Nee, dit is niet de Banne-Buiksloot, maar de vloer van een keuken in Samaria-Judea waar een Joods gezin afgelopen vrijdag werd afgeslacht door een, eh, “Palestijnse”, eh, “Marokkaan”. De liefde voor het mes wordt in deze cultuur breed gedragen, zoals hieronder weer eens wordt geïllustreerd.

Het Amsterdamse Parool zet deze zaterdag boven een verslag het volgende:  “Een groep jonge criminelen terroriseerde de Banne Buiksloot in Noord. Brutaal, intimiderend en zonder scrupules”. En het waren natuurlijk weer types uit het ieslamiesch koeltoerberaich. Dit is een mooi citaat:

“De groepen die op straat zo intimiderend overkomen, beginnen op enig moment toch barstjes te vertonen. Redouane T. berooft met wat hulpjes een groepslid van zijn telefoon, waarbij het slachtoffer harde klappen krijgt. Daags na de straatroof valt hij het slachtoffer weer lastig: T.’s schoudertasje is bij de straatroof gescheurd en dat moet het slachtoffer vergoeden. Opnieuw slaat een groepje de jongen in elkaar.”

Maar het verslag heeft ook een ijzersterke opening:

“Tussen de chaos in haar overhoopgehaalde flat ziet de bewoonster van de Banne Buiksloot de lijstjes met foto’s van haar kinderen zorgvuldig op een rijtje geplaatst op de bank. De inbrekers hebben ze gerangschikt: haar oudste links, de jongste rechts. Naast de foto van het jongste kind ligt een groot mes.

Het is een nieuw dieptepunt in de cynische intimidatie van de buurt door een groep van enkele tientallen jongens en jonge mannen.

Als vermoed inbreker Redouane T. (18) uiteindelijk in het verdachtenbankje zit, begrijpt de rechtbankvoorzitter maar niet waarom de jongens zoiets deden bij de uitbaatster van het buurtwinkeltje waar ze zelf klant waren. ‘Ik vind het ziek. Het is heel begrijpelijk dat die mevrouw heel bang is geworden. Snap je dat? Als ik dit allemaal lees, denk ik: dit méén je niet.’

Redouane geeft geen sjoege, ook niet als de brief van de vrouw is voorgelezen waarin ze vertelt nog wakker te liggen. Anderen deden het, zegt hij. Hij was er alleen voor de kick. Nee, hij noemt geen namen. Hij is geen verrader. Zo gaat het steeds als met hem een hele trits grotere en kleinere misdrijven wordt doorgenomen. Drugshandel, een gewelddadige straatroof, mishandelingen, nog een inbraakpoging.”

Lees de rest in het Parool >>>

“Wij zijn tegen Israël. Omdat gewoon die Joden moeten uitgeroeid worden. Omdat ze onze moslimbroeders gewoon ruïneren. Ons land kapot. Moslims, dat vinden wij ook ons land. ( . . .) dat ze die stempels op hun hoofd hebben. Ik hou daar niet van. Die stempels, je weet wel die hoed. Dan wil ik gelijk djoeken, gelijk prikken weet je. Ik heb graspin hier. Het gaat niet alleen om Israëli’s maar gewoon om Joden, Joden, Joden. Joden en Israëliërs zijn voor mij hetzelfde. Ik haat die Israëli’s dus ik haat de Joden ook.”

_________________

Advertenties