Hanna Luden tijdens haar radio-discussie met Peter Malcontent

Hieronder volgt de half open brief  — want rondgestuurd in beperkte kring — van Wim Kortenoeven aan de leiding van het CIDI, die met zijn toestemming nu helemaal open is. Kortenoeven stelt zich in deze brief zelf aan u voor, maar ik meld dat hij de auteur is van “De kern van de zaak”, een goudmijn aan informatie voor d’Oprechte Israëlverdediger.

Er zijn inmiddels bijna twee weken verstreken sinds mijn reactie op een eerder briefje van CIDI-bestuurslid en PvdA-prominent Michel Waterman. Helaas heb ik nadien niets van hem of het CIDI-bestuur mogen vernemen. Michel Waterman wil geen post meer van mij ontvangen en vroeg mij zelfs op dwingende toon zijn emailadres uit mijn adresboek te verwijderen. Dat deed voorzitter Ronnie Eisenmann een week eerder ook al, naar aanleiding van mijn ‘Open brief aan CIDI-bestuur, CIDI-medewerkers en politieke belanghebbenden’ van 14 april jl., die ik voor de goede orde aan mijn lange ‘semi-open’ (advies)brief van vandaag toevoeg.

Er was door de jaren heen natuurlijk veel meer (discreet gevoerde maar door u steevast genegeerde) correspondentie, maar die laat ik hier maar buiten beschouwing.

Kennelijk heeft het klaarblijkelijk met de nieuwe, politiek-correcte ‘cancel-cultuur’ meevarende CIDI-bestuur geen enkele boodschap aan mijn kritische betrokkenheid, maar ik ben, als welwillende belanghebbende, vanzelfsprekend niet van plan mij daarbij neer te leggen. Dus probeer ik het nog maar eens.

U negeert mij, maar ik weet dat u mijn brieven toch wel leest, omdat ook u wel zult begrijpen dat zij in een strategisch kader zijn vervat dat concrete veranderingen beoogt te veroorzaken. Of en hoe u er lering uit trekt is natuurlijk geheel aan u, net zoals de bestuurlijke en morele consequenties uiteraard volledig uw gedeelde en individuele ‘eigendom’ zijn.

Zoals genoegzaam bekend, maak ik mij als oudgediende al heel lang grote zorgen over de gang van zaken bij CIDI. Niet alleen over de alsmaar afnemende organisatorische en inhoudelijke professionaliteit, maar ook over de ideologische geloofsafval en het door het CIDI-bestuur gedogen (en misschien zelfs wel bevorderen) daarvan.

Ik benadruk graag nogmaals dat het hier niet gaat om de kwaliteit van de CIDI-medewerkers (waarvan een deel inmiddels gedesillusioneerd is vertrokken of binnenkort zal vertrekken), maar om die van de directeur, die systematische ideologisch gemotiveerde beleidssanering en -versmalling toepast en die het de wél gekwalificeerde CIDI-medewerkers gewoon niet toestaat om ten volle hun verantwoordelijkheden te nemen (zowel inhoudelijk als representatief, in de media).

Mij is zowel vanuit Nederland als vanuit hier in Israel gebleken dat ik slechts een van de velen ben die zich zorgen maken. U bent als Centrum voor Informatie en Documentatie Israel immers gehouden de belangen van de Joodse staat en de inwoners daarvan zo goed mogelijk en met vooruitziende blik te verdedigen. Dat was ook het motto gedurende de tientallen jaren dat ik bij de organisatie betrokken was. Maar het huidige CIDI blijft op dat punt structureel en in toenemende mate in gebreke.

In mijn antwoord op het briefje van Michel Waterman heb ik o.a. verwezen naar het door CIDI demoniseren en de facto ‘cancelen’ van pro-Israelische politieke krachten (zoals de door uw directeur openlijk — in de CIDI-Nieuwsbrief — als een ‘rotte appel’ betitelde PVV) en het tegelijkertijd legitimeren van en zelfs actief collaboreren met anti-Israelische politieke krachten, zoals de PvdA.

Er lijkt sprake te zijn van een politiek-gemotiveerde ‘auto-kaltstellung’ van CIDI als verdediger van de Joodse staat.

Dat heeft ertoe geleid dat Christenen voor Israel, Likoed Nederland en het NIW bij het informatie- en lobbywerk ten behoeve van Israel een belangrijker rol zijn gaan spelen dan CIDI en dat zelfs de Israelische ambassadeur onlangs nog persoonlijk heeft moeten interveniëren (de Halsema-kwestie) omdat CIDI zich op de vlakte hield.

Iets meer dan een week na mijn laatste brief, op 1 mei, bevestigde de CIDI-directeur mijn stelling over haar belangenverstrengeling nog eens door op haar officiële CIDI-account een propagandavideo van de PvdA uit te venten. Het betrof een lofzang op de ‘Dag van de Arbeid’, waaraan zoals u wellicht ook wel weet, in ideologisch en historisch opzicht ook een bruin luchtje zit. Lees bijvoorbeeld het boek ‘De Schijn-elite van de Valsemunters‘ van het door CIDI valselijk van antisemitisme beschuldigde pro-Joodse en pro-Israelische PVV-Kamerlid Martin Bosma, of bekijk deze video met een 1 mei-toespraak van NVV-/NSB-voorman Hendrik Jan Woudenberg. 

Nu gaat het mij niet primair om het door CIDI bevorderen van de (nationaal-)socialistische 1 mei-viering als zodanig, maar om het feit dat de CIDI-directeur, als prominent PvdA-lid, andermaal zeer publiekelijk heeft onderstreept dat CIDI onder haar leiding een verlengstuk van haar eigen partij is geworden. En die partij, de PvdA, heeft zich steeds buitengewoon vijandig betoond tegenover de Joodse staat en ten aanzien van het Joodse recht van vestiging en zelfbeschikking in het Land van Israel.

Hoe sterk en desastreus de belangenverstrengeling is, blijkt ook uit het op instigatie van de directeur door CIDI negeren en/of toedekken van Israel-gerelateerde incidenten m.b.t. de PvdA. Zo was CIDI oorverdovend stil over het door de PvdA-fractie in de Tweede Kamer demonstratief afwijzen van de vredesakkoorden tussen Israel en de Arabische Emiraten (de ‘Abraham Akkoorden’). Andere voorbeelden treft u in eerdere brieven aan uw bestuur.

Aan de andere kant was de CIDI-directeur er gisteren wel weer als de kippen bij om FVD aan te vallen op het medeondertekenen van een inderdaad volstrekt abjecte ‘herdenkingsposter’ voor 4 mei. De vraag doet zich echter voor of het niet aan het Centraal Joods Overleg is om namens de Joodse gemeenschap zo’n (terechte) reactie te formuleren (de gretige media-acties van de CIDI-directeur overschaduwden trouwens de reactie van het CJO). Ook al omdat CIDI momenteel denkelijk druk genoeg zou moeten zijn met zaken die tot haar primaire takenpakket behoren, waarover hieronder meer.

Er is, vanuit de primaire doelstelling van CIDI bezien, een volstrekt onwerkbare situatie ontstaan. CIDI was altijd een fervent voorstander van de dialoog met andersdenkenden, waaronder islamitische actoren. Waar het gaat om de omgang met rechtse politieke partijen is nu echter voor de keiharde en systematische confrontatie gekozen. Als zodanig heeft het huidige CIDI zich bewust onmogelijk gemaakt bij majeure pro-Israelische krachten in de Tweede Kamer en het Europees Parlement.

Maar uw organisatie zal als het er op aankomt (en dat is eerder ook al gebleken) geen enkele modererende invloed kunnen hebben op de anti-Israelische krachten in politiek Den Haag en Brussel. Als de CIDI-directeur dat al zou willen, zeg ik er met nadruk bij.

U kunt natuurlijk opwerpen dat er in de Tweede Kamer meer partijen zitten die niet per definitie anti-Israel en in sommige opzichten soms zelfs pro-Israel zijn, zoals de VVD, het CDA en de CU. Maar u weet ook dat die partijen Israel keihard zullen laten vallen als het er echt op aankomt. Dat hebben wij in de afgelopen kabinetsperiode goed kunnen zien. Zelfs de CU conformeerde zich loyaal aan een kabinetsbeleid dat de Joodse staat in de EU en de VN systematisch aan de hoogste boom opknoopte.

Er was, mede als gevolg van het uitblijven van druk door CIDI, slechts sprake van obligate schijnoppositie van de CU tegen het eigen beleid. Consequentieloze Kamervragen en moties waarvan de uitvoering niet werd afgedwongen, het niet openlijk willen confronteren van vakministers in debatten over Israel (zoals over het systematisch door die ministers onderschrijven van de antisemitische resolutie 2334 van de VN-Veiligheidsraad, die Joden het recht ontzegt in de bakermat van de Joodse beschaving te wonen).

Wat blijft is alleen de SGP als betrouwbare strategische bondgenoot van CIDI. Want u heeft de bruggen met de rest van het ideologisch en politiek consistente pro-Israelfront verbrand. Maar zelfs met de SGP associeert u zich niet. Dat doet u liever met de PvdA, die de Joodse staat geen vrede gunt.

Ik vraag u: welk (politiek) nut heeft CIDI dan nog? U kunt zich niet verschuilen achter de redenering dat u primair antisemitisme bestrijdt. Dat is immers een afgeleide/secundaire taak van CIDI en bovendien wordt antisemitisme ook aangepakt door andere organisaties en nu ook door de nota bene uit het CIDI-bestuur afkomstige ‘antisemitisme-Tsaar’ Eddo Verdoner. Het bestrijden van tegen Nederlandse Joden gericht antisemitisme is technisch en politiek ook niet zo problematisch, want helemaal niet controversieel.

Dat is wel anders waar het gaat om de bestrijding van politiek antisemitisme en antizionisme.

Beter stelt u nu eerst intern orde op zaken en probeert u de beschadigde relaties met het pro-Israelkamp in de Tweede Kamer te herstellen, door middel van een gerichte en eerlijke dialoog. Dat zal zeker in het geval van FVD natuurlijk een buitengewoon lastige opgave zijn, maar CIDI is het aan haar stand verplicht om bruggenbouwer te zijn in plaats van bruggenverbrander. Als helemaal omdat er belangrijke parallelle belangen bestaan. Misschien kan hiervoor een mediator worden ingezet. Ik denk daarbij aan een éminence grise als Hans Wiegel, of aan Ronny Naftaniel.

Dan kunt u zich vervolgens ten volle richten op uw primaire taak als Centrum voor Informatie en Documentatie ISRAEL: het bestrijden van antizionisme en politiek antisemitisme, en het activistisch en vooral professioneel verdedigen van Israel in de media en de politiek. Dat was en is immers de raison d’être van CIDI.

Het adequaat in meerdere gremia en op meerdere fronten opkomen voor Israel is natuurlijk oneindig veel moeilijker dan het samenstellen van een jaarlijks antisemitismerapport. En het vereist moed…. Maar gezien wat er allemaal op Israel afkomt heeft u geen andere keus dan uw primaire taak serieus te gaan nemen. Te hercalibreren.

Voor wat betreft de op u aanstormende problemen leg ik u graag een actueel voorbeeld voor. 

Zoals u denkelijk weet verscheen op 27 april jl. een voor Israel vernietigend rapport van Human Rights Watch (HRW). Die organisatie ontving in de afgelopen tien jaar 100 (honderd) miljoen dollar van de internationaal opererende Open Society Foundation van de miljardair George Soros.

Zoals ik in een eerdere brief al aan u voorlegde heeft CIDI het PVV-Kamerlid Martin Bosma destijds valselijk als een antisemiet weggezet, vanwege diens volstrekt legitieme vragen over de ondermijnende activiteiten van Soros, een politiek extreem links georiënteerde internationale (en qua afkomst inderdaad Joodse) politieke intrigant en financier van (o.a.) radicale anti-Israelische organisaties en BDS-acties. Waaronder dus Human Rights Watch. Ik hoop dat u mij nu niet ook als antisemiet gaat wegzetten vanwege het benoemen van de reusachtige olifant in de kamer.

Want in het onderhavige, geheel of gedeeltelijk door Soros gefinancierde, rapport wordt de Joodse staat door HRW opnieuw op onvoorstelbare wijze gedemoniseerd en nu zelfs ook als ‘apartheidsstaat’ afgeschilderd. Het is onvermijdelijk dat dit campagnematig geplugde HRW-rapport ook in de Nederlandse politieke arena zal worden aangewend om de Joodse staat verder te demoniseren en dat het zal worden gebruikt ter verdere ondermijning van het principiële recht van Joden om te wonen, te werken, of zich te vestigen in Jeruzalem, Judea en Samaria.

Het rapport zal vanzelfsprekend ook worden opgepakt door derde NGO’s en andere anti-Israelische actoren, en even onvermijdelijk leiden tot een versterking van de al bestaande oproepen om Israel met (EU en VN-)sancties en (BDS-)boycots te treffen en om in (delen van) Jeruzalem, en in Judea en Samaria een al dan niet gewelddadige anti-Joodse etnische zuivering te laten plaatsvinden. Die onderdelen van het Land van Israel en de bakermat van de Joodse beschaving Judenrein te maken.

Het HRW-rapport verschaft ook munitie aan de al langer lopende internationale campagne om Israeli’s te laten dagvaarden/berechten door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Bij die campagne is onder andere de linkse Israelische NGO B’Tselem betrokken. Net als HRW wordt ook B’Tselem, dat Israel eerder al het predicaat ‘apartheidsstaat’ opplakte, ruimhartig door Soros gesubsidieerd. En door EU-lidstaten, waaronder Nederland. U heeft daar tot nu toe helemaal niets tegen ondernomen.

Tenslotte zal het HRW-rapport worden aangewend ter legitimatie van terrorisme tegen Joden. Dat het hier primair Joden betreft in Jeruzalem, Judea, Samaria, zou voor u net zo zwaar moeten wegen als wanneer de dreiging expliciet tegen de Joden van Tel Aviv of Amstelveen zou zijn gericht. Maar u hebt in de afgelopen jaren nooit geprotesteerd tegen de aanzwellende valse (en letterlijk levensgevaarlijke) beschuldiging dat de in de bakermat van de Joodse beschaving levende Joden (waaronder twee oud-CIDI-medewerkers) feitelijk ‘oorlogsmisdadigers’ zijn. En die beschuldiging wordt in bepaalde kringen als een ‘licence to kill’ opgevat.

Het lijdt geen twijfel dat de PvdA, net als GroenLinks, D66, SP, DENK, Partij voor de Dieren, Bij1, en wellicht ook VOLT, het HRW-rapport zal omarmen. En daar staat u dan straks als CIDI, als personeel en organisatorisch verlengstuk van de PvdA.

En daar lijkt door CIDI al op te worden voorgesorteerd. Uw organisatie heeft vooralsnog niets serieus’ tegen het valse en ophitsende HRW-rapport ondernomen. Geen doorwrochte en eerlijke analyses, geen gedegen opiniestukken in de media. Het bleef bij een algemeen, summier, ontoereikend, slecht geformuleerd en vrijwel onzichtbaar stukje op de CIDI-website, terwijl het natuurlijk essentieel is om de vele leugens en insinuaties in het rapport gedegen en gedetailleerd te weerleggen en in de vorm van een ‘tegenrapport’ met grote urgentie naar politiek Den Haag en de media te sturen. Want de tegenpartij is al lang aan het werk.

De kleine vrijwilligersorganisatie Likoed Nederland voorzag dat al en redde gisteren de eer van Israel en Joods Nederland met een compacte maar patente analyse van het HRW-rapport en een publieke oproep aan de media om er geen versterkend geluid aan te geven:

Overigens had Het Parool dat op 29 april al wel gedaan, met dit in alle opzichten perfide opinieartikel van de BDS-beweging, waarop tot op heden niet door CIDI werd gereageerd.

Er was, op 28 april, wel een tenenkrommend optreden van de CIDI-directeur in een programma van de EO. Daarin werd door haar op geen enkel moment gedaan wat in dit kader van een CIDI-woordvoerder zou mogen worden verwacht: het krachtig en gedocumenteerd weerleggen van de valse aantijgingen in het HRW-rapport en bovenal het scherp ageren tegen de toon ervan en de gevaarlijke aanbevelingen die er in staan. In plaats daarvan ging de CIDI-directeur nog net niet zo ver dat zij het verschijnen van het rapport toejuichte en typeerde zij Jeruzalemse stadswijken kenmerkend genoeg als ‘nederzettingen’. Enfin, u moet het zelf maar even terugkijken/-luisteren.

Alles wijst erop dat Israel de komende periode in uitzonderlijk zwaar weer zal terechtkomen, niet alleen in politiek en kinetisch opzicht, maar ook door de inzet en promotie van demoniserende propaganda en lawfare door de vijanden van de Joodse staat. En die bevinden zich ook in Nederland. Net als het Internationaal Strafhof.

Ik herinner mij nog goed ‘onze’ cruciale rol bij het organiseren van het verzet tegen de gang van zaken in het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, in juli 2004, toen de kwestie speelde van de anti-terrorisme-barrière. In die tijd, onder de gezaghebbende leiding van Ronny Naftaniel, was CIDI nog een adequaat handelende, effectieve en door vriend en vijand gerespecteerde pro-Israelorganisatie.

Wat er nu aan zit te komen is voor Israel véle malen gevaarlijker dan Durban 2001 [mijn link MP] en Den Haag 2004.

Het kan toch niet zijn dat uitgerekend CIDI (de Joden in) Israel uitgerekend nu in de steek laat?

Vanwege het functioneren van de CIDI-directeur heeft het CIDI-bestuur in een andere samenstelling mij jaren geleden al eens als beleidsadviseur ingehuurd. Mijn adviezen werden echter in de wind geslagen. En de gevolgen daarvan zijn nu goed zichtbaar.

U liet mij door uw verbeten negatiepolitiek geen andere keus dan deze brief met een groep belanghebbenden te delen. Ik adviseer u, nogmaals, om nu wel op de door mij genoemde pijnpunten de interne en externe dialoog aan te gaan en met spoed orde op zaken te stellen.

U heeft mijn contactgegevens. Indien gewenst ben ik zelfs bereid om naar Nederland te komen (zodra de verbindingen zijn hersteld) en het gesprek persoonlijk met u te voeren.

(WAS GETEKEND)
Wim Kortenoeven / Avner Amichai.

INSTANT UPDATE: Ik zie dat in het materiaal dat Wim me toestuurde, een nog scherper stuk zit, dat ook veel duidelijker aangeeft welke “rechtse” politieke partijen en uitgesproken vrienden van Israël door Hanna Luden zijn geschoffeerd. Zelfs een groot vriend van Israël als Martin Bosma werd onder Ludens leiding voor antisemiet uitgemaakt. In zulke gevallen zegt men wel eens: “Het moet niet gekker worden!” (Ik heb onderstaande tekst, met instemming van Wim, enigszins geredigeerd.)

“Mevrouw Luden gebruikt het CIDI als wapen in haar persoonlijke kruistocht tegen politiek andersdenkenden”

In mijn tijd verbrandde het CIDI in politiek en maatschappelijk opzicht nooit en te nimmer bruggen, maar CIDI-directeur Hanna Luden heeft daarvan nu zelfs een speciaal project gemaakt. Namelijk door discrete dialoog met politici over gevoelige kwesties in te ruilen voor partij-politiek geïnspireerde keiharde openbare confrontaties. In het bijzonder door de  pro-Israelische PVV en het FVD systematisch op de korrel te nemen en die partijen nu zelfs publiekelijk als “niet meer te redden” of als “rotte appelen” te typeren en buiten de politieke orde te verklaren. Tegelijkertijd  worden als  vanzelfsprekend de werkelijke vijanden van de Joodse staat en het Joodse volk — in de TK en daarbuiten — systematisch buiten schot gelaten. 

Dat afbranden van Israël-goedgezinden doet de CIDI-directeur op sociale media en in de officiële CIDI-nieuwsbrief. In het CIDI-antisemitisme rapport werd onder haar directieven zelfs PVV-Kamerlid Martin Bosma — die ik ken als een oprechte vriend van het Joodse volk en de Joodse staat — als een antisemiet weggezet. En waarom? Alleen vanwege zijn volstrekt legitieme vragen over de ondermijnende activiteiten van George Soros, een extreem links georiënteerde internationale (en qua afkomst inderdaad Joodse) financier van (o.a.) radicale anti-Israelische organisaties en BDS-acties.

Voorts werd naar verluidt ruw gemanipuleerd met uitspraken die onlangs door PVV-Kamerlid Gidi Markuszower waren gedaan in een debat over antisemitisme in Nederland. Iets vergelijkbaars werd uitgehaald met informatie over een senator van Ja-21. 

Onlangs gebruikte mevrouw Luden de CIDI-nieuwsbrief bovendien om op ongehoorde wijze het Israelische politieke stelsel, alsook de reputatie van de Israelische premier en die van nog enkele andere Israelische politici te besmeuren. En daarmee ook het aanzien van het enige land waarvoor het CIDI juist een lans zou moeten breken. (Niet per se kritiekloos, maar natuurlijk wél met respect en met oog voor de mogelijke gevolgen van het bezigen van bepaalde kwalificaties.) 

Mevrouw Luden gebruikt het CIDI als wapen in haar persoonlijke kruistocht tegen politiek andersdenkenden, terwijl die nota bene vierkant aan de kant van Israël staan. Hoe denkt mevrouw ooit nog in een CIDI-kader met die door haar geschoffeerde actoren te kunnen samenwerken? Ik kan mij voorstellen dat het CIDI er bij de PVV, Ja21 en het FvD er gewoon niet meer inkomt. Dat is catastrofaal. 

Hoe volstrekt onprofessioneel, egocentrisch en kortzichtig is het handelen van mevrouw Luden!En hoe gevaarlijk! Bij het “Forum” van Van Agt juicht men, want het CIDI heeft zichzelf feitelijk buiten gevecht gesteld. De ooit gevierde en door de vijand gevreesde organisatie heeft onder het verschrikkelijke wanbeleid van PvdA-adept Luden niet alleen organisatorisch en inhoudelijk, maar ook politiek álle geloofwaardigheid verloren. Daarvan zijn niet alleen Israël en de Nederlandse Joodse gemeenschap de dupe, maar ook de CIDI-medewerkers die wél aan doelstelling en traditionele modus operandi van het CIDI loyaal zijn. Ik verneem dat die loyale medewerkers gemuilkorfd worden en in een angstcultuur gevangen zitten. Maar het CIDI-bestuur zwijgt en gedoogt dit verder. Een hele reeks eerdere discreet verwoorde waarschuwingen, van mij en van anderen, zijn totaal in de wind geslagen. Wat een onvoorstelbare bende! En dat in een tijd waarin een goed functionerend, geloofwaardig en overal gerespecteerd CIDI voor Israel méér dan ooit van essentieel belang is.  Ruim dertig jaar (!) ben ik in allerlei hoedanigheden bij CIDI betrokken geweest en óók ik ben er helemaal klaar mee. Het is nú opschonen of binnenkort opheffen. 

Wim Kortenoeven / Avner Amichai.  

P.S. Ik, Martien Pennings, vond mevrouw Luden al meteen ongeschikt bij haar aanstelling. 1) De nieuwe directeur van het CIDI, Hanna Luden, is lid van de PvdA, dus van een club van antisemieten en islamknuffelaars (augustus 2015) 2) Hanna Luden (CIDI) kritiseert het antisemitisme van DENK, maar is zelf lid van een Jodenhaatclub, de PvdA (November 2017).  Nu ik haar hoorde praten, merkte ik niet alleen dat ze inhoudelijk zwak is, maar haar Nederlands schiet ook nog eens tekort om werkelijk weerwerk te kunnen bieden aan een linkse kletsmajoor als professor Peter Malcontent. Lees mijn boek-in-spe: ISRAËL BESTÁÁT — en is de meest legitieme natie ter wereld.
___________________