Nourdin el Ouali

Nourdin el Ouali, mét de heilig-verontwaardigde gelijkhebblik van het slachtoffer

De antisemieten zijn weer op pad en de leus luidt net als in de jaren 1930 in de Weimar-republiek: “Kauft nicht bei Juden.” Ik heb er hier eergisteren al over geschreven. Net als nu berustte ook toen de demonisering van de Joden op leugens. De huidige antisemitische rotzakken zijn alleen ietsje voorzichtiger geworden en doen net alsof ze alleen maar iets hebben tegen Israël.  Wie de moeite neemt de radio-discussie tussen Nourdin el Ouali (NIDA) en Kees van der Staaij (SGP) te volgen (hier) kan kennis nemen van het voor mij nieuwe smoesje dat Nourdin el Ouali graag álle bezettingen ter wereld  aangeklaagd zou zien. Louter toeval dus dat hij toch weer die ene “bezetting” door Israël op de korrel neemt. En mijnheer Ouali heeft het ook steeds over de Verenigde Naties en het “internationaal recht” dat aan zijn kant zou staan. Zullen we die twee enorme leugens waaraan dat hele boycotverhaal van Ouali en NIDA en DOCP is opgehangen maar weer eens aan de kaak stellen?

1) Er is geen sprake van een bezetting door Israël.  

Wazeggu!? Ja, dat hoort u goed: ER IS GEEN BEZETTING!!! Al rolt het leugenwoord al decennia nóg zo routineus uit de domme leugenbekken van journalisten en politici overal ter wereld, inclusief die van pseudo-linkse Israëli’s. De mega-leugen is aan de kaak gesteld door eminente deskundigen zoals Efraim Karsh in zijn essay “What Occupation?”, in het hoorcollege van Eugene Kontorovich “The Legal Case for Israel” en in de tractaten van Eli E. Hertz.

Maar ik zal het voor de zeventachtigmiljoenmiljardste keer óók nog maar eens zo kort mogelijk uitleggen.

Bij het verdrag van 1922 van San Remo werd een gebied dat het huidige Israël, de huidige “West-bank” en het huidige Jordanië omvatte aangewezen als vestigings gebied voor de Joden met als voorwaarde dat de Joden geen inbreuk zouden maken op de rechten van de daar wonende Arabieren. Dat hebben de Joden ook nooit gedaan en al het geweld is vanaf 1920 begonnen en vol gehouden door de Arabieren onder leiding van Amin al-Husseini, de Mufti van Jeruzalem. Door al dat Arabische geweld bleek een . . . . eh . . . . multiculturele samenleving niet mogelijk en kwam er in 1937 het Peel-verdelingsplan. Dat werd door de Joden aanvaard en door de Arabieren verworpen. Dit was de eerste van het tiental grote kansen die de “Palestijnen” op een eigen staat hebben gehad en die ze allemaal bewust hebben laten lopen, omdat het de Palmaffia’s helemaal niet gaat om een eigen staat, maar om het uitroeien van de Joden en het vernietigen van Israël.

In 1947 was er opnieuw een verdelingsplan van de Verenigde Naties, die toen nog niet beheerst werden door de OIC en dus als een redelijk fatsoenlijke club konden gelden. Ook dat 1947-plan werd door de Joden aanvaard en door de Arabieren afgewezen, die in plaats daarvan met vijf Arabische legers de in mei 1948 uitgeroepen staat Israël binnen vielen.

Israël hield stand en de oorlog van 1948 bepaalde waar de bestandslijnen – géén grenzen! – kwamen te liggen. Jordanië bleef een flink gebied ten Westen van de Jordaan illegaal – want na een aanvalsoorlog! – bezet houden. Dat gebied was Samaria-Judea en de Palmaffiapropaganda heeft ons inmiddels geleerd dat gebied “de Westbank” te noemen.

Wat we tot nu toe vast moeten houden is dus: Arabieren beginnen het geweld, weigeren elk compromis en bezetten illegaal Samaria-Judea.

Vervolgens vielen in 1967 de Arabieren Israël opnieuw aan en Israël won opnieuw. Het verlegde de bestandslijnen nu tot aan de rivier de Jordaan, dus precies inclusief het gebied, Samaria-Judea, waarop de Joden volgens San Remo 1922 nog steeds het recht hadden te wonen. De geheime stukken die inzicht geven in de meningsverschillen en de verwarring die bestonden in de politieke en militaire top van Israël zijn pas in 2012 vrijgegeven, maar de interpretatie van die stukken verandert niet veel aan het beeld dat bij geïnformeerde mensen bestaat over de houding van Israël: verregaande bereidheid tot concessies.

Het kwam er tenslotte op neer dat Israël bereid was nagenoeg dat hele gebied Samaria-Judea, vanwaar het nota bene zojuist voor de tweede keer (1948 en 1967) was aangevallen en waar volgens San Remo 1922 Joden nog steeds vestigingsrecht hadden, weer op te geven. Israël wenste alleen dat Jeruzalem een ongedeelde stad zou worden waarin onder Joodse controle alle bevolkingsgroepen hun rechten zouden hebben en in vrede zouden leven. Israël eiste verder 3% (!) van het veroverde Samaria-Judea te behouden, namelijk stukjes gebied die aanliggen tegen de bestandsgrenzen van 1967 en wel daar aar Israël zó smal is dat je bij wijze van spreken vanaf die bestandsgrens een steen naar Tel Aviv kunt gooien. Maar de Arabische staten, in vergadering bij elkaar in Khartoum in september 1967 besloten tot de beruchte drie keer nee: geen onderhandelingen met Israël, geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël. Dus alle vergaande coulance en compromisbereidheid van Israël waren vergeefs en Israël werd GEDWONGEN het bestuur van Samaria-Judea op zich te nemen. En dat noem je dan “bezetting”!?

En de waanzin verdiept zich nog. Want in 1973 vallen de Arabieren Israël opnieuw aan. In deze Yom Kippoer-oorlog werd Samaria-Judea alléén daarom niet voor de derde keer als springplank gebruikt om Israël aan te vallen omdat koning Hoessein van Jordanië veel te bang was dat zijn eigen “Palestijnen” de chaos te baat zouden nemen om hem van de troon te stoten.

Daarmee niet genoeg. Israël bleef opnieuw overeind en de “kolonistenbeweging” ontstond, die heel gewoon gebruik maakte van zijn sinds 1922 bestaande recht om in Samaria-Judea te wonen, een recht dat versterkt was doordat in 1948 en in 1967 Israël vanuit Samaria-Judea was aangevallen en slechts “toevallig” niet ook nog een keer in 1973.

Wat nemen we hiervan mee? Dus 1) de Arabieren plegen vanaf 1920 terreur, 2) vallen Israël twee keer binnen vanuit Samaria-Judea, een gebied waar de Joden volkenrechtelijk vestigingsrecht hebben, 3) wijzen elk compromis af, 4) dwingen Israël, dat bereid is Samaria-Judea voor 96% weer op te geven, het bestuur ervan op zich te nemen en dat noem je dan: “bezetting”.

Dat is dus de perverse krankzinnigheid voorbij. En je kan het woord, zoals gezegd, elke dag in de hele wereld uit de domme leugenbekken van journalisten en politici horen rollen.

En we hebben het nu nog niet eens gehad over “Oslo 1993” en het “vredesproces” dat vanaf dag één door Yasser Arafat werd gesaboteerd. Hij en de rest van de Palmaffiosi intensiveerden direct na de ondertekening de haatpropaganda in de 96% van Samaria-Judea die onder het gezag van de Palestijnse Autoriteit kwamen en ze lieten er voor hun medemisdadigers in binnen- en buitenland geen twijfel over bestaan dat “Oslo” slechts voor de Bühne was en dat het einddoel onveranderlijk de vernietiging van Israël bleef.

Zullen we het nog eens samenvatten?

De Palestijnse Arabieren hebben dus al vanaf 1922 een staat in Jordanië (70% van het Mandaatgebied). Zelfs van die resterende 30% die toch wel voor de Joden had mogen zijn, hebben ze óók nog een stuk aangeboden gekregen: in 1937 (Peelplan) en in 1948 (VN). Daarna hebben ze aanbiedingen gehad die eigenlijk alsmaar genereuzer werden: in 1967 (Khartoem), 1993 (Oslo), 2000 (Camp David), 2001 (Taba), 2007 (Annapolis), 2008 (Olmert), 2011 (Netanyahu). In die vredesvoorstellen hadden de Palmaffia’s voor 98% hun zin kunnen krijgen, maar steeds duidelijker is gebleken dat de Palmaffia’s geen vrede willen, dat ze leven van terreur, corruptie en parasitisme, geen normale staat willen en kunnen runnen en alleen maar uit zijn op genocide op de Joden en de vernietiging van Israël, zoals inderdaad nog steeds in de beginselprogramma’s van Hamas en Fatah staat

2) De Verenigde Naties produceren helemaal geen “internationaal recht”.

In een artikel in de Jerusalem Post van 23 januari 2014 brengt  Caroline Glick een ode aan de premier van Canada, Stephen Harper, die zich van de laffe boycot-consensus rond Israël van nagenoeg de hele internationale mainstream-wereld niks aantrekt. Hij sprak openlijk zijn sympathie uit voor Israël en trok zich weinig aan van eventuele chicanes van Arabisch geboefte.

Glick schrijft:

 “( . . .) jarenlang is de valse Arabische claim dat de Israëlische gemeenschappen buiten de wapenstilstandslijnen van 1949 illegaal zijn onaangevochten gebleven. Maar de vorige week heeft de Australische minister van Buitenlandse Zaken, Julia Bishop, een bom laten vallen, toen zij in een interview met de Times of Israel brak met de consenus van leugenachtigheid en zei: ‘Ik zou wel eens willen zien welke internationale wet ze [de nederzettingen] illegaal heeft verklaard.’

Dit is inderdaad een doorbraakje. Tot nu toe waren het wereldwijd slechts enkele echte deskundigen met een normaal moreel besef, die het leugencircus van “bezette gebieden” en “internationaal recht” aan de kaak stelden: bijvoorbeeld de Nederlander Matthijs de Blois, wiens werk de basis vormt voor dit artikel van Roelf-Jan Wentholt, en de Israëliër Eugene Kontorovich, van wiens analyse van het internationaal recht m.b.t. Israël ik eerder een samenvatting heb gepubliceerd, die ik hier maar eens herhaal:

Je hoort altijd dat Israël volgens ‘het internationale recht’ niet aanwezig mag zijn op ‘de Westbank’ en op de Golan-hoogte. Maar wie maakt dat ‘internationale recht’. Wie is de internationale wetgever? Die is er niet. Het zijn voorál niet de Verenigde Naties. Volgens hun eigen Charter zijn ze dat niet. Er bestáát geen internationale wetgever. Wat de instanties van de VN vertellen heeft niet méér status dan een advies, een mening. Er zijn twee bronnen van echt en legitiem internationaal recht. Ten eerste: een verdrag (treaty) tussen landen. Ten tweede: de gewoonte (custom). Wanneer landen de gewoonte hebben iets te doen en ze vinden dat in onderling overleg best okay, dan wordt dat een gewoonterecht (customary rule). Wat is de overeenkomst tussen dat verdragsrecht en dat gewoonterecht? Dat het gebeurt tussen landen. Dat is het criterium. Alleen landen kunnen vrijwillig onderling besluiten zich aan een regel te houden. De Algemene Vergadering van de VN heeft een heleboel resoluties aangenomen waarin handelingen van Israël illegaal werden verklaard. Zelfs het bestaan van Israël is door die Algemene Vergadering illegaal verklaard. Dat is een mening. En bovendien een mening van een vergadering van overwegend misdadigerstaten. Ook het “Internationaal Gerechtshof” is geen producent van internationaal recht en maakt slechts opinies kenbaar. Dat staat in hun eigen Charter. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de met weinig analyse onderbouwde uitspraak van het Gerechtshof dat ‘de Muur’ (de barrière tussen Israël en de Westbank) illegaal is. Waar kunnen wel internationaal bindende rechtsregels vandaan komen? Alleen de Veiligheidsraad van de VN kan onder bepaalde omstandigheden internationaal bindende rechtsregels opleggen met sancties, maar alleen onder bepaalde omstandigheden. En dat kan alleen omdat de volken van de wereld dat overeengekomen zijn en zulks in het Charter van de Veiligheidsraad staat. Overigens: alléén besluiten gebaseerd op artikel 39 hoofdstuk VII van het Veilgheidsraad-Charter (“Peace-enforcement” ) zijn bindend. Dan kan een land inderdaad te maken krijgen met een militaire interventie op gezag van de Veiligheidsraad.  Maarrrrr . . . . . . . let goed op! Geen enkele resolutie van de Veiligheidsraad ter zake van Israël is gebaseerd op dit artikel 39 van hoofdstuk VII. Ook resolutie 242 niet.

Kijk. We hebben het wéér uitgelegd. Tevergeefs, want linksen en moslims zijn feitenresistent en willen ook ueberhaupt geen argumenten horen die hen van hun lekkere Jodenhaat zouden beroven. En dan heb je nog arrogante domkoppen als “Zentgraaff” van GeenStijl die gewoon te lamlendig zijn om iets serieus’ te lezen.

________________

Advertenties