Jahjah met het symbool van de Palmaffiaanse nazislami's om zijn nek

Jahjah met het symbool van de Palmaffiaanse nazislami’s om zijn nek

Dit stukkie gaat, ondanks de namen in de titel, over het meest vervolgde volk in de geschiedenis, de Joden, en over hun land Israël, het juridisch en moreel meest legitieme land uit de wereldgeschiedenis dat zich weet omringd door de haat van de meest immorele ideologie uit de wereldgeschiedenis, de nazislam.

Wouter van Oorschot zat deze zondag in Buitenhof om zijn dwaallicht te laten schijnen over het uitgeven van Abou Jahjah door de Bezige Bij, een uitgeverij die is voortgekomen uit het verzet tegen de nazi’s. Wat een verwarde ouwehoer is dat zeg, die Van Oorschot! Geen touw vast te knopen aan zijn vage gelul. Nou ja: toen-ie gevraagd werd of hij ooit Martin Bosma zou hebben uitgegeven, was hij wél duidelijk: nooit, want Bosma was een foute man. Dat hoefde Van Oorschot van VPRO-meisje Marcia Luyten verder niet uit te leggen. En dat zou hij ook niet gekund hebben,omdat hij ten eerste de indruk wekt niks te kunnen uitleggen en ten tweede omdat Martin Bosma géén foute man is. En dat laatste heb ik zelf dan weer meerdere malen uitgelegd: hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier.

Van Oorschot hoefde ook niet te verklaren waarom hij niks van Abou Jahjah zei te weten en meisje Luyten hoefde van zichzelf evenmin te expliceren waarom ze Van Oorschot dan eigenlijk ueberhaupiter had uitgenodigd. Had mij maar gevraagd, dan had ik uitgelegd dat Abou Jahjah een leugenaar, een genocidalist en een antisemiet is, zoals hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier en hier en  hier en hier.

De antisemitische VPRO had diezelfde zondagmorgen een interview uitgezonden van wijlen Wim Brands met de Israëlische schrijver David Grossman die een zoon verloor in de Libanon-oorlog van 2006. Een alleraardigste man met een ongetwijfeld schitterend intellect en een hoogstaande moraal en daarom is het extra schadelijk dat ook hij, net als zijn collega Amos Oz, dat stompzinnige gezwatel over die non-existente “bezetting” ten beste geeft. Kijkluister vanaf 22:30 (de docu gaat vanzelf lopen!) en hoorzie Grossman vertellen van het vreselijke onrecht van “de bezetting” en al dat vreselijks dat “de Palestijnen” is aangedaan.

Maar het is simpelweg niet wáár, er IS geen bezetting en Israël heeft het internationaal-juridische en morele volste recht om die 2% van Samaria-Judea onder controle te houden. Het is uitsluitend te wijten aan de haatopwekking en de agressie vanaf 1920 van de eigen leiders van de Palestijnse Arabieren en aan de Arabische wereld als geheel dat Israël niet anders kan dan een minimale aanwezigheid “op de Westbank” handhaven.

En toevallig – ach wat is toeval? – kreeg ik deze zondagmorgen ook een docuutje van 5 minuten binnen van Israel Video Network over de Palmaffia’s. Daarin wordt Pat Condell kort geciteerd: “Alles wat iemand van het Midden-Oostenconflict moet weten is dat de Israëli’s vrede willen en de Palestijnen niet.” En Dennis Prager, die niet geciteerd wordt, maar wel decennia geprofessoreerd heeft inzake dat zéér, zéér, zéér complexe conflict vat het net zo kort samen: “De Arabieren willen de Joden vermoorden.” En zolang het Westen die moordwil en die moordenaarsbendes blijft subsidiëren zal ook het karakter van het conflict hetzelfde blijven: een hopeloze, wrede, gruwelijke farce die tot een nucleaire wereldbrand kan leiden.

UPDATE 19 APRIL 2016:

Ik had niet gedacht na het vertrek van Benno Barnard en de linkse coup bij Knack – een, twee, drie, vier –  ooit nog eens instemmend uit dat blad te kunnen citeren. Maar hier schetst Fons Duchateau van de Nieuwe Vlaamse Alliantie en “schepen voor Inburgering en Integratie in Antwerpen” toch een aardig portret van Abou Jahjah.  Ik citeer:

Abou Jahjah zelf is de alibi Ali. Het alibi om alles wat fout gaat in andermans schoenen te schuiven’, schrijft Laat het me alvast voor mezelf als Vlaming en politicus duidelijk stellen: Racisme is niet de oorzaak voor de schooluitstroom zonder diploma bij moslimjongens. Racisme is niet de reden waarom diezelfde jongeren geen werk vinden. Racisme is zeker niet de reden waarom jongeren achter hun computerscherm zich bekeren tot een massamoordende ideologie. En zo kan ik wel even doorgaan.

Racisme is laakbaar en terecht strafbaar. Maar wie racisme als oorzaak voor deze problemen aanwijst en de problemen binnen de eigen gemeenschap verdoezelt, is een deel van het probleem. Niet van de oplossing. Wie rellen met jongeren in Molenbeek verklaart door het te hebben over ‘pestende politie’ en ‘de neiging van jongeren om een beetje rebels te zijn’, is deel van het probleem. Niet van de oplossing. Iemand die zich burgerrechtenactivist noemt en het niet heeft over de positie van de vrouw in bepaalde strekkingen binnen de islam, maar wel over Zwarte Piet, is een deel van het probleem. Niet van de oplossing. Niet de allochtone politici die hij zo graag verwijten maakt, maar Dyab Abou Jahjah is de alibi Ali. Het alibi om alles wat fout gaat in andermans schoenen te schuiven.

Ik begrijp dat het in linkse kringen een prettige tijdsbesteding is om zich door ‘de man van De Standaard’ te laten geselen met het fetisj dat hij van racisme heeft gemaakt. De man die het naar eigen zeggen een ‘catastrofe’ zou vinden om homoseksuele kinderen te hebben en het onbetamelijk vindt wanneer iemand hem zou verplichten om dat te aanvaarden, mag zijn simplisme zelfs kritiekloos combineren met een ‘mini-burgerrechtenbeweging’, een krantencolumn en een boekcontract [bij de Amsterdamse verzetsuitgeverij De Bezige Bij]. Abou Jahjah heeft van de handel in racisme en scheldpartijen, zijn eigen kleine KMO gemaakt. ( . . .)

Steeds vaker doet Jahjah me denken aan de Palestijnse salon-verzetsheld uit Monty Python’s ‘Life of Brian’ die, voor hij tot zijn fundamentele kritiek komt, eerst een waslijst moet afdreunen van wat de Romeinen wél voor hem gedaan hebben:

‘All right… all right… but apart from better sanitation and medicine and education and irrigation and public health and roads and a freshwater system and baths and public order. . . what have the Romans done for us?’.

UPDATE 21 APRIL 2016:

Ik kom er een beetje laat achter, maar Afshin Ellian heeft al in 2003, toen de NRC nog niet helemaal was weggegleden in islamofilie en antisemitisme, een inzichtgevend stuk geschreven over Abou Jahjah. Dat inzicht is . . . . . nou ja: lees de slotalinea’s van Ellians stuk uit 2003 maar waar hij beschrijft waarnaar Jahjah streeft:

Dit volk [de moslims in België] moet in de Arabische taal en de islam worden opgevoed, onderwezen en gevormd. Daarvoor moet men aparte gemeenschappen creëren met islamitische scholen, wijken en netwerken.

Dit idee is domweg Libanon: er is maar één ongelukje nodig en dan barst de burgeroorlog los. De droom van onze krijger wordt uiteraard bepaald door zijn ervaringen in zijn geboorteland Libanon: aparte, gescheiden gemeenschappen die in een soort ghetto’s naast elkaar leven. Ghetto’s zijn niet zo slecht, vindt Abou Jahjah, als mensen maar in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Abou Jahjah gebruikt dreigende taal in zijn boek. Wat wij integratie noemen, is voor hem assimilatie, gepaard gaande met uitsluiting en onderdrukking. Er zullen dus ,,verdedigingslinies” komen. De militaire aspecten van Jahjahs woordgebruik verraden zijn ware agenda: een verdedigingslinie veronderstelt metterdaad een front. We begrijpen nu beter zijn nostalgie naar het front en zijn wapen.

Abou Jahjah verspreidt een intense haat jegens het gastland waaraan hij alles te danken heeft. Hij is buitengewoon gastvrij behandeld door de Belgen: universitaire studie en werk op behoorlijk niveau. Hij heeft misbruik gemaakt van het asielrecht, want, zo geeft hij toe, hij was niet op de vlucht voor Hezbollah. Hij bewonderde juist Hezbollahs en ze waren zijn vrienden. Toch probeert hij in België pressiegroepen te vormen, die niet terugschrikken voor straatgevechten. Het incident in Borgerhout, waarbij een Marokkaan door zijn psychisch gestoorde buurman om het leven is gebracht, gaf Jahjah munitie om vanwege vermeend racisme het vertrouwen in de rechtsorde op te zeggen. Jahjahs droom drong ineens de realiteit binnen, er ontstond een Arabisch front dat vriend van vijand scheidde.

Abou Jahjah is niet eerlijk en wil ook geen eerlijk debat. Hij zou het immers terecht racistisch vinden wanneer er, op basis van de misdaden van de Marokkaanse moordenaars en verkrachters, beweerd zou worden dat de Arabische misdadigers de Europeanen willen uitroeien. Bindmiddel in de strijd voor een Arabisch Derde Rijk is de gezamenlijke vijand: Israël en zijn bondgenoten. Het gaat hier nimmer om de oprichting van de staat Palestina dat hoeft helemaal niet. Palestina, Irak, Marokko zullen de provincies zijn van de grote Arabisch Staat. Dit is de tragedie van de Israëliërs en de gewone Palestijnen: veel pro-Palestijnse landen en sommige personen hebben louter belangstelling voor de vernietiging van de joodse staat en niet voor een Palestijnse staat.

Abou Jahjah herschrijft en vervalst de geschiedenis om aan het grote fascistoïde doel (de vernietiging van de joodse staat) legitimiteit te verschaffen. Zo lezen we niets over de relaties tussen nazi’s en Arabieren, noch over de moordpartijen in Syrië, Egypte, Koerdistan, Iran, et cetera. Abou Jahjah probeert in de ideologische voetsporen van Saddam Hussein te treden. Saddam was een meedogenloze krijger op de juiste plaats, een land met een voedingsbodem voor zijn ideologie. Jahjah is een mediakrijger in een verkeerd land.

En op 20 april 2016 komt Ellian met een nieuw stuk over Jahjah naar aanleiding van het auteurscontract dat Jahjah bij verzetsuitgeverijj “De Bezige Bij” heeft gekregen. Nu schrijft Ellian:

Dyab Abou Jahjah, de Libanese aanhanger van de terreurbeweging Hezbollah, is na een decennium afwezigheid terug in Brussel. Zijn verschijning heb ik gekarakteriseerd als een mediakrijger. Hij werd niet groot gemaakt door de moslimjongeren, maar vooral door Belgische en Nederlandse media.

Ellian citeert Jahjah:

Als Arabieren kunnen we een dergelijke staat niet erkennen, noch het bestaansrecht ervan aanvaarden. Als we dat zouden doen, ontkennen we ons eigen nationale bestaan en onze eigen nationale aspiraties. Het Arabisch-Israëlische conflict gaat niet over grenzen, het gaat niet over territorium, het is een strijd om het bestaan, zoals Jamal Abdul Nasser ooit zei. Het is een strijd om het bestaan omdat het bestaan van de staat Israël een totale ontkenning is van het Arabische nationale bestaan.

Mijn commentaar: het probleem van de Arabieren is dus het bestaan van Israël? Terwijl de bloeddorstige en achterlijke Arabische dictaturen samen 640 keer zo groot zijn als de humane democratie Israël? Aan deze krankzinnigheid kan je de diepte van het antisemitisme van Jahjah en trouwens van de meeste moslims afmeten.

ISRAEL DIT MOET WEG

______________

Advertenties