“Over die huichelachtige, brave, in de roomboter gebakken kindjes van Arib heeft Geert het echt niet.”

**************************************************************
“Zoals altijd, wanneer types als Huys niet ronduit liegen over Israël, laten ze alle context weg. Het enige wat nooit ontbreekt, is dat vingertje richting Israël. En Arib gaat lekker in dit sfeertje mee, want ze presenteert het als een morele verdienste dat ze, al was het uit hoofde van haar functie, het toch maar mooi heeft opgebracht om gewoon met Netanyahu te praten. Terwijl Netanyahu natuurlijk part nog deel had aan deze ontsporing, die inderdaad een ontsporing was en als zodanig herkend en erkend in Israël. Hier mogen alle Joden, zo impliceert Arib, dus wél aangekeken worden op wat in Sabra en Shatila gebeurde, maar misdaden van moslims zijn altijd misdaden van individuen waarop de anderen niet aangekeken mogen worden. Terwijl toch het grote feit er ligt dat de islam een misdadig systeem is en de Joods-Christelijk-Verlichte cultuur er een is van Rede, Empathie en Schuldbesef.”
*****************************************************************

Deze aflevering van College Tour blijft slechts beschikbaar voor de on-line nakijker tot 2 november. Dus we zullen het maar een beetje vastleggen, just for the record. En ik heb me tegenover Arib wel eens vergaloppeerd, dus ook in dat opzicht wil ik nog wel een keer on diezelfde record.

Twan Huys ken ik vooral als een trotse Wilders-bevechter. Ook hier weer. Aan zijn inleidende woorden kan je afhorenzien dat het heerlijk moet zijn om altijd dik gesubsidieerd en op de tillevisie aan de kant van de goede mensen te staan, je haar succesvol zwart te verven en in de deftige Plantage-buurt in Amsterdam te wonen. Hij geniet!

“We zijn in het oud gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Want onze gast van vanavond is al 18 jaar Tweede Kamer-lid. En dat niet alleen – en dat is bijzonder ook – ze is ook kamervoorzitter en ze heeft een dubbele nationaliteit. Ze is Marokkaans en Nederlander. En het feit dat ze die dubbele nationaliteit heeft kwam haar op kritiek te staan van Geert Wilders van de PVV. Maar die kritiek is inmiddels verstomd want iedereen, vriend en vijand vindt dat ze het hartstikke goed doet. Niet alleen dat: het zakenblad Forbes plaatste haar in een lijst van tien van machtigste Arabische vrouwen  in de wereld.”

Ja, de macht van de vrouw in de Arabische wereld! Breek me de bek niet open!

Eerlijk is eerlijk: de moeizame kantjes van de islamitische wereld komen in deze uitzending best wel een beetje aan de orde. Nee, Arib zegt natuurlijk niet de waarheid, namelijk dat de islam nazistisch en onhervormbaar is, maar wel zegt ze bijvoorbeeld dat zij, Khadija Arib, in de jaren 1980 toen koning Hassan nog aan de macht was met haar twee kinderen op een vliegveld in Marokko werd gearresteerd, dat haar twee kinderen van haar gescheiden dreigde te worden, dat ze vreesde gemarteld te worden om “weg te rotten in een betonnen bunker” (Huys) en dat ze gered is door de Nederlandse autoriteiten. En ze vindt ook dat de hele moslimische bevolking van Nederland soms onterecht wordt afgerekend op die paar rotte appels, maarrr . . . .  dat diezelfde moslimische bevolking ook maar eens moet opstaan tegen radicalisering, politieke invloed van moskeeën en onderdrukking van vrouwen, zoals bijvoorbeeld tegen die ongeveer 300 Marokkaanse vrouwen alleen al in Amsterdam die in huis gevangen worden gehouden.

Hoe is de informele omgang met PVV-ers in de wandelgangen van de Tweede Kamer, zo vraagt een student. Ik denk dat Twan de studentenvragers wel zodanig geselecteerd heeft dat Geert Wilders een paar keer gedemoniseerd kon worden. En misschien was dat niet eens nodig vanwege de anti-PVV-hersenspoeling die dagelijks door de mainstream-media wordt verzorgd. Misschien komt er dus wel automatisch zo’n meisje naar voren dat wil weten wat Arib vindt van de rol van vrouwelijkheid bij “opkomend mannelijk populisme”. Nee, dan heeft dat meisje het niet over de islamitische wereld.

Huys wil vooral weten hoe het was voor Arib, toen, na haar verkiezing tot Kamervoorzitter, Wilders haar geen hand kwam geven en de vergaderzaal uitliep. Niet gememoreerd wordt natuurlijk dat Aribs concurrent, de tweede man van de PVV, Martin Bosma, die ook kandidaat was, Arib gemeend en hartelijk ging feliciteren en haar zelfs enthousiast kuste. Geert Wilders ontzegt aan u volwaardigheid, dringt Huys aan. Arib laat het zich lekker aanleunen en legt diplomatiek de nadruk op al die anderen die oprecht blij voor haar waren en haar toch maar mooi met ruime meerderheid hadden gekozen.

Ze vertelt van die keer dat ze in de wandelgangen van de Tweede Kamer haar dochter aan de telefoon had en ze Wilders tegen kwam en ze hem haar telefoon aanreikte. “Waarom haat jij ons?”, had de dochter gevraagd. Wilders had dat ontkend en was er door geraakt, vertelt Arib. Maar ze legt vooral de nadruk op het feit dat haar kinderen “door dit soort opmerkingen” emotioneel getroffen worden. Twan en Khadija maken er samen een heel groot persoonlijk discriminatie-ding van, van dat niet feliciteren en van het bezwaar dat Geert heeft tegen dubbele nationaliteiten. Maar Wilders heeft natuurlijk alleen maar bezwaar tegen de islam en criminaliteit, wat ongeveer hetzelfde is. Over die huichelachtige, brave, in de roomboter gebakken kindjes van Arib heeft Geert het echt niet.

Die kinderen van Arib, twintigers, een zoon en een dochter, komen (op 10:30) ook aan het woord. Ze debiteren weer dat sprookje dat “je twee keer zo hard moet werken als de rest, want je bent toch anders.” Nee hoor! Een Marokkaan die zijn best doet en iets kan, wordt nu juist 83 keer sneller gepromoveerd dan een autochtoon. Kijk maar naar je eigen moeder, zou ik zoon en dochter willen toeroepen. Dat was een gewone middenmoter of backbencher gebleven als ze geen Marokkaanse was geweest. En zelfs dat zou ze dan voor een flink deel te danken gehad hebben aan die Marokkaansheid.

Die zoon maakt er zelfs een vluchtelingendrama van. Ik denk, zegt hij, dat mijn moeder “opgehouden is met vluchten” toen ze tot Kamervoorzitter werd gekozen. Toen geloofde ze pas dat de democratie in Nederland edel genoeg was om een Marokkaan aan de knoppen van de macht te brengen.

En dan komt (op 29:00) het moment waarop de duale Jodenhaat-machine die nep-links en islam al decennia samen vormen, door Twan Huys ingeschakeld wordt. Het gaat over de slachting in de “Palestijnse” kampen Sabra en Shatila in 1982 in Libanon, met naar schatting rond de duizend slachtoffers. De aanleiding is dat Arib haar dochter naar die slachting heeft vernoemd. Dat meisje heet Sabra. Vermoedelijk zoals kickbokser Badr Hari naar de door Mohammed voltrokken slachting van “polytheïstische Mekkanen” in de slag bij Badr is genoemd. Maar dan omgekeerd. Of zo.

Van belang is te weten wat weinig mensen in de wereld en sommigen zelfs in Israël niet weten: namelijk dat de Arabieren in het algemeen en de Palmaffia’s in het bijzonder de terreur tegen de Joden in Palestina vanaf 1920 zijn begonnen en voortdurend en tot op  de dag van vandaag hebben volgehouden, terwijl Israël alleen maar vrede wil en daartoe alles in het werk heeft gesteld. Toen Israël Libanon binnen viel in 1982 was die terreur dus ook al ruim 60 jaar bezig.

Ik denk dat dit soort constante haat-terreur een bovenmenselijk morele inspanning vraagt. Als je als volk eigenlijk in staat zou zijn om je eigen kinderen niet meer te laten sterven in de oorlogen die door deze haat-terreur wordt veroorzaakt, door bijvoorbeeld het endgültig ausradieren van half Libanon (of heel Gaza), en je doet dat toch niet dan ben je een hele morele Piet. Maar ik kan me voorstellen dat individuele Israëli’s al in 1982 genoeg haat hadden opgebouwd om Sabra en Sjatila te laten gebeuren . . . . . althans . . . . . herstel . . . . . om in oorlogsomstandigheden het bewustzijn af te sluiten voor wat die Falangisten daar in Sabra en Sjatila mogelijk aan het aanrichten waren. Ik bedoel: ik heb zelf bij veel minder provocatie vaak aanvechtingen tot vlammenwerpers, mitrailleurs en met blote handen operatief ingrijpen.

Laat ik even Wikipedia citeren over het gewetensonderzoek dat in 1983 in Israël plaats vond. (Tussen haakjes: ooit over schuldbesef en gewetensonderzoek gehoord in enige islamitisch land in enige periode van de wereldgeschiedenis?)

In Israël werd na een protest van 300.000 mensen in Tel Aviv via een speciale wet een juridische commissie in het leven geroepen om “alle feiten en oorzaken te onderzoeken die verbonden zijn aan de gruwelijke daden, gepleegd door Libanese strijdkrachten, tegen civiele bevolking in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila”. De president van het hooggerechtshof, die wettelijk de leden van juridische commissies benoemt, stelde zichzelf aan als voorzitter (hetgeen gebruikelijk is bij belangrijke vraagstukken). Andere leden in de Kahan-commissie waren Aharon Barak, toen rechter in het hooggerechtshof (later, 1995-2006, diens president), en reserve-generaal Yona Efrat.

De commissie publiceerde op 7 februari 1983 de conclusies, waaronder:

  • Er zijn geen bewijzen gevonden voor directe betrokkenheid van het Israëlische defensieleger in het bloedbad.
  • Officieren in het Israëlische leger hadden op een gegeven moment in de gaten dat er een bloedbad gaande was en hebben niet hard genoeg opgetreden om er een einde aan te maken.
  • De Israëlische minister van defensie, Ariel Sharon, is verantwoordelijk voor het niet voorzien van het gevaar dat de Falangisten wraakacties in de kampen zouden kunnen houden na de moord op president-elect Bashir Gemayel.

De commissie adviseerde dat Ariel Sharon zijn functie als minister van defensie zou beëindigen. De toenmalige minister van buitenlandse zaken, Yitzhak Shamir, de opperbevelhebber van het leger, Rafael Eitan, en vier andere hoge officieren, werden door de commissie berispt. Rafael Eitan hoefde niet af te treden omdat hij toch aan het einde van zijn termijn was. Ook premier Menachem Begin kreeg kritiek. Ariel Sharon weigerde af te treden, maar een besluit van de Israëlische regering maakte hem tot minister zonder portefeuille.

Dit allemaal wetende kan je de woorden van Twan Huys op waarde schatten:

“Er zijn grote onderzoeken geweest naar deze slachting. En een van de conclusies is: dit gebeurde onder toeziend oog van het Israëlische leger.”

Zoals altijd, wanneer types als Huys niet ronduit liegen over Israël, laten ze alle context weg. Het enige wat nooit ontbreekt, is dat vingertje richting Israël. En Arib gaat lekker in dit sfeertje mee, want ze presenteert het als een morele verdienste dat ze, al was het uit hoofde van haar functie, het toch maar mooi heeft opgebracht om gewoon met Netanyahu te praten. Terwijl Netanyahu natuurlijk part nog deel had aan deze ontsporing, die inderdaad een ontsporing was en als zodanig herkend en erkend in Israël. Hier mogen alle Joden, zo impliceert Arib, dus wél aangekeken worden op wat in Sabra en Shatila gebeurde, maar misdaden van moslims zijn altijd misdaden van individuen waarop de anderen niet aangekeken mogen worden. Terwijl toch het grote feit er ligt dat de islam een misdadig systeem is en de Joods-Christelijk-Verlichte cultuur er een is van Rede, Empathie en Schuldbesef.

_________________

Advertenties