Zoon Sam en vader Wim van Rooy bij het verschijnen van het boek in 2010

“Dit wordt mijn favoriete stuk in het boek”, mailde eindredacteur Sam van Rooy me toen het boek nog moest uitkomen. Dat boek was “De islam: kritische essays over een politieke ideologie” dat in oktober 2010 verscheen. Dat was niet verwonderlijk dat Sam me zulks mailde, want mijn essay was, zoals later bleek, veruit het meest diepgravende en omvattende dat er in het boek zou komen . . . . . eh . . . . . níét zou komen.

Mijn opstel, getiteld “Nazisme, Islam, Israël: de islam is een nazisme avant, pendant et après la lettre”, probeerde in één greep de wezenlijke verwantschap tussen nazisme en islam aan te tonen en tegelijk de geschiedenis van Israël te beschrijven. Ik bewees dat los van de geschiedenis van het nazisme de islam geheel zelfstandig alle essentiële kenmerken met het nazisme deelt vanuit de eigen Midden-Oosterse traditie. En dat voorts vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog er tussen Hitler en de grootmoefti van Palestina, Amin al-Hoesseini een samenwerking op gang kwam om de Holocaust zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en . . . . . . eenzelfde Holocaust in het Midden-Oosten te laten plaats vinden en zo mede de stichting van Israël te voorkomen.

Op dit moment ben ik bezig met een collega een boek te vertalen dat op grond van nieuw ontsloten archieven mijn 100% gelijk aantoont. Het is het boek “Nazis, Islamists and the Making of the modern Middle East” dat zal uitkomen bij “De Blauwe Tijger”, dezelfde uitgever die het boek van de vader van Sam van Rooy, Wim van Rooy – “Waarover men niet speekt” – heeft uitgebracht.

Vlak voor het boek “De islam: kritische essays over een politieke ideologie” zou verschijnen, liet Wim van Rooy me weten dat mijn opstel, waaraan ik anderhalf jaar intensief had gewerkt, niet zou worden opgenomen. De kwaliteit was niet voldoende zei Wim, en ik bewees toch eigenlijk niet echt die verwantschap tussen nazisme en islam. Dat was natuurlijk flauwe kul, want de derde reden die hij aanvoerde was de ware: een of andere prominent, die óók met zijn essay in het boek zou komen, had er bezwaar tegen gemaakt met mij in één band te verschijnen. Reden: ik ging nog wel eens schuimbekkend te keer tegen regressief-linkse “anti-zionisten” en islamofielen op mijn weblog. Ik ben er nooit achter gekomen wie die bezwaarmaker was. Het was niet Hans Jansen, dat heeft Sam me ooit gezegd, dus ik vermoed dat het Afshin Ellian is geweest, die ik wel eens heb lezen klagen over ”toetsenbord-hooligans”.

Later heeft Wim van Rooy in een persoonlijke mail toegegeven dat hij toen fout zat met zijn beslissing en dat hij het “vandaag” wél zou opnemen. Dat snap ik, want Wim verkondigt nu zélf de diepe verwantschap tussen nazisme en islam.

Maar als Wim en Sam werkelijk spijt zouden hebben van die gemiste kans op het beste essay dat nooit in hun boek verscheen, dan had Sam misschien in zijn recente artikel in “Doorbraak” mij kunnen noemen als degene die de basis heeft gelegd voor het groeiende besef in het Nederlandse taalgebied van wat de essentie van de islam is. Want in dat artikel van Sam -“Waarom dé islam niet deugt: niet alle vergelijkingen zijn nog toegestaan” –  klaagt hij dat in de Belgische pers de vergelijking tussen nazisme en islam taboe is en hij haalt een aantal mensen aan die deze vergelijking maken. Maar degene die, geïnspireerd door Ibn Warraq, de eerste was die de overeenkomstige kenmerken van nazisme en islam niet alleen katalogiseerde maar óók concreet de historische lijnen blootlegde die islam, nazisme en  . . . . .  Israël verbinden, noemt hij niet.

_____________

Advertenties