Het blijft een raadsel, dat wegkijkgedrag. Toen begin jaren 1980 de eerste generatie van Marokkanen die hier geboren werd in de tienerleeftijd kwam, de kinderen van de gastarbeiders dus, voelde ik al instinctief dat een flink deel niet deugde. Inmiddels weet ik dat zulks te maken heeft met de islam, een anti-humane en wrede ideologie en staan de media al bijna 20 jaar vol van wereldwijde islam-terreur. Er is een Westerse body of knowledge inzake die islam die onweerlegbaar heeft vastgesteld dat de islam alle wezenlijk kenmerken van de tijdloze misdadigheid van het nazisme heeft. Natuurlijk worden de islam-afdelingen van de universiteiten nog steeds grotendeels bevolkt door leipenisten (onder deze brief een lijstje), die misleidende flauwe kul verkopen, maar voor wie echt wil weten wat al die verontrustende islam-signalen betekenen, is er echte kennis voorhanden.

Een boek waarin die echte kennis wordt geëtaleerd en de ideologische verwantschap tussen het nazisme en de islam met een minutieuze overdaad aan historische bewijsvoering wordt onderbouwd, is: Barry Rubin en Wolfgang G. Schwanitz, “Nazi’s, Islamisten en het moderne Midden-Oosten”, dat in oktober bij “De Blauwe Tijger” zal uitkomen.

In het laatste hoofdstuk, waarin ze de lijnen van hun historische studie proberen samen te trekken, geven de auteurs een shockerend voorbeeld van de recente onkunde bij de Amerikaanse CIA inzake de islam en een niet minder shockerend en een vrij recent voorbeeld van bewust en laf wegkijk-gedrag van cultuurdragers in Duitsland.

Zodadelijk die anecdotes. Eerst even het voornaamste wat met een uitzinnige mate aan bewijs (!) in dit boek wordt aangetoond:

1) dat de islam, in de persoon van de moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, zich vanaf de jaren 1930 verbond met het nazisme en met Hitler en dat de moefti de beslissende stoot tot de Endlösung heeft gegeven

2) dat zulks gebeurde vanuit de geheel eigen Jodenhaat-traditie van de islam: de moslims waren níét de leerlingen en de nazi’s de leermeesters, maar ze waren gelijkwaardige partners in Jodenhaat die elkaar herkenden als bondgenoten

3) dat die gemengde nazislamitische Jodenhaat-traditie na WOII tot op heden in het Midden-Oosten de leidende ideologie van islamitische dictators bleef, een ideologie die tijdens de “Arabische Lente”, die in 2010 begon, alleen maar sterker werd

4) dat die nazislamitische Jodenhaat-traditie alléén in de islamitische wereld ongerept én succesvol is gebleven en nergens anders ter wereld.

5) dat die nazislamitische Jodenhaat-traditie ook en vooral de “Palestijnse” maffia’s van Arafat tot Abbas tot Hamas heeft aangedreven

6) dat de huidige links-regressieve Israëlhaters in een oude traditie staan, want dat reeds in de jaren 1930 de Communistische Internationale de Joodse minderheid in Palestina de rol van ‘imperialistische agent van de onderdrukking’ gaf en de moordpartijen van de islamitische Arabieren voorzag van het etiket ‘nationale bevrijdingsbeweging’

En nou die anecdotes over onwetendheid en wegkijkgedrag.

Voor de blijkbaar oprechte onwetendheid hebben Rubin en Schwanitz ook niet echt een verklaring. Maar op een bepaald moment, zo stellen de auteurs vast, was de kennis over het nazi-verleden van de islamisten, dat bijvoorbeeld in de Moslimbroederschap heimelijk werd gekoesterd, verdwenen. Zelfs bij de Westerse geheime diensten:

“( . . .) tijdens de “Arabische Lente” van 2011, toen de Broederschap bezig was de controle te verwerven over Egypte en Tunesië, vertelde de directeur van de Amerikaanse defense intelligence (DIA), James Clapper, in februari 2011 aan het Congres dat de Broederschap een gematigde en seculiere groep was die gekant was tegen geweld.” [mijn blauwe vet]

CLAPPER JAMES

James Clapper

Die onwetendheid had natuurlijk te maken met de misleiding door de islamisten. Zo kon bijvoorbeeld Tariq Ramadan — in diezelfde maand februari 2011 dat Clapper zijn wijsheid spuide, en in dezelfde maand dat de Moslimbroederschap begon met de overname van Egypte — een opiniestuk in de New York Times schrijven waarin hij totaal ontkende dat de Moslimbroederschap en zijn leider Said, Tariqs eigen vader, nazi-collaborateurs waren geweest. Hij perverteerde de waarheid zelfs geheel en beweerde dat de Broederschap een anti-fascistische organisatie was die in de jaren 1930 en 1940 “het Britse parlementaire model” had bewonderd. Een werkelijk totale leugen, maar hij kwam er onweersproken mee weg.

Tariq, geboren in Genève in 1962, was in Zwitserland vanaf zijn kindertijd klaargestoomd voor moslim-leiderschap. Hij zou de bekendste woordvoerder worden van het islamisme in het Westen en professor worden in “hedendaagse islamitische studies” aan de Universiteit van Oxford.

De bekende media-arabiste Petra Stienen werpt een intense blik op Tariq Ramadan. Hier een hi-lá-rische kunst-tekst over Stienen van wijlen Hans Jansen.

De misleiding door de moslims zelf was een factor, maar ook en vooral het misdadige wegkijkgedrag van het Westerse links-regressieve narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat. Rubin en Schwanitz geven een sterk staaltje van kruiperig dhimmi-gedrag in Duitsland.

Karl Rössel (niet-wegkijker)

In het Duitsland van 2009 organiseerde Karl Rössel een tentoonstelling, getiteld “De Derde Wereld in de Tweede Wereldoorlog”. Dat was voor “Werkstatt der Kulturen”, een door de overheid gefinancierd multicultureel centrum in de Turks-Arabische wijk Neukölln in Berlijn. Een klein deel van de tentoonstelling was gewijd aan de Arabische en islamitische betrokkenheid bij de nazimisdaden.

Philippa Ebéné (dhimmi)

Maar de directeur van het centrum, Philippa Ebéné, annuleerde het project omdat het Duits-Arabische spanningen teweeg kon brengen. De gecommitteerde voor integratie van Berlijn, Günter Piening, stemde ermee in maar stond uiteindelijk, na kritiek in de media, een kleinere versie van de tentoonstelling toe. Boos om het censureren van zijn werk, beschuldigde Rössel de Duitse historici en de Midden-Oosten-deskundigen dat ze de historische waarheid vals hadden voorgesteld.

Günter Piening (dhimmi)

Daniel Schwammenthal schreef over de affaire in de Wall Street Journal:

“Wat de heer Rössel zegt over Duitsland, geldt voor bijna de gehele westerse wereld, waar vaak wordt beweerd dat de alliantie tussen de moefti en Hitler hem later in de regio in diskrediet bracht. Niets zou verder van de waarheid kunnen zijn.”

Daniel Schwammenthal (niet-wegkijker)

__________________