Screenshot_2Geert Mak

(Door: Martien Pennings)

Onderhavig stuk tekst lag een week (!) nadat Geert Maks domme lasterartikel  – (“toen in Nederland de kelders opengingen28-11-2004) – in de NRC was verschenen ten burele van de NRC-opinie-redactie. Later zijn er een paar kleine toevoegingen gedaan, zoals de vermelding van het domme lasterboekje dat Mak later als follow-up op zijn domme lasterartikel schreef. De subtitel is van 25 mei 2013. Ook de illustraties met onderschriften zijn ná 2006 toegevoegd, zoals u begrijpt, net als sommige links.

Ik kreeg indertijd van de NRC-redactie overigens niet eens antwoord, laat staan dat ze mijn stuk plaatsten. 

__________________________________________________________

Onderstaand stuk is het zevende deel van een essay van ongeveer 90 pagina’s, getiteld “AAN DE OBSCURANTISTEN” dat ik nooit publiceerde. Hier deel 1 (zelfmatiging en zelfcensuur), hier deel 2 (islam), hier deel 3 (als een hoofddoek een Jodenster is, wat is dan een boerka?), hier deel 4 (Marokkanen), hier deel 5 (Economie) en hier deel 6 (Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali).

De serie opstellen als geheel stamt uit mijn pre-internet-tijd. Geen van de essays is later geschreven dan 2006 en ik geef het nu in 2013 alsnog prijs aan de digitale wereld. Ik had vergeten het te dateren en dat het in dat jaar was samengesteld, moest ik afleiden uit deze zin in de . . . . eh . . . .”opstelbundel” in mijn computer:

“Intussen is, acht jaar na 1998, het vooruitzicht van burgeroorlog-achtige ontwikkelingen in Nederland reëler geworden.”

En pas bij herlezing komt de herinnering boven dat de tekst een rol had moeten spelen in de pogingen die ik van 2006 tot 2008 heb ondernomen om de PvdA-tanker héél langzaam van koers te laten veranderen. De bedoeling was ooit dat het door de PvdA-top zou worden gelezen. Op dat ogenblik had ik reden te veronderstellen dat zulks zou gaan lukken. Ik heb inmiddels alle illusie rond onze quasi-elite verloren, scheld ze de tiefus en hoop alleen nog op een Neurenberg 2.0 na de Grote Islamitische Oorlogen.

In een van de afleveringen van dit feuilleton rep ik op een gegeven moment van mijn “bewust provocerende stijl” vanwege de noodzaak de elite wakker te schudden. Ik wist, toen in 2006, natuurlijk zelf nog niet hoezeer ik verbaal zou radicaliseren en hoezeer de quasi-elite zou door denderen op de weg richting afgrond.

Ik zal die 90 relatief brave pagina’s alsnog op deze site publiceren en wel in elf afleveringen. Telkens met deze inleiding en onder de titel “AAN DE OBSCURANTISTEN” gevolgd door de subtitel van het betreffende onderdeel. ________________________________________________________________

Screenshot_3

Geert Mak, zo wist ik, was nogal multicultureel angehaucht. Maar als bewonderaar van het boek “In Europa”, een door Geert Mak geschreven geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw, was ik toch verbijsterd door het stuk dat hij schreef drie weken na de moord op Theo van Gogh (NRC,  28 november 2004). Het had tot titel:

“Een kleine geschiedenis van een Novembermaand: het moment waarop in Nederland de kelders opengingen”.

Dit artikel van Mak is inmiddels berucht en exemplarisch voor de ontspoorde multi-kul waarin de autochtone Nederlander als vanzelfsprekend tot een haatdragende racist wordt verklaard, waarin verward gecollaboreerd wordt met het islamo-fascisme en waarin de perverse redenering standaard is. In het dwaze pamflet “Gedoemd tot kwetsbaarheid” deed hij er later nog een schepje bovenop. De intellectuele diepgang van ”In Europa” is in dit NRC-artikel ver te zoeken. Want wie had nou toch ooit gedacht dat de herverkiezing van George Bush en de moord op van Gogh dezelfde oorzaken hadden, te weten de “globalisering” en de”secularisering”?  Geert Mak:

“Beide gebeurtenissen vonden plaats op dezelfde dag. Behalve de datum hebben ze nog een belangrijk aspect gemeen: ze zijn beide een felle reactie op het proces van secularisering dat zich over de hele wereld voordoet. Dat proces is nauw verweven met andere grondstromen van deze tijd: de modernisering, de globalisering en bovenal de massamigratie van platteland naar stad. (…) De effecten zijn (…) zichtbaar : in de behandeling van vrouwen, in imams die zich als koppige boeren, vastklampen aan de (…) dorpsgewoonten, in jongeren die oude zekerheden proberen te hervinden in een religieus fundamentalisme, in een nieuwe reactie op het secularisme.”

Om te beginnen lijken de altijd al ongeseculariseerde aanhangers van George Bush mij niet primair te reageren op de globalisering en de trek van platteland naar stad.  Een tikje rigoureus lijkt ook de abstraherende reuzenstap van secularisatie en globalisering naar een Nederlandse Marokkaan die op een, uiteraard gestolen, gloednieuwe dames-Gazelle zich op weg begeeft naar de rituele slachting van Theo van Gogh (“een felle reactie”, ja, zeg dat wel). Het is alsof je de moord op Walther Rathenau in het Duitsland van 1922 verklaart uit de industriële revolutie.

Ik kies dit voorbeeld van Rathenau, de Duitse minister van de verzoening uit de Weimarrepubliek,  niet toevallig. Mak is een bewonderaar van Rathenau. Uit zijn boek “In Europa” komt Mak naar voren als iemand die doordrongen is van de massale gruwelen die veroorzaakt worden door collectieve haat. “In Europa” staat vol met aangrijpende passages over de angst, het massa-moorden, het verlies van de liefsten, de verscheurende wanhoop, de totale ontreddering. Hoe zwart kan de nacht van de oorlog zijn? Lees “In Europa” van Geert Mak.

Maar dit besef van de mogelijke gevolgen van collectieve haat mag er niet toe leiden dat de democratieën dezelfde fouten gaan maken tegenover het islamisme als ze gemaakt hebben tegenover fascisme, nazisme en communisme. Mak reduceert het islamo-fascisme van de imams (“koppige boeren”) tot een soort natuurverschijnsel. Grote aantallen vermoorde dan wel in elkaar geslagen vrouwen islamitische kring? Het is de secularisatie, mijnheer! Keel doorgesneden? Een jongere die oude zekerheden probeert te hervinden! Loverboys en groepsverkrachting? De modernisering! Inbraken en roofovervallen? Allemaal onwennige overgang van platteland naar stad!

Op die manier kan je geen enkele persoonlijke vraag meer stellen, bijvoorbeeld deze relatief onschuldige: komt er in de hoofden van Turken en Marokkanen, rondkijkend in de grote en middelgrote steden van Nederland, nooit eens de vraag op of ze hier niet met erg velen zijn zo langzamerhand? Marokkanen en Turken zouden zich kunnen afvragen: Is dit nog fatsoenlijk? Moeten onze stammen hier nog verder groeien?  Wappert onze vlag, de hoofddoek, hier niet wat al te veel? Persoonlijk heb ik dat gevoel van gêne zelfs wel gehad als toerist, maar ik heb er nog nooit een uiting van gesignaleerd bij allochtone medeburgers In Europa. Dat is des te verontrustender omdat men wel van de Nederlandse sociaal-economische structuren wil profiteren, maar over het algemeen minachting koestert voor de cultuur die deze structuren heeft voortgebracht. Je kunt, zegt Paul Scheffer netjes, niet de vruchten verlangen zonder de boomgaard te willen kennen.

David Rieff (Volkskrant 24-08-05, overgenomen uit de NYT) zegt het zo:

“Migranten die zich tot Europa aangetrokken voelden vanwege zijn economische succes, zijn in opstand gekomen tegen de culturele, sociale en zelfs psychologische factoren die ten grondslag liggen aan dat succes.”

En uiteraard zou Mak fronsen over mijn “uiteraard” bij bovenvermelde gestolen Gazelle, maar misschien moet je daarvoor wat langer in wijken wonen waar jonge Marokkanen wonderlijk vaak op nieuwe damesfietsen rondrossen. Dan zie je nog veel meer wat grachtengordeldieren nooit zien. Wel eens een Riffiaan op zo’n fiets het trottoir op zien knotsen, voetgangers de stuipen op het lijf zien jagen? Wel eens een jonge Berber een fiets zien repareren? Dat gaat vaak middels keihard tegen de fiets schoppen. Ik heb me wel eens afgevraagd of dat komt omdat hij nog nooit een fiets heeft hoeven betalen of vanwege ueberhaupt te weinig gevoel voor de fijnere mechanismen van de Westerse cultuur. Wist u trouwens dat een jonge Berber een speciale manier van fietsen heeft, nog afgezien van zijn speciale algemene motoriek? Hij fietst namelijk bij voorkeur met de trappers midden onder zijn voeten en alsof hij nooit meer hoeft te remmen.

Mak hanteert in dit stuk in de NRC idiote redeneringen in chaotisch passages waar geen touw aan vast te knopen valt. Het lijkt warempel wel of hij onder de coke of hasjies zat of bezopen was toen hij dat artikel schreef. Lees even mee:

In Madrid vielen dit voorjaar bij een fundamentalistische aanslag 200 doden, maar de houding van pers en publieke opinie bleef opvallend beschaafd. In Nederland gingen de kelders open, en de jarenlange opgespaarde vreemdelingenhaat – oh wat waren we altijd politiek correct geweest – spatte naar buiten. De toon van de kranten vervuilde steeds meer: ‘moslimterrorisme’ werd een vaste term – alsof we ooit spraken van een ‘çhristenaanval op Falluja’ of van een’Jodenactie in de Gaza-strook’.Verslaggever Craig S.  Smith van de New York Times had grote moeite om het befaamde g-woord in voor Amerikanen acceptabele termen om te zetten: ‘bestiality with a goat’. De Nederlanders glimlachten. De wereldpers was verbijsterd.

Ondertussen vond het ene groteske incident na het andere plaats: van Gogh’s vrienden, die een begrafenisfeest vierden ‘voor wie lust voelde’, Sinterklaas die met een kogelvrij vest zijn intocht deed, Pim Fortuyn die officieel gekozen werd als allergrootste Nederlander van, let wel, álle tijden, een Veghelse jongen die als bekeerling de media onveilig maakte, de Russische regering die Nederland om opheldering vroeg. Ayaan Hirsi Ali had haar burgeroorlog terug, Theo van Gogh zijn klucht.”

Om met het laatste punt uit dit stukje associatieve roes te beginnen: Ayaan Hirsi Ali is een moedige, lieve en fatsoenlijke meid, die op elegante wijze een beschaafde strijd voert tegen het kwaad dat reëel bestaande islam heet, een kwaad dat ze aan lijf en geest heeft ervaren. Om die strijd wordt ze door diezelfde islam geterroriseerd. Haar angst voor burgeroorlog is realistisch en de dreiging daarvan wordt niet veroorzaakt door haar opstelling maar door het kwaadaardige karakter van de reëel bestaande islam. Ayaan Hirsi Ali is wat mij betreft steeds een toetssteen in het politieke debat geweest. Geert Mak was niet de eerste of laatste die erop brak.

En dan Theo van Gogh: die is geslacht door de islam en kán niks terugzeggen. Zijn schelden was niet kluchtig bedoeld, maar een manifestatie van echte verontrusting. En wat Hanneke Groenteman ooit heeft over hem heeft gezegd was waar, typeert Van Gogh ten diepste en is het meest  fundamentele oordeel dat je over hem kon vellen: bij van Gogh kon een fatsoenlijk mens in tijd van nood onderduiken.

En hoe belangrijk was het eigenlijk, in het aangezicht van moord en terreur, om steeds weer over die geit op dat feest te beginnen? En dan ook nog die verheven au-dessus-de-la-melée-attitude waarmee dat gepaard ging. Mak had zich moeten schamen!  Pim Fortuyn/ Veghelse jongen/Sinterklaas/ Russische regering. Tsjonge, wat een analyse!

Op de term “christenaanval op Falluja” was inderdaad nog niemand gekomen, behalve toen dus Geert Mak. De aanval op Falluja was een aanval van Amerikanen op moorddadig tuig dat onschuldigen martelt en vermoordt, op geflipte fanatici die hun eigen bevolking opblazen om democratie en fatsoen tegen te houden. “Jodenactie in de Gazastrook”: “Joden”, mijnheer Mak, is een etnisch-religieuze aanduiding, die niet past in uw eigen rijtje en bovendien worden die acties uitgevoerd door de democratische staat Israël waar bij vrije verkiezingen bijna de helft van de bevolking tegen die acties blijkt te zijn. “Moslimterrorisme” is daarentegen accuraat. De terreur wordt namelijk geclaimd in naam van de islam en uit totaal ontbreken van waarachtig protest blijkt dat de regeringen van de islamitische staten en de moslims in de straten der wereldsteden, in Oost en West, ook in Nederland, die terreur prima vinden.

De moord op van Gogh vond plaats op honderd pas afstand van mijn huis op exact de plek waar ik hem een paar weken tevoren nog even had gesproken en waar ik, zoals altijd, had gedacht toen ik hem nakeek terwijl hij wegfietste: hoe lang gaat dit nog goed? Want mijn instincten – neen, ook mijn taal laat ik niet meer gijzelen door WO II – staan al decennia op scherp.

Na twintig minuten stond ik dus bij Theo’s lijk. Toen ik me verwijderde – de tent waaronder Van Gogh’s  lichaam later lag was nog niet gearriveerd – kwam ik even langs een paar Surinamers.  Ik raakte toevallig – welnee, niet toevallig, ik klets altijd met iedereen –  in gesprek met twee jonge Surinamers. Theo van Gogh was, poneerde ik, een vlegel met het hart op de goeie plek.  Daar waren de twee Surinamers het slechts zeer ten dele mee eens, zag ik. “Maar wat hij heeft gedaan met dat filmpje was heel erg verkeerd”, zei de een, een lange neger, op gedragen toon. Ik keek naar hem op en zag dat hij een moslims mutsje droeg. De verontwaardigde dreiging in zijn ogen was slechts licht, maar ook reëel. Zijn vinger wees naar boven en ik begreep dat daar Allah en een eis tot respect zweefde. Ik zei: “Ik vond ‘Submission’ moreel en esthetisch schitterend en ik vind Ayaan Hirsi Ali een fantastische vrouw.” Ja, ik sla soms echte straattaal uit. Ik wachtte de reactie niet af en liep weg. Achter mij werd geschamperd en ik realiseerde me dat de veelkleurige, swingende stad een groot geheim is voor de multicul-zwets-konten die we meestal voor een camera aantreffen en die de NRC en de Volkskrant volschrijven.

En dan die kelder van vreemdelingenhaat in de harten van autochtone Nederlanders waar Mak van rept. Dat is een perverse uitspraak. In de oude wijken zijn de lagere klassen de laatste twintig jaar steeds meer overspoeld met culturen die doordrenkt zijn van “eer”, van huichelen en leugens dus, en van een islam die het bedriegen der ongelovigen predikt als wapen in de veroveringsoorlog. Ze zijn overspoeld met hoofddoeken, met criminele en agressieve Berbers, met Turkse misdaadsyndicaten, met voorkeursbehandelingen, met gesloten stammen van wantrouwige vreemdelingen die via xenofobe vrouwenhandel als huwelijkspraktijk potdicht blijven en zich bijna twee maal zo snel voortplanten als zijzelf. Stammen die een steeds groter deel van de woonruimte, de publieke ruimte en de publieke middelen opeisen. Hun ervaringen, hun pijn en hun angst mochten deze lagere klassen niet verwoorden want dan werden ze door Marcel van Dam  – (Altijd een podium in de media voor hem beschikbaar om zijn hartje te luchten. En vet betaald! Hoeveel vette pensioenen? Vier? Zes?) – vanuit zijn landhuis voor minderwaardig mens en racist uitgemaakt. Paul Scheffer heeft jaren geleden al gesproken van de oceaan aan negatieve anekdotes die onder de oppervlakte van de “multiculturele samenleving”klotst. Maar vertellen mocht de proleten uit de achterstandswijken die ervaringen niet. Opvreten en kop houden was het parool. En nu de elite eindelijk met geen mogelijkheid meer om de werkelijkheid heen kan waarin de gewone Nederlander in de steden al decennia leeft, is de reflex bij Geert Mak nog dezelfde: vunzigheden over de Nederlandse autochtoon debiteren, want dat kan namelijk nooit racistisch wezen. Mijn persoonlijke eerste associatie met die “kelder van vreemdelingenhaat” was met de berghokken in ons appartementen-gebouw, waar Marokkanen zeer onlangs voor de zoveelste keer hadden ingebroken Dat stelen en inbreken van Marokkanen, al of niet “gelegitimeerd” door de islam,  is al decennia epidemisch en vormt op zich al een nationale ramp die men gelaten accepteert.

Mak raakt ergens tegen het jaar 2000 op de veerpont naar Istanbul in gesprek met een Turkse studente (“In Europa”, p. 661):

“Ze vertelt verhalen over nieuwkomers die ik vaak hoor in Amsterdam, alleen komen deze migranten uit haar eigen land. Ze is bang voor het oprukkende platteland, ze ziet ieder jaar tienduizenden jongeren uit de dorpen vol illusies naar de stad trekken en in korte tijd vastlopen, zonder werk, zonder familie. Overal duiken fundamentalistische groepjes op. ‘Istanbul is bezig zichzelf kwijt te raken’, zegt ze. ‘Alle beweging, alle verandering is weg. Alles is versteend door de polarisatie in deze stad tussen arm en rijk, en tussen het moderne en het fundamentalistische denken. De situatie wordt met de dag meer gespannen.”

Op pagina 665 van “In Europa”geeft Mak zijn eigen indruk:

“(…)  het verhaal van Istanbul gaat bovenal over verschuivende zwaartepunten en over kwetsbaarheid, hoe internationaal een metropool ook oogt. Achthonderd jaar geleden, rond 1200, lag hier het absolute machtscentrum van Europa. Nu is het een uithoek, een arme razendsnel groeiende derdewereldstad, een symbool van vergane glorie, vergeten banden, vergeten verdraagzaamheid.”

Evenzovrolijk, alsof hij die passage is vergeten, schrijft Mak in zijn NRC-artikel over “een dynamische stad als Constantinopel, eeuwenlang de feitelijke hoofdstad van Europa” en voert die stad dan aan als bewijs dat het tussen islam en christendom helemaal niet altijd vijandschap hoeft te wezen. Schiet u mij derhalve maar lek.  Wie overigens een indruk wil hebben van het slachthuis dat Constantinopel werd, toen de Turkse islam die stad in 1453 veroverde, raad ik aan op te slaan Oriana Fallaci, “De Kracht ven de Rede”, pp. 51-53.  Dan kijk je net weer een slag anders aan tegen het gezwets van Mak: “vergane glorie, vergeten banden van verdraagzaamheid”. Jezus-Christus nogantoe!

Was de moord op Van Gogh een gevolg van falende integratie “zoals velen van de daken riepen”? Mak ziet in de gijzelingsacties van Molukse jongeren ondanks de “soepele integratie van de zogenaamde Indische Nederlanders” het bewijs dat ook goede  integratie van moslims de moord door Mohammed  B. niet had voorkomen. Inderdaad is het menselijk driftleven in de geschiedenis nooit echt voor de volle honderd procent uitgeschakeld geweest, dus ook niet door “soepele integratie”. Maar dat is niet het belangrijkste: het voorbeeld heeft geen enkele bewijskracht omdat het daverende onzin is. Die integratie is er nooit geweest, niet soepel en niet anderszins. De Molukkers bijvoorbeeld zijn tot op heden een wantrouwende en boze stam gebleven met een heel eigen cultuur. De Molukse gemeenschap is het trauma van het verloren vaderland van generatie op generatie altijd blijven projecteren op al hun collectieve en individuele problemen.

En waarom integreren die moslims niet? Dat is ónze schuld, zegt Mak:

Het zijn de kinderen van de schotelantennes en de bron van hun intense woede ligt op een bovennationaal niveau: het lijden van de Palestijnen en de Tsjetsjenen, de tienduizenden Iraakse doden waaraan de Westerse media nauwelijks aandacht schenken, het materialisme en de arrogantie van de westerse cultuur, de ontwrichting, de vernederingen die moslims – ook in Nederland – ondergaan. (…) Het is die woede waarop we een antwoord moeten zoeken. Ook in Parijs en Madrid had een Theo van Gogh gekeeld op straat kunnen liggen. En ook in Utrecht-Centraal hadden vier treinen tegelijk kunnen ontploffen.”

Om te beginnen die Iraakse doden. Hoe krijgen mensen als Mak het toch voor elkaar om het massaslachten van hun eigen willekeurige medeburgers door Irakese islamo-nazi’s en door Irakese islamo-nazi’s op het conto van het Westen te schrijven? Net als de “kinderen van de schotelantennes” in zijn ogen blijkbaar terecht doen. En als ik deze gekte van Mak nu eens even definieer als idealisme,  dan zou ik toch willen vragen: projecteert Mak zijn eigen verheven lijden aan de wereld niet in de geest van Mohammed B.? Wat mij betreft kan deze moordenaar net zo goed verward zijn geweest door hasjgebruik en door schuldgevoelens vanwege herhaalde masturbatie bij westerse porno of door sex met een geit.

En als hij al zo’n idealistische Jacobijn is, die Mohammed B., dan is-ie toevallig net zo eenzijdig als Mak in zijn tunnelvisie. Want volgens Mak lijden de “Palestijnen” en Tjetsjenen alléén alleen maar en zijn zij uitslúítend schuldloze slachtoffers. Hij impliceert dat de Arabische landen de Palestijnse kwestie helemaal niet decennia in stand hebben helpen houden om hun binnenlandse haat te kunnen kanaliseren. Madelein Allbright, een Palestijnen-fan, had volgens Mak ongelijk toen ze aan het eind van haar carrière zei “The Palestinians never miss an opportunity to miss an opportunity [om vrede te sluiten]. In Irak vielen onder Saddam Hoessein nooit doden en die er nu vallen zijn uitsluitend te schrijven op het conto van het perfide Westen. Want de Amerikanen zijn degenen die al die bommen plaatsen tussen de bevolking. Materialisme en arrogantie zijn non-existent bij Turken en Marokkanen, bij wie men vooral onthechte spiritualiteit vindt. Ik verzin nu dan ook die Turk die me uitlegde dat een vrouw net als een kristallen glas is: als er een kras op zit kan je er niet meer mee trouwen. Tedere culturen zijn dat. En die criminologisch studie (Frank Bovenkerk en Yücel Yesilgöz, “De Mafia van Turkije”, 1998) die stelt dat 50% van de gewone Turkse huisvaders in Nederland connecties heeft met de Turkse heroïnemaffia zuig ik uit mijn duim. En tenslotte hebben wij Theo van Gogh zelf vermoord door de moslims te prikkelen.

Ja, het is heel goor, maar dat laatste schrijft Mak dus eigenlijk, als je goed leest.

Inderdaad kunnen ook nu nog elke dag vier treinen ontploffen op Utrecht-Centraal, zoals Mak in kalme aanvaarding schrijft. Zeker nu onze soldaten in Afghanistan zitten. Dat ziet Mak goed. Of drie treinen op Amsterdam Centraal. Of kan de Bijenkorf op zaterdagmiddag opgeblazen worden. Een beetje moslimfundamentalist kiest voor die laatste optie: weinig of geen moslimbroeders, veel decadente westerlingen. En als dat gebeurt dan kan er een scenario in werking treden dat Geert Mak zelf treffend heeft beschreven ( “In Europa” p. 1075):

“In het ‘Servische’ dorp Kravica, ten noordwesten van Srebrenica, reden in de zomer van 1991 bijvoorbeeld jonge moslims provocerend door de straten, terwijl ze harde oosterse muziek draaiden en de Serviërs uitscholden. Prompt werd hun auto beschoten, waarbij twee doden vielen. (…) Vervolgens richtten Serviërs en moslims elk gewapende patrouilles op, ter bescherming van hun eigen dorpen en buurten. Zo begon het overal.”

Als de omstandigheden rijp zijn, en die zijn nu door dom-links, het kamp van Mak, het kamp der narcistische zelfmanifestanten (“kijk mij eens een goed mens zijn”) inderdaad rijp gemaakt in West-Europa, dan  zijn maar kleine groepjes fanatieke gekken nodig om iets groots in gang te zetten.

Screenshot_4Irshid Manji

Mak citeert  uit het boek “The Trouble with Islam” van Irshid Manji. Deze vrouw kwam als kind aan in Canada en leerde intens te houden van de westerse cultuur, die haar vrijheid en middelen gaf om kritiek te oefenen op de  verstikkende huichelachtigheid en achterlijkheid – Manji’s eigen woorden! –  die de islam zelfs in een liberale stad als Toronto wist te produceren. Haar ouders waren in 1972 uit Congo gevlucht toen Idi Amin onder de slogan “Afrika voor de Zwarten” alle bruinhuidigen, waaronder veel ooit door de Engelsen geïmporteerde moslims, wegjoeg. Irshad Manji schrijft:

“In het algemeen behandelden de moslims van Oost-Afrika zwarten als slaven. Ik kan me herinneren dat mijn vader Tomassi, onze bediende, zo hard sloeg dat er glanzende builen op zijn pikzwarte ledematen kwamen. Hoewel mijn twee zussen, mijn moeder en ik van Tomassi hielden, zouden wij ook een pak slaag krijgen als mijn vader ons erop betrapte dat we zijn wonden verzorgden. Ik wist dat dit niet alleen bij mij thuis, maar in veel moslimhuishoudens gebeurde, en de slavernij bleef lang nadat mijn familie was vertrokken bestaan. Daarom maakte ik als tiener geen gebruik van de gelegenheid om familie in Oost-Afrika te bezoeken. ‘Als ik met je meega’, waarschuwde ik mijn moeder, ‘weet je dat ik je dikke ooms en tantes zal vragen waarom ze hun bedienden in feite behandelen als slaven.’ (…) En zeg alsjeblieft niet tegen me dat we de koloniale wreedheid van de Britten hadden geleerd, want dat roept de vraag op: waarom leerden we dan ook niet om plaats te maken voor zwarte ondernemers, zoals de Britten plaats voor ons hadden gemaakt?”

Citeert Mak deze miljoenste aanwijzing voor de tederheid van moslimculturen? Natuurlijk niet! Mak kiest voor een onbeduidend sub-thema uit het boek van Irshad Manji en vermeldt dat ze ergens zegt: “Ook het secularisme kan dweperig zijn, missionair – durf ik het te zeggen – religieus.” En zo komt hij dan uit bij een favoriet thema van hem: Verlichtings-fundamentalisme. Ik zal proberen dat gezever in het onderstaande voorgoed van de politiek-correcte mondjes te vegen.

Screenshot_5Karen Armstrong

Mak roept Karen Armstrong aan. Inmiddels is Armstrong van een aantal zijden aan de kaak gesteld als een dweepster, met name door Piet Winnubst en Hans Jansen. Maar Mak vindt haar “een van de grote denkers over de verhouding tussen islam en moderniteit” en concludeert dat we leven in tijden van “paradigmaverschuiving” waarin religie de overhand krijgt over de Rede. “Dat gebeurt bij christenen en moslims, maar ook bij ons, kinderen van de verlichting. Ook hier kan overtuiging omslaan in fundamentalisme”, zegt Mak.

Natuurlijk heeft Irshad Manji gelijk dat aanhangers van de Rede in de geschiedenis wel zijn doorgeslagen, maar in de Westerse historiografie en filosofie van na WO II is toch één trend wel heel duidelijk: een bewustzijn van het Jacobijnse gevaar in rationalisme, wat leidde tot het inzicht (H. Stuart Hughes) dat een werkelijk rationeel mens het irrationele incalculeert. Dat is in feite wat impliciet altijd al gebeurde. Wie, Jacques Derrida indachtig, de “paradigma’s” van rationalistische dan wel irrationalistische fenomenen en  periodes gaat ”deconstrueren”, zal altijd genoeg van beiden vinden. “De Verlichting” bestaat niet als zodanig, maar is een categorie die uitnodigt tot discussie.

Bij Mak heeft dit gezeur over “Verlichtings-fundamentalisme” de functie om critici van de multi-cul af te schilderen als anti-religieuze fanatici die geen oog hebben voor de mooie kanten van godsdienst in het algemeen en de islam in het bijzonder. Dreigend schrijft Mak: “Er zal, op  het gebied van ethiek en moraal een inhaalslag gemaakt moeten worden, juist en vooral binnen seculiere groeperingen.”

Nogmaals: misschien mag het verwijt van “Verlichtings-fundamentalisme” eens omgedraaid worden: want ook in het aangezicht van de al decennia aanzwellende stroom bewijs van het tegendeel, blijven de multi-culs geloven dat je honderdduizenden Berbers uit de Rif en Turkse boeren uit Anatolië in achterstandwijken van Nederlandse steden kunt plempen en dat ze na verloop van tijd vanzelf hun primitieve islam loslaten en fijne, redelijke burgers van dit land worden die de fundamentele waarden van onze Verlichte maatschappij delen. Zou dát misschien voortaan naïef Verlichtings-fundamentalisme mogen heten?

Mak eindigt zijn NRC-stuk met een waarlijk apocalyptische tirade tegen . . . . ja, tegen wie eigenlijk? Ik zou zeggen: tegen diegenen die terecht, zoals Paul Cliteur, aan Pim Fortuyn postuum de Voltaireprijs zouden willen toekennen. “Angstgevoelens kunnen worden opgeklopt” zegt de man die een aanslag op vier treinen op Utrecht-Centraal een reële mogelijkheid vindt. Die gevoelens kunnen worden “geëxploiteerd”? Door wie? Door “demagogen en politici”. Dat zullen toch Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali toch wel wezen? Wie anders? U weet wel, die twee geilers op de status die doodsbedreiging en permanente bewaking opleveren. En die bedreiging hebben ze te danken – het schijnt almaar niet door te dringen bij types als Mak – aan het feit dat ze doodnormale en fatsoenlijke  kritiek hebben op de islam. Onze angst wordt zo een “self-fulfilling prophecy” schrijft Mak. Daarin zit dan opnieuw dat niet aflatende gezanik: het Westen doet het zelf, eigen schuld, dikke bult.

En kijk eens even wat je in Nederland allemaal over de Nederlandse cultuur mag schrijven. De heer Geert Mak:

Zo kunnen zelfs wij, nuchtere Nederlanders, terechtkomen in een gesloten, xenofobe fantasiewereld, waarin onze hufterigheid en onze onkunde over heden en verleden als norm worden gesteld, waarin degenen die niet in de angstpsychose meehollen als “vijfde colonne” worden aangeduid, waarin discriminatie en racisme tot nieuw grondwaarden worden verheven.”

Wat dat “wij nuchtere Nederlanders” hier doet is een raadsel. Op de hysterische Mak zelf kan het niet slaan. Op de minderwaardige, paranoïde en racistische Hollanders die hij beschrijft ook niet. De mensen in de “probleem-accumulatiegebieden” nu al decennia onder Überfremdung door een gesloten, norse, vijandig en criminele cultuur staan, namelijk de islam, zijn als extraatje door grachtengordeldieren als Mak voor racist uitgemaakt.Nu doet Mak daar nog een fascistisch schepje bovenop. Godsdienst is mooi en de islam ook! Stomme verlichtingsfundamentalisten!Immigratie is onvermijdelijk! Dat Theo van Gogh is vermoord is jullie en zijn eigen schuld! Bek houden, Hollandse racisten!

Aan mijn mede-Hollanders, verweesd kijkend naar wat er is overgebleven van wat eens was, aan hen die al decennia niet meer zijn toegekomen aan de nuances van wat eigenlijk ooit onze cultuur was, geef ik het slotverwijt van Geert Mak nog even mee:“Wij, Nederlanders, kunnen ons het navelstaren niet meer permitteren.

Navelstaren!?!? Godsamme!!!!  Naar hoeveel door moslimterreur veroorzaakt bloed op het tv-scherm heb ik inmiddels zitten staren?  Nog elke dag zakken die torens in mijn geest langzaam in elkaar. Er zijn hele periodes geweest waarin ik vijf keer per dag naar het NOS-journaal keek om bij te houden waar de islam nu weer had toegeslagen. De uren van verslagenheid, verdriet, ergernis en woede die ik mediterend over de allochtone medehumanist heb gespendeerd zijn niet te tellen. De domme kranten-artikelen met multicul die me op de grens van een hartaanval brachten: hoeveel heb ik er gelezen? Navelstaren? Laatst heb ik nog eens zitten staren naar de van haat druipende koppen van die twee baardmannen die in “Rondom Tien” Ayaan Hirsi Ali met blikken probeerden te doden. Het waren Mohammed Cheppih en Ali Eddaoudi. Ik herinner me een stuk van Loes de Fauwe in het Parool indertijd, die dezelfde uitzending zag en ook geschokt bleek door de openlijke haat die van die gezichten droop, haat jegens een vrouw die doodgewone humanitaire waarden zat te verdedigen.

Screenshot_6Mohammed Cheppih, zonder bril en in vol ornaat

Screenshot_7
Ali Eddaoudi

Nog één keer: “Wij, Nederlanders, kunnen ons het navelstaren niet meer permitteren.

En toen kwam de apotheose. Na de vergelijking tussen de propaganda van Goebbels en “Submission” eerst gemaakt te hebben in een gesprek op tv met Felix Rottenberg, schreef  Mak in zijn pamflet  ”Gedoemd tot kwetsbaarheid”:

“Zonder dat de makers dat waarschijnlijk beseften, hanteerden ze, bijvoorbeeld, hetzelfde schema dat Joseph Goebbels in 1940 toepaste in zijn beruchte film Der Ewige Jude: het tonen van weerzinwekkende beelden van het Jodendom, met daarnaast – in dit geval ook nog gefingeerde – citaten uit de talmoed. Met de excessen van een handvol figuren kunnen zo in één klap alle aanhangers van een religie te kijk worden gezet. Het is en blijft een simpele propagandatruc.” [mijn vet]

Tussen neus en lippen vermeldt Mak dat het in de film van Goebbels om verzonnen citaten gaat. Maar dat is natuurlijk essentieel: de citaten uit de Koran, waarin de man gelegitimeerd wordt zijn vrouw te onderdrukken en te slaan zijn authentiek. Verder was Goebbels film een oproep tot massamoord op onschuldigen, terwijl Submission een smeekbede is op te houden met het mishandelen van de slachtoffers. Goebbels toont de Joden als ratten, Submission toont vrouwen als gewonde en gekwelde mensen. Goebbels heeft het over een ras, Submission heeft het over een religie/ideologie. Mishandeling van vrouwen in naam van de islam is bovendien geen weinig voorkomend “exces” zoals Mak beweert, maar typisch voor de reëel bestaande islam overal ter wereld.

Screenshot_8Hafid Bouazza

Het enige waarin de integratie tussen islamieten en Nederlanders is geslaagd”, schrijft Hafid Bouazza,  “is de gemeenschappelijke afkeer van de Nederlandse taal en cultuur.” (Volkskrant, 17-10-2003)

Zou dat nou overdreven zijn? Mak beschrijft zijn op zich terechte afkeer van een commerciële kerstboom op de Dam, maar koppelt daaraan een haatverklaring jegens Nederland:

”In het Nederland van 2004 was zelfs deze nationale boom uitgehoerd aan de meest biedende. Alles was hier te koop. Ik stond er een poosje naar te kijken. De leegte galmde je tegemoet. De bestuurlijke leegte, waarvan deze verkwanseling van de publieke ruimte de zoveelste uiting was. Maar ook de leegte aan cultuur, traditie, innerlijke waarde. Het volkomen gebrek aan trots. Je zou bijna moslim worden.” (Gedoemd etc. p. 56)

Ja, zou ik Mak willen meegeven, en rot meteen maar op naar Pakistan met “Allah en Eva” van Betsy Udink onder je arm. En steek bij het weggaan deze in je zak, van Hafid Bouazza:

“De Frans-Algerijnse Samira Belil schrijft in haar boek ´Ontsnapt uit de hel´ over de groepsverkrachting die ze als 14-jarige in de Parijse banlieue heeft ondergaan. Ik heb haar hier minder vaak op de tv gezien dan Abu Jahjah, de Belgische macho met zijn gebral en gebalde vuist. (…) Intussen discussiëren wij over de toelaatbaarheid van de chador.  Empathie ligt aan de basis van elke moraal. Maar de islam in Nederland is verpolitiseerd, heeft niks spiritueels meer. Beschouw je islamieten als Nederlandse burgers, dan moet je niet zeggen ’Ach, dat is hun cultuur, daar moeten wij begrip voor hebben’, want dan sluit je je ogen voor slachtoffers van die visie, die binnen die gemeenschap niet aan het woord komen.”

___________________________________
Link naar dit stuk bij E. J. Bron

Advertenties