LAATSTE UPDATE: 18 oktober 2020

NABLUS ROAD PICTURE

Onderstaande “Korte geschiedenis van Israël” is voor het eerst gepubliceerd in februari 2012. Gaandeweg heb ik tot mijn eigen verbazing gemerkt dat het misschien wel de beste en meest beknopte inleiding-op-Israël is die er in het Nederlands bestaat. Wie dit gelezen en werkelijk begrepen heeft, kan zich voegen bij degenen die in verbijstering leven over het totale gebrek aan werkelijke kennis in media, politiek en onderwijs inzake die geschiedenis .

De tekst valt natuurlijk altijd te verbeteren en de geschiedenis staat ook niet stil. Vandaar de titel: “Werk in Uitvoering”. Mede-auteur Roelf-Jan Wentholt heeft na de “oerpublicatie” door omstandigheden moeten afhaken. De dagelijkse strijd zoals ik die voer tegen het duo Israëlhaat & islamofilie in de mainstream-media kunt u hier en hier en hier en hier en hier volgen. (MARTIEN PENNINGS)

INHOUD:

1) De historische en morele rechten van de Joden in Palestina: dé-kolonisatie en humanisering door de Joden vanaf 1890
2) De historische en morele rechten van de Joden in Palestina werden geformaliseerd in San Remo: 1920 – 1922
3) De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina zijn versterkt door het oorlogsrecht:
a) 1920-1945
b) 1945–1948
c) 1948–1973
d) 1973–heden
4) De Verenigde Naties, Israël en het Internationale Recht
5) De laatste ontwikkelingen onder president Trump
a) Copernicaanse wending
b) Inhoud van het plan
c) Internationaalrechtelijke beren op de weg voor plan Trump?
d) Verschil met politiek Obama
e) Twee keer uitstel van uitvoering van het plan Trump
f) De onveranderlijkheid van NPO en Palmaffia’s
g) Lichtpuntje: meer literatuur die op zoek is naar waarheid

6) Samenvatting

___________________________________

ISRAEL ZWARTWITKAARTJE001

EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN ISRAËL

(Door Martien Pennings en Roelf-Jan Wentholt)

1) De historische en morele rechten van de Joden in Palestina: dékolonisatie en humanisering door de Joden vanaf 1890

Er waren vier factoren waardoor Joden vanaf 1890 vanuit Europa opnieuw naar Palestina begonnen te trekken. Ten eerste waren dat de pogroms in Europa. Dan ten tweede het antwoord daarop: de ontwikkeling van het Zionisme. De derde factor was de steeds verdergaande verzwakking van het gezag over Palestina onder het corrupte Ottomaanse bestuur. En ten vierde het veel te rooskleurige beeld dat in Joodse kringen toen bestond over de aard van de islam.

De landstreek Palestina zuchtte vanaf het jaar 638 voortdurend onder islamitische bezetters. Dat was een bloedige en wrede onderdrukking. Het islamitisch bestuur was zo beroerd dat de streek tot steeds diepere armoede verviel. Wie in staat was te vertrekken ging weg. Het was een zeer langdurige en wrede kolonisatie die pas beëindigd werd door de Britse overwinning op de Ottomanen in 1918.

Men moet de trek van Joden naar Palestina dus zien als een daad van dékolonisatie na 1300 jaar islamitische bezetting. Wil men het per se zien als kólonisatie, dan was het toch een uiterst humane kolonisatie, eigenlijk een vorm van ontwikkelingshulp. Want Palestina was in 1890 een nagenoeg ontvolkt en desolaat gebied, door verwaarlozing vervallen tot een streek van woeste gronden, moerassen en tot op de rotsgrond geërodeerde heuveltoppen. De Joden brachten in Palestina vanaf 1890 een ongekende welvaart op gang. Door een geweldige krachtsinspanning van de Joden werden armoede en stagnatie overwonnen. Het gewetenloze irrationalisme van de islam dat altijd en overal de vorm aanneemt van maffioos, feodaal bestuur, werd, waar de joden bestuurden, verdrongen door de Joodse cultuur van redelijkheid en rechtvaardigheid.

Kijk bijvoorbeeld eens naar onderstaand gedeelte uit de Weizmann-Faisal overeenkomst van 1919, die maar een heel kort leven was beschoren, maar besef wat er had kunnen gebeuren als de Arabieren niet in de islamistische Ungeist hadden gehandeld van Amin al Husseini, de moefti van Jeruzalem – (over hem verderop heel veel meer!) – maar in de geest van dit document. Ik zeg bewust niet “in de geest van emir Faisal”, want over de oprechtheid van zijn intenties bestaan forse twijfels.

WEIZMANN FAISAL AGREEMENT 1919

De welvaart en dynamiek die de Joden brachten, trok Arabieren uit de hele regio aan. Er ontstond dus een minstens zo grote migrantenstroom van Arabieren als van Joden. Met andere woorden: die Arabieren waren net zo hard nieuwkomers als de Joden. Daarom is het idee dat de “Palestijnse vluchtelingen” de echte, authentieke oerbewoners zouden zijn van Palestina, niets dan kwaadaardige propaganda. Nog afgezien van de aanwezigheid van de Joden in Palestina gedurende millennia.

(Tussen haakje en vooruitlopend op de geschiedenis: datzelfde verschijnsel deed zich overigens nóg een keer voor na Israëls overwinning in juni 1967 in de door de Arabieren begonnen Zesdaagse Oorlog. Israël werd toen, door de weigering van de Arabieren om ueberhaupt te onderhandelen – het drie keer nee van Khartoem – gedwongen het bestuur van Samaria-Judea, aka “de Westbank”, op zich te nemen. Vrijwel meteen ontstond er meer welvaart en dynamiek, waardoor Arabieren uit vooral Jordanië naar “de bezette gebieden” trokken. Dat was mogelijk door het “open bruggen beleid” richting Jordanië dat Israël aanvankelijk voerde en dat mogelijk bleef zolang de Palmaffia’s nog geen greep hadden kunnen krijgen op de bevolking en Israël overal het bewind voerde.)

2) De historische en morele rechten van de Joden in Palestina werden geformaliseerd in San Remo: 1920 – 1922

De Ottomanen kiezen in 1914 uit overwegingen van roofzucht, nationalisme en islamisme in de Eerste Wereldoorlog partij voor Duitsland/Oostenrijk Hongarije. Palestina wordt door de Engelse overwinning op de Ottomanen bevrijd. Wat nu te doen met dit land? Deze vraag wordt beantwoord door de dan net opgerichte Volkenbond. In de conferentie van San Remo (1920-1922) wordt aan de Britten de opdracht verstrekt om in Palestina een Joods nationaal tehuis te stichten. Palestina besloeg toen het gebied van het huidige Israël plus Samaria-Judea plus Gaza plus de Golan-hoogte plus het hele gebied dat nu Jordanië heet (en indertijd Trans-Jordanië). De Britten voerden het bestuur over dit gebied in naam van de Volkenbond.

MANDAATGEBIED PALESTINA 2

Vanaf die tijd spreekt men van het Britse Mandaat. Er wordt door Israëlhaters wel eens gezegd dat die Volkenbond een club van koloniale imperialisten was, die toevallig WO I had gewonnen, maar het was op dat moment het fatsoenlijkste wat de wereld te bieden had en in elk geval een stuk fatsoenlijker dan de huidige Verenigde Naties die sinds de jaren 1970 steeds meer in een club van misdadiger-staten is veranderd en inmiddels een speelbal is geworden van een hechte maffia van 57 islamitische staten, verenigd in de OIC, de Organisation of the Islamic Cooperation. Israelhaters kennen met hetzelfde gemak als waarmee zij het gezag en de wettigheid van de Volkenbond verwerpen, een geweldig moreel gezag toe aan de door de OIC overheerste Algemene Vergadering van de VN. Geestelijke lenigheid kan je hen niet ontzeggen.

De Volkenbond was direct na de Eerste Wereldoorlog dus het humaanste en legitiemste dat de wereld op dat moment te bieden had. En onder supervisie van die Volkenbond kwamen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog bij elkaar in het Italiaanse San Remo van 1920 tot 1922. Daar moest een manier gevonden worden om de chaos te beheren die het Ottomaanse Rijk was geworden. President Woodrow Wilson van Amerika heeft misschien te weinig invloed op de conferentie van San Remo kunnen uitoefenen, maar zijn slogan voor die bijeenkomst was “Make the world safe for Democracy”. Dat tekent de geest waarin met de erfenis van de Ottomaanse Turken werd omgegaan. De Conferentie van San Remo besloot dat er zogenaamde Mandaat-gebieden zouden komen. “Mandaat”, het woord zegt het al: er werd gezag verleend maar ook een opdracht. De Fransen kregen als Mandaatgebieden Syrië en Libanon. De Engelsen kregen – als gezegd – Palestina (inclusief Jordanië) als mandaatgebied. Ook Irak werd Engels Mandaatgebied.

De opdracht aan de Engelsen was heel duidelijk: de stichting van een Joods nationaal tehuis realiseren. Waarbij expliciet werd gesteld dat dit tehuis ook Joden van buiten het gebied welkom moest heten. In het mandaat wordt een voorwaarde gesteld en die luidt dat de rechten van de al aanwezige bevolking in acht moeten worden genomen. Dat is ook gebeurd: wat door Joden aan land werd verworven, werd altijd dik betaald. Vóór 1948 werd geen enkele Arabier van zijn land verdeven en na 1948 alleen vanwege de oorlog die door de Arabische landen was begonnen. En dan bovendien nog slechts uit militaire overwegingen: de optrekkende Joodse troepen konden geen vijandige bevolking in hun rug achterlaten.

Een van de eerste daden van de Engelsen was om 70% van het gebied ontoegankelijk te maken voor de Joden door het weg te geven aan ene koning Abdullah. Deze Abdullah was door de zogenaamde Wahabitische revolutie, die in Saoedi-Arabië het huis van de Saoeds aan de macht had gebracht, zijn functie van beheerder van de Kaaba in Mekka kwijt geraakt. Diezelfde Abdullah had, tegen forse betaling, de Engelsen af en toe geholpen tegen de Ottomanen en de Engelsen vonden dat deze feodale roverhoofdman met een enorm gebied beloond moest worden. Hij kreeg dus 70% van het Mandaatgebied, dat wil zeggen het tegenwoordige Jordanië. Er vallen hier dus alvast twee dingen op te merken: dat de Joden meteen zéér fors benadeeld werden, maar ook dat Samaria-Judea (“de Westbank”), en Gaza en de Golan-hoogte tot het vestigingsgebied van de Joden bleven behoren volgens het verdrag van San Remo.

Dit is inzake Israël het belangrijkste feit: tot op de dag van vandaag geldt het Verdrag van San Remo van 1920-22 nog steeds: de Joden zijn alleen al vanwege San Remo honderd procent gerechtigd zich te vestigen in dat gebied, waarin de Joden al millennia woonden, dat al die tijd Samaria & Judea heette en door de linkse collaboratie-propaganda nu bekend staat als “Westbank”. Het was zeer terecht dat San Remo de Joden rechten gaf in Palestina. Ten eerste omdat de Joden al sinds mensenheugenis in het gebied woonden (waar je maar een gat graaft vind je de archeologisch bewijzen van die aanwezigheid) en ten tweede omdat de Joden sinds 1890 met succes een humane samenleving bouwden die alle bewoners, dus ook de Arabieren, zeer ten goede kwam. Er werd absoluut niemand benadeeld door de komst van de Joden. Behalve een kleine groep feodale Arabische heersers die niet meer naar hartelust konden uitbuiten en onderdrukken zoals men dat in alle islamitische streken tot op heden pleegt te doen. Die feodale heersers kregen trouwens dat hele grote Jordanië toegestopt. Die streek hebben ze ook inderdaad, zoals dat altijd gaat in de islam als er geen olie is, tot doffe armoede en ellende geleid.

ISRAEL ZWARTWITKAARTJE 2002

3) De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina zijn versterkt door het oorlogsrecht:

a) 1920-1945

De misdaden, de moordpartijen die de Arabieren ondernemen, versterken al vanaf de jaren twintig de toch al moreel en juridisch on-aanvechtbare positie van de Joden in Palestina. De terreur tegen de Joden in Palestina, uitgevoerd door een kleine minderheid van Arabieren begon meteen in 1921. In dat jaar werd Amin el-Husseini door de Engelsen tot Moefti van Jeruzalem benoemd. De Moefti begon, op basis van de Koran (het woord van Allah zelf) en de Soenna (het voorbeeld van de Profeet Mohammed), haat tegen de Joden te prediken. Hoe zwaar de Joodse historici die in de 19e eeuw in de mode waren zich hadden vergist in de islam, bleek dus direct met het aantreden van Husseini, dat was iemand die wél wist wat de bronnen van de islam betekenden en daarnaar ook wenste te handelen.

(Wie overigens en tussen haakjes van de in deze paragraaf behandelde  periode een meer gedetailleerd verslag wil hebben, moet naar mijn opstel “Palestina 1920-1940: de moefti, de nazi’s en de Joden“.)

De aanstelling van de Moefti is misschien wel de grootste inschattingsfout van de Engelsen geweest, want deze Husseini begon met Koran en Soenna in de hand een Jihadistische terreur-campagne niet alleen tegen de Joden, maar ook tegen die Arabieren die samenwerkten met de Joden, dus tegen die Palestijnse Arabieren die inzagen dat de Joden niet alleen welvaart brachten, maar ook een een bevrijding van de achterlijke feodale structuren in Palestina.

Het is lang een raadsel geweest waarom Herbert Samuel – (Britse hoge commissaris in Palestina, Joods en pro-zionistisch) – op 10 mei 1921 al-Husseini, die nog geen 25 jaar was, benoemde tot grootmoefti van Jeruzalem, waardoor hij de hoogste geestelijke leider werd. Inmiddels is dat raadsel minder groot: toen al-Husseini inzag dat het pan-islamisme van de Ottomanen kansloos was en dat Turkije de oorlog ging verliezen, koos hij al vanaf 1917 de kant van het Arabische nationalisme dat door de Engelsen gesteund werd om de Ottomanen te ondermijnen. In dat kader werkte al-Husseini als een spion voor de Engelsen!

Wat wél raadselachtig blijft:  Samuel heeft blijkbaar een paar zwaar wegende feiten weggewuifd bij de keuze voor al-Husseini:  kort voor zijn benoeming was hij nog door een Britse militaire rechtbank veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens opruiïng tijdens de zogenaamde Nabi Musa-rellen van 4 april 1920 in Jeruzalem, ten gevolge waarvan een aantal Joden werd gedood. (Zie: Rubin en Schwanitz, pp 100-105; Engelstalige versie: pp 63-68)

Husseini is onmiddellijk na zijn benoeming in 1921 begonnen met de terreur en dan moet je dus denken aan een steeds dwingender opleggen van de sharia, het instellen van sharia-rechtbanken en aan het verkondigen van Jodenhaat als plicht van de moslim. Die terreur bestond voorts uit steeds meer moorden óp en geweld tégen Joden en zogenaamde “collaborateurs” uit eigen islamitische kring.

Om de terreur van de Moefti toch wat invulling te geven, want terreur en moord blijven tenslotte toch ook maar abstracties, geef ik twee citaten. Het eerste citaat ontleen ik aan Alan Dershowitz. Hij tekent in zijn “The Case for Israël” de volgende getuigenis op van de Engelse politiechef van Hebron over een door de Moefti ontketende pogrom in Hebron in 1929:

“Bij het horen van gegil in een kamer, ging ik door een soort van tunneldoorgang en zag een Arabier bezig met het afsnijden van het hoofd van een kind met een zwaard. Hij had het kind al getroffen en wilde opnieuw toeslaan, maar toen hij mij zag probeerde hij de slag op mij te richten, maar miste. Hij stond bijna tegen de loop van mijn geweer aan en ik schoot hem laag in zijn kruis. Achter hem bevond zich een Joodse vrouw gesmoord in bloed met een man die ik herkende als een [Arabische] politieagent genaamd Issa Sheriff uit Jaffa in Mufti. Hij stond boven de vrouw met een dolk in zijn hand. Hij zag me en snelde een aangrenzende kamer in en probeerde me buiten te sluiten, terwijl hij schreeuwde in het Arabisch: ‘Edelachtbare, ik ben een politieagent.’ Ik ging de kamer binnen en schoot hem neer.”

Het tweede citaat komt uit Arthur Koestler “Promise and Fulfillment: Palestine 1917- 1949”:

“( . . .) in elk geval begingen de Joden geen individuele daden van sadisme (. . .) Maar op andere plekken werden de lijken van Joden die in Arabische handen waren gevallen gecastreerd gevonden en met hun ogen uitgestoken. ( . . .) Voor ik Tel Aviv verliet heb ik de hand gelegd op een collectie foto’s die ik aan Alexis Ladas van de Commissie van de Verenigde Naties heb doorgegeven. Ze tonen grinnikende mannen in Arabische uniformen poserend voor de fotografen met hun bajonetten verzonken in een stapel naakte en verminkte lijken en dergelijke ( . . . ) ik vermeld dit onderwerp met tegenzin ( . . .) dit soort zaken is niet begonnen met de oorlog; vanaf de dag van de eerste Joodse nederzettingen, was een Jood als hij de langs de kant van de weg vermoord werd gevonden bijna altijd verminkt.”

KOESTLER ARABS MUTILATE IN PALESTINE

Die terreur is steeds grootschaliger geworden en een van de hoogtepunten heet dan in de geschiedschrijving eufemistisch “de grote Arabische Opstand”, die duurde van 1936 tot 1939. Deze terreur-opstand werd mede gefinancierd door Nazi Duitsland waarmee de Moefti, die inmiddels een leider is geworden met groot aanzien onder de Palestijnse Arabieren, nauw samenwerkt. De gelijkenis tussen de wijze waarop Hitler door terreur en geweld te gebruiken aan de macht kwam en hoe de Moefti dat deed, zijn treffend. Het is hetzelfde proces. De aanstelling van de Moefti is een poging geweest van de Engelsen de extreme krachten te paaien door hen deze belangrijke post te gunnen. Precies zoals Hitler door Duitse conservatieven werd gepaaid. Met precies dezelfde gevolgen. De Moefti kan zonder meer aanspraak maken op de titel: de Arabische Hitler. Hij zou er buitengewoon trots op zijn geweest, Hitler is in de Arabische wereld tot vandaag een zeer geliefde en bewonderde figuur. Dat is geen toeval en ook niet verbazend: Islam en Nazisme zijn nauw aan elkaar verwant, ze worden gekenmerkt door dezelfde soort tijdloze en universele misdadigheid.

In de periode van de opstand van ’36 – ‘39 krijgt de Moefti toch het idee dat de Engelsen hem gaan arresteren en in 1937 vlucht hij dan. Na omzwervingen via Libanon, Irak, Iran en fascistisch Italië slaagde hij er tenslotte in om op 6 november 1941 Nazi-Duitsland te bereiken. Hij was zeer welkom bij de Nazi’s die hem al goed kenden als toegewijde handlanger en medestrijder. Op 28 november heeft hij een gesprek met Hitler.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de Moefti een grote en waarschiJnlijk beslissende invloed heeft gehad invloed heeft gehad op het definitieve besluit van Hitler om alle Joden te vermoorden en dat te doen via een industriële vergassingsmethode. In mijn opstel met de titel “Gaf de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, de laatste stoot tot Adolf Hitlers Endlösung?” kunt u nalezen hoe dat in zijn werk is gegaan. Ik geef hier de korte en puntsgewijze samenvatting van het betoog in dat opstel:

MOEFTI SAMENVATTING BESLISSENDE STOOT HOLOCAUST (2)

Er bestaat een heleboel literatuur over die Moefti en als er één ding daaruit duidelijk wordt dan is het dat hij volledig gedreven werd door uitsluitend Jodenhaat. Alles wat hij deed, stond in het teken van zijn ene grote doel: zoveel mogelijk Joden vermoorden. Vanaf zijn aankomst in Nazi-Duitsland, waar hij ook Himmler en Eichmann ontmoette, werkte de Moefti vervolgens samen met de nazitop om op de Balkan, waar vanwege de eeuwenlange Turks-islamitische agressie veel moslims wonen, SS-moslim-divisies op te richten. Hij was erop gebrand gedurende de hele oorlog geen Joden te laten ontsnappen en is zonder enige twijfel verantwoordelijk voor duizenden Joodse doden, waaronder veel kinderen. U kunt dat nalezen in een degelijke academische studie van twee Duitsers, Klaus-Michael Mallmann en Martin Cüppers, “Halbmond und Hakenkreuz”. Dat boek is ook in het Engels vertaald onder de titel “Nazi Palestine”. Daarin staat een speciaal hoofdstuk over de Moefti en daarin wordt bewezen dat de Moefti meerdere malen zijn persoonlijke invloed bij bijvoorbeeld Eichmann heeft gebruikt om te voorkomen dat er Joden gered zouden worden. Er zou bijvoorbeeld eind 1942 door bemiddeling van het Rode Kruis aan Joodse kinderen uit Slowakije, Polen en Hongarije worden toegestaan om naar Palestina te emigreren in ruil voor het vrijlaten van Duitse gevangenen. De Moefti heeft dat persoonlijk voorkomen. Mallmann en Cüppers leggen zeer, zeer veel nadruk op dat feit dat die Moefti gedreven werd door Jodenhaat. Één enkel citaatje:

“Talloze notulen van vergaderingen, toespraken, memoranda, brieven en andere verklaringen getuigen ervan dat zijn haat voor de Joden de fundamentele impuls was die hem dreef.”

Vanaf 1942 organiseerde de Moefti in samenwerking met de nazi’s vanuit een voorstadje van Berlijn, Zeesen, radio-uitzendingen vol Jodenhaat, die in het hele Midden-Oosten in alle thee- en koffiehuizen uit de luidsprekers schalden. Als Rommel in de herfst van 1942 had kunnen doorstoten naar Egypte, zouden er mobiele vergassingsinstallaties, bestemd voor massamoord op de Joden in Palestina, die in de haven van Athene klaar stonden, naar Palestina zijn verscheept. (Mallmann en Cüppers, p. 146 in de Duitse en p. 126 in de Engelse versie) De Moefti dook na de oorlog weer op in Egypte en leidde van daaruit de haat- en terreurcampagne van de Arabieren tegen de Joden, die vanaf 1945 groeide naar een volslagen oorlog tussen de Joden en Arabieren.

De Moefti heeft gezegd dat de Jodenhaat-traditie van de islam geen enkele aanvulling nodig had vanuit het nazi-antisemitisme. Dat klopt. Mallmann en Cüppers wijzen er dan wel op dat er twee elementen van de nazistische Jodenhaatleer zouden zijn opgenomen in die van de islam, maar dat blijken bij nader beschouwing alleen wat afwijkende formuleringen voor wat in het islamitische antisemitisme al eeuwen leefde.

Ten eerste een soort van Darwinistisch biologisme. Mallmann en Cüppers citeren uitspraken van de Moefti die daarop wijzen en waarin hij de Joden vergelijkt met virussen en bacteriën. Anderzijds kan je zeggen dat dit biologisme eigenlijk al voorkwam in de islamitische Jodenhaat. Maar omdat de islam niet bekend staat om zijn natuur-wetenschappelijk onderzoek, hadden ze zich altijd moeten behelpen met een primitiever soort biologisme: “De Joden zijn onze honden!” zoals de moslims bij de pogroms in Jeruzalem in de jaren 1929 en 1930 uitriepen. Of zoals mijnheer Morsi, de president van Egypte, nu nog zegt: “De Joden zijn afstammelingen van apen en varkens.” Misschien moet je dat toch ook “Darwinistisch” noemen.

Het tweede element dat de moslims van de nazistische Jodenhaatleer overnamen was de gedachte dat de Joden dan wel biologisch inferieur waren, maar ook almachtig, dat ze dus achter de macht van zowel Amerika, als Rusland als Engeland zaten en verder achter elk complot ter wereld. Dus zoals de “Protocollen van de Wijzen van Zion” leren. Ook dat element is eigenlijk niet zo nieuw voor de islam, want de Joden zijn ook in de eigen traditie altijd afgeschilderd als slimme schurken met wie je moet oppassen.

De moefti had gelijk dat de islam weinig of geen aanvulling behoefde vanuit het nazisme. In elk geval hadden de islam en het nazisme de belangrijkste karakteristieken gemeen. Zoals hier boven al een keer is gezegd: dat is niet “a-historisch”, want het gaat om tijdloze haat-elementen die deel uitmaken van zowel islam als nazisme.

De islam, het Mohammedanisme, is puur nazistisch in de Jodenhaat, in de expansieve oorlogszucht compleet met Blut-und-Boden-Prinzip (grond die eenmaal islamitisch is geweest moet altijd islamitisch blijven), in het Führer-Prinzip (Mohammed, die misschien niet bestaan heeft, was volgens de islamitische mythologie een massamoordenaar, sluipmoordenaar, roofmoordenaar, slavenhaler en kinderverkrachten en geldt als dé voorbeeldige mens die nagevolgd móét worden), in het racisme tegen vrouwen, in de principiële gewelddadigheid, in de superioriteitswaan (Übermenschen-waan) die net als in het nazisme gepaard gaat met ziekelijke angst in de vorm van xenofobie, conspirisme (verslaving aan complotdenken) en slachtoffergedrag (rancunisme), dus het voortdurend wijzen naar de “vijand” als oorzaak van de eigen ellende.

b) 1945–1948

Aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden wist de Moefti na 1945 te ontsnappen naar Egypte. Daar gaf hij mede leiding aan de Arabische terreur tegen de Joden die na WO II gewoon was doorgegaan en die tenslotte naadloos zou overlopen in de oorlog van 1948 en de inval in Israël van de reguliere Arabische legers van vijf Arabische staten op 15 mei 1948, dus op dezelfde dag dat de staat Israël werd uitgeroepen.

Je ziet derhalve concreet, historisch, via die constante terreur de lijn vanaf 1921 van de Moefti en via Hitler naar de aanval in mei 1948 van de Arabische legers op de pas uitgeroepen Joods staat lopen. Die lijn is na 1948 evenmin ooit onderbroken geraakt. Want Arafat heeft altijd de Moefti van Jeruzalem als zijn grote mentor erkend. En de tegenwoordige leider van Fatah, Abbas, laat er ook geen enkele twijfel over bestaan dat hij in die Hitler-Moefti-traditie staat. De traditie van Hitler is dus gelijk aan die van Arafat en Abbas en van Hamas en Hezbollah en eigenlijk van het hele Midden Oosten en nog eigenlijker van de hele islam.

Er wordt beweerd dat Israëls “expansie” al begonnen is in 1948, toen de pas geboren staat tegen alle verwachting in overwinnaar bleef tegen het Arabische geweld. Inderdaad wist Israël in die oorlog méér land te bezetten dan in het verdelingsplan van de VN van november 1947 aan Israël was toebedeeld. Maar ten eerste waren de Joden (“Israël”) al in 1922 beroofd van 70 % van hun vestigingsgebied, maar hadden niettemin ermee ingestemd dat het VN-plan van 1947 nog eens een stuk van de overblijvende 30% aan de Arabieren gaf, terwijl de Arabieren weigerden en ten oorlog trokken. Ten tweede was Israël derhalve verwikkeld in een verdedigingsoorlog. Dit is essentieel en zou Israël het recht hebben gegeven nog veel meer land te bezetten, zelfs stukken van de aanvallende Arabische landen. Ten derde heeft Israël wel degelijk bepaalde stukken veroverd land aan bijvoorbeeld Egypte teruggegeven. Ten vierde heeft Jordanië illegaal, want na een aanvalsoorlog, vanaf 1948 tot de overwinning van Israël in de juni-oorlog van 1967, gedurende bijna 20 jaar, Samaria-Judea bezet gehouden.

En dan is er nog een ten vijfde. Er zijn een aantal leugenwoorden rond de anti-Israël-propanda erg belangrijk: “bezetting” en “Palestijnen”, maar ook “vluchtelingen” , “verdrijving” en “etnische schoonmaak”. Israël heeft natuurlijk in Samaria-Judea (“de Westbank”) al helemáál geen Palestijnse Arabieren verdreven. Maar ook vanaf het gebied dat nu het huidige Israël vormt, zijn “Palestijnen” in de oorlog alléén verjaagd omdat de Joden daartoe gedwongen werden door de agressie van hun eigen Arabische leiders. Voor een goed begrip van het Joods-Israëlische handelen is het van essentieel belang steeds in het oog te houden dat er voor het geweld dat Joden toepasten steeds maar éen verklaring is geweest: de Palmaffialeiders begonnen ermee en dwongen de Joden tot zelfverdediging. Dat geldt van 1921 tot heden. Dat geldt dus ook voor de oorlog van 1948. Behalve de geschiedvervalsingsschool van Benny Morris, Ilan Pappé en Avi Shlaim beweert geen enkele serieus te nemen historicus dat er in de oorlog van 1948 sprake was van systematische en planmatige verdrijving van Palestijnse Arabieren door de Joden. Integendeel: een historicus die wat mij betreft nog veel te veel uitgaat van de “gelijkwaardigheid” van de cultuur van de Palestijnse Arabieren en van Palestijnse Joden en die toch nog best wel een beetje “links “ is, namelijk Yoav Gelber, schrijft:

“In feite werden de Palestijnen niet verdreven tijdens de burgeroorlog; ze liepen gewoon weg. Gedurende het grootste deel van de volgende fasen van de oorlog ( . . .) waren lokale deportaties het resultaat van militaire behoeften, vooral gebruikt om aan de indringers bases te ontzeggenin de buurt van de joodse nederzettingen en voor het veiligstellen van de controle van belangrijke wegen.” [Mijn schuine vet]

Efraim Karsh heeft in 2010 op grond van nieuw ontsloten bronnenmateriaal een studie gepubliceerd van de oorlog van 1948: “Palestine Betrayed”. Het punt waarop Karsh (onderbouwd!) telkens en telkens weer veel nadruk legt, is dat de paniekvlucht van vele Arabische Palestijnen ontstond door oproep of voorbeeld van hun eigen elites. De Joodse leiders, ook locale leiders, drongen bij de Arabische Palestijnen juist aan op blijven en op gelijkberechtigd en vreedzaam samenleven. Zelfs in april 1948, zegt Karsh, dus slechts weken voor het uitroepen van de staat Israël op 14 mei, was géén van de stedelingen en was slechts een “handvol” plattelanders van de Palestijnse Arabieren verdreven door de Joden. Er waren uitzonderingen, maar dat zijn dezelfde als waarvan ook Yoav Gelber melding maakt. Karsh:

“De uitzonderingen die zich voordeden, in het heetst van de strijd, werden steeds gedicteerd door ad-hoc militaire overwegingen. Ze gingen bovendien gepaard met pogingen om vlucht te voorkomen en/of de terugkeer te bevorderen van mensen die gevlucht waren – op een moment dat enorme aantallen Palestijnen actief uit hun huizen verdreven werden door hun eigen leiders en/of Arabische gewapende strijdkrachten, hetzij uit militaire overwegingen hetzij om te voorkomen dat zij burgers zouden worden van de voorziene Joodse staat.” [mijn schuine vet]

De laatste jaren heeft de links-islamofiele propaganda-machine een nieuw leugenwoord in het Westerse bewustzijn geïnjecteerd. Dat woord is “Nakba” en het betekent “ramp”. Onder de vlag van dat leugenwoord wordt tegenwoordig jaarlijks op 19 mei herdacht dat “de Palestijnen” met tienduizenden door de Joden zouden zijn verdreven van hun geboortegrond. Zó succesvol is de propaganda geweest dat de tegenwoordige burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam, toen nog minister van integratie, in 2009 (in het dagblad Trouw) Auschwitz vergeleek met het roversnest Gaza, waar zoveel Westerse subsidie naar toe gaat dat ze niks anders hoeven te doen dan neuken, aldus een demografische explosie creëren en raketten produceren om Israël te terroriseren. Daarna is er nog zat geld over dat de Hamas-Palmaffia deels besteedt aan luxe en deels op Zwitserse banken zet.

Van der Laan in 2009:

“Zo zouden Arabieren zich kunnen verdiepen in de Holocaust en Israëliërs in de Nakba, het verdrijven van Arabieren uit Israël in en na 1948. ‘Er is leed van beide kanten’, benadrukte Van der Laan.”

Op zich is het gelijkstellen van de Holocaust en het lot van de Palestijnse Arabieren al walgelijk en diep idioot. Aan de ene kant de industriële Jodenmoord en aan de andere kant één van de vele grotere en kleinere volksverhuizingen die in het kader van WO II en de dekolonisatie overal ter wereld plaats vonden. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat Van der Laan simpelweg niet weet dat die “Nakba” aan de Palestijnse Arabieren is aangedaan door hun eigen maffiose “elites”, die het “vluchtelingenprobleem” gecreëerd hebben en vervolgens dik 60 jaar in stand hebben gehouden alleen om de haat tegen Israël gaande te houden en het wereldwijde antisemitisme te bevorderen.

c) 1948–1973

We hebben dus nu gezien dat de lijn van terreur van de Moefti vanaf 1921 ononderbroken via Hitler naar de oorlog van 1948 liep. Van belang is het om daar bij te wijzen op het feit dat Samaria-Judea, waarop de Joden volgens alle morele en juridische principes recht hadden om te wonen, in 1948 als springplank werd gebruikt in een poging tot genocide op de Joden. Dat was drie jaar na Auschwitz. Vervolgens werd die door Jordanië gedurende 20 jaar illegaal bezette “Westbank” in 1967 voor de tweede maal gebruikt in een poging tot genocide op de Joden in Israël. Nóg een keer: twee keer wordt een gebied dat moreel en juridisch vestigingsgebied voor de Joden is, en illegaal wordt bezet door Arabieren en waaruit Joden werden verdreven, als springplank gebruikt om de Joden in israël te vermoorden.

Israël had dus het allervolste recht niet alleen om Samaria-Judea blijvend in te lijven, maar ook om de Arabieren te verdrijven naar Jordanië. Dat is namelijk precies wat de Arabieren in 1948 wél deden met de Joden die daar woonden, waarna ze overgingen tot het vernielen van alle synagoges en begraafplaatsen van Joden, waarna ze van 1948 tot 1967 een achterlijk terreurbewind voerden over “de Westbank”.

Maar dat deden de Joden niet. Israël heeft nu juist direct in 1967 een genereuze vrede aangeboden, waarin alleen gevraagd werd om een paar kleine gebieden te behouden die essentieel zijn voor de verdediging van Israël tegen de bestandslijnen van 1948 aan. Dat is door de Arabische landen, in datzelfde jaar 1967 in vergadering bijeen in Khartoum, geweigerd middels het beruchte drie keer nee van Khartoum: nee, tegen onderhandelingen, nee tegen vrede en nee tegen erkenning.

Nóg een keer: de Joden van Israël hadden duizend procent het recht om daar te wonen, het zelfs exclusief op te eisen, maar ze wilden het gebied weer afstaan in ruil voor vrede. Maar de Arabieren weigerden dat en dwongen (!) de Israëli’s dus om het gebied te gaan besturen. En vervolgens brachten de Israëli’s vanaf 1967 daar in Samaria-Judea een ongekende welvaart en dynamiek, net zoals ze vanaf 1890 hadden gedaan in heel Palestina. Ook ontstond er een georganiseerde trek van Joden naar Samaria-Judea, waar vele nieuwe Joodse nederzettingen ontstonden: volstrekt legaal, op gekochte grond en met name rond voor Joden betekenisvolle plaatsen als Hebron, waar de Joden in de jaren 1929 met moordaanslagen door de Moefti-Arabieren verdreven waren. Er was een vrije toegang van Arabieren uit Jordanië tot het gebied. Dat heette “het open-bruggen-beleid”. De Joden hoopten met die creatie van vrijheid en welvaart in Samaria-Judea alsnog te bereiken wat oorspronkelijk de bedoeling van het gestelde in het Mandaat was geweest, een vorm van vreedzaam samenleven van Arabische bevolking met de Joden.

Dat is niet mogelijk gebleken. Al nam koning Hoessein van Jordanië geen deel aan de volgende genocidaal bedoelde overval van de Arabieren op Israël, de Jom Kippoer-oorlog van 1973, en werd het Israël bespaard dat Samaria-Judea voor de derde keer als springplank diende, dat kon nauwelijks een troost zijn. Want koning Hoessein van Jordanië bleef alleen om opportunistische redenen buiten de strijd. Dat de koning niet meedeed aan de opnieuw genocidaal bedoelde oorlog was te wijten aan zijn zwakke positie. Hoessein had drie jaar eerder, in september 1970 (in de mythologie van het Palestinisme “Zwarte September” geheten), met grof geweld en ten koste van heel veel doden Arafat en zijn terreurbendes, die de staat Jordanië dreigden over te nemen, uit Jordanië verjaagd. Vanwege zijn zwakke binnenlandse positie viel Hoessein tijdens de Jom Kippoer-oorlog van 1973 niet aan via Samaria-Judea, maar volstond met het sturen van één symbolische pantserdivisie naar het Syrische front op de Golan-hoogte. Maar hij had eerst wel aan Israël toestemming gevraagd of hij op deze manier zijn gezicht mocht redden in de Arabische wereld en of er geen sancties van de kant van Israël zouden volgen. “Dat kan alleen in het Midden-Oosten”, commentarieerde Henry Kissinger.

We moeten even terug naar 1967 en zelfs 1964, omdat in deze periode 1948 – 1973 de uitvinding valt van “het Palestijnse volk”.

Als er ooit Palestijnen hebben bestaan, dan waren het natuurlijk de Joden, maar de gecoördineerde Arabisch-islamitisch-linkse propaganda is er in geslaagd om sinds 1967 dat etiket, “Palestijnen” te plakken op die vluchtelingen die door de Arabische landen en de UNWRA zorgvuldig in hun vluchteling-status zijn gehouden om als propagandawapen tegen Israël ingezet te kunnen worden.

Die naam “Palestijnen” heeft de links-islamofiele propaganda tegelijk met de namen “Arafat” en “PLO” in het collectieve bewustzijn van het Westen gegrift.

Arafats “Palestinian Liberation Organisation” (PLO) werd in 1964 opgericht en was een voortzetting van de “Palestijnse” guerilla-beweging Fatah (opgericht in 1959) die aanslagen in Israël pleegde. Het openlijk in het Handvest van de PLO gestelde doel was Israël te vernietigen en “de Joden de zee in te drijven”. De bijkomende “bevrijdings-ideologie” kwam uit het Sovjet-kamp en moet gezien worden in het kader van de Koude Oorlog. Arafat had in 1964 zijn vertrouweling Abu Jihad naar Noord Vietnam gestuurd om te leren hoe Ho Chi Minh zijn “bevrijdingsstrijd” voerde. Fatah vertaalde toen al, vóór 1964, de revolutionaire handboeken van generaal Giap, van Mao en Che Guevarra, van wie we inmiddels toch wel allemaal kunnen weten dat het massamoordenaars waren, inclusief de Jezus van de guerrilla. Giap schreef aan Arafat:

“Stop met praten over de vernietiging van Israël en verander in plaats daarvan je terreur-oorlog in een worsteling om mensenrechten, dan zal het Amerikaanse volk uit je hand eten.”

Vanaf 1967 zou steeds meer blijken hoezeer Giap gelijk had. Arafat, die door de Sovjets werd gezien als een bruikbare pion in de Koude oorlog tegen het Westen, werd door de Russische KGB in de leer gedaan bij “het genie van de Karpaten”, Nicolai Ceauçescu, dictator van Roemenië. Vanaf midden jaren 1960 waren Arafat en zijn entourage meermalen te gast bij deze moordenaar en megalomane krankzinnige. Het opvoedende werk werd in de praktijk gedaan door Ion Mihai Pacepa, hoofd van de militaire inlichtingendienst in Roemenië. Ik vertaal en citeer nu Meir-Levi ( “History upside Down”, p. 30):

“Maar terwijl Arafat tenslotte de lessen die hij had geleerd van zijn Roemeense en Noord-Vietnamese gastheren en coaches oppikte en toepaste, waren de Sovjets, zoals Pacepa het beschrijft in ‘Red Horizons’, nog steeds niet zeker van zijn betrouwbaarheid. Dus maakten ze, met Pacepa’s hulp een zeer speciale “verzekerings-polis”. Gebruik makend van de goede diensten van de Roemeense ambassadeur in Egypte, filmden de Sovjets Arafat’s bijna elke avond plaats vindende homoseksuele interactie met zijn lijfwachten en met de ongelukkige weesjongetjes, jonger dan tien, die Ceauçescu aan Arafat leverde als onderdeel van de ‘Roemeense gastvrijheid’. Met videotapes van Arafats gulzige pedofilie in hun kluizen, en op de hoogte van de traditionele houding jegens homoseksualiteit in de islam, was de KGB van gevoelen dat Arafat een betrouwbare aanwinst was voor het Kremlin.”

Let op, want dit is essentieel: de bedoeling van zowel Fatah als de organisatie die in 1964 Fatah opvolgde, de PLO, was om Israël te vernietigen. Dat was vóór 1967, dus toen waren er dus nog géén “bezette gebieden”, niet in Gaza en niet op “de Westbank” (Samaria-Judea), toen werden de “Palestijnen” nog geterroriseerd en rechteloos gehouden door Egypte (Gaza) en Jordanië (Samaria-Judea) en toch moesten de “Palestijnen” al bevrijd worden. Maar toen, vóór 1967, niet van hun Egyptische en Jordaanse onderdrukkers ! . . . Nee, van Israël! Het ging dus “gewoon” vanaf het begin om de vernietiging van Israël en dat is nooit meer veranderd. Al die “vredesprocessen” zijn voor de “Palestijnse” maffia’s, van Arafat tot Abbas tot Hamas altijd een leugen speciaal voor consumptie in het Westen geweest.

Maar in 1967, toen Israël, na opnieuw aangevallen te zijn, Samaria-Judea bezette, werd het statuut van de PLO ineens veranderd en werd er plotsklaps soevereiniteit geclaimd van een “Palestijns volk” over Gaza en “de Westbank” (Samaria-Judea). Die twee regio’s moesten dus nu plotseling ook “bevrijd” worden toen niet meer Egypte en Jordanië, maar Israël er de baas was. Het krankzinnige was dat nadat Israël gedwongen (!) het bewind in Samaria-Judea en Gaza had moeten overnemen, de mensenrechten en de welvaart van “de Palestijnen” aldaar sterk verbeterden. Onder Respectievelijk Jordanië en Egypte was het veel en veel slechter. Ik citeer David Meir-Levi:

“De Jordaanse bezetting van de Westbank en de Egyptische controle van de Gazastrook waren gekenmerkt door totalitaire repressie. In de woorden van Arafat zelf, voerden de Egyptenaren de Palestijnen in 1948 in vluchtelingenkampen, sloten ze op achter prikkeldraad, zonden spionnen naar binnen om de Palestijnse leiders te vermoorden en executeerden degenen die probeerden te vluchten. Er was geen enkel Palestijns protest tegen deze onderdrukking in naam van enige zelfbeschikking die hen zou zijn geweigerd.”

Maar in 1967 was er dus ineens dat “Palestijnse volk” en die “nationale bevrijdingsstrijd” tegen het “Zionistisch imperialisme”.

d) 1973–heden

Niet alleen de oorlog van 1973, maar ook de voortgaande terreuraanslagen van de Palmaffia’s onder leiding van Arafat maakten een einde aan de illusies van de Israëli’s. Opnieuw werd bewezen wat al 1400 jaar lang duizenden malen bewezen werd: islam is oorlog, waar islam daar geen vrede. De Israëli’s werden gedwongen tot steeds rigoureuzere veiligheidsmaatregelen: wegversperringen om explosieven en zelfmoordterroristen op te sporen en tenslotte een veiligheidsbarrière rond het gebied dat tegen de bestandslijnen van 1948 aanligt en dat Israël essentieel acht voor zijn veiligheid.

De “rechtse” Israëli’s, en dat waren ook meestal de Israëli’s met kennis van de geschiedenis waren sceptisch toen de Oslo-Accoorden werden gesloten. Deze realisten kregen gelijk. De geschiedenis vanaf 1993, toen de Oslo Accoorden tot stand kwamen, verschilt niet van de algemene trend die het voorgaande liet zien: voortgaande pogingen van Israël om tot vrede te komen en voortgaande sabotage van die pogingen door de Palmaffia’s. Meteen na Oslo 1993 is Arafat begonnen met een bewust en grootscheeps haat-propaganda en terreur-offensief om de Akkoorden te ondermijnen.

Caroline Glick, geboren 1969, zat als jonge kapitein van het Israëlische leger, de IDF, in de periode 1994 – 1996 bij alle belangrijke vergaderingen met de PLO waarin gedetailleerde invulling gegeven moest worden aan het op 13 september 1993 op het gazon van het Witte Huis gesloten Oslo-Accoord. Ze schrijft:

“Gedurende de hele periode van mijn werk vond ik nooit enige reden te geloven dat het vredesproces waarvan ik deel uitmaakte zou leiden tot vrede. Dezelfde Palestijnse leiders die grappen met ons maakten in luxe vergaderzalen in Cairo en Taba, verbraken elke belofte die ze aan Israël deden op hetzelfde moment dat de vergaderingen eindigden. Om te beginnen slaagde de PLO er niet in om zijn oprichtings-acte aan te passen die in bijna elke paragraaf opriep tot de vernietiging van Israël; ze weigerden te voldoen aan de limieten die ze hadden geaccepteerd aan het aantal wapens en veiligheidstroepen die ze mochten ontplooien in de gebieden die onder hun controle waren. Ze overtraden voortdurend de wetten en regelingen betreffende zone-grenzen en bouw-activiteiten. En tenslotte waren er hun constante nazi-achtige antisemitische propaganda en hun ophitsen en uitlokken van terreur tegen Israël. Het was zonneklaar dat ze te kwader trouw onderhandelden. Ze wilden geen vrede met Israël. Ze waren bezig het vredesproces te gebruiken om Israël in stukken te scheuren.”

En:

“Iedere keer werd van Israël geëist terroristen uit de gevangenis te laten als een voorwaarde voor onderhandelingen met de PLO. En die onderhandelingen dienden op hun beurt om weer meer terroristen vrij te laten en meer land af te staan, meer geld te geven, meer internationale legitimiteit aan de terroristen te verlenen en nóg meer terroristen uit te leveren aan de PLO.”

Gewoontegetrouw werden de westerse media door Arafat gevoerd met fraaie leugens, ontkende Arafat dat hij zelf leiding gaf aan de terreur, maar sprak hij in het Arabisch en voor Arabisch gehoor openlijk zijn sabotage-plannen uit. Terwijl Arafat en zijn opvolgers de kernopdracht van de Oslo-Akkoorden vertrapten – (ophouden met het plegen en propageren van terreur) – hielden de Israëli’s zich wel precies aan de aan hen gestelde voorwaarden.

Inmiddels zijn we ontelbare terreurdaden van de Palmaffia’s verder, de bouw van een veiligheidshek verder (2003), een ontruiming van Gaza en de metamorfose van Gaza in een Hamas-terreur-basis verder (2005) en een flink aantal door de Palmaffia’s afgewezen vredesvoorstellen verder.

De Palestijnse Arabieren hebben dus al vanaf 1922 een staat in Jordanië (70% van het Mandaatgebied). Zelfs van die resterende 30% die toch wel voor de Joden had mogen zijn, hebben ze óók nog een stuk aangeboden gekregen: in 1937 (Peelplan) en in 1948 (VN). Daarna hebben ze aanbiedingen gehad die eigenlijk alsmaar genereuzer werden: in 1967 (Khartoem), 1993 (Oslo), 2000 (Camp David), 2001 (Taba), 2007 (Annapolis), 2008 (Olmert), 2011 (Netanyahu). In die vredesvoorstellen hadden de Palmaffia’s voor 98% hun zin kunnen krijgen, maar steeds duidelijker is gebleken dat de Palmaffia’s geen vrede willen, dat ze leven van terreur, corruptie en parasitisme, geen normale staat willen en kunnen runnen en alleen maar uit zijn op genocide op de Joden en de vernietiging van Israël, zoals inderdaad nog steeds in de beginselprogramma’s van Hamas en Fatah staat.

Ook nu geldt nog steeds: op het moment dat de Arabieren met terreur ophouden, zal het vrede zijn. Andersom geformuleerd, zoals Dennis Prager dat doet: het Palestijns-Israëlische conflict laat zich in zes woorden vatten: de Arabieren willen de Joden vermoorden. Meer is het inderdaad niet. Of in de woorden van kinderen: “Zij zijn begonnen.” En zo is het. Als de Arabieren niet steeds opnieuw beginnen met terreur, is er vrede.

Nog eens: als er iets duidelijk is geworden dan is het dat de Palmaffia’s geen vrede kunnen en willen sluiten. Het zijn letterlijk maffia’s die van geweld, haat, onderdrukking, corruptie en parasitisme leven, zoals de hele islam al 1400 jaar doet. Vrede zou hen dwingen tot een normaal bestuur waarin ze een echte economie zouden moeten opbouwen, waarin ze zelf ook gewoon zouden moeten wérken, productief en creatief zijn. Dat kunnen ze en willen ze niet. En . . . . . dat verbiedt ook de islam! Want de islam is de enige “godsdienst” ter wereld die haat en oorlog als goddelijke en onveranderlijke plicht voorschrijft.

4) De Verenigde Naties, Israël en het Internationale Recht

Omdat door het Trump-plan (zie paragraaf 8) ongetwijfeld de discussie over het “internationaal recht” en de “bezette gebieden” weer gaat oplaaien, schreef ik deze paragraaf 7 die u nu leest.

Je hoort altijd dat Israël volgens ”het internationale recht” niet aanwezig mag zijn op “de Westbank” en op de Golan-hoogte. Maar wie maakt dat “internationale recht”. Wie is de internationale wetgever? Die is er niet. Het zijn níét de Verenigde Naties. Die ik graag de Verenigde Nazi’s noem omdat de Algemene Vergadering en de meeste  VN-commissies tegenwoordig totaal gemanipuleerd worden door de 57 landen van de OIC, de Organisation of the Islamic Cooperation, oa door arme landen om te kopen om met hen mee te stemmen. En de islam – dat wist u niet, maar dat is zo – is een ideologie die één op één elk wezenskenmerk met het nazisme deelt.

Dus gelukkig zijn die Verenigde Nazi’s níét de internationale wetgever. Ook volgens hun eigen Charter zijn ze dat niet. Er bestáát geen internationale wetgever. Wat de instanties van de VN vertellen, heeft niet méér status dan een advies, een mening. Er zijn twee bronnen van echt en legitiem internationaal recht. Ten eerste: een verdrag (treaty) tussen landen. Ten tweede: de gewoonte (custom). Wanneer landen de gewoonte hebben iets te doen en ze vinden dat in onderling overleg best okay, dan wordt dat een gewoonterecht (customary rule). Wat is de overeenkomst tussen dat verdragsrecht en dat gewoonterecht? Dat het gebeurt tussen landen. Dat is het criterium. Alleen landen kunnen vrijwillig onderling besluiten zich aan een regel te houden.

De Algemene Vergadering van de VN heeft een heleboel resoluties aangenomen waarin handelingen van Israël illegaal werden verklaard. Zelfs het bestaan van Israël is door die Algemene Vergadering illegaal verklaard. Dat is een mening. En bovendien een mening van een vergadering van overwegend misdadiger-staten. Ook het “Internationaal Gerechtshof” (ICC) is geen producent van internationaal recht en maakt slechts opinies kenbaar. Dat staat in hun eigen Charter. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de met weinig analyse onderbouwde uitspraak van het Gerechtshof dat “de Muur” (de barrière tussen Israël en de Westbank) illegaal is.

Waar kunnen wel internationaal bindende rechtsregels vandaan komen? Alleen de Veiligheidsraad van de VN kan onder bepaalde omstandigheden internationaal bindende rechtsregels opleggen met sancties, maar alleen onder bepaalde omstandigheden. En dat kan alleen omdat de volken van de wereld dat overeengekomen zijn en zulks in het Charter van de Veiligheidsraad staat. Overigens: alléén besluiten gebaseerd op artikel 39 hoofdstuk VII van het Veilgheidsraad-Charter (“Peace-enforcement”) zijn bindend. Dan kan een land inderdaad te maken krijgen met een militaire interventie op gezag van de Veiligheidsraad. Maarrrrr . . . . . . . let goed op! Geen enkele resolutie van de Veiligheidsraad ter zake van Israël is gebaseerd op dit artikel 39 van hoofdstuk VII. Ook resolutie 242 niet.  (Lees: college Eugene Kontorovich en Israël en Roelf-Jan Wentholt, “Israël en het internationale recht”)

Maar als we nou die Verenigde Nazi’s puur als gedachtenexperiment even serieus nemen, waar komen we dán uit inzake de aanwezigheid van Joden in Samaria-Judea, ook wel bekend als “de Westbank”? Dat serieus nemen is inderdaad gedaan door Michel Calvo die als vertegenwoordiger van Israël lid was van het Internationaal Hof van Arbitrage. Deze expert in internationaal recht publiceerde in mei 2020 een fundamenteel stuk inzake  de zogenaamde  “bezette gebieden”: “The Settlements Are Not Illegal: the annexation of lands in Judea and Samaria is not contrary to international law”.

Calvo wijst op de “United Nations Declaration on the Rights of Indigenous Peoples” (UNDRIP), die werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN in 2007. Dat verdrag erkent dat inheemse volken (ook wel: eerste of oorspronkelijke volken genoemd) een onvervreemdbaar recht bezitten op een geven land land en zijn hulpbronnen. Engeland, Frankrijk en Duitsland stemden voor deze Verklaring en in 2010 hebben ook Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten de Verklaring formeel bekrachtigd. Volgens het internationaal recht zijn de Joden de sinds meer dan 3000 jaar inheemse bevolking van Palestina, inclusief Samaria-Judea.

Dus, zo zeg ik:  ook als je de Algemene Vergadering van de VN serieus neemt, ondanks het feit dat hij geleid word door misdadigerstaten, dan moet je deze “anti-koloniale” Verklaring ook voor de Joden laten gelden.

Calvo wijst voorts ook op de “gewone” bewijzen voor het internationaal-rechtelijke recht van de Joden om te wonen in Samaria-Judea, volgens de lijnen die hierboven in dit opstel uitgebreid zijn uiteengezet en die samengevat kunnen worden in het trefwoord  “San Remo”. Verder voert hij aan, net zoals Eugene Kontorovich, dat de Algemene Vergadering van de VN niets anders produceert dan meningen en aanbevelingen. Waaraan ik dan nogmaals toevoeg: van misdadigerstaten die aan de leiband van de IOC lopen. Ook Calvo stipuleert dat de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, waarin staat dat de Joodse gemeenschappen in Judea en Samaria illegaal zijn, niet bindend zijn. Want dat alleen resoluties die op grond van hoofdstuk VII van het VN-Handvest zijn genomen, als bindend gelden voor alle lidstaten van de VN.

Ook de beruchte Obama-resolutie 2334 van de Veiligheidsraad van 23 december 2016 waarbij het zich onthouden van stemming van Amerika (Samantha Powers) het aannemen van de resolutie mogelijk maakte, is niet aangenomen in het kader van hoofdstuk VII van het Handvest en dus niet bindend. In die resolutie staat dat de nederzettingen van Israël een “flagrante schending” van het internationaal recht vormen. Maar heeft dus geen enkele rechtsgeldigheid.

Deze resolutie, zo meldt Calvo, is dus in strijd niet alleen met “San Remo” en al wat daaraan vast hangt – (met name het feit dat het recht van Joden om daar te wonen in 1948, 1967 en 1973 versterkt werd door het oorlogsrecht en in feite door 100 terreur van de Palmaffia’s vanaf 1920) – maar ook met genoemde “United Nations Declaration on the Rights of Indigenous Peoples”

5) De laatste ontwikkelingen onder president Trump (*)

a) Copernicaanse wending

President Trump heeft ingezien dat het rejectionisme van de Palmaffia’s niet doorbroken kan worden zonder rigoureuze maatregelen en dus begon hij met Abbas en zijn “Palestijnse Autoriteit” in Samaria-Judea voor het blok te zetten. Het eerste publieke teken vanTrumps  power-politiek kwam toen zijn Secretary of State Mike Pompeo op 18 november 2018 publiekelijk het standpunt bekend maakte dat Amerika de nederzettingen in Samaria-Judea niet langer als “per se illegaal” beschouwt. (Uit het betoog hierboven kunt u afleiden dat naar mijn gedocumenteerde mening “niet per se illegaal” zéér zwak is uitgedrukt: de Israëli’s hebben duizend procent recht op vestiging in Samaria-Judea.) Een tweede publieke teken kwam toen op zeven december 2018 Trump bekend maakte dat de Amerikaanse ambassade van Tel-Aviv naar Jerusalem verplaatst zou worden.

Die verklaring van Pompeo en die verplaatsing van de ambassade  bleken slechts de inleiding op een Copernicaanse wending (!) in de Amerikaanse politiek ten opzicht van de kwestie Israël-Palmaffia’s. Want dertien maanden later, op 28 januari 2020, maakte Trump een vergaand plan bekend. Trump erkende als eerste Amerikaanse president dat Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad is van Israël, dat de Joden recht hebben op een Joodse staat in Palestina op grond van een millennia oud en ononderbroken verbond met de grond daar en dat ze een legitieme claim hebben op Samaria-Judea, óók internationaal-rechtelijk.

Copernicaans is vooral Trumps omdraaiïng van de rollen. De Israëli’s waren tot nu toe – (en vooral onder Obama: zie verderop) – altijd degenen geweest die vertrouwenwekkende maatregelen moesten nemen en hun goede wil tonen terwijl de Palmaffia’s door konden gaan met elk compromis afwijzen, saboteren, haat zaaien en parasiteren. Trump pakt de zaken anders aan: hij legde een plan voor Judea-Samaria neer, dat slechts in details gewijzigd kan worden en de Palmaffia’s krijgen vier jaar de tijd om aan het plan mee te werken. Is er over vier jaar te weinig resultaat, dan krijgt Israël de handen vrij om in Samaria-Judea te doen wat het wil.

b) Inhoud van het plan

Als het over het plan-Trump gaat, valt in de mainstream-pers voortdurend het woord “annexatie”, maar dan zonder aanhalingstekens. Ik zet “annexatie” wél tussen aanhalingstekens omdat het slechts de uitbreiding betreft van de Israëlische soevereiniteit over een beperkt gebied waarop Israël voor duizend procent en eigenlijk in zijn geheel moreel en internationaal-rechtelijk het gezag kan claimen.

Ik gebruik het woord “annexatie” tóch omdat de meer waarheidsgetrouwe omschrijving – de uitbreiding van de Israëlische soevereiniteit over een beperkt gebied waarop Israël voor duizend procent en eigenlijk in zijn geheel moreel en internationaal-rechtelijk het gezag kan claimen – te lang is om telkens te gebruiken.

Beperkt gebied! Want zoals David Friedman in een artikel in de New York Post van 4 mei 2020 nog eens duidelijk maakte:

“( . . .) the Trump vision provides for a two-state solution( . . .) that would lead to the creation of a Palestinian state with double the geographic footprint they enjoy now. ( . . .) The Trump vision ( . . .) gives Palestinians a clear path to statehood and a huge influx of economic investment that would allow them to live independently with peace, prosperity and dignity.”

Maarrrrr . . . . . voegt Friedman eraan toe: zonder de Palmaffia’s wéér de kans te bieden met een veto alles kapot te maken. Want als over vier jaar de zaak niet rond is, heeft Israël volgens plan-Trump de handen vrij om te doen wat het wil. En precies daarom is Caroline Glick zo blij met het plan. Want die wéét dat de Palmaffia’s existentieel niet tot iets anders in staat zijn dan tot terreur. En dat betekent dat Glicks plan doorgevoerd zou kunnen worden: totale annexatie van de hele “Westbank” volgens haar plan zoals neergelegd in haar boek “The Israeli Solution”.

c) Internationaalrechtelijke beren op de weg voor plan Trump?

Op 8 mei 2020 publiceerde Caroline Glick een artikel waarin zij de pseudo-legale landmijnen besprak die er nog liggen op de weg naar het uitroepen van de soevereiniteit door Israël over (delen van) Samaria-Judea. Ik zelf had nog nooit gehoord van die kliek van rechtsgeleerden aan de top van het Israëlische rechtssysteem die deze landmijnen hebben gelegd en die hun best doen om hun eigen natie in levensgevaar te bengen door te proberen Israël te verplichten zich achter de onverdedigbare bestandslijnen van 1948 terug te trekken en de Palmaffia’s in de gelegenheid te stellen een Jodenvrije “Palestijnse staat” te stichten in Samaria-Judea, een staat die uiteraard binnen de kortste keren een uitvalsbasis voor jihadi’s van allerlei soort zal zijn. De staat Israël, aldus Glick, heeft in zijn internationale contacten altijd wijselijk de internationaal-rechtelijke status van Samaria-Judea in het midden gelaten, het gebied netjes bestuurd volgens de richtlijnen van de Accoorden van Geneve en de Haagse Conventie, maar altijd benadrukt dat dit niet betekende dat Israël toegaf een bezettende macht te zijn en dat Israël handelde uit goede wil, niet omdat Israël daartoe internationaalrechtelijk verplicht was. Maar toen was er ineens, zegt Glick, de voorzitter van het Hooggerechtshof Aharon Barak, die in 2004 in een inleidende zin van een beslissing aangaande de bouw van het veiligheidshek in Samaria-Judea, zomaar ineens, zonder enige onderbouwing de zin neerschreef:

“Since 1967, Israel holds the areas of Judea and Samaria in a belligerent occupation.”

Belligerent occupation! Militaire bezetting! Er ontstond destjds weinig ophef, waarschijnlijk omdat Baraks beslissing ten gunste van het veilgheidshek was. Maar stiekemweg, aldus Glick, begon men in die juridische staats-top-klliek die opvatting uit te werken. Het voornaamste lid van die kliek , zegt Glick, is Avichai Mandelblit die door verschilende “arresten” buitenlandse machten als de EU en het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in de gelegenheid heeft gesteld Israëls Knessset-besluiten inzake Samaria-Judea aan te vallen.

 d) Verschil met politiek Obama

Trumps plan is vooral een wereld van verschil met de politiek van Obama, die er alles aan gedaan heeft om Israël te ondermijnen. Volgens Caroline Glick is onder Obama de Democratic Party geobsedeerd geraakt door het verlangen de Israëlische gemeenschappen in Samaria-Judea te vernietigen en de landstreek Jodenvrij uit te leveren aan de PLO. Voor de kracht van die obsessie verwijst zij naar het niet-vetoën van Veiligheidsraad-resolutie 2234 van 23 december 2016 door Samantha Power, die namens Obama zich onthield van stemming in de VN-Veiligheidsraad en zo zorgde dat de (weliswaar niet-bindende) resolutie 2234 werd aangenomen. De motie voorzag in het terugtrekken van de Israëli’s naar de onverdedigbare bestandslijnen van 1948 en stelde dat alle Israëlische nederzettingen in Samaria-Judea, óók die in Oost-Jeruzalem, illegaal waren. Let wel: Donald Trump was toen in november al tot president gekozen, maar Obama wilde op de valreep het voor Trump zo moeilijk mogelijk maken het juiste te doen in Samaria-Judea. Velen geloven zelfs dat Obama zelf de indiening van die resolutie heeft ingestoken. In ieder geval beweerde Netanyahu dat openlijk op een persconferentie, echter pas toen hij van het Engels was overgeschakeld op Hebreeuws. De Palmaffia’s waren blij met resolutie 2234, getuige dit plaatje:

PALMAFFIADOLK ALS ODE AAN VN

De Palestinian Authority ( = PLO/Fatah) zette dit haatplaatje op zijn officiële facebook-pagina. Let op de hoge artistieke en ambachtelijke kwaliteit van deze tekening! De dolk – met de kleuren vd Palestijnse vlag en met de punt in een plas bloed – omvat heel Israël, inclusief Samaria-Judea. De tekst bedankt de landen die de resolutie mogelijk hebben gemaakt. De resolutie is overigens niet bindend, want aangenomen onder artikel 6 vh VN-Charter, terwijl alléén besluiten gebaseerd op artikel 39 hoofdstuk VII van het Veilgheidsraad-Charter (“Peace-enforcement” ) bindend zijn. Nog belangrijker: het passeren van deze resolutie verstoot tegen artikel 8 van het Charter dat zegt dat de VN de rechtsgeldigheid erkent van de besluiten van zijn voorganger, van de Volkenbond. De resolutie heeft dus geen enkele rechtsgeldigheid en kan geen effect hebben.

e) Twee keer uitstel van uitvoering van het plan Trump

Begin augustus luidde het nieuws dat de “annexatie” van Samaria-Judea volgens het plan Trump werd uitgesteld. De voornaamste redenen die aanvankelijk voor dat uitstel gegeven werden, waren Corona, Black Lives Matter Murder, de Amerikaanse verkiezingen en Netanyahu’s noodzaak-coalitie met Blue-and-White waarin teveel tegenstanders van “annexatie”. Maar een dieper liggende reden was waarschijnlijk toen al het Abraham-accoord tussen de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Amerika dat op 13 augustus uit de lucht kwam vallen.

Abraham-accoord?Aan het slot van zijn aankondigende persconferentie liet Trump ambassadeur Friedman uitleggen dat de naam was gekozen omdat Abraham kan gelden als de stamvader van alle drie belangrijke monotheïsmen in het Midden-Oosten: het Jodendom, het christendom en de islam. Trump voegde er ironiserend aan toe dat hij het liever het Trump-accoord had genoemd, maar dat de pers daar ongetwijfeld nare ijdelheid in gezien zou hebben.

Dat Abraham-accoord veranderde het karakter van die vier-jarige termijn waarbinnen in het plan Trump de Palmaffia’s tot een aanvaarding moeten komen van de grote lijnen van het plan Trump. Want het Abraham-accoord met de VAE betekent dat de soennitische Arabische wereld toe is aan een erkenning van Israël en bereid is de Palmaffia’s onder druk te zetten om tot vrede te komen. Dat is het omgekeerde van de afgelopen 70 jaar, waarin Israël eerst met de Palmaffia’s tot overeenstemming moest komen alvorens de Arabische landen hun goedkeuring wilden geven aan een vredesverdrag. Andèrs gezegd: in feite hadden de afgelopen 70 jaar de Palmaffia’s een veto over elk vredesplan. Van de Arabische wereld mochten ze zich totaal onverzoenlijk en compromisloos opstellen. Maar nu is het anders: als de Palmaffia’s nu volharden in hun rejectionisme, dan zullen de Arabische landen hun steun aan Abbas intrekken en krijgt Israël alsnog de vrije hand voor totale “annexatie” volgens het plan Glick in haar “Israeli Solution”.

Maar waarom hebben de VAE nou dat acoord met Trump gesloten? Dat komt omdat de soennitische Arabische wereld bang is voor de expansieve terreur van het sji’itische Iran. Dit accoord zou nooit gesloten zijn zonder de instemming van minstens Saoedi-Arabië.

Caroline Glick blijkt op 21 augustus 2020 overigens slechts tevreden over het “Abraham-Accoord” op voorwaarde dat nog vóór de Amerikaanse presidents-verkiezingen op 3 november 2020 het plan Trump ten uitvoer wordt gelegd en dus de “annexatie” doorgang vindt. Blijkbaar is zij bang dat als Trump de verkiezingen verliest en de DMP aan de macht komt de kaarten anders geschud zullen worden en de “annexatie” alleen nog in een verwaterde vorm zal plaats vinden, of helemaal niet.

f) De onveranderlijkheid van NPO en Palmaffia’s

Bij de Nederlandse Publieke Omroep zijn er uiteraard evenmin ontwikkelingen: de nieuwe correspondent, Ties Brock, is net zo’n onwetende zak hooi als al zijn voorgangers.  Wel is opvallend dat deze “correspondent” weinig correspondeert. Vergeleken met, pakweg, twee jaar geleden is de berichtgeving over Israël veel geringer. Waarschijnlijk is de gedachte dat alle nieuws rond Israël en Palmaffia’s de “polarisatie” in Nederland versterkt. En dat heeft natuurlijk weer alles te maken met het islamiserings-proces dat gaande is in Nederland en Europa en de daarbij behorende groei van de Jodenhaat.

Op de afdeling-Israël van reisburo-NPO is evenmin licht ontstoken. De ene na de andere mafklapper wordt erop uit gestuurd om op kosten van de belastingbetaler het antisemitisme in Nederland te bevorderen. De laatste was Arnold Heertje.

Nogmaals, voor wie alleen deze laatste paragrafen leest: de Palmaffia’s blijven wat ze al 100 jaar zijn: onverzoenlijke islamitische terroristen die niet zullen rusten voordat Israël is weggevaagd en er zoveel mogelijk Joden zijn vermoord. Al zouden ze willen (!) dan nog zijn deze Palmaffia’s niet in staat om Israël erkennen en in vrede met Israël te leven. Want ze hebben hun eigen bevolkingen dermate in Jodenhaat gedrenkt dat elke leider die een werkelijk compromis met Israël zou voorstellen ten dode is opgescheven. De Palmaffia’s berijden een tijger die ze zelf dagelijks voeden met haat en ze kunnen er nooit meer af. Een eventuele “Palestijnse Staat” zou binnen de kortste keren zijn overgenomen door ISIS-al-Qaeda-al Nusra and what have you aan islamitische slachters-clubs. Die hele “Westbank” zou binnen een paar maanden een raket-lanceer-inrichting zijn geworden en een springplank om Israël binnen te vallen.

De Palmaffia’s proberen via de islamofiel-antisemitisch-links-regressieve krachten die Europa beheersen, en uiteraard via de door de OIC beheerste Verenigde Nazi’s, erkenning af te dwingen van een Jodenvrije (!) “Palestijnse staat” in Samaria-Judea (“de Westbank”) zonder met Israël te hoeven onderhandelen en zonder Israël te hoeven erkennen.

Die door de Palmaffia’s nagestreefde “Palestijnse staat” maakt deel uit van de 2-fasen strategie die vanaf Arafat gevolgd is: zo’n “Palestijnse staat” moet vervolgens een uitvalsbasis worden voor de vernietiging van Israël. Die strategie leerde Arafat van Amin al-Husseini (1897 – 1974), moefti van Jeruzalem en bondgenoot van Hitler. Al-Husseini paste in zijn tijd die strategie zelf niet toe omdat hij meende met behulp van de Britten en later met die van de nazi’s héél Palestina te kunnen krijgen zonder die tussenstap van een Palestijnse staat te hoeven nemen. Maar het einddoel is altijd hetzelfde gebleven: alle Joden in Palestina dood of weg. Zoals Abou Jahjah dat formuleert: “la valise ou le cercueil”: de dood of de reiskoffer.

Maar zelfs de Arabische wereld begint hen zat te worden, al valt te bezien hoeveel werkelijke welwillendheid tegenover Israël en de Joden is ontstaan en of het niet totaal opportunisme is, afgedwongen door de dreiging van Iran. Want de Jodenhaat die ook in bijvoorbeeld Saoedi Arabië al decennia van staatswege wordt gepropgageerd, is onder de bevolking echt niet meteen weg, al zóú de elite inderdaad de irrationaliteit ervan inmiddels inzien.

Half september 2020 begint duidelijk te worden dat de Israël-VAE-deal, waarbij sommige Arabische staten en staatjes zich formeel (Oman, Bahrein) en sommige zich informeel aansluiten (Saoedi-Arabie), betekent dat Israël de “annexatie” van delen van de Westbank voor onbepaalde tijd heeft uitgesteld. Blijkbaar zullen de Arabische landen de Palmaffia’s onder druk gaan zetten om een normaal accoord te sluiten zonder aan onmogelijke eisen vast te houden. Voorlopig hebben de Palmaffia’s gewoontegetrouw alleen maar iedereen voor verrader uitgescholden en weigeren ze ook maar te dénken aan onderhandelen.

Hieronder twee citaten uit “Mijn Vrijheid” van Ayaan Hirsi Ali, ter illustratie van de tomeloze Jodenhaat in Saoedi-Arabië:

In Saoedi-Arabië werd alles wat slecht was, veroorzaakt door Joden. Als de airconditioning kapotging of er geen water meer uit de kraan kwam, gaven de Saoedische buurvrouwen daar de Joden de schuld van. Hun kinderen moesten bidden voor de gezondheid van hun ouders en de vernietiging van de Joden. Toen we na verloop van tijd naar school gingen, klaagden onze leraren eindeloos over alle duivelse dingen die de Joden al tegen moslims hadden gedaan en nog van plan waren te doen.”

“Toen ik als tiener nog een vrome moslim was, verrichtte ik regelmatig mijn rituele wassingen. En bij elke plons water vervloekte ik de Joden. Ik bedekte mijn lichaam, spreidde een gebedsmat uit richting Mekka en vroeg Allah me te beschermen tegen het kwaad dat de Joden verspreidden ( . . .) Bij elke smeekbede die de imam tot Allah richtte, riepen we in koor ‘amen’ en elke keer dat hij Allah opriep de Joden te vernietigen, zei ik met evenveel enthousiasme ‘amen’. Ik hoorde de ene na de andere leugenaar uitleggen dat de Joden de islam de oorlog hadden verklaard. Ik leerde dat de profeet Mohammed – de heiligste der heilige mannen, in wiens voetstappen wij allemaal geacht worden te treden – had gewaarschuwd voor de verraderlijke  en verachtelijke handelwijze van de Joden. Ze hadden hem verraden en geprobeerd hem te vermoorden. Elke Jood, waar die zich ook bevindt, smeedt snode plannen om de islam ten val te brengen. ( . . .) De Joden waren de baas over de hele wereld en wij moesten rein zijn om hun duivelse invloed te weerstaan. ( . . .) Pas als alle Joden waren vernietigd, zouden de moslims in vrede kunnen leven.”

g) Lichtpuntje: meer literatuur die op zoek is naar waarheid

Wat je ook nog een ontwikkeling zou kunnen noemen, is de toename van de hoeveelheid wetenschappelijke literatuur die de werkelijke geschiedenis van Israël beschrijft. Maar het wachten is nog op het doordringen ervan in de koppen van het met de islam collaborerende links-regressieve narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat dat de Atlantische cultuur beheerst. Ik beperk me tot het noemen van twee boeken, waarvan het eerste ook al eerder in de tekst is genoemd

1) Klaus Michael Mallmann en Martin Cüppers, “Nazi-Palestine: the Plans for the Extermination of the Jews in Palestine”, (2010). Oorspronkelijk verschenen in 2005 in het Duits onder de titel “Halbmond und Hakenkreuz”. Ik heb een van de voornaamste hoofdstukken in het Nederlands samengevat: “Palestina 1920 -1940: de moefti, de nazi’s en de Joden

2) Barry Rubin en Wolfgang G. Schwanitz, “Nazi’s, Islamisten en het moderne Midden-Oosten”. Dat boek heb ik mede vertaald en is oorspronkelijk in 2014 in het Engels verschenen onder de titel “Nazi’s, Islamists and the Making of the Modern Middle East”. Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling heb ik bij dit boek een “handleiding” geschreven die de lezer door het boek loodst en die hier te vinden is.

Met behulp van het al genoemde met de islam collaborerende links-regressieve narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat dat de Atlantische cultuur beheerst, zijn de Palmaffia’s erin geslaagd vanaf begin jaren 1970 het grote publiek in het hele Westen zodanig te hersenspoelen dat inmiddels het ontmaskeren en weerleggen van de leugens tot een wetenschap op zich is geworden. De oerbron van deze wetenschap is natuurlijk Mitchell Bard met zijn Myths And Facts: A Guide to the Arab-Israeli Conflict. Maar er is een zeer goede selectie in het Nederlands van weerleggingen van de leugenlaster jegens Israël verschenen, namelijk deze:

Likoed Nederland schrijft:

Het boek ‘150 Palestijnse fabels’ kreeg al lovende recensies, wordt unaniem geprezen door lezers en is het bestverkopende boek over Israël op Bol.com.

Op de achterflap is een aanbeveling van professor Afshin Ellian, columnist bij Elsevier, toegevoegd:

“Dit is een heel belangrijk thema. Wij moeten niet vergeten: sprookjes en het Midden-Oosten horen bij elkaar. Omdat politieke rationaliteit en überhaupt rationaliteit ontbreken in het Midden-Oosten. Ik had altijd verwacht dat mensen die Kant lezen en Hegel en Shakespeare – die goed zijn opgeleid in Europa en Noord-Amerika – dat die verstandiger zouden zijn dan die in het Midden-Oosten. Dat die geen fabeltjes zouden overnemen. Maar dat is helaas niet zo.” [mijn vet]

(*) Zie hier voor geraadpleegde literatuur bij bovenstaande paragraaf 7.

6) Samenvatting

De Joden hadden en hebben een moreel recht zich in Samaria-Judea te vestigen omdat ze er al duizenden jaren woonden en het land Palestina in de diaspora vele eeuwen lang een centrale mythe voor de Joden bleef. Omdat de Joodse immigratie vanaf 1890 een eind maakte aan een wrede koloniale bezetting door Arabieren en Turken die in 638 na Christus begon en 1300 jaar lang duurde. Omdat ze vanaf 1890 in een leeg en desolaat land vol woeste gronden een maatschappij-orde brachten die in alle opzichten volstrekt superieur was aan het wrede en irrationalistische islamitische feodalisme dat er heerste. Omdat dit morele recht geformaliseerd is in het Verdrag van San Remo van 1922 tot een volkenrechtelijk recht. Omdat het oorlogsrecht gedurende de hele periode van 1922 tot op heden dat morele en volkenrechtelijke recht versterkt heeft.

Dat versterken door het oorlogsrecht gebeurde omdat er vanaf 1921 terreur op islamitische grondslag door de Arabieren werd uitgeoefend onder leiding van de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini. Omdat de Moefti vanaf 1936 die terreur uitvoerde met behulp van Hitler en de verdere nazi-top. Omdat die terreur genocide op de Joden tot bedoeling had. Omdat Samaria-Judea twee maal, in 1948 en in 1967 als springplank is gebruikt in een aanvalsoorlog die beide malen de bedoeling had om genocide op de Joden te plegen. Omdat Jordanië van 1948 tot 1967 illegaal, want na een aanvalsoorlog, Samaria-Judea bezet hield en Judenrein had gemaakt. Omdat het toeval was dat in de derde aanvalsoorlog door de Arabieren van 1973 Samaria-Judea niet als springplank werd gebruikt. Omdat vanaf Khartoem 1967 de Arabieren weigeren serieus te onderhandelen over vrede en daardoor Israël in 1967 dwongen (!) het bestuur over Samaria-Judea op zich te nemen. Dat de Arabieren en “Palestijnen” onderhandelingen, vrede en erkenning weigeren blijkt ook uit het feit dat ze het Vredesverdrag van Oslo 1993 vanaf het begin gesaboteerd hebben en dat ze steeds genereuzer wordende nieuwe vredesaanbiedingen tot op heden consequent afgewezen hebben. Omdat zowel Arafat als Abbas en Hamas openlijk in de traditie van de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, zijn blijven staan en dus in de nazi-traditie.

TOEGIFTEN:
Dit is een eveneens fundamenteel stuk over Israël uit 2014 in de Telegraaf:Blog Leon de Winter: de publiciteitsoorlog

5 minuten geschiedenisles door Alan Dershowitz over Israëls uitzonderlijk legitieme . . . . . eh . . . . . legitimiteit:

Dennis Prager legt in 5 minuten uit wat het “Palestijns-Israëlisch probleem” is:

Pat Condell legt hetzelfde óók in 5 minuten uit . . . . . . nou ja twéé keer 5 minuten dan:

En dan hebben we nog een 12 minuten-teken-filmpje gebaseerd op het geniale boekje van Sol Stern:

En misschien is voor wat luieren van geest deze hapklare brok geschiedenis-met-lichtbeelden van de geniale Gil White aufschlussreich:

De laatste ontwikkelingen inzake Israël & de Palmaffia’s worden misschien het beste samengevat in mijn zeer korte bespreking van een 7-minuten-interview met Caroline Glick dat 1-4-2015 op YouTube verscheen onder de titel: “Annex Judea and Samaria Now – in Wake of US Policy”.

_________________