Theodor Holman vond dat Volkskrant-stuk van Martin Sommer van afgelopen vrijdag inspirerend en een minder bekende columnist zag er aanleiding in mijn morele kwaliteiten te verdedigen. Het was inderdaad een mooi essaytje van Sommer en ik wil er ook wel wat over zeggen. Namelijk dat bij Sommer een essentiële en zeer voor de hand liggende observatie ontbreekt. Hij heeft het over Popper en zijn “De open samenleving en haar vijanden”. Als je dan opschrijft dat Popper voor tolerantie en een open debat en een open toekomst en een open maatschappij was, maar dat de morele polarisatie in de hedendaagse politiek die tolerantie heeft weggevaagd en je vergeet vervolgens te melden dat Popper dat weggevaagd-zijn van de tolerantie in één geval toejuichte, dan “vergeet” je iets volstrekt fundamenteels.

De Popper-paradox luidt namelijk dat je wel degelijk intolerant moet zijn tegenover diegenen die de tolerantie met de wapens van de open maatschappij – vrijheid van meningsuiting – willen afschaffen. En John Rawls is het met Popper eens.

Ik sluit uit dat Sommer even niet aan de Popper-paradox heeft gedacht en dus is de conclusie dat hij dat essentiële stuk bewust heeft laten liggen. Maar waarom? Vermoedelijk omdat hij zo lekker bezig was uit te leggen dat we af moeten van die fascistisch-nazistisch-communistische gedachte dat de geschiedenis maar één kant op gaat en dat daartoe een Dictatuur van het Arische Proletariaat gerechtvaardigd is. Maar als hij die Popper-paradox ter sprake had gebracht, dan had Sommer niet kunnen volstaan met alleen maar de regressief-linkse uitsluit-terreur aan te stippen, maar had hij moeten gaan praten over het verbond dat regressief-links met de nazistische islam is aangegaan. En dan had hij misschien wel tot de conclusie moeten komen dat we allang in de Popper-paradoxale fase zijn aangeland waar het intolerant zijn tegenover dat monsterlijke links-isamitische verbond noodzaak (!) is geworden.

En Sommer weet niet alleen heel goed van de “noodzaak” van de Fascistisch-Nazistisch-Communistische Dictatuur van het Arische Proletariaat, maar ook van de “noodzaak” van de islam. Sommer weet best dat niet alleen de door Popper bestreden Plato repte van die klasse van koningen die de wijsheid in pacht hebben. De islam kent ook die klasse en die heet daar de “Oelema”, de klasse van de “wetenden”, dus die van de Imama’s en verdere vingerwapperende Oelewappa’s.

Sommer wijdde tien jaar geleden, in 2007, een mooie recensie aan een boek dat geschreven was door een wetende inzake de islam, namelijk Marcel Kurpershoek. Sommer recenseerde diens boek “De Tragopan van Kohistan” en daarin zei Sommer, Kurpershoek interpreterend:

“Wanneer er iets misgaat, is de islam niet goed toegepast, en de gevolgtrekking is dan ook altijd dat de islam zuiverder moet worden nagevolgd. Zodra er ergens een islamitisch bewind komt, verdwijnen reclameborden van de straat, gaan de vrouwen gesluierd, wordt de alcohol afgeschaft en krijgen de mollahs vrij baan. Dat helpt natuurlijk allemaal niet, waarna een volgende ronde wordt ingezet van nog meer zuiverheid.”

Ja, die noodzakelijkheden in de islam, daar wist Hans Jansen ook het een en ander van. En over de wijze wetenden omtrent die noodzaak wist-ie trouwens ook wat te melden.

Sommer spreekt in die recensie van tien jaar geleden over “de onontkoombaarheid van de politieke islam”. Noodzaak dus. En terwijl zijn stukkie van afgelopen vrijdag een pleidooi wil zijn voor meer tolerantie bij regressief-links voor een open debat, dus voor minder demonisering van vermeend-rechts door regressief-links, sluipt er er toch een stukje noodzaak in de slotzinnen van zijn betoog:

“Net als in Nederland komen Franse politiemensen meestal negatief voor het voetlicht, in verband met etnisch profileren of erger. Zij moeten intussen een morele orde bewaken die hun eigen opvattingen minacht en afwijst. Dat kan niet duren.” [mijn blauwe vet]

___________________

Advertenties