Nee, dit is een andere Albert Heijn, die in de Molukkenstraat

Nee, dit is een andere Albert Heijn, die in de Molukkenstraat

De Amsterdamse Albert Heijn is gelegen vlak bij een VMBO-school en vanmorgen tegen half elf ging ik daar een boodschap doen. Toen ik naar buiten ging, begon er een rij scholieren binnen te stromen. Ik ben blijven staan tot de rij opdroogde. Ik schat dat het er minimaal drie honderd waren. Wat is er eigenlijk gebeurd met de briefjes op de winkeldeur die zeggen: “Niet meer dan drie scholieren tegelijk naar binnen”? Ze liepen in plukjes, waarbij het opviel dat vooral de hoofddoekmeisjes elkaar hadden opgezocht. Achteraf probeer ik me één duidelijk autochtoon blank kind voor de geest te halen. Dat lukt me niet, maar ik sluit niet uit dat er een stuk of drie tussen hebben gelopen. De kinderen gedroegen zich gedisciplineerd en te oordelen naar de dunne rij waarin ze arriveerden – het was géén aanstormende, schreeuwende horde – waren ze in die school druppelsgewijs losgelaten met het consigne . . . . . . eh . . . . . géén aanstormende, schreeuwende horde te worden. Niettemin heb ik met open mond staan kijken en op een gegeven moment hardop voor mij uit gezegd: “Wir schaffen das!”

Naar huis lopend mijmerde ik over de integratie bij Albert Heijn. Mijn indruk is dat de uitermate vriendelijke moslims die daar werken slechts “integreren” voor zover het nodig is om sociaal-economisch te kunnen functioneren, met de nadruk op “economisch”. Voor de rest blijven ze cultureel parallelle maatschappijen vormen in hun getto’s. Zelfs als ze tussen de autochtonen wonen blijven ze geestelijk en sociaal in de moslim-wereld. Hans Werdmöller is buiten de academische kringen gestoten omdat hij onderzoek deed naar de criminaliteit onder Marokkanen. In de woorden van Joost Niemöller:

“Zeer leerzaam zijn de ervaringen van de mensen die eerlijk vertellen over hun ervaringen in de modder van de multiculturele samenleving. De verhalen van politie agenten. Van leraren. Van ambtenaren die moeten beslissen over uitkeringen. Van juweliers. Buschauffeurs. Je zou een boek samen kunnen stellen met alleen al die verhalen. Zo zou er een oprecht beeld ontstaan van het snel verzurende Nederland van de laatste veertig jaar. Een beeld dat we nauwelijks kennen uit de media, waar de werkelijkheid voor de gewone Nederlanders is weggehouden, en de immigrantengeschiedenissen in het zonnetje worden gezet.”

Werdmöller heeft dat dus buiten de institutionele kaders moeten doen en dus zal er ook geen “officieel” onderzoek zijn naar de vraag die ik mijzelf stelde toen ik van Albert Heijn op weg was naar huis: integreren moslims via de werkvloer? Het antwoord is natuurlijk “nee” en precies daarom wordt het ook niet onderzocht en gedocumenteerd en blijft het buiten het Nederlandse “nationale” bewustzijn.

Verder mijmerde ik onderweg over een lerares op precies die betreffende school, die ik bij Pauw had gezien en waardoor je toch weer ietsje anders tegen die brave rij van 300 lichtgetintiërs ging aankijken. Ik schreef:

“Misschien is er enige hoop op vooruitgang in de wanhoop en verbijstering van Trudy Coenen. Deze dame geeft les op een VMBO-school in Amsterdam en ze is niet uit praatprogramma’s weg te slaan als het gaat om de allochtone probleemjeugd. Geen wonder: ze ziet er goed uit, is welbespraakt en gematigd-realistisch-idealistisch-semi-politiek-correct. Een vrouw die al jarenlang met de poten in de modder staat die onze elite decennia lang vrijelijk Nederland heeft laten binnenstromen.

Ze vertelt over wat er in haar klassen gebeurde de dag na de aanslagen in Parijs, dus op Charlie Hebdo en de Joodse winkel. De 12-jarige moslimpjes vertellen dat het allemaal niet echt gebeurd is en dat het in scène is gezet om de islam zwart te maken. Vervolgens komt Coenen in twee klassen met 14-jarigen. Precies hetzelfde verhaal bij deze kinderkens. En voor zover aanvaard wordt dat het toch wel echt gebeurd is, zijn de kinderen van mening dat het eigen schuld dikke bult is. Moet je de Profeet maar niet beledigen.

Ze is in die dagen wel eens zo verbijsterd en wanhopig naar huis gereden, vertelt Coenen, dat ze overwoog op te houden met lerares spelen. Maar misschien is ze toch nog net niet verbijsterd en wanhopig genoeg geweest. Want als ze het heeft over de ‘open sfeer’ die er moet heersen tussen de leraar en moslimse jeugd zegt ze: ‘Ik ga ze niet overtuigen van mijn gelijk, want misschien heb ik dat helemaal niet.’ Ja, dat is dus precies de cultuur-relativistische zwaar uitgezaaide kanker waaraan het hele Westen bezig is te creperen. Als ze zegt dat leraren al veel te veel op hun bordje krijgen en dat ze fungeren als de Haarlemmerolie voor alle maatschappelijke problemen – homohaat, loverboys en nu ook de islam – dan schijnt ze niet te beseffen dat ze eigenlijk maar één probleem benoemt. Jammer dat ze de Jodenhaat niet noemt.”

Schaffen wir das? Ja, wir schaffen uns in einen Bürgerkrieg hinein.

PAUW COENEN 1

PAUW COENEN 2

PAUW COENEN 3

_______________

Advertenties