(Door: Martien Pennings)

Montesquieus systeem van de Trias Politica indachtig, spreken we van drie gescheiden machten, van de eerste macht, de wetgevende (in Nederland de Eerste en Tweede Kamer), van de tweede macht, de uitvoerende (regering) en van de derde macht, de rechterlijke. Maar we hebben het, in die analogie, ook vaak over een vierde en zelfs een vijfde macht en dat worden dan het ambtenarendom en de pers.

Maar er is reden om de stelling te verdedigen dat de pers niet de vijfde, niet de vierde, niet de derde en ook niet de tweede, maar de eerste macht is geworden. Roelf-Jan Wentholt stuurde mij een mail met deze tekst:

“Hier zie je de werking van de pers. Er is in dat opzicht niets veranderd. Als de mainstream een gebeurtenis negeert, dan bestaat die gebeurtenis niet. De macht van de pers is eigenlijk die van de wetgevende vergadering geworden. In het idee over de trias politica wordt die wetgevende vergadering als de meest gevaarlijke partij gezien, die het meest aan controle onderhevig moet zijn. Kijk eens aan: De controleur van de macht heeft zelf de macht gegrepen.”

Hier? Waar? Wat bedoelde Roelf-Jan met “hier zie je de werking van de pers”? Daarmee bedoelde hij een YouTube-filmpje dat mij op twee manieren schokte. De lichtste schok was dat ik in de jaren 1980 een speciale werkgroep aan de Universiteit van Amsterdam heb gevolgd, waarin de vraag aan de orde was: wat wisten de Amerikanen van de Holocaust? Nou, dat bleek natuurlijk allemaal héél genuanceerd te liggen en tot nu toe wist ik dus niet beter dan dát. Maar de zwaardere schok die dit filmpje mij bezorgde was het feit dat Anna Blech heeft aangetoond dat de New York Times-lezers in Amerika verdomd goed hadden kunnen weten wat er met de Joden in Europa aan het gebeuren was, als . . . . . . de baas van de New York Times, de Jood Sulzberger, niet zéér bewust de ongoing Holocaust had gedownplayed. En de NYT-lezers, dat waren de hele toentertijdse Amerikaanse elite plus de wat kleinere burgerij. Die Sulzberger heeft heel wat op zijn geweten.

Screenshot_7
De aristocratische Jood Arthur Hays Sulzberger

Degene die het filmpje plaatst op Israpundit, een zekere Ted Belman, schrijft er het volgende commentaar onder: Ik vertaal:

A Race Against Deathis een zeer goed gedocumenteerd verhaal van de inspanningen van Peter Bergson in Amerika om de Joden van Europa te redden gedurende de Holocaust. Hij schiep het Emergency Committee om de Joden van Europa te redden en om fondsen te werven en te ondersteunen voor die redding. Het plaatste paginagrote advertenties in de NYT en andere landelijke kranten de aandacht vestigen op de voortdurende slachting van de Joden in Europa. De volgende advertentie is niet een volledige pagina, maar wordt gegeven als een indicatie van het bericht. Toch beweerden mensen dat ze het niet wisten. Leden van mijn vaders gezin ontsnapten uit Polen in de jaren dertig, dus je zou denken dat ze zeer bezorgd waren over hun achtergelaten vrienden en familie. Maar ook zij vertelden me dat ze niet wisten. Peter Bergson werd bij elke stap tegengewerkt door Rabbi Stephen Wise en het  Joodse establishment.”

Maar het filmpje waaronder dit commentaar staat, de analyse van de studente Anna Blech die optreedt in het filmpje, is pas echt schokkend. Via een powerpoint-presentatie laat Blech zien dat in de NYT vanaf juli 1942 berichten stonden over enorme nog steeds plaats vindende massamoorden door de nazi’s in straten en bossen van Polen(70.000), en dat de concentratiekampen en de gaskamers al werden genoemd. Van dit soort feitelijke en gedetailleerde artikelen over de Holocaust stonden er tussen 1939 en 1945 in de NYT alleen al 1186. Maar . . . . . . . dit waren kleine, nauwelijks aandacht trekkende berichten ergens in het midden van de krant, vaak zonder kop. Hoe kwam dat? Dat kwam door de Jood Arthur Hayes Sulzberger, de eigenaar en directeur van de NYT. Hij voelde zich, aldus Blech, een aristokraat komend uit een geslacht dat vanaf de 18e eeuw in Amerika woonde en meende niks met die arme vervolgde Europese Joden te maken te hebben. Dat zei hij ook expliciet. Die visie werd bij hem versterkt door de ideologie die hij aanhing: klassiek hervormd Judaïsme,volgens welke ideologie de Joden geen natie en geen ras vormden. Dus kon hij moeilijk begrijpen, zegt Blech, dat Hitler dat anders zag en de Joden precies om hun “ras” vervolgde.

Ik vind hier overigens Blech zeer naïef: het was uit elke berichtgeving in zijn eigen krant duidelijk dat de Joden door de nazi’s vervolgd werden om hun “ras”. En anders had de Jood Arthur Hayes Sulzberger maar één speech van Hitler hoeven beluisteren. Wat hij ongetwijfeld gedaan heeft.

In de hoofdredactionele commentaren werd een stapje verder gegaan dan géén nadruk op de Joodsheid van de slachtoffers of het wegstoppen in kleine berichtjes in het midden van de krant. Die commentaren gingen over tot expliciete ontkenning dat het om Joden ging en er werd benadrukt dat het ging over allerlei rassen en geloven, terwijl het in werkelijkheid overweldigende meerderheid Joden betrof. Een hoofdredactioneel commentaar over de opstand in het getto van Warschau . . . . . . . noemt de Joden helemaal niet!

De tweede reden dat Sulzberger verzweeg dat het in overweldigende mate om vervolging van Joden ging (zegt Blech), is dat hij niet wenst gezien te worden als een “Jodenkrant”. Met die term “tweede  reden”, impliceert Blech dus nog eens dat zij die eerste reden – Sulzberger voelde door zijn oude roots in Amerika en zijn klassiek hervormd Judaïsme niet verwant met de Europese Joden – serieus neemt. Nogmaals: ik denk dat zulks onzin is en een smoesje en hypocriet gelul. Van Sulzberger. De klootzak met zijn aristocratencomplex wist beter.

Wat Blech de tweede reden noemt is dus de enige en eigenlijk reden: Sulzberger wilde niet dat zijn NYT de naam kreeg van een Jodenkrant. (Vandaar misschien ook de Israëlhaat en de Palmaffia-liefde bij de huidige NYT.) De krant, aldus Blech, kreeg wel ingezonden brieven die de vervolging van de Joden in Europa aanklaagden, maar hij dorst die niet te plaatsen, vanwege die angst: een Jodenkrant genoemd te worden, dus. Maar hij bracht het argument op deze absurde manier: als hij zo’n aanklacht plaatste, moest hij ook sommige van die vele antisemitische ingezonden brieven plaatsen die de redactie óók kreeg. Dat is ongeveer hetzelfde, aldus Blech, als een moderne hoofdredacteur zou zeggen dat als er een brief tegen racisme geplaatst zou worden er óók een brief pro-racisme geplaatst zou moeten worden.

De NYT heeft ook nooit aangedrongen op het opheffen van de quota die de VS aan de immigratie van Joden hadden gesteld en nooit aangedrongen op interventie speciaal om de Jodenmoord te stoppen. En dat had gekund: zonder veel speciale inspanning hadden de spoorlijnen naar de vernietigingskampen gebombardeerd kunnen worden. De NYT was helemaal in line met de regeringspolitiek van de VS: niet te veel ruchtbaarheid aan de voortgaande Jodenmoord, om de bevolking niet ongerust te maken die waarschijnlijk lastige vragen zou gaan stellen.

Merkwaardig overigens dat Blech die paginagrote advertenties in de NYT niet noemt waarvan Ted Belman rept. Die móét ze gezien hebben tijdens haar onderzoek. Heel gek.

Het verzwijgvermogen van de mainstream-media: hebben lezers van dit weblog daar nog iets over te melden?

Screenshot_8
____________________________
Link naar dit stuk bij E. J. Bron

Advertenties