Vlaamse Vrienden van Israël” maakte me erop attent: de hartstochtelijke en fundamentele speech van Caroline Glick. Ik parafraseer al essentialiserend wat de onvolprezen Glick in deze vier minuten zegt:

De Israël-critici in het Westen en Israël zelf zouden niet durven zeggen dat Londen, Duitsland of San Francisco Judenrein moeten worden. En ze zouden ook nooit zeggen dat Joden overal ter wereld vermoord moeten worden.

Maar wat ze wél durven zeggen: Samaria-Judea moet Judenrein worden en we gaan Hamas en de PLO-Fatah, die een programma van wereldwijde genocide op de Joden hebben, daarbij helpen. Om niet in de gaten te lopen noemen we de Joden die in Samaria-Judea wonen niet “Joden” maar “illegale kolonisten”. Maar ze mogen wel degelijk daar alléén maar niet wonen omdat het Joden zijn.

Einde essentialiserende parafrase.

Kijk, zou ik zeggen, als je de ABSOLUTE MORELE KWESTIE zó scherp stelt, hoef je de HISTORISCHE MORELE KWESTIE niet eens te noemen. Dat doet Glick ook niet, maar ik zal die HISTORISCHE MORELE KWESTIE hieronder nog even uiteenzetten:

1) In 1922 werd een gebied in Palestina dat het huidige Israël, het huidige Samaria-Judea (“de Westbank”) en het huidige Jordanië omvatte bij het verdrag van San Remo opengesteld voor de Joden als vestigingsgebied.

2) Zes maanden later, nog in datzelfde jaar 1922, werd 75% procent van dat gebied door mandataris Engeland met instemming van de Volkenbond aan een Arabische sheik weggegeven. Maar Samaria-Judea bleef volgens het internationaal recht dus gewoon vestigingsgebied voor de Joden.

3) Vervolgens was Samaria-Judea in 1948 en in 1967 een springplank voor een genocidale aanvals-oorlog op de Joden door de Arabieren. In 1967 veroverde Israël Samaria-Judea en wilde dat gebied – waar ze dus recht op hadden én volgens San Remo én omdat ze twee keer aangevallen waren vanuit dat gebied – voor 97% teruggeven aan de Arabieren. Slechts een paar gebieden tegen de smalle kwetsbare taille van Israël aan wilde Israël uit veiligheidsoverwegingen behouden. Het antwoord van de Arabische staten in Khartoum in de zomer van 1967 bijeen luidde: geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël, geen onderhandelingen met Israël.

4) In 1973 bij de Yom-Kippoer-oorlog, eveneens een genocidale aanvals-oorlog op de Joden door de Arabieren, werd “de Westbank” alleen dáárom niet opnieuw als springplank gebruikt omdat koning Hoessein te bang was dat zijn eigen “Palestijnen” de gelegenheid te baat zouden nemen om hem van de troon te stoten. Die Yom-Kippoer-oorlog had Israël dermate verrast, dat het kantje boord was of Israël was vernietigd geworden door de Arabieren. De reactie was de “nederzettingen-beweging” in het gebied waar de Joden internationaal-rechtelijk sowieso mochten wonen. Daarbij kwam het recht volgens oorlogsrecht: Israël was twee keer vanuit dat gebied aangevallen, in 1948 en 1967 en slechts toevallig in 1973 niet.

Kort samengevat: Volgens het internationale recht (San Remo 1922) hebben Joden en Israëli’s alle recht in Samaria-Judea te wonen en het oorlogsrecht (1948, 1967, 1973) heeft dat nóg onomstotelijker gemaakt. Caroline Glick heeft het absolute morele argument daaraan toegevoegd: Joden mogen overal wonen, dus waarom niet in Samaria-Judea op netjes gekocht land? Als bijkomstigheidje noemt Glick: misschien moeten we de genocidalisten die de Joden daar weg willen hebben, niet faciliteren.

_____________

 

Advertenties