Bart Schut heeft recentelijk in het kader van de 70ste verjaardag van Israël drie opstellen geschreven — een, twee, drie — die het ontstaan van de “Palestijnse kwestie” behandelen tot aan zomer 1949, toen de Arabische landen die Israël waren binnengevallen hun nederlaag moesten erkennen. Ze staan in het NIW, het Nieuw Israëlitisch Weeblad, waarvan Esther Voet de hoofdredactrice is.

Uit die opstellen blijkt dat Bart nog steeds last heeft van zijn oude links-regressieve neigingen om extra streng te zijn voor Israël. Niet dat Israël voor Bart direct de Satan is, zoals voor het echte dom-linkse volk, maar die Joden zijn in Barts ogen toch ook wel menselijk-al-te-menselijk. En daarin schiet Bart een beetje door. Want zó erg allzumenschlich als Bart ze schildert zijn die Palestina-Joden niet geweest. Ze waren nóg een stuk fatsoenlijker dan Bart ze beschrijft. Maar ik kan zeggen: Bart is getting there! Hij maakt vorderingen in objectiviteit. En misschien kan hij Esther Voet meenemen, want die wordt, net als hij, in haar verlangen bij de Goede Linkse Mensen te horen vaak nog een beetje verblind.

1) Verzoeningsborrel

Bart Schut vormt, zoals gezegd, een redactioneel koppel met Esther Voet bij het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Hierboven de foto’s die ze bij het NIW van zichzelf gebruiken. Glamorous, kan niet anders zeggen. Zo’n half jaar geleden was Bart samen met Esther uitgenodigd voor een “borrel”, waar ook ik aanwezig mocht zijn. Preciezer gezegd was het een “verzoeningsborrel”, bedoeld om een aantal types die door links-regressieven voor “rechts” worden uitgemaakt met elkaar in gesprek te brengen.

De organisator van deze “verzoeningsborrel” voor nare rechtsmensen was een geleerde, levenswijze en milde man. En dus had hij rekening gehouden met onvereffende rekeningen tussen de bezoekers en expliciet op de uitnodigingen gezet dat iedereen werd verzocht om lange tenen in de garderobe achter te laten teneinde het een beetje prettig te houden.

Toen de Grote Verzoeningavond gekomen was, besteeg  ik de trap die leidde naar het Amsterdamse etablissement waar het evenement plaats vond. En keek bovenaan die trap meteen in de gezichten van twee personen die achter een sta-tafeltje stonden te praten. De ene was de organisator en de ander Bart Schut. Omdat mijn gezicht niet bekend is van de internetten en verdere media, stelde de organisator mij meteen aan Bart Schut voor:

“Dit is nou Martien Pennings”

Waarop Schut:

“Godverdomme! Wat vind ik jou een ongelóóflijke lul! En dat is nog zacht uitgedrukt!”

Ik bleef een paar seconden staan, knikte begrijpend en ging de café-achtige ruimte verder in. Want ik denk dat Bart een goedwillende jongen is, die alleen een beetje in de war is.

2) Bart Schuts polemische talenten

In polemiek, zo meent Esther Voet, onder wier hoofdredactionele hoede Bart Schut dus werkt,

“( . . .) is veel geoorloofd, het mag prikkelend zijn, het mag scherp, maar dit was beneden alle peil.”

Wat vond Esther “beneden alle peil”?
Dat was een tweet van Joshua Livestro, die luidde:

“Bart verveelt zich en wil graag knokken. Dan gooi ik hem hier wat rood vlees toe, is hij weer even zoet.”

Nou-nou! Is dat nou-nou-nou zó erg?
Esther vond blijkbaar van wel.
Dus ik vraag me af hoe Barts hoofdredactrice het peil zou kwalificeren van wat haar eigen Bart mij ooit toevoegde:

“Even iets van me afschrijven. Een of andere ontzettende nazi heeft net een lange rant over mij geschreven op een notoir extreemrechtse site, waarin hij mij een ‘GEESTESZIEKE JODENHATER’ noemt.

Aanleiding? Mijn artikel op Joop waarin ik verklaar dat kritiek op Israel niet gelijk staat aan antisemitisme. Integendeel, naar mijn mening is er genoeg echt antisemitisme in Nederland om juist voorzichtig met deze term om te gaan. Ook om de nagedachtenis aan de Shoah zuiver en in ere te houden.

De lange, lange rant aan mijn adres is geschreven door een zekere “Martien Pennings”. Ik ken de beste man niet, maar stel mij iemand voor die zijn haatstukjes (zeg maar gerust stukken) schrijft tussen het downloaden van kinderporno en het spelen van GTA3 door. Naakt, natuurlijk, op het slipje van zijn overleden grootmoeder na.

Dat ik nog niet zo lang geleden in een goed gelezen artikel in de Volkskrant waarschuw voor antisemitisme in de Lage Landen, meldt “Pennings” uiteraard niet. Evenals het feit dat de politieke traditie waaruit zijn denkbeelden stammen, verantwoordelijk was voor de moord op 6 miljoen onschuldige joden.

Gelukkig wordt de site waarop hij schrijft nauwelijks – en alleen in extreemrechtse kringen – gelezen. Daarom twijfel ik eraan of ik een link moet geven, maar doe het toch. Opdat men weet dat ook ik word besmeurd door het vuil uit de krochten van het racistische internetriool.” [mijn blauwe vet]

Tot zover Schut.

Die notoir extreemrechtse site van het vuil uit de krochten van het racistische internetriool” is de site van E. J. Bron, waarvoor ik toen voor schreef en waar weliswaar wel ’s een forse vergissing is begaan, maar die over het algemeen gewoon de idealen opraapt die regressief-links al decennia geleden heeft laten vallen.

En waarom was ik voor Bart vuil uit de krochten van het internetriool?

Ik had dit gezegd:

“En dan nu de slotvraag. Wat mankeert Bart Schut? Ik vermoed dat hij geestesziek is, namelijk objectief lijdend aan antisemitisme. Bart Schut is een oprechte antisemiet. Ik begin steeds meer te geloven dat types als Schut (en Von der Dunk en Hulspas en etcetera) ergens een biologische, organische, natuurlijke, fysieke beperking in de hersens hebben, die Jodenhaat oplevert en die zich tegenwoordig maskeert als Israëlhaat. Want zó dom en zó feiten- en argumenten-resistent kan geen mens zijn, of je moet een IQ van minder dan 30 hebben. Daar zitten Schut c. s. toch wel boven, denk ik, en dus . . . . . . .

Ik haal dat vermoeden van geestesziekte bij Schut vooral uit dat machteloze spartelen in het tweede deel van zijn  . . . eh . . . . ‘betoog’. Het is net alsof hij ergens naar hapt, naar Verlichting, naar normaliteit, naar een heldere redenering, naar gezond verstand, naar fatsoen, maar dat een objectieve neurologische handicap hem tegen houdt. Misschien is het een échte aandoening, dat antisemitisme.”

Waarom schreef ik dat nou? Omdat ik schijtziek was (en ben) van de leugenlaster die routineus uit de muilen en de toetsen rolden (en rollen) van álle journalisten van álle mainstream-media in het Westen, inclusief Schut. En dan vooral dat woord “bezetting” dat een leugen is en blijkbaar alle Palmaffia-terreur kan verontschuldigen. Als je mijn bovengeciteerde slot-oordeel over Bartje goed leest, is het provocerend, maar toch eigenlijk nog vrij mild: Bart kan er niks aan doen, zeg ik, het is iets neurologisch. En toen hij, al internet-riolerend, de zakelijke mededeling deed dat hij in een “goed gelezen artikel in de Volkskrant” had gewaarschuwd “voor antisemitisme in de Lage Landen” schreef ik ook nog verzoenend:

“Ik kende dat artikel in de VK niet. Vooruit: we nemen het terug: BART SCHUT IS GÉÉN ANTISEMIET, ALLEEN MAAR EEN STARNAKELSE DOMKOP EN WARHOOFD!”

Het vermocht Bart niet milder te stemmen, getuige zijn reactie toen ik hem volle vijf jaar later voor het eerst in levende lijve tegenkwam op die “verzoeningsborrel”.

Ik had het overigens kunnen weten, want een paar maanden eerder, had Schut nog als volgt gereageerd op Theodor Holman die een stuk van mij had aanbevolen:

3) Bart Schut is vooral een verwarde en emotionele jongen

Barts reacties waren en bleven dus heftig. Wat was en is er aan de hand, dat hij zó vreselijk uit zijn evenwicht werd gebracht? Ik bedoel: die uitzinnige scheldwoorden in de schriftelijke reactie en de grove begroeting in dat café deden mij weinig tot niets. Ik was alleen verbaasd. Omdat het kant noch wal raakte. Maar bij Bart was er blijkbaar wél iets geraakt. In zijn binnenste. Hoe kwam dat nou?

Ik denk dat-ie zich betrapt voelde op zijn irrationele links-regressieve reflexen inzake Israël.

Schut probeert uit te stralen dat hij genuanceerd en stabiel in het midden staat als het gaat over islam, antisemitisme en Israël. Maar die indruk heb ik niet. Ik heb de indruk dat-ie zijn links-regressieve reflexen eigenlijk zou willen afschudden, omdat hij voelt dat ze hem hinderen bij het helder oordelen, maar dat-ie daartoe om de een of andere reden niet in staat is.

Hij is uiterst verontrust over de islam, maar hij wil tegelijk erg graag de lieve gematigde moslims die hij kent in bescherming nemen. En daarvan raakt-ie in de war. Kijk eens naar drie alineaatjes uit een stuk op De Dagelijkse Standaard (2014):

“Soms word ik er moe van. Je doet zo je best. Je brengt nuance naar een gehoor dat daar helemaal geen behoefte aan lijkt te hebben. Nee, de islam is geen monoliet. Echt, er zijn duizend interpretaties. Doe nou, kijk naar de praktijk. Ja, gematigde moslims bestaan. Geloof me, het zijn niet allemaal potentiële terroristen. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.”

“Want de waarheid kan, mag en moet worden gezegd. Ook – nee, zeker – als deze tegen de mening van politiekcorrect links en salonpopulistisch rechts ingaat. Maar hier is het problemen: die gematigde moslims, in al hun heterogeniteit, stellen je zo vaak zo teleur. Zelfs zo dat ook ik mij wel eens wanhopig afvraag of zij niet meer dan een wensdroom zijn, ontsprongen uit mijn eigen over-optimistische mensbeeld.”

Omdat ik ze ken, die moderne, seculiere moslims. Omdat ik met ze bevriend ben, hier in Nederland, en omdat zij mijn collega’s waren in Marokko. Zij verdienen het niet op één hoop te worden geveegd met hen die hun levens bedreigen en onmogelijk maken. Zoals is gebeurd met helden Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh, alweer tien jaar geleden. Want heb je kritiek op de islam, moet je dood.”

Als dat geen verwarring is! Terwijl de waarheid toch simpel is: er zijn gematigde moslims, maar dat zijn ze, voor zolang het duurt, ondánks de islam, want die is niet gematigd en kan dat ook niet worden. De extremisten hebben niet de béste papieren in de islam, maar de énige. Er is niets goeds in de islam, niets. Er kan geen mens één fatsoenlijk principe aanwijzen in Koran of Soenna waaromheen een hervorming van de islam zou kunnen clusteren.

Schut waarschuwt tegen het toenemend antisemitisme en voedt het tegelijk zelf met zijn irrationele Israël-kritiek. Kijk maar (De Joop 2013):

“Antisemitisme onder jonge moslims blijkt een fundamenteel, diepgeworteld en universeel probleem te zijn. Wie hoopt dat de situatie in Nederland fundamenteel verschilt met die in België doet aan wishful thinking, wie denkt dat jodenhaat stopt bij de grensovergangen van Putte, Hazeldonk of Geleen probeert zichzelf of anderen voor de gek te houden.”

“In artikelen op de website Republiek Allochtonië betogen Bart Voorzanger en Dilan Yesilgöz dat je antisemitisme moet zien in het licht van de misdaden die Israël begaat tegen de Palestijnen. Ook in talloze tweets en reacties onder online-artikelen over jodenhaat is het argument ‘ja, maar kijk nou wat Israël doet’ als verklaring inmiddels gemeengoed.”

“ ‘Kauft nicht bei Juden’, ‘waarom geen gele ster op joodse produkten’ of het wat subtielere ‘er hangt een antisemitisch luchtje aan die boycot’. De right-or-wrong-my-Israel-lobby heeft het er maar druk mee . U bent antisemiet. Ja, u ja. U waagt kritiek te uiten op de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever? Jodenhater! U walgt van de illegale nederzettingen die daar als paddenstoelen uit de grond springen? Nazi! U wilt geen producten kopen uit bezet gebied? U bent erger dan een kampbewaker.”

“Dus zeg het maar: Israël als westerse staat met de consequenties van dien of als typisch Midden-Oostenland en laat ze verder met rust. Maar dan ook geen hosanna meer over al die Nobelprijzen en geweldige violisten graag. Ook geen inzendingen meer bij het Eurovisie songfestival. En vooral, vooral geen holocaustvergelijkingen! Bovenal omdat wie ze maakt, de herinnering aan de Shoah, de grootste misdaad uit de geschiedenis (100% Made in Europe) bezoedelt.”

“En vooral, vooral geen holocaustvergelijkingen! Bovenal omdat wie ze maakt, de herinnering aan de Shoah, de grootste misdaad uit de geschiedenis (100% Made in Europe) bezoedelt.” [steeds mijn vet]

Dit is niet alleen hysterisch en warrig, maar ook erg ongeïnformeerd inzake Israël. Schut waarschuwt dat moslim-antisemieten de “Palestijnen” als excuus gebruiken en tegelijk debiteert hij zelf de leugenlaster rond “bezette gebieden” die moslims gebruiken om Israël te demoniseren. Want dat woord “bezetting” is de roestige spijker waaraan alle stiekeme antisemitisme in de hele wereld wordt opgehangen.

Het is een doodgewone leugen. Er is helemaal geen bezetting. Israël heeft 100% internationaalrechtelijk en moreel recht om zich in héél Samaria-Judea te vestigen. En dan Barts suggestie dat over die hele 42 kilometer brede “Westbank” de nederzettingen als gifzwammen uit de grond oppoppen: die “nederzettingen” worden maximaal gebouwd op 3% van de grond die Israël bij elke denkbare vredesregeling in Samaria-Judea toegewezen zou krijgen.

Zal ik, in navolging van Caroline Glick, de zaak eens omdraaien? In feite is dat gelul over “bezetting” en “kolonisten” en “nederzettingen” een masker waarachter geëist wordt dat Samaria-Judea Judenrein wordt opgeleverd aan de PLO-Fatah. De Israëli’s mogen daar van regressief-links en de islam niet wonen omdat ze Joden zijn. Er is géén andere reden. Is dat duidelijk? “Kolonisten” = Joden.

En nog eens: dit ene niet vergeten: Israël heeft 100% internationaalrechtelijk en moreel recht heeft om zich in héél Samaria-Judea te vestigen.

Barts verwardheid is een links-regressieve verwardheid. Het is een reflex die hij niet kan onderdrukken.

Over Leon de Winter, zo’n beetje de meest voortreffelijke Israëlverdediger van Nederland — hier een van de vele bewijzen — meende Bartje zich het volgende te kunnen veroorloven:

“Op Twitter Godwint Leon de Winter (Godwintert?) er lustig op los. Dat is geen verrassing, maar helaas zie ik ook tweeps die wel over hun volle geestelijke vermogens lijken te beschikken zich achteloos aansluiten bij allerlei walgelijke vergelijkingen met de Holocaust.” [mijn vet]

Nog een voorbeeldje. Geert Wilders zei in 2013:

“Het is tijd voor de aanpak van de grootste ziekte die ons land de afgelopen eeuw heeft gekend, de islam.”

En dat is inderdaad niet handig voor een politicus, dat woord “ziekte”, hoe wáár het ook is — (voor mij mag de islam ook rechststreeks een kanker heten) —  maar die uitspraak was alles wat Schut, en hij niet alleen, nodig had om van de bestrijder van de nazistische islam, Israëlverdediger Geert Wilders, zélf een nazi te maken. Nou ja: hierboven heeft men kunnen lezen hoe Bart mij, eveneens islamcriticus en Israëlverdediger, tot kinderpornonazi internetrioolde.

4) In zijn NIW-essays over de geboorte van Israël heeft Schut nog steeds last van links-regressieve reflexen

Schut schrijft:

“Deel drie van deze serie zal gaan over oorlogsmisdaden en etnische zuiveringen over en weer ( . . .).” [mijn vet]

Over en weer. Lulkoek. Geschiedvervalsing. Opnieuw die impliciete miskenning van HET GROTE FEIT dat de Palmaffia’s vanaf 1920 de terreur begonnen en tot op de dag van vandaag volhouden en van nog een paar feiten: dat de contra-terreur van de Joden niet alleen nagenoeg altijd in antwoord was op Palmaffia-tereur maar dat die niet tot het karakter van het Jodendom behoort zoals die wel tot het karakter van de islam behoort.

Ik heb hem al eerder geciteerd, Arthur Koestler, op een plek waar u, lezer, bovendien een betere indruk kunt krijgen van de rol van de Moefti van Jeruzalem dan bij Schut, die de Moefti’s rol belachelijk klein maakt.

Arthur Koestler “Promise and Fulfillment: Palestine 1917- 1949”:

“( . . .) in elk geval begingen de Joden geen individuele daden van sadisme (. . .) Maar op andere plekken werden de lijken van Joden die in Arabische handen waren gevallen gecastreerd gevonden en met hun ogen uitgestoken. ( . . .) Voor ik Tel Aviv verliet heb ik de hand gelegd op een collectie foto’s die ik aan Alexis Ladas van de Commissie van de Verenigde Naties heb doorgegeven. Ze tonen grinnikende mannen in Arabische uniformen poserend voor de fotografen met hun bajonetten verzonken in een stapel naakte en verminkte lijken en dergelijke ( . . . ) ik vermeld dit onderwerp met tegenzin ( . . .) dit soort zaken is niet begonnen met de oorlog; vanaf de dag van de eerste Joodse nederzettingen, was een Jood als hij de langs de kant van de weg vermoord werd gevonden bijna altijd verminkt.”

Al nadat ik nog slechts de allerlaatste paragraaf van het laatste deel 3 in het voorbij-printen had gelezen, een paragraaf over Lydda, vond ik het nodig commentaar te leveren. Ik weet niet of er nog overleg geweest is tussen Bart en Esther, maar mijn comment op die laatste paragraaf van deel 3 van Barts NIW-essay werd niet geplaatst.

Dus ik stuurde maar een tweet daarover de wereld in, want ook discussie weigeren is — behalve iedereen die een beargumenteerde andere mening heeft rioolnazi noemen — een dingetje van regressief links. Hieronder de bijlage van die tweet met daarin mijn geweigerde comment:

Wat u — behalve twijfel aan dat woord “vernietigd” van Ben Gurion — uit bovenstaand comment mee mag nemen: óók en zelfs in het geval van Lydda is er weinig bewijs voor Schuts bewering van die

“gewelddadige, structurele en geplande ( . . .) etnische zuivering”

en juist véél bewijs dat op het tegendeel wijst. Bovendien heeft Schut blijkbaar geen kennis genomen van het boek van Efraim Karsh uit 2010, “Palestine Betrayed” dat op grond van grondig onderzoek van nieuw vrijgegeven bronnenmateriaal tot heel andere conclusies komt.

Zelfs in april 1948, zegt Karsh, dus slechts weken voor het uitroepen van de staat Israël op 14 mei, was géén van de stedelingen en was slechts een “handvol” plattelanders van de Palestijnse Arabieren verdreven door de Joden:

“De uitzonderingen die zich voordeden, in het heetst van de strijd, werden steeds gedicteerd  door ad-hoc militaire overwegingen. Ze gingen bovendien gepaard met pogingen om vlucht te voorkomen en/of de terugkeer te bevorderen van mensen die gevlucht waren – op een moment dat enorme aantallen Palestijnen actief  uit hun huizen verdreven werden door hun eigen leiders en/of Arabische gewapende strijdkrachten, hetzij uit militaire overwegingen hetzij om te voorkomen dat zij burgers zouden worden van de voorziene Joodse staat.”

Ik had in dat geweigerde comment nog vermeden om te verwijzen naar een 6000-woorden-essay van mijzelf over Lydda, want, zo vermoedde ik, dan zou mijn comment al helemáál niet geplaatst worden. Vergeefse zelfbeperking want regressief-links duldt geen tegenspraak en gaat niet in discussie. Regressief-links heeft gelijk. En die anderen zijn allemaal nazi’s.

In deel 1 was Schuts blijkbaar on-onderdrukbare “linkse” bias al voelbaar.

“In de eerste decennia [na 1882] was het geweld tussen de twee bevolkingsgroepen eerder sporadisch en ongeorganiseerd te noemen”.[mijn vet]

Hier had natuurlijk meteen HET GROTE FEIT van het toen begonnen bloedvergieten vermeld moeten worden, namelijk dat het altijd de Arabieren waren en zijn die het geweld begonnen en beginnen en tot nu toe hebben volgehouden.

Een paar zinnen verderop:

“Al op 1 maart van dat jaar [1920] kwam het in Tel Hai tot een schermutseling tussen Arabische militieleden en een Joods commando geleid door Joseph Trumpledor.”

Kwam tot een schermutseling? Welnee, er was gewoon een aanval op de boerenhofstee Tel Hai door een Arabische militie.

Schut noemt mandataris Engeland “de Britse bezetter” en “de koloniale heerser”  naar goed anti-imperialistisch beschuldigend taalgebruik.

De bloedbaden van Hebron en Safed in 1929 kan Schut niet anders dan aan de welbewuste terreuropwekking van de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini toeschrijven. De 300 Joodse slachtoffers tijdens de Arabische Opstand, die Schut wel erg prematuur tot “Palestijnse Opstand” omdoopt, worden genoemd, maar dan gaat het toch al gauw weer over Joods geweld:

“(. . .) de terroristische organisaties Irgun en Lehi gingen een stap verder: elke aanslag op Joden werd bloedig vergolden. ( . . .) Lehi-elementen waren tijdens de oorlog zelfs zo ver gegaan dat zij de nazi’s aanboden sabotage-acties tegen de Britten uit te voeren – de Duitsers bleken niet geïnteresseerd.”

Ja, allicht was die vergelding “bloedig” ander zou het geen vergelding zijn. Maar dit soort “geschiedschrijving” geeft de lezer veel te veel de indruk dat het hier om moreel vergelijkbare tegenstanders gaat. Dat is niet zo: wreedheid en willekeur waren bij de Arabieren de norm en bij de Joden de uitzondering. En die detailvermelding van die toenadering tot de nazi’s: was dat nodig? Als je het dan toch vermeldt, zeg er dan bij dat het echt niet ging om gevoelde zielsverwantschap met de nazi’s, maar omdat die jongens ook de duivel gebruikt zouden hebben om aan wapens tegen de Engelsen te komen.

Over Irgun ( = Etzel = IZL) is er nogal wat Wikipedia: hier en hier en hier. En op deze plek een lijst van terreurdaden gepleegd door zowel Arabieren als Joden (meestal Irgun). Hier iets over de “Stern Gang” (=Lechi = LEHI) een afsplitsing van Irgun. Een kenmerk van bijna al die “incidenten”: de Arabieren beginnen en de Joden slaan terug.

Dat de inititatieven tot willekeur-terreur eenzijdig bij de islamistische Palmaffia’s lagen, is blijkbaar zó evident voor serieuze historici dat ze niet geneigd zijn veel aandacht te besteden aan de afzonderlijke incidenten. Ze schetsen een algemeen beeld, zoals Mallmann en Cüppers die zeer uitgebreid ingaan op het karakter van de terreur tussen 1920 en 1940, en met name in de periode van de Arabische Opstand van 1936-1939. Ik heb het betreffende hoofdstuk uit hun boek “Halbmond und Hakenkreuz” hier samengevat. Het heet “Palestina 1920 -1940: de moefti, de nazi’s en de Joden”.

Uiteraard ontbreekt bij Schut de aanslag op het King David-hotel niet, met de vermelding van het aantal slachtoffers. Je hoeft niet te gelóven dat de Joodse aanslagplegers herhaaldelijk geprobeerd hebben om te waarschuwen zodat het hotel op tijd ontruimd zou worden. Maar de controverse rond de telefonische waarschuwingen helemaal niet noemen, zoals Schut doet, is toch best wel weer een beetje tekenend.

Toen op 29 november1947 resolutie 181 door de VN werd aangenomen, waardoor de weg open lag voor het uitroepen van een Joods staat,

“groeide de frustratie en woede in de Arabische steden en dorpen in Palestina”

zo meent Schut te weten. Ik zou eerder zeggen dat de gemiddelde Arabische stedeling en dorpeling, indien met rust gelaten, een welvarend land met de Joden had kunnen opbouwen. Maar het punt is dat, als de nazistische islam in het spel is, er nóóit rust is en wél altijd onrust en oorlog. Het is de terroristische agitatie van de Moefti en zijn club geweest, die met Koran en  Soenna in de hand de terreur hebben gepredikt en verbreid en ook de goedwillenden onder bedreiging van de dood de oorlog ingesleept hebben.

Efraim Karsh zegt het in “Palestine Betrayed” zo:

“Teneinde de Joden uit Palestina te verdrijven gebruikte de moefti het immens ontvlambare potentieel van de islam, dat meer dan een millennium de kern van de sociale en politieke orde van het Midden-Oosten had uitgemaakt en zijn diepe anti-Joodse sentiment. De woede van de Profeet Mohammed weerspiegelend over de verwerping van zijn religieuze boodschap door de Joodse gemeenschap [in Medina], wemelen de koran en de latere biografische overleveringen van de negatieve beschrijvingen van de Joden. In deze werken worden zij geportretteerd als bedrieglijk, kwaadaardig en verraderlijk volk, die in hun onstilbare lust tot overheersing met plezier een bondgenoot zouden verraden en een niet-Jood zouden bezwendelen, die knoeiden met de Heilige Schriften, de heilige boodschap van Allah versmaadden, en zowel Zijn boodschapper Mohammed hadden vervolgd alsook Jezus van Nazareth en andere eerdere profeten. Voor deze trouweloosheid zouden zij een reeks van vergeldingen moeten ondergaan, zowel in het hiernamaals, als ze zouden branden in de Hel, en hier op aarde waar zij terecht waren veroordeeld tot een bestaan van verworpenheid en vernedering. “

Schut noemt die factor van welwillendheid-onverschilligheid bij de gewone Palestijnse Arabier wel, maar maakt ‘m in navolging van geschiedvervalser Benny Morris tot een slachtoffer, niet slachtoffer van het islamitische terreurdrijven van de eigen elites olv de Moefti, maar van eigen “achterlijkheid”:

“Toch wijst historicus Benny Morris in zijn boek 1948 erop dat de Joden wel degelijk in verschillende opzichten in het voordeel waren. Om te beginnen hadden zij relatief veel jonge, weerbare mannen in hun gelederen. De Zionisten hadden ervoor gezorgd dat deze groep oververtegenwoordigd was bij de migratie naar Palestina. Maar belangrijker: ‘In 1947-1948 stonden twee zeer verschillende gemeenschappen tegenover elkaar: de één hoog gemotiveerd, ontwikkeld, georganiseerd, semi-industrieel; de ander achterlijk, grotendeels analfabeet, ongeorganiseerd, agrarisch. Voor de gemiddelde Palestijns-Arabische man [Morris noemt de vrouwen niet eens, hun rol in de gemeenschap was op zijn best marginaal, BPS] waren politieke onafhankelijkheid en nationaliteit vage abstracties: zijn affiniteit en loyaliteit lagen bij zijn familie, clan en dorp […].’ ”

Nog eens: Schut laat dus, zich baserend op Morris, de belangrijkste factor buiten beschouwing, een die tot op de dag van vandaag de terreur gaande houdt, namelijk het islamistische drijven van de Palmaffia’s, olv de Moefti en zijn opvolgers, Arafat, Abbas en Hamas.

Dat afsluitend deel 3 van Schuts opstel-reeks in het NIW heet “De prijs” en dat slaat op de prijs die Joden en Arabieren in moreel en “materieel” opzicht betaalden. Een van de sleutelpassages luidt:

“Wat niet wegneemt dat de Joden zich schuldig maakten aan wat wij vandaag de dag etnische zuiveringen noemen. Het was een weeffout uit de eerste dagen van het zionisme: de hardnekkige weigering te erkennen dat er in Palestina niet-Joden woonden, met hun eigen verlangens en rechten.” [mijn vet]

Dat is dus allemaal verschrikkelijke onzin, vooral die frase van “hardnekkige weigering”. Schuts woord “weeffout” moet slaan op een enkele vroege theoreticus van het Zionisme, wiens naam ik me even niet herinner, die inderdaad meende dat het niet zou gaan zonder verdrijving. Maar dat is uiterst marginaal geweest, want de opdracht aan mandataris Engeland luidde dat de Joden in Palestina mochten wonen met inachtneming van de rechten van degenen die daar al langer woonden. Dat was uiteraard ook de insteek van Ben Gurion cum suis, en die houding heeft de Zionistische leiding tot het uiterste volgehouden, zelfs in het aangezicht van de alsmaar aanzwellende terreur onder leiding van de Moefti. En vooral, vooral, vooral is inmiddels ruimschoots aangetoond, met name door Efraim Karsh in zijn “Palestine Betrayed”, dat de Joden géén geplande etnische zuiveringen pleegden

Karsh toont aan, onder andere via citaten van Ze’ev Jabotinsky, oprichter en leider van de Joodse “militaire ondergrondse” Irgoen Zvai Leoemi (Etsel), van Chaim Weizman en van David Ben Goerion, dat desondanks de gehele periode van het mandaat  de Joden pogingen hebben gedaan de Arabische Palestijnen tot blijven te bewegen en dezelfde rechten te genieten als de Joden in de nieuwe staat. Dat de gewone Arabische Palestijnen dat zouden willen, was geen rare gedachte, want vanaf het moment dat de Joden hun invloed lieten gelden in Palestina namen welvaart, levensverwachting en bevolking toe. Hier is een stukje uit een toespraak van Ben Goerion van Augustus 1937:

“Geen Joodse staat, klein of groot, in een deel van het land of in het hele land, zal [waarlijk] gevestigd zijn zolang als het land van de profeten niet getuige is van de verwerkelijking van de grote en eeuwige morele idealen die generaties lang gekoesterd zijn in onze harten: één wet voor alle inwoners, rechtvaardig bestuur, liefde voor je naaste, waarachtige gelijkheid. De Joodse staat zal een rolmodel voor de wereld zijn in zijn behandeling van minderheden en leden van andere naties. Wet en rechtvaardigheid zullen zegevieren in onze staat, en een stevige hand zal alle kwaad uitroeien binnen onze rijen. Dit uitroeien van het kwaad zal geen onderscheid maken tussen Joden en niet-Joden. Net zoals een Arabische politieman die Arabische geweldplegers helpt streng gestraft zal worden, zo zal een Joodse politieman die een Arabier niet beschermt tegen Joodse vandalen streng gestraft worden.” (Karsh, p. 26)

Tenslotte dit. Deir Yasin wordt door Schut uiteraard ook behandeld en over Deir Yasin heeft-ie zich blijkbaar beter gedocumenteerd dan over Lydda:

“Zoals bij bijna alle – vermeende – oorlogsmisdaden in 1948 is het 70 jaar na dato nog steeds nauwelijks mogelijk vast te stellen wat er zich precies heeft afgespeeld op 9 april. Nu, net als toen, wordt de ware toedracht ondergeschikt gemaakt aan politieke belangen en hangt het antwoord op de vraag wat er is gebeurd vooral af van aan wie je haar stelt.”

Maar in die vaststelling zit toch weer Schuts regressief-linkse afwijking om de twee zijden moreel en intellectueel op gelijke hoogte te zetten. Dat is onjuist. Want de Israëli’s en het Westen  — als je de leugenfabriek van Benny Morris cum suis én de algemene regressief-linkse geschiedschrijving zelf buiten beschouwing laat — hebben een integere onderzoeks-traditie en de Arabieren en Palmaffia’s hebben alleen perverse leugen-propaganda. In het geval van de Palmaffiaanse propaganda is daar zelfs een speciale term voor: “Pallywood”.

Voor wie zich op de hoogte wil stellen van Deir Yas(s)in via 18.000 woorden: “The Zionist Organization of America: Deir Yassin, History of a Lie March 9, 1998”. Wie het iets makkelijker te weten wil komen in nog geen drie goed geschreven pagina’s moet dit fraaie boekje kopen: David Meir Levi, “History Upside Down: The Roots of Palestinian Fascism and the Myth of Israeli Aggression” (p. 70 – 73).
_______________

Advertenties