Israël bestààt. Een provocerender titel vandaag voor een boek bestaat niet, want Israël is dan ook het enige land ter wereld waarvan de legitimiteit op alle mogelijke vlakken in twijfel wordt getrokken: juridisch, ethisch, politiek, internationaalrechtelijk. En precies omdat Israël blijkbaar het enige land is waaraan het bestaansrecht ontzegd wordt, word ik zéér achterdochtig, vooral omdat er bijna zeven miljoen Joden wonen. Immers, de planeet aarde wordt, eerder dan met zware metalen, vergiftigd met landen waarvan het democratisch gehalte zowat nihil is — ik druk me voorzichtig uit.Toch worden de toxische pijlen gericht op een fatsoenlijk democratisch land met een liberale rechtsorde en een Hooggerechtshof van extreme gravitas,een land dat zich met een overdosis ‘zware’ ethiek, in fine voortkomend uit een twistgesprek met een bijzonder merkwaardige woestijngod, letterlijk uit het moeras heeft getild, en de Arabische fellahs erbij, want die werden door de Sublieme Porte aan hun lot overgelaten en voeren wel bij de Joodse geesteskracht, die zowel het intellectuele als het handvaardige omvatte. En waar gehakt wordt, vallen spaanders, al zien de media blijkbaar alleen dikke balken in het oog van Israël. Dat alleen al zou degenen die hun geschiedenis kennen zéér wantrouwig moeten maken, maar ‘historia non magistra’.

Die permanente aanval op Israël, afgevuurd vanuit alle kieren en gaten, zou een menetekel moeten zijn dat ons leert dat er hier méér aan de hand is, juist omdat het ontkennen van het bestaansrecht van die staat ons regelrecht leidt naar de krochten en riolen van wat de Franse denker André Taguieff ‘la nouvelle judéophobie’ heeft genoemd. Het is gewoon een reprise van vroegere vormen van antisemitisme in een nieuw kleedje, want zoals men weet: antisemitisme is de meest proteïsche vorm van het kwaad. Deze hernieuwde gedaante van het antisemitisme heeft vandaag een democratisch en legitiem aanvaarde vermomming gevonden via de larmoyante tranen van het gepalestiniseerde geteisem, en die opperste schandvlek bevindt zich zoals altijd overal: vandaag in de straten van zowat alle grote Europese steden waar men mag roepen dat ‘men’ eraan komt om ze te vermoorden en bij heel wat ‘fatsoenlijke’ politici die nuffig beweren dat Israël apartheid cultiveert, en vanzelfsprekend bij de ‘natuurlijke’ Jodenhaters, die vandaag hun nazistische kritiek kunnen leveren zonder ook maar een zuchtje tegenwind.

De pensée unique is ook wat de houding ten opzichte van de Joden betreft overal doorgedrongen, en het Israël bashen gaat van de meest pretentieuze gremia – denk aan de VN met hun zevenvijftig moslimlanden – tot de goorste krochten in de islamwereld, vaak opgepookt door de wilde weldoeners van het geglobaliseerde woke-verhaal  — met immigratie als verbeten inzet en de vele westerse NGO’s die als een staat in de staat werken. Zeg maar: van Van Agt tot Abbas, van Oxfam tot Soros, van de groene tot de rode partijen, met een wankelende liberale partij, van de apocalyptische gekken in Iran tot de do-gooders van de oecumenische kerk, van Biden en zijn verwerping van Trumps ‘Abraham Akkoorden’ tot de democratische partij in de VS waarin antisemieten unverfroren de toon mogen aangeven. Alle actoren keuren eendrachtig de vele resoluties goed tegen Israël, terwijl ze ondertussen de bloedigste dictaturen ongemoeid laten.

Antisemitisme: van het oeroude katholicisme met een kowtowende paus die oecumeniseert met de islam tot de theologie die van antisemitisme een sport heeft gemaakt. Ze organiseren allemaal zonder uitzondering een olympiade van leugenachtigheid tegen een klein land waarvan men eist dat het zich slechts met zijn humane ethiek mag verdedigen. En als dat kleine stukje fatsoen te midden van een zee van bloed en ellende zijn moeilijke ethiek noodgedwongen en na genocidale aanvallen doortrekt naar zijn leger en het een fatsoenlijke modus operandi oplegt, halen de nieuwe antisemieten in een perverse omkering van alle waarden de nazi’s van stal. Het is een combinatie van ‘wilful ignorance’ en ‘malice’, van bewust niet willen weten tot het soort verdorvenheid die men exemplarisch aantreft in de romans van Dostojevski, en helaas,vaak is het de combinatie van de twee.

Kritiek op Israël is nodig en uiteraard is die kritiek niet volautomatisch als antisemitisme te kwalificeren. Israël is een liberale democratie en leeft elke dag met de soms felle aanvallen die de eigen media spuien, en die zijn niet bepaald zachtzinnig. Ook het linkse antizionisme tiert er welig, net zoals in de Joodse wereld in de VS, waar de zionistische en antizionistische schakeringen vaak onontwarbaar zijn. Het hangt er dus vanaf aan welke al dan niet vergiftigde bron die kritiek ontspringt, en dan zitten de schurkenstaten en de westerse collaborateurs van het kwade met hun hypocriete frasen op de eerste rij. Wie realiseert zich dat in Israël en de betwiste gebieden zowat vijfhonderd geaccrediteerde buitenlandse journalisten gevestigd zijn, meer dan in welk land ook? Vijfhonderd mediamensen op een zakdoek groot: ook dat zou ons zéér argwanend moeten stemmen. Dat journaille vegeteert in een fanatiek-politiek correcte en gezapige bubbel. Ze zijn de gedachteloze herkauwers van het Palestijnse narratief met zijn eeuwige slachtoffers en zijn valse islamitische jeremiades. Westerse journalisten brengen opgewonden verslag uit van wat in wezen een klein probleem is geworden, zeker nu de Arabische broeders de Palestijnen meer dan beu zijn en alleen nog lippendienst bewijzen aan het terrorisme van de verschillende clans en families van die gangsterwereld.

In Jemen vielen op drie jaar tijd in de eeuwige interreligieuze strijd tussen shia en soenni meer dan honderdduizend doden (tien keer meer dan in het conflict tussen Israël en de Palestijnen, en dat loopt ondertussen over dertig jaar!). Als de Oeigoeren in Chinese heropvoedingskampen gehersenspoeld en erger worden, dan zwijgt de islamitische wereld. Maar Joden weet men altijd te treffen — omdat het Joden zijn . . . .

De Amerikaanse historicus Yuri Slezkine noemt de moderniteit het tijdperk van de Joden, maar ondertussen heeft dat hele tijdperk zich alleen maar tégen de Joden gekeerd. Niet alleen het nazisme komt dan in beeld, maar vandaag ook het vulgaire en gepalestiniseerde antisemitisme dat alle lagen van de bevolking en alle media, elke vorm van academisch onderwijs, de cultuur en de politiek heeft geïnfecteerd. Via Israël wordt de Jood immers opnieuw gedemoniseerd, nu onder het mom van kritiek op de sterkste partij, die steevast disproportionaliteit wordt verweten, een loze bewering die nooit geëxpliciteerd wordt, want wat bedoelt men nu juist? Eén Hamasraket tegen één Joodse of misschien een halve Joodse raket? Waren de aanvallen van Amerikanen, Engelsen en Fransen op IS ook niet disproportioneel, of telt dat niet? Het is inderdaad erg disproportioneel te noemen dat Hamas lukraak op zoveel mogelijk Israëlische burgers schiet, terwijl het Israëlische leger er alles aan doet om via alle mogelijke middelen zoveel mogelijk Palestijnse burgers te sparen en daardoor het meest ethische leger ter wereld kan worden genoemd. Een oorlog waarin, ondanks de zware middelen, zo weinig slachtoffers vallen, is inderdaad ongezien, ook al valt het de mainstream media blijkbaar niet op. En wie zou beweren dat de Engelsen gedurende de ‘Blitz’ zich niet hadden mogen verweren, zou nu krankzinnig worden verklaard. Israël vecht om zijn naakte bestaan, net zoals wij er tijdens de tweede wereldoorlog alles aan deden om het nazisme te verslaan, niet een beetje, maar helemaal. De vorm van weerstand en oorlog voeren die de Joden hanteren, leidt ons naar de ware betekenis van het begrip ‘uitverkoren volk’: een volk dat de loden last op zich nam deugd en fatsoen in de samenleving te brengen en een bijzondere geesteskracht te ontwikkelen om de maatschappij ten volle van nut te zijn. Het is allicht één van de centrale punten waarop de jaloezie van de modale antisemiet gericht is.

De Jood wordt met krokodillentranen gehuldigd tijdens de herdenkingen van de nazistische judeocide. Toen werd de Jood vermoord en dus is het een goede Jood, maar liever niet als hij vandaag verzet pleegt tegen degenen die hem opnieuw willen uitroeien. Het Charter van Hamas laat daarover niet de minste twijfel bestaan. De erfgenamen van het nazisme vindt men vandaag dan ook in het Midden-Oosten én bij de westerse linkerzijde waarvan het hijgerige antifascisme de nieuwe vorm van fascisme is geworden. Er is ondertussen een monsterverbond gegroeid tussen de islam en de rode en groene progressieven, de gelijkgeschakelde media en de academische wereld. Die hertalen (re-framen) het actuele conflict tussen de Palestijnen en Israël, dat al decennia aan de gang is, tot een oorlog tegen de Jood. Het is antisemitisme dat zijn naam niet durft te noemen. De haat die eruit voortvloeit, vormt een unieke pathologie, een obsessie die nazistische en communistische wortels heeft. Het islamisme als politieke beweging werd immers in de jaren dertig bijna één op één gekopieerd op nazisme en communisme. En zei de Algerijnse auteur Boualem Sansal, op wiens hoofd een fatwa werd gezet, niet dat het islamisme gewoon de islam in actie is, en de islam het islamisme in rust? En wie een mini-versie wil zien van hoe het er in de Palestijnse gebieden onder Abbas en Hamas aan toegaat, moet maar naar de pro-Palestijnse manifestaties in westerse steden kijken, en het geweld en antisemitisch gebral dat er organisch uit voortkomt.

Het narratief over Israël is zo verwrongen en bevooroordeeld en de modale kijker van het tv-journaal dermate eenzijdig geïnformeerd — als het werkwoord informeren hier nog van toepassing is — dat hij of zij zich bijna verplicht voelt partij te trekken voor de door zijn strot geramde ‘underdog’, wiens leugenachtige verhaal larmoyant in de verf wordt gezet. Altijd weer opnieuw het verhaal van de Palestijnse vluchtelingen, en de meer dan honderd resoluties erover in de VN sinds 1949, maar nooit dat van de negenhonderd duizend Joden die vanaf 1947 uit Irak, Egypte en Syrië moesten vluchten, met achterlating van have en goed, als ze al niet in een pogrom vermoord werden, en die zich in Israël en in andere landen settelden, zonder compensaties. Het is maar een voorbeeld.

Dit alles om als kleine intro mijn volle instemming te betuigen met voorliggend en noodzakelijk boek over Israël, een land onder vuur. Het is een savant werk, gedrenkt in de verontwaardiging van een integer man wiens overweldigende en factuele argumentatie pro-Israël onontkoombaar is. Ik realiseer me dat de emotie van eerlijke verontwaardiging zoals hier vertoond passé is en eerder uitzonderlijk in postmoderne tijden die zonder ruggengraat zijn. We leven in een era van laffe witgekalkte graven zonder enig historisch besef. Vanuit een lui soort denken zetten ze de toon, en dat in een valse en verraderlijke toonaard. Ze beschouwen censuur als een terechte vorm van handelen en willen de gedachtenpolitie via een geregenereerd fascisme globaliseren, van China tot de VS.

In dit boek leest men het vernietigende oordeel over de vijanden van Israël, en dus van de Jood, gestoeld op rijk geschakeerde bronnen, men leest geschiedenis met achtergrond en context, con brio opgetekend door een man gebeiteld aus einem Guss, een ketter die in de huidige mediale constellatie ‘l’esprit d’onorthodoxie’ representeert, een oneigentijdse iconoclast, ‘l’adversaire de tout son siècle’, een dwaalgast in een dolende en pervers globaliserende wereld, een intellectuele plebejer met het hart op de juiste plaats en het verstand op scherp. Op Martien Pennings is de boutade van toepassing “Don’t try too hard to fit in when you were born to stand out”.Alleen een man van karakter, ‘un caractériel’ zoals men dat zo treffend in het Frans uitdrukt, een eigenheimer met een groot onbehagen in deze tijd, kon dus dit averechtse boek schrijven.

Ik weet dat het motto van de grote Duitse historicus Leopold von Ranke, namelijk dat het beschrijven van de geschiedenis neerkomt op het ‘bloss sagen wie es eigentlich gewesen ist’, in een postmodern-eclectische tijd die het perspectivisme hanteert en de waarheid relativeert, al lang niet meer gehuldigd wordt. Toch kiezen de media, velen in de politiek en de academies, en vooral de koket-fascistoïde, onwetende en nuffige culturo’s, partij voor de door de mainstream media uitgeroepen underdog, waarbij al decennia een Palestijns narratief bijeen gefabuleerd wordt.Deze valse morele deugers denken dus toch te weten ‘wie es eigentlichgewesen ist’. Welnu, zij zijn het die als conformisten uit allerlei bewuste en onbewuste overwegingen, uit gemakzucht en narcisme, de ongemakkelijke waarheid over de Palestijnen en hun lamentabele geschiedenis ontwijken.

Israël is altijd levend geweest, vol libido en geesteskracht, ook in de bangste dagen. Laat dit boek van Martien Pennings een rechtvaardiging zijn voor dat land, met objectieve informatie over het conflict, maar geschreven met de cassante verontwaardiging en de onversneden pen van Multatuli. Israel redivivus. Wim van Rooy

______________________