Zomaar eens wat aan mekaar ge-associeerd vanwege Orlando, toen het liedje van een terecht geïntimideerde Hans Teeuwen in mijn hoofd bleef zeuren. Teeuwen zong de seksueel aangedreven roofmoordenaars-ideologie toe als een lentebriesje:

Isláám, isláám, isláám, jou treft geen enkele blaam,
je kunt er niets aan doen, als je flipt van een cartoon,

Je zult nog moeten leren, met vrijheid om te gaan,
homo’s accepteren en de vrouwtjes niet te slaan,

Ga jezelf bevrijden en gooi je haren in de wind
hou op met dat besnijden, ‘t is niet prettig voor zo’n kind

Ga heerlijk zonnebaden en doe dat lekker bloot,
eet een stukje varkenskarbonade met een jood,

Islam, islam, islam, jou treft geen enkele blaam,
je kunt er niets aan doen, als je flipt van een cartoon,

De wereld blijft veranderen, doe mee en ga op zoek,
sta open voor de anderen, blijf niet hangen bij dat boek,

Je hoeft niets uit te leggen, en ik neem je niet de maat,
want niemand kan je zeggen, waar het leven over gaat

Nee, niemand kan je zeggen, waar het leven over gaat
Oh islam, oh islaaaam, oh isla-la-la-lalala-laaam’.

KOOLE RUUD

Goedmenselijke totaal-naïeveling en hoogleraar in de PvdA-politicologie Ruud Koole

In de volgende scène uit het boek “Mijn Vrijheid” treedt op Ruud Koole (1953), een hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden en van 2001 tot 2005 voorzitter van de PvdA. Tot juni 2015 was hij lid van de Eerste Kamer voor die partij. Zijn tegenspeelster is Ayaan Hirsi Ali die verder geen introductie behoeft. Vlak na de aanslag op de Twin Towers) van 11 september2001 heeft Ayaan een gesprek met Ruud Koole terwijl ze samen van een spoorwegstation naar hun werk lopen:

“Ruud schudde verdrietig zijn hoofd om wat er was gebeurd. Hij zei: ‘het is zo vreemd dat steeds meer mensen zeggen dat het iets met de islam te maken heeft, vind je niet?’.

Ik kon er niets aan doen: voordat we op kantoor waren had ik het er al uitgegooid: ‘Maar het gáát ook om de islam. Dit is gebaseerd op het geloof. Dit is de islam.’

Ruud zei: ‘Ayaan, natuurlijk kan het zo zijn dat deze mensen moslims waren, maar dan gaat het om een krankzinnige randverschijnsel. Wij hebben ook fundamentalistische christenen die de Bijbel letterlijk interpreteren. De meeste moslims geloven niet in dit soort dingen. Met deze bewering breng je het op een na grootste geloof ter wereld in diskrediet, een beschaafd en vreedzaam geloof.’

Ik liep het kantoor in en dacht: ik moet deze mensen wakker schudden. En het was echt niet alleen Koole. Nederland, dit gezegende land waar nooit iets gebeurde, wilde weer doen alsof er niets was gebeurd. De Nederlanders waren vergeten dat mensen in opstand konden komen om oorlog te voeren, gevangenen te maken, te doden, zedelijkheidswetten op te leggen, en dat allemaal omdat God daartoe had opgeroepen.”

Ik kwam op Ayaan vanwege twee citaten uit haar boek “Mijn Vrijheid” die weer staan in een boek dat probeert een dammetje op te werpen tegen de tsunami van liegende leugenlaster tegen Israël: “150 Palestijnse fabels” van Ton van Bemmelen. Ik kende het hieronder geciteerde al, maar op de een of andere manier was het ineens weer vers. Alsof zelfs bij mij, verslaafd als ik toch ben aan fel realisme, nooit echt doorgedrongen was wat Ayaan daar schrijft:

In Saoedi-Arabie werd alles wat slecht was, veroorzaakt door Joden. Als de airconditioning kapotging of er geen water meer uit de kraan kwam, gaven de Saoedische buurvrouwen daar de Joden de schuld van. Hun kinderen moesten bidden voor de gezondheid van hun ouders en de vernietiging van de Joden. Toen we na verloop van tijd naar school gingen, klaagden onze leraren eindeloos over alle duivelse dingen die de Joden al tegen moslims hadden gedaan en nog van plan waren te doen.”

“Toen ik als tiener nog een vrome moslim was, verrichtte ik regelmatig mijn rituele wassingen. En bij elke plons water vervloekte ik de Joden. Ik bedekte mijn lichaam, spreidde een gebedsmat uit richting Mekka en vroeg Allah me te beschermen tegen het kwaad dat de Joden verspreidden ( . . .) Bij elke smeekbede die de imam tot Allah richtte, riepen we in koor ‘amen’ en elke keer dat hij Allah opriep de Joden te vernietigen, zei ik met evenveel enthousiasme ‘amen’. Ik hoorde de ene na de andere leugenaar uitleggen dat de Joden de islam de oorlog hadden verklaard. Ik leerde dat de profeet Mohammed – de heiligste der heilige mannen, in wiens voetstappen wij allemaal geacht worden te treden – had gewaarschuwd voor de verraderlijke  en verachtelijke handelwijze van de Joden. Ze hadden hem verraden en geprobeerd hem te vermoorden. Elke Jood, waar die zich ook bevindt, smeedt snode plannen om de islam ten val te brengen. ( . . .) De Joden waren de baas over de hele wereld en wij moesten rein zijn om hun duivelse invloed te weerstaan. De islam werd aangevallen en wij actie komen. Pas als alle Joden waren vernietigd, zouden de moslims in vrede kunnen leven.”

Nu zou ik in feite eindeloos kunnen door-associëren, bijvoorbeeld over de misdadigers van de PvdA en de excuses aan Saoedi-Arabië vanwege een sticker van Geert Wilders. Maar ik moet, geloof ik, ophouden want anders ga ik de schutter van Orlando achterna en krijg ik een hartstochtelijk verlangen om tientallen Nederlande hypokriete antisemieten te Breiviken. We móéten blijven proberen niet te worden wat we het meest intens haten. Maar het is soms moeilijk.

__________________

150 PALESTIJNSE FABELS

________________

Advertenties