HEERTJE HET ISRAEL VAN HEERTJE EN BROMET

U begint nu een kritiek te lezen op één van de afleveringen  van “Het Israël van Heertje en Bromet”. Maar ALLE afleveringen van de serie” zijn door mij gefileerd: een en twee en drie en vier en vijf en zes en zeven en acht.

Nee, de titel van dit stuk bedoelt niet dat de “linkse” Jood Raoul Heertje de Holocaust letterlijk ontkent, maar wel dat-ie net doet of de Holocaust níét de culminatie was van duizenden jaren Jodenhaat, net doet of die Jodenhaat na 1945 níét bijna uitsluitend in de Arabisch-islamitische wereld voortleeft, net doet of Israël een staat is als alle andere zonder bijzondere veiligheidsbehoeftes, net doet of de Palmaffia’s in Gaza en Samaria-Judea redelijke gesprekspartner zijn en net doet of de Arabieren die in Israël wonen allemaal hartstikke loyaal zijn aan Israël. 

Dat Stockholmsyndroom daarentegen heeft de Jood Raoul Heertje wél letterlijk: hij heeft  diepe gevoelens voor de islamistische Palmaffia’s door wie de Joden in Israël en daarbuiten al honderd jaar in gijzeling worden gehouden via terreur. Hij raakt bepaald opgewonden, verontwaardigd en tot tranen ontroerd als Israël deze gijzelnemers niet respectvol genoeg behandelt. Hoe diep Heertje, naar goed Stockholmsyndromatisch gebruik, de Palmaffiaanse gijzelnemers liefheeft die al vanaf 1920 de Joden in Israël hun terreur opdringen, kan je alléén al zien in dit interview uit 2009 dat ik behandeld heb onder de titel “De kruiperige Jood en de islamitische demagoog: Raoul Heertje en Abdou Bouzerda”.

Deze tweede aflevering van “Het Israël van Heertje en Bromet” begint met Bromet die aan Heertje vertelt dat ze maar eens een DNA-test moeten doen om vast te stellen hoe Joods ze beiden eigenlijk zijn. De ondertoon in de bekende zeurzeikstem van Bromet is uiteraard: is dit geen rassiesmèèèèh? Hóór in die zeurzeik ook de Israël-afzeik als Bromet op 2:00 zegt: “dit beloofde land”. Ik vind het allebei strontvervelende mafklappers, Bromet én Heertje. Enfin, dat heb ik ook al duidelijk gemaakt in mijn bespreking van aflevering één van deze serie.

Eigenlijk moet je deze serie gewoon zien als behorend tot de reeks van de vele reisprogramma’s van de NPO. Iemand zou eens een keer een uitputtende opsomming moeten opschrijven van alle BN-ers die tegen forse beloning met reisbureau-NPO interessante trips mogen maken van belastinggeld teneinde het publiek inclusieve diversiteits-afleiding te bezorgen. In dit geval gaan Heertje en Bromet naar elke plek en elke persoon die kan helpen de zonden van Israël tegen het multiculturele ideaal te bloot te leggen. Anders gezegd: het anti-Israël verhaal in de verf te zetten.

Terzake!

In deze aflevering worden Heertje en Bromet in hun luxe stationwagon naar de volgende ontmoeting gereden, namelijk met een ex-bobo van de Nederlandse tak van de jeugdvereniging “Haboniem” (“Bouwers”) waarvan Heertje vanaf zijn 7e lid was: Jucha Engel.

Onderweg naar deze Jucha Engel interviewt Bromet naar zijn gewoonte Heertje vanachter zijn camera. Heertje vertelt dat jeugdclub “Haboniem” de bedoeling had jonge Joodse Nederlanders aan te zetten tenslotte naar Israël te emigreren. Wat Heertje dus in in 1983 inderdaad deed om vervolgens in1986 weer teleurgesteld terug te keren naar Nederland. Bij “Haboniem”, zegt Heertje, is hem de leugen geleerd dat de Joden een volk zonder land waren die naar Palestina emigreerden omdat Palestina een land zonder volk was. Voortdurend pretendeert Heertje dat dit zijn grote trauma is: dat de Joden, de Israëli’s de “Palestijnen” hebben verjaagd en verschrikkelijk wreed tegen ze zijn geweest. En dat ‘m dat niet verteld was.

Heertje heeft blijkbaar een grote psychologische behoefte aan dat gruwelverhaal van verjagende Joden en verjaagde “Palestijnen”.  Een zo grote behoefte dat-ie bijna 25 jaar nadat-ie in 1986 terugkeerde naar Nederland zich nog steed niet op de hoogte heeft gesteld van de werkelijke geschiedenis van Israël. Want dat gruwelverhaal over dat verjagen van die “Palestijnen” is natuurlijk een perverse linkse mythe, een lasterleugen. Heertje heeft het ook voortdurend over de “bezetting” (van Samaria-Judea) die uiteraard helemaal geen bezetting is.

In het gesprek met Engel brengt Heertje meteen dat Grote Punt ter sprake. Hij verwijt Engel dat hij met een veel te mooi verhaal indertijd de Nederlands-Joodse jeugd naar Israël heeft gelokt. Het was helemaal geen leeg land, zegt Heertje en wij Joden waren helemaal geen betere mensen die daar de ideale samenleving tot stand gingen brengen.

Dat laatste is dus precies wél waar: Palestina was in 1880 wél een nagenoeg leeg land, vol malaria-moerassen en geërodeerde onvruchtbare gronden vol mensen met een lage levensverwachting en met een feodale structuur beheerst door absenteïstische Arabische landheren. De Joden brachten welvaart, dynamiek en een veel humanere cultuur dan wat het islamitische feodalisme kon bieden. De Arabieren stroomden dan ook vooral vanaf 1900 in massa’s toe. De meeste Arabieren die vanaf de jaren 1930 in Palestina leefden waren dus net zo hard, of nog harder, nieuwkomers.

Je moet de hoon in de stem van Heertje horen als hij Engel vraagt: “En: is het gelukt [met je Zionistische idealen]?” Engel zegt volmondig ja en brengt naar voren dat een volk waarvan er gedurende “40-“45 in Europa zes miljoen werden vermoord nu, anno 2019, een staat hebben gecreëerd met meer vernieuwende technologie-bedrijven dan . . . . in heel Europa bij elkaar. Dat spotlacht Heertje weg. “Wij zijn de besten! Louis van Gaal!”

Heertje noemt Arabieren-in Palestina consequent “Palestijnen” en gaat dus mee in die leugenterm die al net zo ingeburgerd is als “bezetting”. Een leugenterm, want tot die “bezetting”, dat wil zeggen tot het bestuur op zich nemen van de “Westbank, is Israël gedwongen door de Arabische landen. En dat deden die Arabische landen door het drie keer nee van Khartoum in 1967: geen onderhandelingen, geen vrede, geen erkenning.  Dat “Westbank” is trouwens óók een leugenterm voor Samaria-Judea, opgedrongen door de Palmaffia-propaganda.

Heertje:

“Toen ik hier kwam [in 1983], had ik vrienden die mij bijvoorbeeld vertelden: natuurlijk hebben wij Palestijnen. Arabieren, eruit gegooid voorafgaande aan 1948. Er zijn hele dorpen die bestaan helemaal niet meer. Die staan niet eens op de kaart. Ik ben daar toen enorm van geschrokken. En ik dacht: ben ik nou zo dom dat ik dat niet begreep . . . . want ik dacht van, hè, ik geloofde het verhaal van wij-proberen-het-beter-te doen. Ik begrijp dat in oorlogen dingen gebeuren ( . . .) waarom had je niet in het Zionistische verhaal – want voor mij had dat gescheeld – wij zijn helemaal niet slechter dan andere mensen, maar ook niet beter. Het is wel duidelijk na de ellende die de Joden in de wereld hebben gehad dat we een eigen land verdienen, maar we gaan niet net doen of we beter zijn dan anderen, dus inderdaad wij hebben bij vierhonderd dorpen de Palestijnen eruit geflikkerd en soms vermoord. Als ze dat tegen mij gezegd hadden, dan was er een grote kans dat ik hier nog zou zijn. Dat vind ik heel erg. Als iemand mij een keer het eerlijke verhaal had verteld.”

Nogmaals: hij is dus tijdens zijn verblijf in Israël van 1983 tot 1986 “enorm geschrokken” van dat leugenverhaal en sindsdien heeft-ie nog steeds geen tijd gevonden om zich echt te verdiepen in de geschiedenis van Israël en er achter te komen dat het . . . . . . een leugenverhaal is.

Waarna Heertje tegen Jucha Engel weer over een ander punt begint te zeiken: de Joodse identiteit van Israël. Dat is volgens Heertje heel iets anders dan Nederlandse identiteit van Nederland. Want in Nederland kan elke moslim, Jood, christen, boeddhist, elk zwart, geel of groen persoon Nederlander worden. Maar al die types kunnen, zegt hij, geen Jood worden.

Ja, dat kan wel, antwoord ik Heertje. Je moet wel, voeg ik eraan toe, door een lange periode van scholing. Heertje preludeert hier op een punt dat in deze aflevering voortdurend aan de orde zal komen: de in de zomer van 2018 aangenomen basiswet die de Joodse identiteit van de staat Israël veilig stelt, maar zonder enige inbreuk te maken op de burgerrechten van de niet-Joodse Israëli’s.

Maar na Jucha Engel gaat het duo eerst naar de berg Massada. Bromet vertelt iets wat ik niet wist: Israël betaalt reis-en-verblijfkosten voor alle jeugd uit de hele wereld met minstens één Joodse grootouder die naar Israël willen komen om met het land kennis te maken. De organisatie die dat begeleidt heet “Birthright”. Bromet:

“Wij sluiten ons aan bij een groep Amerikaanse jongeren die de door Birthright georganiseerde rondreis ondergaan. Hier zijn we op de berg Massada bij de Dode Zee, een berg waar in het begin van de jaartelling strijd is geleverd door een grote groep Joden tegen de Romeinen, eindigend in een massale zelfmoord van de Joden.”

Als Heertje aansluit aan de staart van de groep Amerikaanse jongeren die richting Massada lopen: “Ik ga even connecten met mijn Joodse identiteit.”

Als Heertje boven op de berg staat, heeft hij deze tekst: “Ja, dit is toch wel oud en indrukwekkend. En ik ben nog maar één keer gevraagd of ik Joods ben. In een kwartier. Dus dat valt ook weer mee.”

Even later op diezelfde berg: “Dat hele gedoe met Joden begint me wel een beetje tegen te staan, eigenlijk. Als je met mensen aan het praten bent, is ongeveer het eerste wat ze vragen: ben je Joods?”

Heertje draagt zijn Joodse identiteit licht, relativerend en met humor. Hij gebruikt daarvoor zijn Stockholmsyndroom: Joden zijn klootzakken die het verdienen om door “de Palestijnen” geterroriseerd te worden.

En dan gaan ze de uitslag van de DNA-test ophalen. Heertje blijkt een 100% Asjkenazische Jood te zijn en dat is, zegt de onderzoeker, “ongelooflijk zeldzaam”. Het betekent dat de voorouders van Heertje vele eeuwen langwoonden in die gesloten Joodse gemeenschap in Midden-Oost-Europa. Commentaar van Heertje: “Een soort Volendam dus. Ik weet niet of ik daar nou zo blij mee ben. Ik ben de Volendammer onder de Joden.”

Had ik al gezegd dat Heertje zijn Joodse identiteit licht, relativerend en met humor draagt?

HEERTJE GESLOTEN GEMEENSCHAP

Blijkbaar is Heertjes vraag die opkwam bij Haboniemleider Jucha Engel, namelijk wat een Jood nou eigenlijk is, nog steeds niet afdoende beantwoord. Ik snap dat niet zo goed. Weten Heertje en Bromet dan niet dat die vraag allang door Karl Lueger dan wel door Hermann Göring – (de historici twisten daarover nog) – is beantwoord? Wer ein Jude ist bestimme Ich!”

Heertje kent dit afdoende antwoord blijkbaar niet en gaat naar rabbijn Yosef Carmel om hem te vragen wat Jood-zijn nou helemaal kan betekenen . . . . . als iederéén Jood kan worden die dat wil.

De rabbijn vertelt van de hoge morele principes van het Jodendom en dat een niet-Jood wel heel erg duidelijk moet maken waarom hij of zij dat zo graag wil, Jood worden. Waarom die persoon zo graag wil gaan voldoen aan al die eisen en hoge principes. De rabbijn vindt dat op grond van DNA Joodsheid vaststellen onmogelijk is en dat een mens dan gauw in de buurt van racisme zit. Dat is volgens mij onzin: als je, zoals bij Heertje gebeurde, kunt vaststellen dat je voorouders eeuwenlang uit een gebied kwamen waar mensen leefden die zichzelf “Jood” noemden, dan ben je Jood volgens die zelfdefinitie. Maar Heertje heeft natuurlijk het recht en de vrijheid om zich daar niks van aan te trekken en zich te afficheren als bijvoorbeeld een Finse Japanner.

Alle mensen zijn gelijk en verdienen dezelfde mensenrechten, vindt de rabbijn. Op de vraag hoe de rabbijn het gebod “gij zult niet doden” vertaalt naar de daden van de staat Israël, zegt de rabbijn dat Israël dat zo goed mogelijk opvolgt. En dat is waar: een normaal mens had allang die hele Gaza-strip ausradiert en de helft van “de Westbank” erbij. Maar ja: wie heeft er ooit een normale Jood gezien en bovendien: het politiek-correcte Westen meet de Joden in Israël aan extra hoge morele maatstaven. En ze worden door het Westen verzocht dit zien als een eer.

En dan begint Heertje ook tegen die rabbijn weer met zijn leugenlasterlijke gezeik: “Maar als je gebied van andere mensen bezet . . . .”

Schijtvermoeiend zijn ze, die linkse wauwelaars. En geen begin van een onderbouwing van hun gezwatel. Ik zou kletsmeier Heertje willen adviseren: léés eens wat! Ga eens begrijpend lezen, intellectueel, met je 100%-Joden-genen. Was dat geen hobby van juist Joden? Begrijpend lezen? Ga dat dan eens dóén! Alles van Caroline Glick bijvoorbeeld. Of lees Efraim Karsh die terecht vraagt “What Occupation?”. Want er IS inderdaad helemaal geen bezetting!

Hoe dan ook, de rabbijn wil niet op de kwestie “bezetting” ingaan. Biedt wel een vervolg-interview aan dat dan apart daarover zou moeten gaan. Hij geeft wel een impliciet antwoord, hij zegt dat “dit land” het land van en voor de Joden is en dat alle niet-Joden die er wonen dezelfde rechten moeten hebben. “En we zijn”, zegt de rabbijn, “de enige staat in het Midden-Oosten die dat gelooft.

En oh-oh-oh: wat een púnt heeft de rabbijn daar!

Bromet zeurt achteraf een mekkerend afzeik-voice-overtje:

“Hij kan mooi praten, deze rabbijn, maar over het lot van de Palestijnen in Israël en de bezette gebieden wil hij het even niet hebben. Hoe zou dát nou toch komen?”

Nou, antwoord ik Bromet, dat komt waarschijnlijk omdat de kwestie Samaria-Judea erg gevoelig ligt in Israël en heeft de rabbijn gewoon besloten dat hij zich wenste voor te bereiden op het uiteenzetten van zijn standpunt terzake. Misschien weet deze rabbijn heel goed dat het antwoord op de vraag van Heertje over die “bezetting” moet luiden dat . . . . . eh . . . . zie de laatste linkjes hierboven. Maar als rabbijn kan-ie dat natuurlijk niet zeggen, want dan kwets je die grote massa dom-linkse Joden in Israël en overal ter wereld.

En dan komt er weer een stukje discussie tussen Heertje en ex-Haboniem-leider Jucha Engel. Het gaat wéér over de “Joodse identiteit” en het gaat er heftig aan toe. Vooral Heertje windt zich hevig op.

Engel: “Veel Arabieren zijn er fel tegen gekant als je als Arabier bij de Israëlische politie gaat. Twintig procent van de bevolking in Israël is Arabier, waarom zijn er dan niet 20% politie-agenten Arabier.

Heertje onderbreekt hem fel:

“Zal ik vertellen waarom? Als ik hier geboren was en ik ben niet-Joods. En ik woon in een land waar mensen zoals jij die heel open en progressief en voor gelijkheid zijn, zeggen: maar dit is het land van de Joden. Wat móét ik dan in dit land? Dan zou ik niet in het leger gaan! Dan zou ik weggaan. Als Nederland zou zeggen Nederland is het land van de niet-Joden, ga ik weg of ik ga vechten. Maar ik ga zeker niet bij de politie. ( . . .) Hoe kan je in een land wonen waar je tegen een deel van de bevolking zegt: hoor eens wij willen jullie eigenlijk niet in dit land.”

Kijk hier manifesteert zich Heertjes Stockholmsyndroom: de betekenis van het feit dat veel Arabieren er “fel tegen gekant” zijn dat een Arabier bij de Israëlische politie gaat, dringt blijkbaar niet eens tot zijn botte kop door. Verder ontkent hij impliciet dat Israël alle reden heeft om zijn Arabische bevolking te wantrouwen, nog veel harder dan Europa en Amerika reden heeft zijn moslimbevolking te wantrouwen. Zoals ik aan het begin van dit artikel al zei: blijkbaar ontkent Heertje dat de Joden in Israël moeten overleven in een oceaan van islamitisch-nazistisch antisemitisme. Hij doet net alsof Israël een heel gewone staat is, die geen bijzondere maatregelen ter zelfbescherming hoeft te nemen’. Hij doet net of die Arabieren die in Israël wonen allemaal hartstikke loyaal zijn aan Israël als staat. Hij doet net alsof “de Palestijnen”, beter gezegd de Palmaffia’s die in Gaza en Samaria-Judea heersen, redelijke en fatsoenlijke gesprekspartners zijn.

En dan staat het volgende bezoek voor de deur. Onderwerp? Andermaal de Joodse Identiteit!

Bromet:

“Negentien juli 2018 werd de omstreden basiswet aangenomen waarin bepaald is dat het recht om Israël je thuisland te noemen alleen is voorbehouden aan de Joden. Een van de initiatiefnemers van deze wet is het voormalig hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst en plaatsvervangend minister van defensie Avi Dichter.”

Wat is de boodschap, vraagt Heertje aan Dichter, die je met zo’n wet geeft aan de niet Joden “die hier al eeuwen wonen”. U ziet: Heertje kan het niet laten het kleine percentage naar voren te halen van Arabieren wier voorvaderen inderdaad misschien al eeuwen op het grondgebied wonen van wat tegenwoordig Israël is. De grote bulk van de Arabieren kwam pas naar Palestina toen de Joden er vanaf 1880 welvaart begonnen brengen. Verreweg de meeste Arabieren in Israël zijn net zulke verse immigranten als de Joden.

Dichter legt uit dat de bedoeling van de wet is om te voorkomen dat via massa-immigratie ooit het karakter van Israël als Joodse staat verloren zal gaan. Waarop Heertje vraagt of het dan uit angst is. Want dat kent Heertje niet: angst. Die heeft zijn Stockholmsyndroom om ‘m te helpen: liefde voor de gijzelende vijand.

Heertje, hoog van de morele toren: “Waarom die nadruk op Joodsheid? Is Israëli-zijn niet goed genoeg?”

Het antwoord dat Dichter hem dan geeft, komt wel degelijk neer op: wij hebben angst want wij Joden hebben de Holocaust achter de rug en we willen wel graag zeker stellen dat er een plek blijft waar Joden heen kunnen als er weer eens zoiets gebeurt.

Dichter: “Mijn familie is uitgemoord in de Holocaust niet omdat ze Israëliërs waren, maar omdat ze Joden waren. Er worden [nog steeds] over de hele wereld mensen vermoord omdat ze Joden zijn, niet omdat ze Israëli’s zijn.”

De wet, zegt Dichter, verplicht de staat Israël om alle Joden, waar ook ter wereld, te helpen als ze in de problemen komen omdát ze Joods zijn.

Maar Heertje kan het alsmaar niet tot zijn botte bolle kop laten doordringen. Want hij begint na dit afdoende antwoord gewoon weer opnieuw op dezelfde manier door te mekkeren.

Voel jij je nou de hele tijd Joods, vraagt Bromet aan Heertje als ze blijkbaar in de auto op de terugweg zijn van het bezoek aan Dichter.

“Ik voel mij de hele tijd Raoul. Er zit wel iets Joods in mij, denk ik. Dat ik er in ieder geval mee om moet gaan. Dat ik volgens bepaalde regels Joods ben en dat ik word bekeken als Joods en ik heb het zelf heel lang belangrijk gevonden dat ik Joods ben. En ik vind het wel mooi dat ik iets deel, maar waar ik vanaf wil is dat hele verhaal van vervolging en de oorlog was natuurlijk verschrikkelijk, maar zo wil ik mezelf niet definiëren. Ik wil niet gedefinieerd worden [zet mekkerstem op]met de hele wereld is tegen ons, we hebben problemen gehad en kijk maar naar de oorlog. Daar heb ik helemaal geen zin in, principieel niet. Plus dat er nu van alle kanten pogingen worden gedaan om een gevoel te maken dat de Joden over de hele wereld een groep zijn met één land en één volkslied en één taal. Dat gaat me wel een beetje tegenstaan. En dat is dus wat ze nu steeds pushen, van dit is het Joodse land. Het gaat alleen maar over Joden-Joden-Joden. En op een gegeven moment is dan mijn natuurlijke instinct van ja, flikker nou maar ’s op met je Joden. Ik heb er een beetje genoeg van.”

Kijk, dat bedoel ik als ik Heertje in de titel van dit stuk een Holocaust-ontkenner noem. De genotzuchtige klootzak heeft geen zin om de werkelijkheid onder ogen te zien. Daarmee betoont hij zich een waardig lid van het met de islam collaborerende links-regressieve narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat in het Westen. Voorts is het natuurlijk onzin dat het bij Israël gaat om een bepaald soort brallend  nationalisme dat het pre-Holocaust Europa kenmerkte. Het Israëlische “nationalisme” is een post-Holocaust patriottisme dat niet agressief is, maar puur defensief. Voorts weigert Heertje simpelweg onder ogen te zien dat het antisemitisme, door de massa-immigratie van islamieten naar het Westen steeds erger wordt en dat bijna het hele Midden-Oosten brandt van verlangen in Israël een tweede Holocaust aan te richten. Heertje is lid van die enorme club die het Kwaad niet wensen te zien. Heertje wil het graag fijn hebben in zijn eigen hoofd.

Het laatste bezoek in deze aflevering geldt opnieuw een jeugdvriend van Heertje, een Druus, die een succesvolle advocaat is geworden in Israël. Heertje is verbaasd over de luxe waarmee deze Shakieb Ali zich heeft weten te omringen. Maar succes en luxe of niet, ook deze advocaat begint met Israël afzeiken. En het gaat wéér over die “basiswet” die in 2018 de Joodse identiteit van Israël vastlegde. Hij gaat ‘m aanvechten. zegt-ie.

Van deze advocaat moeten we begrijpen dat Druzen – (in Israël: 120.000, in het leger 4000) – altijd loyaal zijn aan het land waarin ze leven. En dat die identiteitswet, waar een groep Joodse fanatiekelingen in de Knesset achter zit, alleen maar is bedoeld om minderheden weg te zetten als niet-israëli’s, als minderwaardig en als onderdanig aan de Joden. De advocaat trekt bepaald een fanatieke kop bij zijn hysterische zwatel-betoog. Het komt totaal niet in hem op om de echte reden te noemen: zeker stellen dat Joden altijd een toevluchtsoord zullen hebben in een immer tot Holocaust bereide wereld.

En dan, in plaats van dit uit te leggen aan deze arrogante kwast, met zijn typisch moslimische eisen van “respect”, gaat Heertje traantjes zitten laten en zegt geheel invoelend: “Dit is echt . . . . . . Ik voel me zó stom! Dan kom je na zoveel terug en dan krijg je zo’n verhaal te horen. Het is vreselijk triest. Heel erg triest.”

HEERTJE TRIEST

Na twee afleveringen kan de conclusie al getrokken worden: deze Heertje gaat niks leren, gaat nooit van zijn leven uit zijn zelf uitgeslepen diepe groef komen.

Maar ik zal in elk geval aan de lezers van dit stuk nog eens duidelijk proberen te maken wat de dreiging is waaraan deze basiswet het hoofd moet bieden. Ook de grote profeet Ari Shavit, met zijn Stockholmsyndroomboek – ja-ja: dezelfde geestesziekte! – had toevallig óók  een succes-advocaat als vriend, een “Palestijn”, geheten Mohammed Dahla. In hoofstuk 13 van Shavits “Mijn Beloofde Land” schetst Shavit een portret van deze Dahla. De volgende passage, waarin Dahla zijn goede vriend Shavit vertelt wat zijn grote doel is, kan duidelijk maken welke bedreiging van het karakter van de Joodse staat Avi Dichter bedoelt:

 “Je moet goed begrijpen dat het niks wordt. Jij bent vanuit je Joodse denkwereld wel met dat Joods-democratische bedenksel op de proppen gekomen, met dat dwaze intellectuele idee, maar dat bedenksel wordt niks – dat idee is onuitvoerbaar. Daarom moeten we tijdens de lange reis die we samen maken niet steeds zitten praten, maar rustig bezien wat we bij elkaar kunnen harken voor een nieuwe overeenkomst. Een andere bondgenoot heb je namelijk niet. ( . . .) Ik zit hier namelijk al, in je achtertuin. Ik zit hier en ik ga nergens anders naartoe. Ik zit hier voorgoed. Praat met mij ( . . .) geef mij je hand, maak van mij je bondgenoot, want in het Midden-Oosten vormen jullie, of jullie het nu leuk vinden of niet, een minderheid. Je land mag dan aan het Eurovisiesongfestival deelnemen en basketbal in de Euroleague spelen, je hoeft maar een atlas open te slaan, een blik op de kaart te werpen en dan zie je 350 miljoen Arabieren en anderhalf miljard moslims om je heen. Denk je nu heus dat jullie je kunnen blijven verstoppen in die kunstmatige constructie die de Joodse staat is? Denk je nu heus dat jullie je kunnen blijven verdedigen met die tegenstrijdigheid die de Joodse democratie is? Het benadrukken van het Joodse karakter van de staat Israël betekent leven met het zwaard, maar op den duur zullen jullie dat niet kunnen volhouden. De wereld zal veranderen, het machtsevenwicht zal veranderen, de bevolkingsopbouw zal veranderen. In feite doen zich al demografische veranderingen voor. De enige manier om in de Arabische moslimwereld te overleven is het aangaan van een bondgenootschap met mij. Ik ben jullie enige hoop. Jullie moeten dat nu doen, want morgen kan het wel eens te laat zijn. Wanneer jullie een minderheid gaan vormen, zullen jullie je tot mij wenden, maar dan ben ik er niet meer. Tegen die tijd ben ik niet meer geïnteresseerd in wat jullie nog te bieden hebben. Dan is het te laat, vriend.”

Het vet in bovenstaand citaat is van mij, want zelfs Jodenneuzen moet je soms ín de stront drukken voor ze ‘m ruiken. En ik ben bang dat voor Heertje zelfs dát niet voldoende is.
________________

Dit stuk staat ook op “Veren of Lood“, alwaar commentaar mogelijk is.

Hier zijn de afleveringen een en drie en vier