UPDATE 11 september 2014:  Onderstaande “Korte geschiedenis van Israël” is gepubliceerd in februari 2012. Gaandeweg heb ik tot mijn eigen verbazing gemerkt dat het misschien wel de beste en beknoptste inleiding is die er in het Nederlands bestaat. Wie dit gelezen en werkelijk begrepen heeft, kan zich voegen bij degenen die in verbijstering leven over het totale gebrek aan werkelijke kennis op puntje Israël in de media, de politiek en het onderwijs.

Aan de tekst viel wél natuurlijk nog veel uit te breiden. Dat was de bedoeling ook, maar de dagelijkse strijd tegen islamofilie & Israëlhaat in de mainstream-media en met name in het NON-journaal heeft teveel energie gekost. Vandaar de titel: “Werk in Uitvoering”. Mede-auteur Roelf-Jan Wentholt heeft door omstandigheden moeten afhaken.

___________________________________

EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN ISRAËL

(Door Martien Pennings en Roelf-Jan Wentholt)

1) De historische en morele rechten van de Joden in Palestina: dékolonisatie en humanisering door de Joden

Er waren vier factoren waardoor Joden vanaf 1890 vanuit Europa opnieuw naar Palestina begonnen te trekken. Ten eerste waren dat de pogroms in Europa. Dan ten tweede het antwoord daarop: de ontwikkeling van het Zionisme. De derde factor was de steeds verdergaande verzwakking van het gezag over Palestina door het corrupte Ottomaanse bestuur. En ten vierde het veel te rooskleurige beeld dat in Joodse kringen toen bestond over de aard van de islam.

De landstreek Palestina zuchtte vanaf het jaar 638 bijna voortdurend onder islamitische bezetters. Dat was een bloedige en wrede onderdrukking. Het islamitisch bestuur was zo beroerd dat de streek tot steeds diepere armoede verviel. Wie in staat was te vertrekken ging weg. Het was een zeer langdurige en wrede kolonisatie die pas beëindigd werd door de Britse overwinning op de Ottomanen in 1918.

Men moet de trek van Joden naar Palestina dus zien als een daad van dékolonisatie na 1300 jaar islamitische bezetting. Wil men het per se zien als kólonisatie, dan was het toch een uiterst humane kolonisatie, eigenlijk een vorm van ontwikkelingshulp. Want Palestina was in 1890 een nagenoeg ontvolkt en desolaat gebied,  door verwaarlozing vervallen tot een streek van woeste gronden, moerassen en tot op de rotsgrond geërodeerde heuveltoppen.  De Joden brachten in Palestina vanaf 1890 een ongekende welvaart op gang. Door een geweldige krachtsinspanning van de Joden werden armoede en stagnatie overwonnen.  Het gewetenloze irrationalisme van de islam dat altijd en overal de vorm aanneemt van maffioos, feodaal bestuur, werd, waar de joden bestuurden, verdrongen door de Joodse cultuur van redelijkheid en rechtvaardigheid.

De welvaart en dynamiek die de Joden brachten, trok Arabieren uit de hele regio aan. Er ontstond dus een minstens zo grote migrantenstroom van Arabieren als van Joden. Met andere woorden: die Arabieren waren net zo hard nieuwkomers als de Joden. Daarom is  het idee dat de “Palestijnse vluchtelingen” de echte, authentieke oerbewoners zouden zijn van Palestina, niets dan kwaadaardige propaganda.

2) De historische en morele rechten van de Joden in Palestina werden geformaliseerd in San Remo: 1920 – 1922

Tot 1918 viel Palestina onder islamitisch Ottomaans (Turks) bestuur. De Ottomanen kozen uit overwegingen van roofzucht, nationalisme en islamisme in de Eerste Wereldoorlog partij voor Duitsland/Oostenrijk Hongarije. Palestina wordt door de Engelse overwinning op de Ottomanen bevrijd. Wat nu te doen met dit land? Deze vraag wordt beantwoord door de dan net opgerichte Volkenbond. In de conferentie van San Remo wordt aan de Britten de opdracht verstrekt om in Palestina een Joods nationaal tehuis te stichten. Palestina besloeg toen het gebied van het huidige Israel plus Samaria en Judea plus Gaza en de Golan-hoogte plus het hele gebied dat nu Jordanië heet. Dat betekent dat de Britten het bestuur over dit gebied voerden in naam van de Volkenbond.

Vanaf die tijd spreekt men over het Britse Mandaat. Er wordt door Israëlhaters wel eens gezegd dat die Volkenbond een club van koloniale imperialisten was, die toevallig WO I  had gewonnen, maar het was op dat moment het fatsoenlijkste wat de wereld te bieden had en in elk geval een stuk fatsoenlijker dan de huidige Verenigde Naties die sinds de jaren 1970 steeds meer in een club van misdadigerstaten is veranderd en inmiddels een speelbal is geworden van een hechte maffia van 57 islamitische staten, verenigd in de OIC, de Organisation of the Islamic Cooperation. Israelhaters kennen met hetzelfde gemak als waarmee zij het gezag en de wettigheid van de Volkenbond verwerpen, een geweldig moreel gezag toe aan de door de OIC overheerste Algemene Vergadering van de VN. Geestelijke lenigheid kan je hen niet ontzeggen.

De Volkenbond was direct na de Eerste Wereldoorlog dus het humaanste en legitiemste dat de wereld op dat moment te bieden had. En onder supervisie van die Volkenbond kwamen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog bij elkaar in het Italiaanse San Remo van 1920 tot 1922. Daar moest een manier gevonden worden om de chaos te beheren die het Ottomaanse Rijk was geworden. President Woodrow Wilson van Amerika heeft misschien te weinig invloed op de conferentie van San Remo kunnen uitoefenen, maar zijn slogan voor die bijeenkomst was “Make the world safe for Democracy.” Dat tekent de geest waarin met de erfenis van de Ottomaanse Turken werd omgegaan. De Conferentie van San Remo besloot dat er zogenaamde Mandaat-gebieden zouden komen. “Mandaat”, het woord zegt het al: er werd gezag verleend maar ook een opdracht. De Fransen kregen als Mandaatgebieden Syrië en Libanon. De Engelsen kregen –als gezegd- Palestina (inclusief Jordanië) als mandaatgebied. Ook Irak werd Engels Mandaatgebied.

De opdracht aan de Engelsen was heel duidelijk: de stichting van een Joods nationaal tehuis realiseren. Waarbij expliciet werd gesteld dat dit tehuis ook Joden van buiten het gebied welkom moest heten. In het mandaat wordt een voorwaarde gesteld en die luidt dat de rechten van de al aanwezige bevolking in acht moeten worden genomen. Maar een van de eerste daden van de Engelsen was om 70% van het gebied ontoegankelijk te maken voor de Joden door het weg te geven aan ene koning Abdullah. Deze Abdullah was door de zogenaamde Wahabitische revolutie, die in Saoedie Arabië het huis van de Saoeds aan de macht had gebracht, zijn functie van beheerder van de Kaaba in Mekka kwijt geraakt. Diezelfde Abdullah had, tegen forse betaling, de Engelsen af en toe geholpen tegen de Ottomanen en de Engelsen vonden dat deze feodale roverhoofdman met een enorm gebied beloond moest worden. Hij kreeg dus 70% van het Mandaatgebied, dat wil zeggen het tegenwoordige Jordanië. Er vallen hier dus twee dingen op te merken: dat de Joden meteen zéér fors benadeeld werden, maar ook dat Samaria-Judea (“de Westbank”), en Gaza en de Golan-hoogte tot het vestigingsgebied van de Joden bleven behoren.

Dit is inzake Israël het belangrijkste feit: tot op de dag van vandaag geldt het Verdrag van San Remo van 1920-22 nog steeds: de Joden zijn alleen al vanwege San Remo honderd procent gerechtigd zich te vestigen in dat gebied, waarin de Joden al millennia woonden, dat al die tijd Samaria & Judea heette en door de linkse collaboratie-propaganda nu bekend staat als “Westbank”. Het was zeer terecht dat San Remo de Joden rechten gaf in Palestina. Ten eerste omdat de Joden al sinds mensenheugenis in het gebied woonden (waar je maar een gat graaft vind je de archeologisch bewijzen van die aanwezigheid) en ten tweede omdat de Joden sinds 1890 met succes een humane samenleving bouwden die alle bewoners, dus ook de Arabieren, zeer ten goede kwam. Er werd absoluut niemand benadeeld door de komst van de Joden. Behalve een kleine groep feodale Arabische heersers die niet meer naar hartelust konden uitbuiten en onderdrukken zoals men dat in alle islamitische streken tot op heden pleegt te doen. Die feodale heersers kregen trouwens dat hele grote Jordanië toegestopt. Die streek hebben ze ook inderdaad, zoals dat altijd gaat in de islam als er geen olie is, tot doffe armoede en ellende geleid.

3) De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina zijn versterkt door het oorlogsrecht: 1920 -1945

De misdaden, de moordpartijen die de Arabieren ondernemen, versterken al vanaf de jaren twintig de toch al moreel en juridisch onaanvechtbare positie van de Joden in Palestina. De terreur tegen de Joden in Palestina, uitgevoerd door een kleine minderheid van Arabieren begon meteen in 1921. In dat jaar werd Amin el-Hoesseini door de Engelsen tot Moefti van Jeruzalem benoemd. De Moefti begon, op basis van de Koran (het woord van Allah zelf) en de Soenna (het voorbeeld van de Profeet Mohammed), haat tegen de Joden te prediken. Hoe zwaar de Joodse historici die in de 19e eeuw in de mode waren zich hadden vergist in de islam, bleek dus direct met het aantreden van Hoesseini, dat was iemand die wél wist wat de bronnen van de islam betekenden en daarnaar ook wenste te handelen.

De aanstelling van de Moefti is misschien wel de grootste inschattingsfout van de Engelsen geweest, want deze Hoesseini begon met Koran en Soenna in de hand een Jihadistische terreur-campagne niet alleen tegen de Joden, maar ook tegen die Arabieren die samenwerkten met de Joden, dus tegen die Palestijnse Arabieren die inzagen dat de Joden niet alleen welvaart brachten, maar ook een een bevrijding van de achterlijke feodale structuren in Palestina.

Hoesseini is onmiddellijk na zijn benoeming in 1921 begonnen met de terreur en dan moet je dus denken aan een steeds dwingender opleggen van de sharia, het instellen van sharia-rechtbanken en aan het verkondigen van Jodenhaat als plicht van de moslim. Die terreur bestond voorts  uit steeds meer moorden óp en geweld tégen Joden en zogenaamde “collaborateurs” uit eigen islamitische kring.

Om de terreur van de Moefti toch wat invulling te geven, want terreur en moord blijven tenslotte toch ook maar abstracties, geef ik twee citaten. Het eerste citaat ontleen ik aan Alan Dershowitz. Hij tekent in zijn “The Case for Israël” de volgende getuigenis op van de Engelse politiechef van Hebron over een door de Moefti ontketende pogrom in Hebron in 1929:

“Bij het horen van gegil in een kamer, ging ik door een soort van tunneldoorgang en zag een Arabier bezig met het afsnijden van het hoofd van een kind met een zwaard. Hij had het kind al getroffen en wilde opnieuw toeslaan, maar toen hij mij zag probeerde hij de slag op mij te richten, maar miste. Hij stond bijna tegen de loop van mijn geweer aan en ik schoot hem laag in zijn kruis. Achter hem bevond zich een Joodse vrouw gesmoord in bloed met een man die ik herkende als een [Arabische] politieagent genaamd Issa Sheriff uit Jaffa in Mufti. Hij stond boven de vrouw met een dolk in zijn hand. Hij zag me en snelde een aangrenzende kamer in en probeerde me buiten te sluiten, terwijl hij schreeuwde in het Arabisch: ‘Edelachtbare, ik ben een politieagent.’ Ik ging de kamer binnen en schoot hem neer.”

Het tweede citaat komt uit Arthur Koestler “Promise and Fulfillment: Palestine 1917- 1949”:

“( . . .) in elk geval begingen de Joden geen individuele daden van sadisme (. . .) Maar op andere plekken werden de lijken van Joden die in Arabische handen waren gevallen gecastreerd gevonden en met hun ogen uitgestoken. ( . . .) Voor ik Tel Aviv verliet heb ik de hand gelegd op een collectie foto’s die ik aan Alexis Ladas van de Commissie van de Verenigde Naties heb doorgegeven. Ze tonen grinnikende mannen in Arabische uniformen poserend voor de fotografen met hun bajonetten verzonken in een stapel naakte en verminkte lijken en dergelijke ( . . . ) ik vermeld dit onderwerp met tegenzin ( . . .) dit soort zaken is niet begonnen met de oorlog; vanaf de dag van de eerste Joodse nederzettingen, was een Jood als hij de langs de kant van de weg vermoord werd gevonden bijna altijd verminkt.”

Die terreur is steeds grootschaliger geworden en een van de hoogtepunten heet dan in de geschiedschrijving eufemistisch “de grote Arabische Opstand”, die duurde van 1936 tot 1939. Deze terreur-opstand werd mede gefinancierd door Nazi Duitsland waarmee de Moefti, die inmiddels een leider is geworden met groot aanzien onder de Palestijnse Arabieren, nauw samenwerkt. De gelijkenis tussen de wijze waarop Hitler door terreur en geweld te gebruiken aan de macht kwam en hoe de Moefti dat deed, zijn treffend. Het is hetzelfde proces. De aanstelling van de Moefti is een poging geweest van de Engelsen de extreme krachten te paaien door hen deze belangrijke post te gunnen. Precies zoals Hitler door Duitse conservatieven werd gepaaid. Met precies dezelfde gevolgen. De Moefti kan zonder meer aanspraak maken op de titel: de Arabische Hitler. Hij zou er buitengewoon trots op zijn geweest, Hitler is in de Arabische wereld tot vandaag een zeer geliefde en bewonderde figuur. Dat is geen toeval en ook niet verbazend: Islam en Nazisme zijn nauw aan elkaar verwant, ze worden gekenmerkt door dezelfde soort tijdloze en universele misdadigheid.

In de periode van de opstand van ’36 – ‘39 krijgt de Moefti toch het idee dat de Engelsen hem gaan arresteren en in 1937 vlucht hij dan. Na omzwervingen via Libanon, Irak , Iran en fascistisch Italië slaagde hij er tenslotte in om op 6 november 1941 Nazi-Duitsland te bereiken. Hij was zeer welkom bij de Nazi’s die hem al goed kenden als toegewijde handlanger en medestrijder. Op 28 november heeft hij een gesprek met Hitler.

Het is niet ondenkbaar dat de Moefti een grotere invloed heeft gehad op het definitieve besluit van Hitler om alle Joden te vermoorden dan tot nu gedacht wordt. Men weet dat in de tweede helft van de jaren 1930 de wereld verdeeld raakte in twee soorten landen: die waarin de Joden niet mochten blijven en die waarin ze niet welkom waren. Door toedoen van de Moefti werd Palestina als laatste mogelijkheid steeds moeilijker. Zou het een te ver gaande speculatie zijn om te veronderstellen dat de moefti met het afsluiten van de laatste afschuif-mogelijkheid van de Joden, namelijk naar Palestina, een beslissende invloed heeft gehad op het besluit tot de Endlösung? De Moefti had zijn gesprek met Hitler op 28  november 1941. In een voor het laatst in 1999 geüpdate stuk komt Gord McFee op grond van nieuwe gegevens (het dagboek van Goebbels) plus een plausibele redenering, die te ver voert om hier uiteen te zetten, tot de volgende conclusie: “Het nieuwe bewijs wekt sterk de indruk dat Hitler vroeg in december 1941 besloot alle Europese Joden uit te roeien.”

Als McFee gelijk heeft, dan hebben er slechts dagen gezeten tussen de ontmoeting met de Moefti en het definitieve besluit.

Er bestaat een heleboel literatuur over die Moefti en als er één ding daaruit duidelijk wordt dan is het dat hij volledig gedreven werd door uitsluitend Jodenhaat. Alles wat hij deed, stond in het teken van zijn ene grote doel: zoveel mogelijk Joden vermoorden. Vanaf zijn aankomst in Nazi-Duitsland, waar hij ook Himmler en Eichmann ontmoette, werkte de Moefti vervolgens samen met de nazitop om op de Balkan, waar vanwege de eeuwenlange Turks-islamitische agressie veel moslims wonen, SS-moslim-divisies op te richten. Hij was erop gebrand gedurende de hele oorlog geen Joden te laten ontsnappen en is zonder enige twijfel verantwoordelijk voor duizenden Joodse doden, waaronder veel kinderen. U kunt dat nalezen in een degelijke academische studie van twee Duitsers, Klaus-Michael Mallmann en Martin Cüppers, “Halbmond und Hakenkreuz”. Dat boek is ook in het Engels vertaald onder de titel “Nazi Palestine”. Daarin staat een speciaal hoofdstuk over de Moefti en daarin wordt bewezen dat de Moefti meerdere malen zijn persoonlijke invloed bij bijvoorbeeld Eichmann heeft gebruikt om te voorkomen dat er Joden gered zouden worden. Er zou bijvoorbeeld eind 1942 door bemiddeling van het Rode Kruis aan Joodse kinderen uit Slowakije, Polen en Hongarije worden toegestaan om naar Palestina te emigreren in ruil voor het vrijlaten van Duitse gevangenen. De Moefti heeft dat persoonlijk voorkomen. Mallmann en Cüppers leggen zeer, zeer veel nadruk op dat feit dat die Moefti gedreven werd door Jodenhaat. Één enkel citaatje:

“Talloze notulen van vergaderingen, toespraken, memoranda, brieven en andere verklaringen getuigen ervan dat zijn haat voor de Joden de fundamentele impuls was die hem dreef.”

Vanaf 1942 organiseerde de Moefti in samenwerking met de nazi’s vanuit een voorstadje van Berlijn, Zeesen, radio-uitzendingen vol Jodenhaat, die in het hele Midden-Oosten in alle thee- en koffiehuizen uit de luidsprekers schalden. Als Rommel in de herfst van 1942 had kunnen doorstoten naar Egypte, zouden er mobiele vergassingsinstallaties, bestemd voor massamoord op de Joden in Palestina, die in de haven van Athene klaar stonden, naar Palestina zijn verscheept. (Mallmann en Cüppers, p. 146 in de Duitse en p. 126 in de Engelse versie) De Moefti dook na de oorlog weer op in Egypte en leidde van daaruit de haat- en terreurcampagne van de Arabieren tegen de Joden, die vanaf 1945 groeide naar een volslagen oorlog tussen de Joden en Arabieren.

De Moefti heeft gezegd dat de Jodenhaat-traditie van de islam geen enkele aanvulling nodig had vanuit het nazi-antisemitisme. Dat klopt. Mallmann en Cüppers wijzen er dan wel op dat er twee elementen van de nazistische Jodenhaatleer zouden zijn opgenomen in die van de islam, maar dat blijken bij nader beschouwing alleen wat afwijkende formuleringen voor wat in het islamitische antisemitisme al eeuwen leefde.

Ten eerste een soort van Darwinistisch biologisme. Mallmann en Cüppers citeren uitspraken van de Moefti die daarop wijzen en waarin hij de Joden vergelijkt met virussen en bacteriën. Anderzijds kan je zeggen dat dit biologisme eigenlijk al voorkwam in de islamitische Jodenhaat. Maar omdat de islam niet bekend staat om zijn natuur-wetenschappelijk onderzoek, hadden ze zich altijd moeten behelpen met een primitiever soort biologisme: “De Joden zijn onze honden!” zoals de moslims bij de pogroms in Jeruzalem in de jaren 1929 en 1930 uitriepen. Of zoals mijnheer Morsi, de president van Egypte, nu nog zegt: “De Joden zijn afstammelingen van apen en varkens.” Misschien moet je dat toch ook “Darwinistisch” noemen.

Het tweede element dat de moslims van de nazistische Jodenhaatleer overnamen was de gedachte dat de Joden dan wel biologisch inferieur waren, maar ook almachtig, dat ze dus achter de macht van zowel Amerika, als Rusland als Engeland zaten en verder achter elk complot ter wereld. Dus zoals de “Protocollen van de Wijzen van Zion” leren. Ook dat element is eigenlijk niet zo nieuw voor de islam, want de Joden zijn ook in de eigen traditie altijd afgeschilderd als slimme schurken met wie je moet oppassen.

De moefti had gelijk dat de islam weinig of geen aanvulling behoefde vanuit het nazisme. In elk geval hadden de islam en het nazisme de belangrijkste karakteristieken gemeen. Zoals hier boven al een keer is gezegd: dat is niet “a-historisch”, want het gaat om tijdloze haat-elementen die deel uitmaken van zowel islam als nazisme.

De islam, het Mohammedanisme, is puur nazistisch in de Jodenhaat, in de expansieve oorlogszucht compleet met Blut-und-Boden-Prinzip (grond die eenmaal islamitisch is geweest moet altijd islamitisch blijven), in het Führer-Prinzip (Mohammed, die misschien niet bestaan heeft, was volgens de islamitische mythologie een massamoordenaar, sluipmoordenaar, roofmoordenaar, slavenhaler en kinderverkrachten en geldt als dé voorbeeldige mens die nagevolgd móét worden), in het racisme tegen vrouwen, in de principiële gewelddadigheid, in de superioriteitswaan (Übermenschen-waan) die net als in het nazisme  gepaard gaat met ziekelijke angst in de vorm van xenofobie,  conspirisme (verslaving aan complotdenken) en  slachtoffergedrag (rancunisme), dus het voortdurend wijzen naar de “vijand” als oorzaak van de eigen ellende.

4) De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina zijn versterkt door het oorlogsrecht: 1945 –1948

Aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden wist de Moefti na 1945 te ontsnappen naar Egypte. Daar gaf hij mede leiding aan de Arabische terreur tegen de Joden die na WO II gewoon was doorgegaan en die tenslotte naadloos zou overlopen in de oorlog van 1948 en de inval in Israël van de reguliere Arabische legers van vijf Arabische staten op 15 mei 1948, dus op dezelfde dag dat de staat Israël werd uitgeroepen.

Je ziet derhalve concreet, historisch, via die constante terreur de lijn vanaf 1921 van de Moefti en via Hitler naar de aanval in mei 1948 van de Arabische legers op de pas uitgeroepen Joods staat lopen. Die lijn is na 1948 evenmin ooit onderbroken geraakt. Want Arafat heeft altijd de Moefti van Jeruzalem als zijn grote mentor erkend. En de tegenwoordige leider van Fatah, Abbas, laat er ook geen enkele twijfel over bestaan dat hij in die Hitler-Moefti-traditie staat. De traditie van Hitler is dus gelijk aan die van Arafat en Abbas en van Hamas en Hezbollah en eigenlijk van het hele Midden Oosten en nog eigenlijker van de hele islam.

Er wordt beweerd dat Israëls “expansie” al begonnen is in 1948, toen de pas geboren staat tegen alle verwachting in overwinnaar bleef tegen het Arabische geweld. Inderdaad wist Israël in die oorlog méér land te bezetten dan in het verdelingsplan van de VN van datzelfde jaar 1948 aan Israël was toebedeeld.  Maar ten eerste waren de Joden (“Israël”) al in 1922 beroofd van 70 % van hun vestigingsgebied, maar hadden niettemin ermee ingestemd dat het VN-plan van 1948 nog eens een stuk van de overblijvende 30% aan de Arabieren gaf, terwijl de Arabieren weigerden en ten oorlog trokken. Ten tweede was Israël derhalve verwikkeld in een verdedigingsoorlog. Dit is essentieel en zou Israël het recht hebben gegeven nog veel meer land te bezetten, zelfs stukken van de aanvallende Arabische landen. Ten derde heeft Israël wel degelijk bepaalde stukken veroverd land aan bijvoorbeeld Egypte teruggegeven. Ten vierde heeft Jordanië illegaal, want na een aanvalsoorlog,  vanaf 1948 tot de overwinning van Israël in de juni-oorlog van 1967, gedurende bijna 20 jaar, Samaria-Judea bezet gehouden.

En dan is er nog een ten vijfde. Er zijn een aantal leugenwoorden rond de anti-Israël-propanda erg belangrijk: “bezetting” en “Palestijnen”, maar ook “vluchtelingen” , “verdrijving” en “etnische schoonmaak”. Israël heeft natuurlijk in Samaria-Judea (“de Westbank”) al helemáál  geen Palestijnse Arabieren verdreven. Maar ook vanaf het gebied dat nu het huidige Israël vormt, zijn “Palestijnen” in de oorlog alléén verjaagd omdat de Joden daartoe gedwongen werden door de agressie van hun eigen Arabische leiders. Voor een goed begrip van het Joods-Israëlische handelen is het van essentieel belang steeds in het oog te houden dat er voor het geweld dat Joden toepasten steeds maar éen verklaring is geweest: de Palmaffialeiders begonnen ermee en dwongen de Joden tot zelfverdediging. Dat geldt van 1921 tot heden. Dat geldt dus ook voor de oorlog van 1948. Behalve de geschiedvervalsingsschool van Benny Morris, Ilan Pappé en Avi Shlaim beweert geen enkele serieus te nemen historicus dat er in de oorlog van 1948 sprake was van systematische en planmatige verdrijving van Palestijnse Arabieren door de Joden. Integendeel: een historicus die wat mij betreft nog veel te veel uitgaat van de “gelijkwaardigheid” van de cultuur van de Palestijnse Arabieren en van Palestijnse Joden en die toch nog best wel een beetje “links “ is, namelijk Yoav Gelber, schrijft:

“In feite werden de Palestijnen niet verdreven tijdens de burgeroorlog; ze liepen gewoon weg. Gedurende het grootste deel van de volgende fasen van de oorlog ( . . .) waren lokale deportaties het resultaat van militaire behoeften, vooral gebruikt om aan de indringers bases te ontzeggenin de buurt van de joodse nederzettingen en voor het veiligstellen van de controle van belangrijke wegen.”  [Mijn schuine vet]

Efraim Karsh heeft in 2010 op grond van nieuw ontsloten bronnenmateriaal een studie gepubliceerd van de oorlog van 1948: “Palestine Betrayed”. Het punt waarop Karsh (onderbouwd!) telkens en telkens weer veel nadruk legt, is dat de paniekvlucht van vele Arabische Palestijnen ontstond door oproep of voorbeeld van hun eigen elites. De Joodse leiders, ook locale leiders, drongen bij de Arabische Palestijnen juist aan op blijven en op gelijkberechtigd en vreedzaam samenleven. Zelfs in april 1948, zegt Karsh, dus slechts weken voor het uitroepen van de staat Israël op 14 mei, was géén van de stedelingen en was slechts een “handvol” plattelanders van de Palestijnse Arabieren verdreven door de Joden. Er waren uitzonderingen, maar dat zijn dezelfde als waarvan ook Yoav Gelber melding maakt. Karsh:

“De uitzonderingen die zich voordeden, in het heetst van de strijd, werden steeds gedicteerd  door ad-hoc militaire overwegingen. Ze gingen bovendien gepaard met pogingen om vlucht te voorkomen en/of de terugkeer te bevorderen van mensen die gevlucht waren – op een moment dat enorme aantallen Palestijnen actief uit hun huizen verdreven werden door hun eigen leiders en/of Arabische gewapende strijdkrachten, hetzij uit militaire overwegingen hetzij om te voorkomen dat zij burgers zouden worden van de voorziene Joodse staat.” [mijn schuine vet]

De laatste jaren heeft de links-islamofiele propaganda-machine een nieuw leugenwoord in het Westerse bewustzijn geïnjecteerd. Dat woord is “Nakba” en het betekent “ramp”. Onder de vlag van dat leugenwoord wordt tegenwoordig jaarlijks op 19 mei herdacht dat “de Palestijnen” met tienduizenden door de Joden zouden zijn verdreven van hun geboortegrond.  Zó succesvol is de propaganda geweest dat de tegenwoordige burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam, toen nog minister van integratie, in 2009 (in het dagblad Trouw) Auschwitz vergeleek met het roversnest Gaza, waar zoveel Westerse subsidie naar toe gaat dat ze niks anders hoeven te doen dan neuken, aldus een demografische explosie creëren en raketten produceren om Israël te terroriseren. Daarna is er nog zat geld over dat de Palmaffia Hamas deels besteedt aan luxe en deels op Zwitserse banken zet.

Van der Laan in 2009:

“Zo zouden Arabieren zich kunnen verdiepen in de Holocaust en Israëliërs in de Nakba, het verdrijven van Arabieren uit Israël in en na 1948. ‘Er is leed van beide kanten’, benadrukte Van der Laan.”

Op zich is het gelijkstellen van de Holocaust en het lot van de Palestijnse Arabieren al walgelijk en diep idioot. Aan de ene kant de industriële Jodenmoord en aan de andere kant één van de vele grotere en kleinere volksverhuizingen die in het kader van WO II en de dekolonisatie overal ter wereld plaats vonden. Maar het belangrijkste is natuurlijk dat Van der Laan simpelweg niet weet dat die “Nakba” aan de Palestijnse Arabieren is aangedaan door hun eigen maffiose “elites”, die het “vluchtelingenprobleem” gecreëerd hebben en vervolgens dik 60 jaar in stand hebben gehouden alleen om de haat tegen Israël gaande te houden en het wereldwijde antisemitisme te bevorderen.

5) De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina zijn versterkt door het oorlogsrecht: 1948 – 1973

We hebben dus nu gezien dat de lijn van terreur van de Moefti vanaf 1921 ononderbroken via Hitler naar de oorlog van 1948 liep. Van belang is het om daar bij te wijzen op het feit dat Samaria-Judea, waarop de Joden volgens alle morele en juridische principes recht hadden om te wonen, in 1948 als springplank werd gebruikt in een poging tot genocide op de Joden. Dat was drie jaar na Auschwitz. Vervolgens werd die door Jordanië gedurende 20 jaar illegaal  bezette “Westbank” in 1967 voor de tweede maal gebruikt in een poging tot genocide op de Joden in Israël. Nóg een keer: twee keer wordt een gebied dat moreel en juridisch vestigingsgebied voor de Joden is, en illegaal wordt bezet door Arabieren en waaruit Joden werden verdreven, als springplank gebruikt om de Joden in israël te vermoorden.

Israël had dus het allervolste recht niet alleen om Samaria-Judea blijvend in te lijven, maar ook om de Arabieren te verdrijven naar Jordanië. Dat is namelijk precies wat de Arabieren in 1948 wél deden met de Joden die daar woonden, waarna ze overgingen tot het vernielen van alle synagoges en begraafplaatsen van Joden, waarna ze van 1948 tot 1967 een achterlijk terreurbewind voerden over “de Westbank”.

Maar dat deden de Joden niet. Israël heeft nu juist direct in 1967 een genereuze vrede aangeboden, waarin alleen gevraagd werd om een paar kleine gebieden te behouden die essentieel zijn voor de verdediging van Israël tegen de bestandslijnen van 1948 aan. Dat is door de Arabische landen, in datzelfde jaar 1967 in vergadering bijeen in Khartoum, geweigerd middels het beruchte drie keer nee van Khartoum: nee, tegen onderhandelingen, nee tegen vrede en nee tegen erkenning.

Nóg een keer: de Joden van Israël hadden duizend procent het recht om daar te wonen, het zelfs exclusief op te eisen, maar ze wilden het gebied weer afstaan in ruil voor vrede. Maar de Arabieren weigerden dat en dwongen (!) de Israëli’s dus om het gebied te gaan besturen. En vervolgens brachten de Israëli’s vanaf 1967 daar in Samaria-Judea een ongekende welvaart en dynamiek, net zoals ze vanaf 1890 hadden gedaan in heel Palestina. Ook ontstond er een georganiseerde trek van Joden naar Samaria-Judea, waar vele nieuwe Joodse nederzettingen ontstonden: volstrekt legaal, op gekochte grond en met name rond voor Joden betekenisvolle plaatsen als Hebron, waar de Joden in de jaren 1929 met moordaanslagen door de Moefti-Arabieren verdreven waren. Er was een vrije toegang van Arabieren uit Jordanië tot het gebied. Dat heette “het open-bruggen-beleid”. De Joden hoopten met die creatie van vrijheid en welvaart in Samaria-Judea alsnog te bereiken  wat oorspronkelijk de bedoeling van het gestelde in het Mandaat was geweest, een vorm van vreedzaam samenleven  van Arabische bevolking met de Joden.

Dat is niet mogelijk gebleken. Al nam koning Hoessein van Jordanië geen deel aan de volgende genocidaal bedoelde overval van de Arabieren op Israël, de Jom Kippoer-oorlog van 1973, en werd het Israël bespaard dat Samaria-Judea voor de derde keer als springplank diende, dat kon nauwelijks een troost zijn. Want koning Hoessein van Jordanië bleef alleen om opportunistische redenen buiten de strijd. Dat de koning niet meedeed aan de opnieuw genocidaal bedoelde oorlog was te wijten aan zijn zwakke positie. Hoessein had drie jaar eerder, in september 1970 (in de mythologie van het Palestinisme “Zwarte September” geheten), met grof geweld en ten koste van heel veel doden Arafat en zijn terreurbendes, die de staat Jordanië dreigden over te nemen, uit Jordanië verjaagd.  Vanwege zijn zwakke binnenlandse positie viel Hoessein tijdens de Jom Kippoer-oorlog van 1973 niet aan via Samaria-Judea, maar volstond met het sturen van één symbolische pantserdivisie naar het Syrische front op de Golan-hoogte. Maar hij had eerst wel aan Israël toestemming gevraagd of hij op deze manier zijn gezicht mocht redden in de Arabische wereld en of er geen sancties van de kant van Israël zouden volgen. “Dat kan alleen in het Midden-Oosten”, commentarieerde Henry Kissinger.

We moeten even terug naar 1967 en zelfs 1964, omdat in deze periode 1948 – 1973 de uitvinding valt van “het Palestijnse volk”.

Als er ooit Palestijnen hebben bestaan, dan waren het natuurlijk de Joden, maar de gecoördineerde Arabisch-islamitisch-linkse propaganda is er in geslaagd om sinds 1967 dat etiket, “Palestijnen” te plakken op die vluchtelingen die door de Arabische landen en de UNWRA zorgvuldig in hun vluchteling-status zijn gehouden om als propagandawapen tegen Israël ingezet te kunnen worden.

Die naam “Palestijnen” heeft de links-islamofiele propaganda tegelijk met de namen “Arafat” en “PLO” in het collectieve bewustzijn van het Westen gegrift.

Arafats “Palestinian Liberation Organisation” (PLO) werd in 1964 opgericht en was een voortzetting van de “Palestijnse” guerilla-beweging  Fatah (opgericht in 1959) die aanslagen in Israël pleegde. Het openlijk in het Handvest van de PLO gestelde doel was Israël te vernietigen en  “de Joden de zee in te drijven”. De bijkomende “bevrijdings-ideologie” kwam uit het Sovjet-kamp en moet gezien worden in het kader van de Koude Oorlog. Arafat had in 1964 zijn vertrouweling Abu Jihad naar Noord Vietnam gestuurd om te leren hoe Ho Chi Minh zijn “bevrijdingsstrijd” voerde. Fatah vertaalde toen al, vóór 1964, de revolutionaire handboeken van generaal Giap, van Mao en Che Guevarra, van wie we inmiddels toch wel allemaal kunnen weten dat het massamoordenaars waren, inclusief de Jezus van de guerrilla. Giap schreef aan Arafat:

“Stop met praten over de vernietiging van Israël en verander in plaats daarvan je terreur-oorlog in een worsteling om mensenrechten, dan zal het Amerikaanse volk uit je hand eten.”

Vanaf 1967 zou steeds meer blijken hoezeer Giap gelijk had. Arafat, die door de Sovjets werd gezien als een bruikbare pion in de Koude oorlog tegen het Westen, werd door de Russische KGB in de leer gedaan bij “het genie van de Karpaten”, Nicolai Ceauçescu, dictator van Roemenië. Vanaf midden jaren 1960 waren Arafat en zijn entourage meermalen te gast bij deze moordenaar en megalomane krankzinnige. Het opvoedende werk werd in de praktijk gedaan door Ion Mihai Pacepa, hoofd van de militaire inlichtingendienst in Roemenië. Ik vertaal en citeer nu Meir-Levi ( “History upside Down”, p. 30):

“Maar terwijl Arafat tenslotte de lessen die hij had geleerd van zijn Roemeense en Noord-Vietnamese gastheren en coaches oppikte en toepaste, waren de Sovjets, zoals Pacepa het beschrijft in ‘Red Horizons’, nog steeds niet zeker van zijn betrouwbaarheid. Dus maakten ze, met Pacepa’s hulp een zeer speciale “verzekerings-polis”. Gebruik makend van de goede diensten van de Roemeense ambassadeur in Egypte, filmden de Sovjets Arafat’s bijna elke avond plaats vindende homoseksuele interactie met zijn lijfwachten en met de ongelukkige weesjongetjes, jonger dan tien, die Ceauçescu aan Arafat leverde als onderdeel van de ‘Roemeense gastvrijheid’. Met videotapes van Arafats gulzige pedofilie in hun kluizen, en op de hoogte van de traditionele houding jegens homoseksualiteit in de islam, was de KGB van gevoelen dat Arafat een betrouwbare aanwinst was voor het Kremlin.”

Let op, want dit is essentieel: de bedoeling van zowel Fatah als de organisatie die in 1964 Fatah opvolgde, de PLO, was om Israël te vernietigen. Dat was vóór 1967, dus toen waren er dus nog  géén “bezette gebieden”, niet in Gaza en niet op “de Westbank” (Samaria-Judea), toen werden de “Palestijnen” nog geterroriseerd en rechteloos gehouden door Egypte (Gaza) en Jordanië (Samaria-Judea) en toch moesten de “Palestijnen” al bevrijd worden. Maar toen, vóór 1967, niet van hun Egyptische en Jordaanse onderdrukkers ! . . . Nee, van Israël!  Het ging dus “gewoon” vanaf het begin om de vernietiging van Israël en dat is nooit meer veranderd. Al die “vredesprocessen” zijn voor de “Palestijnse” maffia’s, van Arafat tot Abbas tot Hamas altijd een leugen speciaal voor consumptie in het Westen geweest.

Maar in 1967, toen Israël, na opnieuw aangevallen te zijn, Samaria-Judea bezette, werd het statuut van de PLO ineens veranderd en werd er plotsklaps soevereiniteit geclaimd van een “Palestijns volk” over Gaza en “de Westbank” (Samaria-Judea). Die twee regio’s moesten dus nu plotseling ook “bevrijd” worden toen niet meer Egypte en Jordanië, maar Israël er de baas was. Het krankzinnige was dat nadat Israël gedwongen (!) het bewind in Samaria-Judea en Gaza had moeten overnemen, de mensenrechten en de welvaart van “de Palestijnen” aldaar sterk verbeterden. Onder Respectievelijk Jordanië en Egypte was het veel en veel slechter. Ik citeer David Meir-Levi:

“De Jordaanse bezetting van de Westbank en de Egyptische controle van de Gazastrook waren gekenmerkt door totalitaire repressie. In de woorden van Arafat zelf, voerden de Egyptenaren de Palestijnen in 1948 in vluchtelingenkampen, sloten ze op achter prikkeldraad, zonden spionnen naar binnen om de Palestijnse leiders te vermoorden en executeerden degenen die probeerden te vluchten. Er was geen enkel Palestijns protest tegen deze onderdrukking in naam van enige zelfbeschikking die hen zou zijn geweigerd.”

Maar in 1967 was er dus ineens dat “Palestijnse volk” en die “nationale bevrijdingsstrijd” tegen het “Zionistisch imperialisme”.

6) De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina zijn versterkt door het oorlogsrecht: 1973 – 2013

Niet alleen de oorlog van 1973, maar ook de voortgaande terreuraanslagen van de Palmaffia’s onder leiding van Arafat maakten een einde aan de illusies van de Israëli’s. Opnieuw werd bewezen wat al 1400 lang duizenden malen bewezen werd: islam is oorlog, waar islam daar geen vrede. De Israëli’s werden gedwongen tot steeds rigoureuzere veiligheidsmaatregelen: wegversperringen om explosieven en zelfmoordterroristen op te sporen en tenslotte een veiligheidsbarrière  rond het gebied dat tegen de bestandslijnen van 1948 aanligt en dat Israël essentieel acht voor zijn veiligheid.

De “rechtse” Israëli’s, en dat waren ook meestal de Israëli’s met kennis van de geschiedenis waren sceptisch toen de Oslo-Accoorden werden gesloten. Deze realisten kregen gelijk. De geschiedenis vanaf 1993, toen de Oslo Accoorden tot stand kwamen, verschilt niet van de algemene trend die het voorgaande liet zien: voortgaande pogingen van Israël om tot vrede te komen en voortgaande sabotage van die pogingen door de Palmaffia’s.  Meteen na Oslo 1993 is Arafat begonnen met een bewust en grootscheeps haat-propaganda en terreur-offensief om de Akkoorden te ondermijnen.

Gewoontegetrouw werden de westerse media door Arafat gevoederd met fraaie leugens, ontkende Arafat dat hij zelf leiding gaf aan de terreur, maar sprak hij in het Arabisch en voor Arabisch gehoor openlijk zijn sabotage-plannen uit. Terwijl Arafat en zijn opvolgers de kernopdracht van de Oslo-Akkoorden vertrapten – (ophouden met het plegen en propageren van terreur) – hielden de Israëli’s zich wel precies aan de aan hen gestelde voorwaarden.

Inmiddels zijn we ontelbare terreurdaden van de Palmaffia’s verder, de bouw van een veiligheidshek verder (2003), een ontruiming van Gaza en de metamorfose van Gaza in een Hamas-terreur-basis verder (2005) en een flink aantal door de Palmaffia’s afgewezen vredesvoorstellen verder.

De Palestijnse Arabieren hebben dus al vanaf 1922 een staat in Jordanië (70% van het Mandaatgebied). Zelfs van die resterende 30% die toch wel voor de Joden had mogen zijn, hebben ze óók nog een stuk aangeboden gekregen: in 1937 (Peelplan) en in 1948 (VN). Daarna hebben ze aanbiedingen gehad die eigenlijk alsmaar genereuzer werden: in 1967 (Khartoem), 1993 (Oslo), 2000 (Camp David), 2001 (Taba), 2007 (Annapolis), 2008 (Olmert), 2011 (Netanyahu). In die vredesvoorstellen hadden de Palmaffia’s voor 98% hun zin kunnen krijgen, maar steeds duidelijker is gebleken dat de Palmaffia’s geen vrede willen, dat ze leven van terreur, corruptie en parasitisme, geen normale staat willen en kunnen runnen en alleen maar uit zijn op genocide op de Joden en de vernietiging van Israël, zoals inderdaad nog steeds in de beginselprogramma’s van Hamas en Fatah staat.

Ook nu geldt nog steeds: op het moment dat de Arabieren met terreur ophouden, zal het vrede zijn. Andersom geformuleerd, zoals Dennis Prager dat doet: het Palestijns-Israëlische conflict laat zich in zes woorden vatten: de Arabieren willen de Joden vermoorden. Meer is het inderdaad niet. Of in de woorden van kinderen: “Zij zijn begonnen.” En zo is het. Als de Arabieren niet steeds opnieuw beginnen met terreur, is er vrede.

Maar . . . . . . als er iets duidelijk is geworden dan is het dat de Palmaffia’s geen vrede kunnen en willen sluiten. Het zijn letterlijk maffia’s die van geweld, haat, onderdrukking, corruptie en parasitisme leven, zoals de hele islam al 1400 jaar doet. Vrede zou hen dwingen tot een normaal bestuur waarin ze een echte economie zouden moeten opbouwen, waarin ze zelf ook gewoon zouden moeten wérken, productief en creatief zijn. Dat kunnen ze en willen ze niet. En . . . . .  dat verbiedt ook de islam! Want de islam is de enige “godsdienst” ter wereld die haat en oorlog als goddelijke en onveranderlijke plicht voorschrijft.

7) De laatste ontwikkelingen

De laatste propagandistische rel, die door de westerse media massaal is opgeklopt, ook door het Nederlandse NOS-journaal, is het zogenaamde E1-project. Er werd net gedaan of Israël plotseling een intensivering van een op zich al kwalijke expansiepolitiek had aangekondigd,  terwijl in het kader van dat E1-project gewoon huizen voor Joden werden gebouwd in de buurt van Jeruzalem op stukken grond waarvan al sinds Oslo 1993 duidelijk was dat ze bij een eventueel definitief vredes-accoord aan Israël zouden toevallen.

Als extra gebaar van goede wil en onder Amerikaanse druk hadden de Israëli’s in november 2009 namelijk erin toegestemd voorlopig géén huizen te bouwen in zelfs de gebieden die reeds volgens de Oslo-Akkoorden bij een definitieve regeling aan Israël zouden toe vallen. Na 14 maanden, in januari 2011, toen voor de zoveelste maal duidelijk was geworden dat Abbas niet wilde onderhandelen, zijn de Israëli’s gewoon weer gaan bouwen. Dat is alles.

Inmiddels hebben we kennis kunnen nemen van de nieuwste chicanes van Mahmoud Abbas, die het op 30 november 2012 voor elkaar heeft gekregen om zijn “Palestijnse Autoriteit” op “de Westbank” die eerst een waarnemer-entiteit-status had bij de Verenigde Nazi’s tot een waarnemer-staat-status opgewaardeerd te krijgen. Het woord “staat” is dus het nieuwe er aan en de Palmaffia van Abbas hoopt, nu de samenwerking met het nóg openlijker genocidale Hamas steeds beter wordt, natuurlijk op den duur van “de Westbank” net zo’n terreur- en raket-basis te maken als Gaza sinds 2005 geworden is. In werkelijkheid, “op de grond”, verandert er niet veel, maar het voornaamste doel is dan ook om te voorkomen dat er direct met Israël onderhandeld moet worden en dat dan opnieuw de onwil van de Palmaffia’s om tot vrede te komen zou blijken.

tel-aviv-kustpanorama

8) Samenvatting

De Joden hadden en hebben een moreel recht zich in Samaria-Judea te vestigen omdat ze er al duizenden jaren woonden en het land Palestina in de diaspora vele eeuwen lang een centrale mythe voor de Joden bleef. Omdat de Joodse immigratie vanaf 1890 een eind maakte aan een wrede koloniale bezetting door Arabieren en Turken die in 638 na Christus begon en 1300 jaar lang duurde. Omdat ze vanaf 1890 in een leeg en desolaat land vol woeste gronden een maatschappij-orde brachten die in alle opzichten volstrekt superieur was aan het wrede en irrationalistische islamitische feodalisme dat er heerste. Omdat dit morele recht geformaliseerd is in het Verdrag van San Remo van 1922 tot een volkenrechtelijk recht. Omdat het oorlogsrecht gedurende de hele periode van 1922 tot op heden dat morele en volkenrechtelijke recht versterkt heeft.

Dat versterken door het oorlogsrecht gebeurde omdat er vanaf 1921 terreur op islamitische grondslag door de Arabieren werd uitgeoefend onder leiding van de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini. Omdat de Moefti vanaf 1936 die terreur uitvoerde met behulp van Hitler en de verdere nazi-top. Omdat die terreur genocide op de Joden tot bedoeling had. Omdat Samaria-Judea twee maal, in 1948 en in 1967 als springplank is gebruikt in een aanvalsoorlog die beide malen de bedoeling had om genocide op de Joden te plegen. Omdat Jordanië van 1948 tot 1967 illegaal, want na een aanvalsoorlog, Samaria-Judea bezet hield en Judenrein had gemaakt. Omdat het toeval was dat in de derde aanvalsoorlog door de Arabieren van 1973 Samaria-Judea niet als springplank werd gebruikt. Omdat vanaf Khartoem 1967 de Arabieren weigeren serieus te onderhandelen over vrede en daardoor Israël in 1967 dwongen (!) het bestuur over Samaria-Judea op zich te nemen. Dat de Arabieren  en “Palestijnen” onderhandelingen, vrede en erkenning weigeren blijkt ook uit het feit dat ze het Vredesverdrag van Oslo 1993 vanaf het begin gesaboteerd hebben en dat ze steeds genereuzer wordende nieuwe vredesaanbiedingen tot op heden consequent afgewezen hebben. Omdat zowel Arafat als Abbas en Hamas openlijk in de traditie van de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini, zijn blijven staan en dus in de nazi-traditie.

TOEGIFTEN:

5 minuten geschiedenisles door Alan Dershowitz over Israëls uitzonderlijk legitieme . . . . . eh . . . . . legitimiteit:

Dennis Prager legt in 5 minuten uit wat het “Palestijns-Israëlisch probleem” is:

Pat Condell legt hetzelfde óók in 5 minuten uit . . . . . . nou ja twéé keer 5 minuten dan:

En dan hebben we nog een 12 minuten-teken-filmpje gebaseerd op het geniale boekje van Sol Stern:

En misschien is voor wat luieren van geest deze hapklare brok geschiedenis-met-lichtbeelden van de geniale Gil White aufschlussreich:

De laatste ontwikkelingen inzake Israël & de Palmaffia’s worden misschien het beste samengevat in mijn zeer korte bespreking van een 7-minuten-interview met Caroline Glick dat 1-4-2015 op YouTube verscheen onder de titel: “Annex Judea and Samaria Now – in Wake of US Policy”.

_________________

Advertenties