Screenshot_22

De Heilige Maria heeft haar voet op de slang

(Door: Martien Pennings)

Dit stuk vond ik deze zaterdag 16 maart 2013 terug in een uithoek van mijn digitaal archief, uiteraard helemaal onder het stof. Bij het oppoetsen viel mij allereerst de inleiding op die Joost Niemöller erbij gevoegd had. Want het verscheen indertijd op de site van Joost, die, na ergens in 2010 gehackt te zijn, voor eeuwig schijnt verdwenen. Een paar van mijn stukken die ik niet had gebackupt, verdwenen mee. Joost zei indertijd in zijn inleiding:

“Voor Martien Pennings ligt Israël aan de basis van zijn ideologie, als het over Europa gaat en over de islam-immigratie. In de Joodse traditie zit het tegenspreken en de eigen verantwoordelijkheid, stelt Pennings in dit wederom diepe stuk, waarin ook de waarheid over de kruistochten aan de orde komt.”

Dat is mooi. Het is een beetje krommerig gefrommuleerd en in zijn oprechtheid licht naïef . . . . . maar toch! Ik vraag me daarom nog altijd af hoe Joost er toch toe kwam van mij te denken dat ik Femke Halsema en haar kindjes wilde vermoorden en zodat ik nog steeds een totaalban heb op De Dagelijkse Standaard. Ik kan niet eens op de site! De menselijke geest blijft een groot wonder. Ach, misschien had Joost te zwaar getafeld op het moment van schrijven, maar waarom is hij er dan nooit op terug gekomen?

Waarom vond ik mijn stuk terug? Omdat ik op zoek was gegaan. En wel naar een tekst waarin ik fundamenteel inga op het onderscheid tussen de islam en het Christendom, want ik wilde een comment plaatsen onder een interview met een Marokkaanse jongeman, Kassim al-Ghasali, die Marokko had moeten ontvluchten omdat hij met de dood werd bedreigd na zich tot het atheïsme bekend te hebben. Ja, het geloof van de vrede is streng wat dat betreft! Enfin, die Kassim al-Ghasali zei iets generalisends over het hele erge van religie in het algemeen en ik wilde in dat comment gaan uitleggen dat er een wereld van verschil is tussen de Joods-Christelijk-Verlichte traditie en de islam. En toen merkte ik voor de zoveelste keer dat zulks in de lengte van een comment niet doenlijk is. Vandaar dat ik het onderstaande essaytje herpubliceer, zodat ik ernaar kan verwijzen in de toekomst.
__________________________________________________________

Screenshot_21
Jacob vecht met de engel

Israël moet hier het eerste woord zijn. Het woord betekent: “hij die vocht met de engel”.  “Wij”, de hele Christelijke beschaving, ook degenen die het niet weten of het niet waar willen hebben, zijn net zo Joods als “Israël”. “Onze” Joods-Christelijke beschaving staat in het teken van de menselijke dialoog met “God”. Het woord van die God komt tot ons via mensen, die het onderling vaak oneens zijn, en zelfs God soms tegenspreken. In de Joodse traditie is dat tegenspreken het sterkst. Wij hebben het van de Joden geleerd: irritant zijn en zelf-relativerend. Twee Joden, drie meningen, luidt niet voor niks het gevleugelde woord.

Een van de mythische Joodse oervaders, Jacob, vecht een hele nacht met een engel, die misschien wel God zelf was en anders toch zeker wel Zijn Afgezant. Jacob wint dat gevecht en laat de engel niet gaan voor deze hem, Jacob, gezegend heeft. Nadien heet Jacob voortaan Israël. In deze Joodse “anekdote” ligt de essentie besloten van “onze” Joods-Christelijke traditie, die van de Rede en aldus van de Menselijke Verantwoordelijkheid en het Geweten.

De mythische Jezus-Christus was toch “echt” een Jood en een levend scharnier, een “kardinale figuur” (cardo = draaipunt van een deur) tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Over die figuur, Jezus-Christus, hebben de Christenen eeuwenlang een rancune gekoesterd, die totaal in tegenstelling was met de boodschap en het karakter van de mythische Jezus. En die rancune heeft zich niet zelden vertaald in onderdrukking, vernedering en bloedige pogroms. Waar kwam die rancune vandaan? Om te beginnen geloofde een deel van de Joden dat Jezus niet de Messias was, maar wilden verder op dat punt graag met rust gelaten worden. Er zijn geen voorbeelden bekend van Joden die Christenen vervolgd hebben om dat geloofspunt. Het was altijd omgekeerd.

“Haatzaaien” is een modewoord dat voortdurend op perverse wijze wordt gebruikt om kritiek op het anti-humane en totalitaire systeem van de islam verdacht te maken. Het echte haatzaaien, het meest klassieke geval van haatzaaien, de Moeder van alle Haatzaaierij – om een variant op Sadam Hoesseins “Moeder van alle Oorlogen” te gebruiken – was toch wel het verzinsel dat de Joden Christus hadden gekruisigd en vermoord. Maar dat is niet waar: het Romeinse gezagsapparaat heeft Jezus vermoord. En natuurlijk waren er Joden medeschuldig aan de dood van Christus, maar  net zo hard geldt dat veel meer Joden beschermers en aanhangers van Jezus waren. En voorts: al zou het zo zijn dat “de Joden” Christus gedood hadden – wat een domme  en onware generalisatie is – dan nog: de profetie moest toch in vervulling? Christus moest toch gekruisigd worden om de Mensheid te kunnen verlossen? Hij moest toch het offer brengen om het Paradijs weer bereikbaar te maken voor de mensen? Zullen we het omdraaien? Die Joden gaan mooi niet alleen voor zichzelf claimen dat ze de Hoogste Weldaad voor de Mensheid mogelijk gemaakt hebben door Jezus te kruisigen. De Romeinen hadden ook een aandeel!

De Joodse beschaving is dialectisch, levert altijd zijn eigen anti-these. God spreekt en de mens spreekt terug. Dat is de grote verdienste van ‘Israël’. De bekende “Joodse zelfhaat” kan je er een radicale variant van noemen. De zelfhaat die op dit moment het Westen verlamt en overlevert aan een agressieve islam, zou ik Joods en derhalve Christelijk in oorsprong willen noemen. Onze Westerse onzekerheid van dit moment heeft alles te maken met die Joodse cultuur van debat, onenigheid, gevit,  geruzie, rabbinaal discours, kortom dialectiek, die zo oud is als het Oude Testament, waarin, zoals gezegd, al met het Opperwezen wordt gevochten. In het spoor daarvan is het atheïsme een Joodse uitvinding.  Het hele Jodendom begint met allerlei geloofsafval, het is één grote familietwist, maar niet zonder Liefde.

Dat “atheïsme” dat het Jodendom ons overlevert is niet “onethisch”, “immoreel” of zelfs “duivels” zoals de antisemieten altijd hebben beweerd en zoals in de wereld van de islam nog elke dag overal beweerd wordt, want dit “atheïsme” is nu juist de mensgeworden ethiek zelf. Dit atheïsme betekent dat de moraal in de mens is ingedaald. “God” is niet meer nodig als wetgevende instantie, maar een hulpmiddel bij innerlijke dialoog. Bepaald ontroerend en humoristisch tegelijk – een Joods handelsmerk! –  wordt dit “atheïsme” verbeeld in de Witz die Benno Barnard  me ooit vertelde. Het gaat over twee rabbi’s die gezamenlijk op een hotelkamer overnachten. De avond tevoren hebben ze onder het genot van enige alcohol een diep gesprek gehad over het bestaan van God en zijn samen tot de conclusie gekomen dat Hij niet bestaat. De volgende ochtend wordt een van de rabbi’s wakker doordat in een hoek van de hotelkamer zijn collega luidkeels zit te bidden.

“Wat doe je nou? We hadden toch afgesproken dat God niet bestaat!”

Waarop het antwoord kwam:

“Wat heeft dát er nou mee te maken!?”

In deze Joodse Witz zit vervat wat je zou kunnen noemen het “seculariserings-potentieel” van het Jodendom en het Christendom, dus het vermogen de “eeuwige wet”, de “Goddelijke wet” te verinnerlijken, maar niet dan na geestelijke strijd, moreel en intellectueel, individueel en collectief, als fase van volwassenwording van het individu én als fase van volwassenwording van een cultuur. Omdat wij in de wandeling met “de eeuwigheid” de “oneindigheid” bedoelen, wordt dat woord “saecularisering” vaak verkeerd begrepen: saeculum (seculum) betekent “eeuw” in de zin van “het tijdelijke”. Dat is precies wat een volwassen geworden individu en een volwassen geworden cultuur doen: de tijdloze waarheid verinnerlijken en “seculariseren”, dus naar de aardse tijdelijke werkelijkheid brengen. Een protestants adagium luidt niet voor niks :“Hier en Nu”. Maar de oorsprong ervan is Joods.

In deze “secularisering” ligt ook de oorsprong van een fundament van de Westerse, de Atlantische beschaving, namelijk de scheiding tussen kerk en staat onder invloed van het Joods-Christelijke erfgoed. Reformatie, Humanisme en Verlichting zijn allemaal bastaardkleintjes van het Joods geïnspireerde christendom. Want in al die cultuurverschijnselen was de kern opnieuw: de Rede gaat een dialoog aan met het Goddelijke. Net zoals Rodney Starks, “The Victory of Reason”, zal elk behoorlijk boek terzake je leren dat de verhouding tussen Geloof en Rede de kern was van de worsteling van elke verlichtingswetenschapper. En had Immanuel Kant (1724 -1804) niet iets met de Tien Geboden (Joods!) en de Bergrede? Bij G. W. F. Hegel (1770 – 1831) wordt het Goddelijke zelf tot moraal-filosofie en wordt de Rede, zich ontvouwend in de Geschiedenis tot God-die-zich-openbaart. En ook bij Hegel zie je dan inderdaad het belang van het individu – (In de islam is individualisme en zelf denken het begin van alle zonde!) – als hij zegt: “Dit idee van vrijheid is door het Christendom in de wereld gekomen, volgens hetwelk  het individu op zich een oneindige waarde heeft ( . . .).” Hegel had blijkbaar iets begrepen van de evenbeeld-metafoor uit Genesis (1: 26); de mens geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. De mens is verantwoordelijk. Kom daar maar eens om bij Mohammed!

Degenen die gemakzuchtig de Joods-Christelijke traditie van het Westen ontkennen, eisen eigenlijk ten bewijze een totaal-analyse van de Westerse cultuur. Maar meer dan een aanzetje kan ik hier toch echt niet geven. Het “wezensinzicht” dat de westerse cultuur haar drie grote pijlers in “Jeruzalem”, “Athene” en “Rome” heeft  –  samen met nog tal van andere elementen  –  vraagt om een nadere, nooit geheel af te ronden analyse.  Mijn vriend Erik Bink, Hegel-specialist, schreef me ooit:

“Ja, cultuurgestalten en hun samenstellende delen, en hoe die de habitus van de dragers daarvan bepalen. Het gaat dus om het “wezen” van de westerse cultuur. Dat je dat van de postmodernen eigenlijk niet mag vragen,  terwijl ze zelf op hun chaotische manier niks anders doen dan “wezensanalyses” uitvoeren! Het ontrafelen van die bestanddelen en het aantonen van hun oorsprong, dat is de vraag. Je kunt het problematische van een totaal-analyse van de hele cultuur aanschouwelijk maken aan de hand van één cultuurelement: de muziek. Dus aan de hand van dat hartverheffende medium dat in de islam uiteraard is verboden. Je kunt stellen, bijvoorbeeld, dat de westerse kunstmuziek – afgezien van tal van formerende factoren – haar oorsprong heeft in de Gregoriaanse zang van bijna 1500 jaar geleden. En dat deze in de kerken en kathedralen in honderden jaren tot de meerstemmigheid van Middeleeuwen en Renaissance werd ontwikkeld. Die weer de basis legde voor de muziek van de Barok, met als eindpunt de muziek van Bach en vele andere componisten. Eind 19e eeuw en in de 20e eeuw werden de oude zogenaamde kerktoonladders “herontdekt” en weer op een volledig nieuwe manier toegepast, om maar wat te noemen. Wat die Gregoriaanse zang betreft: muziekhistorici vermoeden dat het Gregoriaans geworteld was in joodse synagogale zang! Dat is natuurlijk niet zo onwaarschijnlijk, omdat de eerste christenen (Joden) daar gewoon op konden voortborduren. Vóór de Eerste Wereldoorlog ontdekte de componist Bela Bartok – die eigenlijk tegelijk een van de eerste etnomusicologen was – dat de Hongaarse “boerenmuziek”  (niet de Hongaarse zigeunermuziek dus) elementen van Centraal-Aziatische muziek en tevens de hierboven genoemde “kerktoonladders” bevatte, om maar weer wat te noemen. Het eerste was natuurlijk niet zo vreemd, omdat de Magyar oorspronkelijk uit Centraal-Azie kwamen.”

Tot zover Erik Bink.

Interessant! Inderdaad: hoe komen we toch aan de “muziek” van onze cultuur? Waar komt de “toon”, de “sfeer” van een samenleving vandaan en als die toon bevalt, hoe houd je die dan een beetje prettig? In ieder geval niet door Jodenhaat te cultiveren of door islam te importeren, wat misschien hetzelfde is tegenwoordig.

Ook in de Jodenhaat  toont zich de verbondenheid (!) tussen een deel van de Christenheid en het Jodendom. Je kunt zeggen dat er een dialectiek van gewetensontwikkeling heeft plaatsgevonden, met een aantal stations-van-het lijden – ik heb het over de progroms – en als “Centraal Station” de Holocaust.  Maar die Joods-Christelijke cultuur heeft wel een zelfkritiek die in de wereld van Mohammed nooit heeft bestaan en binnen die leer ook niet kán bestaan. Integendeel, juist na de Holocaust is in de wereld van de islam de traditionele Jodenhaat kwalitatief én kwantitatief gestegen tot ongekende hoogten. Islam-kritiek in een islamitisch land was en is onbestaanbaar. “Wij” echter hebben zoiets als de tien delen vernietigende Christendom-kritiek  van  Karlheinz Deschner “Kriminalgeschichte des Christentums”. Maar zoals het Christendom, diep vallend, altijd weer kon opstaan, want met de mogelijkheid zich vast te grijpen aan een onverwoestbare kern-ethiek, wordt bijvoorbeeld de slavernij onder Christelijke impuls afgeschaft en verschijnt er na de ergste historische ontsporing, die van 1939-1945, dan toch een Eisenhower die na in Normandië te zijn geland, de Nazi’s te hebben aangepakt, vervolgens namens de hele Atlantische cultuur getuigt dat hij tot bewustzijn is gekomen. In een speech in  1952 voor de “Freedoms Foundation in New York” zei Eisenhower:

“Onze gevoel voor wat regeren is, heeft geen betekenis behalve wanneer het is gebaseerd op een diep religieus geloof, en het kan mij niet schelen wat het is. Voor ons is het natuurlijk het Judeo-Christelijke idee, maar het moet een religie zijn die zegt dat alle mensen gelijk zijn geschapen.”

Dat sluit de islam alvast uit, omdat daarin de vijandschap tegenover de Joden en de “ongelovigen” de basis van alles is. ***

Eerdere stations-van-het-lijden waren er tijdens de Kruistochten. Precies in de Westerse schuldbekentenis rond de Kruistochten, ligt de waarde van de Joods-Christelijke traditie, van de levensbevestigende gewetenscultuur. Maar net zo precies in dat vermogen tot schuldbesef ligt ook het gevaar van doorschieten in een weg-met-ons-mentaliteit. Juist de geschiedenis van de Kruistochten laat zien dat “wij” vergeten zijn dat wij in het Christendom iets te verdedigen hebben dat oneindig superieur is, moreel en intellectueel, aan het Mohammedanisme. Inmiddels heeft niet alleen Robert Spencer het beeld van de Kruistochten krachtig genuanceerd, ook is er nu een subliem boek van Rodney Stark over dat onderwerp. Ik heb voorspeld dat dit boek van Stark een historiografische klassieker zal worden, omdat met één machtige zwiep hele bibliotheken vol Westerse cultuurrelativistische zelfbeschuldiging inzake de Kruistochten worden weggevaagd.

Stark maakt duidelijk dat de Kruisvaarders gedreven werden door woede en verontwaardiging over de terreur die de islam pleegde vanaf de 7e eeuw, toen het in een oceaan van bloed het grootste deel van de toen bekende wereld onderwierp. In 732 n. Chr. stonden de hormoongedreven hordes van Mohammed niet alleen tot in Afghanistan, maar ook tot in Zuid-Frankrijk. Bij Poitiers werden ze door Karel Martel, God zij dank, verslagen. Toen paus Urbanus II in 1095 in een weiland in het Franse Clermont opriep tot de eerste Kruistocht, hadden die islamitische hordes al drie eeuwen lang (!) bloedige en slavenhalende raids uitgevoerd, de onderbuik van Europa in. Eeuwenlang hadden ze vreedzame pelgrims die “het land van Jezus”, Palestina, wilden bezoeken geterroriseerd en tot slaven gemaakt,  hadden ze heiligdommen vernield, gemoord en verkracht. Ze hadden, ik herinner er nog maar even aan, precies gedaan wat koran en hadith voorschrijven. De Kruistochten hebben de Kruisvaarders persoonlijk en de toenmalige West-Europese economieën schatten gekost. De Kruisvaarders zelf betaalden niet alleen met hun geld en goederen, maar bovendien met gruwelijke ontberingen, angst, gevaar en vaak met hun leven.

Zowel bij Stark als bij Spencer kan men lezen dat de Jodenmoord door kruisvaarders in het Rijnland inderdaad gepleegd zijn, maar dat het Kruisvaarders van een zeer bepaald “anarchistische” soort waren en dat grote delen van de officiële kerk alles in het werk hebben gesteld om die Jodenmoord te stoppen. En dat is echt anders dan in de islam, waar het Jodenmoorden altijd geheel volgens het Mohammedaanse protocol plaats vond, waar het niet een ontsporing is, maar de juiste weg. Ook hier dus het bewijs van de verknooptheid van het Jodendom en het Christendom,  waarbij steeds het Jodendom de morele en intellectuele leermeester was en het Christendom de cultuur die met zeer diep vallen en toch weer opstaan iets moest leren. De essentie blijft: het Christendom was en is daartoe in staat, juist door zijn Joodse wortels. De islam is immuun voor elk leerproces.

Het Mohammedanisme is het volkomen tegenovergestelde van “onze” traditie. Laat de oorspronkelijke boodschap van het christendom zich samenvatten in de woorden Liefde, Rede en Schuldbesef, de islam daartegenover is die van de Blinde Onderwerping, het  Agressieve Irrationalisme en de Huichelachtige Beschuldiging. Wat het geïnstitutionaliseerde Christendom aan misdaden  beging, was ontsporing, gebeurde ondánks de leer. Wat de islam aan misdaden beging en nog steeds begaat, was en is precies in het spoor en opdracht van de leer. De islam mist elke spiritualiteit, elke vrijheid van denken, elke universele liefde en geeft structurele  opdracht tot misdaad jegens “de Ander”, telkens weer.

___________________________

*** Ik voeg nu, 16 maart 2013, deze zin toe:

En dat leidt dan tot de paradox van Karl Popper, die Eisenhowers dictum gedeeltelijk onderuit haalt: je kunt niet een leer tolereren, die de tolerantie gebruikt om een einde te maken aan de tolerantie.

Update 24 februari 2016:

Op 3 mei 2005 hield Ayaan Hirsi Ali op de dag van de Persvrijheid voor het verenigde journaille een rede onder de titel “Weg met de zelfcensuur”. Een fragment daaruit:

“Tot slot ben ik u nog een antwoord schuldig op de quizvraag. Wat is het verschil tussen de bijbelse Job en de Job in de Koran? Het verhaal in de Koran is kort en vlak. Job wordt beproefd, hij is gehoorzaam en hij wordt beloond. Einde verhaal. Het verhaal in de Bijbel is dramatisch, Job komt in opstand tegen God, hij is wanhopig, hij gaat tekeer tegen God, hij klaagt Hem aan. Dat is een stijlfiguur die in de Koran niet voorkomt, en dat is dan ook een wezenlijk verschil tussen beide godsdiensten.”

______________________________
Link naar dit stuk van E. J. Bron

Advertenties