Omdat de papieren versie van mijn boek over Israël — dat ook on-line staat — in de komende dagen gaat uitkomen, bekeekluisterde ik met extra belangstelling een uitzending van juli 2019 van  “Nieuwsweekend” (Radio1 -NPO). Het ging over het boekje van Els van Diggele, “De Misleidingsindustrie: hoe Nederlandse media ons dagelijks beet nemen”. In de uitzending komt herhaaldelijk een passage ter sprake uit Van Diggeles pamflet die ook ik in mijn boek gebruik:

“Op een dag reisde ik per trein naar Assen. Tegenover mij zit een vriendelijke jongen van een jaar of zestien. Met een noordelijke tongval schetst hij zijn leven: vmbo-leerling, stage bij een installatiebedrijf,  fietscross als hobby en hij heeft al enige tijd een vriendin. Op zijn beurt vraagt hij naar mijn werk. Ik vertel hem dat ik mij bezig houd met het Midden-Oosten en de ontwikkelingen aldaar. Dit roept bij hem een concrete vraag op: waarom willen de Joden toch al die Palestijnen dood maken?”

Het interview met Van Diggele wordt gepresenteerd door het duo Peter de Bie en Mieke van der Weij.

Kritische journalist Peter de Bie kijkt Els van Diggele vernietigend aan

De inleiding door Van der Weij schijnt nog welwillend

“Als er een onderwerp is waarmee je het sufste meest ingedutte verjaardagsfeestje mee kunt opschudden dan is het wel Israël en Palestina. Geheid ontstaat er binnen de kortst mogelijke tijd tumult. Maar waarom eigenlijk? En welke rol spelen kranten, televisie en radio in het ontstaan van deze explosiviteit?Historica en journaliste Els van Digele woonde jarenlang afwisselend in Israél en Palestina en schreef een boek over Joden, christenen en moslims. Met haar nieuwste boek — “De Misleidingsindustrie” — richt zij zich op de Nederlandse media.”

Redelijk welwillend dus, maar er zit al meteen een stukje onbenul in dat wijst op onbewuste vooringenomenheid. Want Van der Weij  spreekt van “Israël en Palestina” , terwijl Israël ligt in de regio die vroeger in zijn geheel “Palestina” heette. Waarschijnlijk associeert Van der Weij “Palestina” met “Palestijnen” die ze dan vermoedelijk onbewust houdt voor de oudste bewoners van het land en die dan onrecht zijn aangedaan door Israël en de Joden. Subtiel stukje onbewuste vooringenomenheid dat meteen al het punt van Els van Diggele aantoont, namelijk dat over Israël extreem eenzijdig wordt bericht door de Nederlandse media. 

Vooral De Bie betoont zich geïrriteerd en wordt ook gewoon openlijk kwaad. Als Van Diggele zojuist een betoogje heeft afgesloten  — (waarin ze overigens zelf de leugenterm “bezette gebieden” gebruikt) —  over de mate waarin  nieuwsconsumenten inzake Israël eenzijdig worden voorgelicht, barst De Bie met een rood aanlopend hoofd uit:

“Dat is toch allemaal niet zo gek! Kijk, in 1967 bleek opeens dat de Israëli’s een hartstikke sterk leger hadden ondersteund door de Amerikanen Inderdaad de zaken daar naar hun hand konden zetten. Vanaf dat moment waren de natuurlijk gerechtvaardigde claims van Palestijnen op grond waar ze al of niet aanspraak op hadden en dat ze eruit gezet zijn en enzovoort enzovoort. Het is dus ook wel logisch dat dat machtsevenwicht of in ieder geval dat nieuwsevenwicht ergens anders naar toe slaat.”

Kijk eens wat De Bie hier eigenlijk zegt: die Israëli’s bleken nare machthebbers en dus is het heel gewoon dat de media de feiten een beetje verdraaien ten gunste van de slachtoffers. Voorts heeft De Bie het over “een hartstikke sterk leger“.  Maar als de Israëli’s in 1967 niet de genocide-bedreigingen uit Egypte en Syrië serieus hadden genomen en niet de luchtvloot van Egypte op de grond hadden vernietigd, dan hadden de graven die angstige Joden in Tel-Aviv in de parken aan het graven waren, gevuld gaan worden. Mag ik een een paar passage uit mijn boek aanbevelen?

“( . . . ) dé klassieker die over de Zesdaagse oorlog is geschreven: Michael B. Oren, ‘Six Days of War: June 1967 and the Making of the Modern Middle East’ (2003). Oren vermeldt weliswaar dat er in mei 1967 inderdaad pre-emptive-strike-hawks in de Israëlische legerleiding zaten, maar toch ook dat Chef-Staf Yitzhak Rabin aan de vooravond van de oorlog zodanig ontregeld was dat hij totaal katatoon in een stoel zat en zich een tijdlang niet meer kon bewegen. Dan ben je volgens mij best wel bang. Oren spreekt in 2015 van ‘de zenuwslopende weken van mei 1967 ( . . .) toen mijn ouders mompelden over het getuige zijn van een tweede Holocaust’.”

Verder blijkt dat De Bie net zo gehersenspoeld is als de gewone nieuwsconsument, want hij kletst ook van “gerechtvaardigde claims van Palestijnen” en “eruit gezet zijn en enzovoort”. De Bie zou eens wat moeten lézen. Bijvoorbeeld mijn hoofdstuk 5: “De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina versterkt door het oorlogsrecht”, waarin hij deze passages kan tegenkomen:

“Efraim Karsh heeft in 2010 op grond van nieuw ontsloten bronnenmateriaal een studie gepubliceerd van de oorlog van 1948: “Palestine Betrayed”. Het punt waarop Karsh (onderbouwd!) telkens en telkens weer veel nadruk legt, is dat de paniekvlucht van vele Arabische Palestijnen ontstond door oproep of voorbeeld van hun eigen elites. De Joodse leiders, vooral Ben Goerion zelf, maar ook locale leiders, drongen bij de Arabische Palestijnen er juist op aan om te blijven en op gelijkberechtigd en vreedzaam samenleven. Zelfs in april 1948, zegt Karsh, dus slechts weken voor het uitroepen van de staat Israël op 14 mei, was géén van de stedelingen en was slechts een “handvol” plattelanders van de Palestijnse Arabieren verdreven door de Joden. Er waren uitzonderingen, maar dat zijn dezelfde als waarvan ook Yoav Gelber melding maakt. Karsh:

‘De
uitzonderingen die zich voordeden, in het heetst van de strijd, werden steeds gedicteerd door ad-hoc militaire overwegingen. Ze gingen bovendien gepaard met pogingen om vlucht te voorkomen en/of de terugkeer te bevorderen van mensen die gevlucht waren — op een moment dat enorme aantallen Palestijnen actief uit hun huizen verdreven werden door hun eigen leiders en/of Arabische gewapende strijdkrachten, hetzij uit militaire overwegingen hetzij om te voorkomen dat zij burgers zouden worden van de voorziene Joodse staat.’

Narcistische krenking

“U suggereert dat er een soort afspraak is in de Nederlandse media om de zaak te verkrachten!”
“U zorgt voor een fors statement, natuurlijk. Middels de voorkant van uw boekie [!] suggereert u nogal wat.”
“Maar vertel eens! Hoe nemen ze ons beet?!”

“Dit boekje is uw persoonlijke strijd tegen vanalles en nog wat!”
“Wat doen we hier dan zo verkeerd?”


Het antwoord op die laatste vraag hád natuurlijk moeten zijn: inzake Israël álles en dat al decennia lang en dat komt door jullie totale onbenul en arrogante vooringenomenheid, want jullie zijn net zo gehersenpoeld als de nieuwsconsumenten die door jullie misleid worden.

Van Diggele vraagt aan De Bie of hij, in plaats van verontwaardigd doen over de titel van het pamflet, niet beter eens naar de inhoud kan kijken en misschien enigszins verontrust raken. Ik heb het boekje grondig gelezen en was onder de indruk van de vele saillante voorbeelden van extreme eenzijdigheid in de media die Van Diggele geeft. Terwijl ik toch zelf ook al vele jaren behoorlijk bedreven ben in het  fileren van de Israëlhaat die je kan vinden in vooral de verslaggeving het NOS-journaal. Gaat u maar eens kijken naar mijn verzameling van zo’n driehonderd stukken die ik sinds 2008 heb geschreven onder de verzameltitel “Contra de Israëlhaat – teksten tegen de antisemitische bierkaai

De vraag van Van Diggele is dus of naast de titel ook de inhoud van het boekje het interviewende duo misschien enigszins verontrust had. Maar nee. Narcisten De Bie en Van der Weij willen het vooral hebben over het gekrenkte ego van de Nederlandse journalistiek. 

Van Diggele benadrukt voortdurend verontschuldigend dat ze “slechts signaleert”, maar Van der Weij is vast van plan de eer van de Nederlandse journalistiek te blijven verdedigen en haakt aan bij dat woord “signaleren”:

“U signaleert niet alleen, maar suggeréért óók wel wat. U zegt ‘De camera van het journaal, de microfoon van Radio 1’ — daar hebben we ons — ‘en de notitieboekjes van de dagbladen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Eerder zagen we dat de media de inmiddels de bejaarde Abbas’ — daar heb je hem weer — ‘niet kritisch volgen’. ( . . .)Mogen we op grond van deze situatie vaststellen dat de Nederlandse pers geen oog heeft voor het Palestijnse antisemitisme of heeft dat wellicht te maken met de angst voor islamofoob uitgemaakt te worden?’ ”

Let op dat toontje van die tussenwerpingen: “daar hebben we ons” en “daar heb je hem weer“. Voorts laat Van der Weij blijken dat ze het verwijt van islamofobie hoog opneemt. Hilarisch natuurlijk als je er als vanzelfsprekend van uitgaat dat het erg is als je ervan verdacht wordt bang te zijn van het nazisme avant, pendant et après la lettre dat islam heet.

Nogmaals probeert Van Diggele de discussie te verleggen van het gekrenkte journalistieke ego van het duo naar de inhoud:

“Hoe vindt u het als Abbas in het Europese parlement komt vertellen dat rabbijnen de opdracht hebben gekregen van Israëlische leiders om het water te vergiftigen teneinde op de Palestijnen genocide te plegen, en er is applaus. Mevrouw Ter Veld staat vooraan en applaudisseert, waar zijn dan de journalisten met de microfoon en de opschrijfboekjes? Waarom lezen wij dat niet terug?”

Tevergeefs. Geen zelfreflectie. De betonnen linkse koppen zijn voorzien van platinum voorhoofdsplaten.

De verontwaardiging van de Bie en de subtiele  arrogantie van Van der Weij illustreren perfect wat ik zeg in mijn hoofdstuk “Hersenspoeling door de media: anti-Israël en pro-Palmaffia”. Ik breng in dat hoofdstuk van Diggele ter sprake:

“Van Diggele stelt, behalve de eenzijdige berichtgeving van het NOS-journaal, vooral Palmaffia-propaganda en Israël-bashing bij de redactie van de NRC aan de kaak. Dat was eerder al gedaan door Hans Moll, die van 1987 tot 2010 op verschillende redacties van diezelfde NRC werkte. De titel van zijn boek luidt ‘Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant: NRC-handelsblad neemt stelling tegen Israël ( . . .)  uit de inhoud blijkt dat niet slechts de nuance, maar elk gevoel voor objectiviteit inzake Israël was verdwenen bij de NRC en dat er voorts geen zweem van ook maar een begin van zelfreflectie te ontdekken viel bij de zelfgenoegzame hoofdredactie. Dat signaleert Van Diggele trouwens ook.”

Geen zweem van ook maar een begin van zelfreflectie . . . . .

Het zéér bekwame correspondenten-corps in Israël

De Bie sneert: “Daar [in Israël] zit een léger van correspondenten die daar met zéér veel kennis van zaken die daar vaak járen rapporteren en die is dat vollédig ontgaan. We moeten wel blij zijn dat we u daar naar toe hebben kunnen sturen, zeg!”

Van Diggele antwoordt met een paar wedervragen. Waarom die enorme nieuwskaravaan niet eens doorstoot naar Ramallah om Abbas kritisch te ondervragen en waarom Olaf Koens onlangs sprak over de bezetting van Gaza, terwijl Israël al sinds 2005 uit Gaza weg is.

Maar dat kan veel fundamenteler. Opnieuw moet ik naar mijn boek verwijzen voor het antwoord op de vraag waarom  die correspondenten met zéér veel kennis van zaken vaak jarenlang als één grote stompzinnige kudde Israël lopen te bashen. Ik citeer:

“Een van de oorzaken en tegelijk symptomen van deze wereldwijde regressief-linkse verblinding werd in 2015 geanalyseerd door Matti Friedman. Te weten: de sociaal-ideologische bubbel waarin de correspondenten uit de westerse landen in Israël leven. Friedman opende voor het eerst mijn ogen voor de mogelijkheid dat al die opeenvolgende NOS-correspondenten misschien tóch geen antisemieten waren en dat hun lieglasterlijke berichtgeving eerder voortkomt uit een mengsel van onwetendheid, opportunisme en de bekende linkse zelfverheffingsneurose. Genoemde Matti Friedman is een insider. Van 2006 tot eind 2011 was hij verbonden aan Associated Press (AP) in Jeruzalem, dé nieuws-producent bij wie journalisten overal ter wereld als eerste te rade gaan. Hij woont sinds 1995 in Israël en rapporteert erover sinds 1997. En hij schrijft een onderbouwde aanklacht tegen vooral AP en de bemensing van die hele links-regressieve nieuwsmachinerie die is ontstaan binnen de grenzen van Israël:

‘Veel vers aangekomen verslaggevers in Israël, op drift in een nieuw land, ondergaan een snelle socialisatie in de kringen die ik noemde. Die kringen voorzien hen niet alleen van bronnen en vriendschappen, maar ook met een kant en klaar kader voor hun verslaggeving, met gereedschap om uit complexe gebeurtenissen een simpel en tegelijk verwrongen verhaal te destilleren,
waarin er een slechterik is die geen vrede wil en een goede kant die dat wel wil. Dit is het ‘Israël-verhaal’ en het heeft het voordeel een verhaal te zijn dat gemakkelijk te vertellen is. Iedereen hier beantwoordt zijn mobiele telefoon en iedereen weet wat-ie moet zeggen. Je kinderen kunnen naar een goede school en je kunt eten in goede restaurants. Het is prima als je homo bent. Je kansen om op YouTube onthoofd te worden zijn gering. Bijna alle informatie die je nodig hebt — en dat is in de meeste gevallen informatie die kritiek bevat op Israël — is niet alleen gemakkelijk te verkrijgen, maar is al gerapporteerd door Israëlische journalisten of samengesteld door NGO’s. Je kan beweren dat jij de machthebbers de waarheid vertelt en je hebt daarvoor de enige ‘machthebber’ in de regio gekozen die geen bedreiging vormt voor jouw veiligheid.’ “ 

Maar hoe kómt die veronderstelde eenzijdigheid dan?

De vraag die voortdurend aan de orde komt in dit interview luidt: als we even aannemen dat die berichtgeving eenzijdig is, waardoor komt dat dan. Van Diggele komt niet verder dan “conformisme”, maar de vraag is natuurlijk waar dat conformisme dan weer vandaan komt en dan nog los van de verklaring van die links-regressieve bubbel waarin het  correspondentendom in Israël gevangen zit. Eigenlijk is dus de fundamentele vraag: waar komt die linksregressieve Israëlhaat vandaan waaraan de hele Noord-Atlantische cultuur in toenemende mate is gaan lijden sinds 1967? (Ik sprak hierboven al van “de oorzaken en tegelijk symptomen van deze wereldwijde regressief-linkse verblinding“.)

Opnieuw is het antwoord te vinden in mijn boek. Ik geef een paar citaten:

“Vanaf de door Israël gewonnen Zesdaagse Oorlog in 1967 hebben de antisemieten, islam-liefhebbers en links-regressieve collaborateurs met succes de hele Nederlandse bevolking gehersenspoeld met het verhaal van die zielige ‘Palestijnen’ en dat nazi-achtige Israël. Dat konden ze omdat de ‘generatie van 68’ inderdaad die succesvolle ‘Mars door de Instituties’ heeft afgelegd en een totale monopolistische greep heeft gekregen op de media, de politiek en de universiteiten. ( . . .) De EU is vanaf het begin een Eurabië-en-islamiseringsproject geweest: de droom van De Gaulle was om steunend op het Middellandse Zee-bekken en de olielanden Amerika naar de kroon te steken. In ruil voor de olie moesten de Europeanen lief zijn voor de islam en veel moslim-immigranten toelaten (Bat Ye’Or, Eurabië). Op 27 November 1967 verklaarde De Gaulle openlijk dat Franse samenwerking met de Arabische wereld ‘de fundamentele basis voor onze buitenlandse politiek’ was geworden. Na 1967 was Frankrijk voortaan pro-Arabieren en anti-Israël. En dat sloot heerlijk aan bij de ideologie van regressief-links met hun liefde voor exoten, de islam en hun haat-complex jegens Israël.”

En hoe dat regressief-links dan weer aan die Israëlhaat en die liefde voor exoten is gekomen, leg ik ook uit:

“Ik ben niet de enige die zich over het links-regressieve raadsel het hoofd heeft gebroken. Een lijst van boeken, essays, columns, interviews terzake van mensen die veel geleerder zijn dan ik zou op zichzelf vele pagina’s kunnen vullen. En na lezing van nogal wat van die geleerden kom ik op twee elkaar aanvullende verklaringen van het raadsel van de linkse solidariteit met de meest achterlijke ideologie die deze aardkloot ooit heeft aanschouwd, de islam. Er zijn, zeg ik dan, twee Grote Emotie-stromen aanwijsbaar in de “beweging van 1968” die zich via een “mars door de instituties” meester heeft gemaakt van alle belangrijke posities en subsidie-niches in politiek, bureaucratie, universiteiten en media. Die emotiestromen zijn schuldgevoel en genotzucht. Ze manifesteren zich, verwarrenderwijs, in de “progressieve” psyche tegelijkertijd.
( . . .)
Dat tweesporen-hedonisme (seksueel en materieel) versterkte het al aanwezige ‘historische’ schuldgevoel inzake ‘kolonialisme’, want hadden ‘wij’, in ons Westen, het niet alléén maar zo goed omdat wij nog steeds de ‘Derde Wereld’ aan het uitbuiten waren? Zo werd de zich seksueel uitlevende en materieel welvarende ‘linkse’ hedonist een morele narcist, een zelfverheffings-neuroot, een deugmens die het er weliswaar zelf goed van nam, zich uitleefde, maar ook solidair was met de onderdrukten over de hele wereld, vooral als die een kleurtje hadden. ‘Victimisme’ is deze ideologie wel genoemd en dat denken ging gepaard met een vernauwing van het christendom tot alléén nog maar Één Groot Erbarmen. Ook solidariteit dus met de ‘gastarbeiders’, de migranten en de asielzoekers in Nederland, wier ideologie, bijvoorbeeld de islam, je niet ging kritiseren vanuit je bevoorrechte positie. Bovendien leerde de postmoderne sociologische antropologie dat alles relatief en een ‘narratief’ was, een subjectief verhaal en dat daarom een zwarte peniskokerdragende mensen-eter niet per se beter was dan een blanke vegetarische DNA-specialist.

Zo werd het ‘linkse’ schuldgevoel vanwege kolonialisme en welvaartsgenot omgezet in alleen nog maar genot om de eigen hoge moraal en om de verdienste te strijden tegen de ‘rechtse’ fouteriken. Links beklom het morele krukje en daarvandaan klonk het richting realistisch ingestelde medemensen: better than thou! De links-regressieve mens is vooral bezig met het behouden van een prettig gevoel in eigen hoofd en organisme.”

Ja, dat was ook weer een belangrijke factor bij het interview dat het duo De Bie en Van der Weij afnam aan Els van Diggele: die narcistische genotzucht. Ik heb de cultuur, die penséé unique waarin die twee zich blijkbaar kiplekker voelen gedefinieerd als het met de islam collaborerende links-regressieve narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat. Je krijgt ze met geen mogelijkheid tot bezinning. Is het tot u doorgedrongen, lezer, dat hierboven beschreven staat hoe Van Diggele aangeeft dat het duo zich misschien zou moeten verwonderen over het feit dat Abbas een krankzinnig antisemitische slur ten beste kon geven en dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Nazi’s daarvoor applaudisseert, maar dat het duo het veel liever heeft over die nare verdachtmaking van Van Diggele dat de Nederlandse journalistiek “islamofoob” zou zijn. Ze zijn onverbeterlijk.

Al meteen op 13 juli 2019 karakteriseerde Leon de Winter in een tweet het interview voortreffelijk en ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik De Winter toen geretweet heb.

“Het anders makke @Nieuwsweekend”
“Het verhoor bewees de titel van Els’ boek.”

Juist.

Op het einde van het interview probeert het duo van Diggele nog even belachelijk te maken. Ik wijs nog op de manier waarop van der Weij het interview vervolgens afsluit met een poging Van Diggele te vernederen. Let op die valse glimlach en dat tóóntje!

“ik stel voor dat de mensen de inhoud van het boekje tot zich nemen. En dan kunnen ze zelf oordelen. We laten het hierbij want anders zijn we er het héle uur over bezig.”

De glimlach die Van der Weij opzet bij de slotafzeiking van Van Diggele

___________________________