Professor doctor Martin Kramer, president van het Shalem College in Jeruzalem, zegt:

“Deze spetterende docu belooft de censuur door het Israëlische leger bloot te leggen van de wreedheden uit de oorlog van 1967. Maar wat het echt blootlegt is de agenda van de makers.”

Kaboemmie!

“Deze docu promoot zichzelf dus met een leugen: ‘Door de Israëlische overheid gecensureerd, dus moet het wel allemaal waar zijn!’ De zware beschuldigingen worden geuit door een ‘linkse’ selectie van veteranen, allen uit de kibboetssfeer. Getuigenissen van veteranen staan bekend als notoir onbetrouwbaar. En deze getuigenissen worden ook nog op een onverifieerbare en emotionerende manier gepresenteerd door er lekkere beelden bij te zoeken. Gefeliciteerd VPRO! Very high brow!”

De avantgardistische incrowd-antisemieten van de VPRO hebben alwéér een “Israël-kritische” docu op de kop getikt: “Censored Voices”, tot 31 december 2018 on-line te zien. Ze kúnnen het niet laten, daar bij de alternatieve omroep, en daaraan herkennen we de echte Jodenhaters.

Theodor Holman heeft naar aanleiding van het contract dat een andere “Israël-kritische” ploert bij verzetsuitgeverij de Bezige Bij kreeg – Abou Jahjah – opgemerkt dat je voor vrijheid van meningsuiting kan zijn, maar dat zulks niet betekent dat je elke krypto-jihadist een podium moet bieden. Zo zou je als invloedrijk Nederlands medium kunnen kiezen om eens een keertje je gore rotkop dicht te houden over de menselijke zwakheden van een natie die al bijna 100 jaar wordt blootgesteld aan de Arabische terreur. Soulsearching kunnen ze daar zelf als geen ander, want Joden, en die zijn eigenlijk de uitvinders van het geweten. En ook daar zijn vele gewetensvollen geworden tot linkse gewetensdrollen, nóg harder doorgeslagen in het schuldbesef waarvan de Joods-Christelijk-Verlichte traditie is doordrenkt.

En niet alleen kunnen ze hun gewetensonderzoek daar zelf wel af, het Israël-bashen is al sinds de overwinning van Israël in de juni-oorlog van 1967 grote linkse mode: zie de Volkskrant, het NOS-journaal of de NRC of de populaire linkse talk-shows of de antisemitische VPRO zelf. En dat obsessieve gezeik over Israël is de laatste decennia bepaald gevaarlijk geworden met de groeiende invloed in Nederland van een intens antisemitische ideologie als de islam.

Jaja! Drie keer zo groot! En twee-en-en-halve keer komt voor rekening van de vruchtbare Sinaïwoestijn die Israël dus móést bezetten omdat Egypte geen vredesverdrag wilde sluiten en de Israëli's geen zin hadden om weer ten koste van veel verliezen die Sinai te moeten veroveren.

Jaja! Drie keer zo groot! En twee-en-en-halve keer komt voor rekening van de vruchtbare Sinaïwoestijn die Israël dus móést bezetten omdat Egypte geen vredesverdrag wilde sluiten en de Israëli’s geen zin hadden om bij een volgende oorlog weer ten koste van veel verliezen die Sinai te moeten veroveren.

Maar enfin: de VPRO-baasjes moesten nodig weer aan de Israël-kritische tiet. Yam-yam en smuller-de-smul! Oh, wat zijn we toch goed bezig! De verlekkering klinkt door in de aankondiging van de VPRO:

“Een week na het einde van de Zesdaagse Oorlog nam een groep kibboetsbewoners openhartige gesprekken op met teruggekeerde soldaten. De onthullende opnames over hun ervaringen, die direct werden gecensureerd door het Israëlische leger, zijn in 2Doc: ‘Censored Voices’ voor het eerst te horen.”

“Onthullend”! Wat? Het Jodenkwaad natuurlijk! En “direct” gecensureerd! Door wie? Door datzelfde Jodenkwaad natuurlijk! Jodenschuld, dikke bult!

Het trailertje dat de VPRO bijvoegt:

“In de oorlog zijn we allemaal moordenaars geworden.”
“Hij trok zijn UZI om hem af te maken.”
“En toen een Arabier de woestijn in rende , schoot hij op hem, zomaar.”

Luister naar de opgewonden voice-over aan het end van het trailertje:

“Het ware verhaal van de Zesdaagse Oorlg vastgelegd op geheime opnames. Vanavond in Twee-Doc: Censored Voices!”

De suggestie die de VPRO-smulpaapjes wekken in dat 24-seconden-trailertje is dus: oorlogsmisdaden zijn het ware verhaal van de Zesdaagse oorlog. Er zijn natuurlijk altijd individuele excessen in een oorlog, maar het IDF heeft een tienduizend maal hogere oorlogsmoraal dan welk Arabierenleger ook.  Het is nu zo en is ook altijd zo geweest:

Arthur Koestler “Promise and Fulfillment: Palestine 1917- 1949”:

“( . . .) in elk geval begingen de Joden geen individuele daden van sadisme (. . .) Maar op andere plekken werden de lijken van Joden die in Arabische handen waren gevallen gecastreerd gevonden en met hun ogen uitgestoken. ( . . .) Voor ik Tel Aviv verliet heb ik de hand gelegd op een collectie foto’s die ik aan Alexis Ladas van de Commissie van de Verenigde Naties heb doorgegeven. Ze tonen grinnikende mannen in Arabische uniformen poserend voor de fotografen met hun bajonetten verzonken in een stapel naakte en verminkte lijken en dergelijke ( . . . ) ik vermeld dit onderwerp met tegenzin ( . . .) dit soort zaken is niet begonnen met de oorlog; vanaf de dag van de eerste Joodse nederzettingen, was een Jood als hij de langs de kant van de weg vermoord werd gevonden bijna altijd verminkt.”

De VPRO heeft nog meer insinuerende tekst in zijn aankondiging:

“Het einde van de Zesdaagse oorlog (5-10 juni 1967) was tegelijk het begin van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Onder leiding van schrijver Amos Oz en editor Avraham Shapira worden de eerlijke gesprekken opgenomen.

De soldaten spreken openlijk over hun gevoelens en over hoe zij het vinden dat Israël is veranderd van een David in een Goliath. De overwinning doet de mensen juichen in de straten, maar niet iedereen is blij. Amos Oz is bang dat de bezetting van de veroverde gebieden en de kolonisatie van de burgerbevolking de morele waarden van de bestaande maatschappij zal vernietigen. Hij probeert op dit kritieke moment in de geschiedenis, een maand na de oorlog, te begrijpen wat er speelt. De gesprekken die hij met de soldaten van ’67 voert, doen hem besluiten om deze op te nemen.

Als we nu luisteren naar deze authentieke geluiden van toen, wordt meteen duidelijk dat de toekomst van Israël zich anders ontwikkeld zou hebben als men 45 jaar geleden beter naar deze stemmen had geluisterd. En nu zijn deze geluiden nog urgenter geworden in het huidige Israël.

Ik heb de smeerlapperij vet en blauw gemaakt. Het meest verontrustende is: weinig mensen in het Westen zijn nog in staat de vrome leugenlaster te herkennen omdat een nep-linkse zelfverheffingsneurotencultuur, die van de 68-ers en hun klonen, vanaf begin jaren 1970 de hele Europese cultuur steeds sterker is begonnen te overheersen. Europa en Israël gaan kapot aan de Linkse Kerk.

Het einde van de oorlog in juni 1967 was ”tegelijk” het begin van “de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden”?

Om te beginnen zijn het géén “Palestijnse gebieden”. En wel om drie redenen. Ten eerste zijn Samaria-Judea (“de Westbank”) en Gaza gebieden die krachtens het nog altijd geldige Verdrag van San Remo van 1920 tot het vestigingsgebied  van de Joden behoren. Ten tweede werden Samaria-Judea en Gaza door respectievelijk Jordanië en Egypte veroverd in 1948 in een aanvalsoorlog en vervolgens dús  illegaal bezet. Ten derde was de oorlog van 1967 opnieuw een aanvalsoorlog van de Arabieren en was Samaria-Judea voor de tweede maal de springplank voor een poging tot genocide op de Israëli’s waaruit het internationaal juridische en doodgewone morele recht van Israël volgt om vooral Samaria-Judea in bezit te nemen.

Alléén al om die drie redenen kan er dus geen sprake zijn van “bezetting”.

Maar er is nog een vierde reden. Want de “bezetting” van Samaria-Judea was niet “tegelijk” met het einde van de oorlog, maar Israël werd na drie maanden, namelijk op 1 september 1967, gedwongen de controle te gaan uitoefenen over Samaria-Judea en Gaza. Want op die datum eindigde de conferentie van de Arabische landen in Kartoum  met de beruchte drie-keer-nee-resolutie: nee tegen onderhandelingen, nee tegen vrede, nee tegen erkenning. Terwijl Israël, met die duizend procent juridisch en moreel recht op heel Samaria-Judea en heel Gaza, zich bereid toonde om met slechts minieme grenscorrecties in zijn uiterst kwetsbare taille en een gedeeld gezag over Jeruzalem genoegen te nemen.

Één zinnetje VPRO-vuiligheid, die dus algemene linkse leugenlastervuiligheid is, en je kan het honderd keer uitleggen, maar het helpt dus geen reet. Ze gaan gewoon door. En de volgende keer komt wéér diezelfde rotzooi uit de lasterende liegbekken.

En dan Amos Oz, die bang is dat de moraal in Israël zal aangetast worden door de “kolonisatie” van de “veroverde” gebieden.

Eerst dat woord “kolonisatie” maar eens. Net zoals de Joden in heel Palestina vanaf 1880-1890 welvaart, gezondheid en humane waarden brachten, deden ze dat vanaf 1967 ook in Gaza en vooral in Samaria-Judea. De reden dat de opgaande lijn niet kon worden volgehouden, was dezelfde als die voor héél Palestina gold vanaf 1920: de domme terreur van de Palestijnse Arabieren.

Voorts: die aantasting van de moraal van de Israëli’s: mag ik eens een omdraaiing plegen? Het zou beter zijn als links Israël en trouwens héél D66 het ‘ns een keertje zou kunnen opbrengen om een héél, héél, héél groot feit tot de afgestompte zelfverheffingsneurotenhersens te laten doordringen: de van de nazistische islam doordrenkte Arabieren hebben niet diezelfde neiging tot gewetensonderzoek, schuldbesef en twijfel als Jesse Klaver. In de allerstoutste gedachten die het reptielen-residu in mijn brein produceert, vermoed ik wel eens dat véél islamitische mensen – niet allemaal natuurlijk: je hebt ook goeien! –  in 1400 jaar nazistische islam, dat zijn 70 generaties, genetisch zodanig defect zijn geraakt dat ze beyond repair bloeddorstige en gewetenloze gekken zijn geworden. Ik zou zeggen: trek eens een lijntje tussen het citaat van Koestler hierboven en ISIS.

Dus het is níét zo dat  “Israël zich anders ontwikkeld zou hebben als men 45 jaar geleden beter naar deze stemmen had geluisterd”. De islam produceert al 1400 jaar hetzelfde wat deze religie vanaf 1920 in Palestina produceerde: terreur. Het is een illusie te denken dat welke concessie dan ook van de Israëli’s – niet eens zelfopheffing: kijk hier de eerste 40 seconden! – de geschiedenis van Palestina vreedzamer had kunnen doen verlopen. En dat “deze geluiden nog urgenter [zijn] geworden in het huidige Israël” is al helemaal een chotspe. In 1967 had je nog illusies kunnen hebben, en zelfs in 1993 met “Oslo”, maar al een jaar na “Oslo” al niet meer omdat toen al duidelijk was dat Arafat de “accoorden” systematisch en bewust aan het saboteren was.

Realisme is moeilijk voor de linkse mens, die vóór alles het fijn wil hebben in zijn eigen hoofd zolang het er niet afgezaagd wordt door een jihadist. De linkse zelfmanifestant is vóór alles een narcistische hedonist, een echte BMW-er. En nog moeilijker is die erkenning van de onverzoenbaarheid van de islamitische Arabieren en de “Palestijnen” voor Israëli’s. Ik kan me voorstellen dat je tot het uiterste bereid bent je eigen humane waarden in je doodsvijand te projecteren, omdat het alternatief de erkenning is dat je als natie de eerste duizend jaar niet op vrede hoeft te rekenen. Caroline Glick is daarom iemand met niet alleen een uitzonderlijk analytisch vermogen, maar ook een meisje met uitzonderlijke morele moed. En daarom zijn linkse Joden als Amos Oz en Ari Shavit met al hun talenten misleide geesten. Niettemin zouden zij – en al helemaal Amos Oz die op 4 mei 77 wordt – toch zo langzamerhand de ogen moeten gaan openen.

LOUSHY MOR REVEALS IN A MORAL WAY

Dat geldt ietsje minder voor de maakster van de docu “Censored Voices”, met de welluidende naam Mor Loushy, maar niet véél minder. Het is een meisje dat wel van een subtiel onthullinkje houdt, een bloot knietje of een Israëlisch oorlogsmisdaadje. En dan maar hopen dat de Arabieren onder de indruk raken van die soul-searching. Het verkleinwoord “oorlogsmisdaadje” is natuurlijk nooit terecht, maar wat we in de docu zien en horen is pure misleiding. Martin Kramer heb ik leren kennen als een historicus die zijn vak verstaat en die al meer nauwkeurig analyserend Israël-bashers aan de kaak heeft gesteld. Bijvoorbeeld de grote profeet Ari Shavit en zijn leugens over Lydda.

KRAMER MARTIN

Ik heb Martin Kramer wel eens erg onheuzig bekritikasterd, maar hij is me later ruim meegevallen zoals u hier en hier kunt lezen

Ik vraag aandacht voor het essay van Martin Kramer in Mosaic van juli 2015 “Who Censored the Six-Day War?”Het zijn meer dan zesduizend woorden, maar ik zal proberen de essenties er zo kort mogelijk uit te puren en de sappigste regels te citeren.

Professor doctor Martin Kramer, president van het Shalem College in Jeruzalem, zegt:

“Deze spetterende docu belooft het censureren door het Israëlische leger bloot te leggen van de wreedheden uit de oorlog van 1967. Maar wat het echt blootlegt is de agenda van de makers.”

Kaboemmie!

Kramer geeft de details van het enorme succes en de ruime aandacht die de docu heeft gehad. Want voor “onthullingen” over de slechtheid van Israël is altijd een markt, vooral als er Joden aan het zelfbeschuldigen zijn. In de film zien we veteranen van de juni-oorlog in gedachten verzonken luisteren naar hun eigen stemmen van bijna 50 jaar geleden. Onder die stemmen zijn beelden gemonteerd die niet van de incidenten zijn die de veteranen aan het beschrijven zijn. Het linkse politieke doel is een tegenbeeld te scheppen van Israël als de natie die zich succesvol had verdedigd tegen een poging tot vernietiging door de Arabieren, namelijk een Israël  dat door de oorlog van 1967 veranderde in een natie die tot ontzetting van de eigen soldaten Arabieren verdreef en vermoordde en welke soldaten vervolgens ook nog monddood werden gemaakt door datzelfde Israël. Het succes van de film drijft vooral op de centrale claim dat 70% van de inhoud indertijd, in 1967, door de censor werd verwijderd. Want oorlogsmisdadige Joden en een Joodse overheid die de oorlogsmisdaden toedekt, is natuurlijk onweerstaanbaar. Maar het is een leugen.

De docu baseert zich op materiaal dat al twee keer eerder behandeld was.

Allereerst door de “kibbutzniks” onder leiding van Amos Oz en Avraham Shapira, welke laatste er een boek over uitbracht: laat in 1967 in het Hebreeuws onder de titel Siah Loḥamim  (Soldiers’ Talk: soldatentaal)  en  vervolgens in een vertaling van 1971 als The Seventh Day: Soldiers’ Talk about the Six-Day War.

De tweede keer was in een proefschrift van 2003 van een protegé van Shapira, een student genaamd Alon Gan, die constateerde dat Shapira cum suis, onder wie Amos Oz, zichzelf hevig hadden gecensureerd, zowel de verhalen van de meer “rechtse” orthodoxe soldaten – die op aandringen van Amos Oz er helemaal werden uitgelaten –  als die van de meer “linkse” soldaten. Uit Gan’s dissertatie blijkt verder dat de echt harde verhalen van wreedheden er eveneens werden uitgelaten, om zowel het imago van het leger niet al te zeer te beschadigen alsook om de individuele soldaten in bescherming te nemen.

De censuur van het Israëlische leger op het alreeds gekuiste materiaal was inderdaad aanvankelijk groot, vanwege censor kolonel Walter Bar-On, maar . . . . . . toen sprong kolonel Mordechai Bar-On (géén familie!) in de bres voor het boek van Shapira en werd het in zijn geheel toegelaten met een paar minieme aanpassingen.

Kortom: in het proefschrift van Alon Gan wordt bewezen dat Soldiers Talk van Avraham Shapira door Shapira zelf en door Amos Oz werd gecensureerd. Daar was de leger-censor helemaal niet aan te pas gekomen.

shapira avraham

Avraham Shapira

Dat proefschrift van Alon Gan – ik heb geen portret van hem kunnen vinden – werd voltooid in 2003 maar niet gepubliceerd en dus werden zijn conclusies, namelijk dat Shapira en Oz zichzelf zwaar hadden gecensureerd, géén media-hype. Dat veranderde toen de journalist en historicus Tom Segev aandacht aan Gan en die censuur besteedde in zijn boek van 2007: “1967: Israel, the War, and the Year that Transformed the Middle East”. Segev maakte nogal een punt van die censuur en ineens stonden Shapira en Oz in het middelpunt van een nationaal schandaal onder de beschuldiging van witwassen van een gruwelijke oorlog. Een definitief bewijs dat het een geval van zelfcensuur betrof was wel het feit dat onder die kritiek Shapira geen moment de leger-censor de schuld gaf. Want dat zou toch de ideale ontsnapping aan die kritiek geweest zijn.

Nu wordt ook duidelijk waarom Shapira na 2007 geen mens, geen historicus en geen journalist, meer toegang heeft gegeven tot het materiaal: hij wilde geen verdere onderbouwing en uitmelking van die beschuldiging van zelfcenuur.

Blijft de vraag waarom Mor Loushy wél toestemming kreeg. Het zou Loushy’s vasthoudenheid kunnen zijn geweest en, zoals ze zelf zegt, persoonlijke chemie tussen haar en Shapira. Maar het zou ook wel eens kunnen zijn dat Shapira een kans zag schoongewassen te worden van die beschuldiging van zelfcensuur en dat hij vervolgens een dealtje met Loushy heeft gesloten: jij mag ook de erge dingen uit die soldatengetuigenissen gebruiken, maar dan moet jij je docu brengen onder het voor de markt aantrekkelijke motto: van dit materiaal werd in 1967 70% gecensureerd door de Israëlisch staat dus dan moet het wel waar zijn! Maar kolonel Walter Bar-On noch kolonel Mordechai Bar-On hebben die ergere getuigenissen ooit onder ogen gehad! (In een later artikel over Loushy signaleert Kramer dat ze steeds verder is teruggekrabbeld: van “70% was in 1967 gecensureerd” tot “er was eigenlijk nauwelijks iets gecensureerd”.)

Tenslotte gaat Kramer in op de notoire onbetrouwbaarheid van getuigenissen van oorlogsveteranen:

“A body of research, mostly in relation to veterans’ claims of post-traumatic stress disorder, has analyzed and quantified the problem. One influential study established that nearly 40 percent of Vietnam veterans who claimed to have experienced combat-related stress hadn’t had combat exposure in the first place. They were also the ones who more commonly described having witnessed or committed battlefield atrocities.  ( . . .) The historian’s solution is to take soldiers’ accounts as a point of departure, and then cross-reference them with other sources. The problem with the concept of Soldiers’ Talk is that it wasn’t meant to assemble the evidence that would make this possible. Amos Oz, himself a writer of fiction, set the tone for the project from the beginning: talk not about what you did during the war, he instructed participants, but about what you experienced. ‘The key word here’, Oz recently reminisced, ‘is what you felt’. Soldiers’ Talk wasn’t a project to uncover and document war crimes. It was about eliciting the emotions of the soldiers, in a way more consistent with internal group therapy than with investigation. As a result, the organizers made no effort to collect and corroborate details about specific events, and soldiers gave no names, places, or dates.”

Deze docu promoot zichzelf dus met een leugen: ‘door de Israëlische overheid gecensureerd, dus moet het wel allemaal waar zijn!’ De zware beschuldigingen worden geuit door een “linkse” selectie van veteranen, allen uit de kibboetssfeer. Getuigenissen van veteranen staan bekend als notoir onbetrouwbaar. En deze getuigenissen worden ook nog op een onverifieerbare en emotionerende manier gepresenteerd door er lekkere beelden bij te zoeken. Gefeliciteerd VPRO!

________________

 

Advertenties