Syp Wynia’s stuk “O, was ik maar een minderheid” in Elsevier wordt door Blendle aldus aanbevolen:

Dit essay van Syp Wynia heeft alles in zich om ophef te veroorzaken”.

Mwah. Valt erg mee.

Ik vind Wynia’s kritiek op het multikulgelul erg gematigd. Kijk maar:

In het algemeen zijn die noties van non-discriminatie, gelijkheid, solidariteit en tolerantie er met succes ingehamerd. Maar daar lijkt het niet bij te blijven. Vanuit minderheidsgroepen wordt politieke en juridische druk uitgeoefend op basis van verondersteld autochtoon daderschap. Met het risico dat de er met zo veel moeite ingehamerde noties van gelijkheid en inschikkelijkheid op niets uitlopen, omdat aangedikt allochtoon slachtofferschap de immigratiesamenleving nou juist op scherp zet. [mijn blauwe vet]

Wynia schrijft naar aanleiding van de eis tot schadevergoeding wegens geleden leed door moslimouders vanwege een gemiste schoolfoto door het offerfeest strotafsnijfeest. En daarover kan je iets veel radicalers zeggen dat ook nog veel meer wáár is dan “aangedikt allochtoon slachtofferschap”:

Ikke eiges schreef over die affaire namelijk het volgende:

“Dit is de islam die ‘respect’ eist als voorfase van de komende tijd waarin moslims jou gewoon weer, zoals het hoort, als tweederangsburger gaan behandelen die jizya is verschuldigd. Als slaaf eigenlijk. Het is een uitvloeisel van de mentaliteit die bovenop de verwoeste tempel van de ongelovigen een moskee bouwt. Zoals ze bijna met succes deden op Ground Zero. ( . . .) Is zo’n contextualisering niet overdreven? Nee. In die hysterische eis van die moslimouders zit die mentaliteit verborgen die meent dat de islam eigenlijk behoort te heersen.”

Ook over Job Cohen is Wynia veel te braafjes:

Als het aan de toenmalige Amsterdamse burgemeester Job Cohen (PvdA) had gelegen, waren de grondwettelijke scheiding tussen kerk en staat en het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel terzijde geschoven, om religieuze gemeenschappen die naar zijn idee in een achterstandspositie verkeerden, een steuntje in de rug te geven. In de praktijk steunde Amsterdam, zij het verholen, al de bouw en de exploitatie van moskeeën.

Cohen wilde het steunen van islamitische instellingen van een ideologisch fundament voorzien, vanuit de gedachte dat de islam kan bijdragen aan de integratie en dat moslims vaak te arm zouden zijn om hun eigen voorzieningen te financieren. Cohen steunde ook door dik en dun de toenmalige stadsdeelburgemeester van Slotervaart, Ahmed Marcouch (PvdA), die voortdurend in de weer was met de heilzame werking van de islam in de publieke sfeer. Het ademde een religieuze missie, gestoeld op verondersteld slachtofferschap van een etnische en religieuze minderheid.

Het blauwe vet in het bovenstaande citaat is van mij en natuurlijk is Wynia’s vaststelling in essentie hartstikke radicaal, maar het is me iets te tussen-neus-en-lipperig geformuleerd. Ik had er zélf verdomme bijna overheen gelezen! En het kan niet alleen op een veel radicalere tóón gezegd worden, want wat Cohen voorstond — en mischien nog wel voorstaat —is ook inhoudelijk nóg veel krankzinniger dan het slopen van een fundament onder onze staatsinrichting.

Wynia refereert, zonder daarover expliciet te zijn, ongetwijfeld aan een toespraak door Job Cohen die in 2006 in “Socialisme & Democratie” werd afgedrukt en in datzelfde jaar door mij in het kader van dit stuk is geanalyseerd. Maar ik heb de essentie voor de luien onder ons kort samengevat in een stuk van 2016 waaruit blijkt dat Cohen in dat jaar, dus tien jaar later, 2016 nog net zo gek was:

“Wat waren die ideeën van Cohen uit 2007? ( . . .)  Ze kwamen, kort gezegd, hier op neer: wij zijn als samenleving in een postmoderne & seculiere & geestelijke leegte verzeild geraakt en de islam gaat ons uit die leegte helpen, als we tenminste dat prachtgeloof alle ruimte in onze samenleving geven. Ik noemde de toespraak waarin hij dat zei een publieke uitbarsting van krankzinnigheid.”

Wat zei ik nou?
Een publieke uitbarsting van krankzinnigheid!
Juist, dát zei ik.

Voor wie nu nóg niet vat wat Cohen in 2007 voorstond: hij wilde een nazi-ideologie als de islam tot voorbeeld nemen om “ons”, Nederland en misschien wel Europa en het hele westen uit onze door hem vermeende decadentie te trekken.

Onder de titel “Job Cohen is altijd een collaborerende Golem gebleven” schreef ik in 2012:

“Ah, de Golem. Daarmee beginnen we natuurlijk. Dat is een potentiële mens die het kleistadium nooit ontgroeid is. Wou je Cohen beter typeren? “Zak hooi” zou kunnen, maar dat is minder bijbels.”

________________

Advertenties