zuid-Afrika, het zogenaamde “Hogeveld”, onbewoond was.

“Als dat waar is”, zegt Kromhout, “dan recyclet hij een versie van de geschiedenis die het Apartheidsregime propageerde, maar die inmiddels door wetenschappers onderuit is gehaald.”

We zien even af van de insinuatie: Bosma is een Apartheids-liefhebber. We concentreren ons op het feit dat er bij Kromhout nu een uiterst merkwaardig stukkie tekst volgt, waaruit de lezer alleen maar de conclusie kan trekken dat Bosma héél erg evident en bewijsbaar liegt. Maar zo dom is Bosma natuurlijk niet. Dus Kromhout onderschat Bosma wel héél erg. Hij neemt hem blijkbaar niet serieus. En dat kan Kromhout maar beter wél doen.

Kromhout schrijft:

“Bosma heeft via Twitter ontkend dat hij het Hoge Veld leeg noemt. ‘Stop met gesubsidieerd liegen!’ bijt hij de ZAM-redactie toe.”

En dan citeert Kromhout een fors aantal passages bij Bosma, waarin hij het “Hogeveld” inderdaad “leeg” en “nagenoeg leeg” noemt.

Mijn conclusie: Bosma kán met die twitter-opmerking “stop met gesubsidieerd liegen” dús niet bedoeld hebben: jullie beweren onterecht dat ik het Hogeveld “leeg” heb genoemd.

Dús ik ga op zoek. En wat vind ik? Dat NRC-correspondent Bram Vermeulen en “ZAM” Bosma ervan beschuldigen dat Bosma spreekt van een “leeg land”, insinuerende dat Bosma beweert dat heel Zuid-Afrika leeg was toen de witmannen arriveerden. Inderdaad staat boven het artikel van Vermeulen als kop: “Blanke Afrikaners troffen leeg land aan”. Wie heel precies leest, komt erachter dat Vermeulen kán bedoelen dat Bosma slechts beweert dat alléén het Hogeveld leeg was. Maar ja: welke gehersenspoelde lezer van de NRC of ZAM merkt onderstaande subtiliteit in het betoog van Vermeulen op?

“[Bosma] schetst hoe de nazaten van de Culemborgse VOC-man Jan van Riebeeck die in 1652 in de Kaap landde, ‘onbewoond land’ aantroffen toen ze begin negentiende eeuw naar het ‘Hogeveld’ trokken. Dat is het gebied waar nu ondermeer de steden Johannesburg en Pretoria liggen.”

Uit die twee zinnen kán je zoals gezegd lezen dat Vermeulen alleen maar beweert dat Bosma alleen spreekt over het Hogeveld als “leeg”. Maar eenduidig is het niet. En ik vermoed dat Vermeulen bewust de suggestie heeft willen wekken dat Bosma héél Zuid Afrika bedoelde. En ik denk dat Bosma dáár kwaad over was.

Dat is dus het ene nivo van suggererend liegen dat Bosma in zijn twitter bedoeld kan hebben.

Maar er zijn meer nivo’s. En wel een ongelooflijk idioot nivo. Bosma zelf stelt de idiotie van Vermeulen-annex-ZAM op GeenStijl als volgt aan de kaak:

“Vermeulen brengt Jan van Riebeeck (1652) als bewijs van iets dat rondom 1840 plaatsvindt, 1500 kilometer verderop. Je moet maar durven. Natuurlijk had Van Riebeeck contact met de Khoisan. Maar die woonden helemaal niet op het Hogeveld. De Khoi en de San zijn ook helemaal geen bantoe-volkeren. En natuurlijk vochten Engelsen met Xhosa’s in de oostkaap. Maar dat is iets anders dan het Hogeveld. Alles wordt op een hoop gegooid: eeuwen, volkeren, gebieden. Elk onderscheid verdwijnt. Alles gaat de blender in. Het riekt naar PVV en kan dus niet deugen. Schieten maar.” [mijn vet]

Ja, inderdaad, krankzinniger en gemener wordt het niet, wél leugenachtiger, want Vermeulen, aldus Bosma, verzwijgt ook nog eens een zwart-op-zwart genocide waardoor dat Hogeveld ontvolkt raakte:

“Wat Vermeulen onder het tapijt schuift is een complete genocide. Ik noem die wel in mijn boek. Het is de Mfecane, een serie vernietigingsoorlogen, volksverhuizingen en hongersnoden aan het begin van de negentiende eeuw. Met hoofdrollen van zoeloekoningen Shaka en Dingane, plus de opstandige generaal Mzilikazi. Overal vinden slachtpartijen plaats. Hele stammen worden uitgemoord of migreerden; de Matabeles trekken bijvoorbeeld naar het huidige Zimbabwe. In totaal vallen mogelijk 1 tot 2 miljoen doden.

De gevolgen zijn enorm. Allerlei missionarissen, handelaars en avonturiers noteren dat. ‘Now, not a single inhabitant is to be seen’, schrijft dr. Andrew Smith (1835). Soortgelijke observaties zijn er van Fyn (1824), Archbell (1833), Cloete (1832). Robert Moffat schrijft:  “Now nothing remains but dilapidated walls and heaps of stones and rubbish.” Voortrekkers als Louis Trichardt en Susanna Smit noteren iets dergelijks. Als Vermeulen dergelijk archiefwerk schuwt, had hij het zich ook makkelijk kunnen maken. Op Wikipedia staat: “the whole region became nearly depopulated”.

En dan is er nog een dérde zeiknivootje bij Vermeulen dat ook Kromhout uitmelkt. Mag je een land wel onbewoond noemen als er alleen maar sporadische nomaden rondtrekken met hun vee? Wat mij betreft wel en vooral als het gebied deze karakter-trekken heeft:

(Bosma) “Hier is wat ik zeg in mijn boek: toen de Voortrekkers arriveerden, stond het centrale Hogeveld nagenoeg leeg. Wel hadden er eeuwenlang in beperkte mate allerlei (vooral nomadische) volkeren rondgewandeld. Het Hogeveld is in de winter koud en onherbergzaam. Er is sprake van lange droogte. Dat levert problemen op met vee en landbouw.”

Kromhout heeft nog een vierde mekkerniveau:

“( . . . .) maar hij vertelt in elk geval niet dat toen de eerste Voortrekkers in 1836 de Vaalrivier overstaken, ze werden geconfronteerd met de Matabele. Eerder waren deze door de Zoeloes uit Natal verdreven, maar ze hadden zich opnieuw gevestigd ten westen van het huidige Pretoria. Hun koning Mzilikazi beschouwde dit deel van het Hogeveld als zijn territorium en probeerde de blanken te verjagen. Maar de Matabele werden verslagen bij Vegkop (bij Heilbron) en Mosega (Mafikeng). ‘Nu waren er geen serieuze rivalen meer voor de emigranten op het plateau van het Hogeveld,’ schrijft Hermann Giliomee in The Afrikaners.”

En wat moeten we daar, vraag ik Kromhout, dan voor moreel-geschiedkundige oordelen uit halen? Dat Zoeloes en Matabele veel meer recht hadden op het land dan de Afrikaner Voortrekkers? Dat lijkt namelijk wel het implicitum van Kromhout te zijn. Meer nog: Kromhout suggereert dat Bosma dit opzettelijk verzwegen heeft om aan te kunnen sluiten bij het gelogen geschiedverhaal van de Apartheidsracisten. Kijk maar:

“Dit zijn geen onschuldige vergissingen. De ‘architect van Apartheid’ Hendrik Verwoerd (1901-1966) gebruikte bovenstaande mythes om 87 procent van Zuid-Afrika als ‘blank’ te bestempelen. Tegenwoordig zetten sommige Afrikaner groeperingen ze in voor hun streven naar een zelfstandige blanke ‘volksstaat’. Met een van deze groeperingen, die zich heeft gevestigd in het dorpje Orania in de noordelijke Karoo, onderhoudt Bosma betrekkingen. In het dorp mogen alleen Afrikaners wonen.

Bosma noemt Orania in zijn boek één keer en zegt erbij dat de bewoners ‘door progressieve journalisten altijd worden afgeschilderd als “extreem-rechts” of “racistisch”.’ Dat laatste is echter een juiste constatering. Orania is exclusief bedoeld voor Afrikaners, die volgens de eigen definitie blank zijn. Een van huis uit Afrikaanssprekende kleurling die gek is op koeksisters en elke zondag in de Nederduitse Gereformeerde Kerk zit, wordt door de mensen in Orania niet als een Afrikaner beschouwd.” [mijn vet]

Wat zullen we daar nou eens van zeggen? Dit: hoezo mogen “blanke” Afrikaners die leven in een diep agressieve en racistische door zwarten gedomineerde maatschappij, waar gewone moorden en “plaasmoorden” op blanken aan de orde van de dag zijn, waar de verkrachtingen door de straten gieren, waarom, vraag ik, mogen die niet een veilige haven creëren, als Femke Halsema en soortgenoten wanneer ze per ongeluk in Nederland in een “verkeerde” postcode wonen massaal hun kinderen naar witte scholen bakfietsen?

En ook Kromhout begint nog maar eens te zeuren over “Jan van Riebeeck in 1652” en over archeologen die in de jaren 1980 sporen van Bantoe-populaties uit omstreeks 300 hebben gevonden. Kijk, als er sporen van Joodse beschaving uit die tijd in Palestina worden gevonden is dat relevant, maar Bantoes in 300 in Zuid-Afrika betekent net zoveel als Hunebedden in Drente uit het Neo-Lithicum. Interessant, maar zonder verdere betekenis voor wat wij moderne beschaving noemen.

Gelukkig meldt het krantenbericht niet of het een viriele ebbenhoutkleurige dader of een gefeminiserde bleekscheet was. En de statistische zwart-wit-kansen plus de statistische wreedheden vind je alleen op social-media.

Zuid-Afrikaanse “rapegate”. Gelukkig meldt het krantenbericht niet of het een viriele ebbenhoutkleurige dader was of een gefeminiseerde bleekscheet. De statistische zwart-wit-kansen plus de statistische wreedheden vind je alleen op die nare social-media.

Bakfiets punt nl

Bakfiets punt nl

Succesvolle Economische Minderheid

Kromhout: “Bosma beschrijft hoe positieve discriminatie door de ANC-overheid desastreus uitpakt voor het functioneren van Zuid-Afrika en hoe een kleine zwarte elite zich bovenmatig verrijkt. Dit is correcte en in brede kring bekende informatie.”

In brede kring bekend. Wisten de echte geleerden allááááng. Dat is weer de kinnesinne richting Bosma die een relevant boek heeft geschreven en zorgt dat een forse kring van gewone mensen het nu óók weet. Want als je van de main-sewer-media en deftige geleerden als Kromhout afhankelijk bent, kom je nooit wat te weten. Dan krijg je foute stukjes als dat van Vermeulen in de NRC en de weigering van de NRC om het verpletterende antwoord van Bosma te publiceren.

Bosma noemt de Afrikaners een “Succesvolle Economische Minderheid” een concept van Amy Chua uit haar boek “World On Fire” die voorbeelden geeft als Chinezen in Azië, Joden in nazi-Duitsland, Armeniërs in het Ottomaanse Rijk en de Afrikaners in Zuid-Afrika en die vervolgens ten offer vallen aan de afgunst, rancune en moordlust van meerderheden.

En dan pikt Kromhout er één voorbeeld uit om Bosma’s stelling te falsifiëren:

“Maar hij vergeet een belangrijk verschil: de Duitse Joden boekten hun successen op eigen kracht, nadat zij eeuwenlang tweederangsburgers waren geweest. Zij zijn niet altijd een bevoorrechte groep geweest, zoals de Afrikaners en andere witte Zuid-Afrikanen.”

Maar dat is de stelling van het gelegenheids-koppel Chua-Bosma helemaal niet, namelijk dat minderheden alleen vanuit een underdog-positie welvaart en vooruitgang scheppen. De stelling is volgens mij dat Europeanen, Chinezen, Joden en Armeniërs dit vanuit elke positie doen, als bazen en als gelijkberechtigden of zelfs minder dan gelijkberechtigden, omdat het een mentaliteitskwestie is. Als ze koloniseren, zoals de Europeanen en Chinezen, organiseren ze arbeid en kapitaal zodanig dat er een ongekende dynamiek ontstaat. En dat ging in het verleden inderdaad samen met slavernij en uitbuiting. Maar als ze een minderheid zijn en zelfs een onderdrukte minderheid, slagen ze er óók in zich als groep te onderscheiden. Het gaat om mentaliteit! De Joden hebben het gedaan vanuit beide posities: als minderheid in Europa, als onderliggende minderheid en als bovenliggende meerderheid in Palestina. En voor de Joden geldt bovendien: ze boekten altijd succes zonder uitbuiting en slavernij te gebruiken.

En je kon het verwachten: Kromhout gaat natuurlijk breed de wreedheden en de slavernij uitmeten waaraan de Afrikaners zich schuldig hebben gemaakt. Zeker, het zal allemaal best waar zijn. En het is erg genoeg dat de mens zo slecht richting het Paradijs op Aarde evolueert. Maar het verschil is dat aan het einde van het proces onder de Apartheid er een moderne supereconomie in Zuid-Afrika bestond en dat toen de zwarten in 1994 aan het bewind kwamen ze die hele supereconomie binnen de kortste keren heruntergewirtschaftet hebben. Ze hebben een omgekeerd Wirtschaftswunder geschapen, zoals Bosma terecht vast stelt. Terzijde zij opgemerkt dat het Duitse Wirtschaftswunder van na 1945 tot stand kwam zonder slavenarbeid van welk mensenras dan ook. Het omgekeerde Wirtschaftswunder van Zuid-Afrika kwam wél tot stand middels zwarte slavenarbeid, al mocht het natuurlijk niet zo heten. Echt, professor Kromhout, het is de mentaliteit die de doorslag geeft.

Kromhout is nog niet klaar. Niet alleen hadden die Afrikaners hun welvaart te danken aan de slavenarbeid van de zwarten, maar ook aan het systematisch voortrekken van blanken op de arbeidsmarkt, dus niet aan hun discipline, creatieve intelligentie en organisatievermogen:

“Na de verloren Boerenoorlog waren de Afrikaners allesbehalve een Succesvolle Economische Minderheid. Diegenen die hun land hadden verloren en niet als bywoners naast zwarte pachters op de plaas van de grote boren wilden wonen, verpauperden en trokken naar de steden. Ze werkten in mijnen en fabrieken en woonden in etnisch gemengde buurten zoals District Six en Sophiatown. Een kleine Afrikaner elite – bestaande uit dominees, politici en wetenschappers zoals de jonge socioloog Hendrik Verwoerd – zagen dit met lede ogen aan en wilden iets doen aan het armblankesvraagstuk. Hun oplossing: pak de beter betaalde banen van zwarten en kleurlingen af en geef ze exclusief aan mensen van de eigen blanke groep. Zo’n colour bar was al in 1912 geïntroduceerd, maar werd in 1926 flink uitgebreid door een coalitie van de Nasionale Party en de Labour Party. De wettelijke bevoorrechting van witte werknemers bleef een van de pijlers van de Apartheidspolitiek. Zodoende kwam blanke armoede tot 1994 vrijwel niet voor. Ook de huidige generatie Afrikaners profiteert indirect nog van die discriminatie. De rijkdom is nog steeds uiterst ongelijk verdeeld over blanke en zwarte Zuid-Afrikanen, al zijn groepen, met name laag opgeleide Afrikaners economisch afgegleden.”

Ik weet niet wat Bosma zelf op deze kritiek zou antwoorden. Maar ik zeg het volgende.

De vraag is natuurlijk: zou zonder dat voorkeursbeleid en die discriminatie er aan het einde van de Apartheid ook een moderne supereconomie hebben gestaan in Zuid Afrika? De vraag stellen is hem beantwoorden. Nergens ooit in de geschiedenis hebben zwarte Afrikanen een fatsoenlijke economie kunnen opbouwen. Nergens zijn zwarte gemeenschappen – ook niet in moderne door blanken beheerste economieën – succesvol geweest als gemeenschap. Integendeel, zwarte gemeenschappen worden disproportioneel geteisterd door alle denkbare sociale plagen. En dat is een mentaliteits-kwestie. Alle mensen die ik ken en die werkelijk langdurige met zwarte Afrikanen hebben gewerkt zijn het over één ding eens: het ontbreekt zwarten over het algemeen aan de discipline die nodig is voor een succesvolle maatschappij en economie. Een man die jarenlang door oorlogsgebieden in Afrika heeft gezworven als nota bene correspondent van een communistische krant verwoordt het op rijpe leeftijd nu aldus: “Als je één jaar lang in welk Afrikaans land dan ook verblijft en je komt niet terug als racist, dan ben je een idioot.” Pregnant, ik geef het toe.

Maar ik althans wil uit dat soort “racisme” jegens de zwarte medehumanist geen conclusies trekken die leiden tot uitbuiting, slavernij en concentratiekampen, kortom tot een houding tegenover mijn zwarte broeder of zuster die niet voldoet aan het criterium: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Ik heb als ketelbinkie begin jaren 1960 op Zuid-Afrika gevaren en ik herinner mij de lege conservenblikjes die de zwarte havenarbeiders – in Kaapstad, Durban, Port Elizabeth en East London – hoopvol bij de matrozeneetzaal achterlieten. Ik zorgde altijd dat ze gevuld werden. En zonder neerbuigendheid. Ik herinner me het kleine Portugese onderdeurtje in Lourenço Marquez (Maputo), een havenbaasje dat een schitterende grote neger, een voorman-havenarbeider, aan boord stond uit te schelden terwijl hij hard aan zijn oor trok. Het onderdeurtje moest helemaal naar boven reiken, maar . . . . . . . hij kreeg een geweldige knal voor zijn kanis van een Nederlandse matroos, een Molukker. Ik heb zelden zo van geweld genoten.

Maar desalniettegenstaande en niettemin trek ik wel de conclusie dat ik begrip heb voor een politiek die de economie in handen van de blanken wilde houden en voorkeur had voor een gesegregeerde ontwikkeling. Niet alleen was economische bloei afhankelijk van blanken, dat wil zeggen bezitters van een Europese mentaliteit, maar ook was het zaak de zwarten “eronder te houden” omdat elke Afrikaner wist wat er te gebeuren stond als de zwarten de macht zouden overnemen. Datgene namelijk wat er inderdaad gebeurd is: de creatie van een racistische, misdadige, incompetente en corrupte staat.

In een interview afgenomen door Sam van Rooy met een periodiek van het Vlaams Belang geeft Bosma antwoord op de vraag

“Had die oude apartheid dan succesvol door iets anders dan de huidige apartheid kunnen worden vervangen?”

“Ja, want de Inkatha vrijheidspartij was de grootste anti-apartheids-beweging van Zuid-Afrika. Die had ook kunnen winnen. Het was een min of meer christelijke, conservatieve club die een federaal Zuid-Afrika wilde. Dat had de diverse volkeren in de verschillende gebieden ruimte kunnen bieden. In 1984 had Inkatha maar liefst één miljoen leden, tegenover slechts 2000 ANC-leden.”

Ook volgens Bosma – die overigens het apartheidsbewind veroordeelt: daarover bestaat nogal wat moedwillig misverstand – had er dus een bepaalde mate van ruimtelijke segregatie moeten plaats vinden in een geweldloze periode van overgang onder leiding van de Zuid-Afrikaanse regering en Inkatha. Maar het Zuid-Afrikaanse Apartheidsbewind is veel te lang intransigent gebleven. Als er ergens “blanke schuld” ligt dan dáár. Als het terroristische en communistische ANC van de macht was weggehouden, had het er in Zuid-Afrika nu heel anders kunnen uitzien. Maar het zíét er nu dus zó uit:

“Het is onthullend. President Zuma, getrouwd met vijf vrouwen, liet een paleizencomplex bouwen in Nkandla, in de provincie KwaZulu-Natal. Zijn kinderen bezetten topfuncties in tientallen overheidsbedrijven. Het ANC hobbelt van schandaal naar schandaal. Winnie Mandela, eredoctor aan de Universiteit Utrecht, betaalt haar schulden niet. Op 21 mei 2013 kreeg ze de deurwaarder op bezoek. Zij vergrendelde alle deuren. De deurwaarder belde slotenmakers maar niemand durfde te komen. Op 16 augustus 2012 schoot de oproerpolitie 34 stakende mijnwerkers dood. Aartsbisschop Tutu heeft uit protest zijn lidmaatschap van het ANC opgezegd. Maar waar zijn de Nederlandse anti-apartheidsactivisten? Zuid-Afrika is weer ‘ver weg’. Ze verstoppen zich.”

(Bovenstaand citaat is een passage uit een recensie van Bosma’s boek door Derk-Jan Eppink boek in de Volkskrant van 10 juni 2015. Bosma wijst op deze passage in een interview met Sam van Rooy voor Vlaams Belang.)

Een gezin van ‘évolués’ in Leopoldstad, Belgisch-Congo, 1952 - Foto C. Lamote /KMMA Geschiedenis. Ja, ik wéét dat de bleekscheten in Congo decennia vreselijk te keer zijn gegaan.  En toch denk ik dat de witten - gemiddeld! - inmiddels geëvolueerder zijn dan de zwarten.

Een gezin van ‘évolués’ in Leopoldstad, Belgisch-Congo, 1952 – Foto C. Lamote /KMMA Geschiedenis. Ja, ik wéét dat de bleekscheten in Congo decennia vreselijk te keer zijn gegaan. En toch denk ik dat de witten – gemiddeld! – inmiddels geëvolueerder zijn dan de zwarten.

Dat brengt ons meteen bij kopje 4 van Kromhout.

Oude en nieuwe Apartheid

“Geschiedwetenschappelijk is deze definitie weinig waard.” Daar is-ie weer, professor Kromhout. Ik heb niet de leeftijd van Kromhout kunnen achterhalen. Maar ik hoop werkelijk dat-ie nog eens uit deze ernstig potsierlijke deftigheid geraakt. Hij heeft het over de definitie van apartheid die door Bosma wordt gehanteerd, namelijk eentje van de VN, die volgens Kromhout “van apartheid weinig meer maakt dan onderdrukking van de ene etnische groep door de andere”.

Men begrijpt: hier is een vakhistoricus aan het woord die walgt van “a-historische” benaderingen en de specifieke context van tijd en plaats in het oog wil houden. In dit geval speelt echter, behalve Kromhouts onthechte ambachtelijk-academisch verlangen, ook Kromhouts lust een rol om de uitzinnige en unieke misdadigheid van de Apartheid te benadrukken.

Je moet overigens, tussen haakjes en zo in het algemeen gesproken, erg oppassen met unieke historische contexten van de unieke menselijke daden. Want er zijn algemeen menselijke patronen, die niet elke miljoen jaar veranderen. Ik heb dat ooit aangetoond met als voorbeeld die halve gare Robert O. Paxton. Deze krypto-antisemitische lijpenist – (dús een icoon aan de postmoderne relativeer-universiteit) – meent dat je pas van nazisme en fascisme kan spreken als die verschijnselen zich voordoen nadat er eerst vrije instituties waren in een democratische maatschappij. Oh ja: en religie kan ook nooit fascistisch zijn, volgens hem. Maar hij had één uitzondering: de Joden in Israël.

Nee, ik ben van mening dat veel menselijke eigenschappen redelijk tijdloos zijn en slechts langzaam evolueren. Zodat ik moet dissideren als Kromhout zegt:

“Allerlei uiteenlopende politieke systemen, waaronder het nationaal-socialisme, zouden zo als apartheid kunnen worden aangemerkt.”

Welzeker zou dat kunnen! En het thuisland voor de Joden heette onder de nazi’s Auschwitz. Overigens lagen er plannen klaar voor een eigen vorm van gescheiden ontwikkeling van die Herrenrasse en wel im Ostraum. En we hebben hier ook meteen een tijdloze kern te pakken niet alleen van het nazisme maar ook van de islam. Eentje ook van hét kenmerk van vooral de zwarte medemensman: in het rond neuken en je kinderen in de steek laten. Zie Zuma in het bovenstaande citaat van Eppink. (Nee, Zuma liet zijn kinderen niet in de steek omdat-ie ze kon inzetten in z’n corrupte netwerk.) En zie de verkrachtingscijfers in Zuid-Afrika. En zie de cijfers over alleenstaande zwarte moeders overal ter wereld. In de islam is trouwens ook veel tijdloze diepe menselijkheid. Zoals ik eerder schreef:

“Het doel voor de machtige moslim-mannen is zoveel mogelijk seks met zoveel mogelijk en zo jong mogelijke vrouwen plus behoud van macht plus aanzien plus materieel bezit. De islam heeft alle wezenlijke kenmerken van het nazisme. De nazi-top had dan ook de stiekeme droom om als de oorlog gewonnen zou zijn op grote landerijen in de Ostraum als hereboeren onder gebruik van Slavische slaven ‘s morgens te vissen, ‘s middags te jagen en ’ s avonds niet de kritische kritiek te bedrijven, maar een harem van Arische blondines te neuken in dienst van het vaderland om Arische Nachwuchs te maximaliseren.”

De unieke gruwelijkheid van de Apartheid “zoals die tussen 1950 en 1994 in Zuid-Afrika werd doorgevoerd” meent Kromhout te ontwaren in de thuislandenpolitiek, de pasjeswetten, “het verbod op interraciaal seksueel contact” en het feit dat de rassensegregatie in bijna elke wet was geclausuleerd.

Ik denk samen met Kromhout dat de Apartheid inderdaad uniek was, en daarom schrijf ik dat woord, anders dan Bosma, wél met een hoofdletter. Maar niet uniek in gruwelijkheid. De Apartheid was een unieke periode in de geschiedenis van de Westerse beschaving inzake slavernij en discriminatie. Het was een periode van bewustwording. En de culminatie van die bewustwording was de thuislandenpolitiek. Het was de erkenning dat de Afrikaanse medemenselijke humanist toch net een slag minder gedisciplineerd, creatief en dynamisch is dan de witte Europeaan. En dat-ie niet alleen maar slachtoffer is, maar ook enorme daderpotentie heeft. Tegelijk werd daaraan de poging gekoppeld om de zwarte medemens op eigen kracht te laten emanciperen. Ja, dat klinkt tegenstrijdig en dat was het ook. Maar de werkelijkheid bood geen andere keus.

Kromhout legt alle nadruk op de geringe economische levensvatbaarheid van die thuislanden. En verwijt Bosma dat hij alle nadruk legt op het feit dat die thuislanden al voorafschaduwden wat het huidige Zuid-Afrika is geworden: corrupt, misdadig en incompetent. Tsja, wie heeft er gelijk? Ik denk ik. Namelijk als ik zeg dat die thuislanden een relatief succes hadden kunnen worden als het Apartheidsregime genereuzer en eerder was geweest in een samenwerking met Inkatha. Maar altijd, zo meen ik, onder supervisie van de witte blankman, voorzien van de Europese mentaliteit! Want als de zwarte Afrikaanse ebbenhoutman het op zijn eentje moet doen, wordt het wat héél Afrika nu is: een misdadige, racistische en incompetente puinhoop. Het spijt me, ik kan de evolutie van de gemiddelde zwarte medehumanist en van “Afrika” niet persoonlijk versnellen. Ik kan de waarheid die de geschiedenis en de actualiteit opleveren niet veranderen. En alleen voor quasi-linkse idioten is de waarheid vrijblijvend. Voor een tijdje althans. Tot er écht op de linkse deur wordt geklopt.

Héél vervelend en iets wat een analyse van Kromhouts betoog erg arbeidsintensief maakt – ik zeg het ten derde male – is die voortdurende vermenging van mierenneukende detailkritiek met de kritiek op de hoofdstellingen van Bosma. Héél vervelend is ook dat trekje van linkse types om de persoonlijke motieven verdacht te maken van al wie het niet met ze eens is. Neem nou eens de eerste zin van Komhout in deze alinea:

“Ook sommige andere passages suggereren nostalgie naar de tijd vóór 1994. ‘In het pre-ANC-tijdperk kon iedereen ’s avonds ongehinderd over straat lopen,’ schrijft Bosma. ‘In de wijk Sunnyside in Pretoria had niemand een schutting. Je klopte gewoon bij elkaar aan voor een koffie.’ (p. 264) Dit idyllische beeld verschilt inderdaad nogal van de verloederde grotestadswijk die Sunnyside tegenwoordig is. Maar Bosma vertelt niet dat het vroeger alleen maar zo’n leuke blanke buurt kon zijn vanwege de strikte rassenscheiding. Niet-blanken mochten Sunnyside niet in zonder pasjes, en die werden alleen verstrekt aan dienstboden, tuinmannen en ander servicepersoneel. Het Sunnyside van destijds verschilde feitelijk weinig van de gated communities buiten de stad, waar tegenwoordig veel blanke Zuid-Afrikanen wonen.”

Die insinuatie in de eerste zin is smerig. Bosma heeft uitbundig duidelijk gemaakt dat hij de Apartheid zoals gepraktiseerd van 1950 tot 1994 verwerpt. Wat Kromhout volgens mij wel mag lezen in Bosma’s hele boek: een besef dat Afrika en de gemiddelde zwarte mens niet zonder de leidende hand van de Europese bleekscheten-cultuur kan. Inderdaad: Sunnyside was alleen veilig door het pasjes-systeem. Met die werkelijkheid moet je dealen. Ik heb al in 1993 een Afrikaner en zijn zoontje van 12 een aantal weken in huis gehad. Ik vond ze ’s morgens vroeg slapend op de houten banken van een Amsterdams stadspark. Ze waren samen met moeder – (zij had wél een logeeradres gevonden) – “Sunnyside” toen al ontvlucht vanwege de misdadigheid van vele zwarten in Zuid-Afrika. Ik hoorde toen voor het eerst de term “rape-gate”: de tralies die blanken voor hun kamerramen hebben om te voorkomen dat zwarte verkrachters, rovers en moordenaars hun huizen zouden binnendringen. In datzelfde jaar 1993 heb ik dat gevoel, namelijk dat zwart en bruin Afrika nog lang niet zonder de leiding van wit Europa kan, verwoord in een artikel onder de titel: “Rekolonisatie met de rechten van de mens in de hand.”

“Apartheid” in het nieuwe Zuid Afrika: ANC-er vlammenwerpt een Inkatha-Zoeloe (Soweto 1991)

“Apartheid” in het nieuwe Zuid-Afrika: ANC-er vlammenwerpt een Inkatha-Zoeloe (Soweto 1991)

Gelijk en ongelijk

Onder dit kopje zeurt Kromhout over de vraag wie Bosma nou precies bedoelt met degenen die inzake Zuid-Afrika indertijd ongelijk of gelijk hadden. Daar is Bosma duidelijk over: het ongelijkst hadden die types die actief het ANC steunden. Waarna Kromhout vast stelt dat je het dan toch hebt “over een behoorlijk deel van de bevolking, die geen Outspan-sinaasappels meer kocht,’s zondags geld in het collectezakje deed voor Kairos, of actief was in een van de vele lokale anti-apartheidscomités”. Maar in plaats van daaruit te concluderen dat dit de misleidings-kracht illustreert van het links-Orwelliaanse culturele monopolie-conglomeraat dat toen subsidiegwijs al behoorlijk genesteld was en tot op heden het bewustzijn van de “gewone man” in Nederland en Europa bepaalt, zegt hij dat Bosma het dús mis heeft wanneer hij beweert dat Nederland helemaal niet warm liep voor de marginale anti-Apartheidsbeweging.

Hoe dan ook is de kwestie niet van zeer groot gewicht en illustreert de hang bij Kromhout die ik hier voor de zoveelste keer signaleer: het vermoeiende vermengen van de kritiek op hoofdlijnen met gemierenneuk over secundaire zaken en details.

Spijkers op laag water zoeken doet Kromhout ook als hij meent te moeten ingaan op degenen van wie Bosma zegt dat ze gelijk hadden. Daaruit vist-ie dan Prosper Ego en het GPV die volgens hem écht voor blijvende Apartheid waren en tegen gelijke rechten voor de zwarte medemens. En als dat nou eens helemaal precies zo zou wezen, dan nóg rijzen minimaal twee vragen. Wist Bosma dat? Doet dat standpunt af aan het gelijk dat Prosper Ego en het GPV hebben gekregen inzake de ontwikkeling in Zuid-Afrika?

Maar de hamvraag is natuurlijk: in hoeverre hadden Prosper Ego en het GPV gelijk toen ze meenden dat de gemiddelde zwarte medemens de eerste 1000 jaar niet zonder de zachte leidende hand van een blanke, Europese mentaliteit kan? En voor Europa is één vraag nóg hammiger. Het is de vraag die Bosma aan de orde stelt: gaat Europa de islamisering overleven? Daarbij – en dat is mijn toevoeging- komen ook lastige “genetische” kwesties aan bod die je allemaal Piet Grijs-gewijs van tafel kan krijsen, zonder dat ze weggaan. Zoals: heeft 1400 jaar islam – dat is de onderdompeling van 70 generaties in een ideologie die alle wezenskenmerken met het nazisme deelt – iets met het DNA van de gemiddelde moslim gedaan? Als ik alléén al kijk naar de reacties in islamitische kring op de vrijspraak voor de juweliersvrouw die twee Marokkaanse overvallers dood schoot, dan zou ik twijfelen of . . . . . eh . . . . . er genoeg moslims zijn die “ons” op het niveau van de Rede kunnen en willen ontmoeten.

Nadat Pia Dijkstra via Radio Freedom heeft meegeholpen Zuid Afrika gezond te maken, is ze gespecialiseeerd geraakt in gezondheidszorg

Nadat Pia Dijkstra via Radio Freedom heeft meegeholpen wit Zuid-Afrika geestelijk gezond te maken, is ze ook geïnteresseerd geraakt in de lichamelijke gezondheidszorg

Mugabe, ook al zo'n favoriete massamoordenaar van de linkse idealisten, eet een taartje ter gelegenheid van zijn eigen verjaardag

Mugabe, ook al zo’n favoriete massamoordenaar van de linkse idealisten, eet een taartje ter gelegenheid van zijn eigen verjaardag

____________________

Dit stuk is doorgeplaatst op E. J. Bron

Advertenties