__________________________________________________________________________

Dit stuk stond op de verdwenen site van Joost Niemöller. Hij leidde mijn stuk indertijd (5 maart 2010) aldus in:

“De auteur bracht een avond door in een zaal waar het gejuich en het applaus  op alle verkeerde momenten van de tribune daverden. En er waren heel veel verkeerde momenten. Het was een cavalcade van ressentiment, stam-mentaliteit, domheid en fanatisme.  De meest belezen man van België, Wim van Rooy, zat als enige islamcriticus aan de forumtafel daar beneden en zag de agressie in golven op zich afkomen. Was dit een universiteit, vroeg Pennings zich af? Waren dit studenten, die met een beurs van de staat moesten leren kritisch te denken? Maar waarom kozen ze dan zo massaal en onbehouwen voor de islamitische Middeleeuwen?  Neen, een debat werd het nooit.”

___________________________________________________________________________

Op 25 februari 2010 zat ik onder het publiek van een “Groot Islamdebat”  in zo’n moderne,  tribune-achtige collegezaal van de Vrije Universiteit Brussel. De zaal was gevuld met vooral Marokkaanse jongedames en jongeheren. In het forum een enkele islamcriticus, Wim van Rooy, schrijver van “De malaise van de Multiculturaliteit”, een erudiet boek waarin een indrukwekkende boekenkast in langzame, majestueuze Redelijkheid omvalt. Een andere geleerde onder de forumgasten was een vertegenwoordiger van de AEL, Arabische Europese Liga, geheten Abdoulmouthalib Bouzerda, een Marokkaanse Nederlander,  die op het laatste moment degene verving die op de affiches was aangekondigd: Karim Hassoun. Je moet het voelen, ervaren en meemaken, zegt men wel eens. Dat was hier zeker het geval. En dan heb ik het over de sfeer in de zaal en de uitstraling van die tweede geleerde, van mijnheer Bouzerda.

Wie werkelijk iets wil begrijpen van deze avond, zou, lijkt mij, mijnheer Bouzerda eerst zelf moeten ondergaan. Wel, dan kan men terecht bij een opname uit 2009 van Bouzerda’s tv-optreden in het Nederlandse programma van Knevel & Van den Brink, of ook hier met een voor Bouzerda kruipende Raoul Heertje.

Ueberdeftig pratende jongeheer Bouzerda is een stijgende ster in voornoemde AEL: u weet wel, die organisatie die vroeger geleid werd door Abou Jahjah , die nu in Libanon de vrede aan het bevorderen is, en ooit fameus over de Joden in Israël zei dat zij de keus hadden tussen “la valise ou le cerceuil”, de koffer of de doodskist. De AEL is de organisatie die meende de vrijheid van meningsuiting te bevorderen door op haar website een “cartoon” te plaatsen waarin Anne Frank met Hitler in bed ligt. Vanwege het hedendaagse “nazisme” van Israël, begrijpt u wel? Dit smaakvolle Anne-Frank-plaatje was overigens een gepast antwoord op de Deense Mohammed-cartoon waarin de Profeet was afgebeeld met een tulband waaruit een brandend lontje stak, om aldus het verband tussen zelfmoordterrorisme en islam duidelijk te maken. De AEL is verder een organisatie die zich schaart achter het tegenwoordig aan Iran onderhorige Hezbollah in Libanon en achter Hamas, de huidige machthebbers in Gaza, die openlijk een genocide op de Joden propageren, vanachter hun eigen vrouwen en kinderen terreur bedrijven, om vervolgens, als de Israëli’s, die er alles aan doen om onschuldige slachtoffers te vermijden, per ongeluk toch slachtoffers maken onder die vrouwen en kinderen, hun huichelende aanklachten de wereld in te slingeren, al of niet vergezeld van vervalste filmpjes of vervalste getuigenissen, lekkerbekkend doorgegeven door de “correspondenten” die de Westerse kwakkeliteitsmedia (ik ben existentieel niet meer in staat dit nog “normaal” te schrijven) in de regio hebben. Men mag de AEL als een aan Hamas zielsverwante organisatie beschouwen.

Terwijl vlakbij Bouzerda in de deuropening van de VUB-zaal de hem begeleidende “lijfwachten” van een inmiddels in de West-Europese steden welbekend Marokkaans type zeer aanwezig stonden te zijn, gaf deze Bouzerda in zijn geaffecteerde en über-nette Nederlands zijn perverteringen ten beste. De toon was afwisselend slachtofferig, heilig verontwaardigd, vals beschuldigend of dreigend, dan wel schofferend en brutaliserend richting de enige islam-criticus in het forum, Wim van Rooy. De techniek die Bouzerda  toepaste was duidelijk: hij had vaste riedels uit zijn hoofd geleerd en gaf die ten beste op de momenten die hem het beste uitkwamen. Het was één aaneenschakeling van demagogie. Hier ontbrak elke redelijkheid, elke wil tot waarheid of integriteit. Dit was pure verbale oorlogvoering. Het was debat als een vorm van terrorisme.

Ik zat naast een autochtoon jong meisje met gazelle-ogen, zonder hoofddoek, die in duidelijke opwinding met haar mobiel de enthousiaste reacties filmde in de zaal op de vermeend “gescoorde debat-punten” van Bouzerda. “Ook zin om moslim te worden”, vroeg ik haar op een gegeven moment. “Waarom niet?” antwoordde ze. “Van rechtse praat worden grietjes opgewonden” zei de Nederlandse stand-up-comedian Hans Teeuwen eens. Maar dat geldt dus ook voor rechtse praat van openlijke islamo-fascisten als Bouzerda.

Vele Marokkaanse dames zaten eveneens kirrend te genieten en vlak achter mij zaten jonge mannelijke Marokkanen zich intens te verkneukelen om Bouzerda’s vertoon van agressie, onredelijkheid en demagogie. Hier werd geen dialoog gezocht, maar wraak. De zaal was vervuld van ressentiment, van rancune. Menno ter Braaks opstel van 1937 kwam in gedachten: “Het Nationaal-Socialisme als Rancuneleer”. Ik heb een geluidsopname van het debat afgeluisterd en dan valt pas op hoe donderend het applaus was voor alles wat pro-islam gezegd werd.

Toen forum-lid Nordine Taouil werd aangekondigd, een imam die als erg grappig geldt onder de Brusselse moslims, maar niet sterk is in het aaneenrijgen van samenhangende zinnen, ging het dak er bijkans af van pure liefde voor deze populaire “underdog”. Toen Wim van Rooy hem betrapte op een halve waarheid en dus een hele leugen over wat er in de koran staat, en zegt  “als u de koran goed kent”, dan hoeft de imam met de bontmuts alleen maar te interrumperen met “ik ken de koran zéér goed” om een golf van enthousiasme door de zaal te jagen. Ja, de “zonen van Allah” zoals Oriana Fallaci ze noemt, spelen deze avond bepaald een thuiswedstrijd.

Op een gegeven moment  zei Taouil dat mensen als Dedecker – een  Belgisch parlementslid dat lichtjes islamkritisch is, wel was aangekondigd als forumlid maar slim genoeg was om wél zijn naam die avond te laten rondzingen, maar laffelijk niet kwam opdagen met een goedkope smoes als excuus – dat mensen als Dedecker dus maar eens uit hun geestelijk isolement moesten komen. Want had deze Dedecker, vroeg Taouil, dan niet gemerkt dat er anderhalf miljard moslims bestonden en dat die echt niet op een andere planeet leefden?

Ik meende te voelen dat de onbedoelde wrange ironie van deze woorden in het licht van het wereldnieuws van de laatste decennia zelfs doordrong tot de fans van de Profeet, die de zaal overheersten. Het debat werd overigens gehouden op de “geboortedag” (er wordt steeds meer getwijfeld of hij wel bestaan heeft) van diezelfde Profeet van de Godsdienst van de Vrede en, zoals dan de gewoonte is onder moslims, werden ter gelegenheid hiervan vele rode rozen uitgedeeld, de symbolen van de liefde waarop toch ook de Profeet in al zijn diepe menselijkheid zo dol was. Dit is dus een universiteit, dit zijn dus studenten die op kosten van de Belgische overheid op academisch niveau kritisch moeten leren denken. Maar waarom kiezen ze dan zo fanatiek en onbehouwen voor de islamitische Middeleeuwen?

Forum-lid Mereyem Kanmaz, aangekondigd als “journaliste van de Standaard” was blijkens het kaartje bij haar microfoon ook nog doctor in iets sociaal-politieks. In de titel van haar proefschrift , zag ik later ontroerd, komen de woorden “dynamiek” en “moskee” in combinatie voor. In haar openings-statement antwoordde ze op wat Wim van Rooy had beweerd in zijn eerste stellingname: de islam is zeker niet een godsdienst van de vrede. Daar moesten we maar eens vanaf, vond Kanmaz, van die ‘’theologische” debatten, waarin “essentialisme” wordt gepleegd. Van Rooy pakte het niet op, wat niet verwonderlijk is, want er viel nog veel meer op te pakken dan dat ene begrip. De zaal was hem bovendien meteen al dermate vijandig gezind, dat het antwoord dat Van Rooy had kunnen geven nog veel meer agressie zou hebben uitgelokt. Wat had Van Rooy kunnen zeggen dat hij wijselijk niet zei?

Bijvoorbeeld dit:

Essentialisme? Als je Auschwitz een vernietigingskamp noemt, is dat dan essentialisme? Als je van Mohammed vertelt dat hij een sluip- en een massa-moordenaar was, een oorlogshitser en een slavendrijver, pleeg je dan “essentialisme”? Was de aanduiding van de Profeet door Mohammed Bouyeri, in de dreigbrief aan Ayaan die hij met een slagersmes in de borst van Theo van Gogh vastprikte, namelijk “de lachende doder” essentialistisch? Als je tekstkritisch kwantificerend kunt aantonen dat verreweg het grootste deel van de koran, van Allahs eeuwige en onveranderlijke woord dus, uit haat en agressie bestaat, is dat dan dan “essentialisme”? Als je uit 1400 jaar Mohammedaanse wereldgeschiedenis zeer gedocumenteerd de conclusie trekt dat we hier te maken hebben met een anti-humaan en agressief totalitarisme, is dat dan “essentialistisch”? Als je naar de wereld van de laatste tien jaar kijkt en je stelt vast dat de islamitische terreur tot een wereldwijde epidemie is aangezwollen, is dat dan “essentialisme”? Als je opmerkt dat Marokkaanse jonge mannen de goede sfeer in de meeste West-Europese steden hebben kapot gemaakt, vergald en verpest, is dat dan “essentialisme”?

Even later sloot een ander Forum-lid, Yves Desmet, hoofdredacteur van “De Morgen”, zich aan bij de afkeer van “essentialisme” van mevrouw Kanmaz en onderschreef haar stelling dat “we ons” moeten richten op de gewone doorsnee moslim, die gewoon lekker loopt te werken, wonen en liefhebben. Desmet draaide de bekende riedel af: het is een kleine minderheid  –  “van een of twee mensen” zoals Desmet zelfs letterlijk zei – die onverdraagzaam en terroristisch is en die “misbruik” maakt van de islam. Desmet moet vooral de link naar die “Son of Hamas”, die ik verderop geef, even aanklikken. Verscheidenheid en demokratie  wilde Desmet zien en voorts graag wél dialoog en géén stereotypen. Desmet zag ook in de toekomst  niks problematisch opdoemen, zolang iedereen maar de spelregels bleef volgen. Enzovoort.  Ik geloof niet  er één gemakzuchtig cliché ontbrak in Desmets betoogje.

Je kon in het ‘debat’ merken dat Wim van Rooy de enige was die niet ernaar toe was gekomen met uit zijn hoofd geleerde riedels en eigenlijk de enige was die probeerde ter plekke de dialoog echt aan te gaan. En dus paste Van Rooy ook niet de techniek toe die Bouzerda’s tweede natuur leek, namelijk een moment afwachten om een van zijn uit het hoofd geleerde preekjes te kunnen afsteken. Als islamcritici hetzelfde gaan doen als de verdedigers van de islam, en voortaan met kant en klare tekstbrokken naar zo’n debat komen, dan is elke dialoog verdwenen en blijven alleen nog rituele salvo-wisselingen. Dan zou Desmet de voorfase te zien krijgen van wat-ie helemaal niet ziet opdoemen. Want na het debat hoorde en zag ik het hem nog eens boos en met een rooie kop in het gezicht van Wims zoon Sam slingeren: “Ik heb helemaal niet die apokalyptische angst voor de islam in Europa die jullie hebben.”

Toch is die angst voor de apokalyps precies wat nodig is om de apokalyps te voorkomen. Want er is uit de geschiedenis geen voorbeeld bekend van moslims die langdurig op voet van gelijkheid en in vrede hebben samengeleefd met niet-moslims. De sprookjesverhalen waarin valselijk wordt voorgesteld dat zulks wel het geval is geweest, met name het verhaal van “El Andaloes”, zijn aan de kaak gesteld als verzinsels. Het is jammer dat enkele opstellen van Arabiste Machteld Allan uit “De Groene Amsterdammer” over deze materie niet on-line beschikbaar zijn, bijvoorbeeld “Van wie is de Renaissance?” van 24 juli 2009. Maar met dit stuk van haar inTrouw (“Is Al-Farabi een islamitische Kant? Kom nou toch!”), plus dit artikel eveneens in Trouw van Mat Herben met hier een vier jaar latere versie, alsmede met dit bescheiden stukje van mezelf moet toch ook enige voorlichting bereikt kunnen worden. Onverkort geldt wat Samuel Huntington heeft gezegd: de islam heeft altijd en overal bloedige grenzen gehad. Waar islam, daar terreur. En het zijn de fanatieke minderheden in de islam waarvan Yves Desmet  zo helemaal niet bang is, die altijd en overal de agenda, de sfeer en de marges hebben bepaald. Geweld en terreur zijn voorgeschreven in de heilige boeken van de islam, in koran, sira, ahadith en fatwa-verzamelingen.

Daarom zal ik hier nog maar eens, speciaal voor het wat dikke boerenverstand van Desmet, herhalen wat ik al zo vaak heb gezegd: de “extremisten”, de “salafisten”, de “fundamentalisten” hebben in de islam niet alleen de beste papieren, maar de énige papieren. Er zijn geen andere papieren en geen andere praktijken geweest in de islam dan bloeddorstige, onderdrukkende en racistische. Hoe vaak forum-lid Bouzerda ook vol borstzwellende pathetiek spreekt van “de islamitische beschaving”: die heeft nooit bestaan. Er heeft  alleen barbarij bestaan, waarin een parasitaire elite leefde in groot vertoon van macht, wreedheid, luxe en botvieren van hun lusten. Soms bleven in de overwonnen volken nog een eeuw lang restanten over van de oorspronkelijke niet-islamitische creativiteit. Maar men moet dat niet voor “islamitische beschaving” verslijten of slijten. De laatste sprookjes op dat punt zijn inmiddels wel ontzenuwd. Geen “liberale” moslimgeleerde uit de geschiedenis, of hij bleek wel minder liberaal dan gedacht. Ze werden bovendien om die toch al geringe liberaliteit vervolgd door het geloof waarvan ze later valselijk als iconen werden opgevoerd. Zie Avicenna (Ibn Sina), Averroës (Ibn Rushd) of de Jood Maimonides, óók geclaimd als uithangbord van de islam. Alsof je Sacharov een mooi voorbeeld van communisme noemt.

Mijnheer Desmet is niet zo bang voor die kleine minderheid van fanatici. Maar in de recente geschiedenis heeft de Moefti van Jeruzalem er bijna in zijn eentje voor gezorgd dat de integratie van de Joden in de jaren 1930 in Palestina mislukte. Hij wist bijna singlehanded een haatcampagne op gang te brengen, die hem tenslotte aan de zijde van Hitler bracht en waarin hij de hele Arabische “elite” meekreeg, tegen de goede wil van de Joden en vele Arabieren in. En waarom kreeg eenmans-minderheidje Moeft el-Husseini van Jeruzalem dat voor elkaar? Omdat theorie en praktijk van 1300 jaar islam hem op dat moment ten dienste stonden. En die theorie en praktijk hebben altijd geluid: Jodenhaat, massamoord en onderdrukking. Nogmaals: de Moefti had, zoals al zijn “fundamentalistische” collega’s vóór en ná hem, de beste én enige papieren in de islam.

Ik heb het voorlopig nog even over wat Kanmaz en Desmet zeiden en over de antwoorden die ze niet kregen van Van Rooy, omdat hij daar de ruimte niet voor kreeg. Ik antwoord, in de plaats van Van Rooy, met een vraag: zou het niet een keer tijd worden voor mensen als Desmet en Kanmaz – als het inderdaad waar is dat al die moslims alleen maar lopen te wonen, werken en liefhebben in België, in Europa – om zich af te vragen waar de kritische moslimstem dan blijft die de eigen misdadige ideologie analyseert? Die de eigen misdadige Profeet en de eigen misdadige geschiedenis gaat ontleden? Naast dat toffe Westerse wonen, werken en liefhebben, waarmee die te gek Europese moslims zich bezig houden, zal er toch wel een keer wat tijd overblijven voor een paar van hen om zelfkritiek in Europees-Christelijke stijl te gaan bedrijven? Dat we eens een keer uit moslimkring een honderdste van de zelfkritiek gaan horen die het Westen zo graag over zichzelf uitstort? Zelfkritiek van moslims? Neen, dat hoorden we óók deze avond niet. We hoorden wél mijnheer Bouzerda deftig intoneren over Amerika en de moord op de Indianen. We hoorden Bouzerda met slinkse formuleringen en onder deftige agressie Wim van Rooy demoniseren. Maar over de massamoorden van de Profeet in de 7e eeuw tot Hamas in de 21ste en alles wat daar tussen zit aan oceanen van bloed en slavernij, hoorden we  Bouzerda niet.

Op een van de eerste opmerkingen van Wim van Rooy, namelijk dat een kwantitatief onderzoek laat zien dat 97% van de koran bestaat uit teksten van haat, dreiging en geweld, antwoordde Bouzerda dat hij zich die avond als “gelegenheidsdemagoog” ging opstellen. En hij liet duidelijk blijken dat hij dat hij dat alleen maar deed omdat hij zo vreselijk geprovoceerd werd door die onbehoorlijke stelling van Van Rooy over de koran. Iedereen overigens die de koran kent, weet dat het percentage in elk geval ongevéér moet kloppen, maar Bouzerda zag er dus “demagogie” in en als “zich aanpassende gelegenheidsdemagoog” antwoordde hij dat van de keren dat “het Westen naar de moslims” was gekomen zulks in 100% van de gevallen was om oorlog en onderdrukking te brengen. “Om de moslims een oor aan te naaien”, zei Bouzerda samenvattend.

Nu is het een feit dat de moslims in de ongetelde golven van agressie waarmee ze tussen 622 en1683 – eerst onder de Arabieren en daarna onder de Turken – Europa overspoelden, voornamelijk oren afhakten en niet aannaaiden. Tot 1683 heeft Europa zich alleen maar verdedigd tegen hordes hormoongedreven moslims die niks anders brachten dan massamoord, verkrachting, roof, marteling en in slavernij degenen wegvoerden die ze te bruikbaar en seksueel te aantrekkelijk vonden om te vermoorden. Moreel was het christelijke Europa altijd al superieur aan de islam. Jezus is echt een ander soort profeet dan Mohammed en anders dan de islam, die irrationalistische haat als wezenskenmerk heeft, is het christendom in zijn kern gebouwd op de Liefde en de Rede. Na 1683 neemt Europa door de Verlichting niet alleen op moreel, maar  ook op technisch gebied een definitieve voorsprong op de islam. En daarna werd Europa “kolonialistisch” en “imperialistisch”, jazeker! Maar anders dan de islam hakten “wij” niet alleen oren af, maar naaiden er ook vele aan. Het kolonialisme had zeer zwarte kanten, maar ook zeer lichte en verlichte. Het parasitaire kolonialisme van de islam heeft nooit ergens iets ander gebracht dan gruwelijke terreur en heeft de creatieve prestaties die overwonnen volken ondanks de onderdrukking nog leverden, lang leugenachtig kunnen claimen voor zichzelf, geholpen door sprookjesvertellers in het Westen. Het Westen bracht na 1683 vooruitgang op economisch, technisch, organisatorisch, medisch en tenslotte ook op humanitair gebied. In de geschiedenis van het Westers kolonialisme gaat uitbuiting en winstbejag rond 1870 langzaam over in wat wij nu “ontwikkelingshulp” noemen. En dat was mogelijk omdat het christendom, hoe verborgen het soms ook bleef onder het onrecht dat Westerse machthebbers hebben aangericht, altijd weer kon teruggrijpen op zijn kern: de Liefde en de Rede. In de islam zal men vergeefs naar zo’n kern zoeken. Slavernij in de islam was  er eerder en wreder dan in het christendom en is nooit verdwenen. Zie Saoudie-Arabië, zie Soedan. Dat komt omdat in het christendom een humaan-individualistische gelijkheids- impuls is te vinden om die slavernij af te schaffen. In de islamitische teksten is slavernij vanzelfsprekend. In de islam is niets positiefs te vinden. Daarom is de islam ook onhervormbaar, want er bestaat nergens een fatsoenlijk element in de islam rond hetwelk een hervorming zou kunnen clusteren.

De slechtheid van de islam, zei Bouzerda niettemin, bestaat alleen maar als perceptie van Westerse demagogen. En iedere aanwezige begreep dat hij Wim van Rooy bedoelde. Laten we, zei Bouzerda, diezelfde demagogische techniek eens toepassen op de christelijke beschaving. En in de hectiek van het quasi-debat, kreeg Wim van Rooy het natuurlijk niet voor elkaar om te antwoorden wat hij had gewild namelijk dit: die “techniek”, deftige Bouzerda, zoals jij dat noemt, wordt tot gek makens toe juist door de christenen zelf op zichzelf toegepast. We voelen ons zo vreselijk schuldig dat demagogen zoals jij, Bouzerda, hier vrij spel hebben. Wij Westerse Christenen zijn zo druk geweest met as op ons eigen hoofd strooien, dat  we niet meer beseffen dat we iets waardevols te verdedigen hebben tegen aan anti-humaan totalitarisme als de islam. Wij zijn een Joods-Christelijk beschaving, een schuld- en gewetens-cultuur, terwijl de islam een zogenaamde eer- en schaamte-cultuur is, wat mooie woorden zijn voor agressieve en gewetenloze cultuur.

De opmerking van Bouzerda dat hij niks tegen de christelijke beschaving had en dat er zelfs christenen lid waren van de AEL, zou plaatsbaar zijn geweest in het licht van wat Van Rooy, als het een debat geweest was, had kunnen zeggen . Bijvoorbeeld dit:  natuurlijk heeft  de AEL als vertegenwoordiger van een totalitair-agressief systeem als de islam graag als slachtoffers christelijke zelfbeschuldigers en zelfverloochenaars die zichzelf als helpers bij hun eigen zelfvernietiging komen aanbieden bij de vijand.

Via de massamoord op de Indianen in Amerika – waarvan wij christenen in het Westen natuurlijk nooit gehoord zouden hebben als Bouzerda ons er niet in dit “debat” aan had herinnerd – koppelt hij via “Amerika als beloofde land” deze moord op de Indianen aan “Joden”. Inderdaad, een slimme demagoog: Amerika, beloofde land, Indianen, massamoord, beloofde land, Joden. Nee, er is niks “gelegenheids” aan die demagogie bij Bouzerda.

“Joden genieten bescherming en terecht” , zegt de man die achter Hamas staat, de beweging welks charter eigenlijk maar uit één kreet bestaat: wij willen en zullen de Joden vernietigen. Maar van het woord “taqiyya” wordt mijnheer héél boos. Hij vervolgt: “Mensen gaan rechtop zitten bij het woord Joden en zeker als ze de beschuldiging horen dat Joden opzettelijk kwaad willen toedoen aan de mensheid.” En dan wordt waar wat ik Benno Barnard ooit in een café-gesprek hoorde beweren: “Als mensen fel anti-Israël zijn, hoef je meestal maar met een theelepeltje te graven om het antisemitisme eronderuit te halen, maar meestal verraden ze zichzelf. Ze kúnnen het niet binnen houden.” Ook Bouzerda houdt het niet binnen, maar hij brengt het als een echte demagoog. “Rabijnen in New-York en Europa zijn veroordeeld voor orgaan-donatie”, zegt hij, een variant van het oeroude antisemitische “bloedsprookje” suggererend. Hiermee sluit Bouzerda aan bij die volksmythes dat Joden christenkinderen slachten om met het bloed hun matzes te bakken bij Joodse feesten.

En dan komt er iets uit de mond van Bouzerda van een weergaloze demagogie: “Moeten we dan de Joden als volk beschuldigen omdat er een aantal verzen in de Talmoed staan die die beschuldiging zouden kunnen onderstrepen. Ja, op zo’n moment zal men zeggen dit klinkt rationeel, maar het ruikt naar discriminatie. Nou die redelijkheid is in het islamdebat ver te zoeken.“

Kijk even wat hier gebeurt. Onder het mom van veroordeling van generaliserende discriminatie wordt het bloedsprookje naar voren gehaald, wordt gezegd dat het misschien toch niet zo’n gekke gedachte is omdat het in de Talmoed zou staan (wat een leugen is) om vervolgens met die quasi-veroordeling van “generaliseren” de onschuldige islam tot slachtoffer te verklaren.

Maar het aller-aller-allervoornaamste: er volgt op mijn geluidsopname hier donderend applaus voor het krypto-bloedsprookje van deze leerling-Goebbels.

Een fatsoenlijk mens zou vermoeden dat hier de grote Johny Sevenant, gekend top-intellectueel, populair moderator en interviewer in vele radio-programma’s, zou hebben ingegrepen. Dat vermoedt u verkeerd. Van Sevenant grijpt op een ander moment in, namelijk in de volgende paar seconden, als Wim van Rooy wordt uitgenodigd tot commentaar op de smurrie van Bouzerda. “Respect voor ieders mening, hè!” says Johny. En wat had van Rooy dan verkeerd gedaan? Van Rooy had dit verkeerd gedaan. Hij begon met: “Waar moet ik beginnen, ik heb zoveel onzin gehoord.” Kijk, dát is nou respectloos tegenover een waardige vertegenwoordiger van het geloof van de vrede als Bouzerda.

Van Rooy besluit op dit moment klaarblijkelijk dat het beste onzin-aspect om mee te beginnen niet de demagoog zelf is, niet zijn krypto-antisemitisme, niet de lafheid van Johny the  Selfkicker maar de Sieg Heil-sfeer in de zaal. “In de jaren zeventig” zegt Van Rooy, “zaten er in een zaal als deze, achter een tafel als deze, allemaal communisten, weliswaar van verschillende denominaties, van Maoïst tot Moskou-getrouw, maar als liberaal of conservatief had je niks te zoeken in zo’n zaal. Er mocht maar één geloof toegejuicht worden. Er heerste een pensée unique.” Van Rooy krijgt voor het eerst de gelegenheid om na zijn eerste drie zinnen er nóg een te zeggen. “De moslimwereld is niet dol op cijfers . . . begint hij. “We hebben ze uitgevonden!” sneert Bouzerda ertussendoor. Scoort! Doelpunt!

De zaal juicht onder donderend applaus dit ene zinnetje toe. Dat Bouzerda nu na het bloedsprookje een tweede sprookje vertelt, is van geen enkel belang. Alleen het geloof in de mythes van de islam doen er in deze zaal toe. Nu heeft Van Rooy inmiddels al vier zinnen kunnen zeggen. En Van Sevenant staat hem er nóg een paar toe. John Esposito, legt Van Rooy uit, is een Amerikaanse universiteitsmijnheer die zijn leven heeft gewijd aan het mooi-praten van de islam. Als zo’n man met enquête-cijfers komt over “fundamentalisme” in de islam dan kan men gerust aannemen dat hij hun aantal zo laag mogelijk heeft gehouden. Toch komt Esposito nog op 6% extremisten. Maar dat is dus zes procent van anderhalf miljard, zegt Van Rooy, en dat komt weer neer op 90 miljoen extremisten. Ja, cijfers zijn rare dingen, zeker als je ze met islam verbindt.

“Moderator” Van Sevenant brengt nu te berde dat de islamitische cultuur toch best wel veel op de christelijke lijkt, want zeg nou zelf: 50 jaar geleden zaten in Vlaanderen toch ook mannen en vrouwen gescheiden in de kerk, vrouwen hoedje op, liefst met voile, alleen mannen in de kroeg, vrouwen hadden geen stemrecht , geen recht op bezit. “Ja”, zegt Van Rooy, “maar geen moord, oorlog, roof en verkrachting als ethische levens-richtlijn zoals de islam voorschrijft.” En hij legt uit dat hij overtuigd atheïst is. Maar wel ziet dat de vier christelijke evangeliën voor 95% een boodschap van naastenliefde bevatte. “Natuurlijk”, geeft hij toe “kruistochten en inquisitie zijn onwaarschijnlijke ontsporingen, maar in de koran zijn de oorlog en de gewelddaden geen ontsporingen maar de essentie ervan.”

Jammer dat Van Rooy er even niet aan dacht te vermelden dat hij pas een prachtig nieuw boek had gelezen van Rodney Stark, “God’s Batallions”, waarin uitgelegd wordt dat de Kruistochten zelfs geen ontsporing waren, maar een veel te late en gerechtvaardigde reactie op 450 jaar terreur door de islam .Vanaf de verovering van Palestina in 637 door de Mohammedanen tot aan de eerste kruistocht in 1096 hadden de moslimhordes niet alleen voortdurend massamoorddadige penetraties in de onderbuik van Europa uitgevoerd, maar ook de christenen en Joden in Palestina voortdurend geterroriseerd. Toen paus Urbanus in 1095 in een weiland bij Clermont opriep tot de eerste kruistocht, deed hij dat omdat vreedzame christelijke pelgrims, die de heilige plaatsen van het Christendom in Palestina wilden bezoeken, in steeds groter aantallen vermoord en verkracht werden en omdat de lokale Turkse machthebbers de heilige plaatsen begonnen te vernielen en bevuilen.

“Er is toch wel een imagoprobleem met de islam”, zegt dus Van Sevenant . Kijk eens aan! Dat heeft hij in de gaten zelfs zonder dat Van Rooy heeft uitgelegd dat de “ontsporing” van de kruistochten eigenlijk een nog veel te tam ritje in de paardentram is geweest. Hoe dan ook: mevrouw Kanmaz  op haar beurt kan het essentieverschil tussen islam en Christendom niet  zien. Ze wil ophouden met negatief voorbeeld tegenover negatief voorbeeld te zetten en wil een toekomst verzinnen voor een multicultureel en multireligieus België en nou eens een keer  ophouden met die culturen tegenover elkaar te zetten. Geen bijbel of koran-exegese wil ze, maar concreet naar de moslims tegenover “ons” kijken. Nou, dan hoeft ze alleen maar rechtuit de zaal in te kijken, waar de intellectuele voorhoede van de Belgische jonge islam haar ressentimentsgeladen  toejuichingen uitsluitend  reserveert voor de sprookjes van een sluwe AEL-demagoog, Bouzerda  en de verwarde praatjes van een dorpsimam die van toeten noch blazen weet. En als het aan mevrouw Kanmaz ligt zal het niet veranderen, want blijkbaar wil ze geen ideologie-kritiek op de islam en wil ze geen aansporing richting moslims om eens net zo zelfkritisch te worden als de Europeanen die ze voorgeven te willen zijn.

Imam Taouil weet wel hoe er verzoening kan komen. Al die kritiek komt van mensen die de islam niet kennen en die de internationale politiek misbruiken om het beeld van de islam slechter maken en mensen bang te maken van de islam. Wij moslims willen de kans krijgen, zegt hij, om de juiste uitleg te geven aan de Vlamingen. Maar die kans krijgen wij niet. Constant zijn de media  campagne aan het voeren om de brave Vlaming schrik aan te jagen en gemeenschappen tegen mekaar op te zetten. “Mohammed gaat met uw pensioen weg”, roept Taouil  tot slot. Daverend gelach en applaus zijn Taouils deel.

Hoofdredacteur van “De Morgen” Yves Desmet is het eens met Taouil inzake het onnodig angst aanjagen. De moslims die hier zitten zijn ook brave Vlamingen, weet Desmet. Donderend applaus volgt. Het gevaar van het islamdebat is dat het individu uit het oog wordt verloren, zegt Desmet, en dat er collectieven tegenover elkaar komen te staan. De identiteit van mensen wordt zo verengd tot een “aspect” van hun zijn, het moslim-zijn. We zijn allemaal veel meer dan dat! De jongens in zijn zaalvoetbalclub, weet Desmet, zijn veel meer Mechelaar en voetballer dan moslim. Wij mensen bestaan uit vele lagen. We moesten maar een beginnen met denken dat we allemaal mensen zijn. Daverend applaus is Desmets deel.

Kijk, met dit soort wijsheid – wij zijn allemaal mensen – wordt men hoofdredacteur van een kwalliteitskrant (nee, geen typefout). En we leren van Desmet dat het collectivisme helemaal niet in de islam zit, terwijl hij het die hele avond toch voor zijn neus gedemonstreerd ziet. Dat collectivisme projecteren wij, nare Westerlingen, in de islam. Ik weet niet meer zeker welke demagoog uit de geschiedenis zei dat, als je liegt, je moet zorgen dat je leugen zó enorm is dat mensen hem met hun geest niet meer kunnen omvatten. Want een totalitair collectivisme is natuurlijk een wezenskenmerk van de islam, van koran tot ahadith, van sira tot fatwa, van sharia tot jihad en van parallelle moslimgemeenschappen in Europa tot het hysterische kuddegedrag waarvan Desmet zelf hier getuige is en dat de hoofdredacteur van de blindenkrant niet wenst te zien. Ik heb hier een boekje met het verhaal van een ex-moslim die de islam-ideologie vaarwel heeft gezegd. “Christ, Mohammed and I” van Mohammad Al Ghazoli, begint met een inleiding getiteld “Het Ik”. De eerste zin luidt: “Zoals mijn moslimvrienden en mijn familieleden zeggen: ‘God behoede ons voor het woord ik’. “ Waarna Ghazoli een heel aantal zinnen begint met het woord “ik” om dan te vervolgen met een onderbouwde uiteenzetting over hoe misdadig en totalitair zowel de profeet Mohammed alsook zijn “geloof” waren en zijn

Mensen halen van alles bij het islam-debat, klaagt Bouzerda. Men kan het zo gek niet bedenken: criminele jongeren bijvoorbeeld, hoe kom je erbij? Ja, hoe kom je erbij dat jongeren die opgroeien in een Uebermenschen-ideologie die haat predikt tegen de ongelovigen waartussen men woont mede vanwege die ideologie de betreffende ongelovigen beroven, overvallen en zonodig doden? Maar dat kan je in zo’n “debat” niet zeggen. Dat is respectloos naar moslims.  Dat vindt Johny Sevenant vast niet goed.

En bij al wat Bouzerda zegt, etaleert deze snotneus van een Hamas-aanhanger eenzelfde quasi-berustende wijsheid, een clowneske deftigheid, een pathetische gezwollenheid, een mengsel van slachtofferigheid en agressie. In Nederland, zegt hij, wordt overmatig eten in verband gebracht met de islam. Suikerziekte zou vaker bij Turken en Marokkanen voorkomen Er wordt gelachen vanuit de zaal. Dat kan niet waar zijn. Niemand suggereert dat het “vasten” tijdens de ramadan, dat wil zeggen het helemaal niks eten en drinken overdag, waarna het nachtelijke volproppen met vooral veel diervriendelijk geslacht vlees en zoetigheid begint – voorwaar: een spirituele tijd, die ramadan! – toch een factor  zou kunnen zijn die hier speelt. Het wachten is nu, vervolgt spreker, op het onderzoek dat stelt dat moslims méér het milieu vervuilen dan niet-moslims. Dat lijkt mij onwaarschijnlijk. Moslims zijn waarschijnlijk net zo milieubewust als ze diervriendelijk zijn. Een indicatie zou kunnen zijn: in Amsterdam hebben we al meer dan tien jaar glasbakken en papierbakken staan in het kader van de recycling. Ik maak er persoonlijk geen gebruik meer van vanwege de rijen moslims die er altijd voor staan. Dat klopt met de indruk die de doorsnee West-Europese toerist ook heeft: hoe verder men naar het zuiden afzakt, hoe zorgzamer de mens met natuur en milieu omgaat en hoe minder wild gestort afval men tegen komt. Spreker benoemt de identiteit van de moslim uebergeleerd als “multi-complex.” Ja, dat maakt de moslim inderdaad tot een extra ingewikkelde tautologie. “Wij kunnen veel identiteiten aannemen”, zegt Bouzerda en vooral in het geval van Bouzerda geloven we dat graag.

Als hij die onfatsoenlijke discussie over de islam van tafel veegt, zegt Bouzerda, dan veegt hij zéér bepaaldelijkerwijs niet de sociaal-economische discussie van tafel. Want de moslim is niet alleen “multicomplex”, maar behoort ook nog eens tot de “laagste onderklasse”. Dat moet inderdaad erg zijn: als multicomplex mens tot een onderklasse behoren die ook nog laag is. Maar de islam heeft met die armoede niks te maken, zegt Bouzerda . En daarmee doet hij precies wat de armoede bij moslims en in Mohammedaanse landen veroorzaakt: verbieden dat de islam als oorzaak wordt aangewezen. Welnee zeg! Als het verkeerd gaat in de Dar-al-Islam komt dat omdat de islam juist niet streng genoeg wordt toegepast. Waarna nog meer islam en nog meer ellende volgt. De Arab Human Development-Reports van 2002 en 2003 legden –  zonder de islam te noemen uiteraard: stel je voor! – de vinger op de zere plekken: gebrek aan vrijheid, vooral voor vrouwen en van kennis, plus geen mentaliteit om die kennis te gaan verwerven. De aanwezige rijkdom uitsluitend parasitair, want gebaseerd op de olie waarop men toevallig zit en die met Westerse technologie uit de grond wordt gehaald. Zeer omvangrijk analfabetisme. In de hele Arabische wereld worden per jaar niet meer dan 300 boeken vertaald. In Nederland alleen al 5000. Mensenrechten zijn afwezig, geweld van de islamitische dictaturen tegen hun eigen bevolking is normaal. Productie voor de wereldmarkt nagenoeg non-existent. Sinds die tijd zijn de jaarlijkse AHD-rapporten steeds minder kritisch naar de eigen cultuur en steeds meer vingerwijzend naar anderen geworden, zoals we dat gewend zijn van de Arabische en islamitische cultuur.

Dat laatste, met de vinger naar het Westen wijzen om de achterstand van moslims in Europa te verklaren is natuurlijk precies wat Bouzerda in dit “debat” ook doet. Wim van Rooy mag hem tegenwerpen dat geen bevolkingsgroep in België ooit zo gepamperd en voorkeursbehandeld is als moslims, Bouzerda weet dat de moslimachterstand aan de media ligt, die sensationele kwaadspraak over de islam gebruiken om de kijkcijfers op te krikken. Maar hij, Bouzerda, is trots op zijn geloof:

“Wij moslims hoeven niet uit leggen aan de gemiddelde burger in Europa, die geen moslim is, wat de islam is. Wij hoeven niks uit teleggen om ons recht op verblijf in Europa te bevestigen. Op het moment dat men onze aanwezigheid in Europa in twijfel trekt, dan dienen wij het begrip burgerschap uit te leggen. Er moet maar eens geaccepteerd worden dat er in Europa een minderheid is met een zelfbewuste godsdienstbeleving en dat is de islam.”

Ik raad Bouzerda aan om dit filmpje op YouTube eens te bekijken waarin de zwarthuidige Kolonel Allen West een vraag over de islam van een Amerikaanse marinier beantwoordt. Moet vast een islamracist zijn, deze donkere kolonel. Of nog beter, kijk naar de verklaring die deze lichtgetinte “Son of Hamas” recent op de Amerikaanse televisie aflegde. Veel moslims zijn gelukkig minder misdadig dan hun God, verklaart hij. Komt vast door zijn huidskleur dat hij dat zegt.

Niettemin: de door Bouzerda gepropageerde zelfbewuste beleving van een nazi-congeniale ideologie, die zichzelf “geloof” noemt, wordt hier beloond metdonderend  applaus.  En ik moest denken aan Erik N., die zei dat van hem de minaretten in Europa net zo hoog mogen worden als de kerktorens in Mekka. De brutaliteit waarmee hier voorbij werd gegaan aan de rechteloosheid en de vervolging van christenen in de islamitische wereld was stuitend.  Net als de brutaliteit waarmee hier taqiyya-lippendienst wordt bewezen aan “burgerschap” om een totalitaire islam sluipend aan de macht te brengen. Maar doctor Kanmaz voelde dat anders. Ze benadrukt nog eens dat niet zozeer de moslim in West-Europa zich tot moslim heeft “geconstrueerd”, maar dat de West-Europese maatschappijen de moslims als moslims hebben gedefinieerd.

“In de ogen van de ander” is een term die Kanmaz laat vallen. Ach ja: dat sentimentele cultuur-relativistische Gutmenschen-jargon. Het is kortom de schuld van het Westen dat die mensen zich zo islamitisch voelen en we moeten daarom eens ophouden met over de islam te praten. Dat is precies ook de wens van de OIC, de Organization of the Islamic Conference, 57 half- tot heel-dictaturen die in de Verenigde Nazi’s (nee, geen spelfout, maar een verwijzing naar het aantal misdadigerstaten in die volkenbond) voornamelijk bezig zijn om “islamofobie” verboden en Israël veroordeeld te krijgen. “Islamofobie”: alsof na 1400 jaar wereldwijde terreur angst voor de islam een geestesziekte zou zijn.

Wim van Rooy heeft inmiddels een zekere schouderophalende moedeloosheid over zich gekregen. De totale zinloosheid van dit “debat” is inderdaad overweldigend.  Op het schuldig verklaren van de Westerse maatschappij aan de achterstand van de moslims, zegt Van Rooy in antwoord: “Als er ergens ter wereld een probleem is en het is geen ecologisch of financieel  probleem, dan is het een probleem met moslims. Wie dat niet ziet is gewoon blind.” Van Rooy wijst op het totale gebrek aan vrijheid in islamitische landen en het feit dat vrijheidslievende en dissidente academici niet in die landen kunnen doceren en naar het Westen vluchten om daar hun stem te kunnen laten horen. En wat betreft die sociaal-economische oorzaken van de moslimarmoede: hij is zelf een arbeidersjongen en heeft zijn hele leven in het onderwijs gewerkt , zegt hij, maar heeft nog nooit een bevolkingsgroep meer gepamperd zien worden dan moslims. Kansen niet nemen zit ingebakken in de moslim-cultuur, meent hij. De islam heeft wetenschappelijk nooit iets gepresteerd, in tegenstelling tot wat de sprookjes beweren. Geen enkele Nobel-prijs, zegt Van Rooy.Nou ja, een paar voor de vrede, maar we weten allemaal hoe die tot stand zijn gekomen. De armoede en achterstand van moslims overal ter wereld is het resultaat van 1400 jaar fatalisme, van een willekeurs-Allah die elke seconde de wereld kan herscheppen. Ja, dan ga je geen natuurwetten onderzoeken als morgen de zwaartekracht opgeheven kan zijn. Je vindt daar geen wetenschappers, die komen naar hier, zegt Van Rooy, en citeert de Australische premier, die tegen de ontevreden Australische moslims heeft gezegd dat ze gerust terug mogen gaan naar hun land van herkomst als het Westen ze niet bevalt.

Uitdrukkelijk boe-geroep is het deel van Van Rooy.

Dan neemt imam Taouil het woord: “Eerst en vooral, ik zè hier geboren, menier . . . eh . . . . . Hoogvlieger Taouil komt even niet op de naam van die Belgische nitwit Van Rooy. die ook in het forum zit. Het scoort geweldig in de zaal. Een spontane, daverende lach knalt naar voren op mijn geluidsband. We zijn niet naar hier gekomen uit eigen beweging, vervolgt Taouil, maar in de jaren 1960 door “bilaterale contacten” tussen de Belgische en de Marokkaanse regering . Wij zijn Europa komen helpen, zegt Taouil. Wij betalen ook belasting, zegt hij, wij zijn geen profiteurs van de staat.

Het gejuich en het applaus zijn opnieuw overdonderend. De vraag naar de kosten van de immigratie uit moslimlanden gaat hier niet gesteld worden, zoveel is duidelijk. West-Europa is er alleen maar beter, veiliger, welvarender en gelukkiger van geworden. Niemand werpt tegen dat zelfs de eerste gastarbeiders uit Turkije en Marokko vrijwillig naar het Westen kwamen, maar al te graag bleven en in hun kielzog een ware vloedgolf aan gezinsvormings-migratie op gang brachten. En waarom zou ik, toehoorder, in dit gezelschap de microfoon vragen en vertellen van een bevriende psychiater die in de jaren 1970 en1980 voor de Nederlandse arbeids-ongeschiktheids-dienst werkte en aan de lopende band moslims voor zijn neus kreeg die zo’n beetje precies de periode hadden gewerkt die nodig was voor uitkeringen en met vage klachten kwamen, maar ook zeker wisten dat ze niet meer aan het werk konden?

Wim van Rooy is temidden van de donderende toejuichingen van Taouil achterovergezakt  en mompelt moedeloos: “mythologie” en “u raaskalt” Maar zelfs dat hoort nauwelijks iemand. Taouil  schept overmoed uit de toejuichingen: “Volgens mij koestert u enorm grote haat tegen de islam”, roept hij. En Taouli is ook erg tegen die dictaturen in Arabië en zo, maar Van Rooy weet er helemaal niks van, het bárst juist van de wetenschap in de islam.

Desmet, de man van het “midden”, vindt het tijd worden voor een kritisch nootje richting islam. Die afvalligheid is toch wel een groot probleem, zegt Desmet, dat doe je in de islam niet zonder in moeilijkheden te komen. En die gastarbeiders van de jaren 1960 hebben nu toch wel kinderen en kleinkinderen die de weg naar de arbeidsmarkt wat moeilijk vinden. Zonder nou de islam meteen omhoog te houden als oorzaak, ziet Desmet toch een gebrek aan verantwoordelijksbesef bij deze jeugd.

Bouzerda begint nu zo mogelijk nog grover te liegen dan voorheen. Wie de islam enigszins kent, en dat zal toch het geval zijn bij een vertegenwoordiger van AEL, weet dat afvalligheid vanaf de dagen van de mythische Profeet Mohammed een van de ergste dingen is die men binnen het tolerante geloof van de vrede kan doen. Men hoeft alleen maar in het Engels de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem) “whoever changes his religion, kill him” te googelen om midden in de discussie te duiken over de strijd der islamitische schriftgeleerden overde vraag of op afvalligheid de doodstraf moet staan of niet, maar dat van het geloof afstappen in een islamitisch land sociale zelfmoord is, staat vast en in islamitische kringen in West-Europa komt afvalligheid op extreme sociale druk en bedreiging te staan. Wie wil weten hoe de gezaghebbende sheik al-Qaradawi de discussie der geleerden aangaand de straf voor afvalligheid samenvat, kan hier terecht op de site “Qur’an, Hadith and Scholars: Apostasy” alwaar al-Qaradawi geciteerd wordt:

“All Muslim jurists agree that the apostate is to be punished. However, they differ regarding the punishment itself. The majority of them go for killing; meaning that an apostate is to be sentenced to death.”

Deze “sheik” Yusuf al-Qaradawi is overigens dezelfde moslimse mijnheer die openlijk als grootste wens uitte om als laatste levensdaad, al was het in een rolstoel, at random Joden neer te maaien. Aan zijn handgebaren op het YouTube-filmpje te zien, wil hij een mitrailleur hanteren.

Wie een keur aan persoonlijke verhalen wil lezen over de terreur waaraan afvalligen uit de islam bloot staan kan bij Bol.com in de ramsj voor elf euro het uit het Engels vertaalde boek van Ibn Warraq “Weg uit de islam: getuigenissen van afvalligen” franco thuisgestuurd krijgen. Als toegift krijgt men een paar appendices waarin de misdaden van de Profeet Mohammed en de misdaden waartoe in de koran wordt opgeroepen naar soort misdaad gerubriceerd staat. Bouzerda, zei ik zojuist,  begint nu nog grover te liegen. Het probleem  van de afvalligheid, zegt hij,  is een probleem dat door de Westerse media is geschapen. Die hebben de polarisatie op hun geweten en daardoor is het nu gaan lijken alsof iemand die uit de islam stapt voor de andere kant kiest.

Van Sevenant toont zijn mensenkennis en diep inzicht in de islam door nu Bouzerda serieus te vragen of hij nou echt bedoeld dat afvalligheid onder Europese moslims als een verraad aan de islam wordt gezien. Nou nee, die groepsdruk, voorzover aanwezig , is natuurlijk wel de schuld van het westen, maar het is allemaal zo erg niet, zegt Bouzerda. “Het staat in de koran”, werpt Van Rooy ertussen, bedoelende dat de afvallige aldaar op verschillende plaatsen met helse straffen in het hiernamaals wordt bedreigd. Boegeroep uit de zaal.

Bouzerda weet het gespreksonderwerp te wijzigen door een nieuwe aanval op de persoonlijke integriteit van Wim van Rooy te openen. “En iemand die zegt dat, als je het hier niet bevalt, je altijd nog weg kan gaan, is een racist”, zegt Bouzerda. Het applaus dondert als een waterval over Bouzerda hen, want de vele vrienden van de islam in deze zaal in deze zaal weten dat Bouzerda géén racist en géén fascist is, alleen maar een vriend van Hamas. Bouzerda grijpt de stemming aan om een pathetische Martin Luther King-toon in zijn stem te leggen en Van Rooy toe te roepen:

“U mag mij haten u mag mij achterlijk noemen, maar u hebt niet het recht om mij de deur te wijzen!”

Opnieuw donderdavert het applaus neer.

Van Rooy, beschuldigd van racisme zonder dat moderator Van Sevenant er iets van zegt, houdt het kort:

“Ik wist niet dat de islam een ras was.”

Bouzerda komt nu met Europese wetgeving waarin volgens hem gezegd wordt dat als men godsdienst of etniciteit als exclusief attribuut neemt om onderscheid te maken, men spreekt van racisme. “Ik wil het u graag toesturen” zegt de geleerde. De juichkreten en het applaus zijn nu zo tsunami-achtig dat het dak eraf schijnt te gaan. Terwijl ik de zoveelste juichstorm onderga bedenk ik dat Bouzerda wel eens gelijk kan hebben: er is in West-Europa al een paar decennia een “postmoderne” generatie van “cultuurrelativisten” aan de macht die in staat is iets van deze orde van krankzinnigheid in de wetgeving te zetten van de nieuwe Europese Unie van Sovjet Republieken, dat postdemocratische gedrocht  dat ons Eurabië aan het binnenleiden is en waar wetgeving via het lobbycircuit van de Brusselse wandelgangen tot stand komt terwijl de burger met de ogen knippert. Bij toepassing van een dergelijk artikel zou kritiek op welke soort nazi-ideologie dan ook strafbaar kunnen worden.

Van Rooy gaat er wijselijk niet op in. Stuurt u maar, zegt hij, dan zal ik u op mijn beurt de verklaring toesturen van de 57 islamitische landen van de OIC, de Organisation of the Islamic Conference , waarin de Mensenrechten zogenaamd gerespecteerd worden, maar waarin op zijn laatst in stiekeme kleine lettertjes wordt verklaard dat al wat er in die Mensenrechten staat ondergeschikt is aan de sharia en er niet mee in strijd mag zijn. En ten tweede, verklaar mij eens waarom al die dissidenten, weggevlucht uit islamitische landen mij gelijk geven en mij absoluut geen racist noemen?

“Ik twijfel niet aan de oprechtheid van de vriendschappen die mijnheer onderhoudt met zijn contacten in het Midden- Oosten”, deftigt Bouzerda beledigend. Maar hij, Bouzerda, zo beweert hij, zal de universele rechten van de mens zowel hier als daar in het Midden-Oosten verdedigen. Dat is interessant, iemand die de genocidale organisaties als Hamas en Hezbollah verdedigt, de antihumane en totalitaire islam aanhangt en tegelijk de Mensenrechten verdedigt. Het is ongelooflijk. Van Rooy zegt dan ook:

“U mag pleiten zoveel u wilt, maar uw oordeel over het standpunt van de OIC over de Mensenrechten doet niet ter zake. De OIC werkt via de VN en is veel sterker dan wat u hier komt vertellen, als dat tenminste niet óók al taqiyya is. Taqiyya, zo weet men, is de verplichting die de koran en de Profeet opleggen aan de moslims om de ongelovigen te beliegen als het nodig is om hen te onderwerpen.

Kanmaz neemt het op voor cultuurgenoot Bouzerda. “Hoe kan het”, vraagt Kanmaz, “dat mijnheer Bouzerda het open debat aangaat en zich openlijk uitspreekt voor de rechten van de mens en dat u dat vervolgens taqiyya noemt, waarmee u zegt dat hij hier zit te liegen.“ Men zegt dat hier”, antwoordt Van Rooy, “maar ik zie het nooit in geschrifte.” Ik ben bang dat van Rooy dat ook niet gáát meemaken. “Als ik hier nou eens” vervolgt Kanmaz, “ het historische christendom de hele tijd in de beklaagdenbank zou gaan zetten, het metend aan de waarden van de Verlichting?”

Tsja, in normale omstandigheden zou het antwoord van Van Rooy misschien geweest zijn: hou eens op met dat onterechte gezeur over het Christendom. Want het christendom had altijd een kern van niet alleen Liefde maar ook Redelijkheid vanaf de eerste kerkvaders. Het Christendom was in die zin een voorwaarde voor de Verlichting, zoals Rodney Stark in zijn “Victory of Reason” beschrijft. In de islam is geen enkele kern van Rede of Liefde te vinden. En het christendom hoeft niet meer in de beklaagdenbank, dat hebben de christenen al eeuwen zelf gedaan. Er bestaat een tiendelig werk van Karl Heinz Deschner, Van Rooy kent het als geen ander, met de titel “Kriminalgeschichte des Christentums”. Is zoiets al eens in een islamitisch land verschenen? Waar we het vanavond over moeten hebben, had Van Rooy kunnen zeggen, is het totale gebrek aan zelfkritiek in de islam.

Maar dat zegt Van Rooy alemaal niet omdat hij beseft dat geen enkele kans zal krijgen tot een echt betoog en dat, als hij die kans wél zou krijgen, een golf van agressieve hoon zijn deel zal zijn. Op deze avond is er voor hem letterlijk geen enkele eer te behalen, niet bij de grote meerderheid der rancuneuzen die de avond beheerst. Dus volstaat Van Rooy maar met een gemompeld:

“Ach mevrouw, Christenen zijn softe jongens vergeleken met zelfmoordenaars die zich in de lucht laten vliegen.”

Waarop Bouzerda direct zijn volgende klaarliggende riedel afvuurt. “Zévenhonderd-duizend burgers in Irak vermoord is niet bepaald soft” roept hij. Het werkelijk overstelpende applaus doet vermoeden dat ook hier nog niet doorgedrongen is dat het massamoorden in Irak plaats vindt dóór moslims en voornamelijk óp moslims. Hoe Bouzerda aan 700.000 komt hoeft hij niet uit te leggen. En in deze zaal weten ze ook wie in Irak al jaren dagelijks die moorddadige aanslagen plegen: dat zijn de Amerikanen. Aan deze “vrije universiteit”, bedenk ik ter plekke, is niet alleen geen vrijheid meer, maar er heerst complete waanzin.

Desmet legt Taouil de vraag voor wat hij een moslimvader gaat antwoorden die bij hem komt met het probleem dat zijn dochter op een niet-moslim verliefd is en met hem wil gaan samenwonen. Ja, dan moet de vader toch maar de wens van zijn dochter respecteren, zegt Taouil tot mijn positieve verbazing. Maar op dat moment komt het meest onthullende moment van de avond. Underdog Taouil, die geen opmerking kan maken zo dwaas of er volgt wel donderend applaus op, deze Taouil krijgt nu plotseling vrij volumineus boegeroep uit de zaal.

Maar hij krijgt de handen wél weer op elkaar als hij zegt dat men, om de koran te kunnen begrijpen de Arabische taal moet beheersen. Het Arabisch is immers zó verschrikkelijk complex, weet Taouil. Ach ja, antwoordt Van Rooy, het sprookje dat het Arabisch een soort Uebermenschentaal is, die in de rest van de Untermenschentalen van deze wereld niet kan worden overgezet. Van Rooy krijgt géén applaus, dat zal duidelijk zijn.

Daverend applaus – ja, mijn verhaal blijft eentoning, maar ik heb daar lijfelijk moeten zitten en daarna die geluidsband band helemaal moeten afluisteren en die hysterisch bijval als reactie op domheden en grofheden ieder keer moeten ondergaan: dát is pas vervelend  –  daverend applaus, zeg ik, ook weer als Bouzerda een brutalisering richting Wim van Rooy stuurt: “Blijkbaar heeft mijnheer een aantal boekjes gelezen en strooit nu met termen, Sharia, taqiyya, sharia, taqiyya, sharia, taqiyya.” Even later zegt Bouzerda op neerbuigende toon: “Ik wil u best uitleggen wat de sharia is” en krijgt dan alleen voor die domme brutalisering donderend applaus van de tribune. Als Wim van Rooy, een onwaarschijnlijk belezen man, het woord sharia in de mond neemt is dat dus belachelijk en als arrogante snotneus Bouzerda  aankondigt dat hij er zijn deskundig licht over zou kunnen laten schijnen, maar dat nu niet het moment vindt, dan is dat ge-wél-dig. Wie overigens wil weten wat taqiyya is, kan hier terecht, waar een gezaghebbend artikel van Raymond Ibrahim over dat begrip ingeleid is door een zoon van Wim van Rooy, door Sam.

Tijdens het publieks-vragenuurtje probeert Wim van Rooy om Bouzerda te interrumperen. Ik zou graag iedereen de geluidsband willen laten horen om zelf te kunnen vaststellen met welk een onbeschoft-agressieve snelheid de AEL-man die poging tot interruptie afkapt en dat desondanks weet te doen op die aanstellerige quasi-beschaafde toon die hij steeds hanteert en die in feite openlijke minachting en neerbuigendheid is: “Mijnhéér Van Rooy, het is heel beschaafd om iemand uit te laten praten die het woord heeft”. In de instant volgend enthousiaste reactie vanuit de zaal vallen op mijn geluidsband de hysterisch krijsende damesstemmen erg op.

Populaire man bij de moslima’s, deze Bouzerda. Die gaat vanavond na de nazit in discussie-café “Opinio” vast niet alleen naar huis. Vergeet u vooral niet zijn optreden bij Knevel te bekijken. De links vindt u in de eerste alinea van dit stuk. Nee, deze toehoorder was niet verwonderd toen Bouzerda vervolgens zei dat, als het over vrouwenrechten ging, hij een verrassende mededeling had voor de van Rooys van deze wereld, want dat de AEL voor een flink deel uit vrouwen bestond. En wát voor vrouwen, zou ik zeggen! Vrouwen die een echte man weten te waarderen!

Overal worden niet-moslims in de islamitische wereld vervolgd, zegt Wim van Rooy. Bijvoorbeeld de Amadya’s. Noem mij eens een blub–land waar een substantiële Amadya-minderheid is, vraagt Bouzerda. Ik schrijf “blub-land”  omdat ik ook na herhaald scherp terugluisteren van de geluidsband niet kan uitmaken wat Bouzerda daar precies zegt. “Nou bijvoorbeel India”, antwoordt Wim. “Is dat een Arabisch land?!”, knalt Bouzerda  eruit op een toon waar het scoringsbesef al triomfantelijk in zit. De zaal ontploft bijkans van enthousiasme.

Waarschijnlijk heeft van Rooy niet verstaan wat Bouzerda zei en heeft hij aangenomen dat hij “islamitisch land” zei. In de zaal kan ook nauwelijks iemand goed verstaan hebben of Bouzerda “islamitisch” zei of “Arabisch” of  nog iets anders  Wat bewijst dat de zaal niet reageerde op de inhoud van Bouzerda’s aandeel in het debat, maar uitsluitend op zijn triomfalistische brutalisering. Hij buit de stemming meteen uit:

“Mijnheer, mijnhéér! Als u iets beweert dan moet u met argumenten komen en niet met flauwe kul!”

Hernieuwde stormachtige bijval. En als deze luwt brult Bouzerda:

“Één pot nat voor u!”

Wéér juichstorm.

“We hebben allemaal een kleurtje!”

Juichorkaan.

Vervolgens worden de sprookjes van de tolerante islam van stal gehaald door Kanmaz en Taouil. Het Ottomaanse Rijk en El Andaloes, de vaste ijkpunten voor het sprookje passeren de revue. “Dat gelooft u toch niet, die mythologie” zegt Wim van Rooy. Maar dat heeft  hij mis. Ze geloven hier die mythologie wél. Ze geloven hier alle mythologie die de islam schoon praat en het ressentiment kan voeden.

Hij is geen voorstander van het Iraanse regime, zegt Taouil, maar mooi dat in het Iraanse parlement alle minderheden vertegenwoordigd zijn, terwijl in Europa de moslims niet vertegenwoordigd zijn in het parlement. Als hier iets gebeurt met de moslims, wie gaat dan namens de moslims in het parlement spreken? “Zo’n beetje iedereen”, zegt Wim van Rooy. Neen, zegt Taouil. In het Westen durft niemand de islam te verdedigen en uitleg erover te geven.

Kijk, dacht deze toehoorder: dat kan dus. Je kunt decennia-lang de moslims knuffelen, een politiek-correcte paardedeken over het publieke discours leggen, elke kritiek op de medelanders, op de cultuur van de nieuwe medehumanisten uit het islamitisch cultuurgebied tot racisme verklaren en dan krijg je tot slot zo’n “debat”-avond waarin dit nazi-congeniale geloof op agressieve wijze tot slachtoffer wordt verklaard met een stiekem pluimpje voor Amedien Jihad van de dorpsimam. Dan krijg je een avond die geheel bestaat uit stormachtig toegejuichte verdediging van de islam en wordt de enige die er echte uitleg over kan geven, Wim van Rooy, beschimpt, beledigd en weggehoond.

Een klaarblijkelijk moslimse mijnheer van zeer waarschijnlijk Marokkaanse afkomst heeft op deze winterse dag voor een lichtblauw tropenkostuum gekozen. Op de voorste rij gezeten vraagt hij aan Wim van Rooy:

“Aangezien u bezwaar maakt tegen de term racist, wat zou u zeggen van de term fascist?”

Grootmoderator Johny van Sevenant vindt het allemaal prima. Op zo’n moment zou je wel willen dat iemand als Van Rooy het talent had om dezelfde soort pathetische verontwaardiging ten toon te spreiden als vele hier aanwezige medehumanisten klaar hebben liggen bij de minste kritiek op het prachtgeloof . Maar Van Rooy heeft geen talent voor onwaarachtigheid en huichelarij. Hij zegt alleen maar dat wie de fascistische schoen past hem vooral moet aantrekken, maar dat het zijn, Van Rooys maat niet is. En een racist is hij ook niet, zegt Van Rooy, omdat racisme het op biologische gronden inferieur verklaren van een ander ras is. En de islam is geen ras, zegt Van Rooy. En dus is kritiek op de islam ideologiekritiek en geen racisme.

Taouil klaagt de Europese man aan die zijn vrouw uit werken stuurt. Dat regelt de islam anders. Daar heeft ieder zijn recht.

“De vrouw is in de islam zéér, zéér belangrijk. Mijn moeder is óók een vrouw hè!”

En vervolgens somt hij al zijn familieleden op die óók een vrouw zijn. Zijn dochter, zijn zuster, zijn tante, zijn oma. “En al die vrouwen verdienen respect!”, roept hij door het applaus heen. Om onnavolgbaar te vervolgen met :

“Die kindjes die gedropt worden door hun werkende moeder, dat doet pijn! Voor die kinderen en voor die moeder! En de islam heeft een zeer duidelijk systeem dat de vrouw beschermt! En haar recht geeft op onderhoud. Verder is zij in de islam vrij om te gaan werken, een carrière op te bouwen en alles wat zij verdient is voor haar eigen. [sic] Niemand heeft in de islam recht aan haar te vragen bij te dragen in het onderhoud van het gezin. Zodat zij zich vrij kan maken voor het opvoeden van de kinderen. Zij is een zéér belangrijke schakel binnen het islamitische gezin.”

Kanmaz voelt blijkbaar dat dit verwarde islamitische sprookje zelfs in dit gezelschap al te kras is om geloofd te worden en benadrukt dat wat Taouil zegt slechts één mening is in het regenboogachtig kleurrijke spectrum van de jubelend diverse moslim-meningen.

Ja, zegt Taouil, een vrouw mag best minister worden, maar er wordt zo wel veel druk op de vrouw gezet, want dan gaat ze werken en dan komt ze thuis en dan moet ze nog eens gaan werken. Want dan moet ze eten gaan klaarmaken. Yves Desmet moet Taouil erop wijzen dat ook een man kan leren koken. Maar niemand die de vinger erop legt dat Taouil zijn sprookje van de islamitische vrouw die zeer belangrijk is in het gezin en alles wat ze in haar carrière verdient zelf mag houden, toch eindigt met de vaststelling dat het immoreel is als ze gaat werken.

Wel volgt nu direct een agressieve vraag van een woedende moslim-dame of de vrijheid van de vrouw er in bestaat dat zij verplicht wordt haar hoofddoek af te doen op bepaalde plekken.

Haar verontwaardiging oogst ronduit hysterische instemming in de zaal.

De hoofdoekdiscussie. Ach ja, de vrijheid het symbool op te doen van het geloof van de vrede. Elke hoofddoek in de Westerse straten is een vlag geplant in vijandelijk gebied, zeggen de islamisten.

Misschien moest ik, verslagmaker van dit “debat”, hier maar eens een statement invoegen dat in die zaal nooit gemaakt had kunnen worden. Een verklaring die in dit debat – ach, trouwens in álle “debatten” over multikul en islam – met hypokriete verontwaardiging zou zijn afgekapt, met agressie en waarschijnlijk met geweld beantwoord zou zijn. Dat feit zegt alles over de richting waarin een quasi-elite West-Europa aan het leiden is. Groepen Nederlanders hebben op 3 maart 2010 bij de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen gestemd met een hoofddoekje op! Dat zal dan zijn om solidariteit met onderdrukking en terreur te uiten. Met in gedachten Ayaan Hirsi Ali die erop wees dat in Nederland de hoofddoek aan een opmars begon in een periode dat in Algerije de dames bij honderden de strot werd doorgesneden omdat ze géén hoofddoekje droegen.

Die hoofddoek is een symbool van 14 eeuwen racisme, agressie en antihumaan totalitarisme. En de schapen die ermee lopen hebben meestal totaal geen idee van wat ze op hun kop hebben. Die denken dat Mohammed de slavernij heeft afgeschaft, welvaart en vrede heeft gebracht en de vrouwen eindelijk eens een keertje rechten heeft gegeven. Die hoofddoek zou niet alleen op bepaalde plaatsen maar overal, ook in de publieke ruimte verboden moeten worden, want die hoofddoek is net zo erg als een Jodenster De geschiedenis van de positie van de vrouw in de islam bewijst dat. In Egypte wordt regelmatig een vrouw zonder hoofd in de Nijl drijvend aangetroffen, zonder dat de “politie” aldaar ook maar in actie komt. Kwestietje islam-eer.

En die hoofdloos drijvende lijken hebben een lange geschiedenis achter de rug. Als in de hele islamitische wereld 1400 jaar lang dagelijks slechts 200 vrouwen eer-wraaks-gewijze zijn vermoord (of tot zelfmoord gedreven), dan kom je al op 1400 keer 365 keer 200. Dat zijn er dik honderd miljoen, zegt mijn rekenmachine. En dan tellen we de ongetelde miljoenen vermoorde niet-islamitische vrouwen in de vele eeuwen van islamitische bloeddorstige veroveringszucht natuurlijk nog niet mee.

Ik bedoel: als je dit sekse-racistische geweld van de islam een beetje (moleculair zou ik Enzensbergeriaans zeggen) uitsmeert over zo’n lange tijd, dan hoef je het niet industrieel aan te pakken en in een paar jaar te proppen, zoals de Nazi’s deden, die maar tot 6 miljoen Joden kwamen. De islam heeft niet alleen de Joden als Jood, maar ook nog eens de vrouwen als Jood en dagelijks worden honderden jonge “islamitische” vrouwen verbrand, onthoofd, vergiftigd of de keel afgesneden. Ze worden gedood door hun vader of een oudere broer, door een neef of een huurmoordenaar. Ze worden bestraft op beschuldiging van seksuele relaties buiten het huwelijk, of slechts op verdenking daarvan.

Taouil komt in gedachten: “Mijn moeder is óók een vrouw. En mijn dochter, en mijn zus, en mijn tante en mijn oma!” Wat is die intelligente man toch vreselijk grappig. Die moet applaus hebben.

De dame die agressief-verontwaardigd haar recht opeiste het symbool van een totalitair en nazi-congeniaal geloof op te zetten, kreeg van Van Rooy als antwoord, dat begin 20ste eeuw in Egypte de vrouwen blij waren toen ze in een sfeer van groeiende secularisering massaal hun hoofddoeken konden afdoen.

“We zijn hier niet in Egypte, maar in België!” roept ze.

Ik heb het uitgezeten, lezer, over me heen laten gaan, twee keer, in de zaal zelf en bij het afluisteren van de geluidsband. Vervolgens heb ik het voor u opgeschreven. Wilt u zo goed zijn het even te lezen zonder mij een zeur te vinden? Dus ik zeg het nóg maar een keer. Op “we zijn hier niet in Egypte, maar in België” volgt donder-daver-applaus.

En wie zal zich dit applaus herinneren als er over 20 jaar in de Schelde ook ongestraft onthoofde vrouwenlijken gedumpt kunnen worden?

Een Marokkaanse jongeman houdt een heel collegedictaat voor zijn neus terwijl hij staande een vraag probeert te formuleren aan Van Rooy. Na zeker een minuut lang gestameld te hebben, slaagt hij er niet in. Zijn beschuldigende flarden jegens Van Rooy luiden; “populisme”, “verkrachting van ideologie” , “flora en fauna”. AEL-mijnheer Bouzerda neemt het over en pikt aan bij “flora en fauna”, waarmee, zo meent Bouzerda, Van Rooy de islam heeft “gedehumaniseerd”. Het islamdebat is verwerpelijk, zegt Bouzerda nog eens, “zeker als men bepaald taalgebruik gaat bezigen” en daar is dus dat al te erge“flora en fauna van de islam” van Van Rooy mee bedoeld. In dit soort debatten, zegt Bouzerda, huichelachtig vermijdend Van Rooy persoonlijk aan te spreken, gaat het niet om dialoog, maar alleen om ophitsing.

Het enige echt lichtpuntje van de avond is een meisje dat zegt van Iraanse afkomst te zijn en aan dorpsimam Taouil duidelijk maakt dat zijn opmerkingen over minderheden die toch maar mooi in het Iraanse parlement vertegenwoordigd zijn, zeer ongepast zijn in het licht van de massamoorddadige gruwel van het martel- regime aldaar. Ook zij krijgt applaus. Maar wie telt degenen die op dat moment niet applaudiseerden in deze zaal?

Iemand vraagt waarom er constant verwezen wordt naar de islam in het Midden-Oosten. Hij ziet wel dat er “soms iets gebeurt wat niet kan” of wat “onverklaarbaar” is in de vragenstellers ogen. Die voorbeelden aanhalen, zegt spreker, duidelijk doelend op Wim van Rooy, is heel oneerlijk en gebeurt alleen maar om het debat te winnen.

Dit soort vragen en opmerkingen zijn in hun krankzinnigheid typerend voor deze avond en eigenlijk grosso modo illustratief voor het hele “debat” rond islam en multikul. Een islam-criticus wordt doorgaans geconfronteerd met perverteringen die zo uitzinnig, zo huichelachtig en zo dom zijn, dat er eigenlijk geen antwoord meer mogelijk is. Van Rooy volstaat dan ook met te antwoorden dat nu juist types van de AEL (Bouzerda dus) bezig zijn die conflicten uit het Midden Oosten naar Europa over te brengen.

Johny van Sevenant, klaarblijkelijk met in gedachten het prachtige voorbeeld van de “Europese islam” dat Bouzerda vertegenwoordigt, interrumpeert Van Rooy al na twee zinnen:

“Gelooft u dan niet in een Europese islam?”

Bouzerda, die eerder vol deftig-verontwaardigde minachting een normale, korte interruptie van Wim van Rooy op onbeschoft wijze afkapte, gaat nu ongestraft zodanig zitten schreeuwen dat van Rooy niet eens aan een betoogje kan beginnen. Als van Rooy eindelijk het woord weer bemachtigd heeft, vraagt hij hoe het nou toch zou komen dat er in het Belgische onderwijs nauwelijks meer over de Holocaust gesproken kan worden. “Dat is niet waar”, laat Bouzerda weten. Van Rooy brengt naar voren dat hij 35 jaar in het onderwijs heeft gezeten, heeft gewerkt voor ministers die zich met onderwijsproblematiek bezig hielden en dat hij dit “Holocaust-probleem” voor eigen ogen heeft zien groeien.

“Dan heeft u dat verkeerd gezien!”

Hilariteit en applaus voor Bouzerda.

Hamas- en Hezbollah-verdediger Bouzerda, die eerder in het debat de “orgaanhandel van de Joden” aanstipte, kan nu ongestoord weer aan een clownesk-voornaam geïntoneerd betoogje beginnen:

“Wij importeren en exporteren niks. Wij zijn geen import- en export-bedrijf.”

Het valt op dat mijnheer Van Rooy”, vervolgt hij, “constant naar het Midden- oosten verwijst, terwijl zijn geografische kennis niet zo heel goed is. Er zijn inderdaad antisemitische sentimenten inde Arabische wereld, zoals in de hele wereld. Maar daar is ook reden voor, omdat de staat Israël dagelijks Arabieren en moslims vermoordt. Hamas vermoordt veel minder dan Israël.”

Donderend applaus.

Wie zal aan dit gezelschap duidelijk maken dat al het geweld in Palestina uitsluitend – ik zeg: uitsluitend – te wijten is geweest, vanaf de jaren 1930, aan Arabische agitatoren van het slag van Bouzerda, zoals de Moefti van Jeruzalem? Dat als de Arabische “elites”  – of het nu de corrupte moordenaars van de PLO of Fatah, dan wel die van Hamas of van de “Palestijnse Autoriteit “ waren of zijn, dan wel de moorddadige dictators van de Arabische landen –  dat als die Arabische “elites”, zei ik, morgen de wapens neerleggen het morgen vrede zal zijn, maar dat, als Israël morgen de wapens neerlegt, Israël morgen vernietigd zal zijn? Neen dat gaat niemand hier duidelijk maken, Sterker nog: dat gaat niemand hier durven zeggen. Zoveel “respect voor de islam” is er al in de West-Europese steden, waar de Joden hun keppeltje niet meer durven dragen. Ik weet dat er die avond een paar Joden in de zaal waren, die hun keppeltjes bewust hadden thuis gelaten toen ze naar dit “debat” kwamen.

Dorpsimam Taouil zorgt bij een minderheid in de zaal voor een hilarisch moment als hij zegt dat Darwin wel zijn best heeft gedaan, maar het toch niet haalt bij Allah, bij wie Taouil al zijn kennis over de schepping heeft opgedaan. Taouil komt met een voor de islam typische houding. Hij roept dat de islam gelooft in de wetenschap en somt vervolgens een serie technische uitvindingen op – van het wiel via vliegtuig naar internet en mobiele telefoon – kortom een flink deel van het soort zaken dat “islamitische cultuur” niet heeft uitgevonden en nooit zal uitvinden als ze dat voortdurend achterlijkheid scheppend geloof niet definitief en in zijn geheel bij het grofvuil zetten. Maar mijnheer Pennings wat zegt u nou toch! Wat een populistische, grove praat is dat nou!

Is dat zo? Maar mijnheer Pennings zegt wel hetzelfde als, ietsje diplomatieker, onze huidige ambassadeur in Turkije, ex-ambassadeur in Saoedie-Arabië en Pakistan, Marcel Kurpershoek zegt. Dat prachtopstel over de islam waarin dat staat is onder de titel “Uitpakken” te vinden in zijn boekje getiteld “De Tragopan van Kohistan” (december, 2003) , De vrouw van Kurpershoek, Betsy Udink heeft over de waanzin van de islam en het lijden van de vrouw in Pakistan geschreven onder de titel “Allah en Eva”. Ik zal hier de mooie samenvatting citeren die Martin Sommer ooit van het opstel van Kurpershoek in de Volkskrant gaf:

“Veel maatschappelijke problemen in de moslimwereld hebben direct te maken met het geloof. Het idee dat de islam volmaakt is, hield veel modernisering en verandering tegen. De letterlijke lezing van de koran maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk, de discriminatie van vrouwen en (geloofs-) minderheden aan te pakken. Maar ondanks de achterstand op de westerse wereld blijft de islam in de ogen van de orthodoxie de pil voor alle kwalen. Wanneer er iets misgaat, is de islam niet goed toegepast, en de gevolgtrekking is dan ook altijd dat de islam zuiverder moet worden nagevolgd. Zodra er ergens een islamitisch bewind komt, verdwijnen reclameborden van de straat, gaan de vrouwen gesluierd, wordt de alcohol afgeschaft en krijgen de mollahs vrij baan. Dat helpt natuurlijk allemaal niet, waarna een volgende ronde wordt ingezet van nog meer zuiverheid. De onontkoombaarheid van de politieke islam wordt nog versterkt door twee ideeën, de overwinning en het martelaarschap. Je zou hier bijna spreken van klassieke dialectiek: hoe dan ook, de islam zal uiteindelijk zegevieren. En omdat het martelaarschap het hoogst haalbare is voor een gelovige, draagt elke nederlaag automatisch óók bij aan de overwinning. Zo wordt armoede rijkdom, achterlijkheid wetenschap, discriminatie rechtvaardigheid, wreedheid erbarmen, en uiteindelijk wordt waanzin verstand. Deze ideeën worden door vele miljoenen aangehangen, en hebben door Bin Laden nog een extra impuls gekregen.”

Er is ook voor kenner-bij-uitstek Kurpershoek voor de islam geen enkele hoop, behalve die van steeds grotere ellende voor steeds meer mensen. Kurpershoek, na in zijn opstel gereleveerd te hebben dat we in het Westen flink last hebben van de islam, schrijft tot slot:

“Maar vergeleken met de beproevingen die Allah zijn volgelingen oplegt is het weinig.”

We verlieten dorps-imam Taouiil toen hij opmerkte dat in Iran toch maar mooi de minderheden in het parlement (“parlement”!) vertegenwoordigd zijn. We horen hem weer als hij zegt:

“Maar Darwin is geen God!”

Hoe we van Iran op Darwin kwamen kan niet uitgelegd worden, want dan wordt dit verhaal nóg langer. Na afloop van het “debat “ zag ik twee dweperige Vlaamse meisjes van een jaar of 20 vol ontzag bij Taouil staan. De schapen wilden wel wat meer weten over de islam, begreep ik. Ze gaan er waarschijnlijk van uit dat een gezagsdrager als Taouil, die ervan op de hoogte is wat God wil, een beter leidsman is dan Darwin. Ik moest denken aan Gerard Reve, die ooit famously zei “God en ik zijn het in grote lijnen wel eens”, en ik besefte dat er soms tussen mensen ravijnen gapen die dieper zijn dan die tussen mens en dier.

Het slotwoord van de avond was voor Yves Desmet, die in het forum lijfelijk de middenpositie innam en zichzelf die ook expliciet geestelijk toeëigende. Hij vertelde van die oerdomme president Wilson, president van Amerika van 1913 tot 1921, die vlak na de Eerste Wereldoorlog in Silezië een referendum had laten houden om de bevolking zelf te laten bepalen of zij bij Polen of Duitsland wilde horen. Die mensen, zei Desmet op gedragen toon,  die eeuwenlang vredig naast elkaar hadden gewoond, werden nu gedwongen na te denken over hun identiteit. En zie! Daar ontstond bijna een burgeroorlog. Al dat gepraat over identiteit, wilde Desmet maar zeggen, leidt alleen maar tot ruzie.

Silezië, zo leert een paar minuten googelen, is een gebied waar Duitse en Slavische identiteiten al eeuwen op elkaar botsten en waarin Polen, Pruisen en  het Oostenrijkse keizerrijk ingewikkelde rollen speelden. Wie even hier kijkt kan niet aan de indruk ontkomen dat niet de duidelijke uitslag van het referendum van 1919 aanleiding was voor problemen, maar vooral de domme manier waarop politici vervolgens de lijnen trokken tegen de wil van overgrote meerderheid van de bevolking in. Ongeveer, zeg maar, zoals nu de massa-immigratie vanuit het islamitische  “cultuur”-gebied al decennia door de strot van de autochtone West-Europese bevolking wordt geperst.

Liefst nergens over lullen, meende Yves Desmet, en gaf aldus afkeuring te kennen voor de gedachtengang van Odyssseus, die, als hij aanspoelt op de kust van het land der Phaeaken, zich bezorgd afvraagt of de mensen daar wel waarden en normen aanhangen waarmee een fatsoenlijk Griekse held kan leven. De kwakkeliteits-hoofdredacteur gaf een waardig slot aan een avond van quasi-debat, waarin het ressentiment en de domheid door de zaal gierden, waarin uitsluitend voor leugenachtige sprookjes werd gejuicht en geapplaudiseerd, en vooral ook voor de onbeschofte manier waarop de leugens en sprookjes gebracht werden, met name door de deftige mijnheer Bouzerda.

Na afloop had ik in de buitenlucht een geanimeerd gesprek met een behoofddoekte Marokkaanse. Ze was jong, leuk en levendig en open van geest.  Mag jij wel zomaar met vreemde mannen in het donker staan praten, vroeg ik. “Ha!”, zei ze en begon me heftig redenerend op de borst te kloppen, waarop ik natuurlijk verschrikt  terugdeinsde en riep “Niet aan me zitten!” “Zijn jullie racisten”, vroeg ze ernstig en zonder kwaaie bijbedoelingen. Wij verzekerden haar dat we géén racisten waren en om dat te bewijzen vroeg ik op mijn beurt of ze toevallig op niet al te knappe, en wat oudere mannen zoals ik viel, want dat we dan misschien konden trouwen om dan langdurig over dat racisme verder te kunnen praten. Haar onwetendheid over de islam was verder zo totaal dat het ontroerend werd.

Ze wist me te vertellen wat we ook van imam Nordine Taouil al hadden kunnen horen. Namelijk dat het vóór Mohammed in Arabierië allemaal slavernij en gebrek aan mensenrechten was geweest, zoals onderdrukking van vrouwen. Nou daar had de Profeet (vrede zij met Hem!), mooi een einde aan gemaakt. Gelijkheid en rechtvaardigheid zou voortaan het motto van de islam zijn. De Profeet maakte namelijk ook nog een begin met het beschermen der zwakken. Er was ineens democratie en daardoor kwam het dat “in een mum van tijd” de helft van de toenmalige wereldbevolking “koos” voor de islam.

Zei Taouil. En de montere dame tegenover me geloofde het allemaal. Kijk, dat had Andrew Bostom moeten weten, dan had hij nooit “Legacy of Jihad” en “Legacy of Islamic Antisemitism” uitgegeven, want die bronnen in die dikke boeken moeten dan allemaal vervalsingen zijn. Taouils bijdrage aan het debat verzoende me geheel met de karakterisering van een vriend, die mij vóór het debat had gezegd dat deze islamitische voorman intellectueel een analfabeet is. Rode rozen ter ere van de verjaardag van de vredes-profeet bij de nazit in “Opinio”, het discussie-café van de universiteit: dat is het beeld dat op mijn netvlies blijft.

____________________________

Advertenties