goossens-paul-de-standaard“Goossens! Smerige anti-semitische kolére-hond! Klaag me aan, lul!”

De Vlaming die mij het stuk toestuurde had er een heel kort commentaar bij:

“68-er”.

Ik had tot nu toe nooit gehoord van de pathetische ploert en ik hoef na vandaag ook nooit meer iets over ‘m te horen.

Je mag natuurlijk geen stukken zomaar overnemen uit een krant. Zeker niet als dat stuk achter een betaalmuur zit. Maar ik doe het toch maar even, omdat het hier een citeren-om-te-kritiseren betreft. Alleen doe ik dat nu niet, zoals gewoonlijk, door zinnen en alinea’s te citeren en daarop dan commentaar te leveren. Ik zal nu gewoon het hele antisemitische stuk van Paul Goossens uit de Standaard van zaterdag 21 januari citeren en dan vervolgens verwijzen naar  twee stukken  van mij die bewijzen dat Goosens een smerig, dom, antisemitisch haat-stuk heeft geschreven. Ik ken de vervloekte gek niet en dat is niet zo raar want er zijn in Vlaanderen erg veel Jodenhaters en ze lijken wel allemaal toegang tot de media te hebben.

De klootzak haalt veel Yeshayahu Leibowitz aan. Dat was een geleerde halve gare die geheel en al van God los was. Hij meende dat God iets van een zó totaal andere orde was dan een mens, dat, als een mens in God geloofde, zulks méér zei over die mens dan over God. De geschiedenis van de mensen had volgens hem ook helemaal niks met God te maken. Waarom was God er niet in Auschwitz? Domme vraag volgens Leibowitz. So much for die Immanenz Gottes in der Geschichte. Nee, het woord is geen vlees geworden en het heeft niet onder ons gewoond. Onmiddellijk na de door Israël gewonnen juni-oorlog van 1967 voorspelde Leibowitz dat Israël moreel gruwelijk zou ontsporen door de “bezetting”. Daar moesten ze direct mee ophouden, vond de idioot. Ach, het voert te ver om “1967” hier uit te werken. Lees de stukken waarnaar ik verwijs en je weet dat Leibowitz zich bij zijn hooggeleerde biologisch-chemisch-neurologische formules had moeten houden en dat Paul Goossens . . . . . . . . . . enfin, laat maar.

Ik wil nóg één dorre bloem speciaal uit dit grafstuk ontvlechten. Galbak Goosens citeert Ben Goerion:

“Ze menen dat het ordewoord van Ben Goerion uit 1948 nog onverkort overeind blijft: ‘Het enige wat van de Arabieren van het land van Israël nog verwacht wordt, is dat ze oprotten.’ Zo grof zou Trump het vandaag ook kunnen formuleren.”

Ik vermoed dat dit citaat komt uit de koker van “geschiedkundigen” die ik aan de orde heb gesteld onder de titel:

Israëls ‘nieuwe historici’: de leugenfabriek van Benny Morris cum suis

Vooral Morris is betrapt op het bewijsbaar vals citeren van speciaal Ben Goerion en wel zodanig dat Morris Ben Goerion precies het tegenovergesteld liet beweren van wat hij echt had gezegd. En dan nog: het ligt er maar helemaal aan, áls het citaat juist is, in welke fase van Israëls overlevingsoorlog tegen een genocidale vijand Ben Gurion dit gezegd heeft. Het is zeker niet een citaat van aan het begin, toen nog niet duidelijk was wat 1300 Arabisch-islamitische geschiedenis aan Ben Gurion hád moeten leren, namelijk dat “vrede” met islamieten alleen betekent dat de moslims nog niet sterk genoeg zijn om je te uit te moorden.

Ik heb voor Goossens een ander citaat, uit het begin van Israëls overlevingsoorlog. Op 16 mei 1948, dus twee dagen ná de onafhankelijkheidsverklaring, zond de officiële Israëlische radio de volgende verklaring uit in het Hebreeuws en Arabisch, terwijl de “elites” van vijf Arabische naties een genocidaal bedoelde aanval hadden losgelaten op de twee dagen oude staat:

“Hoewel wij tot een woeste oorlog zijn gedwongen, behoren wij niet te vergeten, dat binnen onze grenzen leden van het Arabische volk de rechten behoren te genieten van burgers en dat de meesten deze oorlog haten. Wij moeten hun rechten op een gelijk niveau handhaven met die van alle burgers. Wij zien uit naar vrede en strekken onze hand uit om hun medewerking te verkrijgen bij het opbouwen van ons vaderland. Burgers, laat ons de integriteit van ons jonge vaderland handhaven.” (Efraim Karsh, “Palestine Betrayed”, p. 236)

Goossens! Smerige anti-semitische kolére-hond! Klaag me aan, lul!

De prijs die Israël betaalt

Voor één regering kon het Trump-tijdperk niet vlug genoeg beginnen: die van Israël. Premier Bibi Netanyahu is nu eindelijk verlost van de sermoenen van Barack Obama en diens minister van Buitenlandse Zaken over illegale nederzettingen die het vredesproces hypothekeren. De hardliners van het Israëlische kabinet gaan er nu vanuit dat de tweestatenoplossing binnenkort ook publiek begraven wordt en ze de grote, Joodse staat kunnen neerpoten. Een nieuwe, brutale toepassing van ‘het recht van de sterkste’ is in aanmaak. En zoals in de vorige eeuw zal Europa opnieuw de ogen sluiten voor de slachtoffers. Omdat de Palestijnen de ‘slachtoffers van de slachtoffers’ zijn, verliezen ze altijd.

‘Na de Zesdaagse Oorlog van 1967 veranderde Israël in een apparaat dat een ander volk onderwerpt aan gewelddadige Joodse overheersing.’ Nee, dit is geen tirade van een doorgeslagen Palestijn, het is het harde oordeel van een Joodse wijze, zionist – bovendien een zeer orthodoxe gelovige – met name Yeshayahu Leibowitz. Al in 1935 vluchtte hij uit Duitsland naar Palestina om er decennialang aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem biochemie, neurofysiologie en filosofie te doceren. Toen hij in 1994 stierf, was in hoge politieke en religieuze Israëlische kringen een zucht van opluchting te horen. Staten die hun ziel verloochenen, zijn per definitie allergisch voor kritiek. Voor velen in Israël was Leibowitz het geweten van de natie, voor het politieke en religieuze establishment was hij een irritante stoorzender. Nog vervelender was dat hij tot de pioniersgeneratie behoorde, strikt in de orthodoxe leer was, onmogelijk van antisemitisme beschuldigd kon worden en dat het ondenkbaar was om hem, wegens staatsgevaarlijke praat, achter de tralies te zetten. Amos Oz noemde hem een van de grootste denkers van onze tijd.

Leibowitz zei waar het op stond. Dat Joodse generaals bevelen gaven om de gevangenen de armen en benen te breken, vond hij schandelijk, maar niet echt verbazend. ‘Generaals die moordenaars zijn, dat komt overal voor’. Echt ongehoord vond hij dat die bevelen werden uitgevoerd, omdat ze, zo luidde het toen, wettelijk waren. ‘Wij gebruiken dus dezelfde argumenten als de onmens Eichmann’, repliceerde Leibowitz. Omdat de meeste Israëli’s het daar niet mee eens waren, vreesde Leibowitz dat zijn volk op weg was naar het ‘judeo-nazisme’. Een behoorlijk geladen begrip, maar Leibowitz, die als Thora-kenner de kracht van woorden kende, gebruikte het bij herhaling.

Omdat de Palestijnen de ‘slachtoffers van de slachtoffers’ zijn, verliezen ze altijd

Onmiddellijk na de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de verovering door Israël van de Golanhoogte, de Sinaïwoestijn, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, ging bij Leibowitz het groot alarm af. De bezetting, waarschuwde hij, was een kanker die de hele Israëlische staat zou aantasten. Omdat Israël de veroverde gebieden wenste te houden, maar de inwoners geen gelijke rechten wou geven, moest dit onvermijdelijk eindigen in onderdrukking en alles wat dat aan obscure en gemene politiepraktijken inhoudt. Begrijpelijk dat officieel Israël ijvert om het gedachtegoed van Leibowitz voor altijd te vergeten. En toch, meer dan twintig jaar na zijn dood blijft hij een ijkpunt. In het nawoord van Israël en Palestina. De kaarten op tafel, dat hij samen met Brigitte Herremans schreef, pikt Ludo Abicht een meer dan halve eeuw oude waarschuwing van hem weer op. ‘De aanpak van het Palestijnse probleem zou de ziel van de Joodse Israëli’s kunnen perverteren.’

In 2017 moet die uitspraak geactualiseerd worden. Die ‘zou’ mag weg. De Israëlische staat en samenleving zijn geperverteerd. Niemand die het scherper aanvoelde dan David Grossman. ‘In verbazend korte tijd’, zei hij in 2007 op de jaarlijkse herdenkingsplechtigheid voor de vermoorde Yitzhak Rabin, ‘is Israël afgezakt tot harteloze wreedheid jegens al wie zwak is, arm of noodlijdend.’ Het was de prijs, aldus Grossman, die Israël betaalde voor het leven in een klimaat van geweld, van bezetting, terreur en angst. Waar Leibowitz jaren voordien voor waarschuwde, was in 2007 werkelijkheid.

Vandaag, een decennium later, is het er alleen maar erger op geworden. In 2007 was er nog een sprankeltje hoop dat Oslo uiteindelijk tot twee staten en pacificatie zou leiden, vandaag getuigt het van kwade trouw en schijnheilige hypocrisie om die illusie nog langer te koesteren. Met een 10 meter hoge en 742 kilometer lange muur, met honderden nederzettingen en de systematische vernietiging van Palestijnse huizen – meer dan 1.000 in 2016 – controleert Israël nu 60 procent van de Westelijke Jordaanoever. Het heeft het voordeel van de duidelijkheid. De zeepbel die Palestijnse staat heette, bestaat niet meer. Israël wou er niet van weten en heeft met volharding en cynisme de voldongen feiten neergezet die de Palestijnen in het beste geval uitzicht op een tweederangsstatuut in een Joodse staat geven. En zelfs dat is voor vele Israëlische fundi’s onbespreekbaar. Ze menen dat het ordewoord van Ben Goerion uit 1948 nog onverkort overeind blijft: ‘Het enige wat van de Arabieren van het land van Israël nog verwacht wordt, is dat ze oprotten.’ Zo grof zou Trump het vandaag ook kunnen formuleren.

(Paul Goossens is Europajournalist. Zijn column verschijnt tweewekelijks op zaterdag.)

______________

Advertenties