U begint nu een kritiek te lezen op aflevering zeven van “Het Israël van Heertje en Bromet”. Ook de eerdere afleveringen van de serie” zijn door mij gefileerd: een en twee en drie en vier en vijf en zes.

Elk jaar worden in Israël de gevallen soldaten en de slachtoffers van terrorisme herdacht. In de avond twee minuten stilte en dan 24 uur rouwverwerking. Israël is een getraumatiseerde samenleving waarin bijna iedereen wel een verloren naaste heeft te gedenken. Om Israël te promoten beginnen Heertje en Bromet met een kleine demonstratie vol Israëlische vlaggen, waaronder het klinkt:

“Vandaag herdenken we de gevallen Israëlische soldaten, niet de terroristen! Dood aan de Arabieren!”

Dit is een kleine minderheid, die dat allemaal roept. En ik had wel eens een paar persoonlijke verhalen willen horen van die mensen die dat staan te schreeuwen. Maar dat doen linkse narcistische hedonisten niet, zulke mensen interviewen: die trekken alleen hun neusjes op en gaan op hun morele krukje staan. Wat Heertje en Bromet óók niet doen, niet in al die zeven uitzendingen die ik tot nu toe heb bekeken: wijzen op de ziedende oceaan aan Jodenhaat in de Arabische wereld die elke dag van het jaar constant tegen de grenzen van Israël aanklotst. Zouden ze ueberhaupt weten van het bestaan van MEMRI en Palwatch? Zouden ze wel eens gehoord hebben van Mitchell Bard?

Okay: “Dood aan de Arabieren!” en enzovoort is niet zo handig, maar die kleine minderheid die daar woedend staat te demonstreren, heeft een goede reden: ze staan een veel grotere bijeenkomst te beschreeuwen waarin Israëlische Joden samen met “Palestijnen” de “Palestijnse” slachtoffers gedenken die door eigen “Palestijns” toedoen zijn gevallen.

Maar Heertje ziet dat allemaal héél anders. Hij gaat staan verklaren wat we horen en zien, en hij zit alwéér vol humanistische medemenselijkheids-emotie, bijna tot tranen geroerd , zoals in alle aflevering wel een paar keer gebeurt:

“Het is vandaag de herdenking van de slachtoffers van de Israëlische oorlogen. Ze hebben besloten om die herdenking van die Israëlische oorlogen, om die te combineren met de Palestijnse . . . eh . . . die óók kinderen hebben verloren, eh, sámen te herdenken dat je pijn hebt en om uit te spreken dat je niet wilt dat mensen zo’n verdriet hebben en nu zijn er mensen die daar weer tégen gaan demonstreren.”

Waarna opnieuw dat clubje met die Israëlische vlaggen in beeld komt, waaruit het klinkt:

“Dat je maar onder een raket terecht mag komen.”

Bromet doet een voorzetje dat Heertje mag inkoppen. Hij heeft in de krant gelezen, zegt Bromet, dat de “Palestijnen” die hier aanwezig zijn eigenlijk niet mochten komen.

Heertje: “Dat klopt. Dat zijn allemaal mensen van de Westbank [Judea-Samaria!] en die komen door het jaar heen gewoon vaker naar Israël, maar speciaal voor deze gelegenheid wordt dat door Netanyahu verboden. Dat heeft-ie vorig jaar ook gedaan. En dan moeten die mensen gaan procederen. Er wilden 184 mensen komen en nu heeft het Hooggerechtshof aan 100 mensen toestemming gegeven. Dus mogen er toch weer een aantal niet. Maar het is heel controversieel om samen pijn te hebben.”

Op dit moment staat Heertje nagenoeg te schreien. En het gehersenspoelde Nederlandse publiek begrijpt dat die harde rechtse Netanyahu-Joden de arme “Palestijnen” totaal onnodig kwellen.

Dan richten we onze blik op een podium. Het is avond en in de schijnwerper verschijnt een Arabisch jongetje. Het is zo’n typisch assertief Arabisch jongetje dat met een typische heroïsche pathetiek een martelaars-verhaal gaat houden. Typisch? Ja, ik ken die toon vol martiale, agressieve  lijdensverheerlijking van kinderen op Palwatch-filmpjes als ze de haat en jihad tegen de Joden aanbevelen.

“Twee uur ’s midags: het lawaai van traangas en schoten was harder dan normaal. Er werd zwaar gevochten. Grote groepen van het bezettingsleger vielen het vluchtelingenkamp in Betlehem aan. Mijn vriendje vroeg me om samen naar de gevechten te gaan kijken. Mijn vriend: ik wist niet dat het de laatste keer zou zijn dat je me iets zou vragen. Jij liep verder, ik bleef achter en ik riep dat je terug moest komen. Maar het geknal van de schoten en het schreeuwen overstemden mijn geroep. Tussen de angst, het schreeuwen en het schieten door . . . . . viel jij op de grond, mijn vriend. Ik weet nu dat dit bloedige conflict en deze verschrikkelijke haat medogenloos is en niemand spaart. Zelfs geen onschuldige kinderen. Tegen jou, mijn vriend, en tegen iedereen hier aanwezig, zeg ik: het verhaal dat land het vergieten van menselijk bloed waard zou zijn, is een leugen en ik vraag aan komende generaties te stoppen met het doorvertellen van deze leugen, die alleen de belangen van bepaalde mensen dient.“

Als het jongetje is uitgesproken en we Heertje applaudiserend in het publiek zien zitten, klinkt het per megafoon vanuit de tegendemonstratie:

“Ik hoop dat iedereen die aanwezig is bij de ceremonie van de terroristen door een raket geraakt wordt! Vuile hufters! En dat niemand het overleeft.”

U begrijpt: dat zijn de rechtse Netanyahu-Joden.

Het duo bezoekt voor de tweede keer schrijver Etgar Keret, die uitlegt dat zijn nu 13-jarig zoon over vijf jaar zelf moet beslissen of hij gewoon in het leger gaat of kiest voor vervangende dienstplicht. Zelf is hij niet altijd even gelukkig met wat de IDF doet, maar hij vindt dat iedereen die zijn dienstpicht niet vervult ook niet het recht heeft in Israël te wonen. Een helder en verfrissend standpunt. Al voegt hij eraan toe dat een bijkomend voordeel van linkse-mensen-in-het-leger is dat we dan het leger niet overlaten aan de fascisten. Maar hij vertelt ook hoe de diensttijd de mensen verandert. Hij, en elke van zijn vrienden, hebben allemaal gruwelijke dingen gezien en meegemaakt. Zijn zoon, zegt hij, zal als een ander persoon uit het leger komen dan hij erin gaat, namelijk harder. Ongewild bewijst deze linkse schrijver met zijn verhaal hoezeer de Palmaffia-terreur het leven in Israël verziekt. Met name komen we er achter waarom de militairen bij de checkpoints vaak zo onbeschoft zijn. Dat word je vanzelf, zegt Keret, omdat je voelt dat veel van deze mensen jou haten en bereid zouden zijn je te doden. Als je vriendelijkheid uitstraalt, word je gezien als zwak. Je gaat niet een oude man die gevallen is overeind helpen, want dan springt er misschien iemand op je rug. Jammer is wel dat impliciet blijft dat Kerets verhaal illustreert hoezeer Dennis Prager gelijk had toen hij zei dat er maar een paar woorden nodig zijn om het “Palestijnse” probleem te omschrijven, namelijk deze zes: de Arabieren willen de Joden vermoorden.

De bijdrage van Heertje bestaat opnieuw uit het verwoorden van zijn genotzucht, van zijn onwil en onvermogen tot geestelijk volwassen worden. Voortdurend laat hij in deze serie blijken dat hij hij eigenlijk de problemen van het Jood-zijn in Israël niet wenst te kennen of te voelen. Nu ook weer:

“Maar schopt de diensttijd niet alles in de war? Mensen genieten op hun 18e van hun leven, gaan naar school en hier krijgen ze een wapen en komen in gewelddadige situatie terecht.”

Ik zou zeggen: ja lul, en deal er godverdomme eens een keer mee. En word je eens bewust dat het allemaal maar één oorzaak heeft: het feit dat de Palmaffia’s de terreur 100 jaar geleden zijn begonnen en tot op de dag van vandaag volhouden. En dat je zojuist hebt zitten klappen voor een Arabisch jongetje dat de vrede staat te prediken en intussen tóch Israël weer de schuld toeschoof: “Grote groepen van het bezettingsleger vielen het vluchtelingenkamp in Betlehem aan”. Dat jongetje, met zijn door volwassen manipulators geschreven tekst, stond daar de morele wil van de Israëli’s te breken om in Samaria-Judea te blijven: “het verhaal dat land het vergieten van menselijk bloed waard zou zijn, is een leugen”. Daarvoor zijn namelijk álle Israëlische linksen wél gevoelig, maar nagenoeg géén “Palestijnen”.

We gaan naar een herdenking op de begraafplaats van gevallen Israëlische soldaten en daar ontmoet Heertje een viendin, Hannie Jessurun, die hij als 7-jarige leerde kennen op de Joodse jeugdvereninging Haboniem in Amsterdam. Heertje realiseert zich nu pas, zegt hij, dat bijna iedereen in Israël wel iemand verloren heeft of minstens zo iemand kent. En hij spreekt wéér zijn verwondering uit over de spanningen en het leed dat Israëli’s blijkbaar aan kunnen. Jessurun die officier in het leger is geweest en nu net als Heertje een eindje in de vijftig is, vertelt dat veel moeders met kinderen in het leger aan de kalmerende medicijnen zijn, omdat ze het anders niet volhouden. Gut, zegt Heertje, dit land is opgebouwd door mensen die met trauma’s uit de wereldoorlog kwamen en nu weer hetzelfde soort ellende en dat is toch niet vol te houden. Ja, zegt Jessurun, maar we moeten wel, want we zijn omringd door Arabieren die ons haten. Waarna Heertje uiteráárd moet benadrukken dat de “Palestijnen” toch óók hun leed kennen. En dan wijst Jessurun veel te zachtjes op het fundamentele verschil dat ik ook al een paar decennia benadruk:

“Ja, maar wij hebben geen áánvalsleger. Het héét ook zo: Israeli Defence Force. Er zijn laatst weer zo’n zeshonderd raketten vanuit Gaza geschoten. Dan moeten we wel iets terug doen want anders dan ligt Tel Aviv plat en Jeruzalem en uit Libanon wordt er op het noorden geschoten.”

Tsja, dat is wat de Palmaffia’s doen. Ze proberen Israël tot zodanig geweld te dwingen dat er onder hun eigen bevolking slachtoffers vallen, zodat de Joden-haat onder die bevolking op peil blijft. Ze scheppen daarvoor ook zo gunstig mogelijke voorwaarden door hun raketten vanuit dichtbevolkte gebieden af te schieten, liefst vlakbij scholen en ziekenhuizen .

En dan brengt Jessurun uit zichzelf die bijeenkomst ter sprake waarbij Heertje gisteren nog zat te klappen voor dat assertieve Arabische manipulatortje. Ze is het niet eens met dat gezamenlijk herdenken, zegt ze, want in de Palestijnse gebieden zijn zulke bijeenkomsten niet mogelijk. Heertje vindt het héél erg dat Jessurun zo denkt. Want wat kan er toch tegen zijn om verdriet delen in dienst van de vrede? En hij zit alwéér te janken!

Jessurun kan desgevraagd niet goed onder woorden brengen waarom ze zo’n instinctieve afkeer heeft van dat gezamenlijke verdriet delen door Joden en “Palestijnen”. Ze gelóóft er gewoon niet in, zegt ze. En ze is heel erg links geweest, meldt ze, maar ze voelt dat er gewoon géén hoop is en dat, als Israël niet sterk zou zijn, Israël weggevaagd zou worden door de Arabieren. Dat dan hetzelfde zou gebeuren als in de Tweede Wereldoorlog. Dat is ook, zegt ze, wat de ouders van de kinderen die in het leger moeten op de been houdt: dat besef.

Ze zegt tijdens haar betoogje letterlijk “en ik denk dat het absoluut te maken heeft met het Midden-Oosten”.

Ze heeft denkelijk zelf geen idee hoe goed ze dat denkt.

Want het is verdedigbaar dat “het Midden-Oosten, de islam dus, een barbariserende invloed heeft gehad op het christendom en dat zonder die invloed Deschners Kriminalgeschichte des Christentums niet in die vorm geschreven zou zijn en dat Jodenhaat en heksenjacht veel minder zouden zijn geweest. In elk geval is het zo dat de islam, in de persoon van Amin al-Husseini, de Moefti van Jeruzalem, zich vanaf de jaren 1930 verbond met het nazisme en met Hitler, waarbij de Moefti waarschijnlijk de beslissende stoot gaf tot de Endlösung. Dat verbond kwam tot stand vanuit de geheel eigen Jodenhaat-traditie van de islam: de moslims waren níét de leerlingen en de nazi’s de leermeesters, maar ze waren gelijkwaardige partners in Jodenhaat die elkaar herkenden als bondgenoten. Die gemengd-nazistisch-islamitische Jodenhaat-traditie bleef na WO II tot op heden in het Midden-Oosten de leidende ideologie van islamitische dictators, een ideologie die tijdens de “Arabische Lente”, die in 2010 begon, alleen maar sterker werd. Die traditie bleef alléén in de islamitische wereld ongerept én succesvol en nergens anders ter wereld. Die traditie heeft ook en vooral de “Palestijnse” maffia’s van Arafat tot Abbas tot Hamas aangedreven. De huidige links-regressieve Israëlhaters staan in diezelfde oude traditie, want reeds in de jaren 1930 gaf de Communistische Internationale de Joodse minderheid in Palestina de rol van “imperialistische agent van de onderdrukking” en voorzag de moordpartijen van de islamitische Arabieren van het etiket “nationale bevrijdingsbeweging”.

Wonderlijk hoe weinig Israëli’s van hun eigen geschiedenis weten, zelfs realistische mensen als Jessurun.

Is het Zionisme goed, vraagt Bromet aan Heertje. Ja, meent Heertje, want de Joden moeten een plek hebben op de wereld, maar als je dat Zionisme in praktijk gaat brengen, zegt hij wordt het meteen ingewikkeld”. Dat is onzin. Als Amin al-Husseini, de Moefti van Jeruzalem, niet met de Koran en de Hadith in de hand de terreur tegen de welvaart en humaniteit brengende Joden was gaan organiseren, zou er een geweldig bloeiend Palestina zijn ontstaan. Ingewikkeld wordt iets zo gauw de islam in beeld komt. Altijd. Overal ter wereld. Maar de Joden wisten dat niet indertijd, want hun 19e eeuwse geschiedschrijving had een veel te rooskleurig beeld geschetst van de islam.

Het duo Israël-bashers gaat naar Mount Herzl waar Theodor Herzl begraven ligt en waar een enorm monument is gebouwd met een steen voor elke gesneuvelde soldaat in de geschiedenis van Israël. Het duo is in het gezelschap van Jucha Engel die ook al in een eerdere aflevering optrad en die een leraar was in de tijd dat Heertje lid was van de jeugdbeweging Haboniem in Amsterdam.

Heertje meent Jucha Engel, die zojuist de steen voor zijn gesneuvelde zoon in het Herzl-monument heeft aangewezen, te kunnen toevoegen:

“ik wil niet mijn leven laten bepalen door altijd te denken dat ze me willen vermoorden. Dat vind ik geen manier van leven. ( . . .) Het is ook een manier van kijken. Jij ziet achter elke boom een vijand. Ik niet. Ik wil dat gewoon niet.”

Engel wijst hem erop dat, als de Jodenhaat weer losbarst in Europa, Heertje altijd een toevlucht zal hebben, namelijk Israël.

Waarna Heertje de tot nu toe domste opmerking van de hele serie maakt:

“Op dit moment is er in Europa geen gevaar voor de Joden. Wij zijn plan B. Voor andere groepen in Europa is er veel erger gevaar dan voor de Joden. Joden zijn niet het hoofd-target.”

De kosmische oetlul leeft dus nog steeds in de dwaze veronderstelling dat de moslims de nieuwe Joden zijn. Wat zal ik daarop nou eens zeggen? (Behalve dat we hier wellicht weer te maken hebben met een uiting van Heertjes Stockholmsyndroom?) Misschien hetzelfde als wat ik hierboven zei in die alinea die begint met “Want het is verdedigbaar”. En zou ik mogen wijzen op de aanzwellende uittocht van Joden uit Europa, met name uit Frankrijk, richting Israël? Mag ik nog eens aan Frits Bolkestein herinneren die al in 2011 stelde dat de Joden in Europa geen toekomst hebben?

Volgend interview! Met een vroegere vriend van Heertje uit zijn korte periode in Israël rond 1986. Yoram Ozeri is taxichauffeur en was na een aanslag in Ben Yehuda Street meteen ter plekke. Hij vertelt dat het levensgevoel in Israël fundamenteel anders is dan in elk ander land. Dat een Israëli namelijk nooit zeker weet dat de dag zal eindigen zoals hij begonnen is: vreedzaam. Dat er altijd het gevaar van een aanslag is, van raketten, van oorlog. Maar hij wil niet weggaan, want zijn grootvader is in 1922 naar Palestina getrokken en ook hij heeft een prijs in pijn moeten betalen om in Israël te kunnen leven. “Het land Israël wordt met pijn gekocht.” Hij zegt dat hij altijd geloofd heeft dat na verloop van tijd er een keer vrede zou komen, maar dat hij na die aanslag meende dat het heel lang zou gaan duren. De vrede zal niet komen door een of ander verdrag, meent hij, maar door een langdurig proces. Dat je moet leren leven met de mensen die anders zijn dan jij.

Dat zijn mooie gedachten en ook een illusie: want met de islam is geen vrede mogelijk, nooit, alleen een gewapende vrede. Israël zal een sterke nucleaire macht moeten blijven, moeten zorgen dat Iran géén atoommacht wordt en zonodig zelf atoomwapens moeten inzetten om zich te verdedigen. En Israël moet Samaria-Judea (“de Westbank”) inlijven en de Jordaanvallei tot zijn oostgrens maken. Dat vind ik nou zomaar. Tsja.

Het duo Heertje en Bromet weet vaardig beeld en geluid te manipuleren. Zo hebben ze meteen achter de mooie gedachten van Yorm Ozeri het volgende beeld gezet van het clubje demonstranten dat tegen de gezamenlijke herdenking was van “Palestijnen” en Israëli’s.

“Vuile, vieze homo: je bent een moordenaar! Dood aan de terroristen! Het bloed van onze soldaten, stelletje maniakale klootzakken!”

Ja, het is niet leuk. Maar toch: zelfs deze extremisten zijn niet de primaire aanvallers. Ze zijn geradicaliseerd door de voortdurende Palmaffia-terreur en zien de verdriet-deel-bijeenkomst als verraad. Daar hebben ze een punt, want de vertegenwoordigers van de “Palestijnen” bij deze bijeenkomst zijn vooral bezig de verdedigings-wil van Israël te ondergraven. Ze zouden eerst en vooral zich moeten verzetten tegen de Jodenhaatcultuur van Hamas-Abbas-PLO-Fatah. Daar zou hun primaire werkterrein moeten liggen. Anderzijds begrijp ik wel weer dat ze dat niet kunnen: want dan worden ze vermoord. Wat dan weer de onmogelijkheid van vrede en dialoog met de Palmaffia’s onderstreept.

Dat zelfkritiek, schuldgevoel en liefde voor vrede primair bij de Israëli’s aanwezig zijn, komt zelfs tot uiting bij het vredes-konings-koppel dat Heertje en Bromet hebben opgespoord. Die twee zouden de Nobelprijs voor de Vrede moeten krijgen, meent Bromet. We spreken over de Jood Rami Elhanan en de “Palestijn” Bassam Aramin. Ze behoren tot de Parents Circle: familieleden, vooral ouders van slachtoffers van het geweld die samen komen onder het motto dat er eerst verzoening moet plaatsvinden vooraleer er vrede kan ontstaan.

Elhanan en Aramin hebben beiden een dochter verloren. Ik geloof wél dat het contact troostend kan werken op individueel niveau en zelfs wederzijds begrip kan bevorderen. Maar opnieuw: alleen op individueel niveau en bij heel weinig individuen. Elhanan kan nog zo hartroerend vertellen over hoe hij eindelijk de mens achter de “Palestijn” ontdekte, maar de haatcultuur van 1400 jaar islam en 100 jaar Palmaffia-terreur en Jodenhaat gaat deze Parents Circle niet ombuigen. Voor nog geen één procent.

Deze serie analyserend, valt me gaandeweg steeds meer op hoezeer het duo Heertje en Bromet pure emo-tv maken voor linkse goedmensen. En die emo-tv staat in dienst van het Israël-bashen en het zo medemenselijk mogelijk voorstellen van “de Palestijnen”. Terwijl toch 1400 jaar islam-terreur en 100 jaar Palmaffia-terreur bewijzen dat het Kwaad niet in Israël gezocht moet worden, maar bij de erfgenamen van de Moefti van Jeruzalem. Op dit moment zijn Abbas en Hamas opnieuw bezig zoveel mogelijk geweld en haat tegen het plan van Trump op te wekken. Dus ik nodig de lezer uit om het emotionele betoog van Elhanan te lezen  tegen die historische en actuele achtergrond:

“De aanblik van Palestijnen die dezelfde last met zich meedragen als ik, die net zo lijden als wij, heeft mijn leven totaal veranderd. Ik heb er heel bewust voor gekozen om te bewegen naar de ander. Daar zit ik nu nog middenin. Aan deze reis komt geen einde. En het is nu een van mijn belangrijkste levenstaken geworden: mensen aansporen ook die reis te maken. Die reis is essentieel: wil je hier ooit een of andere vorm van vrede bereiken. Als we de andere kant niet kennen, geen verbinding met de andere kant zoeken en niet met hen praten, verandert er nooit iets. ( . . .) Ben ik gek? Ja, dat ben ik, maar dit is de enige rationele keuze. Als ik iemand ga vermoorden, krijg ik dan mijn kind daarmee terug? Als ik een andere pijn doe, zal dat mijn pijn verlichten? Het zijn gewoon rationele gedachtes. Er schuilt geen grote ideologie achter. Je moet je over die natuurlijke woede heenzetten en iets doen met die energie. Die energie is pure kern-energie en creëert de vicieuze cirkel van geweld. Jij doodt iemand van ons? Wij doden er tien van jou. En zo gaat het maar door. Al honderd jaar. Wat kan je doen met die energie? Als je naar een bijeenkomst gaat van Israëlische en Palestijnse nabestaanden, zul je de essentie van die energie begrijpen. We geven gastlessen op middelbare scholen, we bezoeken er honderden. Niemand kan naar ons luisteren zonder ergens geraakt te worden. We veroorzaken een scheurtje in de muur van haat en angst. Dat scheurtje laat een straaltje licht binnen. Een straaltje licht kan heel veel duisternis verdrijven. Ik zeg altijd: als er maar één kind na afloop van de les, Israëli of Palestijns, dat naar me luistert en knikt, dan heb ik één druppel bloed gered. In het Jodendom is één druppel bloed de hele wereld. ( . . .) Ik weet zeker dat ik het goede doe. (. . . ).”

Ik begrijp het verdriet van deze vader. Zelf heb ik een dochter van 24. En ik moet er waarachtig niet aan denken . . . . . . Maar Elhanan en zijn “Palestijnse” vredespartner Aramin zijn kansloos tegen het Kwaad dat islam heet.

We maken nu via een interview met Heertje ook kennis met Elhanans  partner, Bassam Aramin.  Het is een stevig type en hij zat ooit zeven jaar in een Israëlische gevangenis omdat hij handgranaten naar Israëlische soldaten had gegooid. Hij heeft net als Elhanan een jonge dochter aan de terreur verloren.

Aramin heeft voldoende vermogen tot historische reflectie om te spreken van historische “narratieven” van zowel de Israëlische als de “Palestijnse” kant. “Als alle Israëli’s”, zegt hij, ”zouden weten wat ik weet . . . . Misschien is het niet de waarheid, maar dit is wat ik weet van de Naqba, de katastrofe: 750.000 Palestijnen werden verdreven om een staat te stichten voor 600.000 mensen. Als zij [de Israëli’s]  de waarheid zouden weten, zou de meerderheid nooit akkoord gaan met het stichten van een staat op de ruïnes van een ander volk. Dat is wat ik geloof. Maar zij weten dat niet. ( . . .) In de opvoeding wordt het narratief van de ander verdoezeld.”

Het tragische is: Bassam Aramin gelooft deze onzin dus echt, net als alle “Palestijnen”, de hele islamitische wereld en alle linkse nitwits overal ter wereld. Het echte verhaal luidt: de Joden trokken vanaf 1880 naar Palestina, een land vol met malaria-moerassen en geërodeerde grond waar een minimale bevolking een slechte gezondheid genoot en zuchtte onder een systeem van Arabische feodaal absenteïsme. De Joden brachten daar economische bloei en een humanere mentaliteit. Daardoor werden Arabieren uit de omringende landen aangetrokken. Van die verdreven 600.000 Arabieren waarvan Aramin rept, was dus minimaal de helft net zo hard verse immigrant in Palestina als de Joden. Bovendien zou die verdrijving niet hebben plaats gevonden, als niet de Moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, met Koran en Soenna in de hand, was begonnen met haat en terreur tegen zowel de Joden als  de Arabieren die wél met de Joden wilden samenwerken. Want die terreur had de oorlog van 1948 tot gevolg, waarin de Arabische legers de Arabisch-islamitische bevolking opriepen om tijdelijk te vluchten zodat ze een vrij schootsveld zouden hebben op de Joden. Arabische leiders gebruikten ook gelogen gruwel-verhalen, zoals dat van Deir-Yassin, om de Joden als monsters voor te stellen. Ben Gurion van de andere kant riep de Arabieren op om rustig in hun dorpen te blijven om na de oorlog gezamenlijk en in gelijkheid het land weer op te bouwen. Voorzover de Israëlische legers, toen de oorlog van 1948 vorderde,  bevolkingen hebben verdreven, was dat steeds uit strategische overwegingen, omdat een optrekkend leger het zich niet kan veroorloven een vijandelijke bevolking in de rug achter te laten.

Daarna begint  Aramin  over de Holocaust. Hij gelooft wél dat de Holocaust waar is gebeurd. Dat in tegenstelling tot het gros van de “Palestijnen”, die in het algemeen denken dat het een Joden-verzinsel is, dan wel dat Hitler zijn werk niet goed genoeg heeft gedaan. Aramin  bedoelt duidelijk dat hij die imaginaire “Naqba” en die echte Holocaust vergelijkbare zaken vindt. Hij zegt dat hij in de Israëlische gevangenis ooit een film over de Holocaust heeft gezien en er zich op verheugde dat hij de Joden zou zien lijden. Maar dat hij door medelijden bevangen werd en begon te huilen. Ik denk dat de impliciete boodschap die hij geeft is: erken het leed dat Naqba heet, zoals ik ook het leed van de Holocaust erken. Maar dat is onzin.  Omvang en aard van beide gebeurtenissen zijn totaal onvergelijkbaar. Een geplande racistische genocide op zes miljoen mensen – deels door primitief mitrailleerwerk deels door industriële vergassing – is niet vergelijkbaar met een lokale oorlog waarin het Israëlische leger zo humaan mogelijk te werk ging en waarin een beperkt aantal vluchtelingen ontstond door toedoen van de eigen Arabische leiders.

Hij is, zegt hij, “nog steeds kwaad”, maar hij vindt net als Elhanan dat hij zijn kwaadheid ten goede moet aanwenden. We moeten, zegt hij, ophouden “onze eigen kinderen” tot sneuvelen in oorlogen te  veroordelen. Goed idee om aan die fundamentele voorwaarde voor vrede van Golda Meir te gaan voldoen. Maar ook voor hem geldt: ga Abbas en Hamas daarvan overtuigen. Maar dat doet-ie niet, want dan tekent-ie zijn eigen  doodvonnis. En daarmee is meteen nog eens de onmogelijkheid van de missie van de “Parents Circle” onderstreept.

Nee, de “andere kant” is al 100 jaar lag niet zo vredesbereid als de Israëli’s en ook deze Aramin is lang niet zo soft als zijn tegenhanger Elhanan. Ondanks de woorden van Aramin: “Ik zie ons als twee rouwende volkeren met een collectief trauma.” Want! Want Aramin:  “Het is dezelfde moordenaar die het leven van onze kinderen afpakt. Het is de Israëlische bezetting die geweld, haat en duisternis creëert.

Kijk eens aan! Toch nog thuisgekomen. Israël en het Westen zijn schuldig. Aramin heeft het ergens in het interview over “de kanker van de onwetendheid”, maar zelf heeft-ie toch ook nog best wel een beetje kanker. En in het begin van het gesprek met Heertje zegt Aramin dat hij denkt dat Elhanan verliefd op hem is geworden, maar dat het niet wederzijds is. Een grapje natuurlijk. Maar toch.

Dit zevende stuk staat ook op “Veren of Lood“, alwaar commentaar mogelijk is.

___________________