SAM OMSLAG TEKST262

Tijdens de lezing van dit boek vond ik één keer mezelf terug, opgesprongen van mijn leestafel en verwilderd om mij heen starend, terwijl ik mijn handen aan mijn eigen strot had. Zelfwurging? Wilde ik die strop rond mijn nek weghebben?

Ik heb een week over de lezing gedaan, het moest met telkens een uurtje, verspreid over dagdelen. En een paar keer heb ik in dat ene uurtje de lectuur moeten onderbreken om een raam te openen teneinde frisse lucht te verkrijgen. Een overdosis islam. Dat bestaat. Ik heb tijdens het lezen bedacht dat een van de straffen die een Neurenberg 2.0 aan collaborateurs met de islam zou moeten opleggen (types als Pechtold en Roemer) de volgende zou moeten zijn: het constante voorgelezen worden van dit boek, via luidsprekers in cellen en op de dwangarbeidsplaatsen. Ja, dat is een vorm van marteling, maar ik ben nu eenmaal een slecht mens.

Ik ken Sam persoonlijk goed. Zo weet ik dat-ie dat-ie een dikke tien jaar geleden, dus rond zijn twintigste, een professioneel wielercontract aangeboden heeft gekregen en dat-ie fysieke inspanningswaarden liet optekenen die hoger lagen dan die van heel wat profwielrenners. Rond zijn 16e had-ie ooit een gebroken arm in het gips, terwijl in Frankrijk op fiets-vacantie met zijn ouders. Maar hij ging toch met zijn vader de Mont-Ventoux op, met één hand aan het stuur. Wie ooit vanaf de Bédoin-kant de Mont-Ventoux heeft beklommen, zoals ik, weet dat dit een krankzinnige prestatie is.

Het boek dat Sam nu gepubliceerd heeft, is het resultaat van dat uithoudings- en doorzettingsvermogen. Dit boek getuigt niet alleen van volhouden, maar ook van een vermogen tot pijn lijden — (in de vorm van het taai en langdurig onder ogen zien van de harde waarheid) — dat bij de West-Europese quasi-elites zo schrijnend ontbreekt. Als ik het dus in het vervolg van deze bespreking op vertrouwelijke wijze de auteur met “Sam” blijf bejegenen, dan is dat vanwege die oude band, maar ook omdat iedereen bij “Van Rooy” toch eigenlijk aan vader Wim van Rooy denkt.

Dit boek is enorm verontrustend om twee redenen: vanwege de overdonderende tsunami-achtige inhoud die het inzien van het islamgevaar onontkoombaar maakt en vanwege onze quasi-elites die deze tsunami niet wensen op te merken, niet in het dagelijks leven en niet in dit boek. Onze nep-elites lezen niks en ze weten niks en omdat deze nep-elites elke subsidie-niche bezetten in media, politiek en onderwijs, houden ze ook de bevolking onder constante verdoving. Zelf kaart ik dat hypocriete wegkijken en indoctrineren al vanaf 2006 aan, met voortdurende kritieken op krantenartikelen, tv-uitzendingen, talk-show-hosts en politici. Deze nep-elite is inderdaad voorgoed verloren en er is dus een nieuwe zuil nodig, zoals Sid Lukkassen bepleit naar aanleiding van dit boek, maar ik begrijp totáál niet waarom hij de PVV, het FvD, het VB en AfD niet eens nóémt.

Op een van de de eerste pagina’s van “Voor vrijheid DUS tegen islamisering” staat een lang citaat zonder bronvermelding. Intrigerend! Het begint zo:

“Hoewel polygamie bij onze oosterburen verboden is, mocht Ahmad A. eind januari zijn tweede vrouw naar Duitsland laten komen. De zaak heef de afgelopen weken voor veel ophef gezorgd, maar de Syrische vluchteling begrijpt de commotie niet. Als gelovige moslim houdt hij zich gewoon aan de sharia. Hij zou graag 4 echtgenotes willen en 10 tot 20 kinderen”

U wilt vast de rest van deze anecdote ook lezen. Dan moet u het boek kopen. En het vervolgens vooral helemaal lezen, want het is, zoals gezegd, op een adembenemende wijze de moeite waard.

Paul Cliteur, die op TPO ook een recensie heeft geschreven, spreekt in zijn “woord vooraf” over Sams oer-inspiratie voor dit boek, namelijk de black-out die Hans Jansen kreeg tijdens een uitzending van Pauw & Witteman van 17 november 2010, die u hier kunt zien en die ik beschreven heb onder de titel “Vijf hyena’s sluipen rond Hans Jansen bij Pauw en Witteman”. Die black-out werd ongetwijfeld mede veroorzaakt door de nare, vijandige sfeer richting Jansen in die uitzending. In elk geval wist Jansen op de vragen van Pauw en Witteman om voorbeelden te geven van “islamisering” aanvankelijk nauwelijks iets op te lepelen.

Cliteur:

“Jansen raakte van zijn stuk, hakkelde wat en kon niet zo snel voorbeelden noemen. Hoongelach op de publieke tribune. Het punt was gemaakt. Jansen zag spoken.”

Jammer dat Jansen, zegt Cliteur, niet op dat ene vroege voorbeeld van islamisering kwam. Want.

“Ironisch genoeg begint het in Nederland bij Witteman zelf. Op 23 februari 1987 stond bij het vara-programma Achter het Nieuws een onderdeel geprogrammeerd over de satirische kritiek van Rudi Carrell (1934-2006) op de Iraanse dictator Ayatollah Khomeini (1902-1989). De minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek, belde live in bij presentator Witteman om hem ervan te overtuigen dat uitzending van dat onderdeel te gevaarlijk, te beledigend, te weinig respectvol zou zijn naar Khomeini, Iran, het Iraanse volk, en de islam. Beetje protest bij de vara (persvrijheid tenslote), maar men gaf toe. Het onderdeel met de Khomeini-satire werd niet uitgezonden. Een staaltje zelfcensuur. Een van de vele.”

Mag ik mij even een terzijde veroorloven? Blijkbaar hebben Sam en ik, zonder het van elkaar te weten, rond die tijd hetzelfde idee opgevat en ook ik was geïnspireerd door diezelfde uitzending met Hans Jansen. Zie mijn stukkie van februari 2011 op Amsterdam Post met de titel “Maak de kreet ‘islamisering!’ politiek relevant!” waarin ik een plan uiteenzette om met behulp van de lezers van Amsterdam-Post tot een inventarisering en categorisering van de verschijnselen van islamisering te komen. Alleen ik heb het toen niet doorgezet en Sam wel.

Dus de grote vraag blijft: wat is dat toch die islamisering? Sam geeft in zijn “inleiding” aan dat het een kwestie is van willen zien:

“De weerbarstige realiteit komt slechts sporadisch, versplinterd en gefilterd bij ons binnen, maar voor wie ze intensief volgt en de puzzelstukjes bij elkaar legt, komt de spreekwoordelijke islamitische ijsberg vanonder het topje tevoorschijn. Ik wil de lezer dan ook waarschuwen: wat hierna volgt is een opeenstapeling van gebeurtenissen en ervaringen en een aaneenrijging van stemmen en analyses. Ze laten een stapsgewijze, noodlottige ontwikkeling zien: de enorme en groeiende kwantiteit van islamiseringsfenomenen en -praktijken die op een gegeven ogenblik een kwalitatieve omslag naar een onvrije, geïslamiseerde samenleving zullen vormen – in heel wat wijken is het al zover. Ik wil u er dan ook op attenderen, lezer, zoals Multatuli herhaalde malen deed, dat dit een “eentonig verhaal” is. Wellicht zult u er, net zoals ik, soms moedeloos van worden, en kwaad. Maar voor onze vrije samenleving is het van levensbelang dat we het onder ogen zien én actie ondernemen.”

Vader Wim van Rooy wijst in een nawoord met de titel “Moet er nog zand zijn?” op een ander aspect voor degenen die het wél willen zien. Namelijk of wát we dan zien ook echt islamisering mag heten.

“( . . .) sommige islamofielen zijn zo verblind dat ze, indachtig de soritesparadox, niet meer kunnen of willen inzien dat een eindig maar groot aantal elementen die haaks staan op het bekende of erop ingrijpen, een transformatie van dat bekende kunnen veroorzaken. Of hoe opeenvolgende kleine veranderingen grote gevolgen kunnen hebben. Als ik dan vraag vanaf hoeveel duidelijke elementen met betrekking tot moslims en islam iemand een patroon zou kunnen waarnemen dat naar iets groters verwijst – in ons geval de islamisering van Europa (gefaciliteerd door de eu) – blijf het meestal oorverdovend stil. Inderdaad, de oorspronkelijke soritesparadox gaat uit van de onschuldige vraag “wanneer is iets een hoop zand?” Vanaf hoeveel korrels? Mutatis mutandis: vanaf hoeveel aangedragen elementen ziet men het patroon van islamisering? Wanneer wordt of is een samenleving geïslamiseerd? Het is voor iedereen verschillend, maar op een bepaald moment is iemand in de mogelijkheid een patroon te zien, anders zou wetenschappelijk denken niet mogelijk zijn. [mijn vet]

PUBLICITEIT ROND HET BOEK

Al vóór het verschijnen van het boek was er — behalve de al genoemde recensie van Paul Cliteur — nogal wat publiciteit.

Op 8 juni een voorpublicatie op “Doorbraak”: “Voor vrijheid dus tegen islamisering” waarin een selectie uit de islamiserings-fenomenen in het boek.

Op 10 juni een interview in “Doorbraak” “We zijn al hele wijken kwijt aan islamisering”.

Op 12 juni op OpinieZ een recensie van Robert Bor: “De bevlogen missie van Sam van Rooy tegen de oprukkende islam”.

En dan was er de boekpresentatie op dinsdag 12 juni 2018 in Antwerpen. Daarvan bestaat een video-registratie.

Ik denk dat het zinnig is om samen te vatten wat Sam daar zei over zijn eigen boek. Hij probeerde de essenties ervan weer te geven. Ik parafraseer en vat samen in de ik-vorm:

Sinds de rellen rond het boek van Salman Rushdie is het met de islam-ellende alsmaar erger geworden. Wie 40 jaar geleden zou hebben voorspeld dat anno 2018 het moderne Westen zich voortdurend zou moeten bezig houden met een achterlijke middeleeuwse ideologie die enorme maatschappelijke spanningen veroorzaakt, dat debatten en verkiezingen door die ideologie overheerst zouden worden, zou voor gek verklaard zijn. Wie zou toen gedacht hebben dat voor een bijeenkomst als deze de meeste energie zou gaan zitten in het regelen van de beveiliging? Dat vandaag de dag de teller van islamitische aanslagen gepleegd sinds de Twin Towers op 33.000 zou staan. Gedurende 17 jaar zijn dat er 5 per dag met ongetelde doden en gewonden. Maar het onderwerp van mijn boek is een net zo groot probleem als de jihad-terreur, namelijk de langzame culturele verandering, de langzame islamisering, die wij ondergaan via demografie, politiek, media,onderwijs, geldstromen uit het Midden- Oosten, koran-scholen, moskeeën, overname van hele stedelijke wijken waarin de facto de sharia heerst [Vanaf minuut 19 tot 23 een fors aantal voorbeelden]

Door die sluipende islamisering zullen wij worden gedwongen tot steeds meer dwangmaatregelen totdat we tenslotte terecht komen in de sfeer van het Midden-Oosten waarin je de keus hebt tussen de pest en de cholera, dat wil zeggen tussen extreem islamitische regimes en quasi—seculiere dictaturen die de ergste uitwassen van de islam in toom houden, maar daarvoor gruwelijke dwangmaatregelen nodig hebben. Als wij de islam verder wortel laten schieten hier, dan komen wij voor die keuze te staan. Er bestaat al een Deens plan tot terugverovering van sharia-wijken, waarvan een onderdeel luidt: een overtreding of misdrijf begaan in dat soort wijken wordt harder bestraft dan wanneer elder gepleegd. Zo begint het gedwongen loslaten van onze waarden en normen. Bij voortgaande islamisering zal ook de welvaart afnemen en de wetenschappelijk vooruitgang tot stilstand komen.

Die waarschuwing geef niet alleen ik. Luister vooral naar de de noodkreten van ex-moslims. Ze zijn als de vroegere dissidenten uit de Sovjet-Unie die het Stalinisme van binnenuit kenden. Zij weten waarover ze het hebben en ze zeggen allemaal hetzelfde: islam is fascisme, is nazisme. Zij verdedigen veel feller de Westerse waarden dan welke autochtoon ook, omdat zij weten wat er op het spel staat. Zij worden bedreigd, hier in België (!). Velen willen uit de islam treden, maar durven niet. Hoe is het mogelijk dat wij in 4 decennia dát geworden zijn?

Het is vijf ná twaalf! We zijn al hele stadswijken kwijt in vele steden in West-Europa (Londen, Berlijn, Rotterdam, Malmö). Daar waam je je in een islamitisch land, in Pakistan of zo. De vrouwen zijn er óf uit het straatbeeld verdwenen of gaan zwaar in de lappen en de hoofddoeken. Je ziet alleen rondhangende mannen. Geen Joden of homo’s. De sfeer is luguber. Er is geen uitgaansleven meer. De levensvreugde is uit die wijken verdwenen. De moslim-immigratie heeft niets positiefs gebracht.

Als we niet willen dat die wijken in omvang en aantal groeien, dan zit er niks ander sop dan de grenzen voor moslims te sluiten. Want in islamitische landen is volgens elke enquête 70 tot 90 procent vóór de sharia. Dan kan het niet anders of we halen elk jaarduizenden van die sharia-aanhangers binnen. De Molenbeken van morgen zijn in de afgelopen drie jaar nu al binnen gehaald door de Belgische regering. Dat moet stoppen en daartoe moeten we de islam-collaborateurs afstoppen. De collaborteurs vormen een giftige cocktail van kapitalisten die alleen maar goedkope arneidskrachten willen, naïeve liberalen die denken dat moslims hun liberale waarden zullen overnemen en utopistische wereldverbeteraars.

Tot zover mijn samenvattende parafrase van de speech van Sam over de betekenis van zijn boek.

TWEE GASTEN OP HET PODIUM: WIM VAN ROOY EN NAHED SELIM

Tenslotte (op 1:30) kwam ook Wim van Rooy nog even op het podium. Ik vond het opmerkelijk wat hij te zeggen had, omdat ik mezelf nogal een Radikalinsky vind en Wim nu een stelling betrok die ik sinds korte tijd verlaten heb, namelijk dat je de islam moet verbieden. Ook ik zou dat van harte verlangen, geen misverstand, maar ik denk dat het niet meer realistisch is: er zijn te veel moslims en de misdadige onwetendheid binnen wat ik noem het collaborerende links-regressieve narcistisch-hedonistische zelfverheffingsneuroten-machtsconglomeraat is té groot gebleven. Ik ben bang dat wij, de goeien, die confrontatie zullen verliezen. Maar ik kon me helemaal vinden in de rest van Wim’s observaties en aanbevelingen. Namelijk dat de Moslimsbroederschap heel duidelijk is in zijn doelstellingen voor de rest van de wereld: goedschikse of kwaadschikse verovering, maar dat onze quasi-elites hun comfortabelistische lamlendigheid alsmaar niet wensen te overwinnen en géén kennis nemen van 14 eeuwen theorie en praktijk van de islam. Dat ze dat simpel zouden kunnen doen door naar uitgetreden moslims te luisteren. Dat het niet-luisteren naar die mensen een betuttelracistsche reflex van lower expectations verraadt. [Die deze betuttelracistische quasi-elites blijkbaar niet hebben, zou ik zeggen, als ze naar imams luisteren die hen taqiyya-stroop rond de bek smeren.] Dat we de islam moeten gaan discrimineren, dat wil zeggen de geldstromen afknijpen, zoveel mogelijk hinderen. Dat wil zeggen: het tegenovergestelde van de huidige praktijk: subsidiëren en faciliteren.

Een van de verdere gasten op de boekpresentatie was Nahed Selim, de auteur van “Allah houdt niet van vrouwen”. Samen met haar en nog een paar islamcritici mocht ik, jaren geleden, de toenmalige minister Sharon Dijksma voorlichten over de islam. Onvergetelijk vond ik de felheid waarmee Selim op een gegeven moment zei dat islamisten één ding nóóit zouden doen: de positie van de vrouw verbeteren. De vrouw was de kern van het onderdrukkings-systeem, zo zei Nahed. En dat is precies ook wat naar voren komt in de 30 pagina’s van het hoofdstuk van dit boek die de titel dragen “De cover van dit boek: het belang van de vrouw”.

Selim herinnerde op het podium van deze boekpresentatie aan een treffend voorbeeld van Westerse onderwerping aan de sharia uit 2009. Tramconducteur Mickel Aziz mocht zijn halsketting met christelijk kruis niet zichtbaar dragen van zijn werkgever, terwijl hoofddoeken wel waren toegestaan. In kort geding besloot de rechter dat het kruisje niet mocht en de hoofddoek wel moest omdat het kruisje géén religieuze verplichting is en de hoofddoek wél. Daarmee besliste de rechter dus sharia-conform.

Het gedoe rond de cover van dit boek was op zichzelf een perfect voorbeeld van de islamisering, zo legt Sam uit:

“De oorspronkelijke cover van dit boek bevatte een foto van het agentschap Belga waarop enkele gehoofddoekte moslima’s zijn te zien, van wie een of meerdere verbonden zijn of waren aan de pro-hoofddoekenactiegroep Baas Over Eigen Hoofd (boeh). Zij stonden op 1 september 2009 met megafoon, spandoeken en borden aan het Atheneum van Antwerpen te demonstreren tegen het hoofddoekenverbod dat directrice Karin Heremans wilde invoeren. Op hun borden stond ‘vrije keuze’ geschreven, dus illustreerde de foto treffend het contrast dat ook in de titel van dit boek zit. Maar Belga liet ons niet toe de foto te gebruiken, want de moslima’s mochten niet in een “negatief daglicht” komen te staan. Plots mochten we zelfs geen enkele foto met demonstrerende moslims meer kopen uit het uitgebreide Belga-fotoarchief (met talloze foto’s uit binnen- en buitenland), ook niet wanneer we de gezichten onherkenbaar zouden maken (de ontwerper zei dit nog nooit te hebben meegemaakt).” [mijn vet]

DE INHOUD VAN HET BOEK

Bij de lezing van dit boek, zo heb ik al gezegd, beving mij soms benauwdheid. Puur vanwege de angstaanjagende, maar volkomen realistische inhoud. Daarbij komt dat het véél is en blijkbaar moeilijk te ordenen. Blijkbaar, want de hoofdstukken dragen wel verschillende titels maar in feite had vanaf het “Ten Geleide” tot en met “Tegen de islamisering van onze cultuur” met één hoofdstuktitel volstaan kunnen worden. De titels van de paragrafen geven meer houvast, maar ik heb de indruk dat zeer veel alinea’s van de ene naar de andere paragraaf-titel hadden gekund, zonder dat het iemand zou opvallen. Dit is niet bedoeld als kritiek, want ik zou ook niet weten hoe het anders of beter had gemoeten. C’est une mer á boire.

Neem het hoofdstukje “islamkritiek”: dat is in 22 pagina’s een compacte vloedgolf aan informatie. Een geweldige opsomming van stemmen uit heden en verleden die de islam neerzetten voor wat-ie is: de ergste collectieve en wreedaardige geestesziekte die de mensheid ooit heeft getroffen. Ik ga geen namen opsommen, ga zelf maar lezen. Ik geef één citaat waarop ik iets wil aanvullen:

“Wat nog maar enkele decennia geleden over de kerk, het christendom én zijn aanhangers werd gezegd en geschreven (‘christofobie’?), is vandaag blijkbaar not done wanneer het over de islam en zijn belijders wordt geponeerd – het heet dan al snel ‘islamofobie’ of ‘racisme’. De bovengenoemde hoogleraar Ruud Koopmans, die met zijn onderzoek onwelgevallige feiten over de opvatingen van moslims in West-Europa blootlegde, werd door Duitse studenten van de Humboldt-Universität afgeschilderd als racist, fascist en islamofoob. Uiteindelijk, zo vertelt Koopmans, “moest ik mij voor een volle zaal studenten verantwoorden. Ik dacht hen met onderzoeksresultaten te kunnen overtuigen. Maar alles wat ik zei stuitte op hoongelach, terwijl mijn tegenstanders luid applaus kregen voor beweringen zonder enige feitelijke onderbouwing. Het was een soort showproces, waar nota bene ook enkele collega’s vrolijk aan meededen.” Ook kranten zoals Taz en Neues Deutschland noemden Koopmans ‘die racistische professor‘.”[mijn vet]

Dit is dus wat ook natuurkundige Kees de Lange signaleert de weigering en het onvermogen van de nep-elites in media, onderwijs en politiek om ook maar het debat áán te gaan:

“Het merkwaardige is dat irrationele standpunten over bovengenoemde zaken [godsdienst, migratie, Israël, klimaat] zelden op zichzelf staan maar doorgaans in combinatie met elkaar voorkomen. Het is meer dan voldoende om te volgen hoe de leden van het partijkartel zich opstellen op al deze punten en hoe de media daar blinde steun aan verlenen, om te beseffen dat van onafhankelijk denken geen sprake meer is. Politieke partijen en media zijn in grote lijnen inwisselbaar geworden, en kritische geluiden steeds schaarser. Bovendien wordt gefundeerde kritiek op de gebruikelijke mantra’s niet langer met argumenten, maar steeds vaker met alleen maar verdachtmakingen van en persoonlijke aanvallen op de nog resterende critici beantwoord. Het publieke debat is dood en begraven. [mijn vet]

Ter illustratie van wat Sam van Rooy en Kees de Lange zeggen, citeer ik mezelf uit een stuk van 2010 getiteld “Debat” over de islam in de “Vrije” Universiteit van Brussel. (De hier opgevoerde Marokkaan Bouzerda is hier per per video te aanschouwen in een walgelijk onderkruiperig interview met Raoul Heertje). Sam en Wim van Rooy zaten ook in die tribune-collega-zaal.

“Daverend applaus — ja, mijn verhaal blijft eentoning, maar ik heb daar lijfelijk moeten zitten en daarna die geluidsband band helemaal moeten afluisteren en die hysterisch bijval als reactie op domheden en grofheden ieder keer moeten ondergaan: dát is pas vervelend — daverend applaus, zeg ik, ook weer als Bouzerda een brutalisering richting Wim van Rooy stuurt: ‘Blijkbaar heeft mijnheer een aantal boekjes gelezen en strooit nu met termen, Sharia, taqiyya, sharia, taqiyya, sharia, taqiyya.’ Even later zegt Bouzerda op neerbuigende toon: “Ik wil u best uitleggen wat de sharia is” en krijgt dan alleen voor die domme brutalisering donderend applaus van de tribune. Als Wim van Rooy, een onwaarschijnlijk belezen man, het woord sharia in de mond neemt is dat dus belachelijk en als arrogante snotneus Bouzerda aankondigt dat hij er zijn deskundig licht over zou kunnen laten schijnen, maar dat nu niet het moment vindt, dan is dat ge-wél-dig. ( . . .) Tijdens het publieks-vragenuurtje probeert Wim van Rooy om Bouzerda te interrumperen. Ik zou graag iedereen de geluidsband willen laten horen om zelf te kunnen vaststellen met welk een onbeschoft-agressieve snelheid de AEL-man die poging tot interruptie afkapt en dat desondanks weet te doen op die aanstellerige quasi-beschaafde toon die hij steeds hanteert en die in feite openlijke minachting en neerbuigendheid is: ‘Mijnhéér Van Rooy, het is heel beschaafd om iemand uit te laten praten die het woord heeft’. In de instant volgend enthousiaste reactie vanuit de zaal vallen op mijn geluidsband de hysterisch krijsende damesstemmen erg op.”

De waarschuwende stemmen uit het hoofdstuk “Islamkitiek” worden in het hoofdstuk “oikofobie” aangevuld met de verontruste en verontrustende stemmen van degenen die waarschuwen dat Europa bezig is ten onder te gaan aan zelfhaat en een overdosis schuldbewustzijn. Op deze twee manieren tekent het boek de blindheid van onze quasi-elite voor het gevaar van de islam: door schuldbewustzijn en door verkeerd begrepen barmhartigheid blind voor het kwaad. Het boek is heel goed geschreven en vlot leesbaar, maar dat komt óók doordat de vele citaten van welsprekende denkers uit heden en verleden zo goed gekozen zijn. Ik zal er hier één laten volgen, maar in dit 17 pagina’s tellende hoofdstukje staan er nog vele van dit soort kwaliteit:

“De westerse beschaving is de enige die zichzelf in vraagt stelt, tot op het zelfvernietigende af. Bij de Ander, in andere culturen en beschavingen, heerst zowat het tegengestelde: geen greintje zelfritiek of zelfs trots op het misdadige, imperialistische, kolonialistische of genocidale (slavernij)verleden. Bruckner: ‘We zijn ons zelfs te veel bewust van de wonden die het kolonialisme en de slavernij hebben geslagen. Wij gaan ervan uit dat de hele wereld ons haat en dat wij dat verdiend hebben. Bovendien klinkt de oproep om berouw te tonen over het kolonialisme altijd maar aan één kant. Waarom hoeven de nazaten van de Moren zich niet te verontschuldigen voor de bezeting van Spanje die vijf eeuwen heef geduurd? Waarom vraagt niemand de Turken rekenschap af te leggen voor hun bezeting van het Midden-Oosten? Met de slavernij is iets soortgelijks aan de hand. Je hoort er nooit iets over, maar de Arabieren hebben meer Afrikanen gedeporteerd dan de Europeanen en ze gingen er langer mee door: de slavenhandel werd in Jemen en in Saoedi-Arabië in 1962 en in Mauritanië in 1980 illegaal verklaard. Maar voor ons is de slavernij een wite misdaad en wij laten ons dat maar al te graag inpeperen.’ Arabist Hans Jansen schreef hierover . . . . .”

Enfin, koop dat boek en ga lezen wat wijlen Hans Jansen over de slavernij had te melden.

Het hoofdstukje “Migratie en demografie” is een lastig verhaal. Het bevat heel veel cijfers over de moslimpopulatie overal te wereld waarvan ik als alfa niet zo direct zie wat ermee moet en de conclusies van de schrijver zijn ook nogal moeilijk destilleerbaar uit de tekst. Nou ja: de islam gaat groeien. Afrika gaat demografisch exploderen en dus gaat de islam in Afrika erg exploderen. De islam zal in 2017 de grootste “godsdienst” ter wereld zijn. En er komen steeds meer moslims in Europa en globaal gesproken gaan ze misschien 7% of 10% of wel 15% van de Europese bevolkingen uitmaken, al naargelang de werking van vele factoren en hoe optimistisch of pessimistisch je besluit te willen wezen.

Dit hoofdstuk wijst nog maar eens op de youth bulge-landen “met weinig sociale vooruitzichten waar jonge mannen de neiging hebben tot burgeroorlog of expansieve oorlog”. En als je daaraan de islam koppelt “bij uitstek een systeem dat teert op energieke en meedogenloze jonge strijders, die bereid zijn om voor Allah als martelaar (‘shahid’) te sterven”, dan heb je een groot probleem.

Sam heeft moeite gehad vanuit deze op het eerste gezicht relatief geringe cijfers de dreiging die van de islam uitgaat toch plausibel te maken. Hij is daar niet heel duidelijk en expliciet in, maar de paragrafen in dit hoofdstukje die meteen volgen op de eerste pagina’s met het statistieken-en-cijfer-bombardement, hebben die impliciete functie. Ze dragen de titels “Moslimwijken en gemeenten”, “De intolerantste wint”, “Demografische islamiseringsfases” en “Verontwaardigings-discrepantie”

In “Moslimwijken en gemeenten” wordt betoogd dat weliswaar het aandeel volgens de officiële statistieken Europawijd voorlopig niet boven de 15% zal uitkomen, maar dat in de Europese grote steden en vooral in bepaalde wijken van die steden de percentages veel hoger zijn: 20, 30, 40 of soms wel meer dan 50 procent.

En blijkbaar moeten we begrijpen uit de paragraaf die daarop volgt, “De intolerantste wint”, dat deze cijfers voor deze grote steden grote gevolgens kunnen hebben. Vooral als regressief-links zich in die steden met de islam gaat verbinden:

“Zoals de Franse romancier Michel Houellebecq in Soumission beschrijft, wint een links-islamitisch monsterverbod de verkiezingen tegen Marine Le Pen, waarbij binnen die coalitie de moslimpartij een onverzettelijke minderheid is die haar niet-onderhandelbare islamitische eisen via bovengenoemd proces weet door te drukken: islamisering dus. In Nederland winnen islamitische partijen als denk (pro-Erdogan) en nida (Moslimbroederschap) aan kracht en invloed. In Roterdam, waar in 2018 een op de zes kiezers islamitisch stemde, was er vóór de verkiezing wekenlang sprake van een monsterverbond tussen linkse partijen (GroenLinks, sp en PvdA) en nida: een alliantie tegen de rechterzijde dus, zoals Houellebecq heef beschreven. Zineb El-Rhazoui zegt in dat verband over links: ‘In mijn boek noem ik ze collaborateurs van de islamitisch-fascistische ideologie. Ze sluiten compromissen met islamisten uit electorale overwegingen. Zo dom. Ze moesten eens weten hoe linksen vervolgd worden.’ ”[mijn vet]

Sam noemt ook The Most Intolerant Wins: Te Dictatorship of the Small
Minority
van Nassim Nicholas Taleb, maar dat gaat over de langzame “halalisering” van de maatschappij en die zich dan verbindt met het gevaar dat fanatieke minderheden, vooral als ze Allah achter zich wanen, kunnen vormen.

Dat aspect brengt de schrijver ter sprake in het volgende paragraafje “Demografische islamiseringsfases” en wel via “de christelijke missionaris dr. Peter Hammond” die uitlegt dat “naarmate moslims met meer zijn in een land, hun eisen van aard veranderen, in aantal toenemen en dwingender worden; hun gedrag assertiever tot zelfs agressief en gewelddadig wordt en hun invloed toeneemt, waardoor de samenleving islamiseert en steeds meer shariaprincipes de toon zeten.”

Sam citeert de Canadese blogger Paul E. Marek:

“Het zijn de fanatici die marcheren. Het zijn de fanatici die elk van de 50 gewapende conflicten wereldwijd uitlokken. Het zijn de fanatici die christenen en tribale groepen in Afrika systematisch afslachten en geleidelijk het hele continent in een islamitische golf overnemen. Het zijn de fanatici die bombarderen, onthoofden, moorden, of eerwraak plegen. Het zijn de fanatici die moskee na moskee overnemen. Het zijn de fanatici die ijverig het stenigen en ophangen van verkrachtingsslachtoffers en homoseksuelen verspreiden. Het zijn de fanatici die hun jongeren leren om te doden en zelfmoordaanslagen te plegen. Het is een hard meetbaar feit dat de ‘vredelievende meerderheid’ de ‘zwijgende meerderheid’ is, en ze is bang en onbelangrijk.”

Ik vul aan: dit punt van de fanatieke minderheid wordt ook onder ogen gebracht door Brigitte Gabriel

“( . . .) There are 1.2 billion Muslims in the world today. Of course not all of them are radicals! The majority of them are peaceful people. The radicals are estimated to be between 15 to 25 percent, according to all intelligence services around the world. That leaves 75 percent of them peaceful people. But when you look at 15 to 25 percent of the world’s Muslim population, you’re looking at 180 million to 300 million people dedicated to the destruction of Western civilization. That is as big [as] the United States. So why should we worry about the radical 15 to 25 percent? Because it is the radicals that kill. Because it is the radicals that behead and massacre. When you look throughout history, when you look at all the lessons of history, most Germans were peaceful. Yet, the Nazis drove the agenda and, as a result, 60 million people died. Almost 14 million in concentration camps; 6 million were Jews. The peaceful majority were irrelevant. When you look at Russia, most Russians were peaceful as well. Yet, the Russians were able to kill 20 million people. The peaceful majority were irrelevant. When you look at China, for example, most Chinese were peaceful as well. Yet, the Chinese were able to kill 70 million people. The peaceful majority were irrelevant. When you look at Japan prior to World War II, most Japanese were peaceful as well. Yet, Japan was able to butcher its way across the Southeast Asia, killing 12 million people, mostly killed with bayonets and shovels. The peaceful majority were irrelevant. On Sept. 11 in the United States, we had 2.3 million Arab Muslims living in the United States. It took 19 hijackers, 19 radicals, to bring America down to its knees, destroy the World Trade Center, attack the Pentagon and kill almost 3,000 Americans that day. The peaceful majority were irrelevant. ( . . .).” [Mijn vet]

In het lange hoofdstuk “Islamisering” (63 pagina’s) zegt Sam het zo:

“Het kan niet genoeg worden benadrukt: de geschiedenis, maar ook de praktijk van elke dag, zoals in het bovengenoemde Indonesië, laten zien dat een radicale of militante moslimminderheid voldoende kan zijn om een samenleving naar haar hand te zeten en te islamiseren. Als de ontvangende samenleving dan ook nog een open, vrij en tolerant karakter heef en bovendien naïef, onzeker, verzwakt of zelfs verlamd en decadent is, én heel wat lieden op sleutelposities telt die bang, laf, opportunistisch en politiek correct zijn – zoals het huidige West-Europa dus – dan is die samenleving een vogel voor de islamitische kat.”

Het hoofdstuk over “migratie en demografie” bij Sam komt dus neer
op een waarschuwing dat de cijfers weliswaar op zich niet alarmerend lijken, maar dat een combinatie van vier factoren — 1) de concentraties van moslims in de grote steden van West Europa, 2) de collaboratie door regessief-linksen, 3) de kruipende sharia en halalisering plus 4) de dreiging die er altijd uitgaan van fanatieke minderheden en vooral van islamitische — er toch voor kan zorgen dat de islam in West-Europa de macht grijpt.

In het laatste paragraafje voegt Sam daar nóg een vijfde factor aan toe, eentje die alleen maar kan functioneren binnen en door de links-regressieve collaboratie, namelijk de “Verontwaardigings-discrepantie”. Moslims tonen collectief verontwaardiging over de gruwelen die in naam van hun ideologie worden begaan, maar zo gauw er kritiek op de islam geuit wordt dan zijn de rapen gaar. En regressief links gaat daarin mee.

Sam:

“( . . .) waar zijn de moslims wanneer er zou moeten worden opgekomen voor vervolgde of met de dood bedreigde afvalligen, islamcritici, journalisten, politici, academici, schrijvers, kunstenaars en cartoonisten; voor onderdrukte moslima’s; voor gehate Joden; voor in elkaar geslagen homoseksuelen; voor met hakmessen afgeslachte seculiere bloggers in bijvoorbeeld Bangladesh; voor in het Midden-Oosten als vuil en tweederangsburgers behandelde christenen; voor opgesloten journalisten in bijvoorbeeld Turkije; voor gevangengenomen homoseksuelen in bijvoorbeeld Marokko; voor vervolgde ( . . .)”

En die opsomming gaat zo nog een tijdje door.

Dit boek is een enorme kracht-tour, zoals het eerdere boek van vader Wim van Rooy dat ook is. Maar “Waarover men niet spreekt” — 635 pagina’s tekst — is door de barokke stijl van de vader veel minder toegankelijk. De zoon schrijft helder en direct en daarmee zal het effectiever in de politieke strijd kunnen zijn. Het grote probleem dat in beide boeken wordt gesignaleerd blijft de pure blinde domheid van de nep-elite die ons regeert. Het hoofdstuk “Hoop” in het boek van Sam telt drie pagina’s.

Een persoonlijk nootje: ik ben zéér vereerd dat mijn stuk in Trouw van 1998 — “Een gezond instinct voor eigen volk” — van Sam de kwalificatie “schitterend essay” meekrijgt. En het is aardig dat ik genoemd word als een van de stemmen die gewezen hebben op de overeenkomst tussen nazisme en islam. Ik was tenslotte inderdaad de eerste die dat zo sterk en expliciet deed en dan ook nog geplaatst in de historische context van de collaboratie met Hitler door de moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, vooral in Palestina. Inmiddels is die historische en theoretische band tussen het nazisme en de islam fundamenteel uitgewerkt in een boek dat ik mede heb vertaald en hier toegankelijk heb gemaakt: Nazi’s, Islamisten en het Moderne Midden-Oosten, van Barry Rubin en Wolfgang G. Schwanitz.

Als je uitgaat van twee-en-een-halve minuut voorleestijd per pagina, dan zou, zo heb ik uitgerekend, wijlen Hans Jansen, opnieuw aan tafel bij Pauw, de vraag naar voorbeelden van islamisering inmiddels hebben kunnen beantwoorden met:

“Ik heb een boek bij me dat er vol mee staat en ik kan tien uitzendingen van een uur vullen met de voorlezing ervan.”

_______________

Advertenties