DU PRE RAOUL

Raoul du Pré

*************************************************************
Het grote, cruciale punt is echter dat Marcouch moslim is en dus aanhanger blijft van een ideologie die al 1400 jaar bewijst zowel onhervormbaar als inhumaan-totalitair te zijn. Hij kan persoonlijk nog zo grote morele stappen vooruit hebben gemaakt — en zelfs daarvan ben ik niet 100% zeker — dan nog is hij gevangen in een ideologie die op cruciale momenten in de geschiedenis altijd heeft gekozen voor terreur, vernedering en onderwerping van andersgelovigen. En die de broeders die zwak zijn in de leer al gauw als “afvalligen” brandmerkt en vermoordt.
*************************************************************

Ik vond dat demonstratietje van Wilders en anderhalve ezelskop in Arnhem tegen Marcouch zielig en zielloos. Maar de interventie in de Tweede kamer van Martin Bosma was prima. Hier heb ik uitgelegd hoe schofterig ik de beantwoording van die interventie door Plasterk vond.

Mag ik nog eens op de quaestie terug komen?
Want?
Want een zinnetje van bijdehandje Bas Paternotte afgelopen zondag op GeenStijl:

“Het ‘Ja maar hij is een kast-Moslimbroeder dit en dat’-argument is afgelopen week overigens ontkracht door de Haagse chef van de Volkskrant Raoul du Pré.

Zozo.
Dus die hele interventie van Bosma, die ik prima vond, berust op niks?
Raoul du Pré maar eens lezen dan.
Ik citeer Du Pré:

“Al-Qaradawi is een invloedrijke ideoloog van de Internationale Moslimbroederschap, die zich ten doel stelt de islamitische cultuur te bevorderen.”

Als je zo’n zin opschrijft, ben je meteen gediskwalificeerd.

Al-Qaradawi, mentor van Marcouch, heeft het over de volgende keer: namelijk als er weer een Holocaust komt en de moslims het grondiger gaan aanpakken dan Hitler deed. Hij is ook de man die als laatste levensdaad graag willekeurige Joden zou mitrailleren, zo nodig vanuit een rolstoel en die vertelt dat de moslims bezig zijn het van “promiscuïteit” vergeven Europa te veroveren.

Al-Qaradawi is namelijk niet zomaar “een invloedrijke ideoloog” maar een nazi en als je ooit een aanhanger van hem bent geweest, zoals Marcouch, dan verdien je het voor de rest van je leven gewantrouwd te worden.

Temeer omdat liegen om de islam de eindoverwinning te laten behalen — echt waar! —  een beproefde tactiek is voor moslims. Dat heet “taqiyya”.

En dan die Moslimbroederschap “die zich ten doel stelt de islamitische cultuur te bevorderen”.
Du Pré citeert Marcouch die in 2008 gezegd heeft:

“Los van de problematische geschiedenis vormt de Moslimbroederschap in ideologisch opzicht een politieke, evenwichtige stroming in de islamitische wereld.”

Kijk: hier heb je al een lekker vet stukje “taqiyya” van Marcouch. En Du Pré gelooft ‘m. Maar dat zou-ie niet moeten doen. Want Marcouch weet heel goed dat niet alleen de geschiedenis van de Moslimbroederschap “problematisch” is maar ook het heden. Ga eens drie kwartier luisteren naar Robert Spencer, dan krijg je uitgelegd dat de Moslimbroederschap tot in elke vezel vanaf zijn oprichting tot op de huidige seconde een supremacistische organisatie is geweest met maar één doel: de hele westerse cultuur vernietigen en de wereldheerschappij van de sharia vestigen. En Spencer heeft heel harde bewijzen.

Du Pré:

“Als Kamerlid maakte hij een initiatief-wetsvoorstel om verbale intimidatie van vrouwen en homo’s op straat strafbaar te stellen. Ook bepleitte hij een verbod op salafistische organisaties.”

Ja, Marcouch is een raadsel. Dat vond ik in 2008 al. Maar er is sinds dat jaar inmiddels misschien toch wel iets opgelost van dat raadsel.

Zo geloof ik niet meer dat Marcouch alleen als “tactiek” voorlopig een wat verlichtere vorm van islam bepleit, dat het eigenlijk allemáál “taqiyya” is en dat hij zich zal ontpoppen tot een “fundamentalist” zo gauw hij de kust daarvoor veilig genoeg acht. Ik geloof dus niet dat Marcouch heeft besloten dat naar buiten toe “progressief” zijn een vereiste is om werkelijk goed in het westen te kunnen infilreren in machtsposities. Dat je op den duur alleen op die manier bijvoorbeeld . . . . nou, zeg ’s wat . . . . . burgemeester van een middelgrote  Nederlandse stad kunt worden.

Het grote, cruciale punt is echter dat Marcouch moslim is en dus aanhanger blijft van een ideologie die al 1400 jaar bewijst zowel onhervormbaar als inhumaan-totalitair te zijn. Hij kan persoonlijk nog zo grote morele stappen vooruit hebben gemaakt — en zelfs daarvan ben ik niet 100% zeker — dan nog is hij gevangen in een ideologie die op cruciale momenten in de geschiedenis altijd heeft gekozen voor terreur, vernedering en onderwerping van andersgelovigen. En die de broeders die zwak zijn in de leer al gauw als “afvalligen” brandmerkt en vermoordt.

Ik zei zojuist dat ik in 2008 al vond dat Marcouch een raadsel was. Vaag had ik in mijn achterhoofd dat ik ooit een lang essay had geschreven over Marcouch met die tendens. Dat was dus inderdaad in 2008, in een tijd dat ik nog de illusie had dat ik samen met Eddy Terstall de PvdA kon omturnen richting realisme. En ik heb dat essay inderdaad gevonden! “HET RAADSEL MARCOUCH”  Veertienduizend woorden! Twintig A-4-tjes! Een lange long-read. Ik citeer nu alleen een aantal slotalinea’s. En dan zie je dat sinds 2008 het raadsel rond Marcouch is gebleven.

MARCOUCH MET HOLLANDSE BOERE-BOEVE-PETPET

Slinks kijkende Marcouch met Europese boere-boeve-pet

CITAAT:

De persoon van Marcouch is mij een raadsel.  Hij spreekt zich uit tegen veel wat de islam kenmerkt: tégen antisemitisme, geweld, extremisme, totalitarisme, vrouwenmishandeling, vrouwenbesnijdenis, afgedwongen huwelijken, eerwraak, discriminatie van homo’s en lesbiennes. Tegelijk spreekt hij zich uit vóór een open debat over de islam, een liberale islam, een vernederlandste islam, de westerse democratie, bescherming van moslimafvalligen.  Ik meen te weten dat Marcouch ooit gezegd heeft dat moslims wrede soera’s uit de Koran mogen negeren omdat ze indruisen tegen het verstand dat God de mens immers heeft mee gegeven om een moreel oordeel te kunnen vellen.  Bijna elk punt op zich, en voorzeker alles bij elkaar, is voldoende om van Marcouch te verklaren dat hij in geen enkele gangbare definitie nog moslim is.  Wat hij aanhangt is blijkbaar een verlicht soort humanisme dat ik op geen enkele manier meer met de islam in verband kan brengen. Maar waarom wil Marcouch dan tóch een geloof verbreiden waar blijkbaar zóveel achterlijks en wreeds uit weg geschrapt moet worden? Hoe kan hij met droge ogen in deze lezing spreken van de islam als de godsdienst die  “als een onverwacht geschenk door  Marokkaanse en Turkse gastarbeiders ( . . . ) het land is binnengesmokkeld”? Een geschenk! Godallemachtig!

Wie aanhangt wat Marcouch zegt aan te hangen kan niet anders besluiten dan dat de islam, en zeker de bewust orthodoxe,  eigenlijk wegens schending van fundamentele mensenrechten verboden zou moeten worden. Het is een raadsel waarom zo iemand hevig bepleit dat politievrouwen het meest gangbare symbool van het racisme tégen en hersenspoeling ván de vrouw in de islam moeten kunnen dragen, namelijk de hoofddoek. Des te wonderlijker is ook in dat licht zijn pleidooi voor islamles op openbare scholen. Marcouch zal immers niet bedoelen dat er kritisch, godsdienstwetenschappelijk, objectief en vergelijkend over de islam  en andere godsdiensten gesproken zal worden op die scholen, want dat zou het einde van menige ontkiemende liefde voor Allah en zijn prachtprofeet zijn.  Hij bepleit dus een privilege voor de islam dat geen enkele andere godsdienst heeft. Dát is, voorwaar, weer helemaal in de traditie van de islam zoals we die hebben leren kennen.

Misschien ligt één sleutel tot Marcouch wel in de volgende passage uit “Zelf Koranlezen” (p. 43) van arabist Hans Jansen: “Nederlandse politici van islamitische afkomst die zich in Nederlandse kranten uitgebreid laten fotograferen met een goed herkenbare luxe editie van de Korancommentaren van Sayyid Qutb op schoot, geven daarmee een signaal af aan moslims, dat de meeste buitenstaanders zal ontgaan.” Jansen zegt het niet, maar die politicus is Ahmed Marcouch.  Mijn vermoeden is overigens dat Marcouch niet geïnspireerd is, althans niet langer, door de antiwesterse en terroristische kant van Qutb (1906 -1966), maar door zijn preutse. Qutb is de man die tijdens een kort verblijf in Amerika geschokt raakte door de vrije omgang der geslachten met elkaar. Maar als Marcouch vooral een fatsoensrakker is, dan  ik zou hem willen adviseren daarvoor niet een hele islam in het geweer te brengen.

Misschien ligt het nog dieper, en wel in de solidariteit van  Marcouch met zichzelf. Dat klinkt cryptisch, maar ik bedoel het volgende. Marcouch heeft, sinds hij als tienjarige naar Nederland kwam, een forse ontwikkeling doorgemaakt. Hij begon, zo weet ik, met een opvatting over de Westerse maatschappij als welvarend en technologisch van hoog niveau, maar die niettemin, zo meende hij toen, decadent was en niet te redden van Allah’s hel. Vervolgens is hij vermoedelijk gaan inzien dat de humaniteit en redelijkheid van het “geloofssysteem” van het Westen nu precies de motors zijn achter dit materiële succes. Parallel daaraan is hij, denk ik, zijn eigen ideologie kritisch tegen het licht gaan houden. Ik kan me voorstellen dat hij nu, geconfronteerd met de rancune van Marokkanen die nog niet zo ver zijn als hij, die – om een woord te gebruiken dat de islam graag gebruikt voor de “ongelovigen – nog in “jahiliya” (onwetendheid) verkeren, de neiging heeft ze te vergoeilijken en te hopen dat ze met de tijd wel tot Verlichting zullen komen. Marcouch zit in een onmogelijke spagaat, maar ook hij zal, net als de PvdA en net als heel Nederland en net als het hele Westen niet onder de uiteindelijke confrontatie met de islam uitkomen en vooral niet uitkomen onder de Grote Erkenning: de islam heeft niets positiefs. Niets.

De hamvraag luidt natuurlijk: wat te doen? Allereerst moeten we degenen die geacht worden de westerse wereld te leiden  blijven vragen 1400 jaar islam eindelijk eens onder ogen te gaan zien. Voorlopig horen we van partijleider Bos alleen maar “de islam is hier om te blijven” en dat hij wel voelt voor koranonderwijs op basisscholen, waarbij die scholen externe figuren zullen aantrekken om die islamlessen te geven. Wie dat in de praktijk zullen zijn, laat zich vrezen.

De westerse geest is vooral in zijn elite ontspoord. We moeten terug naar dat proces dat ik een Jezuïtische hoogleraar middeleeuwse geschiedenis, A. G. Weiler, eens hoorde definiëren als  “de Rede, opgevat als de Ontvouwing van Gods Geest in de Geschiedenis”, dus aan die joods-christelijke traditie die, gewassen door de Verlichting, na veel lijden is uitgemond in de Universele verklaring van de Rechten van de Mens en die we hier in het Westen althans probéren na te leven.  Dat betekent in concreto: ophouden met subsidies aan godsdienstige clubs met pre-Verlichtingsidealen. “Omdat mijn God dat wil” is (Kuitert) géén argument in deze maatschappij.  De blasfemiewetten in de gedaante van 137c alsnog ongedaan maken, de misbruikte “godsdienstvrijheid” uit de wet schrappen en onder de Vrijheid van Meningsuiting laten vallen.

Ten slotte nog eens het onderwijs. Want Marcouch laat het punt hier in deze speech dan wel rusten, het onderwijs speelt een essentiële rol in de “godsdienstkwestie”, al 150 jaar lang. En Marcouch heeft het opnieuw op de agenda gezet met zijn lobby voor islamonderwijs op Openbare Scholen.  Het zou een grote vergissing zijn als de PvdA daarin meegaat. De PvdA (en de VVD) moeten juist erkennen dat de onderwijspacificatie van 1917 een vergissing was:  in ruil voor  de christelijke concessie dat het  algemeen mannenkiesrecht werd ingevoerd — en twee jaar later vrouwenkiesrecht — werd het bijzondere (religieuze) onderwijs grondwettelijk gelijkgesteld aan het openbare.  Maar bijzonder onderwijs heeft nooit de voorkeur gehad van sociaal-democraten noch liberalen. Dat hebben ze zichzelf achteraf wijs gemaakt. We zouden moeten ophouden met het subsidiëren van scholen op godsdienstige grondslag. Wie zijn kinderen wil hersenspoelen, doet dat maar achter de voordeur. Je zou een kind ook dáár willen beschermen tegen indoctrinatie, maar dan lopen we het gevaar zelf in totalitair vaarwater te raken.  Wat we wel kunnen: voor alle kinderen zijn wat Alice Miller een “helpende getuige” noemt. Kinderen die getraumatiseerd worden door hun opvoeders, komen er veel beter uit als ze in hun omgeving  ooit een vertrouweling hebben gehad die hen vertelde dat het niet gewoon of rechtvaardig was wat hen overkwam. Dat kunnen we als maatschappij mutatis mutandis doen op de Openbare School, waar kinderen kennis maken met alle “religies”, zelfs met de islam, en verder met alle manieren waarop  mensen tegen het levensraadsel aankijken. Dat zou helpen om van kinderen die thuis gehersenspoeld worden, of onderhevig zijn aan de islamitische variant van de “zwarte pedagogie” die in West-Europa een belangrijke factor was in het ontstaan van twee grote oorlogen (1914 -1945), toch nog geestelijk gezonde en weerbare wereldburgers te maken.

Meer islam, zoals Marcouch wil, is nergens goed en overal slecht voor.

_______________

Advertenties