Toch nog weer meer geschreven dan ik zelf dacht: hoor ik gisteravond Theodor Holman in “Nazomergasten” (in minuut 21) melden dat Gijs Schreuders een spijtoptante oud-communist is en begin ik te menen mij te herinneren dat ik die Schreuders ooit polemisch benaderd heb. En ja hoor: Volkskrant, Forum, 28 november 1994. Dus die parel rijgen we hier ook maar weer aan ons schier eindeloze schittersnoer. Vanwege de actualisering van Schreuders door Holman gisteravond, geef ik het stuk de datum van vandaag mee

vlnr Evelien Eshuis, Gijs Schreuders en Ina Brouwer vormden ooit de Tweede-Kamer-fractie van de CPN

vlnr Evelien Eshuis, Gijs Schreuders en Ina Brouwer vormden in 1983 de Tweede-Kamer-fractie van de CPN

TOEN zo’n tien jaar geleden in Suriname Desi Bouterse en zijn mede-moordenaars hun politieke tegenstanders hadden afgemaakt, werden in Nederland Nederlanders met de naam Bouterse anoniem opgebeld en bedreigd. Alleen omdat ook hun achternaam toevallig Bouterse was. Een frappant voorbeeld van onterechte generalisatie. Wat kan individueel psychisch ongemak meer verlichten dan lekker generaliserend haten?

Neem als illustratie van al te rigoureuze veralgemening nou eens het volgende stukje onbehagen in onze multicultuur: ‘(…) Arabieren steken je echt neer, je wordt eerst uitgeschakeld en dan beroven ze je. Die naffers, dat is een afkorting voor Noordafrikanen, hebben geen druppie gevoel voor hun medemens.’ Aan het woord is hier een 44-jarige politieagent van Surinaamse afkomst, die sinds zes jaar in Nederland werkt. Hij werd op 30 maart in de Volkskrant aldus geciteerd door Martin Schouten.

Het andere uiterste kwam ik vorige week tegen in de column van Gijs Schreuders (Forum, 21 november), die beweerde dat het totaal irrelevant is om te vermelden dat de jongeman die het paard Banjer mishandelde tot de dood erop volgde een Marokkaan is. Schreuders stelde een dergelijke vermelding op een lijn met de hetzerige berichtgeving rond de criminaliteit van asielzoekers in de Telegraaf. Dat leek mij een al te generaliserende afwijzing van generalisatie. Want is het niet nog steeds zo dat van bepaalde bevolkingsgroepen, met name Marokkaanse, in Nederland vier tot vijf maal zoveel vertegenwoordigers in de gevangenis zitten dan op grond van hun aandeel in de bevolking normaal zou zijn? Ik las deze gegevens ooit in een tekst van criminoloog Frank Bovenkerk, die zo verontrust is geraakt dat hij voorstelde Beatrix publiekelijk een beroep te laten doen op de Marokkaanse gemeenschap om zich te bezinnen.

Verbazingwekkend hoeft dat allemaal niet te zijn. In het geval van asielzoekers is het toch niet vreemd om te veronderstellen dat deze mensen, voorzover zij geen intellectuele humanisten zijn, die tengevolge van hun politieke stellingname in hun land van herkomst worden vervolgd, maar bijvoorbeeld meer economisch gemotiveerde jongemannen, in zekere mate de harde mentaliteit van vroegere samenlevingen mee naar Nederland nemen. Daarbij komt vaak ook nog de illegaliteit als zij hier onderduiken, of de uitzichtloosheid van de eindeloze procedures die zij in naargeestige kampementen moeten ondergaan. Het zou zodoende verwonderlijk zijn, als zij niet in relatief grotere mate crimineel gedrag zouden vertonen. Je mag je vraagtekens zetten bij de aanpak van de Telegraaf, maar om daaruit te besluiten tot algehele veroordeling van het vermelden van de afkomst van mensen met crimineel gedrag, gaat mij te ver.

Vooral waar het de Marokkanen betreft, wordt het tijd dat de werkelijkheid onder ogen wordt gezien. Want iedereen die in Nederland kennis heeft van de omvang en de aard van de criminaliteit van een deel van de jonge Marokkaanse mannen, is er inmiddels van overtuigd dat het in de toekomst met deze groep nog veel misser dreigt te gaan dan het nu al is.

Als Schreuders ons wil vertellen dat hij, Gijs Schreuders, drager is van een witte morele hoed, dan kan hij dat het beste gewoon rechtstreeks zeggen, zonder een goedkope lift te nemen op de ruggen van de gewone mannen en vrouwen, de oude kameraden in de volksbuurten. Het is wat dat betreft, als je intellectueel en materieel in modale of bovenmodale regionen zit, gemakkelijk om de kosmopoliet uit te hangen. Maar als je, bijvoorbeeld, werkloos in een gore arremoeiwiik met meer dan 60 procent allochtonen woont en je moet de tandarts voortaan zelf gaan betalen, terwijl huur en vaste lasten de helft van je twaalfhonderd gulden inkomen per maand bedragen, dan beïnvloedt de angst voor tandpijn en voor je vreten misschien toch enigszins je allochtonenmoraal.

VOORAL als je bedenkt wat de gevolgen voor het straatbeeld in zo’n wijk zijn van de volgende combinatie: een meerderheid van allochtonen in je directe omgeving en bovengenoemde hoge criminaliteitscijfers. In zo’n wijk heb je een grote kans een crimineel tegen te komen die er nog crimineel uitziet ook. En de kans dat die crimineel allochtoon is, ligt nog weer hoger. Dan spreek ik nog niet eens over de gewone culturele vervreemding, bijvoorbeeld over het vervreemdende effect van die grote aantallen ‘tegen stof afgedekte meubelstukken’ (Koos van Zomeren) die met neergeslagen ogen door je omgeving schuiven.

Natuurlijk had het kijk-mij-eens-aan-de-goede-kant-staan-gebabbel van Schreuders niks met een analyse te maken. In een analyse zou je je bijvoorbeeld de vraag kunnen stellen, of er niet een einde moet komen aan die combinatie van vrouwen- en verblijfsvergunningenhandel in Marokkaanse en Turkse kringen, aan die praktijk die hier altijd zo hartroerend met de term ‘gezinshereniging’ wordt aangeduid. Alsof het gaat om leden van door rampspoed uiteengerukte families, die elkaar na jaren van bittere scheiding weer in de armen sluiten dank zij onze Nederlandse gastvrijheid. Terwijl het gewoon gaat om huwelijks-deals tussen hier en elders wonende moslimfamilies.

Maak je een einde aan die praktijk dan zou de tolerantie voor echte asielzoekers misschien meer ruimte krijgen. In elk geval wordt er dan een begin gemaakt met een vorm van beperking van een allochtoon gettoproletariaat dat in geen honderd jaar via arbeid in de Nederlandse maatschappij geïntegreerd zal worden.

Het probleem is dat de post-industriële samenleving een schaarbeweging kent: uitstoting van relatief eenvoudige arbeid aan de ene kant en vergroting van de vraag ernaar door instroom ban migranten aan de andere kant. Dat zorgt voor een onoplosbaar probleem, waar geen banenplan van welk kabinet dan ook tegen op kan.

De reservoirs aan potentiële migranten in corrupte en wreed bestuurde landen als Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen – de landen die de bulk van de toestroom verzorgen – zullen op geen enkele afzienbare termijn opdrogen. Op dat probleem moet Nederland en West-Europa een antwoord vinden. Anders zal het gisten en rommelen in onze onderbuik nog veel sterker worden. Vrijblijvend gemoraliseer helpt daar niet tegen.

Martien Pennings,
De auteur is historicus.

_____________

Advertenties