“Ik weet nog goed dat wij Erlkönig van Schubert luisterden bij Duitse les, dat ik zachtjes zat te huilen.”

Ik heb veel gemeen met Thierry Baudet: ook ik ben telkens weer verbaasd, als ik mijn eigen stukken herlees, hoe goed ze zijn en net als hij ben ik een uitgestotene die nog steeds wacht op argumenten van de kant van de uitstoters. Maar er zijn ook verschillen: hij is jong en ik oud, hij is succesvol en ik al een heel leven marginaal. En anders dan hij scheld ik de vijand, het regressief-linkse narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat, de tiefus als het zo uitkomt. Al argumenterend natuurlijk. Dat dan weer wel.

 

Het interview afgenomen door Tom Kellerhuis zit achter een betaalmuur en dus gebruiken we de soosjal miediejees maar weer eens om het volk te dienen.

“Ik vind het hartstikke leuk dat je me komt interviewen en ik hoop dat het je lukt om de geest van het gesprek te vatten. Want het omgekeerde overkomt mij vaak. Dat er zinnetjes uit gehaald worden. Of dat het zo verknipt wordt, dat er allerlei fouten in staan – niet míjn fouten welteverstaan – en iets heel anders dan ik had willen zeggen. ( . . . )  Het verbaast mij altijd weer waar mensen dan weer mee komen of straks aanstoot aan zullen nemen.”

“Het is heel teleurstellend hoe het publieke debat in mijn ogen zo enorm versmald is. De toegestane marges zijn heel beperkt. En zodra je op wat voor manier dan ook een vraagteken stelt bij iets, dan word je bekogeld met allerlei woorden die eigenlijk niks betekenen. Seksisme, wat betekent dat in godsnaam? Racisme, extreemrechts: het betekent helemaal niets. Het is om er een labeltje aan te hangen: daar zit een luchtje aan, dat is fout.”

Humberto Tan in RTL Late Nigh: “Baudet heeft  een selfie gemaakt met de  erkende racist Milo Yiannopoulos!!”

Racist! Erkende! Erkende racist!

“Het is volstrekte guilt by association.( . . .)  Bijna niemand in Nederland weet wie Milo Yiannopoulos is. Een Joodse homo die als immigrant naar de VS is gekomen en jarenlang een relatie had met een zwarte Amerikaan. Noem je dat racistisch? Flauwekul natuurlijk, maar goed, je zegt dus: hij is een erkende racist. Bam. En jij gaat ermee op de foto! Schande. Het slaat nergens op, maar het werkt altijd.”

“Laatste een tendentieus stuk in de Volkskrant met als kop: ‘Rechtser dan rechts.’ Er stond niks in maar er werd vanalles geïnsinueerd.”

“Ik word vrijwel nooit aangevallen op mijn ideeën, of die nou rechts zouden zijn of anderszins. Ik word aangevallen op met de haren erbij gesleepte quasi-verwijten die een heuse discussie niet zouden overleven, maar die men je maar de hele tijd voor de voeten werpt uit een soort onnozele verdedigingsreflex. Ik wil echt iets fundamenteel veranderen. Ik val de dominante wereldbeschouwing aan. Dan krijg je geen argumenten terug, maar allerlei defensiemechanismen.”

“Ik wil het heel graag hebben over bepaalde zaken en dat wordt telkens gefrustreerd. Het is een trucje dat ze uithalen. Iedereen doet verontwaardigd, maar het gaat nooit ergens over. Wat heb ik dan gezegd waar mensen zo boos over worden?”

Zijn vrouwen allemaal linksig?

“Elke algemene uitspraak over de werkelijkheid is altijd een generalisatie. Het is nooit absoluut. Het is meestal. Dus ik zeg: normaal, dat is zo’n beetje tachtig procent van alle vrouwen. En dat is waar: het is een feitelijke constatering.”

“Als ik mezelf terugzie, sprekend in de Kamer of in geschreven stukken, denk ik heel vaak: mijn god, wat is dit goed. Je hebt een paar van mijn boeken gelezen, ik weet niet wat jij ervan vond, maar ik vind het echt heel erg goed.”

“( . . .) De aanval op de natiestaat is in het Chinees, Hongaars, Duits, Engels en Frans vertaald. Mensen als Alain Finkielkraut hebben interviews over mij gegeven. Daar ben ik heel erg door geholpen. Ik begrijp eigenlijk nog steeds niet zo goed wat zij in mij zagen. Maar ze hebben mij een beetje onder hun hoede genomen: Theodore ­ Dalrymple, Roger Scruton, Pascal Bruckner. Ik ben nu als een vooruitgeschoven post de politiek in gegaan, maar was al langer onderdeel van die beweging.”

“( . . .) Een van de belangrijke redenen om Forum voor Democratie te beginnen, los van een aantal inhoudelijke verschillen met de PVV, is dat rechts systematisch heeft nagelaten om een maatschappelijk netwerk te bouwen. Dat is wat links altijd gedaan heeft: links heeft alle musea in bezit, het onderwijs, de kranten, de journalistiek, het publieke bestel. Als je de maatschappij wilt veranderen, moet je de lange mars door de instituties maken. Maar je kunt alleen maar vanuit de politiek dat bouwwerk opzetten. Je kunt alleen maar via de politiek voldoende organisatiekracht verzamelen om daadwerkelijk iets te veranderen.”

“Ik ervaar het als de opdracht van mijn leven: een antwoord formuleren op de zelfdestructie van de westerse beschaving.”

“(  . . .) . Ik groeide op in een wereld van klassieke muziek en negentiende-eeuwse architectuur. Als je dan ziet wat er op dit moment in de wereld wordt aangeboden: de huizen die er momenteel worden gebouwd en de muziek die men produceert, dan kun je volgens mij niet anders concluderen dan dat er een extreme achteruitgang is geweest in ons culturele niveau.”

“( . . .) Mijn ouders ( . . .) leven zoals heel veel mensen leven in Innere Emigration. In cognitieve dissonantie. Die hebben voor zichzelf een wereldje geschapen waarin ze niet zoveel met immigratie te maken hoeven te hebben, ze wonen in een oud huis en omringen zich met allerlei dingen die ze prettig vinden. Maar in het openbaar belijden ze de religie van de moderne tijd. Het is gewoon hypocrisie, een parallelbestaan. Zoals in Noord-Korea, of in andere onvrije landen. Wij leven dus inderdaad in een onvrij land. Niet juridisch gezien natuurlijk, maar geestelijk. De politieke correctheid houdt ons gevangen.”

“[We worden door de pc-elite] gevangen gehouden. En daarom raakt dat gelul over racisme me zo, zoals bij RTL Late Night: dat is de zweep waarmee wij in de pas worden gehouden. O, je zegt iets wat ons niet bevalt: pats, racisme. Racist is het allerergste wat je kan zijn. Niemand weet overigens wat het woord precies betekent. Het is een woord zonder betekenis, een denominatie zonder connotatie. Maar iedereen is er als de dood voor. Extreem, conservatief, reactionair, achterhaald, seksist, racist, fascist: allemaal woorden die niets betekenen maar die wel heel erg zijn. Je hebt dus moedige mensen nodig die dat durven te challengen. En dat is wat Theo en ik proberen te doen in het centrum van de arena. Elke dag weer.”

“( . . .) de sfeer in de Kamer is niet bepaald leuk te noemen. Kijk, wat er heel veel gebeurt in die Kamer, is dat men het met elkaar over de hectometerpaaltjes heeft zonder de richting van de weg te benoemen. Of neem een andere metafoor: je gaat naar de kleermaker en voert een enorm debat over knoopsgaten, de stof en de ritssluitingen. Maar je hebt het er helemaal niet over gehad of je een jurk of een pak wilt.”

Wilders?

“Onze omgang is beleefd en vriendschappelijk, alhoewel dat laatste misschien wel een te groot woord is.”

De Tweede Kamer:

“ Kijk, het is allemaal heel ambtelijk. Waar worden nu de echte beslissingen genomen? Niet daar in de Kamer. Je kunt mensen wel een beetje aan de tand voelen, maar ze komen er elke keer mee weg. ( . . .)  eigenlijk wil ik de cultuur veranderen. Zorgen dat ze er niet meer mee wegkomen. ( . . )  het valt me tegen. Het is verstoppertje dat hier gespeeld wordt. Er wordt gedaan alsof er in die Kamer van alles en nog wat wordt besproken.”

Gaan ze Baudet dadelijk slopen in de Tweede Kamer?

“Dan moeten ze van goeden huize komen. Het woord debat veronderstelt een uitwisseling van standpunten. Laat ze maar komen, een mooie krachtmeting. ( . . .)  ik voel het als een heel grote verantwoordelijkheid. De enorme kans die er is om die conservatieve revolutie nu echt te laten lukken. Het is internationaal, er is dat netwerk van mensen waarin ik al vrij jong in ben opgenomen, en dat moet zich op een gegeven moment vertalen naar de bovenwereld en naar de instituties: de universiteiten. We zijn in een eindfase terechtgekomen, waarbij het regime van de linkse partijen – VVD, Pvda, CDA en D66 – zijn positie echt niet meer kan handhaven, maar alleen nog maar met dit soort flauwekul komt aanzetten. Elk inhoudelijk debat verliezen ze namelijk.”

Het verval van de westerse beschaving.

“Het gaat langzaam natuurlijk. Het verval is heel geleidelijk. Maar als je kijkt wat mensen van achttien nu kunnen en wat ze vijftig jaar geleden konden – dat is niet meer met elkaar te vergelijken.”

‘Er is zo’n ongelooflijke destructie van de cultuur geweest de afgelopen vijftig jaar. Dat was gewoon een beeldenstorm.  ( . . .) Als ik een bijeenkomst van onze partij heb gehad, zie ik dat er zo ontzettend veel mensen in Nederland zijn die net als wij willen dat het anders gaat. Maar ik denk dat elke eerlijke observator moet bekennen dat er op een heleboel terreinen echt verloedering is. En ik weet niet of dat allemaal te keren is. Er is zo’n ongelooflijke destructie van de cultuur geweest de afgelopen vijftig jaar, dat was gewoon een beeldenstorm. Ik denk dat deze tijd later ook zo herkend wordt.”

Op een bijeenkomst was de vraag aan de orde: is FvD rechts?

“Het is dus ook helemaal niet terecht dat wij almaar als heel rechts worden afgeschilderd. Vroeger waren er voor veel mensen in de middenmoot van de samenleving een heleboel voorzieningen en instituties. Die zijn voor een groot deel verdwenen. Daardoor krijg je nu een nieuwe tweedeling. Links is dus in feite voor een grotere tweedeling. Er waren wat journalisten vandaag en die vroegen zich af: hoe kan dat nou, we zien allemaal hoogopgeleide jonge mensen die er goed uitzien, ze komen uit redelijk welgestelde milieus, waar zijn ze nou zo boos over? En toen was er iemand van de deelnemers die zei: maar kunt u dan niet begrijpen dat het ons niet om onszelf gaat, maar om Nederland, om de samenleving, iets dat veel breder is dan onszelf. ‘Maar,’ vroegen de journalisten weer, ‘jullie zijn toch rechts?’ Het klopt niet meer, ze kunnen het niet meer vatten.”

“Mensen snappen niet goed wat er aan de hand is. Die journalisten van daarnet ook niet: die verwachten dat deze mensen alleen maar boos zijn, maar ze staan serieus in het leven en willen iets anders dan het partijkartel. Ze willen dat de massa-immigratie stopt en de EU wordt ontmanteld en we weer trots worden op ons land. Dat kun je tot op zekere hoogte wegzetten als tokkies en als boos rechts, maar op een gegeven moment moet je inzien dat het niet zo is: wij zijn niet boos en gefrustreerd, wij zijn geen losers met alleen maar een proteststem.”

Geert Wilders en Mark Rutte.

“Ik heb heel veel respect voor hem. Voor wat hij gedaan heeft. En ik vind dat er echt een aantal heel goeie mensen bij zitten. Daar moet je ook weer niet flauw over doen. Ik hoop dat hij nog heel lang in de politiek blijft en dat hij zijn twintig zetels gewoon vasthoudt. Ik hoop dat wij de VVD en het CDA straks leegeten. Ik heb Forum voor Democratie niet opgericht om een concurrent van de PVV te zijn, maar van de VVD.  Alles aan Rutte is nep. Het is allemaal bedacht en bij elkaar gezocht. ( . . .) Of ik tegen Rutte opkijk? Nee, dat was niet in mij opgekomen. Ik heb een aantal keren een vergadering met hem meegemaakt. Hij is wel heel handig, moet ik zeggen. Een gladde aal. Tja, het is nu natuurlijk dieptreurig in de VVD.”

“Daniel Hannan is een van mijn helden. Omdat hij prachtige boeken heeft geschreven en een hele visie op de Brexit heeft gecreëerd en uitgedragen. Omdat hij een enorm vermogen heeft om mensen te verenigen, die het misschien al wel met elkaar eens waren, maar dan nu door hem een gemeenschappelijk doel zien. De Brexit is natuurlijk een van de meest fantastische gebeurtenissen in ons tijdsgewricht. Een wonder dat dat gelukt is.”

Over de kindertijd, schooltijd, universiteittijd.

“( . . .) . Wat voor een kind was ik nou eigenlijk? Ik vond mijn basisschooltijd erg leuk, en mijn middelbareschooltijd erg vervelend. Daar was ik heel ongelukkig. [Baudet vond zijn klasgenoten op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem  dom] En als ik nu ook zie wat er van ze terecht is gekomen. ( . . .) Maar dom is een bredere kwalificatie dan alleen maar IQ of rekenkracht. Mijn puberteit ontwikkelde zich anders dan die van mijn leeftijdsgenoten. Ik was geen rebel. Ik was heel erg geïnteresseerd in de wereld. ( . . .)  mijn isolement had niet zoveel te maken met de daadwerkelijke gedragingen van de anderen. Het was veel implicieter dan dat: ik werd gedoogd. En ik heb het overigens nog steeds met groepen. Als ik in groepen moet opereren, dan kunnen dezelfde soort processen optreden en ga ik me heel snel erg ongelukkig voelen. Nou, ik vind het best leuk om met een groepje vrienden iets te doen. En als leidsman kan ik het wel. Ik kan als leider onderdeel zijn van een groep.”

“Ik ben rond mijn 28ste drie jaar in psychoanalytische therapie gegaan. Daar schaam ik me absoluut niet voor, ik ben er juist trots op dat ik dat heb gedaan. Ik denk ook dat het misschien best goed is om nog eens zoiets te doen. Iets dat je helpt om over jezelf na te denken. Er zijn daar een aantal dingen ontdekt. Ik ben niet zo goed in het mij voegen in een groepsdynamiek. Ik merk bij etentjes dat ik vaak degene ben die het grootste deel van het etentje niet aan de eettafel te vinden is, maar in de keuken of op de gang.”

“Ik zie mijn klasgenoten als slachtoffers van een vaderloze wereld, een tijd waarin geen normen meer worden geformuleerd.’

“Ik herinner me een gebeurtenis die een verbijsterende indruk op mij heeft gemaakt in de tweede of derde klas. Zo’n klaslokaal met allerlei portretten met schrijvers. Daar hing dus ook Kafka met zijn flaporen. We hadden er Nederlandse literatuurles. En daar had je die figuren uit mijn klas die Kafka begonnen uit te lachen vanwege zijn flaporen. Mijn leraar Nederlands zei toen dat Kafka op zijn 25ste al een oeuvre had geschreven dat zij misschien wel hun hele leven niet zouden begrijpen. En dat was het moment dat ik partij koos voor Kafka en voor mijn leraar, die mij vervolgens in de steek liet, want hij moest ook overleven in die setting. Wat ik daarin ook zag, was een gebrek aan mannelijkheid. De kracht van die klasgenoten werd niet gevormd, gestroomlijnd, en dat wijt ik aan het ontbreken van een vaderachtige figuur, speaking of Kafka. Ik zie hen als slachtoffers van een vaderloze wereld, een tijd waarin geen normen meer worden geformuleerd.”

“[Ik was]niet rebels, maar wel moeilijk in de zin dat er heel veel genezingswerk nodig was om elke dag weer te herstellen van die kutschool en de enorme geestelijke leegte waar mijn leeftijdsgenoten van bevangen waren. Het voorbeeld van Kafka is voor mij ongelooflijk sprekend, voor jou niet? Daarna kwam het een na het ander. Ik weet nog goed dat wij Erlkönig van Schubert luisterden bij Duitse les, dat ik zachtjes zat te huilen. Dat zag niemand, daar ging het niet om, maar het was voor mij zo reëel, zo belangrijk. Terwijl het mijn klasgenoten uiteraard volledig koud liet. Ze konden er niets mee. En wat gebeurde er toen: mijn vader ging met mij een Duitse poëziereis maken. Dus wij naar Weimar, de Lorelei en het Beethoven-Haus in Bonn. En toen ik zestien was, las ik met mijn vader gewoon Faust deel twee: een aaneenschakeling van metaforen.”

Intellectuele voeding?

“Die had ik nodig. Ik zocht vriendjes die dat ook hadden en vond die niet. Ik was wel voortdurend verliefd. De ervaring met die Portugese vriendin is sprekend, omdat ik in al die issues waar ik tegenaan liep met mijn Nederlandse leeftijdsgenoten, zowel met de jongens als de meisjes, vastliep. Al die klasgenoten van mij zaten in de pauze te blowen en waren de rest van de dag stoned in de klas. Terwijl ik volstrekt romantisch was, geïnteresseerd in romantiek en poëzie, liefdesgedichten schreef, adem ging halen in musea. [De middelbare schooltijd was voor mij] een woestenij. Een intellectuele en culturele woestenij.”

“Toen ben ik lid geworden van een heel literair dispuut, het oudste van Amsterdam: Unica. En daar trad dezelfde situatie op als op de middelbare school, zoals die nu nog steeds optreedt als ik in een groep zit. Namelijk dat ik me buiten de groep voel staan. Ik ben met niet één van hen bevriend geraakt.”

“Ik heb in feite een droomstart gemaakt: het beste gymnasium van Nederland, het meest intellectuele dispuut op aarde ongeveer, waar ook echt al 160 jaar lang de elite van Nederland bij zit. Ik denk dat ik er wel veel heb opgestoken, ontzettend veel, en dat geldt natuurlijk ook voor het Stedelijk Gymnasium in Haarlem, maar ik voelde me er totaal miskend. Zoals Rilke dat zegt in ‘Der Dichter’: ‘Alle Dinge, an die ich mich gebe,/ werden reich und geben mich aus.’ In zijn Brieven aan een jonge dichter heb ik veel herkend.”

“Ik spreek alleen Nederlands, en zelfs dat niet vloeiend. Haha. Ik spreek verder een beetje Frans, een beetje Engels en een beetje Duits. Maar het mag geen naam hebben. Ik heb al zoveel moeite met het Nederlands. Maar mag ik nog één ding over die schooltijd zeggen? Als ik even kijk naar de klas van mijn zus – hoewel mijn zus sociaal sowieso al veel beter is dan ik –, daar zaten jongens en meisjes in die op een veel positievere en opener manier in het leven stonden. En ook in parallelklassen zag ik dat. Het kan ook gewoon zo zijn dat ik pech had. Een ongelukkig samenstel van kinderen in die klas waardoor er een negatieve sfeer ontstond. Als er een of twee mensen waren geweest met wie ik wel door een deur had gekund, dan had ik het wellicht anders ervaren. En dat geldt ook voor dat dispuut waar ik bij heb gezeten. Dus het had zomaar heel anders kunnen zijn.”

Over zijn beroepsverbod.

“Het is absurd dat er geen universiteiten zijn die mij vragen om bijzonder hoogleraar te worden. Dat slaat echt helemaal nergens op. Ik ben een van de meest briljante denkers van Nederland. In elk geval van mijn generatie. Ik zou gewoon politieke filosofie moeten kunnen doceren, ergens. Ik ben blij dat mijn leven zo gegaan is, ik ben blij met alle tegenslagen en alle moeite die ik mij heb moeten getroosten. Ik schreef een tijdje voor NRC Handelsblad, ik gaf een tijdje les op de universiteit.

“[ik ben uitgesloten] omdat ik tegen de EU ben, tegen de massa-immigratie en tegen het partijkartel. Mijn mening viel buiten the accepted margin of the debate. Dus toen ben ik maar iets voor mijzelf gaan doen, omdat dat noodzakelijk was. Ik ben zzp’er geworden en ben overigens zelf gestopt bij de universiteit en de krant omdat ik er geen perspectief in zag. Ik zag er te weinig beweging in en ik dacht: ik krijg die mensen toch niet mee.”

“Ik heb toen twee jaar geleefd van columns en lezingen, hartstikke leuk was dat. Ik verdien nu niet zo heel veel meer dan toen en sterker nog: ik mag nu niet meer bijverdienen. Wat krijg je als Kamerlid? Vijfduizend euro in de maand of zo, onkostenvergoeding, nou, dat verdiende ik ook als zzp’er. Het is geen financiële motivering geweest, het ging om de impact.”

“Mij ging het om de beweging. Daar zit nu de energie. Je kunt allerlei boeken schrijven, die kunnen briljant zijn en gelezen worden, maar er gebeurt niks. Vervolgens kun je een referendum organiseren, en zelfs dat wordt genegeerd. Dan moet je gewoon de Rubicon oversteken.”

“Die Kamer en die twee zetels die we nu hebben is het begin van iets dat veel groter gaat worden. We gaan bij de volgende verkiezingen misschien wel naar twintig zetels toe. Dan wordt het heel anders.”

D66 heeft ook nooit een deuk in een pakje boter kunnen slaan.

“Het verschil tussen Hans van Mierlo en mij is dat ik geen alcoholist ben, dat ik niet in een tijd leef waarin de stille generatie zijn mond hield en dat er nu sociale media bestaan, waardoor je veel krachtiger je verhaal kunt vertellen. Er zijn allerlei verschillen. Maar ik ben benieuwd hoe je over tien jaar op mij terugblikt.”

_____________

Advertenties